Concept begroting 2024 (versie met exploitatietekort zonder meerjarenraming).pdf
Tekst van het document
GEMEENTELIJKE KREDIETBANK BEGROTING 2024
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Uitgangspunten begroting 2024
3
Hoofdstuk 2
Kerntaken GKB
4
Hoofdstuk 3
Beleidsbegroting
6
Hoofdstuk 4
De BBV paragrafen
9
Bijlagen
1 2 3 4
Programmarekening Geprognosticeerde balans Berekening EMU saldo Bijdrage GR-gemeenten
15 16 17 18
2
Hoofdstuk 1 Uitgangspunten begroting 2024 De gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank Drenthe, ingesteld op 1 januari 1990, is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel. De GKB levert in veertien gemeenten een bijdrage aan de sluitende aanpak voor de bestrijding van armoede en schulden. Voor de begroting 2024 zijn een aantal ontwikkelingen van belang. Strategische koers Het Bestuur van de GKB heeft begin 2022 besloten tot het starten van een proces van vervreemding van de activiteiten van de GKB. Naar aanleiding van dit besluit is er in 2022 nog een impactanalyse gedaan naar de mogelijke gevolgen van vervreemding om uiteindelijk een adviesaanvraag in te kunnen dienen bij de Ondernemingsraad. Door zowel wisselingen in het bestuur als door het vertrek van de voormalige directeur is dit proces in 2022 stil komen te vallen. Per 6 oktober is de nieuwe (interim) directeur aangetreden en daarmee is een nieuwe fase ingetreden met betrekking tot de vervreemding van de activiteiten van de GKB. Het bestuur heeft eind 2022 besloten om nog een onderzoek te doen naar 3 scenario’s: 1. Aanbesteding van de GKB in zijn geheel; 2. Verzelfstandiging in een andere juridische vorm (zonder of met een derde partij); 3. De schuldhulpverlening door de 3 GR-gemeenten in eigen beheer laten uitvoeren.
In juni 2023 moet er een besluit vallen in hoeverre de GKB in zijn geheel aanbesteed kan worden of dat de GKB verzelfstandigd wordt in een andere juridische vorm. Gezien de verwachte doorlooptijd van implementatie van het scenario, is ook het besluit genomen dat de voorgenomen einddatum van de GR opschuift naar 1 januari 2025. De GKB blijft dus in 2023 en 2024 in haar huidige vorm bestaan. Gevolgen voor de begroting 2024 Aangezien de begroting 2024 half april 2023 aangeleverd moet worden en er dus nog geen duidelijkheid is over de koers van de GKB, is deze begroting opgesteld zonder rekening te houden met de mogelijke scenario’s en de gevolgen daarvan voor de exploitatie. Ondanks een aantal verbeteringsmaatregelen die sowieso doorgevoerd worden, is er in de begroting 2024 nog een exploitatietekort van € 395.716,-Dienstverlening aan DVO-gemeenten in 2024 Ook hiervoor geldt dat de keuze van het bestuur voor het scenario bepalend is voor het wel of niet aan kunnen blijven bieden van dienstverlening aan DVO-gemeenten. Aangezien de implementatie van het gekozen scenario uiterlijk 1 januari 2025 afgerond moet zijn, zijn we er in deze begroting vanuit gegaan dat alle huidige DVOgemeenten ook in 2024 hun dienstverlening af zullen blijven nemen van de GKB.
3
Hoofdstuk 2 Kerntaken GKB De GKB kent vier kerntaken en daarnaast drie nauw daarmee samenhangende kleinere aanvullende taken. De vier kerntaken die vallen onder de wet gemeentelijke schuldhulpverlening, onderscheiden we als: Indicatiestelling Crisisinterventie Inkomensbeheer Schulden oplossen De aanvullende taken onderscheiden we als: Budgetcoaching Preventie Sociale Kredietverlening De GKB publiceert jaarlijks het basisdienstenboek, waarin de basisdiensten kort worden uitgelegd. De gemeenten en de GKB komen jaarlijks overeen welke diensten en met welke omvang de GKB dat jaar kan inzetten. Vanaf 2021 heeft de GKB een gezamenlijke prestatieovereenkomst met de GR gemeenten. In deze paragraaf beschrijven we kort de inhoud en doelstellingen van deze taken met de daarbij behorende basisdiensten. Indicatiestelling Een cruciaal moment in de schuldhulpverlening is de wijze waarop de indicatiestelling tot stand komt. Welke instrumenten en aanknopingspunten worden ingezet om te bepalen wat nodig is om tot een duurzame oplossing te komen van het financiële probleem? De GKB verzorgt deze indicatie in de gemeenten waar de GKB ook de eerste lijn (toegang) verzorgt. In de andere gemeenten verzorgen de eerste lijn organisaties de indicatiestelling. Vaak is er een directe route naar de GKB afgesproken als er sprake is van een crisis.
In de samenwerking met de eerste lijn en overige ketenpartners richt de GKB zich het komende jaar vooral op het terugdringen van de administratieve barrières tussen de eerste en tweede lijn en het verder uitbouwen van de prima samenwerking. Crisisinterventie Crisisinterventie is erop gericht om erger te voorkomen, in die zin dat de verstrekkende gevolgen van schulden worden voorkomen dan wel worden geminimaliseerd. Crisisinterventie wordt ingezet bij een dreigende woningontruiming, afsluiten van energievoorzieningen, beëindiging aanvullende ziektekosten verzekering, maar ook invordering rijbewijs. Inkomensbeheer Inkomensbeheer wordt ingezet op het voorkomen van terugval in de oude situatie, waardoor deze alsnog kan escaleren. De inzet wordt op maat afgestemd op de (on)mogelijkheden van de burger en richt zich op het in balans brengen en houden van inkomsten en uitgaven. Het is een getrapte inzet, hoe redzamer, hoe milder de inzet, de inzet is oplopend naar gelang de ervaren problematiek. De GKB kent daarom verschillende vormen van budgetbeheer variërend van budgetbeheer basis tot en met beschermingsbewind. Schulden oplossen Bij schuld oplossen richt de GKB zich ook op de afwikkeling van bestaande schulden, wat we ook wel het “minnelijke traject” noemen.
De inzet van de GKB is erop gericht om betalingsafspraken met de schuldeisers te maken die de inwoner binnen maximaal drie jaar op verantwoorde wijze kan nakomen. De GKB zet daarbij bij voorkeur het saneringskrediet als middel in om de betalingsafspraken met de schuldeisers voor te financieren, zodat zowel de inwoner als de schuldeiser snel weten waar ze aan toe zijn. Vanaf 2021 voert de GKB in vier gemeenten ook schuld oplossen voor ondernemers uit.
4
Budgetcoaching Bij budgetcoaching richt de GKB zich op het op- en uitbouwen van de redzaamheid van de burger om daarmee terugval in de schulden te voorkomen. Hier draagt de GKB bij aan de gedragsveranderingen en het aanleren van competenties. De GKB kent daarmee meerdere vormen van budgetcoaching die variëren in intensiteit. Daarnaast kan ook de budgetcursus “weet wat je besteedt” worden ingezet. Sociale Kredietverlening De GKB biedt al sinds haar oprichting “sociale kredietverlening” aan. De sociale kredieten worden veelal aangevraagd voor het aanschaffen van consumptiegoederen of kleine schulden. Onder de noemer sociale kredietverlening scharen we ook het saneringskrediet (SK). Het SK is technisch gezien een persoonlijke lening met een vaste aflossing en rentetarief. De verwachting is dat het SK de komende jaren aan terrein zal winnen als de beste oplossing in het minnelijke traject. Het Kabinet stimuleert de inzet van het SK door het instellen van een landelijk garantiefonds. Met dit fonds kunnen de risico’s van SK’s die nu voor rekening van de GKB komen worden geminimaliseerd. De GKB is al jaren groot voorstander van de inzet van een SK in het minnelijke traject en is dan ook blij met haar eigen kredietafdeling die deze vorm van krediet uitvoert.
Het saneringskrediet is het sluitstuk van het aanbod van de GKB bij het oplossen van probleemschulden, waarmee de GKB een zeer compleet dienstenpakket kan aanbieden. In 2022 is de GKB aangesloten bij het “Landelijk waarborgfonds Saneringskredieten”. Daarmee worden de risico’s van de lopende en toekomstige saneringskredieten door het waarborgfonds afgedekt. Preventie De GKB is al jaren zeer actief op het terrein van preventie. Vanuit haar kennis en ervaring met inwoners die kampen met probleemschulden kan de GKB een stevige bijdrage leveren aan het voorkomen van probleemschulden. Daarnaast worden medewerkers van de GKB regelmatig ingezet als projectleider. In de begroting vallen deze activiteiten onder de noemer “PRAS”.
5
Hoofdstuk 3 Beleidsbegroting Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) gaat ervan uit dat het programmaplan verschillende programma’s bevat. Daarbij is een programma een samenhangend geheel van activiteiten. Aangezien de GKB belast is met één samenhangende taak, te weten schuldhulpverlening, hebben wij het programmaplan niet opgesplitst in verschillende programma’s. Ingevolge BBV hoofdstuk 2 “De begroting en toelichting”, titel 2.2. “ Het Programmaplan” artikel 8 lid 3 moet het programmaplan bevatten: a. De doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten. b. De wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken. c. De raming van de baten en de lasten. HET PROGRAMMAPLAN De doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten. Wat wil de GKB bereiken? De GKB levert een bijdrage aan de sluitende aanpak bij de bestrijding van armoede en schulden van inwoners van het werkgebied van de GKB. Daarmee geeft de GKB mede uitvoering aan de wet Gemeentelijke schuldhulpverlening. De statutaire doelstelling van de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank, kortweg GKB, is opgenomen in artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling. De wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken.
Wat gaat de GKB daarvoor doen? De GKB verzorgt professionele, kwalitatief hoogwaardige tweedelijns schuldhulpverlening waar de inwoners terecht kunnen voor het oplossen van hun problematische schulden. De GKB is daarbij een samenwerkingspartner voor gemeenten, sociale partners en andere maatschappelijke organisaties. De GKB is binnen deze samenwerking onder andere verantwoordelijk voor: a. Schulden oplossen. b. Inkomensbeheer. c. Crisisinterventie. d. Sociale kredietverlening, specifiek het saneringskrediet. e. Goede aansluiting op de eerste lijn, optimaal werkproces.
Beleidsindicatoren In de regeling beleidsindicator gemeenten staat een vaste set aan indicatoren genoemd die opgenomen moeten worden in de begroting. De onderdelen die niet elders worden gepresenteerd dienen uit eigen gegevens en bronnen te worden overgenomen. 1. Formatie De formatie volgens het BBV wordt uitgedrukt in aantal fte per 1.000 inwoners. Bij de GKB is dit niet van toepassing. Het aantal fte wordt gebaseerd op het aantal trajecten schuldhulpverlening ten einde de eerder genoemde doelstellingen te realiseren. Formatie
Maart 2023 Begroot 2024
Indirect
14,72
13,56
Direct
63,04
62,03
Totaal
77,76
75,58
6
2. Bezetting De bezetting ( formatie inclusief boventallig e.d.) moet volgens het BBV worden uitgedrukt in aantal fte per 1.000 inwoners. Bij de GKB is ook dit niet van toepassing. Het aantal fte wordt gebaseerd op het aantal trajecten schuldhulpverlening ten einde de eerder genoemde doelstellingen te realiseren. Gezien de situatie van de GKB is er op dit moment geen sprake van boventalligheid. De begrote bezetting voor 2024 is dan ook gelijk aan de begrote formatie. 3. Apparaatskosten In het BBV wordt aangegeven dat de apparaatskosten uitgedrukt dienen te worden in kosten per inwoner. Ook dat is bij de GKB niet van toepassing. De kosten worden net als het aantal fte’s gebaseerd op kosten die gemaakt moeten worden om de genoemde doelstellingen te realiseren. 4. Externe inhuur Onder de externe inhuur wordt verstaan kosten die gemaakt worden voor het uitvoeren van werkzaamheden door o.a. uitzendkrachten, Zzp-ers of detacheringsovereenkomsten, zowel voor tijdelijke inhuur als voor inhuur van specialisten. Externe inhuur kan en zal worden ingezet als het capaciteitsvraagstuk niet binnen de staande formatie kan worden opgelost. Deze situatie kan zich voordoen bij vervangingsvraagstukken, zoals langdurig verzuim. Daarnaast kan en zal externe inhuur worden ingezet bij het vervangen van mutaties in de vaste formatie. 5.
Overheadkosten Onder overheadkosten wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Voor de GKB is dit vertaald in het totaal van de lasten minus de directe loonkosten inclusief opleidingskosten (kosten primair proces). Uitgedrukt in een percentage van de totale lasten bedragen de overheadkosten voor 2024: Totale lasten € Overhead € Overhead in percentage van totaal
7.474.376,62 2.536.687,28 34%
Omdat er sprake is van één taakveld geeft nadere uiteenzetting van deze overheadkosten geen toegevoegde waarde en wordt in deze begroting volstaan met deze uitsplitsing. 6. Bijzondere (extra) kosten In deze begroting zijn geen kosten opgenomen die gerelateerd zijn aan de consequenties van het besluit van het bestuur over het toekomstscenario van de GKB, zoals b.v. frictiekosten als gevolg van het teruglopen van omzet door vertrek van DVO-gemeenten. 7.
Resultaat
De begroting 2024 sluit met een exploitatietekort van € 395.716, - . Ongeacht het besluit van het bestuur over het toekomstscenario van de GKB zal voor 2024 uiteindelijk een sluitende begroting opgeleverd moeten worden. De verbetering van het begrote resultaat 2024 t.o.v. begroting 2023 wordt enerzijds gerealiseerd door een verlaging van personeelskosten (minder inhuur en lagere bezetting) en anderzijds door een verhoging van de baten (aanpassing tarieven). Een en ander wordt hieronder nader toegelicht. Baten Voor de baten zijn we uitgegaan van de huidige instroom en de huidige aantallen dossiers die we in maart 2023 portefeuille hebben, uitgaande van het feit dat we in 2024 dezelfde gemeenten zullen bedienen als in 2023 (3 GR-gemeenten en 11 DVO-gemeenten). In de tariefstelling hebben we wel een aantal aanpassingen gedaan: - De tarieven voor de GR-gemeenten zijn gelijk gesteld aan de tarieven voor de DVO-gemeenten. Per saldo betalen de GR –gemeenten in 2024 dan 10% meer. Effect op de omzet is ca. € 125.000,- Het tarief voor aanmeldingen is veel te laag en hebben we voor 2024 verhoogd met een factor 3. De tijdsbesteding voor een aanmelding is ca. 1,5 uur, terwijl er nu maar een 0,5 uur gerekend wordt. Effect op de omzet is ca. € 120.000,-
7
-
-
De tarieven voor 2024 voor schuldhulpverlening en inkomensbeheer zijn verhoogd met 5% conform de contractueel afgesproken prijsverhoging. De 5% is een inschatting van de index over 2024. Effect op de omzet is ca. € 195.000,De tarieven voor beschermingsbewind zijn verhoogd met 3,3%. Dit is een inschatting van de berekening die t.z.t. door de rijksoverheid moet worden vastgesteld. Effect op de omzet is ca. € 65.000,-
Lasten Bij de lasten voor 2024 zijn met name de personeelskosten lager begroot. Hier liggen 4 argumenten aan ten grondslag: 1. Als gevolg van de onduidelijkheid over de toekomst van de GKB is er de laatste jaren sprake geweest van veel uitstroom van vast personeel wat vervangen is door uitzendkrachten. Dat heeft geleid tot forse overschrijdingen van de begrotingen. Sinds begin 2023 is er voor gekozen om het aantal uitzendkrachten drastisch terug te brengen en er voor te kiezen om weer met tijdelijke contracten te gaan werken. Dat levert een behoorlijke kostenbesparing op. 2. Mede als gevolg van het vertrek van vast personeel is er ook veel extra personeel ingehuurd om uiteindelijk de teams weer op sterkte te krijgen. Door het inzetten van tijdelijke contracten komen de teams ook weer op sterkte en kan de inhuur van extra personeel weer afgebouwd worden. 3. Als gevolg van een hoog ziekteverzuim hebben we ook extra personeel in moeten huren. De verwachting is dat het ziekteverzuim in de loop van 2023 weer gaat afnemen en de extra inhuur daarvoor in 2024 enigszins kan afnemen. 4. De implementatie van de nieuwste versie van Xtendis moet tot efficiencybesparingen binnen de teams leiden. Deze kunnen we nu nog niet kwantificeren, maar moet tot lagere personeelskosten leiden in 2024.
Samengevat moet dit leiden tot een begrote bezetting in 2024 van 75,6 FTE (ten opzichte van een werkelijke bezetting in maart 2023 van 77,8 FTE). De personeelskosten 2024 zijn verhoogd met een index van 4% voor verwachte CAO-stijgingen. Alle overige kostenposten in de begroting 2024 zijn grotendeels gebaseerd op de werkelijke kosten 2022. Alleen de ICTkosten zijn hoger begroot als gevolg van het in gebruik nemen van de nieuwste versie van Xtendis.
8
Hoofdstuk 4 De BBV paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) gaat ervan uit dat het programmaplan verschillende programma’s bevat. Daarbij is een programma een samenhangend geheel van activiteiten. Aangezien de GKB slechts belast is met één samenhangende taak, te weten schuldhulpverlening in de meest brede zin, hebben wij het programmaplan niet opgesplitst in verschillende programma’s. In artikel 9 van het BBV zijn de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Op de GKB zijn vijf verplichte paragrafen van toepassing, 1. Weerstandsvermogen 2. Onderhoud van de kapitaalgoederen 3. Financiering 4. Bedrijfsvoering 5. Verbonden partijen. WEERSTANDSVERMOGEN Volgens het BBV is het begrip weerstandsvermogen het verband tussen weerstandscapaciteit en de risico’s, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Hieronder is een inschatting van de risico’s inclusief de geschatte impact daarvan opgenomen: Risico
Omvang risico
Dalende opbrengsten door wegvallende dienstverlening (DVO en GR gemeenten) waardoor geen sluitende bedrijfsvoering kan worden neergezet.
Wachtgeldverplichtingen als gevolg van beëindigingen dienstverband(en)
Het risico voor 2024 wordt niet hoog ingeschat. Als gevolg van het besluit van het bestuur om de termijn voor de nieuwe situatie van de GKB te verschuiven naar 1 januari 2025 is de verwachting dat alle DVO-gemeenten ook in 2024 hun diensten zullen blijven afnemen bij de GKB. Maximaal 2 jaar WW, gemiddelde kosten € 130.000 per FTE
Vervanging bij (hoog) ziekteverzuim
Gemiddeld € 85.000 per jaar bij 1 FTE langdurig ziek
Niet (tijdig) in kunnen spelen op wijzigingen in de Rijksregelgeving Discussie over omzetbelasting op diensten binnen de schuldhulpverlening
p.m. €200.000- € 400.000
Aanmeldingen. Voor 2024 zijn we uitgegaan van hetzelfde aantal aanmeldingen als de verwachting voor 2023. Het aantal aanmeldingen is van groot belang voor het aantal dossiers in portefeuille. Ook daar verwachten we in 2024 een stabiele situatie. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim is de laatste maanden opgelopen naar meer dan 7%, een stijging van meer dan 2% in een jaar tijd. Gezien de aard van het ziekteverzuim verwachten we dat dit in de loop van 2023 weer gaat dalen naar de gebruikelijke percentages.
9
Kengetallen ten aanzien van het weerstandsvermogen Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H * 100% A B C D E F G H
Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten
2022 43,10%
2023 39,85%
2024 22,01%
1.400.000 6.020.205 162.489 3.300.842 69.193 1.219.924 101.700 6.707.055
1.400.000 6.000.000 100.000 3.526.944 100.000 968.771 100.000 7.036.837
1.400.000 6.000.000 100.000 3.676.944 100.000 2.064.842 100.000 7.078.661
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dat betekent voor de schuldenlast. 2022 92,32%
2023 89,97%
2024 73,96%
1.400.000 6.020.205 162.489 69.193 1.219.924 101.700 6.707.055
1.400.000 6.000.000 100.000 100.000 968.771 100.000 7.036.837
1.400.000 6.000.000 100.000 100.000 2.064.842 100.000 7.078.661
Netto schuldquote (A+B+C-E-F-G)/H * 100% A B C E F G H
Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten
De financiële activa (verstrekte kredieten) vormen een belangrijk aandeel in de activa van de GKB. Indien men deze corrigeert op de schuldquote blijkt duidelijk dat de schulden (passiva) vrij constant zijn en een groter aandeel vormen ten opzichte van de baten dan de activa. Het beperkte eigen vermogen van de GKB speelt hier uiteraard ook een belangrijke rol in. Solvabiliteitsrisico Het solvabiliteitsrisico geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder het solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (algemene en bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. 2022 -11,68%
2023 -10,20%
2024 0,64%
-834.028 7.138.953
-693.016 6.793.009
49.080 7.689.080
Solvabiliteit (A/B) * 100% A B
Eigen vermogen Balanstotaal
Het eigen vermogen van de GKB is nagenoeg nihil. De kengetallen grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit zijn bij de GKB niet van toepassing.
10
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Gezien de staat van onderhoud verwacht de GKB geen andere onderhoudsuitgaven dan regulier, aan het pand aan de Overcingellaan te Assen. Door het vormen van een onderhoudsvoorziening kunnen toekomstige vervangingsinvesteringen, zoals verwarming en dakbedekking worden opgevangen. Gezien de onzekere toekomst van de GKB zal er vanaf 2024 geen dotatie meer plaatsvinden aan deze voorziening. FINANCIERING Op grond van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) dient de GKB jaarlijks in de jaarrekening verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. De doelstellingen, richtlijnen en limieten van het voorgestane beleid zijn vastgelegd in het treasurystatuut. TREASURYPARAGRAAF In de Wet Fido zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van de decentrale overheden. Deze wet definieert de treasuryfunctie daarbij als het aansturen en beheersen van het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. De Wet Fido zet sterk in op de eigen lokale verantwoordelijkheid. In de wet zijn normeringen vastgelegd die als richtsnoer dienen voor lokaal handelen. Voorbeelden van normeringen zijn de kasgeldlimiet, de rente risiconorm en de invulling van de publieke taak.
In het treasurystatuut zijn het begrippenkader, de doelstellingen van de treasuryfunctie en de organisatorische randvoorwaarden aangegeven. Het belangrijkste aspect van de treasuryfunctie is het beheersen van de risico’s. In tegenstelling tot de overige lokale overheden geldt voor de GKB dat als er sprake is van inkomsten uit uitzettingen, dit zonder bovenmatige risico’s is. Zoals in de Wet Fido is gedefinieerd, hebben deze uitzettingen slechts betrekking op de publieke taak van de GKB, namelijk de sociale kredietverlening. Er is nadrukkelijk, behoudens in rekening courant, geen sprake van andere uitzettingen. KASGELDLIMIET De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Dit percentage is vastgelegd in de uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. Voor 2024 is het percentage vastgesteld op 8,2%. De GKB heeft een aangepaste kasgeldlimiet aangevraagd bij de provincie Drenthe van 65%, omdat structureel sprake is van een overschrijding van de kasgeldlimiet van 8,2%. De kwartaalprognose voor 2024 van de kasgeldlimiet ziet er als volgt uit: Q1 Kasgeldlimiet (8,2%) Bijgestelde kasgeldlimiet (65%) netto vlottende schuld overschrijding kasgeldlimiet
Q2
Q3
580 4601 4609 8
580 4601 4609 8
Q4 580 4601 4609 8
580 4601 4609 8
RENTERISICONORM De renterisico’s op de vaste schuld worden ingekaderd middels de rente risiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van de vaste schuld. Het doel is om op deze wijze spreiding te krijgen in de rente typische looptijden van de leningenportefeuille. Hierdoor werkt een verandering in de rente vertraagd door in de rentelasten.
11
RENTERISICONORM EN RENTERISICO’S VAN DE VASTE SCHULD PER 31-12-2024 (BEDRAG X € 1.000) Renterisico op vaste schuld 1a Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b Renteherziening op vaste schuld u/g
0
2
0
Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
3a Nieuw aangetrokken vaste schuld o/g
0
3b Nieuw verstrekte lange leningen u/g
0
4
Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
0
5
Betaalde aflossingen
0
6
Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
0
7
Renterisico op vaste schuld (2 + 6)
0
Rente risiconorm 8
Stand van de vaste schuld per 1 januari
1.400
9
Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage
20%
10 Rente risiconorm
0
Toets Rente risiconorm 10
Rente risiconorm
7
Renterisico op vaste schuld
0 1.400
11 Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10 – 7)
-1.400
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de GKB op de gestelde norm zit. KOERSRISICO’S Omdat de GKB geen andere uitzettingen heeft, is er geen sprake van koersrisico’s. LIQUIDITEITENPLANNING De liquiditeitenplanning beperkt zich tot de korte termijn. De GKB kent geen andere verplichtingen op termijn dan de reguliere investeringen. Liquiditeitenplanning op lange termijn is voor de GKB daarom niet aan de orde. FINANCIERINGSPOSITIE EN RENTEKOSTEN De GKB maakt gebruik van de lange en korte financieringsmogelijkheden van de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten. Door een mix van deze financieringsmogelijkheden zijn de risico’s voor de GKB minimaal. In het kader van de publieke taak verstrekt de GKB sociale kredieten. Gezien vanuit het BBV is er sprake van langlopende leningen. In de praktijk blijkt dat jaarlijks circa 50 % van de kredieten wordt afgelost of overgesloten. De GKB trekt hiervoor voor een deel lange financieringsmiddelen aan. Hierdoor wordt het renterisico voor de GKB beperkt. RELATIEBEHEER De GKB maakt voor het reguliere betalingsverkeer gebruik van de ABN AMRO bank. Voor het aantrekken van andere financieringsmiddelen, kasgeld en lange leningen kan gebruik gemaakt worden van de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten). Vanwege de invoering van de leef- en beheergeld rekeningen is samenwerking voor dit deel van de dienstverlening gestart met de Rabobank.
12
VERBONDEN PARTIJEN Op grond van het BBV is een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de bank een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het gaat dus om een combinatie van beide belangen. Een financieel belang ontstaat wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (art. 1 BBV). Bestuurlijk belang ontstaat indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht, dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. De GKB is opgericht door de volgende gemeenten: - Gemeente Assen - Gemeente Meppel - Gemeente Hoogeveen Bovengenoemde gemeenten hebben in 1990 de gemeenschappelijke regeling ingesteld als rechtsopvolger van de drie volkskredietbanken. Oorspronkelijk was vooral sociale kredietverlening het gezamenlijke belang van deze samenwerking, eind vorige eeuw kreeg de GKB en belangrijke rol bij de uitvoering van schuldhulpverlening. Problematische schulden vormen een forse belemmering voor burgers en gemeenten bij het realiseren van opdrachten en ambities. De GKB levert een bijdrage aan het wegnemen van deze belemmeringen. Verbonden partijen stichtingen en verenigingen: Bij de aankoop van het huidige pand is een vereniging van eigenaren opgericht.
De GKB maakt deel uit van deze vereniging. Het tweede lid van de VVE is Inter-psy. De vereniging beheert het pand waarbij de GKB 9/10 eigenaar is en Inter-psy 1/10. De totale omvang van de gezamenlijke beheerskosten bedragen jaarlijks circa € 92.000, -. Deze kosten worden via de servicekosten omgeslagen op de vier gebruikers van het kantoor, de GKB, Inter-psy, Publiek Vervoer en het OV bedrijf Groningen-Drenthe (laatste 2 als huurders).
13
Bijlagen:
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Programmarekening 2024 Geprognosticeerde balans Berekening EMU saldo Bijdragen GR-gemeenten
14
Bijlage 1 Programmarekening 2024 Begroting 2023
Extrapolatie 2023
Begroting 2024
BATEN Kredietverlening (KV) Rente opbrengsten leningen Totaal
296.548 296.548
285.000 285.000
300.000 300.000
Schuld oplossen (TSO) Gemeente Lid GR Gemeente DVO Zelfbetalers Schuldbemiddeling beheer Financeel beheer Totaal
621.788 1.097.893 11.176 100.958 27.168 1.858.984
496.227 850.600 11.176 120.000 30.000 1.508.003
677.473 959.031 120.000 30.000 1.786.504
Budgetbeheer (BBR) Gemeente Lid GR Gemeente DVO Zelfbetalers Totaal
790.003 961.541 380.934 2.132.478
774.140 900.798 486.456 2.161.393
921.398 990.789 541.173 2.453.360
Beschermingsbewind (OBS) Gemeente Lid GR Gemeente DVO Zelfbetalers Totaal
719.297 697.685 1.002.747 2.419.729
596.043 382.115 985.826 1.963.984
615.713 394.725 1.018.358 2.028.796
Projecten (P) Budgetcoaching Tynaarlo O2 Provincie Drenthe PRAS Totaal
90.000 90.000
200.000 200.000
260.000 260.000
Overig (O) Verhuur etages kantoorpand Incidentele opbrengsten Data analyse Rente opbrengsten gebouwen Totaal
89.097 20.000 130.000 239.097
100.000 20.000
100.000 20.000
130.000 250.000
130.000 250.000
Bijdrage GR leden
692.708
956.071
395.716
Totaal Opbrengsten
7.729.545
7.324.453
7.474.377
4.634.542 1.283.429 165.977 6.083.948
4.306.179 1.155.474 245.000 5.706.653
4.830.458 986.419 200.000 6.016.877
Apparaatkosten Automatisering Huisvesting Totaal
385.492 260.650 646.143
400.000 260.000 660.000
400.000 260.000 660.000
Afschrijvingen Gebouwen Automatisering Kantoorinvenataris Totaal
100.664 283.839 20.535 405.038
100.000 300.000 20.000 420.000
100.000 275.000 20.000 395.000
Algemene kosten Accountantskosten Portokosten Telefoonkosten Betalingsverkeer Drukwerk Algemene kosten
85.219 74.058 46.323 59.921 15.780 206.115
85.000 70.000 50.000 60.000 20.000 202.800
75.000 50.000 45.000 80.000 20.000 117.500
Totaal
487.416
487.800
387.500
Dotatie voorzieningen Risicoreserve Onderhoudsvoorziening Totaal
100.000 7.000 107.000
50.000 50.000
15.000 15.000
7.729.545
7.324.453
7.474.377
-0
-
-
LASTEN Personeelskosten Inhuurkosten Overige personeelskosten Totaal
Totaal lasten Saldo van baten en lasten
15
Bijlage 2: Geprognosticeerde balans ACTIVA
31-12-2024
31-12-2023
Vaste activa
31-12-2024
31-12-2023
Vaste passiva
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa Leningen u/g Doorlopende kredieten Debiteurenvoorziening
PASSIVA
1.747.294
3.233.984 442.960
Totaal vaste activa
2.097.294
3.133.984 392.960
Eigen vermogen Algemene reserve Gerealiseerd resultaat na bestemming Bestemmingsreserves
9.819
9.819 -956.071 39.261
39.261
Totaal eigen vermogen
49.080
-906.991
140.000
200.000
3.676.944
3.526.944
Voorzieningen
5.424.238
5.624.238
Langlopende leningen
1.400.000
1.400.000
Totaal vaste passiva
1.589.080
693.009
Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Overige uitzettingen Overige vorderingen
Netto-vlottende schulden Schulden aan openbare lichamen Overige schulden
100.000
100.000
6.000.000
6.000.000 6.000.000
100.000
100.000
Liquide middelen
2.064.842
968.771
Overlopende activa
100.000
100.000
Totaal vlottende activa
2.264.842
1.168.771
TOTAAL ACTIVA
7.689.080
6.793.009
16
Overlopende passiva Vooruitontvangen SHV Overige
100.000
6.000.000
100.000 100.000
100.000
Totaal vlottende passiva
6.100.000
6.100.000
TOTAAL PASSIVA
7.689.080
6.793.009
Bijlage 3: Berekening EMU saldo Berekening EMU saldo 2023 t/m 2026 2023
2024
2025
2026
Volgens begroting 2023
Volgens begroting 2024
Volgens meerjarenraming in begroting 2024
Volgens meerjarenraming in begroting 2024
0
0
1.813
1.267
405.038
395.000
395.000
395.000
7.000
0
0
0
Omschrijving
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie
0 4
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
0
0
0
0
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
0
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
7
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
8
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen
10
Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
11 a b
Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
nee ja
Berekend EMU-saldo
17
ja
nee
nee
ja
ja
nee
nee
0
0
0
0
412.038
395.000
396.813
396.267
Bijlage 4 Bijdrage GR-gemeenten
Bijdragen GR-gemeenten
2023
2024
2025
2026
2027
Schuldhulpverlening Assen Hoogeveen Meppel
307.611 136.044 52.025
409.492 191.315 76.037
421.777 197.054 78.318
434.430 202.966 80.667
447.463 209.055 83.087
Inkomensbeheer Assen Hoogeveen Meppel
431.874 225.130 117.126
500.997 275.754 144.345
516.027 284.027 148.675
531.508 292.547 153.135
547.453 301.324 157.729
Beschermingsbewind Assen Hoogeveen Meppel
266.678 213.017 117.748
275.478 220.047 121.634
283.743 226.648 125.283
292.255 233.448 129.041
301.023 240.451 132.913
Exploitatietekort Assen Hoogeveen Meppel
299.394 242.439 150.875
171.031 138.496 86.189
1.305.556 816.631 437.774
1.356.999 825.612 428.204
1.221.547 707.729 352.276
1.258.193 728.961 362.844
1.295.939 750.830 373.729
2.559.962
2.610.815
2.281.552
2.349.998
2.420.498
Totaal Assen Hoogeveen Meppel
18