CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022_vastgesteld_1.pdf

Raadsavond 8 september 2022, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Beheersverordeningen Buitengebied Noord en Buitengebied Zuid 202234.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

van het bepaalde in 3.2.1 en de bouw toestaan van een mestsilo buiten het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak tot een inhoud van 2.500 m³ en met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m (exclusief afdekking), met dien verstande dat deze afwijking niet van toepassing i s voorzover de gronden zijn aangeduid met 'open gebied', mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceel aanwezig i s of; vanwege milieuhygiënische knelpunten realisering op het bouwperceel ongewenst i s of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd. 8. van het bepaalde in 3.2.1. en de bouw toestaan van sleufsilo's buiten het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak tot een bouwhoogte van 3 m en tot een inhoud van maximaal 2.500 m³; 9.

van het bepaalde in 3.2.2 en de verbouw toestaan van een bestaande woning met bijgebouwen tot buitenplaats met een minimum oppervlakte van 300 m² en een maximum oppervlakte van 600 m², mits: het gelegen i s op de gronden aangeduid met 'landschapsbouw'; sprake i s van (de aanplant van) minimaal 1 ha bos; de woning op een hoek of een overgang in het landschapsbeeld staat, dan wel de beëindiging van een zichtlijn vormt of een soortgelijke prominente plaats; door de situering, afmetingen, kleurstelling en bouwstijl van de gebouwen het karakter a l s buitenplaats wordt verkregen; het erf van voldoende omvang i s (ten minste 1.500 m²); 10. van het bepaalde in 3.2.2 en het afwijken van de bestaande verschijningsvorm toestaan bij her- en/of verbouw van een bestaand hoofdgebouw, uitsluitend voorzover het pand op de verbeelding i s aangeduid met 'woning' of 'dubbele woning', mits: bestaande verschijningsvorm stedenbouwkundig gezien niet de meest gewenste is; indien van toepassing bij het wijzigen van de verschijningsvorm rekening wordt gehouden met de ter plaatse geldende uitgangspunten zoals deze in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit zijn vastgelegd; b.

De onder a bedoelde afwijking mag: 1. geen onevenredige afbreuk doen aan de in 3.1 omschreven waarden; 2. geen onevenredig negatieve invloed hebben op het milieu, de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater; 3. geen negatieve invloed hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van andere gronden en gebouwen

c.

Voorzover de afwijking onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid a l s 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek i s gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijking betrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek i s tevens van toepassing op een strook van 50 m rond de verbeelding met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde' aangeduide gebieden.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 82

8 september 2022

3.5 a.

b.

Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in 3.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning met uitzondering van mantelzorg; 2. het gebruik van de gronden voor een paardenbak, met uitzondering van alle soorten agrarische bedrijven en niet agrarische bedrijven categorie B1; 3. het gebruik van recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen ten behoeve van permanente bewoning; 4. het gebruik van kampeermiddelen ten behoeve van bewoning. Gebruik van ruimten binnen de (bedrijfs)woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4.

er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit of e-commerce; 5. ten behoeve van e-commerce i s geen showroom aanwezig.

3.6 a. b.

c.

d. e.

f.

Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.5 indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd; Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken voor het aanbrengen van mestopslagplaatsen, welke niet a l s bouwwerk worden aangemerkt, tot een inhoud van 2.500 m³, buiten het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceel aanwezig i s of; vanwege milieuhygiënische knelpunten realisering op het bouwperceel ongewenst i s of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van het gebruik van gronden voor een paardenbak bij omgevingsvergunning afwijken van de regels, met dien verstande dat: 1. de afwijking alleen betrekking heeft op de aanduiding 'woning' en 'dubbele woning'; 2. de afstand tot het erf niet meer dan 30 m bedraagt; 3. de afstand tussen de paardenbak en een bestaande woning van derden ten minste 15 m bedraagt; 4. de oppervlakte van de paardenbak niet meer dan 800 m² bedraagt; 5. een open omheining wordt toegepast met een maximale hoogte van 2 m; 6.

de paardenbak niet i s voorzien van bestrating of andere verharding; 7. de hoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 3,5 m met dien verstande dat de lampen moeten worden voorzien van een afschermende kap, waardoor de lichtbundel uitsluitend i s gericht op de paardenbak, zodat de omgeving gevrijwaard blijft van lichthinder; 8. een goede landschappelijke inpassing i s gewaarborgd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van evenementen bij omgevingsvergunning afwijken van de regels. Voorzover de onder b, c en d genoemde afwijking gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek i s gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijking betrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek i s tevens van toepassing op een strook van 50 m rond de plankaart met 'terrein van archeologische betekenis' aangeduide gebieden. De onder b, c en d genoemde afwijking mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in 3.1 omschreven waarden.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 83

8 september 2022

3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c. d. e.

f.

g. h.

Het i s verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van beplantingen ten behoeve van de teelt van laan- en parkbomen en boomfruit, alsmede bos voorzover de gronden niet zijn aangeduid met 'open gebied' en/of 'Eerste Oosterveld'; 2. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen en parkeervoorzieningen. 3. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 4. het aanbrengen van lijnvormige beplantingen; 5. het aanbrengen van drainage en/of een greppelsysteem, het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek), het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen voorzover het gronden betreft die zijn aangeduid met 'hydrologisch aandachtsgebied'; 6. egaliseren. De sub a bedoelde vergunning i s niet vereist indien: 1. werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud tot doel hebben; 2. de sub a, onder 4 bedoelde vergunning i s niet vereist indien sprake i s van erfbeplanting; 3. de sub a, onder 1 bedoelde vergunning i s niet vereist indien de aaneengesloten oppervlakte (inclusief bestaand) voor dit doel minder dan 1 ha gaat bedragen.

Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z'n geheel in de beoordeling betrokken. De sub a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in lid 3.1 omschreven waarden. Indien de aanlegvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies. Voorzover de sub a, onder 5 bedoelde vergunning betrekking heeft op gronden die zijn aangeduid met 'hydrologische aandachtsgebied' en tevens op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding 'bestaand bos', zal het verzoek om aanlegvergunning mede worden afgewogen op basis van de gevolgen voor het omliggende agrarische gebied. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt, voorzover deze betrekking heeft op de aanplant van bos, niet eerder verleend dan nadat advies i s ingewonnen bij de provincie Drenthe. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt niet verleend indien a l s gevolg van de bosaanplant omliggende agrarische bedrijven in de (toekomstige) uitbreidingsmogelijkheden worden belemmerd.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 84

8 september 2022

Artikel 4 4.1

Agrarisch II

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch II' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden;

en voor de volgende sociaal-economische doeleinden: b. c. d. e.

uitoefening van het agrarisch bedrijf; bosbouw; dagrecreatie; wonen, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'woning', 'woning landgoed' en/of 'dubbele woning'; f. kwekerij, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'kwekerij'; g. tuincentrum, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'tuincentrum'; h. niet-agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2; i . volkstuincomplex, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'volkstuincomplex'; j. maatschappelijke doeleinden, uitsluitende ter plaatse van de aanduiding "maatschappelijke doeleinden"; k. begraafplaats, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'begraafplaats; l . dierenbegraafplaats, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'dierenbegraafplaats'; m. sportterrein, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'sportterrein'; n. manege, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'manege'; o. bestaand bos, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'bestaand bos'; p. opslagterrein, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'opslagterrein'; q. verkeer, uitsluitend voorzover het de bestaande wegen betreft; r. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; s .

zend- en ontvangstinstallaties uitsluitend voor zover de gronden zijn aangegeven met 'zend-/ontvangstinstallantie'; t. ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken.

4.1.1

Nadere uitwerking bestemmingsomschrijving

In het doel 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' is het aanbrengen van landschapselementen groter dan 1 ha niet begrepen. In het doel 'tuincentrum' is detailhandel in speelmaterialen, erfafscheidingsproducten, tuinhuisjes, bestratingsmaterialen et cetera begrepen. Binnen het gebied dat op de toetsingskaart is voorzien van de aanduiding 'nieuw vestiging tuincentra en kwekerijen (detail- en groothandel)' is groothandel in bomen, struiken en planten in het doel 'tuincentrum' inbegrepen. In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' zijn kwekerijen niet begrepen. In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' is het vergisten van mest/organische bijproducten begrepen tot een doorzet van maximaal 100 ton per etmaal. Het doel 'volkstuincomplex' is beperkt tot de inrichting en het gebruik van het perceel voor het telen van gewassen ten behoeve van consumptie, alsmede het oprichten van (teelt)ondersteunende gebouwen. Mestopslagplaatsen, toren- en sleufsilo's, buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, zijn niet in het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' begrepen.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 85

8 september 2022

Het doel 'bosbouw' is beperkt tot bestaand bos, bestaande bosstroken en de aanleg van bos en bosstroken. De aanleg van bos en bosstroken is niet toegestaan voorzover de gronden zijn aangeduid met 'open gebied'. Het doel 'niet-agrarische bedrijven' is beperkt tot de op het moment dat de beheersverordening is vastgesteld aanwezige bedrijfsuitoefening en voor nijverheidsbedrijven of ambachtelijke of dienstverlenende bedrijven (waaronder opslag begrepen) genoemd in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijven dan wel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven. Bij de beoordeling of sprake is van een bedrijf dat wat betreft het leefklimaat vergelijkbaar is met de bedrijven genoemd in de categorieën 1 en 2, ligt de nadruk op de aspecten geluid, lucht, water, bodem en verkeer. In het doel 'Ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken' geldt dat nieuwe ontsluitingsvoorziening alleen zijn toegestaan, voor zover de overige doeleinden uit de bestemming niet in hun doelmatig gebruik en/of hun functie worden beperkt.

De doeleinden ten aanzien van het behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden worden nagestreefd door middel van behoud en/of herstel van de volgende essentiële ruimtelijke randvoorwaarden: kleinschalig gebied; afwisseling tussen open landbouw en besloten bosstroken; waardevolle oudere loofbosjes, houtwallen en houtsingels; waardevolle poelen i s bosgebied bij Derde Wijk; cultuurhistorische waardevolle wijken; lintbebouwing en verspreide bebouwing; bebouwing in één bouwlaag met kap.

Het doel 'dagrecreatie' is beperkt tot de inrichting en het gebruik van de bestaande dagrecreatieve terreinen en van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknick-plaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen en voorzover op de plankaart aangegeven met 'dagrecreatie' tevens voor een golfterrein. Van de in de bestemming begrepen wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen. 4.1.2 a.

Onderlinge verhoudingen

Ondergeschikte doeleinden

Alle overige doeleinden zijn ondergeschikt aan het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden'. b.

Bovengeschikte doeleinden

Het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf'en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' zijn bovengeschikt aan de overige doeleinden. c.

Nevengeschikte doeleinden

Voorzover de onderlinge verhouding niet is aangemerkt als ondergeschikt of bovengeschikt zijnde doeleinden nevengeschikt aan elkaar. Voorzover activiteiten slechts toelaatbaar zijn op grond van een afwijking of aanlegvergunning zal voorzover het betreft het behoud en/of herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden de onderlinge verhouding worden bepaald ten opzichte van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de in 4.1 genoemde kenmerken en kwaliteiten.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 86

8 september 2022

4.2

Bouwregels

4.2.1

Bebouwing ten dienste van de bedrijfsmatigeuitoefening van het agrarisch bedrijf

de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf', mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing waarbij een intensieve tak i s uitgesloten, ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden agrarisch bedrijf', mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha; de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak', mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha.

4.2.1.1 Bedrijfsgebouwen van gebouwen mag de goot- en bouwhoogte ten hoogste 4,5 m, respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangeduid met 'grondgebonden agrarisch bedrijf' en 'grondgebonden agrarische bedrijf met bestaande intensieve tak' ten hoogste 250 m² dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen indien deze meer bedraagt; de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangeduid met 'agrarisch bedrijf' ten hoogte de bestaande oppervalkte bedragen, vermeerderd met 250 m2 of ten hoogste 10 % van de bestaande oppervlakte indien deze oppervlakte meer dan 2500 m2 bedraagt; onder bedrijfsgebouwen zijn kassen toegestaan met een bouwhoogte van meer dan 1,2 m tot een oppervlakte van 1000 m2.

4.2.1.2 Bedrijfswoningen Per bedrijf is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; 4.2.1.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 12 m bedragen binnen het genoemde aaneengesloten oppervlak van 1,5 ha; Buiten het genoemde aaneengesloten oppervlak van 1,5 ha: 1. i s de bouw van kassen alleen toegestaan op gronden aangeduid met 'lage kassen toegestaan'en tot een bouwhoogte van 1,2 m; 2. is de bouw van overkappingen niet toegestaan; 3. mogen uitsluitend andere bouwwerken, niet zijnde overkappingen en mest- en sleufsilo's, worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 3 m.

4.2.1.4 Overige bepalingen De bebouwing dient per bedrijf te worden geconcentreerd binnen een denkbeeldige vierhoek. De uitbreidingsrichting dient aan te sluiten bij het aanwezige bebouwingspatroon, waarbij tevens rekening dient te worden gehouden met het uitzicht van woningen.

4.2.2

Bebouwing ten dienste van wonen

4.2.2.1 Bouwregels hoofdgebouw a. b.

Ten behoeve van wonen i s per met 'woning' aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan; per met 'dubbele woning' aangeduid gebied zijn ten hoogste twee woningen toegestaan, uitsluitend in de vorm van twee-aaneen-gebouwde woningen dan wel in de vorm van twee

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 87

8 september 2022

c. d. e. f. g. h. i.

wooneenheden in een voormalig agrarisch bedrijf; bij nieuwbouw dient het hoofdgebouw binnen 30 meter van de aanduiding 'woning' of 'dubbele woning' te worden gebouwd; de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m en de bouwhoogte maximaal 10 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap, waarvan de helling minimaal 30° en maximaal 60° dient te bedragen; bij verbouw dient te worden aangesloten bij de bestaande verschijningsvorm; de oppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 200 m², dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is; In afwijking hiervan mag op de gronden aangeduid met 'straalpad' de hoogte van de bouwwerken niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven hoogte.

4.2.2.2 Bouwregels bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende bepalingen gelden: a.

De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedragen maximaal: 1. 150 m2 bij een erf met een oppervlakte tot 1.500 m2; 2. 175 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 1.500 m2 tot 2.000 m2; 3. 200 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 2.000 m2 en groter;

met dien verstande dat: b. c. d. e. f.

g. h.

i.

ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen; de bouwhoogte niet meer dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte in ieder geval 6 meter mag bedragen, ongeacht de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de goothoogte bedraagt maximaal 3 m, dan wel de bestaande goothoogte; aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen mogen tot maximaal 100% van de oppervlakte van het hoofdgbouw plat worden afgedekt, indien de oppervlakte van aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen meer dan 100% van de oppervlakte van het hoofdgbouw bedraagt moeten deze voorzien zijn van een kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; een vrijstaande bijgebouw moet zijn voorzien van kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; In aanvulling op het bepaalde onder sub a tot en met sub g i s de bestaande maatvoering toegestaan, met uitzondering van op het tijdstip van inwerking treden van het plan bestaande maatvoering die i s gebouwd zonder vergunning en in strijd i s met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Wanneer dit bestaande bijgebouw wordt gesloopt i s voor de bebouwing het bepaalde onder sub a tot en met sub g van toepassing, met uitzondering van de oppervlakte. Hiervoor geldt dat de bestaande overschrijding van het aantal vierkante meters aan aan- en bijgebouwen terug mag worden gebouwd, tot een maximum van 500 m2 aan aan- en bijgebouwen. Hierbij zijn de m 2's die bij recht zijn toegestaan inbegrepen; In afwijking hiervan mag op de gronden aangeduid met 'straalpad' de hoogte van de bouwwerken niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven hoogte.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 88

8 september 2022

4.2.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.

maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd.

4.2.3 a. b. c. d. e. f. g.

Ten behoeve van de betreffende bedrijven op de verbeelding aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2' mag de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10% worden vergroot; indien er sprake i s van een bouwvlak, dient gebouwd te worden binnen het bouwvlak; de goot- en bouwhoogte van de gebouwen mogen maximaal 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; per op de verbeelding met 'bedrijven, categorie B1' aangeduid bedrijf i s de bouw van maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Voor het overige i s de bouw van bedrijfswoningen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoningen, niet toegestaan; wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen.

4.2.4 a. b. c. d. e. f.

b. c. d. e. f. g.

c. d. e. f.

b.

Bebouwing ten dienste van kwekerij en tuincentrum

Gebouwd dient te worden binnen het bouwvlak; de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt respectievelijk ten hoogste 3,5 m en 8 m dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte, indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 2,5 m; per op de plankaart met "kwekerij" of "tuincentrum" aangeduid bedrijf, i s de bouw van maximaal één bedrijfswoningen toegestaan, Voor het overige i s de bouw van bedrijfswoningen, met uitzondering van bestaande bedrijfswoningen , niet toegestaan; wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen.

4.2.7 a.

Bebouwing ten dienste van manege

Ten behoeve van de op de verbeelding met "manege" aangeduide gronden mag de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10% worden vergroot; er dient gebouwd te worden binnen het bouwvlak; de goot- en bouwhoogte van gebouwen mogen maximaal 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 2,5 m; de bouw van bedrijfswoningen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoningen, niet toegestaan; wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen.

4.2.6 a. b.

Bebouwing ten dienste van maatschappelijkedoeleinden

Ten behoeve van de op de verbeelding met "maatschappelijke doeleinden" aangeduide gronden mag de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10% worden vergroot; de goot- en bouwhoogte van gebouwen mogen maximaal 3,5 m respectievelijk 8 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 2,5 m; de bouw van bedrijfswoningen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoningen, niet toegestaan; wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen.

4.2.5 a.

Bebouwing ten dienste van niet-agrarische bedrijven

Bebouwing ten dienste van sportterrein

Ten behoeve van de op de verbeelding met "sportterrein" aangeduide gronden mag maximaal 4% van de oppervlakte worden bebouwd ten behoeve van beheergebouwen en kleed- en wasruimtes; De bouwhoogte van gebouwen mag maximaal 10 m, dan wel ten hoogste de bestaande bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedraagt;

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 89

8 september 2022

c. d.

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag met uitzondering van verlichting, ballenvangers en tribunes, ten hoogste 3 m bedragen; Per sportvereniging i s ten hoogste 1 lichtkrant toegestaan met een hoogte van 3 m, een breedte van 1,5 m en een dikte van 0,5 m.

4.2.8 a. b. c. d.

Ten behoeve van "agrarische loods" i s het bouwen van bouwwerken beperkt tot één gebouw, dan wel ten hoogste het bestaande aantal gebouwen; De oppervlakte van de gebouwen bedraagt ten hoogste 250 m2, dan wel de bestaande oppervlakte; De goot- en bouwhoogte van gebouwen mag maximaal 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen; De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m.

4.2.9 a.

b. c.

d.

Bebouwing ten dienste van agrarische loods

Bebouwing ten dienste van overige doeleinden

Ten behoeve van het doel 'volkstuinencomplex' mag per kavel van 100 m2 maximaal 15 m2 aan (teelt) ondersteunende gebouwen worden opgericht. De maximale bouwhoogte bedraagt 2,5 m, dan wel de bestaande bouwhoogte. Ten behoeve van het beheer van het complex en algemeen gebruik voor de opslag van tuingereedschap mag een gebouw worden gebouwd van maximaal 50 m2. De goot- en bouwhoogte van het gebouw mag maximaal 2,5 m respectievelijk 3,5 m, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 2,5 m bedragen. Voor het doel 'verkeer' i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 12 m; Ten behoeve van de doelen 'begraafplaats' en ' dierenbegraafplaats' i s het bouwen van bouwwerken beperkt tot 5% van deze gronden en i s de bouwhoogte van bouwwerken beperkt tot maximaal 6 m, met dien verstande dat het realiseren van een bedrijfswoning ten behoeve van de doel 'begraafplaats' en 'dierenbegraafplaats' niet i s toegestaan. De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; Voor de overige doeleinden i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 3 m.

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: a.

b. c. d. e.

de plaats van de bebouwing ten behoeve van agrarische bedrijven in die zin dat: 1. dient te worden gebouwd binnen een denkbeeldige rechthoek; 2. de maximale breedte langs de weg ten hoogste 100 m en de maximale diepte ten hoogste 150 m mag bedragen; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en dakvorm en afmeting van de gebouwen; de situering van woningen en aanbouwen en bijgebouwen; de situering van gebouwen en bouwwerken bij agrarische bedrijven in die zin dat wordt gestreefd naar een geconcentreerde vorm van bebouwing binnen een bouwvlak; de verhouding tussen de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aanbouwen en bijgebouwen.

4.4 a.

Afwijken bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van: 1. van het bepaalde in 4.2.1.2 en de bouw van een tweede bedrijfswoning toestaan bij een agrarisch bedrijf, mits wordt gebouwd binnen het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, mits: de noodzaak van de tweede bedrijfswoning i s aangetoond voor de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf; de levensvatbaarheid van het agrarisch bedrijf i s aangetoond. 2. van het bepaalde in 4.2.1 en een vergroting van het oppervlak ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee toestaan, bij de met 'grondgebonden agrarisch bedrijf' aangeduide bedrijven, indien dit noodzakelijk i s op basis van wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid, mits wordt gebouwd binnen het 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak; 3. van het bepaalde in 4.2.1. en een vergroting van het oppervlak ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee toestaan, bij de met 'grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande intensieve tak' en 'agrarisch bedrijf' aangeduide bedrijven, indien dit

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 90

8 september 2022

b.

noodzakelijk i s op basis van wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid, mits wordt gebouwd binnen het 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak; 4. van het bepaalde in 4.2.1 en 4.2.6 en een grotere goothoogte van agrarische bedrijfsgebouwen, kwekerijen en tuincentra toestaan tot een goothoogte van 5 m; 5. van het bepaalde in 4.2.3 en uitbreiding van bebouwing ten dienste van niet-agrarische bedrijven toestaan, uitsluitend voorzover deze op de plankaart zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B1', mits de oppervlakte met niet meer dan 25% wordt vergroot; 6. van het bepaalde in 4.2.3 een vergroting van bebouwing ten dienste van niet agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover deze op de verbeelding zijn aangeduid met "bedrijven, categorie B1", van meer dan 25%, mits: vooraf een verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten i s verkregen; de bedrijfseconomische noodzaak i s aangetoond; 7. van het bepaalde in 4.1 en de bouw van veestallen en schuilstallen op de gronden die zijn aangeduid met 'hobbystallen en schuilstallen' met een goothoogte van maximaal 2,5 m, mits wordt gebouwd in één bouwlaag met kap; de oppervlakte bijbehorende agrarische cultuurgrond ten minste 1 ha bedraagt; de oppervlakte tot 2 ha bijbehorende cultuurgrond niet meer dan 25 m2 bedraagt en bij meer dan 2 ha niet meer dan 50 m2. 8.

van het bepaalde in 4.2.1 en de bouw toestaan van een mestsilo buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak tot een inhoud van 2.500 m³ en met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m (exclusief afdekking), met dien verstande dat deze afwijking niet van toepassing i s voorzover de gronden zijn aangeduid met 'open gebied'; mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceel aanwezig i s of ; vanwege milieuhygiënische knelpunten realisering op het bouwperceel ongewenst i s of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd. 9. van het bepaalde in 4.2.1 en de bouw toestaan van sleufsilo's buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak tot een bouwhoogte van 3 m en tot een inhoud van maximaal 2.500 m³; 10.

van het bepaalde in 4.2.2 de verbouw toestaan van een bestaande woning met bijgebouwen tot buitenplaats met een minimum oppervlakte van 300 m² en een maximum oppervlakte van 600 m², mits: het gelegen i s op de gronden aangeduid met 'landschapsbouw'; sprake i s van (de aanplant van) minimaal 1 ha bos; de woning op een hoek of een overgang in het landschapsbeeld staat, dan wel de beëindiging van een zichtlijn vormt of een soortgelijke prominente plaats; door de situering, afmetingen, kleurstelling en bouwstijl van de gebouwen het karakter a l s buitenplaats wordt verkregen; het erf van voldoende omvang i s (ten minste 1.500 m²); 11. van het bepaalde in 4.2.2 en het afwijken van de bestaande verschijningsvorm toestaan bij her- en/of verbouw van een bestaand hoofdgebouw, uitsluitend voorzover het pand op de verbeelding i s aangeduid met 'woning' of 'dubbele woning', mits: bestaande verschijningsvorm stedenbouwkundig gezien niet de meest gewenste is; indien van toepassing bij het wijzigen van de verschijningsvorm rekening wordt gehouden met de ter plaatse geldende uitgangspunten zoals deze in de nota ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd; De onder a bedoelde afwijking mag: 1. geen onevenredige afbreuk doen aan de in 4.1 omschreven waarden; 2. geen onevenredig negatieve invloed hebben op het milieu, de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater; 3.

geen negatieve invloed hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van andere gronden en gebouwen.

4.5 a.

Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in 4.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning met uitzondering van mantelzorg; 2. het gebruik van de gronden voor een paardenbak, met uitzondering van alle soorten agrarische bedrijven en niet agrarische bedrijven categorie B1;

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 91

8 september 2022

3. b.

het gebruik van recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen ten behoeve van permanente bewoning; 4. het gebruik van kampeermiddelen ten behoeve van bewoning. Gebruik van ruimten binnen de (bedrijfs)woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4. er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit of e-commerce; 5. ten behoeve van e-commerce i s geen showroom aanwezig.

4.6 a. b.

c.

d. e.

Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.5 indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd; Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken voor het aanbrengen van mestopslagplaatsen, welke niet a l s bouwwerk worden aangemerkt, tot een inhoud van 2.500 m³, buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceel aanwezig i s of; vanwege milieuhygiënische knelpunten realisering op het bouwperceel ongewenst i s of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van het gebruik van gronden voor een paardenbak bij omgevingsvergunnning afwijken van de regels, met dien verstande dat: 1. de afwijking alleen betrekking heeft op de aanduiding 'woning' en 'dubbele woning'; 2. de afstand tot het erf niet meer dan 30 m bedraagt; 3. de afstand tussen de paardenbak en een bestaande woning van derden ten minste 15 m bedraagt; 4. de oppervlakte van de paardenbak niet meer dan 800 m² bedraagt; 5. een open omheining wordt toegepast met een maximale hoogte van 2 m; 6.

de paardenbak niet i s voorzien van bestrating of andere verharding; 7. de hoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 3,5 m met dien verstande dat de lampen moeten worden voorzien van een afschermende kap, waardoor de lichtbundel uitsluitend i s gericht op de paardenbak zodat de omgeving gevrijwaard blijft van lichthinder; 8. een goede landschappelijke inpassing i s gewaarborgd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van evenementen bij omgevingsvergunning afwijken van de regels. De onder b, c en d genoemde afwijking mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in 4.1 omschreven waarden.

4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

Het i s verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van beplantingen ten behoeve van de teelt van laan- en parkbomen en boomfruit, alsmede bos voorzover de gronden niet zijn aangeduid met 'open gebied'; 2. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen en parkeervoorzieningen; 3. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 4. het aanbrengen van lijnvormige beplantingen; 5. het aanbrengen van drainage en/of een greppelsysteem, het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek), het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 92

8 september 2022

b.

c. d. e. f.

g. h.

aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen voorzover het gronden betreft die zijn aangeduid met 'hydrologisch aandachtsgebied'; 6. het dempen van wijken; 7. egaliseren. De sub a bedoelde vergunning i s niet vereist indien: 1. werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud tot doel hebben; 2. De in sub a, onder 4 bedoelde vergunning i s niet vereist indien sprake i s van erfbeplanting. Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z'n geheel in de beoordeling betrokken. De sub a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in 4.1 omschreven waarden. Indien de aanlegvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies. Voorzover de sub a, onder 5 bedoelde vergunning betrekking heeft op gronden die zijn aangeduid met 'hydrologische aandachtsgebied' en tevens zijn voorzien van de aanduiding 'bestaand bos', zal het verzoek om aanlegvergunning mede worden afgewogen op basis van de gevolgen voor het omliggende agrarische gebied.

De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt, voorzover deze betrekking heeft op de aanplant van bos, niet eerder verleend dan nadat advies i s ingewonnen bij de de provincie Drenthe. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt niet verleend indien a l s gevolg van de bosaanplant omliggende agrarische bedrijven in de (toekomstige) uitbreidingsmogelijkheden worden belemmerd.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 93

8 september 2022

Artikel 5 5.1

Agrarisch III

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch-3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden;

en voor de volgende sociaal-economische doeleinden: b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden, uitsluitend voor zover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'natuur'; uitoefening van het agrarisch bedrijf; dagrecreatie; bosbouw, met uitzondering van de gronden op de verbeelding aangeduid met 'open gebied'; wonen, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'woning' en/of 'dubbele woning'; kwekerij, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'kwekerij' bestaand bos, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'bestaand bos'; niet-agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B2'; verkeer, uitsluitend voorzover het de bestaande wegen betreft; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken.

5.1.1

Nadere uitwerking bestemmingsomschrijving

In het doel 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' is het aanbrengen van landschapselementen groter dan 1 ha niet begrepen. In het doel 'kwekerij'is detail- en groothandel begrepen uitsluitend voorzover het ter plaatse gekweekte producten betreft. In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' zijn kwekerijen alsmede het kweken van laan- en parkbomen en boomfruitteelt niet begrepen. In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' is het vergisten van mest/organische bijproducten begrepen tot een doorzet van maximaal 100 ton per etmaal. Mestopslagplaatsen, toren- en sleufsilo's buiten het in 5.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, zijn niet in het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' begrepen. Het doel 'niet-agrarische bedrijven' is beperkt tot de op het moment dat de beheersverordening is vastgesteld aanwezige bedrijfsuitoefening en voor nijverheidsbedrijven of ambachtelijke of dienstverlenende bedrijven (waaronder opslag begrepen) genoemd in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijven dan wel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven. Bij de beoordeling of sprake is van een bedrijf dat wat betreft het leefklimaat vergelijkbaar is met de bedrijven genoemd in de categorieën 1 en 2, ligt de nadruk op de aspecten geluid, lucht, water, bodem en verkeer.

In het doel 'Ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken' geldt dat nieuwe ontsluitingsvoorziening alleen zijn toegestaan, voor zover de overige doeleinden uit de bestemming niet in hun doelmatig gebruik en/of hun functie worden beperkt. De doeleinden ten aanzien van het behoud en herstel, en voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid als 'natuur' de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden worden nagestreefd door middel van behoud, herstel en/of, voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid als 'natuur', de ontwikkeling van de volgende essentiële ruimtelijke randvoorwaarden: Grootschalige open veenwiedegebied met verspreide bomen en bosjes; cultuurhistorisch waardevolle wijken; waardevolle vegetatie in sloten en wijken; Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 94

8 september 2022

open gebied van belang voor weidevogels; zwanen, ganzen en steltlopers; enkele waardevolle poelen; verspreide waardevolle loofbosjes; slechts enige verspreide bebouwing; bebouwing in één bouwlaag met k a p

Het doel 'dagrecreatie' is beperkt tot de inrichting en het gebruik van de bestaande dagrecreatieve terreinen en van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen. Het doel 'bosbouw' is beperkt tot bestaand bos of bosstroken. Van de in de bestemming begrepen wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen. 5.1.2 a.

Onderlinge verhoudingen

Ondergeschikte doeleinden

Alle overige doeleinden zijn ondergeschikt aan de doeleinden 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' (met uitzondering van intensieve veehouderij) en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden'. b.

Bovengeschikte doeleinden

De doeleinden 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' (met uitzondering van intensieve veehouderij) en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' zijn bovengeschikt aan de overige doeleinden. c.

Nevengeschikte doeleinden

Voorzover de onderlinge verhouding niet is aangemerkt als ondergeschikt of bovengeschikt zijn de doeleinden nevengeschikt aan elkaar. Voorzover activiteiten slechts toelaatbaar zijn op grond van een afwijking of aanlegvergunning zal voorzover het betreft het behoud en/of herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden de onderlinge verhouding worden bepaald ten opzichte van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de in 5.1 genoemde kenmerken en kwaliteiten.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Bebouwing ten dienste van de bedrijfsmatigeuitoefening van het agrarisch bedrijf

de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf', mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1 ha; Voorzover de gronden zijn aangegeven met "bouwperceel 1,5 ha" bedraagt de oppervlakte van het bouwperceel maximaal 1,5 ha. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing waarbij een intensieve tak i s uitgesloten, ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden agrarisch bedrijf', mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1 ha; Voorzover de gronden zijn aangegeven met "bouwperceel 1,5 ha" bedraagt de oppervlakte van het bouwperceel maximaal 1,5 ha. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak', mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1 ha.

5.2.1.1. Bedrijfsgebouwen De oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangegeven met 'grondgebonden agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande intensieve tak' en 'agrarisch bedrijf' ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen. Van gebouwen mag de goot- en bouwhoogte ten hoogste 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen. De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; Zowel binnen a l s buiten het genoemde aaneengesloten oppervlak zijn geen kassen Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 95

8 september 2022

toegestaan.

5.2.1.2. Bedrijfswoningen Per bedrijf is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de regels van bedrijfswoningen, gelden de bepalingen zoals opgenomen in 5.2.2.

5.2.1.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 12 m bedragen; Buiten het genoemde aaneengesloten oppervlak van 1 ha, mogen uitsluitend andere bouwwerken, niet zijnde overkappingen en mest- en sleufsilo's , worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 3 m.

5.2.1.4 Overige bepalingen De bebouwing dient per bedrijf te worden geconcentreerd binnen een denkbeeldige vierhoek. De uitbreidingsrichting dient aan te sluiten bij het aanwezige bebouwingspatroon, waarbij tevens rekening dient te worden gehouden met het uitzicht van woningen.

5.2.2

Bebouwing ten dienste van wonen

5.2.2.1 Bouwregels hoofdgebouw a. b.

c. d. e. f. g. h. i.

Ten behoeve van wonen i s per met 'woning' aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan; per met 'dubbele woning' aangeduid gebied zijn ten hoogste twee woningen toegestaan, uitsluitend in de vorm van twee-aaneen-gebouwde woningen dan wel in de vorm van twee wooneenheden in een voormalig agrarisch bedrijf; bij nieuwbouw dient het hoofdgebouw binnen 30 meter van de aanduiding 'woning' of 'dubbele woning' te worden gebouwd; de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m en de bouwhoogte maximaal 10 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap, waarvan de helling minimaal 30° en maximaal 60° dient te bedragen; bij verbouw dient te worden aangesloten bij de bestaande verschijningsvorm; de oppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 200 m², dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is; In afwijking hiervan mag op de gronden aangeduid met 'straalpad' de hoogte van de bouwwerken niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven hoogte.

5.2.2.2 Bouwregels bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende bepalingen gelden: a.

De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedragen maximaal: 1. 150 m2 bij een erf met een oppervlakte tot 1.500 m2; 2. 175 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 1.500 m2 tot 2.000 m2; 3. 200 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 2.000 m2 en groter;

met dien verstande dat: b. c. d. e. f.

ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen; de bouwhoogte niet meer dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte in ieder geval 6 meter mag bedragen, ongeacht de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de goothoogte bedraagt maximaal 3 m, dan wel de bestaande goothoogte; aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen mogen tot maximaal 100% van de oppervlakte van

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 96

8 september 2022

g. h.

i.

het hoofdgbouw plat worden afgedekt, indien de oppervlakte van aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen meer dan 100% van de oppervlakte van het hoofdgbouw bedraagt moeten deze voorzien zijn van een kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; een vrijstaande bijgebouw moet zijn voorzien van kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; In aanvulling op het bepaalde onder sub a tot en met sub g i s de bestaande maatvoering toegestaan, met uitzondering van op het tijdstip van inwerking treden van het plan bestaande maatvoering die i s gebouwd zonder vergunning en in strijd i s met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Wanneer dit bestaande bijgebouw wordt gesloopt i s voor de bebouwing het bepaalde onder sub a tot en met sub g van toepassing, met uitzondering van de oppervlakte. Hiervoor geldt dat de bestaande overschrijding van het aantal vierkante meters aan aan- en bijgebouwen terug mag worden gebouwd, tot een maximum van 500 m2 aan aan- en bijgebouwen. Hierbij zijn de m 2's die bij recht zijn toegestaan inbegrepen; In afwijking hiervan mag op de gronden aangeduid met 'straalpad' de hoogte van de bouwwerken niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven hoogte.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 97

8 september 2022

5.2.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.

maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd.

5.2.3 a. b. c. d. e.

Ten behoeve van de betreffende bedrijven op de verbeelding aangeduid met 'bedrijven, categorie B2' mag de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10% worden vergroot; de goot- en bouwhoogte van de gebouwen mogen maximaal 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; bedrijfswoningen (met uitzondering van de bestaande) zijn niet toegestaan. Wat betreft de regels van dienstwoningen, gelden de bepalingen zoals opgenomen in 5.2.2 . de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen.

5.2.4 a. b. c. d. e. f.

b.

c.

Bebouwing ten dienste van kwekerij

Gebouwd dient te worden binnen het bouwvlak; de goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt respectievelijk ten hoogste 3,5 m en 8 m dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte, indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 2,5 m; bedrijfswoningen, met uitzondering van bestaande bedrijfswoningen , zijn niet toegestaan; wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 5.2.2 ; de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen.

5.2.5 a.

Bebouwing ten dienste van niet-agrarische bedrijven

Bebouwing ten dienste van overige doeleinden

Voor het doel 'verkeer' i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 12 m; Ten behoeve van het doel 'natuur' i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van 3 m, met dien verstande dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend mogen worden gebouwd indien deze ten dienste staan aan de natuurdoelstellingen; Voor de overige doeleinden i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 3 m.

5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: a.

b. c. d. e.

de plaats van de bebouwing ten behoeve van agrarische bedrijven in die zin dat: 1. dient te worden gebouwd binnen een denkbeeldige rechthoek; 2. de maximale breedte langs de weg ten hoogste 100 m en de maximale diepte ten hoogste 150 m mag bedragen; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en dakvorm en afmeting van de gebouwen; de situering van woningen en aanbouwen en bijgebouwen; de situering van gebouwen en bouwwerken bij agrarische bedrijven in die zin dat wordt gestreefd naar een geconcentreerde vorm van bebouwing binnen een bouwvlak; de verhouding tussen de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aanbouwen en bijgebouwen.

5.4 a.

Afwijken bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van: 1. van het bepaalde in 5.2.1.1 en de bouw van een tweede bedrijfswoning toestaan bij een agrarisch bedrijf, mits wordt gebouwd binnen het in 5.2.1 genoemde aaneengesloten

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 98

8 september 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11766130/1