CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022_vastgesteld_1.pdf

Raadsavond 8 september 2022, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Beheersverordeningen Buitengebied Noord en Buitengebied Zuid 202234.861 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BEHEERSVERORDENING

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022

vastgesteld

8 september 2022

Beheersverordening Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 Gemeente Hoogeveen Status: Vastgesteld Datum: 8 September 2022 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01, Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022

__________________________________________________________________________________________ Status concept ontwerp vastgesteld onherroepelijk

datum besluit B&W / Raad

publicatiedatum

inzagetermijn

8 sept 2022

__________________________________________________________________________________________

Vaststellingsbesluit

...........................................................................

Raad van State (onherroepelijk)

...........................................................................

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Inleiding

7

Aanleiding Opgave beheersverordening Opbouw toelichting

7 7 7

Huidige Situatie

9

Huidige situatie Ruimtelijke en functionele structuur plangebied

9 9

Hoofdstuk 3

Beleidskader

11

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaalbeleid Gemeentelijk beleid

11 12 15

Omgevingsaspecten

19

Inleiding Bodem Archeologie en cultuurhistorie Water Natuur en ecologie Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Duurzaamheid

19 19 19 20 20 20 22 22 22 27

Planbeschrijving

29

Deelgebiedsindeling Agrarische sector Bosbouw Natuur en landschap Recreatie Wonen Niet-agrarische bedrijven Wegverkeer Waterwinning Vaarweg Specifieke functies

29 29 39 41 42 44 48 50 51 51 51

Handhaving

53

Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat

53 53 53

Uitvoerbaarheid

55

Maatschappelijkeuitvoerbaarheid

55

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Hoofdstuk 7 7.1

Bijlage bij de toelichting

57

Bijlage 1

58

Vooroverleg windturbines parapluherziening

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 2

8 september 2022

Regels

63

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2

64 73

Bestemmingsregels

76

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20

Hoofdstuk 3

Agrarisch I Agrarisch II Agrarisch III Bedrijf - Nutsvoorziening Schoonhoven I Schoonhoven II Hoogveenrestant Leiding - Gas 1 Leiding - Gas 2 Leiding- Hoogspanningsverbinding1 Leiding - Hoogspanningsverbinding2 Verkeer - Wegverkeer Water - Vaarweg Waterwingebied Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

76 85 94 101 102 111 113 118 120 122 123 124 125 126 127 129 131 133

Algemene regels

Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25

Hoofdstuk 4

64

Begrippen Wijze van meten

135

Antidubbeltelregel Algemene Aanduidingsregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

135 136 141 142 146

Overgangs- en slotregels

147

Artikel 26 Artikel 27

Overgangsrecht Slotregel

147 149

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Bijlage 2

151 Staat van bedrijfsactiviteiten Beeldkwaliteitsplan Drentse zonneroute A37

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

152 155

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 3

8 september 2022

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 4

8 september 2022

Toelichting

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 5

8 september 2022

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 6

8 september 2022

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In 2020 is het bestemmingsplan Buitengebied Zuid geactualiseerd vastgesteld in de beheersverordening Buitengebied Zuid Hoogeveen 2018. Gebleken is echter dat enkele technische koppelingen in met name de beheersverordening Buitengebied Noord niet naar behoren werkten en aanduidingen op de landelijke voorziening ruimtelijkeplannen.nl verdwenen waren. In het licht van de Omgevingswet waarin alle plannen overgaan naar een nieuw Digitaal Stelsel en vanuit de rechtgeldigheid van het digitale plan, is besloten beide beheersverordeningen, Buitengebied Noord en Zuid opnieuw en gerepareerd voor vaststelling voor te leggen en daarbij tevens de motie aangenomen door gemeenteraad, regels voor kleine windturbines tot een maximale ashoogte van 15 m, hier in te verwerken.

1.2

Opgave beheersverordening

De beheersverordening Buitengebied Zuid heeft tot doel bestaande situatie in ruime zin juridisch vast te leggen. Hiermee wordt bedoeld dat de maximale bebouwings- en gebruiksmogelijkheden uit de bestemmingsplannen voor Buitengebied Zuid zijn overgenomen in de beheersverordening. Op deze wijze wordt recht gedaan aan de bestaande rechten van inwoners en ondernemers uit het plangebied.

1.3

Opbouw toelichting

Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft het plangebied en geeft de vigerende situatie; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieuaspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, wateraspecten, etc.; hoofdstuk 5 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 6 gaat in op de handhaafbaarheid van het bestemmingsplan; hoofdstuk 7 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 7

8 september 2022

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 8

8 september 2022

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige Situatie

Huidige situatie

De ligging en globale begrenzing van het plangebied 'Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022'' is gebaseerd op het plangebied 'Buitengebied Zuid Hoogeveen 2018' met uitzondering van die plangebieden waar in de tussentijd een deelplan (bestemmingsplanherziening) is vastgesteld, dan wel op het moment van vaststellen van deze beheersverordening een ontwerpbestemmingsplan voor in procedure is.

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur plangebied

Het verordeningsgebied betreft een groot deel van het buitengebied van Hoogeveen, gelegen ten zuiden van (Verlengde) Hoogeveense Vaart. De begrenzing van het verordeningsgebied is hoofdzakelijk bepaald door de plangrenzen van de (voorheen) geldende bestemmingsplannen. Daarnaast is ook de begrenzing van actuele geldende bestemmingsplannen rond het verordeningsgebied bepalend geweest. Recentelijk opgestelde bestemmingsplannen voor een aantal deelgebieden (o.a woninbouwplan aan de Trambaan) zijn niet opgenomen in de beheersverordening Omdat deze plannen actueel zijn, zijn ze niet meegenomen in het verordeningsgebied.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 9

8 september 2022

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 10

8 september 2022

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het beleid van Europa en de rijksoverheid is van invloed op het te voeren Drentse omgevingsbeleid. Zo is er op Europees niveau veel aandacht voor het verbinden van economische kerngebieden door vervoersnetwerken, de aansluiting van relatief zwak ontwikkelde regio’s, landsoverschrijdende samenwerking, stroomgebieden, ecologische relaties en duurzame ontwikkeling. Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vastgesteld. De SVIR heeft een horizon tot het jaar 2040 en vervangt onder andere de Nota Ruimte. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het rijk kiest met de structuurvisie voor een selectievere inzet van de onderstaande 13 rijksbelangen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij a l l e ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt dieper ingegaan op deze 13 rijksbelangen. Het rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en de valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend i s en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 11

8 september 2022

Geconstateerd wordt dat de nu voorliggende actualisatie voor het Buitengebied van Hoogeveen geen rijksbelangen schaadt. Derhalve wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het onderhavig plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden ("ladder duurzame verstedelijking"). De eerste trede in deze ladder is een beschrijving dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Hierbij kan het gaan om zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. De beide vervolgstappen uit genoemde ladder hebben betrekking op de vraag of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ingepast kan worden (trede 2) en als dat niet mogelijk is op andere locaties (trede 3), die vooral goed ontsloten moeten zijn. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De eerste vraag die beantwoord dient te worden is of deze beheersverodening aan te merken valt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Vigerende planologische rechten worden op basis van jurisprudentie niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve wordt hier niet verder toegekomen aan de motivering per trede van de ladder.

3.2

Provinciaal beleid

Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 de revisies van de Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld die vervolgens op 1 november 2018 in werking zijn getreden.

3.2.1

Provinciale omgevingsvisie

De omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. In de Omgevingsvisie zijn vier wettelijk voorgeschreven provinciale planvormen samengenomen, te weten: De provinciale structuurvisie; Het provinciaal milieubeleidsplan op grond van de Wet milieubeheer (Wm); Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 12

8 september 2022

Het regionaal waterplan op grond van de waterwetgeving; Het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan op grond van de Planwet verkeer en vervoer.

De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2020, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode erna. De missie uit de Omgevingsvisie luidt: ‘Het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten die de provincie rijk is’. De kernkwaliteiten zijn: rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid; naoberschap; menselijke maat; veiligheid; kleinschaligheid (Drentse schaal).

Kernkwaliteiten-analyse Landschap

Afbeelding Kwaliteit landschap

De kwaliteit en de diversiteit van het Drentse landschap dragen sterk bij aan een aantrekkelijk milieu om in te wonen, te werken en te recreëren. De identiteit van het Drentse landschap wordt bepaald door de ontstaansgeschiedenis en de diversiteit aan landschapstypen. Landschapstypen met de bijbehorende landschapskenmerken willen we in samenhang behouden en versterken. Daarmee wordt gestreefd naar een Drents landschap waarin het grondgebruik, het type natuur en het landschapsbeeld passen bij de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap. Vanuit dat perspectief wil de provincie keuzes voor nieuwe ontwikkelingen in het landschap blijvend mogelijk maken.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 13

8 september 2022

Binnen Drenthe zijn zes landschapstypen te onderscheiden: 1. Esdorpenlandschap; 2. Esgehuchtenlandschap; 3. Wegdorpenlandschap van de laagveenontginning; 4. Wegdorpenlandschap van de hoogveenontginning; 5. Landschap van de Veenkoloniën; 6. Landschap van de Koloniën van Weldadigheid. De provinciale doelstellingen voor de kernkwaliteit landschap zijn: • het behouden en versterken van de ruimtelijke afwisseling van landschapstypen; • het behouden en versterken van de volgende karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen: in het esdorpen-/ esgehuchtenlandschap: de (eenmans)essen en beekdalen; in het wegdorpenlandschap van de laagveenontginning: de openheid; in het wegdorpenlandschap van de veenrandontginning: de kavelstructuur en de openheid; in het landschap van de Veenkoloniën: de wijkenstructuur en de openheid; in de Koloniën van Weldadigheid (UNESCO): bijzondere elementen.

Ruimtelijke ontwikkelingen De provincie wil ontwikkelingen stimuleren die een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Deze kwaliteit zit voor de provincie in het zorgvuldig gebruikmaken van de ruimte, het behouden en waar mogelijk versterken van de kernkwaliteiten en het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Wonen De provincie streeft naar aantrekkelijke, gevarieerde en leefbare woonmilieus die voorzien in de woonvraag. Het maken van bovenlokale afspraken hierover is van provinciaal belang. Gemeenten werken hun aandeel in het woonaanbod en de woonmilieus uit in de Gemeentelijke structuurvisie of het Woonplan. Zij houden daarbij rekening met de huidige kernenstructuur in de gemeente en de behoefte aan verschillende woonmilieus. Vanuit de doelstelling om zorgvuldig en doelmatig om te gaan met de ruimte in Drenthe, hanteert de provincie het uitgangspunt ‘inbreiding gaat voor uitbreiding’. Dit houdt in dat de provincie Drenthe prioriteit geeft aan herstructurering (inclusief verduurzaming) van de woningvoorraad en aan het herontwikkelen en herbestemmen van gronden en panden. Daarnaast ligt er een beperkte opgave om de woningvoorraad uit te breiden. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte in Drenthe.

Grootschalige bouwplannen en uitbreidingen in het landelijk gebied, los van bestaande bebouwingslocaties, zijn niet vanzelfsprekend. De provincie vindt dat gemeenten bij nieuwbouwplannen een werkwijze moeten hanteren die leidt tot zorgvuldig ruimtegebruik. Om zorgvuldig ruimtegebruik in Drenthe te stimuleren, wordt gestreefd naar het bundelen van wonen en werken. Inbreiding gaat vóór uitbreiding. Extra ruimte voor wonen en werken is er in (of aansluitend op) het bestaande bebouwde gebied en gebundeld rond de regionale voorzieningen voor infrastructuur en openbaar vervoer. Uiteraard is het niet de bedoeling dat dit streven ten koste gaat van cultuurhistorisch waardevolle dorpskernen. In zulke situaties wordt met de betrokken partijen naar een maatwerkoplossing gezocht. De provincie Drenthe zet in op de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De ladder is tevens rijksbeleid en eind 2012 als motiveringseis opgenomen in het Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro). In de nieuwe Omgevingsvisie wordt de ladder als procesvereiste bij de afweging voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen nader uitgewerkt. Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 14

8 september 2022

De doelen bij het toepassen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking in Drenthe zijn als volgt: zorgvuldig omgaan met de ruimte in Drenthe; tegengaan van overaanbod, met kwaliteitsverlies, leegstand en soms ook verloedering met a l s gevolg binnen de bestaande voorraad woningen, kantoren, bedrijventerreinen en verblijfsrecreatie; de juiste discussie voeren over nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zonder sterke, gewenste plannen onnodig te vertragen of belemmeren; bevorderen van vraaggericht programmeren voor bewoners, bezoekers en bedrijven in Drenthe; Ruimte voor initiatieven die kwaliteit toevoegen aan Drenthe : ‘pareltjes’ laten groeien en bloeien; Begeleiden van het veranderingsproces van groei en nieuwbouw naar beheer en verversing en vernieuwing van het bestaand stedelijk gebied; Focus op bestaand stedelijk gebied. Duurzame structuurversterking; Doorontwikkeling, hergebruik en transformatie van bestaand vastgoed; Betere benutting van multimodale knopen en meer aandacht voor passende ontsluiting; Zorgvuldige, transparante en overtuigende motivering.

Het is niet de bedoeling Drenthe ‘op slot’ te zetten, maar wel samen het 'goede gesprek' te voeren over nut, noodzaak, kwaliteit en toegevoegde waarde van een plan of initiatief. Plus de samenhang met bestaand stedelijk gebied. Duurzame structuurversterking wordt dat genoemd door de provincie. De ladder is ook 'cyclisch iteratief': slim schakelen tussen de stappen om te komen tot een optimum, zo vroeg mogelijk in het plantraject. In paragraaf 3.1.3 is ingegaan op de landelijke ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’. De provinciale ladder beoogt hetzelfde doel.

3.2.2

Provinciale omgevingsverordening

De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (POV) is een belangrijk instrument om het omgevingsbeleid, zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Drenthe, uit te voeren. De regels in de verordening vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. Aangezien de beheersverordening een conserverend plan is zonder nieuwe ontwikkelingen, is er ook geen strijdigheid met eventuele regels uit de Omgevingsverordening. In het geval nieuwe ontwikkelingen zich aandienen worden deze aan de meest actuele versie van de Omgevingsverordening getoetst.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Toekomstvisie

In april 2018 is de nieuwe Toekomstvisie voor Hoogeveen vastgesteld door de gemeenteraad. In deze toekomstvisie staan ontwikkelingen en opgaven weergegeven op het gebied van bestuur, veiligheid, sociaal, omgeving en economie. De visie en opgave voor wonen maakt hiervan onderdeel uit en luidt als volgt: Hoogeveen wil een goede woongemeente zijn waar iedereen een thuis vindt. Waarbij betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk moet zijn. De focus wordt gelegd op het wonen in de kern Hoogeveen en het realiseren van wervende en aansprekende stedelijke woonmilieus, passend bij de vraag en met behoud van groene open ruimtes. Om aan deze toenemende vraag in de kern te voldoen wordt ook gekeken naar uitbreidingslocaties. In de dorpen ligt het accent op het uitvoeren van de huidige bouwplannen en bieden we ruimte voor specifieke woonwensen. Verder wil Hoogeveen manieren vinden om alle woningen sneller te verduurzamen en de bestaande buurten en dorpen aantrekkelijk te houden.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 15

8 september 2022

3.3.2

Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030

Als vervolg op de Toekomstvisie is op 23 december 2004 door de gemeenteraad de Structuurvisie Hoogeveen 2015–2030 vastgesteld. Deze Structuurvisie is eigenlijk de ruimtelijke vertaling van de Toekomstvisie. Hij spreekt zich uit over de ruimtelijke ontwikkeling van de gehele gemeente en beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten voor het buitengebied, de dorpen en de stad. De Structuurvisie is een voorbeeld van planning van onderop, vanuit het lokale denken. Deze Structuurvisie heeft daarom het oude POP II niet als vertrekpunt genomen, maar nam een voorschot op de nieuwe Omgevingsvisie Drenthe. Deze aanpak past overigens goed binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. Het Rijk laat meer over aan gemeenten en provincies. In de Structuurvisie geeft de ambitie van de gemeente voor de komende 15 jaar, met een doorkijk naar het jaar 2030 neergelegd te aanzien van veel beleidsterreien, waaronder het wonen. Het doel van de gemeente was om om de woningvoorraad tussen 2000 en 2015 te laten groeien met 3.200 woningen.

3.3.3

Structuurvisie Hoogeveen 2.0

De Structuurvisie uit 2004 is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie, die in stand blijft en met “Structuurvisie Hoogeveen 2.0” op onderdelen wordt bijgesteld. De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is en blijft daarbij de rode draad. De geactualiseerde structuurvisie is op 13 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie kiest Hoogeveen voor beheerste groei waarbij de focus van woningbouw ligt op inbreiding in de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en het landelijke gebied, passend bij de vraag. Voor het landelijk wonen zijn er kansen in de landgoederenzone en de kanalenzone. De beheersverordening is conserverend van aard en sluit aan op de structuurvisie.

3.3.4

Woonvisie 2017-2020

Ook in de Woonvisie 2017-2020 (vastgesteld op 23 maart 2017 wordt een groeiambitie van de beheerste groei geformuleerd. In de Structuurvisie is de ambitie van de gemeente voor de komende 15 jaar, met een doorkijk naar het jaar 2030, neergelegd ten aanzien van veel beleidsterreinen, waaronder het wonen. De Woonvisie bevat concrete ambities en acties voor de korte termijn. Deze ambities voor de komende vier jaar zijn wel geplaatst in de ontwikkelingen en trends voor een langere termijn. Deze Woonvisie vervangt het beleidskader dat werd vastgesteld in 2011. De richting ingezet in 2011 wordt doorgezet voor de periode richting 2025. Voor de periode 2016-2025 wordt rekening gehouden met een woningbehoefte van netto 1.100 woningen. Dit is gebaseerd op een tussenscenario: De ambitie en verwachting i s dat de binnenlandse vraag aantrekt tot een niveau dat weliswaar niet zo hoog i s a l s voor de woningmarktcrisis, maar dat wel hoger ligt dan de laatste jaren: 950 woningen; De verwachting dat het aantal blijvende statushouders terugvalt naar het langjarig gemiddelde: 165 benodigde woningen.

Om daadwerkelijk ruim 1.100 woningen te kunnen realiseren, moeten we enige overmaat aanhouden in onze woningbouwprogrammering. Niet alle plannen zijn even gemakkelijk Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 16

8 september 2022

ontwikkelbaar en niet alle locaties lenen zich voor elke type woningen. Gemiddeld komt 30% van de locaties later of helemaal niet tot ontwikkeling. We hebben daarom concrete bouwruimte nodig voor ca. 1.600 woningen in tien jaar. Zo bouwen we flexibiliteit en keuzevrijheid in om, ongeacht veranderingen of obstakels, toch in de behoefte te voorzien. Daarmee voorkomen we onnodige uitstroom van huishoudens uit Hoogeveen. De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. De woningvraag is gericht op praktisch woongenot zoals voorzieningen in de nabijheid en ruim en groen wonen tegen een goede prijs per vierkante meter woonoppervlak. De centrumdorpen Hollandscheveld, Pesse, Noordscheschut en Elim worden als een belangrijk woonalternatief gezien. Hollandscheveld manifesteert zich daarin het duidelijkst. Onderhavig plan sluit aan op de Woonvisie: "Toevoegen wat gevraagd wordt". Ingezet wordt om aan inwoners keuzevrijheid te bieden door het aanbieden van inbreidings- en uitbreidingslocaties. Het gaat om een kleinschalige woonlocatie, waar maximaal 6 woningen mogen worden gebouwd op royale kavels. Het gaat om een uitzonderlijk woonproduct op een bijzonder locatie, dat niet elders in de gemeente Hoogeveen wordt aangeboden. Uitgangspunt is dat van 2016 tot en met 2025 netto 1.100 nieuwbouwwoningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd.

In het jaar 2016 zijn bijna 100 reguliere woningen gerealiseerd. In het jaar 2017 zijn netto bijna 270 woningen gerealiseerd. Daarnaast is er nog plancapaciteit voor 270 woningen waarvoor nog bouw-/bestemmingsplannen kunnen worden ontwikkeld. In feite ligt de opgave nog hoger wanneer rekening wordt gehouden met planuitval en vertraging de komende jaren.

3.3.5

Nota ruimtelijke kwaliteit

Op 21 december 2017 heeft de Hoogeveense gemeenteraad de Nota Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. De Nota Ruimtelijke kwaliteit vervangt de Welstandsnota met de daarbij behorende oplegnotitie voor de pilot 'welstandsvrij bouwen'. De pilot welstandsvrij bouwen is succesvol verlopen en krijgt een vervolg in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit zijn alleen gebieden en gebouwen opgenomen, die echt (cultuurhistorisch) waardevol zijn en daarom beschermd moeten worden. Dit betekent dat een groot deel van het plangebied van de beheersverordening welstandsvrij is en dat alleen voor de gebieden en gebouwen die opgenomen zijn in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit toetsingsregels bestaan voor bouwplannen.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 17

8 september 2022

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 18

8 september 2022

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Inleiding

Voor de ruimtelijke ordening en milieuregelgeving is sprake van tweesporenbeleid welke beide hun eigen wettelijke kaders hebben, te weten de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. De regelgeving in deze beheersverordening spits zich dan ook toe op de ruimtelijke aspecten van de milieuwetgeving. De beheersverordening voor het buitengebied van de gemeente Hoogeveen is conserverend van aard. Voor zover het ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, gaat het om ontwikkelingen die ook al in de vigerende bestemmingsplannen zijn geregeld. Als in de toekomst wel nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, zal daarvoor een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure worden opgestart (inclusief onderzoeksverplichtingen). Gelet op het conserverend karakter is er geen aanleiding om te veronderstellen dat de uitvoering ervan leidt tot nadelige milieugevolgen. Volledigheidshalve worden alle onderzoeksaspecten kort nagelopen. De aspecten Externe veiligheid en voor een klein deel geluid vormen echter een uitzondering. Middels een parapluherziening is in het buitengebied een aantal milieucontouren van gasleidingen, hoogspanningsleidingen en bedrijven in het buitengebied van de gemeente Hoogeveen geactualiseerd. Ook zijn twee reserveringsstroken opgenomen voor de aanleg van nieuwe buisleidingen, zoals opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

In de parapluherziening is reeds aangegeven dat het plan ten grondslag ligt aan de op te stellen beheersverordening. De inhoudelijke toetsing van de parapluherziening is voor beide onderdelen overgenomen in onderhavig plan.

4.2

Bodem

Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. De voorliggende beheersverordening legt de bestaande situatie vast. Het is daardoor niet noodzakelijk om de bodemkwaliteit binnen het gehele plangebied vast te stellen. De bestaande bodemkwaliteit voor het gehele gebied is beoordeeld op basis van de beschikbare bodemkwaliteitskaarten van de gemeente Hoogeveen en waarvoor het overgrote deel als niet verdacht kan worden beschouwd. Het is overigens op voorhand niet uit te sluiten dat plaatselijk sanerende maatregelen noodzakelijk zijn om toekomstig gebruik mogelijk te kunnen maken. Enkel door het doen van bodemonderzoek kan inzicht verkregen worden in de actuele kwaliteit van de bodem. In geval van nieuwe ontwikkelingen zal voorafgaand aan het verlenen van omgevingsvergunningen de gemeente beoordelen of de bodemgesteldheid voldoende is onderzocht en geschikt is voor het beoogde grondgebruik.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

In de bodem kunnen ook aardkundige waarden aanwezig zijn. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet verplicht de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige monumenten. Voor het beheersgebied zijn vooral de provinciale en gemeentelijke archeologische en cultuurhistorische beleidskaarten van belang. Gezien het consoliderende karakter van de beheersverordening kan toetsing aan de genoemde beleidskaarten achterwege blijven. Wel zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie 1 tot en met 4' opgenomen, die gebaseerd zijn op gemeentelijke archeologische beleidskaart. Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 19

8 september 2022

4.4

Water

In het kader van de Wro is het verplicht de watertoets uit te voeren. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Conserverende plannen die geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken hebben in beginsel geen invloed op de waterhuishouding, waarvan in dit geval ook sprake is. De watertoets is zekerheidshalve wel uitgevoerd. Het waterschap heeft aangegeven onder bepaalde voorwaarden akkoord te gaan. In het plan is hiermee rekening gehouden.

4.5

Natuur en ecologie

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft. Het is noodzakelijk om op basis van de Wet natuurbescherming vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen en andere plannen en activiteiten niet conflicteren met aanwezige beschermde plant- en diersoorten en habitats. De beheersverordening bevat geen van ruimtelijke (her)ontwikkelingen waarvoor onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is. Bij elk voornemen voor een toekomstige ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied zal worden getoetst wat de effecten hiervan zijn op de aanwezige beschermde soorten.

4.6

Geluid

Voor het aspect geluid zijn vier verschillende bronnen van belang: Wegverkeerslawaai; Industrielawaai; Luchtvaartverkeerlawaai; Spoorwegverkeerlawaai.

In het kader van de Wet geluidhinder is bij vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Omdat er in dit bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen ontwikkeld worden, vindt er geen toetsing aan de normen van de Wet geluidhinder plaats. Immers zal voor de bestaande situaties reeds, indien noodzakelijk, een procedure doorlopen zijn. In het bestemmingsplan Buitengebied, parapluherziening externe veiligheid en andere milieucontouren (d.d. 21-09- 2017) zijn gewijzigde milieucontouren vastgelegd welke in dit plan wederom zijn opgenomen. Het gaat om de geluidscontour van het buiten de gemeentegrens gelegen motorcrossterrein van motorcrossclub Zuidwolde aan de N48.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 20

8 september 2022

4.6.1

Geluidszones

In de buurgemeente De Wolden ligt een motorcrossterrein van motorcrossclub Zuidwolde (MCCZ). Rondom dit terrein is ook een geluidszone van 50 dB(A) vastgesteld. Deze geluidszone ligt gedeeltelijk over de gemeente Hoogeveen (zie afb. 1, de oranje contour). Deze geluidszone is niet goed opgenomen op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan Buitengebied Zuid. Dit is in de parapluherziening externe veiligheid en overige milieucontouren gecorrigeerd. In de verbeelding behorende bij deze beheersverordening is de gecorrigeerde contour opgenomen. Binnen de aangepaste geluidcontour liggen geen geluidgevoelige objecten.

Afbeelding 1: Geluidszone 50 dB(A) motorcrossterrein MCCZ

4.6.2

Conclusie

Met het wijzigen van de geluidszone wordt de juiste geluidszone vastgesteld. Deze beheersverordening maakt geen verdere nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarvoor akoestisch onderzoek vereist is.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 21

8 september 2022

4.7

Luchtkwaliteit

Met betrekking tot de luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. In deze wet en de daarop gebaseerde regelingen is vastgelegd dat bestuursorganen bij de uitoefening van een bevoegdheid welke gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, rekening houdt met de effecten op de luchtkwaliteit en er voor zorgt dat dit niet leidt tot het overschrijden van een in bijlage 2 bij de Wm opgenomen luchtkwaliteitsgrenswaarde. De beheersverordening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit zodat deze niet hoeven te worden onderzocht. Immers zal voor de bestaande situatie reeds, indien noodzakelijk, een procedure doorlopen zijn. Wel is er sprake van een autonome toename van het wegverkeer en moet uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening worden onderzocht worden of ook in de toekomst sprake zal zijn van een, uit oogpunt van luchtkwaliteit, aanvaardbaar leefklimaat. Voor de autonome ontwikkeling van het wegverkeer wordt in de gemeente Hoogeveen uitgegaan van een toename van 10% van de verkeersintensiteit voor de komende 10 jaar. Deze redelijk beperkte verkeersgroei, in samenhang met een schoner wordend voertuigenpark, leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). De voorliggende beheersverordening is consoliderend van karakter. In het plan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Hiervoor is niet opnieuw getoetst aan het aspect bedrijven en milieuzonering.

4.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat gericht is op het beheersen van risico's vanwege de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Sinds 1 januari 2010 moet worden voldaan aan strikte voorwaarden. Een en ander brengt met zich mee dat bij nieuwe ruimtelijke plannen een toets aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid moet plaatsvinden. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Voor risicovolle bedrijven is onder meer van toepassing: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen (Brzo); het Vuurwerkbesluit.

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRvgs). Op het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. In het buitengebied zijn diverse aardgasttransportleidingen gelegen. In de verbeelding is hiervoor een dubbelbestemming opgenomen. Daaraan is een standaardregeling gekoppeld ter beperking van het grondgebruik rond de leidingen. Ook liggen enkele (zones van) routes voor het transport Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 22

8 september 2022

van gevaarlijke stoffen binnen het beheersgebied, waaronder de A37. Deze beheersverordening leidt niet tot een verhoging het plaatsgebonden risico of groepsrisico, aangezien het ter plaatse geen (nieuwe) ontwikkelingen toestaat. In het bestemmingsplan Buitengebied, parapluherziening externe veiligheid en andere milieucontouren (d.d. 21-09- 2017) zijn gewijzigde milieucontouren vastgelegd welke in dit plan wederom zijn opgenomen. De wet- en regelgeving rondom externe veiligheid geven aanleiding om voor buisleidingen de milieucontouren te actualiseren. De inhoudelijke beoordeling is integraal overgenomen uit de parapluherziening.

4.9.1

Buisleidingen

Met de voorliggende beheersverordening worden de belemmeringenstroken voor buisleidingen geregeld en wordt een tracé gereserveerd voor de uitbreiding van ondergrondse buisleidingen van nationaal belang. Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vastgelegd. In de gemeente Hoogeveen vindt via ondergrondse buisleidingen alleen het transport van aardgas plaats. De hoge druk aardgasleidingen zijn eigendom van de Gasunie of de NAM. De regels voor buisleidingen zijn op basis van het Bevb uitgewerkt in de Ministeriële regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). 4.9.1.1 Belemmeringenstrook Op grond van artikel 14 van het Bevb moet in het bestemmingsplan de buisleiding en de zogenaamde belemmeringenstrook van de hoge druk aardgasleidingen worden weergegeven. De belemmeringenstrook bedraagt 5 meter aan weerszijden van een buisleiding met een druk van meer dan 40 bar, gemeten uit het hart van de leiding. De belemmeringenstrook bedraagt 4 meter voor buisleidingen met een druk van maximaal 40 bar. In het bestemmingsplan Buitengebied Noord en Zuid zijn deze belemmeringenstroken niet opgenomen. De belemmeringenstroken worden in dit plan opgenomen op de verbeelding. Binnen de belemmeringenstrook mogen in beginsel geen bouwwerken mogelijk worden gemaakt.

Daarnaast geldt een vergunningenstelsel voor werken of werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de integriteit en werking van de buisleiding, niet zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netwerken (Wion). Dit wordt geborgd in de planregels. Voor graafwerkzaamheden waarop de Wion van toepassing is geldt een zogenaamde klic-melding. 4.9.1.2 Structuurvisie buisleidingen2012-2035 Het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het ministerie van Economische Zaken hebben de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 opgesteld. Hierin zijn voorkeurstracés vastgelegd voor toekomstige uitbreidingen van ondergrondse buisleidingen die van nationaal belang zijn. Er zijn twee voorkeurstracés te onderscheiden, namelijk een noord-zuid en een oost-west tracé. Voor deze voorkeurstracés is voor het nood-zuid tracé een strook grond van 70 meter breedte gereserveerd. Voor het oost-west tracé bedraagt de breedte van deze strook 45 meter. Hier kan worden volstaan met een smallere strook, omdat het gaat om een verbinding naar een grensovergang die van belang is voor met name aardgastransport. Het gaat in dit tracé om een beperkt aantal (2 of 3) leidingen. In afbeelding 2 zijn beide tracés weergegeven.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 23

8 september 2022

Afbeelding 2: Twee voorkeurstracés (grijze lijnen) voor toekomstige buisleidingen van nationaal belang In de beheersverordening moet deze ruimte voor toekomstige buisleidingen van nationaal belang worden gereserveerd. De twee voorkeurstracés worden als zone opgenomen op de verbeelding. Daar waar het voorkeurstracé een knelpunt oplevert door aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare objecten binnen deze zone, heeft de gemeente de mogelijkheid om van het tracé af te wijken door het zoekgebied met maximaal 250 meter vanaf de buitenste begrenzing van het voorkeurstracé te verplaatsen. Daarbij moet het tracé wel dezelfde breedte (70 meter of 45 meter) houden als het voorkeurstracé. Vanwege de ligging van een aantal (beperkt) kwetsbare objecten binnen het voorkeurstracé ter hoogte van Krommewijk en Bakkerswijk, (afbeelding 3) is dit tracé op een aantal plaatsen gewijzigd.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 24

8 september 2022

Afbeelding 3: Gewijzigde locaties voorkeurstracé ter hoogte van Krommewijk en Bakkerswijk

De wijzigingen in de ligging van het voorkeurstracé zijn voorgelegd aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het ministerie heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de voorgestelde wijzigingen in het voorkeurstracé. Dit betekent dat het voorkeurstracé grotendeels conform de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 op de verbeelding wordt opgenomen met in acht neming van de wijzigingen in het tracé zoals weergegeven in afbeelding 3 waarin het grijze gebied het tracé is, zoals vastgelegd in de Structuurvisie en het gele gebied het gewijzigd tracé weergeeft.

4.9.2

Hoogspanningslijnen

In het buitengebied loopt een drietal bovengrondse hoogspanningslijnen en één ondergrondse hoogspanningsverbinding: Hoogeveen – Dedemsvaart Sluis (110 kV; (zwart)) Hoogeveen – Veenoord (110 kV, (zwart), deze verbinding i s eind 2016 geamoveerd) Zeijerveen – Hessenweg (220 kV; (groen)) Zwolle – Meeden (380 kV; (rood) die gecombineerd i s met een 110 kV Ommen Witharen Holsloot) Wijster Oosterseveldweg – Hoogeveen (110 kV; ondergronds)

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 25

8 september 2022

Afbeelding 4: Hoogspanningslijnen in het plangebied (Bron: www.TenneT.org)

Het toenmalige ministerie van VROM heeft in 2005 gelet op de maatschappelijke discussie ten aanzien van de gezondheidsaspecten en straling uit voorzorg beleid opgesteld. De rijksoverheid adviseert om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen, waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Hierbij dient rekening te worden gehouden met een indicatieve zone en de specifieke zone. De 110 kV hoogspanningslijn heeft een indicatieve zone van 50 meter aan weerszijden van de hoogspanningslijn. Voor de 220 kV en de 380 kV hoogspanningslijnen komt deze indicatieve zone overeen met respectievelijk 60 meter en 165 meter. Er wordt bij planvorming rekening gehouden met het advies van VROM door in beginsel geen nieuwe gevoelige objecten, zoals woningen, scholen, kinderopvang, crèches etc, op te richten binnen de indicatieve zone. Als het om zwaarwegende redenen toch niet mogelijk is om gevoelige objecten in dit gebied uit te sluiten, dan dient de specifieke zone te worden berekend. De gevoelige objecten dienen in ieder geval buiten de specifieke zone te worden gerealiseerd.

Het voorliggend plan heeft echter een consoliderend karakter en er worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, dan wel nieuwe gevoelige objecten mogelijk gemaakt in het plangebied. Het advies heeft geen betrekking op bestaande situaties en leidt dan ook niet tot knelpunten. In het huidige bestemmingsplan Buitengebied Zuid zijn de hoogspanningslijnen wel op de verbeelding opgenomen, maar is er geen zone aan weerszijden van de hoogspanningslijnen opgenomen. In deze zone gelden beperkingen ten aanzien van (grond)werkzaamheden en het oprichten van bebouwing. Op de verbeelding in het voorliggend plan is een zone van 25 meter aan weerszijden van de bovengrondse hoogspanningslijnen van 110 kV en 220 kV opgenomen en 34 meter aan weerzijden van de hoogspanningslijn van 380 kV en zijn er regels aan verbonden die het optimaal functioneren van de hoogspanningslijnen borgen.

4.9.3

Conclusie

Met de voorliggende beheersverordening zijn de belemmeringenstroken aan weerszijden van de buisleidingen in het buitengebied opgenomen op de verbeelding. Hieraan zijn regels verbonden, die het oprichten van bebouwing en werkzaamheden die de integriteit van de buisleiding kunnen verstoren in beginsel niet toestaan.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 26

8 september 2022

Ook is overeenkomstig de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 een tracé voor toekomstige hoge druk aardgasleidingen gereserveerd, waardoor de uitbreiding van ondergrondse buisleidingen van nationaal belang geborgd is in de gemeente Hoogeveen. Verder zijn de voorwaarden met betrekking tot externe veiligheid uit het LHB geborgd in het plan. Tot slot zijn er zones aan weerszijden van de hoogspanningsleidingen opgenomen op de verbeelding met daaraan gekoppeld de planregels die een goed functioneren van de hoogspanningsleidingen borgen.

4.10

Duurzaamheid

5.10.1 Beleid Hoogeveen streeft naar een duurzame ontwikkeling in haar gemeente. De gemeente heeft haar ambities op het gebied van duurzaamheid verwoord in de Milieuvisie. Een van de speerpunten is energieneutraal bouwen. Er moet een stap worden gezet naar een duurzame leefomgeving. Belangrijk hierbij is het vergroten van de bewustwording. Duurzaam bouwen is niet alleen het ontwikkelen van een woning die zo lang mogelijk kan voldoen aan onze woonbehoefte. Het is vooral ook een bouwwijze die goed is voor mens en milieu. Het betekent verantwoord omgaan met water, energie, grondstoffen en ook de open ruimte. Duurzaam bouwen vraagt met andere woorden om een integrale aanpak waarbij je bewust vooraf keuzes maakt. 5.10.2 Milieukwaliteit Met betrekking tot milieukwaliteit (en daaraan de gezondheidskwaliteit gekoppeld) van woningen, gebouwen en andere bouwwerken kunnen drie belangrijke thema's worden onderscheiden: energiebesparing en toepassing van opties van hernieuwbare energie met a l s doel de terugdringing van de CO2-emissie door de gebouwde omgeving; toepassing van verantwoord materiaalgebruik ten einde de condities voor het milieu te verbeteren; maatregelen gericht op verbetering van het binnenklimaat met het oog op de gezondheid van bewoners en gebouwgebruikers.

Er zijn verschillende strategieën voor het ontwerp van duurzame woningen en gebouwen. In onderstaande afbeelding zijn verschillende mogelijkheden weergegeven die toegepast kunnen worden bij de bouw van een nieuwe woning.

Afbeelding 7: Duurzame mogelijkheden voor een energiezuinige woning

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 27

8 september 2022

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 28

8 september 2022

Hoofdstuk 5 5.1

Planbeschrijving

Deelgebiedsindeling

Het plangebied van de beheersverordening buitengebied Zuid kent 6 gebiedsbestemmingen, namelijk Agrarisch - 1 tot en met Agrarisch - 3, Schoonhoven 1 en 2 en Hoogveenrestant. Deze indeling is afkomstig van het bestemmingsplan Buitengebied Zuid. Alle, binnen de gebiedsbestemmingen, aanwezige gebouwen en functies hebben een aanduiding gekregen. Aan elke aanduiding zijn bouw- en gebruiksregels verbonden.

5.1.1

Indeling

In het plangebied komen 6 zones voor. De ruimtelijke basiskwaliteit van het gebied heeft als uitgangspunt gediend voor deze zonering. De zonering is overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebied Zuid en gebasseerd op het voormalige Provinciale Omgevingsplan. 5.1.1.1 Zone I De landbouw is binnen deze zone de hoofdfunctie. Alle overige functies zijn hieraan ondergeschikt. 5.1.1.2 Zone II De landbouw en behoud en herstel van landschappelijke en natuurlijke waarden zijn binnen deze zone de hoofdfunctie. 5.1.1.3 Zone III Binnen deze zone zijn landbouw (met uitzondering van intensieve veehouderij) en behoud en herstel van landschappelijke en natuurlijke waarden de belangrijkste functies. 5.1.1.4 Zone IV Binnen deze zone zijn behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden de belangrijkste functies. 5.1.1.5 Zone V Binnen deze zone zijn behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden de belangrijkste functies. 5.1.1.6 Zone VI Binnen deze zone zijn behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden, dagrecreatie en verblijfsrecreatie de belangrijkste functies.

5.2

Agrarische sector

5.2.1

Agrarische bedrijven

5.2.1.1 De bestemming Bestaande agrarische bedrijven In het plangebied zijn alle bestaande agrarische bedrijven in deze bestemming begrepen. Daartoe zijn deze bedrijven op de plankaart aangeduid. Er is onderscheid gemaakt tussen "grondgebonden agrarische bedrijven", niet-grondgebonden agrarische bedrijven en het verzamelbegrip "agrarisch bedrijf" voor beide soorten agrarische bedrijven. Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 29

8 september 2022

Als begrippen worden gehanteerd: agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. grondgebondenagrarische bedrijf

een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik gemaakt wordt van open grond. grondgebondenagrarische bedrijf met tak intensieve veehouderij

een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond, maar waarbij tevens sprake is van een ondergeschikte tak intensieve veehouderij niet-grondgebondenagrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf waarbij in hoofdzaak geen gebruik wordt gemaakt van open grond. In principe zijn alle bestaande agrarische bedrijven voor "grondgebonden agrarisch bedrijf" bestemd. Indien er sprake is van een bestaand in hoofdzaak niet-grondgebonden bedrijf is het bestemd als "agrarisch bedrijf", zodat te allen tijde weer overgestapt kan worden op een grondgebonden productiewijze. Bestaande kwekerijen zijn bestemd als "kwekerij", waarbij nog onderscheid wordt aangebracht tussen kwekerijen van gewassen en kwekerijen van bomen. Ook "tuincentrum" wordt apart geregeld. bouwpercelen Wat betreft het toekennen van agrarische bouwpercelen het volgende. Ingeval van het hobbymatig houden van dieren is geen bouwperceel toegekend. Deze vorm kan namelijk onder de woonbestemming plaatsvinden. In de overige gevallen is wel een bouwperceel opgenomen. De grootte van het bouwperceel en de bouwmogelijkheden zijn één op één overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebied Zuid. Regeling grootte bouwperceel en bouwmogelijkheden Bestemming Agrarisch I en II

Agrarisch III Schoonhoven I Hoogveenrestant en Schoonhoven II

Regeling Bouwperceel maximaal 1,5 ha of 2 ha indien dit op de verbeelding is aangegeven ( dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is dan 1,5 ha). Bebouwing bouwperceel bij recht. Bouwperceel maximaal 1 ha (dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is dan 1 ha). Bebouwing bouwperceel bij recht. Bouwperceel maximaal 1 ha (dan wel bestaande oppervlakte indien deze groter is dan 1 ha). Niet van toepassing, geen agrarische bedrijven in deze bestemming.

Wijziging van agrarische bedrijven in andere functies In relatie met het proces van terugloop van het aantal agrarische bedrijven, is het denkbaar dat voor nog meer agrarische bedrijfsgebouwen alternatieve functies moeten worden gevonden. Vandaar dat de agrarische functie voor alle agrarische bedrijven kan worden gewijzigd, middels afwijking van de beheersverordening in de volgende functies: wonen (maximaal 2 wooneenheden per agrarisch bedrijf), voorzover dit beperkt blijft tot het hoofdgebouw; sociale, culturele, medische en educatieve functies in combinatie met wonen; mantelzorg; bed-and-breakfast-accommodaties; niet-agrarische bedrijven voorzover genoemd in de Staat van bedrijven in combinatie met wonen.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 30

8 september 2022

Bij al deze functieveranderingen geldt dat gestreefd wordt landschappelijk verstorende bebouwing af te breken, bijvoorbeeld romney-loodsen en/of schuren, opgetrokken van golfplaten. In de Staat van bedrijven is een gelimiteerde selectie uit de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" van januari 1999 opgenomen. Verbreding landbouwbedrijven Er is een regeling opgenomen waarmee bestaande agrarische bedrijven kunnen worden verbreed. Deze mogelijkheid is gekoppeld aan een afwijkingsbevoegdheid. Wat betreft de toegestane bedrijfstakken is aansluiting gezocht bij de functies zoals opgesomd in de afwijkingsbepaling voor functiewijziging van (voormalige) agrarische bebouwing en de daaraan verbonden Staat van bedrijven. 5.2.1.2 Het bouwen 5.2.1.2.1 Bouwperceel Het bouwen ten behoeve van een bestaand agrarisch bedrijf is gebonden aan een denkbeeldige vierhoek met maximaal de oppervlakten zoals opgesomd in het schema in paragraaf 5.2.1.1. De plaats voor de bestaande bedrijven is indicatief middels een cirkelaanduiding op de verbeelding aangegeven. 5.2.1.2.2 Gebouwen Binnen het bouwperceel mogen bedrijfsgebouwen en één bedrijfswoning ten behoeve van het agrarisch bedrijf worden opgericht die aan de volgende maatvoering dienen te voldoen: bedrijfsgebouwen: bouwhoogte: maximaal 12 m; goothoogte: maximaal 4.5 m;

Wat betreft de bouwvoorschriften voor bedrijfswoningen, wordt verwezen naar de bepalingen behorende bij de functie “wonen”. Middels het stellen van nadere eisen kan worden verplicht tot: het bouwen binnen een denkbeeldige rechthoek met (afhankelijk van de grootte van het bouwperceel) een maximale breedte langs de weg van 100 m en een maximale diepte van 200 m teneinde zeer langgerekte dan wel zeer brede bebouwde erven te voorkomen; het bouwen op een kortere afstand, teneinde te voorkomen dat het op geconcentreerd bouwen gerichte streven wordt aangetast; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling en nokrichting teneinde een goede inpassing in het landschappelijke/ stedenbouw-kundige beeld te kunnen bewerkstelligen.

Middels een afwijkingsbevoegdheid is het mogelijk de maximale goothoogte voor bedrijfsgebouwen te verhogen tot 5 m om de toegankelijkheid met grote landbouwmachines te vergroten. 5.2.1.2.3 Tweede bedrijfswoning De toelaatbaarheid van een tweede bedrijfswoning is afhankelijk van factoren als de aard van het bedrijf, de bedrijfsomvang en de arbeidsintensiteit. Deze factoren zijn moeilijk objectief in een planregeling onder te brengen. Op grond van deze overwegingen is een tweede bedrijfswoning dan ook slechts bij afwijking toegestaan uitsluitend bij volwaardige bedrijven. Bij de afweging zullen in ieder geval de criteria van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit worden betrokken. Ook dient de bedrijfseconomische noodzaak te worden aangetoond.

Buitengebied Zuid Hoogeveen 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BV9000010-VG01 31

8 september 2022

5.2.1.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het bouwperceel worden gebouwd, waarbij de hoogte is beperkt tot maximaal 12 m. Buiten het bouwperceel mag zonder vergunning tot maximaal 3 m hoogte worden gebouwd. De bouw van sleuf- en mestopslagplaatsen is van dit recht uitgezonderd (zie hieronder). Middels het stellen van nadere eisen kan worden verplicht tot het bouwen binnen een denkbeeldige rechthoek en op een zodanige plaats dat rekening wordt gehouden met de afstand tot de as van de weg indien deze minder dan 20 m bedraagt. 5.2.1.2.5 Sleufsilo's, mestopslagplaatsenen torensilo's Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op sleufsilo's, mestopslagplaatsen en torensilo's. Algemeen In het algemeen geldt dat de omvang van silo's dient te worden beperkt tot voor het landschapsbeeld aanvaardbare proporties, zonder dat daarmee de doelmatigheid van de bouwwerken wordt beperkt. Bij voorkeur dienen deze opslagruimten te worden gebouwd op of in de onmiddellijke nabijheid van de andere agrarische bebouwing. Slechts bij uitzondering is middels een afwijkingsbevoegdheid de bouw van sleuf- en mestsilo's in het veld toelaatbaar, indien binnen het bouwperceel onvoldoende ruimte aanwezig is en/of milieuhygiënische knelpunten dan wel planologische redenen een belemmering opleveren voor de bouw van sleuf- en mestsilo's op het bouwperceel.

Verder mag de kwaliteit van natuur en landschap niet onevenredig worden aangetast. Sleufsilo's Binnen het bouwperceel

Veel agrariërs kiezen ervoor kuilvoer op te slaan in zogenaamde sleufsilo's. Binnen het bouwperceel bestaan geen bezwaren tegen het oprichten van dergelijke silo's. De hoogte overstijgt doorgaans de 3 m niet. Buiten het bouwperceel

Vanwege ruimtegebrek kan het nodig zijn buiten het bouwperceel voer op te slaan in silo's. Daarom kiest de gemeente ervoor binnen bestemmingen Agrarisch - I tot en met Agrarisch - III (de primaire agrarische productiegebieden) via afwijking de mogelijkheid te bieden voor het oprichten van sleufsilo's. Binnen de bestemmingen Schoonhoven I, Schoonhoven II en Hoogveenrestant is het niet toegestaan buiten het bouwperceel sleufsilo's op te richten. Aan deze afwijking is de voorwaarde gekoppeld dat binnen het bouwperceel onvoldoende ruimte aanwezig is en/of milieuhygiënische knelpunten dan wel planologische redenen een belemmering opleveren voor bouw binnen het bouwperceel. Ook dient de sleufsilo landschappelijk te worden ingepast. De regeling ziet er als volgt uit. Regeling sleufsilo's Bestemming Agrarisch I, II en III Schoonhoven I Hoogveenrestant en Schoonhoven II

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11766130/1