Brief Hoogeveen Groenleven
Tekst van het document
GroenLeven B.V. www.groenleven.nl
Gemeente Hoogeveen T.a.v. de gemeenteraad Postbus 20.000 7900 PA Hoogeveen
Datum: 3 september 2021 Betreft: plan GroenLeven zonnepark Johannes Poststraat
Geachte leden van de raad, Op 5 juli heeft u GroenLeven in het kader van de informerende ronde in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven over het plan voor het zonnepark Johannes Poststraat. Allereerst hartelijk dank daarvoor. Uit de vragen na onze presentatie maken wij op dat een aantal zaken beter door ons toegelicht hadden kunnen worden. Zaken waarvan wij denken dat die van belang zijn voor de afweging van het plan. Daarom sturen we deze brief met aanvullende informatie. Participatie Tijdens de presentatie is gesproken over participatie. Er is ingegaan op de procesparticipatie (inspraak op het plan) en de inloopbijeenkomsten. In mindere mate is de projectparticipatie (mede-eigenaarschap) aan bod gekomen. Dit is in het project echter juist een belangrijk onderwerp. GroenLeven hecht er sterk aan dat er lokaal eigenaarschap is bij onze projecten. We daarover ook uitgebreid gesproken met de Werkgroep Hollandscheveld Energieneutraal en een tweetal keren met Plaatselijk Belang Nieuwlande. De relatie met zowel de Werkgroep als het Plaatselijk Belang is erg goed. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan lokaal mede-eigenaarschap is een aantal verschillende stappen. 1. Voor de direct aanwonenden stelt GroenLeven kosteloos een set van 15 panelen + omvormer beschikbaar. 2.
Verder van het projectgebied af kunnen inwoners eigenaar worden van een deel van de zonnepanelen in het project. Dit kan via een lokale energie coöperatie. Zowel vanuit Plaatselijk Belang Nieuwlande als de Werkgroep Hollandscheveld Energieneutraal is interesse getoond in deelname aan een postcoderoosproject. 3. Mocht onverhoopt het postcodeproject niet in uitvoering slagen, is GroenLeven bereid middels een gebiedsfonds een bijdrage aan de omgeving te geven. Dit bedraagt € 1.000,- per opgesteld vermogen in MWp per jaar, gedurende 15 jaar. Met een opgesteld vermogen van 22 MWp is het gebiedsfonds €22.000,- per jaar gedurende 15 jaren.
De keuze voor ofwel het postcoderosproject ofwel het gebiedsfonds is aan de lokale verenigingen. Vooralsnog wordt samen met de omgeving volledig ingezet op de totstandkoming van het eigenaarschap in het project door middel van het postcoderoosproject. Ongeacht de keuze die de verenigingen daarin maken, staat vast dat het project bijdraagt aan de omgeving. Natuurontwikkeling Met name vanuit de Dassenwerkgroep Zuid-Drenthe is sterk gereageerd op het plan. Dit vanwege de vrije doorgang voor dassen en andere dieren. We hebben in gesprek met de werkgroep gepoogd om de vragen en zorgen helder te krijgen en deze te beantwoorden. De vrije doorgang is in het project namelijk geborgd. In het project zijn robuuste en hoogwaardige natuurontwikkelingen opgenomen. Dit is weergegeven op de bijgevoegde kaart (Bijlage 1), waarop gebieden zijn weergegeven. Van het totale projectgebied wordt ruim 56% voorzien van een natuurlijke inrichting. Dat is enerzijds bloemrijk en kruidenrijke inrichting van de ruimten tussen de opstellingen. Maar ook zeer hoogwaardige natuur in de vorm van bosschages, natuurvriendelijke oevers en bos. De oppervlakten van deze gebieden is ook in bijlage 1 weergegeven. Het projectgebied wordt rondom niet van hekken voorzien. Alleen op de toegangspunten komt een poort, die voldoende ruimte biedt voor dieren om onderdoor te kruipen.
Hieronder zijn twee voorbeelden van dwarsprofielen gegeven van de randen van de velden met zonnepanelen. Daarop is te zien dat er geen hekwerk wordt geplaatst. Bovendien bevat het gebied grote ruimten waar geen zonnepark wordt geplaatst, zodat dieren daar in geheel het gebied kunnen kruizen zonder bij de zonnepanelen te komen.
De inrichting van het projectgebied is gericht op de versterking van de natuur en de biodiversiteit in de bredere zin. Daarbij is extra aandacht besteed aan soorten die in het plangebied verblijven, zoals de poelkikker en reeën. Daarbij is de inrichting niet specifiek gericht op de soort das alleen, maar op verbetering van de biodiversiteit. Dit heeft ermee te maken dat hoewel we ermee bekend waren dat dassen in het gebied voorkomen, deze niet in het projectgebied een burcht hebben. Aangezien het plangebied meer natuur heeft dan zonnepanelen voldoet het aan de vuistregel die de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap stelt voor zonneparken in de nabijheid van dassen. De vereniging hanteert een factor 1 op 1 wat dus 50% natuur zou zijn in plaats van de 56% die wordt gerealiseerd. Naar aanleiding van de zorgen van de Dassenwerkgroep Zuid-Drenthe hebben we specifiek onderzoek laten doen naar de bijdrage van de inrichting van het projectgebied voor de das. Want wat goed is voor ‘de natuur’ is niet per sé goed voor de das. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 2. Daarin wordt het volgende geconcludeerd: Verstoring van verblijfplaatsen van das treedt niet op vanwege de ligging buiten het plangebied en aanvullende maatregelen om verstoring in de aanlegfase te voorkomen.
Het plangebied verandert sterk van karakter, maar blijft volledig bereikbaar en passeerbaar voor das, met zelfs extra dekking ten opzichte van de huidige situatie. Er treedt verlies van foerageergebied in de vorm van akkers op, dat wordt gecompenseerd door hoge kwaliteit foerageergebied in de brede randen en extra natuurelementen in het plangebied. We menen daarom dat we met onze ontwikkeling van ‘brede natuur’ gericht op meerdere soorten nog steeds voldoende recht doen aan de nabije dassenburcht. En daarmee ook (vooral) een goede bijdrage leveren aan andere soorten in en nabij het gebied. Netwerk Voor het voorliggende project wordt ervan uitgegaan dat het zal worden aangesloten op het gerealiseerde aansluitpunt van 30 MVA van zonnepark Pesse. Het project gaat daarbij met het project Pesse op één aansluiting cable poolen. Bij cable pooling wordt op één aansluiting twee elektriciteitsproducenten gecombineerd op één kabel. Op piekmomenten is een mate van curtailment nodig, maar de verloren energie is beperkt. Curtailment houdt in dat één of beide van de zonneparken het vermogen vermindert. Het rendement op een aansluiting kan hiermee worden verhoogd, er zijn minder aansluitingen nodig en er kan op geschikte locaties tot twee keer zoveel opwek aangesloten worden op het net. Het principe is hieronder schematisch weergegeven.
Anders dan vaak wordt gedacht levert ook het aansluiten van twee keer dezelfde bronnen (zoals zonne-energie) op één aansluiting ook extra netwerkstabiliteit. Dit heeft ermee te maken dat zonneparken ook ten opzichte van elkaar afwisselend elektriciteit opwekken. Vergelijk bijvoorbeeld de situatie met een ‘schapenwolkjes lucht’. Dat is een weertype waarin zonneparken ook onderling sterk wisselen in het vermogen. Bovendien kunnen zonneparken via de omvormers naadloos het vermogen verlagen. Waar we geen invloed hebben op de zoninstraling, kunnen we aan de andere kant de elektriciteitsproductie zelf gemakkelijk afschalen. Bij een cable pool van twee projecten worden zodoende de pieken afgetopt en de dalen ook afgevangen. In Bijlage 3 wordt het concept van cable poolen nader toegelicht. Voor zonneparken is een aansluitcapaciteit van 70% voldoende om 97% van de opgewekte energie te kunnen transporteren. Bij het zonnepark Johannes Poststraat wordt aan deze capaciteit voldaan. Het project zal geen negatief effect hebben op de netwerkstabiliteit in de omgeving. Tot slot Afrondend willen we nog opmerken dat GroenLeven over de exploitatietermijn een onderhoudsbudget heeft gereserveerd voor het onderhoud van de inrichting van het plangebied. We nodigen omwonenden en verenigingen uit om mee te denken over dit onderhoud en het beheer.
Daarmee kunnen we samen met de mensen uit de omgeving de inrichting van het gebied in stand houden. Uiteraard zijn we altijd bereid om zaken nader toe te lichten. Met vriendelijke groet,
GroenLeven B.V.
Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht natuurinrichting en oppervlakten Bijlage 2: Notitie effecten inrichting op das Bijlage 3: Algemene toelichting cable pooling.
BIJLAGE 1 Overzicht natuurinrichting en oppervlakten
Natuurontwikkeling Ecologische verbindingszone
Ecologische verbindingszone
Ecologische verbindingszone
Aanleg nieuw bos Natuurvriendelijke oever (langs noordzijde 7e wijk)
Totale oppervlakte nieuwe natuur en bloem en kruidenrijk ingericht: ruim 13 ha (ruim 56% van het plangebied)
BIJLAGE 2 Notitie effecten inrichting op das
Zonnepark langs A37 bij Nieuwlande – notitie das Opdrachtgever: GroenLeven
projectnummer: P000508
Van:
BügelHajema Adviseurs bv
Onderwerp:
Notitie over aanwezigheid en leefgebied van das bij het zonnepark langs A37 bij Nieuwlande
Datum:
09-06-2021
Aanleiding In december 2018 heeft BügelHajema Adviseurs een ecologische inventarisatie uitgevoerd in het ka1
der van de ontwikkeling van een zonnepark langs de A37 bij Nieuwlande . In de vergunningsprocedure is in een zienswijze meer aandacht gevraagd voor de gevolgen van de komst van het zonnepark voor das. Er waren inmiddels aanwijzingen dat in de bosstrook ten noorden van het plangebied twee dassenburchten aanwezig zijn. Het beschadigen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van das is in strijd met artikel 3.10 lid 1 van de Wet natuurbescherming. Deze notitie beschrijft de effecten van het plan op das als aanvulling op de ecologische inventarisatie. Er wordt advies gegeven over maatregelen ter voorkoming van verstoring van das en voor inrichting en beheer ter bevordering van geschikt leefgebied voor das. Waarnemingen van das Tijdens een veldbezoek in het kader van een aangrenzend initiatief voor een zonnepark is op 1 oktober 2018 een burcht met 6 tot 7 pijpen aangetroffen in een strook bos van circa 70 meter breed. De2
ze strook ligt tussen onderhavig en het aangrenzende zonnepark in . De burcht ligt aan de noordrand van dit bos en grenst niet aan het plangebied van Zonnepark Nieuwlande. De burcht vertoont sporen van actief gebruik (vers vergraven grond). Iets westelijker in hetzelfde bos zijn nog enkele pijpen aangetroffen die mogelijk als bijburcht of als vluchtpijp fungeren. In oktober 2020 hebben omwonenden in een mail aan de gemeente aangegeven dat in dit bos verse graafsporen bij eveneens een burcht en een bijburcht zijn waargenomen. Tijdens het door ons bureau uitgevoerde veldbezoek op 28 augustus 2018 zijn geen wissels of loopof graafsporen van dassen in het plangebied of de randsloten aangetroffen. Op alle percelen van het plangebied stonden in dat jaar aardappels, een gewas dat deze percelen minder aantrekkelijk maakt als foerageergebied. In de aangrenzende bosranden werden evenmin sporen van das aangetroffen. In de ecologische inventarisatie in 2018 is dan ook geen specifieke aandacht aan das besteed. Later
1
Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37. BügelHajema Adviseurs, 2019
2
Toetsing Wet natuurbescherming Zonneveld Hollandscheveld, Eelerwoude, 2018
bleken iets verderop toch twee dassenburchten aanwezig te zijn. Gezien de ligging van deze burchten is het goed mogelijk dat das zich regelmatig door de akkers en langs de watergangen verplaatst en hier ook foerageert. Functie van het plangebied voor das 3
Volgens het Kennisdocument Das (BIJ12,2017b) leeft das in gebieden die bestaan uit een combinatie van diverse biotooptypen. Vaak zijn dit zowel hooggelegen als laaggelegen gronden die op korte afstand van elkaar liggen, in meestal kleinschalige akker- en weidelandschappen met voldoende bosjes, houtwallen, singels en heggen die als beschutting en geleiding kunnen dienen. Belangrijke kenmerken van dassenhabitat zijn: -
aanwezigheid van een groot voedselaanbod;
-
voor de burchten een bodem die goed vergraafbaar is en die het regenwater snel kan afvoeren;
-
aanwezigheid van voldoende dekking rond de burchten en de migratieroutes;
-
weinig verstoring.
Als verblijfplaats heeft das een dassenburcht: een gangenstelsel van ondergrondse holen dat door een das gegraven is of dat een das in gebruik heeft, of iedere andere constructie die de das in gebruik heeft. In de literatuur en in de praktijk worden een hoofdburcht, en bijburcht en vluchtpijpen onderscheiden. Een dassenfamilie heeft gewoonlijk één hoofdburcht, en eventueel enkele bijburchten. Daarnaast liggen verspreid over het territorium vluchtpijpen die vooral dienen om bij dreigend gevaar tijdelijk te schuilen. Zowel agrarisch gebied als natuurterreinen kunnen dienen als foerageergebied voor das. Regenwormen vormen het grootste deel van het voedsel van de das (stapelvoedsel). Daarnaast eten dassen bosvruchten, valfruit, noten, eikels, granen (vooral maïs en tarwe), paddenstoelen, jonge knaagdieren, egels, slakken en insecten (zoals kevers en wespen- en hommelbroed) en de larven van langpootmuggen (emelten) en kevers (engerlingen). In agrarisch gebied zijn vooral bemeste graslanden (regenwormen) jaarrond en graan- en maïsakkers (maïskolven) in nazomer en najaar geschikt als foerageergebied. Ook maken oude en structuurrijke eikenbossen en diverse natuur- en landschapselementen deel uit van het foerageergebied. De grootte van de functionele leefomgeving wordt voornamelijk bepaald door het voedselaanbod.
Bij een rijk voedselaanbod hebben dassen voldoende aan een gebied van 30 tot 150 hectare, onder minder gunstige omstandigheden hebben zij een groter gebied nodig. De vorm van de functionele leefomgeving wordt voornamelijk bepaald door de
3
BIJ12, 2017. Kennisdocument Das - Meles meles. Versie 1.0, juli 2017.
datum 10-06-2021
projectnummer P000508
2
landschappelijke context, bijvoorbeeld de burcht op hogere delen en het foerageergebied in lagere delen, en door barrières, zoals grote wegen en groot water. Toetsing Niet alleen de verblijfplaatsen van das zijn beschermd op basis van de Wet natuurbescherming, maar ook zijn functionele leefomgeving. Dat betekent dat foerageergebied bereikbaar moet zijn en uitwisseling met ander burchten mogelijk moet zijn (geen barrières, wel dekking), dat voldoende foerageergebied beschikbaar moet zijn in de ruime omgeving rond de verblijfplaats, en dat geen verstoring optreedt. Deze aspecten worden hieronder getoetst. VERBLIJFPLAATSEN Ten gevolge van de uitvoering van het plan gaan geen verblijfplaatsen van das verloren, en de aangetroffen verblijfplaatsen liggen op minstens 30 meter van het plangebied. BEREIKBAARHEID EN ECOLOGISCHE VERBINDING Rond het zonnepark worden geen hekken of rasters geplaatst, alleen op de toegangspaden aan de oostrand en de dam aan de zuidrand komen enkele hekken om ongewenste personen te weren. Advies is om daar waar wel een hekwerk wordt geplaatst, tevens een doorgang voor das te realiseren (bijvoorbeeld een pijp met een diameter van 30 tot 40 cm), zodat das zich door het zonnepark kan verplaatsen.
Binnen het zonnepark kan de das vrij migreren over alle groenstroken in de randen en tussen de rijen zonnepanelen, maar ook dwars op de panelenrijen, onder de panelen door. 4
Tevens voorziet de landschappelijke inpassing (zie ook plankaart op pagina 10 in dat document) in een circa 100 meter brede ecologische verbindingszone in noord-zuidrichting middendoor het park; deze zone loopt vanaf de noordrand bij de A37 tot aan de zuidrand bij de Zevende wijk. Op deze strook wordt ruigtevegetatie ontwikkeld. Ook langs de west- en oostrand zijn bredere randen met ruigtevegetatie voorzien. Tevens worden langs de noord- en zuidrand natuurvriendelijke oevers aangelegd, op de noordoever tevens met wat struweel. Door deze inrichting is het gehele plangebied toegankelijk en passeerbaar voor das, met aantrekkelijke randen met extra dekking en een extra doorgang in noord-zuidrichting middendoor het plangebied. FOERAGEERGEBIED De slootkanten binnen het plangebied behouden hun functie als foerageergebied. De akkers worden vervangen door zonnevelden met groenstroken en natuurelementen. De akkers zelf zijn in de huidige
4
Zonnepark Hollandscheveld-oost / Nieuwlande - landschappelijke inpassing. Lindemans Landschapsarchitecten
V2.52 04-06-2020
datum 10-06-2021
projectnummer P000508
3
situatie geschikt als foerageergebied maar wel van lage kwaliteit. De intensieve teelten van aardappel, suikerbiet en maïs die het meeste voorkomen in de directe omgeving hebben een lage dichtheid aan grotere bodemdieren zoals regenwormen die de das als voedsel kunnen dienen. Gewasresten van met name maïs zijn wel geschikt als voedsel, met name in een korte periode in het najaar. In de huidige situatie is het plangebied foerageergebied van lage kwaliteit. Als gevolg van de ontwikkeling van het zonnepark zal het foerageergebied voor das binnen het plangebied van karakter veranderen. Het gebruik als akker stopt en eventuele gewasresten die nu een deel van het jaar als voedsel kunnen dienen zijn dan niet meer beschikbaar binnen het plangebied. De grond wordt minder bemest en er worden minder of geen gewasbeschermingsmiddelen meer toegepast. Onder de rijen zonnepanelen zal das weinig voedsel vinden, maar tussen de rijen panelen worden stroken kruidenrijk gras aangelegd waarin zich meer bodemleven kan ontwikkelen dan in de huidige intensieve akkers. Daarnaast voorziet het plan in een aantal natuurelementen die foerageergebied van hoge kwaliteit opleveren: -
Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een perceel ingericht met delen bosschage, ruigtevegetatie (en tevens een klein zonneparkje als onderdeel van een postcoderoos).
-
Aan de oostzijde, westzijde en centraal op het terrein worden stroken vrijgehouden van panelen. Aan de kopse kanten betreft het circa 25 meter, de middelste strook is circa 100 meter breed. Deze stroken worden beheerd als ruigtevegetatie en zullen dienen als droge ecologische ´dooradering´.
-
De watergangen worden verbreed en voorzien van een natuurvriendelijke oever.
Daarnaast blijven buiten het plangebied andere typen hoogwaardig foerageergebied behouden en blijven deze ook bereikbaar voor das. Dit betreft de lange en brede bosstroken met veel eikenbos maar plaatselijk ook meer gevarieerde begroeiing en graslanden in de omgeving, met name ten westen en zuiden van het plangebied. Conclusie is dat het plangebied als foerageergebied voor das van karakter verandert, maar niet verslechtert. Verlies van foerageergebied onder de zonnepanelen wordt gecompenseerd door hoge kwaliteit foerageergebied in de brede randen en extra natuurelementen. Met de toevoeging van nieuwe biotopen binnen het plangebied ontstaat in combinatie met aangrenzend foerageergebied een grotere variatie aan voedselaanbod. VERSTORING In de gebruiksfase is geen sprake van verstoring. Het zonnepark hoeft slechts incidenteel te worden bezocht voor technisch onderhoud. Daarnaast vindt extensief onderhoud van de groenelementen plaats, dat veel minder werkzaamheden vergt, en dus minder verstoort, dan de intensief beteelde
datum 10-06-2021
projectnummer P000508
4
akkers in de huidige situatie. Bovendien vindt alle onderhoud overdag plaats. Er wordt dan ook geen verlichting aangebracht in het zonnepark. In de aanlegfase is enkele maanden sprake van intensieve werkzaamheden. Om verstoring van das te voorkomen worden de volgende maatregelen, grotendeels ontleend aan het Kennisdocument Das, genomen: -
De uitvoering van de werkzaamheden vindt zoveel mogelijk buiten de kwetsbare periode plaats. De periode van begin juli t/m eind november leent zich hier het beste voor.
-
De werkzaamheden binnen een straal van 20 meter vanaf de dichtstbijzijnde actieve pijp van de dassenburcht worden zoveel mogelijk vermeden. Als inpassingsmaatregelen en het plaatsen van zonnepanelen toch binnen de straal van 20 meter plaatsvinden, dan wordt dit in de periode tussen juli t/m eind november gedaan. De werkzaamheden worden zo snel en kort mogelijk uitgevoerd, met zo min mogelijk licht, geluid en trillingen.
-
Een ecologisch deskundige dient vooraf een veldcontrole uit te voeren om te bepalen welke pijpen actief worden gebruikt door das. De begrenzing van dit gebied wordt in overleg met de aannemer gemarkeerd met piketten of lint.
-
De werkzaamheden worden overdag en voor zonsondergang maar uiterlijk 19:00 uur uitgevoerd zodat de wissels ’s avonds weer toegankelijk zijn.
-
Er wordt geen werkverlichting geplaatst.
-
De compound area (bouwplaats) van het zonnepark wordt op een ruime afstand van de burcht gesitueerd. Concreet betekent dit dat deze helemaal aan de oostzijde van het plangebied en op circa 700 meter van de bestaande burcht wordt gepositioneerd.
Conclusie Verstoring van verblijfplaatsen van das treedt niet op vanwege de ligging buiten het plangebied en aanvullende maatregelen om verstoring in de aanlegfase te voorkomen. Het plangebied verandert sterk van karakter, maar blijft volledig bereikbaar en passeerbaar voor das, met zelfs extra dekking ten opzichte van de huidige situatie. Er treedt verlies van foerageergebied in de vorm van akkers op, dat wordt gecompenseerd door hoge kwaliteit foerageergebied in de brede randen en extra natuurelementen in het plangebied. Door de inrichting en aanvullende maatregelen worden negatieve effecten sterk beperkt en zijn ook positieve effecten te verwachten. Per saldo zijn blijvende negatieve effecten op das onwaarschijnlijk, op voorwaarde dat de in deze notitie aangegeven maatregelen worden opgevolgd.
datum 10-06-2021
projectnummer P000508
5
BIJLAGE 3 Algemene toelichting cable pooling
Cable pooling Update factsheet & verdieping
December 2020
Cable pooling: verdieping Inleiding
In deze verdieping
Deze update geeft inzicht in de huidige kennis over cable pooling en is opgezet door een samenwerking tussen verschillende marktpartijen en netbeheerders. Uit interviews met experts uit het werkveld is gebleken dat cable pooling veel potentie heeft, maar dat er ook nog vragen zijn voor partijen die cable pooling toe willen passen.
✓ Factsheet cable pooling ✓ Definities en omschrijvingen ✓ Technische potentie ✓ De waarde van cable pooling ✓ Mogelijke toepassingsvarianten ✓ Handige links en informatie
Om de toepassing van cable pooling te versnellen biedt dit document een verdieping, maar het is niet de laatste update. Er wordt gewerkt aan standaard documenten en verbeterde facilitering om juridische en financiële zekerheden te vergroten en cable pooling voor zowel grote als kleinere projecten toegankelijker te maken.
Maximaal benutten van capaciteit
Cable pooling Het probleem
De totale capaciteit van een aansluiting wordt bij opwekinstallaties voor zon en wind maar beperkt benut, het waait immers niet altijd en er is niet constant zon. Toch moet de aansluiting piekbelasting aankunnen. Daardoor zijn veel netuitbreidingen nodig om het toenemende aantal zonen windparken op het net kwijt te kunnen. Dit kost veel tijd en geld.
De oplossing
Bij cable pooling wordt op één aansluiting zowel zon als wind opwek gecombineerd op een kabel. Op piekmomenten is een mate van curtailment nodig, maar de verloren energie is beperkt. Het rendement op een aansluiting kan hiermee worden verhoogd, er zijn minder aansluitingen nodig en er kan op geschikte locaties tot twee keer zoveel opwek aangesloten worden op het net.
Waarde
Toepassing Combineren van zon en wind op één aansluiting in gebieden met transportschaarste of lange aansluitwachttijden.
Netbeheerder hoeft minder infrastructuur aan te leggen
Ontwikkelaars besparen op vastrecht & aansluitkosten
Concept
Pilot
Geïmplementeerd
01-09-20
Opschaalbaarheid •
•
Ontwikkelaars, netbeheerder, toezichthouder en banken (financiering)
Praktijkvoorbeeld
Beschikbaarheid Idee
Stakeholders Ontwikkelaars kunnen sneller & meer opwek vermogen aansluiten
Technisch potentieel is groot door gebruik van bestaande infrastructuur. Krap uitgelegde kabels beperken opschaalbaarheid
Belemmeringen •
•
Financiering; banken zijn terughoudend bij meer klanten op 1 aansluiting. Curtailment nodig.
Factsheet Opschaalbare oplossingen voor transportschaarste
Regionaal Regionaal 04-12-20
Nationaal Nationaal
Zonnepark De Grift De kabel- en netaansluiting van Windpark Nijmegen-Betuwe kan worden gedeeld met het nog te bouwen zonnepark.
Enablers • •
Aanpassing van MLOEA contracten Meer praktijkvoorbeelden om van te leren
Meer lezen (1) en (2) en (3)
Partners
Waarde van cable pooling Waarde cable pooling
Huidige en toekomstige Infrastructuur kan efficiënter benut worden
“er kan mogelijk tussen 2 en 4 GW extra zon opwek geplaatst worden door combineren van zon+wind”
Gebaseerd op voorlopige schattingen van NWEA en Firan.
Ontwikkelaars besparen op vastrecht & aansluitkosten
30%
Ontwikkelaars & netbeheerders kunnen sneller en meer opwek vermogen aansluiten
10%
Netbeheerders kunnen de maatschappelijke kosten drukken door minder benodigde infrastructuur.
In gebieden met transportschaarste kan d.m.v. cable pooling alsnog extra zon geplaatst worden bij bestaande wind opwek installaties. Er hoeft dan niet altijd gewacht te worden op een verzwaring van infrastructuur.
Cable pooling & MLOEA (definities) Definities en achtergrond uitgelegd
Combineren van aansluitingen en garanties van oorsprong
Om cable pooling goed te begrijpen is het belangrijk dat er een gemeenschappelijk beeld ontstaat over de terminologie. Het technische idee achter cable pooling is niet per definitie hetzelfde als de wettelijke bepaling. Daarnaast worden MLOEA en cable pooling vaak in één zin genoemd, maar ze betekenen iets anders. Hieronder wordt dit onderscheid kort toegelicht.
In het geval van een aansluiting met meerdere toewijzingspunten wordt de hoeveelheid energie die aan het secundaire toewijzingspunt wordt geleverd, beschouwd als energie die aan het net wordt geleverd en dus relevant voor de Garanties van Oorsprong. Hiervoor is in 2019 een werkwijze opgezet voor de situaties waarbij een aansluiting meerdere allocatiepunten bevat.
Technische idee cable pooling: Het combineren van opwek zon/wind + opwek zon/wind achter één aansluiting naar de netbeheerder. Waarbij verondersteld wordt dat door zon en wind te combineren het rendement op de benodigde infrastructuur verhoogd kan worden. Ofwel meer duurzame opwek op dezelfde aansluiting. Wettelijke bepaling cable pooling: Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden één of meer windparken of zonneweides op land, of een combinatie daarvan die zich in elkaars onmiddellijke nabijheid bevinden, samen met het bijbehorende stelsel van verbindingen, beschouwd als één productie-installatie en één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken, indien: a) ten behoeve van die windparken, zonneweides of een combinatie daarvan gezamenlijk een aanvraag is gedaan bij een netbeheerder om aangesloten te worden op dezelfde aansluiting; en b) de gevraagde aansluitcapaciteit meer bedraagt dan 2 MVA. MLOEA regeling (Meerdere Leveranciers Op Één Aansluiting): Een netbeheerder kan één of meerdere allocatie punten toevoegen achter de aansluiting, op verzoek van de aangeslotene. Zo kunnen op verschillende allocatie punten verschillende leveranciers worden gekozen, achter één aansluiting. Voorwaarde hierbij is wel dat de allocatiepunten zich op één onroerende zaak bevinden.
Cable pooling + MLOEA: Als twee verschillende partijen hun wind en zon productie locatie willen combineren achter één aansluiting kan in beginsel niet gebruik worden gemaakt van MLOEA. Want er is sprake van verschillende onroerende zaken, namelijk verschillende rechtspersonen. Door cable pooling kan dit nu wel, want ze kunnen worden gezien als één onroerende zaak. Zonder MLOEA is cable pooling minder interessant in constructies met meerdere ontwikkelaars, want dan wordt de aansluiting naar de netbeheerder gezien als één productielocatie met één allocatiepunt. Dan is het dus veel lastiger om de financiering van de afzonderlijke productie locaties rond te krijgen.
De geschiedenis van aansluitingen combineren
1998
Juli 2017
Maart 2019
Februari 2020
Juli 2020
Invoering energiewet
ACM codewijziging (MLOEA) Werkwijze uitgifte Garanties van Oorspong Wijziging Elektriciteitswet geaccepteerd door Tweede Kamer Inwerkingtreding wetswijziging
Technische potentie cable pooling Traditioneel aansluiten
Cable poolen
Toelichting Aangenomen wordt dat je bij X vermogen wind, afhankelijk van de situatie 50-100% van dat vermogen aan zon kunt bijplaatsen d.m.v. cable pooling.
30%
10%
Traditionele situatie • Een wind- of zonnepark produceert niet constant energie. De theoretische capaciteit van een aansluiting wordt dus nooit behaald. • Over een jaar genomen geld dat voor wind (op land) ongeveer 30% van de theoretische capaciteit wordt benut. Voor zon is dat ongeveer 10%. Deze percentages refereren naar de vollasturen van een installatie. • Er moet wel voor 100% infrastructuur aangelegd worden door de netbeheerder om de piekbelasting aan te kunnen.
35% - 42%
Technische potentie cable pooling • Door opwek van zon en wind te combineren achter één aansluiting naar de netbeheerder kan de infrastructuur efficiënter worden benut. • Wanneer het aantal zonnepanelen wordt over gedimensioneerd t.o.v. de PV-inverter kan dit oplopen tot 42%. • Er kan door zon en wind te combineren extra opwek vermogen worden geplaatst bij bestaand aansluitvermogen. • Op momenten dat de zon en wind piek samenvalt is een beperkte mate van curtailment nodig.
De combinatie van zon en wind achter een aansluiting kan het rendement in vollasturen op de aansluiting verhogen. De exacte potentie hangt af van de verhouding zon/wind en hoe de PV installaties zijn gedimensioneerd.
Asset van netbeheerder Asset van klant
Combineren van opwek met opwek Zon + wind
Wind + wind
Zon + zon
Mogelijke combinaties Alle bovenstaande combinaties kunnen worden geclassificeerd als cable pooling. De combinatie van zon met wind is wel de variant waar de meeste technische potentie in zit. Echter, het komt voor dat bijvoorbeeld een aantal opwekkers zich clusteren d.m.v. MLOEA op één aansluiting naar de netbeheerder, dat kan dan in theorie ook cable pooling worden genoemd. Deze clustering kan ertoe leiden dat je samen kunt aansluiten op een hoger netvlak, in bepaalde situaties kun je zo meer vermogen aansluiten. Dit zal altijd in afstemming met de netbeheerder plaatsvinden als het een nieuwe aansluiting betreft
Asset van netbeheerder Asset van klant
Cable pooling varianten Cable poolen
Cable poolen + MLOEA
Infrapoolen met GDS
Opwekker B
Opwekker A
Opwekker X
Inkoopstation
Inkoopstation Asset van regionale netbeheerder Asset van klant aan primaire allocatiepunt
Asset van regionale netbeheerder Asset van klant aan primaire allocatiepunt
Asset van "pooler" secundaire aansluiting
Inkoopstation
GDS station
Asset van regionale netbeheerder Asset van klant aan primaire allocatiepunt
Asset van "pooler" secundaire aansluiting Assets van GDS verantwoordelijke
Deze situatie visualiseert de eenvoudigste vorm van cable poolen. Één rechtspersoon combineert op zijn eigen aansluiting en eigen terrein zon opwek met wind opwek. Hier is ook maar één allocatie punt nodig.
Een situatie met verschillende rechtspersonen is complexer. Omdat verschillende partijen opwekken achter één aansluiting zijn meerdere allocatiepunten nodig. Daarom wordt hier idealiter gebruik gemaakt van MLOEA.
Een andere manier om met meerdere partijen opwek te combineren is infrapooling. Hierbij wordt d.m.v. een gesloten distributie systeem (GDS) opwek met opwek gecombineerd. Dit is niet hetzelfde als cable pooling. Deze optie wordt vooral voor grote voor installaties ingezet omdat het inrichten van een GDS voor infrapooling vrij kostbaar is en er is meer ruimte voor net optimalisatie.
Praktijkcase Boer Westra in Franeker, Vattenval
Praktijkcase De Grift, Koegorspolder
Praktijkcase GDS van Solarfields
Combineren van opwek met opwek Cable poolen
Cable poolen + MLOEA
Infrapoolen met GDS
Opwekker B
Opwekker A
Opwekker X
Inkoopstation
Inkoopstation Asset van regionale netbeheerder Asset van klant aan primaire allocatiepunt
Asset van regionale netbeheerder Asset van klant aan primaire allocatiepunt Asset van "pooler" secundaire aansluiting
Inkoopstation
GDS station
Asset van regionale netbeheerder Asset van klant aan primaire allocatiepunt
Asset van "pooler" secundaire aansluiting Assets van GDS verantwoordelijke
Voorwaarden ✓ 1 juridische eigenaar van de aansluiting ✓ 1 WOZ object ✓ 1 energieleverancier per aansluiting
Voorwaarden ✓ 1 juridische eigenaar van aansluiting ✓ 1 of meer WOZ-objecten ✓ 1 of meer energieleveranciers per aansluiting
Voorwaarden ✓ 1 juridische eigenaar per aansluiting ✓ 1 of meer WOZ-objecten ✓ Ontheffing vanuit ACM voor GDS ✓ 1 verantwoordelijke beheerder voor de GDS
Belemmeringen • Enkel te realiseren indien er één juridische rechtspersoon is, niet geschikt voor meerdere energieleveranciers
Belemmeringen • Financiële onzekerheden door onbekendheid en risico's bij faillissement van één van de partijen
Belemmeringen • Kan momenteel zekerheid bieden voor de financiële risico's, maar goedkeuring vanuit ACM is beperkt
Aandachtspunten en handige informatie m.b.t. cable pooling Handige documenten en links • Aandachtspunten voor cable pooling overeenkomst Een presentatie vanuit Ventolines waarin belangrijke aandachtspunten voor een CPO worden benoemd. Dit bevat tevens punten die niet in de standaard model CPO zitten. • Checklist cable pooling Een checklist van Firan met aandachtspunten voor partijen die denken om te gaan cable poolen. • Energy matching tool Een GIS tooling aangeboden door Firan waarin bestaande aansluitingen worden geprojecteerd met een potentie om te kunnen cable poolen
Betrokken partijen
Kort overzicht aandachtspunten voor een cable pooling overeenkomst (CPO) Ventolines heeft een concreet overzicht met aandachtspunten voor een CPO opgezet. Op basis van hun overzicht zijn hier enkele aandachtspunten vermeld. Voor meer informatie zie; presentatie concept overeenkomst Kosten • De verdeling zal project- en situatie specifiek moeten worden geregeld. • Primaire installaties (domein netbeheerder) → eenmalige en periodieke aansluittarief • Secundaire installaties (domein aangeslotenen) → kosten aanleg, beheer en onderhoud gemeenschappelijke infra (afhankelijk van layout) • Cable pooling verandert niets aan principe dat voor doel verantwoordelijkheidsscheiding alles achter de aansluiting verantwoordelijkheid aangeslotenen is Afregeling (curltailment); • Om bij gelijktijdigheid overbelasting van aansluiting te voorkomen, zijn curtailmentafspraken tussen de poolers nodig. Het gaat hier om technische curtailment. • Met betrekking tot technische curtailment worden afspraken gemaakt over automatische curtailment via (bijv.) scadasystemen per project. Het is de eigen verantwoordelijkheid van elk project om de curtailmentafspraken commercieel te verdisconteren in de eigen PPA. Balancing responsibility (BR) • Allocatie door netbeheerder vindt plaats op PAP en op SAP’s. Som allocaties op SAP en de netverliezen achter de meter moet overeenkomen met de allocatie op het PAP.
• Elke pooler regelt de BR op haar SAP. De PPA-partij van de desbetreffende pooler zal vrijwel steeds als BRP op het SAP worden aangesteld. Op- en afschalen aansluitcapaciteit • De CPO moet afspraken bevatten voor het geval wordt overwogen een productiemiddel op te schalen: onder welke voorwaarden in dat geval het op de aansluiting gecontacteerde vermogen kan worden uitgebreid • Idem indien een productiemiddel afschaalt of wegvalt (anders dan door reguliere beëindiging van de CPO), waardoor een overgedimensioneerde aansluiting en dus inefficiënte kosten kunnen resulteren • Uitgangspunt zal zijn, behoudens andersluidende, te documenteren afspraken: kosten (inclusief van eventueel benodigd spanningsloos maken van aansluiting ten behoeve van werkzaamheden) en risico voor rekening van de partij die opschalen aansluitcapaciteit wenst of inefficiënte kosten door overdimensionering veroorzaakt
December 2020. Aan de informatie in dit document kunnen geen rechten worden ontleend.