Brief College - Beleidskader Participatie Drentse Zonneroute .pdf
Tekst van het document
Aan de leden van de Gemeenteraad Datum: Onderwerp: Beleidskader Participatie Drentse Zonneroute Ons kenmerk: Geachte heer, mevrouw, Op 9 maart jl. heeft u in de raadvergadering het Beleidskader Participatie Drentse Zonneroute besproken. Naar aanleiding daarvan heeft u gevraagd om een nadere toelichting op een aantal punten. Het Beleidskader bevat de richtlijnen langs welke lokaal eigendom en participatie in het project dienen te worden vormgeven. Het Beleidskader is randvoorwaardelijk om de financiële baten van het project ook in de omgeving te laten landen, via lokaal eigendom en/of een Omgevingsfonds. Kernpunten van het Beleidskader • We streven naar 50 procent lokaal eigendom, met een ondergrens van 20 procent; • Indien het niet lukt om lokaal eigendom te realiseren, komt er een Omgevingsfonds (terugvaloptie); • In het Beleidskader zijn eisen opgenomen rondom lokaal eigendom, financiële participatie en procesparticipatie; • Het Beleidskader is mede met inbreng vanuit lokale initiatieven (energiecoöperaties uit de regio, waaronder de Groene Wieken) tot stand gekomen; • Het Beleidskader geldt voor alle drie de gemeenten langs de Drentse Zonneroute (Coevorden, Hoogeveen en Emmen). Met deze brief geven wij antwoord op uw vragen over: 1. De naleving van het Beleidskader; 2. De percentages; 3. De afdracht aan het Omgevingsfonds. 1.
De naleving: Hoe willen we lokaal eigendom realiseren In het Beleidskader is uitgewerkt hoe de naleving ervan vorm zal krijgen. Hierin speelt een aantal zaken een rol: de openbare procedure (tender) van het Rijk, de te maken afspraken met de op te richten Koepel A37 en de te sluiten overeenkomst met de gemeenten. Samen met het Beleidskader zorgt dit voor een robuust geheel, waarbij het primaat ligt bij de inhoud en handhaving van de afspraken die na de tender tussen de ontwikkelaar, de Koepel A37 en de gemeenten worden gemaakt. Het Beleidskader is randvoorwaardelijk om richting te geven aan die afspraken. De Drentse Zonneroute A37 wordt door de drie betrokken gemeenten, netbeheerders en het Rijk voorbereid. Omdat het om rijksgrond gaat, zal het Rijk de grondposities via een openbare procedure in de markt zetten. Een ontwikkelaar zal het project daarna voor eigen rekening en risico realiseren. Er is geen sprake van een aanbestedingsplichtige opdracht vanuit het Rijk naar de ontwikkelaar. Daarbij komt dat het bij lokaal eigendom en financiële participatie van belang is dat juist de gemeenten en energiecoöperaties betrokken zijn bij de afspraken hierover met de Pagina 1 van 4
ontwikkelaar. De samenwerkingspartners hebben met elkaar afgesproken dat lokaal eigendom een belangrijk criterium is op basis waarvan de ontwikkelaar wordt geselecteerd in de tender. Naast dit criterium moet deze ontwikkelaar aan een aantal eisen voldoen, waarmee we ons ervan verzekeren dat dit een partij van goede naam en faam is die het project daadwerkelijk kan realiseren. In de tender worden partijen gestimuleerd om een zo hoog mogelijk aanbod te doen voor lokaal eigendom met een ondergrens van 20 procent. Na gunning legt het Rijk contractueel vast dat de ontwikkelaar de grond pas in gebruik krijgt als deze privaatrechtelijke afspraken heeft gemaakt met de gemeenten en de Koepel A37 over diens aanbod lokaal eigendom. In het Beleidskader is uitgewerkt waaraan deze afspraken moeten voldoen. Hierin wordt ook opgenomen dat indien het de Koepel A37 niet lukt om het geboden deel lokaal eigendom te realiseren er voor dat deel een Omgevingsfonds wordt opgericht. Op die manier stromen alle in de tender geboden baten terug naar de omgeving. 2. Hoe zijn de percentages lokaal eigendom bepaald Met het Beleidskader Participatie Drentse Zonneroute streven de drie gemeenten ernaar om een lokaal eigendom van 50 procent te realiseren. Dit streven moet worden verankerd in de openbare tenderprocedure voor de Drentse Zonneroute A37.
De percentages in het Beleidskader zijn gebaseerd op vastgesteld beleid in de drie gemeenten, op de inbreng die is voortgekomen uit gesprekken met het participatieoverleg (met de energiecoöperaties uit de regio) en op de haalbaarheid van de businesscase: •
•
•
•
1
Het streven naar een percentage lokaal eigendom van 50 procent in projecten van hernieuwbare energie staat in de RES 1.0 Regio Drenthe en is daarmee vastgesteld beleid in de gemeenten Hoogeveen, Coevorden en Emmen 1. Hierop is het streven in het Beleidskader gebaseerd; Er is voor een ondergrens van 20 procent gekozen omdat het invullen van ruim 35 hectare aan zonneparken een flinke inspanning zal vragen van de omgeving (het project is 189 hectare in totaal). Het op voorhand vaststellen van een ondergrens van 50 procent lokaal eigendom wordt daarin gezien als het neerleggen van een onhaalbare kaart bij de omgeving. Het gaat in dat geval concreet om ruim 90 hectare coöperatieve zonontwikkeling. Dit is gezien de organisatiekracht en financiële draagkracht van de omgeving uitdagende. Er is daarom voor een ondergrens van 20 procent gekozen omdat het invullen hiervan, omgerekend ruim 35 hectare, al een flinke inspanning van de regio zal vragen (op het gebied van financiering); Er bestaat een risico dat de markt bij een hogere ondergrens dan 20 procent geen aanbod kan of wil doen. Dit hangt mede af van de businesscase die de ontwikkelaars voor zich zien.
Bij deze ondergrens worden marktpartijen juist uitgedaagd om een scherp bod te doen, gezien ontwikkelaars die het streven van 50 procent lokaal eigendom benaderen een grotere kans hebben de tender te winnen; Omdat het eventuele Omgevingsfonds vastzit aan het percentage lokaal eigendom, willen we ontwikkelaars uitdagen een zo hoog mogelijk percentage lokaal eigendom aan te bieden. Mocht het
In Hoogeveen geldt 50 procent lokaal eigendom ook als een belangrijk criterium in het Aangepast afwegingskader zonne-energie Hoogeveen. Pagina 2 van 4
benodigde bedrag om het percentage lokaal eigendom volledig in te vullen niet door de omgeving worden gehaald, dan moet de ontwikkelaar namelijk over het percentage lokaal eigendom dat niet wordt gerealiseerd 5 procent van de EBITDA afstaan aan het Omgevingsfonds. 3. Het Omgevingsfonds als terugvaloptie Zodra een ontwikkelaar de ontwikkeling en exploitatie van de Drentse Zonneroute gegund krijgt, moet de ontwikkelaar het geboden percentage lokaal eigendom aanbieden aan de Koepel A37. Als de Koepel A37 er niet in slaagt het aanbod voor lokaal eigendom (volledig) in te vullen, moet de toekomstige exploitant jaarlijks 5 procent van de brutowinst (EBITDA) over het niet gerealiseerde aandeel lokaal eigendom afdragen aan een Omgevingsfonds Drentse Zonneroute A37. Bijvoorbeeld: als de ontwikkelaar de Koepel A37 30 procent aandelen biedt en de Koepel 10 procent kan aankopen, dan draagt de ontwikkelaar over 20 procent van de totale EBITDA van de Zonneroute 5 procent af aan het Omgevingsfonds. Een aantal punten ter toelichting op het Omgevingsfonds: • •
•
•
•
Het Omgevingsfonds dient als terugvaloptie en als waarborg dat een redelijk deel van de opbrengsten van het aanbod lokaal eigendom toch beschikbaar komt voor de omgeving; In het Beleidskader wordt gesproken over brutowinst (EBITDA): EBITDA staat voor Earnings Before Interest, Tax, Depreciation and Amorisation. Ofwel: winst vóór aftrek van rentekosten, belastingen, afschrijvingen en afboekingen. Gezien hernieuwbare energieprojecten vaak grote afboekingen op de investeringen en ontwikkelkosten hebben, is gekozen voor deze gangbare boekhoudkundige term; Er is gekozen voor brutowinst (EBITDA) omdat dit cijfer zowel bij de tender als bij de jaarcijfers gestandaardiseerd gepubliceerd moet worden. EBITDA is daarom het minst gevoelig voor boekhoudkundige trucs; De afdracht van 5 procent van de EBITDA aan het Omgevingsfonds is landelijk gezien hoog te noemen. Bij veel Omgevingsfondsen ligt de afdracht tussen de 0,5 en 1 procent van de EBITDA. Uitschieter naar boven is Zonnepark Westerwolde met 5 procent. Wel moet hierbij worden opgemerkt dat deze afdracht over de opbrengsten uit het gehele project gaat. In het geval van de Drentse Zonneroute is het project echter dermate groot, dat 5 procent over het niet gerealiseerde percentage lokaal eigendom, alsnog een substantiële bijdrage aan het Omgevingsfonds betekent.
Bij een Omgevingsfonds spreken we over financiële participatie en niet over rendement vanuit een investering. Het rendement over een investering ligt doorgaans hoger, omdat men hier ook een bepaald financieel risico voor de investerende partij aan vasthangt. Dat is bij financiële participatie voor de ontvanger niet het geval.
Een indicatie van opbrengst is moeilijk te geven omdat de afdracht ook afhankelijk is van het percentage lokaal eigendom dat wordt gerealiseerd. Een bruto-opbrengst van 75.000 per miljoen geïnvesteerd vermogen is reëel en 5% daarvan is € 3750,-. Stel dat 20% niet als lokaal eigendom gerealiseerd wordt: dan hebben we het over een afdracht van 24 x 3750 = 90.000 per jaar. Wij gaan ervan uit dat wij u hiermee voldoende hebben geïnformeerd. Pagina 3 van 4
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
Jelmer Mulder Gemeentesecretaris
Karel Loohuis burgemeester
Bijlagen Bijlage 1: Schematisch weergegeven verhoudingen tussen de koepels
Pagina 4 van 4