Brief 2 Inwoner - Deense model in de discussie rond vitale vakantieparken (1)
Tekst van het document
Graag wil ik u uitleggen wat het Deense model betekent in de discussie rond vitale vakantieparken, zoals geagendeerd voor donderdag acht september: Het Deense model voor recreatiewoningen houdt in dat een eigenaar van zo’n woning na het bereiken de leeftijd van vijfenzestig jaar daar permanent mag wonen als hij of zij deze ten minste twee jaar in bezit heeft. Dat wil zeggen in een gedoogconstructie, waarbij de recreatieve bestemming gewaarborgd blijft. De minister heeft zich enige jaren geleden positief uitgelaten over dit model en toegezegd uit te laten zoeken in hoeverre dit toepasbaar is in Nederland. Dat is naar mijn weten niet gebeurd. In een verder verleden is gezegd dat dit een vorm van leeftijdsdiscriminatie zou zijn. Dat is niet waar, want discriminatie betekent onderscheid maken op een oneerlijke manier op grond van een vooroordeel. Het is toch echt waar dat ouderen gemiddeld kalmer aandoen: ze hoeven niet meer naar hun werk, ze rijden daarom minder hard en nemen minder vaak de auto. Ze maken meestal minder herrie en hebben meer tijd voor de leuke dingen in het leven. Veel oudere mensen blijven (té) lang in hun eigenlijk te grote huis wonen. Als je deze groep de kans geeft om permanent te recreëren in hun recreatiewoningen, dan schuiven er meer gezinnen door naar een grotere woning en komen de kleinere woningen beschikbaar voor de starters.
Dat lijkt een win-win-win situatie voor de woningmarkt, terwijl de recreatieve waarde op de vakantieparken blijft behouden. Voor de financiële kant van de zaak (door het oog van de gemeente gezien), verwacht ik het volgende: 1. De WOZ waarden zullen minder stijgen bij een recreatieve bestemming. Door speculatie op ons parkje zijn de WOZetten in één jaar tijd dertig tot veertig procent gestegen. Dat zal niet zo blijven en er volgt zeker ook een flinke daling vanwege de economische situatie. Voor recreanten zijn de gemeentelijke lasten twee keer zo hoog als voor permanente bewoners. Dus leveren recreanten meer op dan permanente bewoners. Dat zou niet gelden voor deze groep permanente recreatieve bewoners op leeftijd. (Dat is ook niet zo’n draagkrachtige groep.) Op korte termijn zou de gemeente een aanzienlijk bedrag vrij moeten maken voor een nieuw bestemmingsplan. Zo’n plan moet ontworpen worden, getoetst aan beleid van provincie en andere overheden; er moeten inspraakrondes en mogelijkheden voor bezwaar zijn. Dat kost per plan vaak een ton of meer. Als de gemeente besluit te gaan handhaven, kost dat ook veel geld en menskracht. Een deel van de huidige permanente bewoners zal elders gehuisvest moeten worden. Dat zal de druk op het sociale woningbestand belangrijk vergroten. Juist voor de groep op leeftijd, die leeft van pensioenen en AOW, zal dat gelden.
Daar komt nog bij, dat de gemeente een morele schuld zou hebben juist tegenover deze groep mensen, die jarenlang het zeer wispelturige beleid van de verschillende gemeentes over het het recreatieve landschap hebben zien waaien. Het is niet precies in kaart gebracht, maar mijn inschatting is, dat er in de ruim 120 recreatiewoningen op het Nuilerveld drie groepen zijn, die in aantal ongeveer gelijk zijn: echte recreanten; permanente bewoners op leeftijd met een recreatieve levensstijl; permanente bewoners die midden in het jachtige leven staan. Daarnaast zijn er nog wat mensen die er permanente wonen omdat zij gedeeltelijk buiten de maatschappij staan door een beperking of sociale tegenslag. (Een deel daarvan veroorzaakt wel wat overlast.) Bij een handhavingsprocedure zou het aantal bewoners dat hierdoor geraakt zou worden in het Deense model waarschijnlijk ongeveer gehalveerd worden.
Diegenen die wél geraakt zouden worden hebben in meerderheid de financiële middelen om elders een prima woonplek te vinden. Deze groep heeft de laatste jaren een enorm stempel op het parkje gedrukt. Zij claimt nu al het recht om er permanent te wonen en bijvoorbeeld de verkeerssituatie naar haar hand te zetten. Zij nemen de recreatieve waarde van ons parkje niet serieus en sommigen kun je er zelfs van opzettelijk treitergedrag verdenken. Het huidige parkbestuur bestaat volledig uit deze permanente bewoners. Zowel dit bestuur, als de gemeente, hebben het belang van de recreanten gebagatelliseerd en verwaarloosd. De combinatie van moedwillig veroorzaakte overlast en het moedwillig ontkennen van het bestaan van recreatieve belangen heeft geleid tot een verzoek tot handhaving waar de gemeente hoogstwaarschijnlijk niet onderuit zal kunnen komen. Als de gemeente zou besluiten wèl te handhaven ten aanzien van permanente bewoning, maar ondertussen een goed afgebakend model zou hanteren voor het gedogen van recreatief levende permanente bewoners, zou de impact van handhaving veel dragelijker zijn en zou de recreatieve sfeer op ons parkje hersteld en voor de toekomst gewaarborgd zijn. Ik denk de recreant die om handhaving vraagt voldoende te kennen om te kunnen zeggen dat hij met zo’n Deens model zou kunnen leven.
Ik denk dat de gemeente Hoogeveen financieel veruit het beste uit is met dat beleid. Bovendien is dat maatschappelijk verantwoord en duurzaam omdat wonen en recreëren zo in evenwicht en zelfs in harmonie worden gebracht. Met vriendelijke groet,