BP Zuid, deelplan Anjerstraat toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► Niet bekend.
Omgeving <25 m
► Niet bekend. ► Niet bekend.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
mei ’22
►De locatie bevindt zich in de zone wonen.
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 9-12 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-2 2-5 5-10 10-45
beschrijving
formatie
complexe eenheid: afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand kleiige eenheid: zandige klei, een spoor grind en kans op stenen, keien en blokken zandige eenheid: midden en fijn zand en een spoor klei en veen zandige eenheid: midden en grof zand, een spoor klei, zandige klei en veen
Holocene afzettingen Formatie van Drente, Laagpakket van Gieten Drachten Urk
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Hoogeveen, perceel sectie I nr. 3106 Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
mei ’22
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie, voor zover bekend, tussen ca. 1967 en 2020 bebouwd is geweest met een voormalige school. Het onderzochte gebied is momenteel in gebruik als grasveld. Op basis van informatie van het Geoportaal Drenthe liep in het verleden van west naar oost over de locatie een sloot. Deze sloot liep in het verleden veel verder de huidige woonwijk in. Het is niet bekend met welk materiaal er gedempt is. De gedempte watergang/sloot welke door het onderzoeksgebied loopt is in deze fase van het onderzoek in eerste instantie niet apart onderzocht. T.p.v. de gedempte sloot / watergang binnen het plangebied zijn enkele boringen in een raai geplaatst, de grondmonsters hiervan zijn, voor zover zintuiglijk onverdacht, betrokken bij de samengestelde mengmonsters van het overige deel van de locatie. De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2.
Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1).
mei ’22
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 3.110 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
mei ’22
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
15-03-2022
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 07-04-2022 (erkend en geregistreerd) 06-05-2022#
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik 15-03-2022 geen bijzonderheden (erkend en geregistreerd) # = i.v.m. een technische storing is de laboratoriumopdracht van 07-04-2022 voor analyse op zware metalen bij het laboratorium niet ontvangen, op 06-05-2022 is het grondwater opnieuw bemonsterd
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
10
Ca. 0.5
4 t/m 13
4
Ca. 1.6
3A+3B+8A+8B
2
Ca. 2.0
2+3
1
Ca. 3.4
1
Onderzoekslocatie (ca. 3.110 m2) Boringen
Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
mei ’22
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.3 0.3-0.6 0.6-0.9 0.9-1.5 1.5-3.4
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand zand zand zand, matig grof
zwak siltig zwak siltig zwak siltig zwak siltig zwak siltig
bruin/grijs lichtgrijs oranje/bruin geel geel/grijs
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
2.4-3.4
1.74
5
6.4
EGV geleidingsvermogen µS/cm 550
troebelheid (NTU) 38
In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen
mei ’22
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
mei ’22
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS en Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS en Omegam zijn geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke analysepakket waarnemingen
MM1
1+4 t/m 8
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
9 t/m 13
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM3
1+2+3
0.6-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
1
2.4-3.4
-
NEN-grondwater(**)
grond
grondwater 1 (peilbuis)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
mei ’22
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
mei ’22
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van SGS en Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 14 en 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
22-M10293-Anjerstraat, I 3106, Hoogeveen
Certif icaat
13639203
Toetsing
12-Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum : 02-05-2022 - 09:51
Parameters
Toetsing
13639203-001
13639203-002
MM1MM1, 01: 0-30, 04: 0-20, 05: 40-50, 06: 0-30, 07: 0-50, 08: MM2MM2, 0-50 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 13: 0-40 Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Overschrijding Achtergrondw aarde Analyse
Eenheid
AW
T
I
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
72.6
%
BT
BC
Overschrijding Achtergrondw aarde BI
SR
BT
BC
BI
Ja 72.6
80.0
80
gew icht artef acten g
<1
<1
aard van de artef - acten
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
11.9
11.9
5.8
5.8
3.3
3.3
7.6
7.6
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
23
76.7
--
26
59.3
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
<0.2
0.163
<=AW
0
<0.2
0.191
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
<1.5
3.23
<=AW
0
<1.5
2.29
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
18
26.9
<=AW
0
10
15.6
<=AW
0
kw ik°
mg/kg
0.15
18
36
0.47
0.613
WO
0.01
0.14
0.179
WO
0.00
lood
mg/kg
50
290
530
72
93.9
WO
0.09
40
53.6
WO
0.01
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
<3
5.53
<=AW
0
<3
4.18
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
35
63
<=AW
0
38
65.3
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naf taleen
mg/kg
0.02
0.0168
<0.01
0.007
21
40
0.7
0.588
<=AW
0
1.767
1.77
WO
0.01
20
510
1000
4.9
4.12
<=AW
-
4.9
8.45
<=AW
-
totaal olie C10 -mg/kg C40
190
2595
5000
30
25.2
<=AW
0
<20
24.1
<=AW
0
Verklaring kolom m en SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS beheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS beheerd)
BI
SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 f actor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg f actor)
MINERALE OLIE
Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk --
Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
Kleur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Roze
> Industrie
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
mei ’22
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
22-M10293-Anjerstraat, I 3106, Hoogeveen
Certificaat
13639203
Toetsing
12-Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum : 02-05-2022 - 09:51
Parameters
Toetsing
13639203-003 MM3MM3, 01: 60-90, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 100-150, 02: 150-180, 03: 100-150, 03: 170-200 Grond (AS3000) Voldoet aan Achtergrondw aarde
Analyse
Eenheid
AW
T
I
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
87.5
%
BT
BC
BI
87.5
gew icht artefacten g
<1
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
1.0
1
<2
<2
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
<20
54.2
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
<0.2
0.241
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
<1.5
3.69
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
<5
7.24
<=AW
0
kw ik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0503
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
<10
11
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
<3
6.12
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
<20
33.2
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
<0.01
0.007
21
40
0.07
0.07
<=AW
0
20
510
1000
4.9
24.5
<=AW
-
totaal olie C10 -mg/kg C40
190
2595
5000
<20
70
<=AW
0
Verklaring kolom m en SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS beheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS beheerd)
BI
SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE
Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk --
Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
Kleur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Roze
> Industrie
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
mei ’22
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 16: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster MM1
Boringen 1+4 t/m 8
Diepte Zintuiglijk >AW 0.0-0.5 kwik, lood
MM2
9 t/m 13
0.0-0.5 -
MM3
1+2+3
0.6-2.0 -
Legenda >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
kwik, lood, PAK’s (som 10) -
>T -
>I -
Indicatieve toetsing Bbk* Wonen*
-
-
Wonen*
-
-
Achtergrondwaarde*
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte kwik en lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik, lood (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. De licht verhoogd gemeten gehalten kwik, lood (zware metalen) en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) in de bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 zijn niet te relateren aan zintuiglijk waarneembare bodemvreemde afwijkingen. ondergrond (0.6-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
mei ’22
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 17 en 18 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 17: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie Parameters
OPID 150403163#22-M10293-Anjerstraat I 3106 Hoogeveen 1338015 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 6 mei 2022 09:01 Toetsing
Analyse Eenheid S Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ xS N.B.
mei ’22
T
I
Monster 7136472 Pb1, 01-Pb1: 240-340 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
325
600
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
-
153 503,5
300 1000
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 82 < 0.2
0 0 0 0 0 0,076 0
35,1
70
0,2
-
0
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
203,5
400
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
262 203
500 400
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
0,076 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index
12 S
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk <= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
tabel 18: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project Certificaten Toetsing Toetsversie
OPID 243887673#22-M10293-Anjerstraat I 3106 Hoogeveen 1351454 T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 18 mei 2022 12:57
Parameters
Toetsing
Analyse Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) cadmium (Cd) kobalt (Co) koper (Cu) Kwik (Hg) (niet vluchtig) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) zink (Zn) Legenda xS N.B.
Eenheid
S
T
I
Monster 7173356 Pb1, 01-Pb1: 240-340 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
50 0,4 20 15 0,05 15 5 15 65
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
190 0,78 9,3 26 < 0.05 2,6 <2 26 120
0,243 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index 3.8 S 2.0 S 1.7 S 1.7 S 1.8 S
0,243 0,068 0 0,183 0 0 0 0,183 0,075
<= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
interpretatie resultaten grondwater In tabel 19 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte grondwatermonsters. tabel 19: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter
Zintuiglijk
>S
>T
>I
1 (peilbuis)
2.4-3.4
-
barium, cadmium, koper, nikkel en zink, tolueen
-
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
peilbuis 1 (2.4-3.4 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium, cadmium, koper, nikkel en zink (zware metalen) en tolueen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen.
mei ’22
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. De aanwezigheid van tolueen in het grondwater is op basis van het bekende bodemgebruik van de locatie niet te relateren.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
mei ’22
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 19. tabel 20: samenvatting toetsingsresultaten Mengmonster grond
Boringen
Diepte
Zintuiglijk
>AW of >S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1
1+4 t/m 8
0.0-0.5
-
kwik, lood
-
-
Wonen*
MM2
9 t/m 13
0.0-0.5
-
-
-
Wonen*
MM3 grondwater
1+2+3
0.6-2.0
-
kwik, lood, PAK’s (som 10) -
-
-
Industrie*
Pb1
1
1.7-2.7
-
barium, cadmium, koper, nikkel en zink, tolueen
-
-
n.v.t.
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte kwik en lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0,5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Het bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik, lood (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0,5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.6-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
mei ’22
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
grondwater peilbuis 1 (2.4-3.4 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium, cadmium, koper, nikkel en zink (zware metalen) en tolueen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0,5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 21 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 21: toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Anjerstraat, sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
onverdacht
nee, verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater bevatten licht verhoogde gehalten t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. De licht verhoogd gemeten gehalten overschrijden de tussenwaarde/bodemindexwaarde (>0.5) niet en geven daardoor naar onze mening geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
mei ’22
27
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.
partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op de locatie aan de Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van bekende verdachte terreindelen buiten het plangebied, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Binnen een deel van het onderzoeksgebied wordt melding gemaakt van een gedempte watergang/sloot. Voor zover bekend is er geen informatie waarmee deze vm. watergang/sloot is gedempt. In de boringen t.p.v. de vermoedelijke situering van de gedempte watergang/sloot zijn geen bodemvreemde bijmengingen of afwijkingen waargenomen. Opgemerkt wordt dat de situering van de gedempte watergang/sloot in de praktijk kan afwijken. Op basis van dit onderzoek kan daardoor nooit worden uitgesloten dat elders sprake is van bodemvreemd dempingsmateriaal.
mei ’22
28
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken.
Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
mei ’22
29
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
6
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of
www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
mei ’22
30
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen
7
COLOFON
opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
: : : : :
Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse
mei ’22
BJZ.nu Anjerstraat, perceel sectie sectie I nr. 3106 te Hoogeveen 31 blz. 18 mei 2022 ing. A.D.M. van Wuykhuyse
Paraaf
Gecontroleerd door H. Kroon
Paraaf
Datum
Status
18 mei 2022
definitief
31
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
2021
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
2000
1980
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1965
1940
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1910
1890
1840
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
01
Pb 1
gras / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an
1
-30
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an -60
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, oranje, edelm an
100
-90 3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an
4
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, edelm an
150
-150
200
240 250
300
340
-340 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
02
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
50 2
-60
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -70
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an 3
150 4 -180
zand, m at ig grof, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, edelm an
200
-200 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
An je r st r a a t , I 3 1 0 6 , H oog e ve e n 2 2 -M 1 0 2 9 3 N EN 5 1 0 4
03
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an -10
50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en veen, edelm an
100
-70 3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, oranje, edelm an -90
150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an 4
200
-170
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, edelm an -200
t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
04
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an -20
t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an, gest aakt op boom wort el.
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
-40
05
gras / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an 1
50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
-10
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, beige, edelm an -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an -50
06
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-15
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an -30
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en veen, edelm an -50
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
An je r st r a a t , I 3 1 0 6 , H oog e ve e n 2 2 -M 1 0 2 9 3 N EN 5 1 0 4
07
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an -50
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
08
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an
50
-90
zand, zwak silt ig, geel, beige, edelm an
100
150 -180
zand, m at ig silt ig, zwak grindig, grijs, edelm an
200
-200 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
09
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
10
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an -50
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
An je r st r a a t , I 3 1 0 6 , H oog e ve e n 2 2 -M 1 0 2 9 3 N EN 5 1 0 4
11
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
12
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
13
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an -40
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en wort els, sporen bakst een, edelm an
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
3A 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an -50
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an -10
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, edelm an
50
-60
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -90
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, rest en veen, edelm an
150 -170
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, edelm an
200 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
-200
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
An je r st r a a t , I 3 1 0 6 , H oog e ve e n 2 2 -M 1 0 2 9 3 N EN 5 1 0 4
3B 0
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, edelm an -40 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, edelm an
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, geel, edelm an
-90
150 -160
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, edelm an 200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
8A 0
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, edelm an 50
-90
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, edelm an
100
150
200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
An je r st r a a t , I 3 1 0 6 , H oog e ve e n 2 2 -M 1 0 2 9 3 N EN 5 1 0 4
8B 0
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, edelm an 50
-90
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, geel, edelm an
100
-120
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
150
-150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an 200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 1 5 -0 3 -2 0 2 2 H . va n Ku ik
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
An je r st r a a t , I 3 1 0 6 , H oog e ve e n 2 2 -M 1 0 2 9 3 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
onderzoek
onderzoek
onderzoek
BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN
SGS Environmental Analytics B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Sigma Bouw & Milieu Bodem-Sigma Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 8
: Anjerstraat, I 3106, Hoogeveen : 22-M10293 : 13639203, versienummer: 1.
Rotterdam, 25-03-2022
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 22M10293. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 8 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 23 maart 2021 is SYNLAB Analytics & Services B.V. overgegaan naar de nieuwe naam SGS Environmental Analytics B.V.
Alle erkenningen van SYNLAB Analytics & Services B.V blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Environmental Analytics B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 2 van 8
Analyserapport Sigma Bouw & Milieu Bodem-Sigma Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 17-03-2022 Startdatum 17-03-2022 Rapportagedatum 25-03-2022
Anjerstraat, I 3106, Hoogeveen 22-M10293 13639203 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 MM1, 01: 0-30, 04: 0-20, 05: 40-50, 06: 0-30, 07: 0-50, 08: 0-50 MM2 MM2, 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 13: 0-40 MM3 MM3, 01: 60-90, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 100-150, 02: 150-180, 03: 100-150, 03: 170-200
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 72.6 <1 geen
Ja 80.0 <1 geen
Ja 87.5 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
11.9
5.8
1.0
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
3.3
7.6
<2
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
23 <0.2 <1.5 18 0.47 72 <0.5 <3 35
26 <0.2 <1.5 10 0.14 40 <0.5 <3 38
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20
<0.01 0.17 0.05 0.39 0.25 0.24 0.15 0.21 0.15 0.15 1) 1.767
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.02 fenantreen mg/kgds S 0.07 antraceen mg/kgds S 0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.15 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.07 chryseen mg/kgds S 0.09 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.07 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.08 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.07 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.07 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.7 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
002
003
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286