Bijlage 6 GR-tekst Jeugdhulpregio Drenthe
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio Drenthe
1
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aa en Hunze, Assen, BorgerOdoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo en Westerveld, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, Overwegende dat: -
-
-
de deelnemende gemeenten in Noord-Drenthe (Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld en Tynaarlo) al samenwerken binnen de NMD-samenwerking (Noord-Midden Drenthe); de gemeenten in Zuid-Drenthe (Borger-Odoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hoogeveen, Meppel en Westerveld) al samenwerken in het PMT (prestatiemanagementteam); alle deelnemende gemeenten al een bestuurlijke samenwerking Jeugdhulpregio Drenthe (JHRD) kennen; voor deelnemende gemeenten de Hervormingsagenda 2023 – 2028 de aanleiding vormt om de reeds bestaande samenwerkingen voor jeugdhulp samen te voegen en te verankeren in de vorm van een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam; de deelnemende gemeenten waarde hechten aan de relationele aspecten binnen de samenwerking, waarbij onder meer de onderlinge verhoudingen, het commitment om samen te werken en het vertrouwen in elkaar centraal staan.
Gelet op de:
Wet gemeenschappelijke regelingen; Jeugdwet; Gemeentewet, en Algemene wet bestuursrecht.
Besluiten: aan te gaan de navolgende gemeenschappelijke regeling “Jeugdhulpregio Drenthe”:
2
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1: Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a.
basistaakvelden:
b.
colleges:
c.
deelnemers:
d.
dienstverleningsovereenkomst:
e.
Additionele taken:
f.
raden:
g.
Jeugdhulpregio Drenthe
h.
regeling:
i.
wet:
de taakvelden als bedoeld in artikel 4 van deze regeling; de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers, als bedoeld in artikel 1, sub b, van deze regeling; de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aa en Hunze, Assen, BorgerOdoorn, Coevorden, De Wolden, Emmen, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo en Westerveld; de dienstverleningsovereenkomst tussen Jeugdhulpregio Drenthe en een deelnemer inzake de uitvoering van de taakvelden, als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de regeling; de taken als bedoeld in artikel 5 van de regeling. Aanvullende taken kunnen worden onderverdeeld in: - structurele taken voor deelnemers, en - tijdelijke taken voor derden. de gemeenteraden van de deelnemers, als bedoeld in artikel 1, sub b, van deze regeling; het openbaar lichaam Jeugdhulpregio Drenthe, als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulpregio Drenthe, en de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 2: Openbaar lichaam 1. Voor de uitvoering van de regeling wordt een openbaar lichaam in de zin van artikel 8, lid 1, van de wet ingesteld. 2. Het openbaar lichaam is genaamd Jeugdhulpregio Drenthe en is gevestigd te Assen.
Hoofdstuk 2: Taken en bevoegdheden Artikel 3: Doelstelling en belang Jeugdhulpregio Drenthe is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke belangen van de deelnemers op het gebied van jeugdhulp. Zij beogen daarbij het doeltreffend en doelmatig uitvoeren van de door de deelnemers opgedragen taken, bedoeld in artikel 4 van de regeling, welk voortvloeien uit de Jeugdwet. De kernpunten voor de samenwerking zijn het verbeteren van beschikbaarheid, kwaliteit en het verminderen van de kosten van de zorg, zodat alle Drentse jongeren de passende hulp kunnen krijgen voor de vraag die ze hebben.
3
Artikel 4: Taken voor alle deelnemers 1. Ter behartiging van het in artikel 3 genoemde belang, draagt Jeugdhulpregio Drenthe namens de colleges van de deelnemers zorg voor de uitvoerende, ondersteunende en adviserende werkzaamheden op het gebied van de volgende basistaakvelden: a. De gezamenlijke inkoop en/of subsidiëring van jeugdhulp ten behoeve van alle jeugdigen in de regio, waaronder in elk geval begrepen: i. de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zorgvormen waarvoor samenwerking tussen gemeenten verplicht is; ii. de inkoop van jeugdhulp geleverd door gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. b. Het uitvoeren van administratieve processen behorende bij de inkoop en/of subsidiëring door de Jeugdhulpregio, waaronder in ieder geval: i. Contractbeheer, monitoring en relatiemanagement; ii. het maken van afspraken met jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen over de aanlevering van gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording over geleverde prestaties of voor evaluatie van contracten en subsidies, inclusief de wijze van aanlevering. c. De beleidsmatige afstemming en het kwaliteitsmanagement ten aanzien van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zorgvormen waarvoor gemeentelijke samenwerking vereist is. d.
Het organiseren van het rechtmatigheidstoezicht in een samenwerkend platform. e. De afstemming met andere jeugdhulpregio’s teneinde een toereikend aanbod te bevorderen van: i. de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vormen van jeugdhulp waarvoor onderlinge afhankelijkheid tussen regio’s bestaat; ii. de gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. f. De organisatie en coördinatie van het regionale expertteam jeugd ten behoeve van ondersteuning bij complexe casuïstiek, beleidsmatige afstemming en kwaliteitsverbetering binnen de regio. 2. De taken en bevoegdheden ten aanzien van de taakvelden, bedoeld in het eerste lid, worden uitgevoerd met inachtneming van het door de deelnemers vastgestelde (lokale en regionale) beleid. 3. De colleges mandateren aan het bestuur van de Jeugdhulpregio Drenthe de bevoegdheden voor uitvoering van de taakvelden, bedoeld in het eerste lid. 4. De Jeugdhulpregio Drenthe kan werkzaamheden uitvoeren voor andere organisaties, indien het bestuur daartoe heeft besloten. De omvang van deze werkzaamheden voor derden, mag niet meer zijn dan toelaatbaar is op basis van artikel 2.24b, eerste lid, aanhef en onder b, Aanbestedingswet 2012.
Artikel 5: Additionele taken deelnemers 1. Het dagelijks bestuur kan met een deelnemer overeenkomen om andere taken dan vermeld in artikel 4 van de regeling te verrichten. Het dagelijks bestuur toetst dit altijd bij het algemeen bestuur voor akkoord en risicoafhandeling. De colleges kunnen aanvullende taken die samenhangen met de taakvelden, als bedoeld in het vorige lid, maar niet rechtstreeks daaruit voortvloeien, opdragen aan de GR Jeugdhulpregio Drenthe. Nadere afspraken hierover worden vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst. 2. Het dagelijks bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van deze additionele taken, indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 4. Hiertoe kunnen in ieder geval werkzaamheden tot de volgende additionele taakvelden behoren: a. regionale inkoop en afstemming over de inkoop dan wel subsidiëring van nietspecialistische jeugdhulp, inclusief begeleiding en behandeling, voor zover van toepassing binnen de regio, met oog op de gezamenlijke inkoop en beleidsontwikkeling binnen de Jeugdwet; 4
b. contractmanagement en contractbeheer, inclusief de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van contracten met jeugdhulpaanbieders van de zorgvorm onder a; c. beleidsmatige afstemming van de zorgvorm onder a; d. kwaliteitsmanagement van de zorgvorm onder a. 3. Voor uitvoering van de additionele taken wordt in de dienstverleningsovereenkomst met de betreffende deelnemer ten minste de duur van de afname en een kostendekkend tarief afgesproken/overeengekomen. 4. Additionele taken als bedoeld in dit artikel kunnen nimmer worden aangemerkt als basistaken in de zin van artikel 4 van deze regeling. De uitvoering van additionele taken creëert geen verplichting of verwachting voor deelnemers om deze taken structureel of collectief op te nemen als onderdeel van het reguliere takenpakket. Alleen indien alle deelnemers daartoe unaniem besluiten én de regeling overeenkomstig wordt gewijzigd met inachtneming van de wettelijke procedures, kunnen additionele taken worden omgezet in basistaken. Artikel 6: Algemene bevoegdheidstoedeling 1. De colleges van de deelnemers dragen geen bevoegdheden over aan het (algemeen en dagelijks) bestuur van Jeugdhulpregio Drenthe. 2. Voor de uitvoering van taken en werkzaamheden wordt bij separaat besluit door de deelnemers mandaat verleend aan het algemeen- en dagelijks bestuur van de Jeugdhulpregio Drenthe. 3.
Onder mandateren wordt in dit artikel tevens verstaan het verlenen van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen namens de deelnemers en het machtigen tot het verrichten van feitelijke handelingen namens de deelnemers.
Hoofdstuk 3: Het bestuur Artikel 7: Samenstelling algemeen bestuur 1. Elk college wijst uit zijn midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan. 2. Elke college wijst uit hun midden één plaatsvervangend lid aan dat het door hen benoemde lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. 3. Elk lid wordt benoemd voor de duur van de zittingsperiode van het college. 4. Het lidmaatschap van een lid van het algemeen bestuur eindigt zodra men ophoudt lid te zijn van het college dat hem heeft aangewezen. Het desbetreffende college voorziet zo spoedig mogelijk in de opvulling van de vacature. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat opnieuw in de benoeming is voorzien, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in het college. 5. Het college kan zijn lid in het algemeen bestuur ontslaan bij gebrek aan vertrouwen. 6. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. 7. Behalve in het geval dat een lid van het algemeen bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen. Artikel 8: Stemverdeling en besluitvorming algemeen bestuur 1. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem. 2. Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald.
3. In afwijking van het tweede lid is voor de volgende besluiten unanimiteit van de stemmen nodig: a. het besluit tot het ontslag van een lid van het dagelijks bestuur; b. het besluit tot vaststelling en wijziging van de begroting van de regeling; c. het besluit tot vaststelling van de jaarrekening van de regeling; d. het besluit tot het aangaan of wijzigen van de aanvullende taken, als bedoeld in artikel 5 van de regeling; e. het besluit tot het toetreden van een nieuwe deelnemer tot de regeling; f. het besluit tot wijziging van de regeling; g. het besluit tot vaststelling van het liquidatieplan, als bedoeld in artikel 30 van de regeling; h. het besluit tot vaststelling van de uittreedvergoeding van een deelnemer, als bedoeld in artikel 27 van de regeling. 5
4. Geldige besluiten kunnen alleen worden genomen in een vergadering waarbij tenminste meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft in het algemeen bestuur Jeugdhulpregio Drenthe aanwezig is en zich niet van deelneming aan de stemming onthoudt. 5. Indien de stemmen ten aanzien van een specifiek onderwerp tijdens een vergadering staken, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Blijven de stemmen staken in een opnieuw belegde vergadering, dan is het voorstel niet aangenomen. Artikel 9: Bevoegdheden algemeen bestuur 1. Aan het algemeen bestuur komen alle taken toe die bij of krachtens deze regeling aan Jeugdhulpregio Drenthe zijn opgedragen, en niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. Tot deze taken en bevoegdheden behoren in ieder geval: a. het vaststellen van een bedrijfsplan van Jeugdhulpregio Drenthe; b. het vaststellen van het basistakenpakket voor deelnemers; c. het vaststellen van de begroting, dan wel wijzigen daarvan; d. het vaststellen van de jaarrekening; e. het vaststellen van een jaarplan dat als input voor de werkprogramma’s geldt; f. het aanwijzen van de voorzitter, conform artikel 13 van de regeling; g.
het vaststellen van uitvoeringsregels die de directeur en het personeel van Jeugdhulpregio Drenthe moeten opvolgen bij het uitoefenen van hun bevoegdheden; h. het doen van voorstellen aan deelnemers omtrent toetreden tot wijziging van of opheffing van de regeling, en i. het oprichten van en deelnemen in een (werkgevers)vereniging ter behartiging van één of meer belangen van Jeugdhulpregio Drenthe, met inachtneming van hetgeen daarover in artikel 31a van de wet is bepaald. 2. Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie worden het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie door het algemeen bestuur bepaald. Artikel 10: Vergaderingen algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. 2. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste viermaal en voorts zo dikwijls als het daartoe beslist, alsmede als de voorzitter dit nodig acht, dan wel ten minste een vijfde deel van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt. 3. Voor zover daarvan in de regeling niet is afgeweken, zijn de artikelen 16, 17, 19, 20, 26, 28, 31 en 32 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het bestuur. 4.
De vergadering wordt niet geopend, voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden vertegenwoordigd is. De reglementen van orde voor de vergaderingen van het bestuur regelen de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde. Artikel 11: Samenstelling dagelijks bestuur 1. Het aantal door en uit het algemeen bestuur aangewezen leden van het dagelijks bestuur, onder wie de voorzitter, bedraagt vijf en is conform artikel 14 van de wet. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van de colleges door het algemeen bestuur aangewezen. 3. De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter onverwijld schriftelijk op de hoogte. 4. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag of om andere redenen openvallen, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in 6
het algemeen bestuur, dan zal het algemeen bestuur het aanwijzen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitstellen totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur wederom bezet zal zijn. Dat uitstel mag niet meer dan drie maanden bedragen. Artikel 12: Werkwijze en bevoegdheden dagelijks bestuur 1. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering een stem. 2. In de eerste vergadering na de aanwijzing, als bedoeld in artikel 10, regelt het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden. 3. Aan het dagelijks bestuur komen alle taken en werkzaamheden toe die bij of krachtens de wet aan het dagelijks bestuur zijn opgedragen. Tot deze taken en bevoegdheden behoren in ieder geval: a. het vaststellen van een regeling met betrekking tot de behandeling van klachten in relatie tot de gemandateerde taken, als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; b. het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst met een deelnemer voor het verrichten van additionele taken, als bedoeld in artikel 5 van deze regeling; c. het vaststellen van het organisatiebesluit; d. het vaststellen van de instructie en het directiestatuut van de directeur; het vaststellen van een archiefregeling, als bedoeld in artikel 23 van de regeling; e. het aanstellen van de directeur en diens plaatsvervanger, als bedoeld in artikel 17 van de regeling; Artikel 13: Voorzitter 1.
De voorzitter wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door en uit het algemeen bestuur gekozen voor een periode van vier jaar. Het voorzitterschap rouleert na deze periode tussen de deelnemers. 2. Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, die door het algemeen bestuur uit de leden van het dagelijks bestuur wordt aangewezen. 3. Het algemeen bestuur kan besluiten de voorzitter alsnog ontslag te verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 4. De aanwijzing van de voorzitter ter vervulling van een plaats die door ontslag of om andere redenen openvalt, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen. 5. De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. 6. De voorzitter is, onverminderd de taken van de secretaris, verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur en de vergaderorde. 7. Het dagelijks bestuur kan de voorzitter mandaat, volmacht dan wel machtiging verlenen om namens het dagelijks bestuur te handelen.
Hoofdstuk 4: Inlichtingen en verantwoording Artikel 14: Informatie- en verantwoordingsplicht 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van Jeugdhulpregio Drenthe verstrekken aan de raden en de colleges gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren bestuur nodig is. 2. Het algemeen bestuur geeft aan de raden schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden de door één of meer leden daarvan overeenkomstig het reglement van orde van de raad verlangde inlichtingen. 3. Een lid van het bestuur verschaft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dit college of door één of meer leden daarvan worden verlangd, op de binnen die deelnemer gebruikelijke wijze. 4. Een lid van het bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.
7
5. Het afleggen van verantwoording en het verstrekken van inlichtingen geschiedt met inachtneming van hetgeen hierover in de wet is bepaald. 6. Het algemeen bestuur maakt de vergaderstukken en verslagen van zijn vergaderingen uit eigen beweging openbaar. 7. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn werkzaamheden. Het dagelijks bestuur brengt dit reglement van orde zo spoedig mogelijk ter kennis van het algemeen bestuur 8. Het dagelijks bestuur maakt de agenda’s en besluitenlijsten van zijn vergaderingen uit eigen beweging openbaar, behoudens voor zover de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 daaraan in de weg staan. Artikel 15: Zienswijzen 1. Behoudens verplichtingen voortvloeiend uit de wet of deze regeling, worden besluiten van het algemeen bestuur niet aan zienswijzen van de raden onderworpen. 2. Het algemeen bestuur beslist bij voor de gemeenten ingrijpende besluiten, of wanneer ten minste twee gemeenteraden hierom verzoeken, niet eerder dan wanneer de raden om zienswijzen zijn gevraagd over een ontwerpbesluit dat ter besluitvorming voorligt. In spoedeisende gevallen kan het algemeen bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. 3. Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden acht weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken.
Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 16: Participatie 1. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen via de gebruikelijk (inspraak)procedures van de deelnemers bij de raden respectievelijk de colleges inspreken omtrent besluiten van de Jeugdhulpregio Drenthe. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur beslissen dat bij ingrijpende besluiten een apart traject voor inspraak wordt doorlopen, waarbij zowel belanghebbenden als ingezetenen de kans krijgen inspraak te leveren. In deze procedure worden in elk geval door de colleges of raden ingestelde adviescommissies in het kader van het sociaal domein actief betrokken. 3. Het dagelijks bestuur informeert de colleges en het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak. 4. De colleges én het dagelijks bestuur maken op de gebruikelijke wijze bekend dat de mogelijkheid tot inspraak wordt geboden.
Hoofdstuk 5: Organisatie en personeel Artikel 17: Organisatie 1. De Jeugdhulpregio Drenthe heeft een organisatie, met aan het hoofd de directeur, als bedoeld in artikel 18 van de regeling. 2. In een door het dagelijks bestuur vast te stellen organisatiebesluit, worden de kaders en structuur voor de organisatie van Jeugdhulpregio Drenthe vastgelegd. Artikel 18: Directeur/secretaris 1. Het dagelijks bestuur stelt een directeur van de Jeugdhulpregio Drenthe aan, die fungeert als secretaris van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam is bij het vervullen van hun taak en in het bestuur een adviserende stem heeft. 2. Het dagelijks bestuur kan de directeur schorsen en ontslaan. De directeur is geen lid van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur Jeugdhulpregio Drenthe. 3. Alle stukken die van het algemeen- en dagelijks bestuur uitgaan, worden door de directeur medeondertekend. 8
4. Het dagelijks bestuur stelt de instructie en directiestatuut van de directeur vast en wijst een vervanger aan die de directeur bij diens afwezigheid kan vervangen. 5. De directeur is onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast met de ambtelijke leiding van Jeugdhulpregio Drenthe en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie. 6. De taken en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een door het dagelijks bestuur vast te stellen directiestatuut. 7. De directeur verschaft minstens één keer per drie maanden informatie aan het dagelijks bestuur, zodat zij het functioneren en de bedrijfsvoering van Jeugdhulpregio Drenthe kunnen beoordelen.
Artikel 19: Personeel 1. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het sluiten van een arbeidsovereenkomst, de schorsing en het ontslag van personeelsleden van Jeugdhulpregio Drenthe, met inachtneming van het vastgestelde directiestatuut en het organisatiebesluit. 2. Op het personeel in dienst van de Jeugdhulpregio Drenthe zijn de bepalingen uit de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties van toepassing.
Hoofdstuk 6: Financiële bepalingen Artikel 20: Financiële verantwoordelijkheid 1. De deelnemers dragen er zorg voor dat Jeugdhulpregio Drenthe te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, met in achtneming van terzake geldende wettelijke bepalingen en bevoegdheden van de colleges en raden. 2. Indien een deelnemer weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten, is artikel 24 van overeenkomstige toepassing. 3. Het dagelijks bestuur stelt een bijdrageverordening vast, waarin in elk geval de kostenverdeling wordt geregeld. In de bijdrageverordening is geregeld op welke wijze en in welke mate de deelnemers financieel bijdragen aan de middelen voor instandhouding van de Jeugdhulpregio Drenthe. 4. Het algemeen bestuur stelt overeenkomstig artikel 35, zevende lid, van de wet een financiële verordening vast, waarmee uitvoering wordt gegeven aan artikel 212 van de Gemeentewet. 5. Elke deelnemer draagt overeenkomstig de bijdrageverordening, bedoeld in het derde lid, de kosten voor de taken, bedoeld in artikel 4. De geldende afspraken over de bekostiging worden in de dienstverleningsovereenkomst genoemd. 6. De door de deelnemers verschuldigde bedragen worden door de Jeugdhulpregio Drenthe periodiek gefactureerd. 7.
In geval van niet tijdige betaling van de door de deelnemers verschuldigde bedragen, wordt de wettelijke rente in rekening gebracht. Artikel 21: Begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt elk jaar vóór 30 april van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat deze wordt vastgesteld voor zienswijzen toe aan de raden. 3. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur Jeugdhulpregio Drenthe hun zienswijzen over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. 4. Conform de wet dient het dagelijks bestuur de raden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis te stellen van zijn oordeel over de ontvangen zienswijze(n), alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
9
5. In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken door de Jeugdhulpregio Drenthe. 6. Het algemeen bestuur Jeugdhulpregio Drenthe stelt de begroting vast. Het dagelijks bestuur zendt vervolgens de begroting binnen twee weken na vaststellen, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 7. Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel -met uitzondering van de genoemde data -van overeenkomstige toepassing. Artikel 22: Jaarrekening 1. Het algemeen bestuur van Jeugdhulpregio Drenthe stelt jaarlijks de jaarrekeningrekening van baten en lasten (inclusief de balans) van het voorgaande jaar vast. Het dagelijks bestuur zendt de rekening ter controle naar de door het dagelijks bestuur aangewezen accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het controlerapport uit te brengen. 2. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. 3. Het dagelijks bestuur zendt de rekening en het verslag van bevindingen van de accountant aan de deelnemers ter kennisneming.
Hoofdstuk 7: Archief Artikel 23: Archiefbeheer 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Jeugdhulpregio Drenthe conform een door het dagelijks bestuur vast te stellen regeling. 2. De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Jeugdhulpregio Drenthe, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. De kosten verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg komen ten laste van Jeugdhulpregio Drenthe. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de bestuursorganen van Jeugdhulpregio Drenthe wordt de archiefbewaarplaats aangewezen door het dagelijks bestuur. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Jeugdhulpregio Drenthe, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is de archivaris van de gemeente waar de archiefbewaarplaats zich bevindt, belast. De verordening voor archief- en informatiebeheer van de gemeente waar de archiefbewaarplaats zich bevindt, is hiertoe van overeenkomstige toepassing. 6.
De archivaris van de gemeente waar de archiefbewaarplaats zich bevindt, brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Jeugdhulpregio Drenthe die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. Bij opheffing van de regeling worden de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente. 8. Indien Jeugdhulpregio Drenthe gaat fuseren met een andere, nog nader te noemen organisatie, wordt in overleg met de gemeente waar de archiefbewaarplaats zich bevindt, afspraken gemaakt over onder meer het beheer en overbrengen van archiefbescheiden van en naar de juiste archiefbewaarplaats. 9. Indien Jeugdhulpregio Drenthe minder basistaakvelden en/of werkzaamheden gaat verrichten voor één of meer deelnemers, wordt in overleg met de gemeente waar de archiefbewaarplaats zich bevindt, afspraken gemaakt over onder meer het beheer en overbrengen van archiefbescheiden van en naar de juiste archiefbewaarplaats.
10
Hoofdstuk 8: Geschillen Artikel 24: Geschilregeling 1. Met betrekking tot de geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van de regeling tussen een of meer colleges en het bestuur van Jeugdhulpregio Drenthe, is artikel 28 van de wet van toepassing. 2. Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de wet, de beslissing van de gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het bestuur van Jeugdhulpregio Drenthe het geschil voor aan een geschillencommissie. 3. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Eén lid wordt aangewezen door het dagelijks bestuur van de Jeugdhulpregio Drenthe en één lid wordt aangewezen door het betrokken college of colleges. Deze twee leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan dat tevens als voorzitter van de geschillencommissie optreedt. 4. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken partijen. 5. De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
Hoofdstuk 9: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 25: Toetreding 1. Het college van een andere gemeente dat wenst toe te treden, richt het verzoek tot toetreding aan het dagelijks bestuur van de Jeugdhulpregio Drenthe. 2. Het dagelijks bestuur stuurt een afschrift van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk aan de colleges. 3. Het dagelijks bestuur kan, in samenspraak met het algemeen bestuur, voorwaarden verbinden aan de toetreding en zendt deze voorwaarden zo spoedig mogelijk aan het college van de gemeente dat wenst toe te treden. 4. Toetreding vindt plaats, indien alle colleges, inclusief het college van de toetredende gemeente, hebben ingestemd, conform artikel 1 van de wet. 5. De toetreding treedt in werking de eerste dag van de maand na het tijdstip waarop de in het vierde lid bedoelde besluiten tot stand zijn gekomen, of anders op een moment zoals in het toetredingsbesluit bepaald. Artikel 26: Uittreding 1. Een college van elke deelnemer kan, na vooraf verkregen instemming van de raad, besluiten dat deelneming aan deze regeling wordt opgezegd, onverminderd het bepaalde in de wet of aanverwante wetgeving. De colleges en raden van de overige deelnemers worden over dit besluit geïnformeerd. 2. Het college zendt het besluit tot uittreding toe aan het algemeen bestuur Jeugdhulpregio Drenthe.
De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het algemeen bestuur dit besluit heeft ontvangen. 3. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het college van de uittredende deelnemer te kennen heeft gegeven uit te willen treden. 4. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 5. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 6. Een uittredende deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van Jeugdhulpregio Drenthe. Artikel 27: Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 11
2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur Jeugdhulpregio Drenthe op basis van een gezamenlijke voordracht met de uittredende deelnemer een onafhankelijke externe deskundige aan die het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van deze onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, als bedoeld in het vorige lid, wijst het algemeen bestuur Jeugdhulpregio Drenthe de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit twee leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur Jeugdhulpregio Drenthe het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 28 van de regeling en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6.
Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur Jeugdhulpregio Drenthe de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 28 van de regeling en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding, als bedoeld in het zesde lid, wordt een risicoopslag van 5% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorziene kosten. 8. Bij de voorbereiding van het concept-uittredingsplan biedt het algemeen bestuur Jeugdhulpregio Drenthe de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of een betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur, conform de voorkeur van de uittredende deelnemer, of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Artikel 28: Te vergoeden kosten 1. De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 2.
Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door Jeugdhulpregio Drenthe die het directe gevolg zijn van de beslissing tot uittreding van een deelnemer. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door Jeugdhulpregio Drenthe, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 4. Jeugdhulpregio Drenthe brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur van Jeugdhulpregio Drenthe de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 27 lid 6 heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan anders is vastgelegd. 5. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 6. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 26, lid 1. 7.
De Jeugdhulpregio Drenthe is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur Jeugdhulpregio 12
Drenthe van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 29: Verplichtingen uittreder 1. De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van de Jeugdhulpregio Drenthe, die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden, in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van Jeugdhulpregio Drenthe wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van Jeugdhulpregio Drenthe, die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden. Artikel 30: Opheffen 1. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de colleges. 2. De opheffing wordt van kracht op 1 januari na de datum waarop de besluitvorming, zoals bedoeld in het eerste lid, is afgerond. Het algemeen bestuur Jeugdhulpregio Drenthe kan een andere datum vaststellen, mits deze niet ligt voor het tijdstip van afronding van de in het eerste lid bedoelde besluitvorming. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opheffing en stelt hiervoor een liquidatieplan vast. Alvorens dit plan vast te stellen, legt het algemeen bestuur dit voor aan de colleges en de raden die daarover hun zienswijzen kenbaar kunnen maken. 4.
Uit het plan, als bedoeld in het vorige lid, volgt onder meer de verplichting voor elk college om alle rechten en plichten van Jeugdhulpregio Drenthe, op een in het plan te bepalen wijze te verdelen over de deelnemers. 5. Jeugdhulpregio Drenthe en haar bestuur blijven na het opheffingsbesluit bestaan voor zover dit voor de uitvoering van het liquidatieplan nodig is. Artikel 31: Wijzigen 1. Een voorstel tot wijziging van de regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur van de Jeugdhulpregio Drenthe of door een college. In het laatste geval wordt een zodanig voorstel ingediend bij het algemeen bestuur, die dit voorstel eventueel vergezeld van een advies, aan de colleges ter vaststelling aanbiedt. 2. De regeling kan alleen gewijzigd worden op basis van unanimiteit. Artikel 32: Zienswijzen en toestemming bij toetreding, uittreding, wijziging en opheffing 1. Deelnemers zenden het ontwerp van een besluit tot toetreding toe, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling toe aan hun raden, die binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp een zienswijze over het ontwerp naar voren kunnen brengen bij hun colleges, overeenkomstig artikel 1, tweede en derde lid, van de wet. 2.
(Toetredende) deelnemers nemen niet eerder een besluit tot toetreding toe, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling, dan na verkregen toestemming van hun raden overeenkomstig artikel 1, vierde lid, van de wet.
Hoofdstuk 10: Slotbepalingen Artikel 33: Inwerkingtreding 1. De regeling treedt in werking op 1 januari 2027. Echter, niet eerder dan de dag nadat de regeling bekend is gemaakt overeenkomstig het tweede lid. 2. Het college van de gemeente Assen draagt zorg voor de registerplicht en bekendmaking van de regeling als bedoeld in artikel 26, lid 2 en 4 van de wet.
13
3. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 34: Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio Drenthe.
14
Bijlage 1. De vormen van zorg waarnaar in artikel 4 verwezen wordt, is als volgt te definiëren: 1. Verblijf: verblijf van een jeugdige of ouder in een accommodatie gedurende ten minste een etmaal. 2. Pleegzorg. 3. Multidisciplinaire specialistische jeugdhulp in verband met meervoudige of complexe problemen, waarbij (waaronder Intensieve ambulante gezinsbehandeling): a. de jeugdige als gevolg van de betreffende problemen aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren ervaart; b. sprake is van: een hoog risico voor de jeugdige of diens omgeving; ernstige ontwikkelingsproblemen; ernstige opvoedproblemen; of crimineel gedrag dan wel een vermoeden daarvan; en c. in het geval van multidisciplinaire specialistische jeugdhulp mede bestaande uit geestelijke gezondheidszorg tevens: sprake is van een psychische aandoening of een vermoeden daarvan; en onvoldoende resultaat wordt verwacht of is gebleken van jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of monodisciplinaire specialistische geestelijke gezondheidszorg. 4. Jeugdhulp die wordt verleend door een forensische jeugdhulpaanbieder. 5. Jeugdhulp in verband met een zintuiglijke beperking. 6. Jeugdhulp bestaande uit crisishulp die gezien de ernst van de problemen 7 x 24 uur beschikbaar is. 7.
Multidisciplinaire jeugdhulp bestaande uit dagbehandeling in groepsverband aan jeugdigen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, ernstige psychische problemen, opvoedproblemen dan wel een vermoeden daarvan of ernstige gedragsproblemen. 8. Jeugdhulp bestaande uit hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg (waaronder de specialistische GGZ zoals bekend in de jeugdhulpregio Drenthe) aan jeugdigen die onvoldoende baat hebben gehad of naar verwachting zullen hebben bij jeugdhulp bestaande uit generalistische basis geestelijke gezondheidszorg of specialistische geestelijke gezondheidszorg en waarbij sprake is van één of meerdere ernstige, complexe of zeldzame aandoeningen dan wel van een voorspelbaar ernstig beloop van klachten. 9. Specialistische jeugdhulp in verband met seksueel misbruik, geweld in afhankelijkheidsrelaties of eergerelateerd geweld. 10. Jeugdhulp in verband met ernstige problemen op het gebied van onzindelijkheid. 11. Dyslexiezorg
15