bijlage 5 Concept begroting stichting GKB 2025 (75%)
Tekst van het document
STICHTING GEMEENTELIJKE KREDIETBANK BUSINESSPLAN 2025 (75%)
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Uitgangspunten businessplan 2025
3
Hoofdstuk 2
Kerntaken GKB
4
Hoofdstuk 3
Stichting GKB businessplan 2025
6
2
Hoofdstuk 1 Uitgangspunten businessplan 2025 Strategische koers Het Bestuur van de GKB heeft eind 2023 een principe besluit genomen om de GKB te verzelfstandigen in de vorm van een Stichting. De dienstverlening aan de huidige 3 GR-gemeenten (Assen, Hoogeveen en Meppel) kan door blijven gaan, de dienstverlening aan de huidige 11 DVO-gemeenten kan alleen door blijven gaan als die gemeenten in een bepaalde vorm gaan participeren in de nieuwe Stichting. Die gemeenten kunnen dan een beroep doen op de regelgeving m.b.t. quasi-inhouse opdrachtverlening waardoor aanbesteding niet verplicht is. Eind 2023 is een financiële analyse opgesteld waarin 4 scenario’s zijn uitgewerkt: Scenario waarbij 4 DVO-gemeenten niet deelnemen en stoppen met afname diensten met ingang van 2025 (omzet DVO daalt naar 75%) Scenario waarbij 6 DVO-gemeenten niet deelnemen en stoppen met afname diensten met ingang van 2025 (omzet DVO daalt naar 50%) Optimistisch scenario waarbij alle 11 DVO-gemeenten deelnemen Pessimistisch scenario waarbij alle 11 DVO-gemeenten niet deelnemen en stoppen met afname diensten met ingang van 2025 Stichting GKB businessplan 2025 op basis van 75% Het businessplan 2025 is grotendeels gebaseerd op de financiële analyse voor 2025. Belangrijkste uitgangspunt daarin was dat de GKB in staat moet zijn om een (klein) positief resultaat te realiseren.
In het scenario waarbij 75% van het volume van de DVO-gemeenten (t.o.v. 2024) als omzet voor 2025 wordt meegenomen is dit nog steeds mogelijk. Dan moet er wel afscheid genomen worden van het grootste deel van de flexibele inhuur in 2024. Voor dit businessplan zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -
-
-
Volume van de 3 GR-gemeenten blijft op het niveau van 2024 GR-gemeenten betalen vanaf 2025 hetzelfde tarief als DVO-gemeenten (stijging 10%). Volume van DVO-gemeenten is gebaseerd op 75% van het niveau van 2024 met betrekking tot: o Schuldoplossen o Budgetbeheer Volume van DVO-gemeenten voor Beschermingsbewind is op het niveau van 2024 gehouden omdat toewijzing van bewind door de Rechtbank gedaan wordt. Deze dossiers kunnen niet zomaar afgestoten worden. Flexibele inhuur is terug gebracht naar 2,45 FTE. Managementposities zijn ingevuld met vaste krachten en niet meer met externe inhuur.
Als aan deze voorwaarden wordt voldaan kan de stichting GKB in 2025 een positief resultaat realiseren van € 15.002,-. In het businessplan van de Stichting zijn we ervan uitgegaan dat het pand aan de Overcingellaan in Assen achterblijft in de GR en de Stichting een huurovereenkomst aangaat voor het benodigde aantal vierkante meters.
3
Hoofdstuk 2 Kerntaken GKB De GKB kent vier kerntaken en daarnaast drie nauw daarmee samenhangende kleinere aanvullende taken. De vier kerntaken die vallen onder de wet gemeentelijke schuldhulpverlening, onderscheiden we als: Indicatiestelling Crisisinterventie Inkomensbeheer Schulden oplossen De aanvullende taken onderscheiden we als:
Budgetcoaching Preventie Sociale Kredietverlening
De GKB publiceert jaarlijks het basisdienstenboek, waarin de basisdiensten kort worden uitgelegd. De gemeenten en de GKB komen jaarlijks overeen welke diensten en met welke omvang de GKB dat jaar kan inzetten. Vanaf 2021 heeft de GKB een gezamenlijke prestatieovereenkomst met de GR gemeenten. In deze paragraaf beschrijven we kort de inhoud en doelstellingen van deze taken met de daarbij behorende basisdiensten. Indicatiestelling Een cruciaal moment in de schuldhulpverlening is de wijze waarop de indicatiestelling tot stand komt. Welke instrumenten en aanknopingspunten worden ingezet om te bepalen wat nodig is om tot een duurzame oplossing te komen van het financiële probleem? De GKB verzorgt deze indicatie in de gemeenten waar de GKB ook de eerste lijn (toegang) verzorgt. In de andere gemeenten verzorgen de eerste lijn organisaties de indicatiestelling. Vaak is er een directe route naar de GKB afgesproken als er sprake is van een crisis. In de samenwerking met de eerste lijn en overige ketenpartners richt de GKB zich het komende jaar vooral op het terugdringen van de administratieve barrières tussen de eerste en tweede lijn en het verder uitbouwen van de prima samenwerking. Crisisinterventie Crisisinterventie is erop gericht om erger te voorkomen, in die zin dat de verstrekkende gevolgen van schulden worden voorkomen dan wel worden geminimaliseerd.
Crisisinterventie wordt ingezet bij een dreigende woningontruiming, afsluiten van energievoorzieningen, beëindiging aanvullende ziektekosten verzekering, maar ook invordering rijbewijs. Inkomensbeheer Inkomensbeheer wordt ingezet op het voorkomen van terugval in de oude situatie, waardoor deze alsnog kan escaleren. De inzet wordt op maat afgestemd op de (on)mogelijkheden van de burger en richt zich op het in balans brengen en houden van inkomsten en uitgaven. Het is een getrapte inzet, hoe redzamer, hoe milder de inzet, de inzet is oplopend naar gelang de ervaren problematiek. De GKB kent daarom verschillende vormen van budgetbeheer variërend van budgetbeheer basis tot en met beschermingsbewind. Schulden oplossen Bij schuld oplossen richt de GKB zich ook op de afwikkeling van bestaande schulden, wat we ook wel het “minnelijke traject” noemen. De inzet van de GKB is erop gericht om betalingsafspraken met de schuldeisers te maken die de inwoner binnen maximaal drie jaar op verantwoorde wijze kan nakomen. De GKB zet daarbij bij voorkeur het saneringskrediet als middel in om de betalingsafspraken met de schuldeisers voor te financieren, zodat zowel de inwoner als de schuldeiser snel weten waar ze aan toe zijn. Vanaf 2021 voert de GKB in vier gemeenten ook schuld oplossen voor ondernemers uit.
4
Budgetcoaching Bij budgetcoaching richt de GKB zich op het op- en uitbouwen van de redzaamheid van de burger om daarmee terugval in de schulden te voorkomen. Hier draagt de GKB bij aan de gedragsveranderingen en het aanleren van competenties. De GKB kent daarmee meerdere vormen van budgetcoaching die variëren in intensiteit. Daarnaast kan ook de budgetcursus “weet wat je besteedt” worden ingezet. Sociale Kredietverlening De GKB biedt al sinds haar oprichting “sociale kredietverlening” aan. De sociale kredieten worden veelal aangevraagd voor het aanschaffen van consumptiegoederen of kleine schulden. Onder de noemer sociale kredietverlening scharen we ook het saneringskrediet (SK). Het SK is technisch gezien een persoonlijke lening met een vaste aflossing en rentetarief. De verwachting is dat het SK de komende jaren aan terrein zal winnen als de beste oplossing in het minnelijke traject. Het Kabinet stimuleert de inzet van het SK door het instellen van een landelijk garantiefonds. Met dit fonds kunnen de risico’s van SK’s die nu voor rekening van de GKB komen worden geminimaliseerd. De GKB is al jaren groot voorstander van de inzet van een SK in het minnelijke traject en is dan ook blij met haar eigen kredietafdeling die deze vorm van krediet uitvoert.
Het saneringskrediet is het sluitstuk van het aanbod van de GKB bij het oplossen van probleemschulden, waarmee de GKB een zeer compleet dienstenpakket kan aanbieden. In 2022 is de GKB aangesloten bij het “Landelijk waarborgfonds Saneringskredieten”. Daarmee worden de risico’s van de lopende en toekomstige saneringskredieten door het waarborgfonds afgedekt. Preventie De GKB is al jaren zeer actief op het terrein van preventie. Vanuit haar kennis en ervaring met inwoners die kampen met probleemschulden kan de GKB een stevige bijdrage leveren aan het voorkomen van probleemschulden. Daarnaast worden medewerkers van de GKB regelmatig ingezet als projectleider. In de begroting vallen deze activiteiten onder de noemer “PRAS”.
5
Hoofdstuk 3 Stichting GKB businessplan 2025 Resultatenrekening 2025 Verlies & Winst
Begroting 2025
Plan 2026
Plan 2027
Prognose 2024
Begroting 2024
Werkelijk 2023
BATEN Kredietverlening (KV) Schuld oplossen (TSO) Budgetbeheer (BBR) Beschermingsbewind (OBS) Projecten (P) Overig (O)
270.000 1.560.912 2.590.897 2.163.949 125.000 -
270.000 1.607.739 2.668.624 2.228.868 128.750 -
270.000 1.655.971 2.748.682 2.295.734 132.613 -
254.903 2.135.242 2.346.019 2.039.946 178.517 232.033
430.000 1.741.402 2.390.920 2.028.796 260.000 120.000
393.765 1.477.905 2.034.661 2.011.519 194.873 77.803
6.710.758
6.903.980
7.103.000
7.186.660
6.971.118
6.190.527
Personeelskosten Inhuurkosten Overige personeelskosten Automatisering Huisvesting Afschrijvingen Algemene kosten Dotatie voorzieningen
5.048.017 217.498 216.500 447.612 227.313 163.816 375.000 -
5.199.457 224.023 222.995 461.040 234.132 163.816 386.250
5.355.441 230.743 229.685 474.872 241.156 163.816 397.838
4.802.662 1.389.146 171.823 403.513 255.774 336.022 483.866
5.210.111 606.765 200.000 400.000 260.000 395.000 387.500 15.000
4.466.742 1.669.997 249.241 444.919 332.601 349.518 559.312 82.877
Totaal lasten
6.695.756
6.891.714
7.093.551
7.842.806
7.474.377
8.155.206
15.002
12.267
9.449
-656.146
-503.258
-1.964.679
Bijdrage GR leden Totaal Opbrengsten
LASTEN
Saldo van baten en lasten
Toelichting begroting 2025 Baten In het najaar van 2023 zijn de tarieven van de GKB aangepast. Met name de tarieven voor schuldoplossen en budgetbeheer zijn verhoogd. Dit leidt tot een substantieel hogere omzet in 2025. De tarieven voor GRgemeenten en DVO-gemeenten zijn gelijk getrokken. Voor 2025 is rekening gehouden met een indexering van de tarieven van 2,7%. Kredietverlening Het volume aan kredieten is langzaam aan het afnemen. Dit leidt tot een 10% lagere opbrengst in 2025. De interne rente voor de financiering van het gebouw (€ 130.000) is niet meer opgenomen in de begroting omdat het gebouw achterblijft in de GR. Schuldoplossen Met name de tarieven voor aanmeldingen en intake zijn aangepast en verhoogd. De aantallen voor de 3 GRgemeenten zijn gebaseerd op 2024, de aantallen voor de DVO-gemeenten zijn gebaseerd op 75% van de aantallen van januari 2024. Budgetbeheer De tarieven voor budgetbeheer zijn gelijk geschakeld aan de tarieven voor beschermingsbewind. Dit leidt tot een belangrijke verhoging van de omzet. In de begroting 2025 is geen rekening meer gehouden met de aantallen dossiers van voormalig DVO-gemeenten. Deze dossiers moeten uiterlijk 31 december 2024 overgedragen zijn (mede als gevolg van het 80/20 criterium). De aantallen voor de 3 GR-gemeenten zijn gebaseerd op 2024, de aantallen voor de DVO-gemeenten zijn gebaseerd op 75% van de aantallen van januari 2024.
Beschermingsbewind De tarieven voor beschermingsbewind worden door de overheid vastgesteld. Voor 2025 is rekening gehouden met een indexering van 2,7%. Aantallen zijn gebaseerd op januari 2024. 6
Projecten De projectomzet is ten opzichte van andere jaren met € 75.000 verlaagd. Als gevolg van het 80/20 criterium moet alle projectomzet voortaan van aangesloten gemeenten gerealiseerd worden. Dat leidt tot een lagere omzet. Overige Aangezien het gebouw achterblijft in de GR, vallen de huuropbrengsten van het pand in 2025 weg. Lasten Personeelskosten De personeelskosten zijn gebaseerd op 62,78 FTE, waarvan 2,45 FTE inhuur en 60,33 FTE vast/tijdelijk. De personeelscapaciteit is gebaseerd op de verwachte aantallen voor 2025, rekening houdende met een ziekteverzuim van ca. 5%. Als gevolg van een daling in omzet bij zowel team Schuldoplossen als team Budgetbeheer zal de bezetting daar kleiner worden. Dit heeft ook gevolgen voor de indirecte formatie. Gezien de huidige flexibele bezetting (15,68 FTE in januari 2024) hoeft er geen afscheid genomen te worden van vast personeel. Belangrijkste uitgangspunt is dat in de loop van 2024 de inhuur drastisch wordt teruggebracht en met name de managementfuncties ingevuld gaan worden door vast personeel. In de overige personeelskosten is rekening gehouden met een hoger budget voor opleidingen, namelijk € 60.000,-. Voor de cao-stijging in 2025 is uitgegaan van de verwachting van het Centraal Planbureau van februari (4,4% op jaarbasis). Bezetting
Indirecte formatie
Begroting Begroting Begroting Werkelijk 2025 (75%) 2025 (100%) 2024 januari 2024 12,81
13,61
13,56
13,73
12,28 12,86 19,26 2,22 1,69 0,67
13,17 14,64 22,31 2,22 1,69 1,56
13,83 14,74 22,31 1,67 1,69 1,78
13,83 14,64 21,20 2,22 1,69 1,56
1,00
1,00
Vast/tijdelijk Uitzend/Inhuur
62,78 60,33 2,45
70,20 66,86 3,34
75,58 65,14 10,44
69,87 54,19 15,68
Ziekteverzuim
4,76%
4,76%
7,9%
7,41%
Directe formatie
Budgetbeheer Schuldoplossen Beschermingsbewind Kredietverlening PRAS Ondersteuners
Langdurig verzuim Detacheringen
Totaal
6 1,00
Apparaatskosten De kosten voor automatisering en huisvesting liggen ongeveer op het niveau van de afgelopen jaren. De huisvestingskosten zijn gebaseerd op huur en niet meer op eigendom, waardoor een aantal kostenposten niet meer van toepassing zijn zoals eigenaarslasten en onderhoud. De kosten voor huisvesting zijn daardoor ca. € 30.000 lager begroot dan in 2024. Afschrijvingen De afschrijvingen dalen als gevolg van vrijgevallen investeringen uit het verleden en omdat de afschrijving van het gebouw niet meer van toepassing is. In de begroting 2025 is rekening gehouden met de volgende investeringen: Meubilair € 75.000 ICT € 175.000 Algemene kosten Belangrijke kostenpost bij de algemene kosten zijn de huidige kosten van het betalingsverkeer. De voorwaarden van de huidige financiering bij BNG zijn dusdanig dat er in 2023 ca. €200.000 aan rente is betaald. Door het wegvallen van de financiering van het gebouw en als gevolg van een andere wijze van facturering van verleende diensten (maandelijks) kunnen de bankkosten fors teruggebracht worden. Een eventuele vergoeding voor de leden Raad van Toezicht van de Stichting kan nog van invloed zijn op deze begroting. Dotatie voorzieningen Er zijn geen dotaties aan voorzieningen opgenomen in de exploitatiebegroting. 7
Balans Stichting in €
31-12-2025
ACTIVA
Stichting
GR
01-01-2025
31-12-2024
Vaste activa
PASSIVA
31-12-2025
Stichting
GR
01-01-2025
31-12-2024
Vaste passiva
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
Financiële vaste activa Leningen u/g Doorlopende kredieten Debiteurenvoorziening
200.000
2.741.407 232.331 -75.000
Totaal vaste activa
400.000
2.841.407 232.331 -75.000
2.221.687
2.841.407 232.331 -75.000
Eigen vermogen Algemene reserve Weerstandsvermogen Gerealiseerd resultaat na bestemming Bestemmingsreserves
9.819 15.002 34.261
9.819
9.819
34.261
-656.146 34.261
Totaal eigen vermogen
59.082
44.080
-612.066
250.000
250.000
250.000
2.898.738
2.998.738
2.998.738
Voorzieningen
3.098.738
3.398.738
5.220.425
Langlopende leningen
1.400.000
1.400.000
1.400.000
Totaal vaste passiva
1.709.082
1.694.080
1.037.934
Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Overige uitzettingen Overige vorderingen
Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa
TOTAAL ACTIVA
Netto-vlottende schulden Schulden aan openbare lichamen Overige schulden
100.000
100.000
100.000
100.000
510.344
195.342
1.717.508
100.000
Overlopende passiva Vooruitontvangen SHV Overige
6.000.000
2.000.000 2.000.000
100.000
100.000
2.000.000
-
100.000
2.000.000
100.000 100.000
100.000
100.000
Totaal vlottende passiva
2.100.000
2.100.000
6.100.000
TOTAAL PASSIVA
3.809.082
3.794.080
7.137.934
100.000
710.344
395.342
1.917.508
3.809.082
3.794.080
7.137.934
Toelichting Balans De balans van de Stichting is grotendeels gebaseerd op de huidige balans van de GR met uitzondering van: -
-
6.000.000
Eigen vermogen. Aangezien er geen weerstandsvermogen meegaat naar de Stichting is er nauwelijks eigen vermogen. Dat zal in de komende jaren opgebouwd moeten worden door de positieve resultaten. Dat leidt er wel toe dat er een solvabiliteit is van 1,3% eind 2025. Materiele vaste activa. Het gebouw en de grond blijven achter in de GR, evenals de investeringen in de verbouwingen in het pand.
Hierdoor kan de financieringsbehoefte (in de vorm van de overige schulden) fors verlaagd worden.
8