CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Liquidatieplan - definitief

Raadsavond 12 september 2024, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Transformatie Gemeenschappelijke regeling GKB naar Stichting GKB en begroting3.289 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept Liquidatieplan

Opheffing GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VAN DE GEMEENTELIJKE KREDIETBANK DRENTHE.

Inhoudsopgave

1. Inleiding 1.1. Algemeen 1.2. Status van het liquidatieplan 1.3. Afbakening 1.4. Uitgangspunten 1.5. Opheffingsbesluitvorming 1.6. Kaderstelling 1.7. Doelstelling liquidatie 2. Proces van opheffing 2.1. Fasering opheffing 2.2. Financiele gevolgen 2.2.1. Waardebepalingen van de bezittingen 2.2.2. Overname van de verplichtingen 2.2.3. Vereffening van het vermogen 2.3. Juridische invalshoek 2.4. Personeel 2.5. Overige rechten en plichten 2.6. Financiele invalshoek: liquidatiebalans 2.6.1. Waardebepaling activa 2.6.2. Liquidatiebalans 2.6.3. Activa/ passiva 2.6.4. Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 2.6.5. Liquidatiesaldo Bijlage 1 Niet uit de balans blijkende verplichtingen gedetailleerd Bijlage 2 Activa/ passiva liquidatiebalans gedetailleerd

pagina

1. Inleiding 1.1. Algemeen De gemeenschappelijke Regeling van de Gemeentelijke Kredietbank Drenthe betreft een samenwerking tussen de gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel en voert taken uit van de aan de gemeenten opgedragen taken in het kader van de Wet schuldhulpverlening. Daarnaast levert de uitvoeringsorganisatie van de gemeenschappelijke regeling diensten aan gemeenten op basis van dienstverleningsovereenkomsten. De wijze waarop het bovenstaande juridisch was georganiseerd bleek niet houdbaar. Het construct voldeed niet aan de Europese aanbestedingsregels. Daarnaast waren de financiële risico’s voor de drie gemeenten van de gemeenschappelijke regeling onevenredig groot ten opzichte van de gemeenten met een dienstverleningsovereenkomst. Om die reden heeft het dagelijks bestuur van de Gemeentelijke Kredietbank op 28 juni 2023 het voorgenomen besluit genomen om de Kredietbank te verzelfstandigen, mits voldaan kon worden aan een aantal voorwaarden: -

Aanwezigheid van perspectief op een stabiele en robuuste verzelfstandigde organisatie; Realiseren van een rechtmatige constructie; Het kunnen voortzetten van de huidige dienstverlening; Mogelijkheid tot deelname van gemeenten met een dienstverleningsovereenkomst;

Opdracht werd gegeven voor het uitvoeren van een juridische en financiële analyse. Op basis van de verkregen juridische en financiële analyse heeft het Algemeen Bestuur (AB) op 4 juni 2024 de volgende besluiten genomen: 1. Het AB GKB neemt het definitief voorgenomen besluit de organisatie GKB te verzelfstandigen. 2. Het AB GKB neemt het definitief voorgenomen besluit de verzelfstandigde organisatie GKB onder te brengen in een stichting. 3. Het AB GKB besluit om de nog op te richten stichting GKB een risicoreserve van €766.800,mee te geven. Dit bedrag wordt naar deelnemerspercentage over de GR gemeenten verdeeld. 4. Het AB GKB besluit dat eventueel boventallig personeel en de kosten ervan als gevolg van de verzelfstandiging van de GKB binnen de GR GKB vallen en hiervoor de volgende uitgangspunten te hanteren: a. De interim-directeur van de GKB stemt het personeelsbestand voor 1 januari 2025 af op de verzelfstandige stichting GKB. b. Mocht blijken dat er sprake is van boventallig personeel op 1 januari 2025 dan hebben de GR gemeenten een inspanningsverplichting om de betreffende medewerkers te herplaatsen in een passende functie binnen de eigen gemeente. Eventuele frictiekosten die met de boventalligheid van personeel gepaard gaan, zijn onderdeel van de liquidatiebegroting van de GR GKB. c. Na 1 januari 2025 is de stichting verantwoordelijk voor een adequate bedrijfsvoering.

5. Het AB GKB besluit te starten met de voorbereiding van de verkoop van het pand waarin de GKB momenteel is gehuisvest. Uitgangspunt hierbij is dat de stichting GKB over goede huisvesting beschikt en blijft beschikken. 6. Het AB GKG neemt het definitief voorgenomen besluit de GR GKB per 1 januari 2025 te ontmantelen. Opdracht aan interim-directeur In het verlengde van de hierboven genomen besluiten verstrekt het AB GKB de interim-directeur van de GKB de opdracht om: a. De gevolgen van bovenstaande besluiten voor het personeel en organisatie uit te werken conform artikel 25 van de WOR. b. De transitie van de huidige organisatie naar een stichting verder uit te werken in samenwerking met de gemeenten Assen, Hoogeveen, Meppel en de huidige DVO gemeenten. c. De ontmanteling van de Gemeenschappelijke Regeling voor te bereiden in samenwerking met de huidige GR gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel. Als onderdeel hiervan een liquidatiebegroting GR GKB op te stellen. Van belang wordt geacht dat de werkzaamheden van de uitvoeringsorganisatie (GKB) voortgang kunnen vinden in een stichting die perspectief heeft en stabiel is. Allereerst moet er dan wel een stichting zijn. Een akte van oprichting is hiervoor opgesteld door een notaris en deze wordt de komende periode besproken met alle belanghebbenden (gemeenten en ondernemingsraad).

Vervolgens moet bekend zijn of er voor de stichting voldoende opdrachtgevers zijn om diensten aan te leveren. Hiertoe hebben wij aan alle gemeenten (van de gemeenschappelijke regeling en met een dienstverleningsovereenkomst) gevraagd om een intentieverklaring af te geven of zij voornemens zijn om diensten van de stichting af te nemen na 1 januari 2025. Nagenoeg alle gemeenten hebben deze intentie afgegeven. Om de stichting de GKB enig comfort te geven in de eerste jaren na oprichting verstrekken de gemeenten van de gemeenschappelijke regeling direct na oprichting van de stichting de GKB een eenmalig bedrag van € 766.800,-- (risicoreserve). Met dit bedrag heeft de stichting bij de start voldoende solvabiliteit (solvabliteitspercentage is 10,8%) oftewel is de stichting voldoende financieel gezond. Het eenmalig bedrag van € 766.800 wordt naar deelnemerspercentage over de GRgemeenten verdeeld. Het is aan de Stichting de GKB om vanaf 1 januari 2025 en verder te bouwen aan een door de stichting gewenst weerstandsvermogen. Op basis van deze informatie is een businessplan op gesteld voor de stichting met voldoende perspectief. De wijze waarop de governance georganiseerd gaat worden voor de stichting, staat garant dat de huidige juridische onrechtmatigheid wordt opgeheven. Kortom aan de op 28 juni 2023 geformuleerde randvoorwaarden kan worden voldaan.

Dit maakt het mogelijk om de gemeenschappelijke regeling op te heffen.

1.2

Status van het liquidatieplan

Dit plan is geschreven als leidraad om te komen tot de opheffing van de gemeenschappelijke regeling van de kredietbank Drenthe per 1 januari 2025. Het voorliggende plan betreft een conceptversie die

in de komende periode verder wordt uitgewerkt. Het plan gaat in op de financiële, juridische en personele gevolgen. Hierbij wordt op hoofdlijnen geadviseerd over de wijze van uitvoering bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling en overdracht van rechten en plichten op de rechtsopvolger, de stichting de GKB. Dit plan wordt afgesloten met een financiële weergave van de stand van zaken, zijnde de liquidatiebalans (bijlage 1). De liquidatiebalans is opgesteld op basis van de jaarrekening 2023, de vastgestelde begroting 2024, de reële cijfers 1ste kwartaal 2024 en een inschatting voor de kosten die gemaakt moeten worden vanaf 1 januari 2025 om de gemeenschappelijke regeling daadwerkelijk op te heffen. 1.3

Afbakening

Het plan gaat in op de juridische-, financiële- en personele gevolgen van de opheffing en de vereffening. Vanuit deze perspectieven wordt een weergave gegeven van de “stand van zaken”. Hiertoe is de huidige situatie in beeld gebracht (contracten, afspraken, besluiten, wetgeving e.d.) en wordt op hoofdlijnen geadviseerd over de wijze van overdracht. Het plan gaat niet in op organisatorische aspecten van de bedrijfsvoering van de rechtsopvolger. 1.4

Uitgangspunten

Het voorliggende liquidatieplan is geschreven op basis van de volgende uitgangspunten: -

-

Opheffing van de gemeenschappelijke regeling van de kredietbank Drenthe per 1 januari 2025 (overgang naar gemeenschappelijke regeling in liquidatie) en afronding van de vereffening van het eventuele vermogen per 31 december 2024. De jaarrekening 2023, de begroting 2025 en de reële cijfers 1ste kwartaal 2024 dienen als basis voor dit liquidatieplan en de daarin opgenomen liquidatiebalans. De (resterende) rechten en plichten gaan na opheffing over naar de rechtsopvolger de stichting de GKB. De inning van vorderingen en de betaling van de kortlopende schulden na 31 december 2024 worden via de gemeenschappelijke regeling in liquidatie afgewikkeld. Uitgangspunt hierbij is dat de gemeenschappelijke regeling nog een aantal jaren (2-3) doorloopt.

1.5 Opheffingsbesluitvorming De gemeenschappelijke regeling van de kredietbank Drenthe is op ……. opgericht en laatstelijk gewijzigd per …………. (bron Staatscourant …………)

In artikel 45 van de Gemeenschappelijke regeling (GR) staat het volgende: Artikel 45. Opheffing gemeenschappelijke regeling De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van ten minste tweederde van het aantal colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. In geval van opheffing van de regeling, regelt het algemeen bestuur de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen daarvan bij een liquidatieplan en informeert het college van gedeputeerde staten hierover zo spoedig mogelijk. De bepalingen van de regeling blijven daarbij zoveel mogelijk van kracht. Het liquidatieplan wordt niet vastgesteld, dan nadat de colleges van burgemeester en wethouders zijn gehoord. In dit plan zijn bepalingen opgenomen omtrent de vereffening van het vermogen van de bank naar de deelnemende gemeenten toe. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.

De organen van de bank blijven, zo nodig, na het tijdstip van de opheffing van de regeling in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

In dit liquidatieplan werken wij dit artikel verder uit. 1.6

Kaderstelling

Dit liquidatieplan is opgesteld op basis van een aantal kaders: 1.7

Wet gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke Regeling van de gemeentelijke kredietbank Drenthe Jaarrekening 2023 Begroting 2024 Eerste kwartaal rapportage 2024 Wet op de schuldhulpverlening Cao SGO Sociaal statuut Doelstelling liquidatieplan

De doelstelling van het liquidatieplan is het verstrekken van inzicht in de financiële, juridische en personele gevolgen van opheffing van de gemeenschappelijke regeling. Dit liquidatieplan dient daarmee als input voor het definitieve besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling van de kredietbank Drenthe en de vereffening van het vermogen. De opheffing en liquidatie van de gemeenschappelijke regeling vindt plaats op basis van de uitgangspunten en de kaders zoals deze zijn vastgelegd in dit liquidatieplan op basis van artikel 45 van de gemeenschappelijke regeling. Dit betekent dat het algemeen bestuur in formele zin met de vereffening is belast. De organen van de gemeenschappelijke regeling, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, blijven na de definitieve opheffing in functie tot de vereffening en daardoor de liquidatie is voltooid. De ambtelijke ondersteuning berust bij de directeur en/of controller van de GKB. 2. Proces van opheffing 2.1

Fasering opheffing

De opheffing van de gemeenschappelijke regeling geschiedt aan de hand van een aantal processtappen. De colleges van de deelnemende gemeenten besluiten tot opheffing. Maar de colleges hebben voorafgaande toestemming nodig van de gemeenteraden. Dit betekent dat er feitelijk drie besluitmomenten zijn: d. De colleges nemen een voorgenomen besluit tot de opheffing en besluiten de raden om toestemming te vragen om tot opheffing te besluiten. e. De gemeenteraden besluiten tot het verlenen van toestemming aan de colleges om tot opheffing te besluiten. f. De colleges nemen, indien de raden daarvoor toestemming hebben gegeven een definitief besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling. Zodra het besluit tot opheffing is genomen kan formeel gezien pas het liquidatieplan worden vastgesteld door het algemeen bestuur. Dit liquidatieplan wordt vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan de colleges van de deelnemende gemeenten. In de praktijk is het echter wenselijk dat het liquidatieplan voorligt op het moment dat de besluitvorming omtrent de opheffing door

colleges en raden wordt ingezet. Formeel gezien hebben de raden geen rol bij het liquidatieplan. De raden kunnen echter besluiten hun toestemming niet te verlenen aan de colleges om tot opheffing te besluiten vanwege het niet hebben van duidelijkheid over de gevolgen van de opheffing. Overigens is dit liquidatieplan ook het document waarover de Ondernemingsraad advies kan uitbrengen. Het liquidatieplan dat nu voorligt, is een voorgenomen liquidatieplan. In schema: a. Voorgenomen besluit op “voorgenomen liquidatieplan” opheffing gemeenschappelijke regeling van de gemeentelijke kredietbank Drenthe in september 2024 b. Toezending van het “voorgenomen liquidatieplan” aan de colleges van burgemeester en wethouders, zodat dit document betrokken kan worden bij het nemen van een voorgenomen besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling. Deze besluitvorming is voorzien in de collegevergaderingen in oktober 2024. c. Adviesaanvraag naar de Ondernemingsraad over het “voorgenomen liquidatieplan” d. Definitief besluit op “voorgenomen liquidatieplan” in algemeen bestuur in oktober 2024 en toezending van “voorgenomen liquidatieplan” aan de colleges en raden met verzoek om goed te keuren (colleges) of gevoelens te uiten (raden). Besluitvorming in de raden te voorzien in november 2024. e. Vaststellen van liquidatieplan door algemeen bestuur in december 2024. f.

Definitief besluit colleges tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling in december 2024. 2.2

Financiele gevolgen

Conform artikel 45 van de gemeenschappelijke regeling dient het algemeen bestuur een besluit tot liquidatie te nemen en stelt daarvoor de nodige noodzakelijke regels op, vastgelegd in een liquidatieplan. Op grond hiervan wordt in deze paragraaf ingegaan op de regels omtrent de vereffening van het vermogen. 2.2.1

Waardebepaling van de bezittingen

Ten aanzien van de aanwezige bezittingen wordt uitgegaan van de in de jaarrekening 2023 opgenomen boekwaarden en de mutaties hierop gedurende het boekjaar 2024. Voor de laatste maanden in 2023 wordt er gebruik gemaakt van prognoses teneinde de verwachte waarde per 31 december 2024 vast te stellen. 2.2.2. Overname van verplichtingen Inzichtelijk zal worden gemaakt welke niet uit de balans blijkende verplichtingen (bijvoorbeeld vakantierechten, verlof, contracten en abonnementen e.d.) er per 31 december 2024 bestaan, welke overgenomen zullen worden door de stichting de GKB. Tevens wordt ten aanzien van de liquidatie aandacht besteed aan verplichtingen en kosten voortvloeiende uit het besluit van opheffing. De gevolgen van de opheffing voor de medewerkers worden in paragraaf 2.4 beschreven. 2.2.3

Vereffening van het vermogen

Vereffening van het vermogen vindt plaat op basis van de liquidatiebalans. De concept liquidatiebalans is opgenomen in bijlage 1 op basis van de balans per 31 december 2023, de begroting 2024 en de verwachtingen op basis van de cijfers van het eerste kwartaal 2024. Besluitvorming dient plaats te vinden over: -

Materiele vaste activa

-

Vlottende activa Kortlopende schulden en overlopende passiva

Hierbij is het voorstel t.a.v. de materiele vaste activa, dat het onroerend goed Overcingellaan 15 9401 LA te Assen en de in loop der tijd verrichte verbouwingen (vooralsnog) achterblijft in de gemeenschappelijke regeling. Genoemd gebouw gaat niet mee over naar de rechtsopvolger de stichting GKB. De stichting de GKB huurt per 1 januari 2025 het gebouw van de gemeenschappelijke regeling tegen gelijke huurprijs zoals afgesproken tussen de gemeenschappelijke regeling van de gemeentelijke Kredietbank Drenthe en het OV bureau. De vlottende activa (inventaris enz.) alsmede kortlopende schulden en overlopende passiva gaan over op de rechtsopvolger, de stichting de GKB. 2.4 Personeel Voor de overgang van personeel van de Gemeenschappelijke Regeling van de Gemeentelijke Kredietbank Drenthe geldt dat het Burgerlijk Wetboek, hoofdstuk 7 en het vigerende Sociaal Statuut, van toepassing is. Krachtens artikel 7:663 BW gaan bij overgang van onderneming de rechten en verplichtingen die voor de werkgever voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst met een in die onderneming werkzame werknemer over op de verkrijger. Ingevolge artikel 7:662 BW dient onder overgang van onderneming te worden verstaan de overgang ten gevolge van een overeenkomst, een fusie of splitsing van een economische eenheid die haar identiteit behoudt.

In dit liquidatieplan wordt tussen de Gemeenschappelijke Regeling van de Gemeentelijke Kredietbank Drenthe en de Stichting De GKB overeengekomen dat er sprake is van overgang van onderneming zoals bedoeld in artikel 7:662 BW. Alle huidige medewerkers in vaste en tijdelijke dienst van de GKB gaan met gelijke arbeidsvoorwaarden zoals die gelden op 31 december 2024 over naar de op te richten Stichting De GKB. Daarnaast vindt uiterlijk in de maand oktober 2024 of later als dit niet anders kan in individuele gevallen, besluitvorming plaats of externe inhuur verlengd wordt na 1 januari 2025. Deze besluitvorming vindt plaats aan de hand van een overzicht tijdelijke inhuur en vindt feitelijk plaats door het Bestuur van de Stichting i.o. De arbeidsvoorwaarden (cao-SGO) afgesloten door de Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties blijven ook na 1 januari 2025 voor de medewerkers in vaste en tijdelijke dienst van toepassing. Vanaf 1 januari 2025 blijven alle vaste en tijdelijke personeelsleden, vooralsnog, zoals bij wetgeving bij overname van onderneming bepaald, op hun functie (mens volgt functie) tenzij anders wordt besloten. In of voor zover mogelijk voor oktober 2024 wordt inzichtelijk gemaakt of er na 1 januari 2025 sprake is van boventalligheid door het verzelfstandigingsproces van de GKB. Voor deze boventalligheid zijn de volgende afspraken gemaakt.

Eventueel boventallig personeel en de kosten ervan als gevolg

van de verzelfstandiging van de GKB vallen binnen de GR. Hierbij gelden de volgende uitganspunten: a. de interim-directeur van de GKB stemt het personeelsbestand voor 1 januari 2025 af op de verzelfstandige stichting GKB.

b. Mocht blijken dat er sprake is van boventallig personeel dan hebben de GR gemeenten een inspanningsverplichting om de betreffende medewerkers te herplaatsen in een passende functie binnen de eigen gemeente. Eventuele frictiekosten die met de boventalligheid van personeel gepaard gaan, zijn onderdeel van de liquidatiebegroting van de GR GKB. c. na 1 januari 2025 is de stichting verantwoordelijk voor een adequate bedrijfsvoering. In verband met de overdracht van personeel is het van belang de gevolgen voor loonheffingen, sociale verzekeringspremies etc. in oktober 2024 in kaart te brengen. 2.5

Overige rechten en verplichtingen

Andere bestaande rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke regeling dienen per 1 januari 2025 overgenomen te worden door de stichting de GKB. De voor de opheffing en vereffening relevante rechten en verplichtingen zijn per onderdeel in beeld gebracht. Lopende contracten, met uitzondering van die contracten die met het onderhoud van het gebouw Overcingellaan 15 9401 LA te Assen te maken hebben, worden overgenomen door de rechtsopvolger de stichting de GKB. Voortzetting van deze contracten is in de toekomst ter beoordeling van de rechtsopvolger. 2.6

Financiele invalshoek: liquidatiebalans

2.6.1. Waardebepaling activa De gemeenschappelijke regeling van de Kredietbank Drenthe beschikt op de liquidatiedatum nog over materiele activa. Vooralsnog blijft deze vaste materiele activa na opheffing in eigendom van de gemeenschappelijke regeling in liquidatie. Hoe de eigendomssituatie en exploitatie van het gebouw Overcingellaan 15 9401 LA te Assen na 1 januari 2025 gaat worden is aan de besturen (dagelijks en algemeen bestuur) van de gemeenschappelijk regeling. Voor de liquidatiebalans wordt per 31 december 2024 uitgegaan van de dan geldende boekwaarde. Daar het gebouw Overcingellaan 15 9401 LA te Assen achterblijft in de gemeenschappelijke regeling in liquidatie, wordt met de stichting de GKB een huurovereenkomst voor dit adres afgesloten voor een periode van vijf jaar met telkens een optie tot verlenging met vijf jaar. In een nog op te stellen huurovereenkomst komt de precieze te huren aantal m2 te staan. In deze huurovereenkomst komen ook eventuele ontbindingsvoorwaarden te staan. 2.6.2

Liquidatiebalans

De liquidatiebalans wordt opgesteld op basis van de jaarrekening 2023, de begroting 2024 en de prognose 2024. In de liquidatiebalans is daarnaast rekening gehouden met de hiervoor beschreven juridische aspecten bij de opheffing van de gemeenschappelijke regeling. Volledigheidshalve dient opgemerkt te worden dat in de begroting voor de gemeenschappelijke regeling 2024 geen rekening is gehouden met de kosten inzake de opheffing van de gemeenschappelijk regeling en de vereffening van het vermogen. Daarom is hiervoor een bedrag van € 50.000,-- opgenomen in de liquidatiebalans.

2.6.4

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

De verplichtingen inzake opgebouwd verlof is niet in de balans 2023 tot uitdrukking gebracht. Door de opheffing van de gemeenschappelijke regeling moeten deze per 31 december 2024 wel financieel vertaald worden. Het openstaande verlof op 31 december 2023 was …… uur. De stand per augustus

2024 is ………uur. Dit maal een gemiddeld uurloon van ……….. (inclusief werkgeverslasten) is ………….Dit bedrag wordt overgeheveld naar de rechtsopvolger de stichting de GKB. In 2025 zullen nog kosten gemaakt worden in verband met de afwikkeling van de liquidatie. Dit betreft o.a. notariskosten en accountant kosten. Deze kosten worden geschat op € 50.000,-(exclusief externe adviseurs).

2.6.5

Liquidatiesaldo

Het liquidatiesaldo bestaat uit een geldelijke inbreng van de gemeenten van de gemeenschappelijke regeling die nodig is om de verplichtingen die ontstaan door de opheffing te kunnen financieren. Uit voorgaande paragraaf kan vervolgens een liquidatiesaldo worden vastgesteld. Het saldo is € 50.000,-Dit bedrag is berekend op basis van de nu bekende bedragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14466886/1