Bijlage 3 Besluit begraafplaatsen Hoogeveen
Tekst van het document
Er zijn meer situaties waarna een graf geruimd kan worden Het derde en vierde lid opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene graven de stoffelijke overblijfselen een andere bestemming te geven. Dat wil zeggen dat de overblijfselen niet worden begraven in het verzamelgraf. Die andere bestemming, zowel voor algemene als particuliere grafruimten, is zo ruim mogelijk omschreven.
Ook is het mogelijk om de overblijfselen opnieuw bij te zetten in een ander particulier graf op dezelfde begraafplaats of deze over te brengen naar een graf op een andere begraafplaats. Indien de herbegraving plaatsvindt in een nieuw particulier graf op een begraafplaats binnen de gemeente Hoogeveen dan vindt dit plaats in aansluiting op de reeds uitgegeven particuliere graven. De mogelijkheid om een graf te ‘schudden’ wordt middels een technische beschouwing door de beheerder beoordeeld. Voor de algemene graven is ‘schudden’ nooit mogelijk. Bij ‘schudden’ worden de lijken van een vol graf dieper in hetzelfde graf teruggeplaatst om zodoende het graf weer geschikt te maken voor nieuwe begravingen, te bepalen door de rechthebbende. Ofschoon dit beheersmatig wellicht minder gewenst is, omdat er op sommige plaatsen graven veel langer in gebruik zullen zijn dan de naastliggende graven, waardoor systematisch ruimen minder efficiënt wordt, kiezen we toch voor het opnemen van de mogelijkheid van ‘schudden’ om aan de mogelijke wens van de nabestaanden tegemoet te komen en om het beslag op de schaarse ruimte niet onnodig groot te laten zijn. Het beperkt ook de lasten van de nabestaanden. De Wet op de lijkbezorging geeft geen aanwijzingen voor de wijze waarop graven worden geruimd.
Om zo zorgvuldig en piëteitsvol mogelijk uitvoering te kunnen geven aan ruimingen stelt het college een ruimingsprotocol vast, met daarin helder opgenomen de uit te voeren werkzaamheden en de wijze waarop ruimingen plaatsvinden. Pas wanneer hieraan uitvoering is gegeven wordt overgegaan tot ruiming. Het ruimingsprotocol is met ingang van het Besluit 2025 opgenomen in dit Besluit. Artikel 14 Bevoegdheden De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig zijn. Artikel 15 Historische graven en opvallende grafbedekking Graven, grafbedekkingen en delen van de begraafplaats van bijzondere waarde moeten behouden kunnen blijven, ook wanneer het recht of de gebruikstermijn zijn verlopen. Graven kunnen om meerdere redenen van behoudenswaardige betekenis zijn. Het is belangrijk om de criteria goed en zo eenduidig mogelijk vast te stellen. De commissie historische graven bestaat uit afgevaardigden van de gemeente en onafhankelijke personen, die allen wegens hun beroep of opgedane kennis kunnen bijdragen om de lijst samen te stellen of te herzien. Omdat de genoemde verenigingen kunnen ophouden te bestaan of om moverende redenen geen of onvoldoende leden meer voor de commissie kunnen aanleveren, moet het college in staat zijn om nieuwe commissieleden aan te wijzen.
Ter behoud aangewezen elementen moeten herkenbaar administratief en op kaart worden aangemerkt. Met opzet is een aanduiding in het veld, zoals bordje, object of ander aangebracht kenmerk niet verplicht gesteld. Dit kan immers afbreuk doen aan die historische waarden. Al is een onopvallend geplaatst object niet bezwaarlijk wanneer dit begraafplaatsbeheerders kan helpen in hun werk.
Juridische relevante zaken Voor het toekomstig behoud van de aangewezen graven en grafmonumenten kunnen naast artikel 15 ook andere bepalingen van belang zijn. Zo kan een grafbedekking verwijderd worden door de rechthebbende of eigenaar van het grafmonument, wanneer het uitsluitend recht of de gebruikstermijn verstrijken. Indien een grafbedekking op de lijst te behouden monumenten voorkomt én voor ruiming in aanmerking komt, zal dit besproken moeten worden met de rechthebbende of de eigenaar van het grafmonument. Ook wanneer er geen rechthebbende of eigenaar meer is, en de gemeente de zeggenschap over een graf of grafbedekking heeft, wil de gemeente zorgvuldig met de nabestaanden overleggen en instemming vragen met de te nemen maatregelen. Bijvoorbeeld ook om te voorkomen dat nabestaanden, in de veronderstelling dat het grafmonument verdwenen is, deze alsnog tegenkomen. Toelichting op de behoudenswaardigheid van grafmonumenten: Ad a. Personen van historische betekenis Geen verdere toelichting. Ad b.1. Ouderdom grafmonument Niet alle grafmonumenten komen zondermeer in aanmerking. Er wordt dan ook een ouderdomsgrens aangehouden. Dit om enige afstand te creëren tussen hedendaagse grafcultuur en datgene wat van waarde is. Criteria die elders worden aangehouden, variëren van geen tot 50 jaar. Voor deze criteria wordt gekozen voor veertig jaar.
De commissie is van mening dat een dergelijke termijn voldoende distantie geeft om de kwaliteit van de grafcultuur voldoende op waarde te kunnen schatten. Gekozen is voor veertig jaar, omdat de gemiddelde belangstelling voor een graf 40 jaar bedraagt. Het aantal van 40 is een ervaringscijfer van de gemiddelde belangstelling voor een graf in Nederland. Ad b.2. Waarde grafmonument Bij de waarde van het grafmonument kan het gaan om: - Het materiaalgebruik en hantering. Bijzondere materialen zijn met name materialen die in het algemeen niet gebruikelijk zijn voor grafmonumenten, zoals zandsteen, marmer, hout of metaal (hekwerken). De hantering gaat over de wijze waarop bijvoorbeeld het grafmonument technisch bewerkt is. Dus het gebruik van een bijzonder materiaal met een slechte afwerking zal minder snel in aanmerking komen dan een goed verwerkt materiaal. In dit geval geldt dat extra gelet moet worden op afwijkende materialen met de vraag of ze daadwerkelijk bijzonder genoeg zijn. - Vormgeving en belettering van het monument. Een belangrijk onderdeel van de vormgeving van grafmonumenten is het soort belettering dat gebruikt wordt. Verder kunnen ook stèles met een gave vormgeving, een omranding en grafvulling met bijvoorbeeld steen of grind in aanmerking komen. Ook grafmonumenten die sterk opvallen in het beeld en ankerpunten vormen in de beleving komen in aanmerking.
- Bijzondere symboliek. Symbolen op grafmonumenten zijn er in veel varianten. De palmtak en de treurwilg zijn twee van de meest voorkomende symbolen op de begraafplaatsen en verwijst naar het christelijk geloof. Alleen wanneer sprake is van een uitzonderlijke vormgeving zal zo’n symbool opgenomen worden in de
-
inventarisatie. Persoonlijke symboliek of een samenvoeging van verschillende betekenissen kan een dusdanig symbool opleveren dat er sprake is van een bijzonder symbool. Sommige symbolen hebben een zwaar beladen betekenis. Door deze juist te behouden kan het symbool in de juiste context worden geplaatst. Voor dit criterium wordt gekeken naar de algemene deler, maar ook naar de uitzonderlijke symbolen. Graftrommels. Graftrommels zijn typerend voor een bepaalde cultuurperiode of vormgevingsperiode. Vanwege de specifieke betekenis van de graftrommel en de relatieve zeldzaamheid is deze als specifiek onderdeel beschreven.
Ad b.3. Representatief voor tijdsbeeld/vormgevingsperiode Omdat een grafteken zeer persoonsgebonden kan zijn, is de diversiteit van graftekens groot en varieert de uitwerking tot op de dag van vandaag van heel sober tot rijk gedetailleerd. De variatie aan gebruikte materialen in relatie tot specifieke materiaaleigenschappen en de daaraan gerelateerde vorm maakt ze bijzonder. Het geheel aan verschillende soorten graftekens vormt dan ook een weerslag van de grafcultuur in relatie tot de tijd waarin het grafteken tot stand is gekomen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de klassiek vormgegeven, aan de oudheid ontleende graftekens die uit gegoten ijzeren onderdelen zijn samengesteld. Voor dit criterium wordt dan ook gekeken of het grafteken op zich typerend is voor een bepaalde tijd of vormgevingsperiode en op basis hiervan in aanmerking komt. Ad b.4. Verhalend Dit punt speelt een rol wanneer aan de hand van het grafmonument bijvoorbeeld een verhaal verteld kan worden over Hoogeveen of de dorpen en de geschiedenis. Dat kan zijn vanwege een bepaalde culturele en of religieuze ontwikkeling in de stad zelf of een gebeurtenis waarbij één of meerdere personen een rol hebben gespeeld. De gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog vormen vanzelfsprekend een belangrijke aanleiding om deze op te nemen in de inventarisatie.
Ad b.5 Oorlogsslachtoffers Op de begraafplaatsen in de gemeente Hoogeveen zijn erkende Nederlandse oorlogsslachtoffers begraven. Hiervoor zijn geen verdere criteria opgenomen, maar deze dienen ook opgenomen te worden op de lijst van graven met een historische betekenis of grafbedekking met een opvallende kwaliteit. Ad c Historisch aangemerkte en behoudenswaardige delen zijn er tot nu toe op begraafplaats Hollandscheveld (grafveld V) en op de oude begraafplaats gelegen aan de Zuiderweg in Hoogeveen (deel IV). Hier worden de waarden van afzonderlijke objecten vermeerderd door de directe omgeving, de context. In lijn met het landelijke monumentenbeleid, waarbij de context en het object samen worden herkend en erkent in een beschermd gezicht, zijn deze gedeelten in hun totaliteit te erkennen als historischen cultureel waardevol, inclusief de ‘lege’ plekken, de baarhuisjes, het groen en de enkele stenen ertussen die apart misschien niet direct deze erkenning zouden krijgen. Artikel 16 Uitgifte en indeling graven Een graf zal alleen op volgorde van ligging worden toegewezen. Als het een graf betreft waarin maar in één begraaflaag begraven kan worden, kan een naastliggend graf door de
rechthebbende worden gereserveerd. Dit zogenaamde dubbelgraf naast elkaar moet direct bij uitgifte van het eerste graf worden gereserveerd en moet op dat deel van de begraafplaats zijn gelegen waar dubbelgraven zijn toegestaan. Het artikel is opgenomen om reserveren van graven te voorkomen op die grafvelden, waar dit ongewenst is. Het bevordert efficiënt ruimtegebruik en resulteert in een optimaal gebruik van de beschikbare begraafcapaciteit. Indien nabestaanden kiezen voor een andere grafplek dan aansluitend op de reeds uitgegeven graven kan, indien grafplaatsen gekenmerkt zijn, binnen de voorwaarden genoemd in artikel 2a t/m 2j. op de begraafplaatsen worden afgeweken van lid 1. Op begraafplaats Fluitenberg geldt een afwijkend uitgifteregime voor graven. Het doel hiervan is recht te doen aan het ontwerp en voorlopig zoveel mogelijk ruimte te geven aan de gekozen beplanting. Artikel 17 Grafkelders Op iedere begraafplaats wordt gelegenheid gegeven tot het stichten van een grafkelder. Artikel 18 Overdracht van verleende rechten Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken in een bepaald graf te doen begraven. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende worden overgeschreven op een ander.
Het is noodzakelijk dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen, die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Wanneer de rechthebbende overleden is en in het graf begraven moet worden waar hij of zij rechthebbende op was, moet het uitsluitend recht vóór de begraving opnieuw te naam gesteld worden. De nieuwe rechthebbende geeft vervolgens toestemming dat de voormalige rechthebbende in het graf begraven mag worden. Zo is er altijd een rechthebbende op het graf. Blijft de overschrijving uit, dan vervalt het recht aan de gemeente. De bepalingen geven een coulance aan nabestaanden om te bespreken op wie het recht van een particulier graf moet worden overgeschreven, wanneer de overschrijving niet vóór het overlijden van de rechthebbende is gebeurd. Bij een verschil van mening onder de nabestaanden hierover is het aan hen om dit op te lossen, eventueel met tussenkomst van een rechter. Artikel 19 Afstand doen graf Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende afstand van het graf kan doen. Artikel 20 Vervallen rechten Dit artikel beschrijft wanneer rechten vervallen zowel door nalatigheid van de rechthebbende of op aanvraag van de rechthebbende als door ingrijpen van het college.
Middels dit artikel wordt benadrukt dat alle rechten eindig zijn en onder welke voorwaarden deze rechten dan eindigen. Dit artikel geeft het college tevens meer bevoegdheden om op te treden tegen rechthebbenden en gebruikers die in verzuim blijven een op grond van dit besluit op hen rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelen. Het laten vervallen van rechten kan ook een tijdelijk juridisch instrument zijn bij geschillen. De positie van het college als houder van de begraafplaatsen is hiermee versterkt. Het college neemt hiertoe de besluiten. De mededeling aan de rechthebbende van een particulier graf, dat de grafbedekking zal worden verwijderd, kan in veel gevallen gelijktijdig worden gedaan met de mededelingen dat de graftermijn verstrijkt. De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het recht vervallen heeft verklaard, omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen. In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens een jaar. Het feitelijke verwijderen van de grafbedekking dient steeds in overleg met de beheerder plaats te vinden. Artikel 21 Aanbrengen grafbedekking Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 22 Vereisten aanvraag Voor het aanbrengen van een gedenkteken is het verplicht vooraf vergunning te vragen bij het college. Deze vergunningseis geldt voor de gedenktekens op algemene en particuliere graven. De gedenktekens dienen op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen te voldoen. Deze eisen zijn uitgewerkt in de artikelen 25 en 26. Artikel 23 Materiaalgebruik gedenkteken In dit artikel wordt bepaald dat voor gedenktekens alleen duurzame of verduurzaamde materialen mogen worden toegepast. Hieronder worden materialen verstaan die gedurende de uitgiftetermijn niet vergaan. In bijzondere situaties kan het college hiervoor ontheffing verlenen. Het gebruik van palen (stiepen) is niet toegestaan, omdat: 1. de palen moeilijk te verwijderen zijn en bij een bijzetting in een particulier dubbelgraf in de weg zitten; 2. de kans bestaat dat de palen scheef in de grond geboord worden, waardoor deze een ander graf kunnen raken; 3. de functie van de palen in opgebrachte zandgrond zeer beperkt is, wat het onderhoud aan de graven eerder bemoeilijkt dan verbetert. 4. de palen in de weg zitten indien een graf opnieuw in gebruik wordt genomen; 5. bij het aanbrengen van de palen kan de onderliggende drainage beschadigen, waardoor de waterafvoer wordt belemmerd.
Artikel 24 t/m 27 Situering en afmetingen gedenkteken particulier graf, particulier dubbelgraf en kindergraf Het is noodzakelijk de afmetingen voor een graf vast te leggen, opdat ieder voor hetzelfde tarief hetzelfde graf krijgt. Het is dan vanzelfsprekend dat de maten van de grafbedekking moet blijven binnen de maten van het graf. Binnen deze maten hebben nabestaanden alle vrijheid voor het gedenken van een dierbare. Het hanteren van een hoogtemaat is wenselijk, omdat het machinaal delven van een graf belemmerd wordt als sprake is van hogere monumenten. In de praktijk tot nog toe is de maat van 120 centimeter ook de maximale maat. De situering van een grafbedekking kan belemmerend zijn als die wordt aangebracht hoger dan circa 40 centimeter aan de zijkanten en aan de zijde van het pad. Het is dan moeizaam om in tussenliggende graven een lijk te bezorgen, omdat dan de dragers vrijwel niet naast het tussenliggende graf plaats kunnen nemen. Dit is geen denkbeeldige situatie, maar het komt ongeveer 150 keer per jaar voor. Het plaatsen van hogere grafbedekking aan de zijde van het pad en op de voorste helft van het graf, vanaf het pad gerekend hindert ook het grafdelven, omdat de kraan een draaiende beweging moet maken. Dan is beschadiging van die monumenten een groot risico en dat is zowel voor de nabestaanden als de gemeente uitermate vervelend.
Artikel 28 Afmetingen grafkelder ten behoeve van een zandgraf In dit artikel staan de afmetingen van een grafkelder opgenomen waarin een lijk begraven kan worden. Artikel 29 Situering en afmetingen gedenkteken en urnenkelder In dit artikel staan de situering en afmetingen voor een gedenkteken van een urnenkelder. Artikel 30 Grafbeplanting Hierin staat beschreven dat de afmetingen zoals opgenomen in artikel 16 ook van toepassing zijn op de beplante oppervlakte van een particulier graf. Artikel 31 Verwijdering van grafbedekking Dit artikel biedt rechthebbenden, gebruikers enige coulance op de wet: ze mogen gedurende een bepaalde periode alsnog de grafbedekking verwijderen en meenemen. Conform Artikel 32a in de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is de gemeente door natrekking de eigenaar van alle grafmonumenten op de begraafplaats. Maar gedurende de tijd dat een graf niet geruimd mag worden, is artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing. Met andere woorden: als in een graf een overledene begraven is en het graf minstens 10 jaar gelegen heeft en de rechten verlopen zijn, is artikel 32a Wlb niet meer van toepassing. De langste termijn of laatste datum geldt. Na die datum mag een graf geruimd worden en daarmee ook de grafbedekking verwijderd worden.
Deze coulance kan niet zomaar gelden voor grafbedekkingen of graven die voorkomen op de lijst Historische graven.
Artikel 32 Onderhoud rechthebbende of gebruiker De rechthebbenden en gebruikers van particuliere graven en algemene graven zijn verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. Dit geldt dus voor de gehele grafbedekking, dus zowel het gedenkteken als de grafbeplanting. Het verzakken van grafmonumenten is een natuurlijk verschijnsel op begraafplaatsen, dat ook hoort tot het eigen risico van de rechthebbende en de gebruiker. Soms willen nabestaanden een grafsteen te snel plaatsen, wanneer de grond nog niet goed is ingeklonken. De gevolgen zijn voor eigen risico. Door het onderhoud te beschrijven, wordt duidelijk voor de rechthebbende of gebruiker van een graf, wat zij moeten doen om het graf naar behoren te onderhouden. Indien dit niet gebeurt, heet dit “kennelijke verwaarlozing”. Dat criterium geeft conform artikel 28 van de Wet op de lijkbezorging het recht om het uitsluitend recht (grafrecht) van een particulier graf als vervallen te verklaren. Het recht vervalt dan weer aan de gemeente. Artikel 33 Onderhoud gemeente In dit artikel is vastgelegd dat rechthebbenden het onderhoud van het graf aan de gemeente kunnen overdragen. Hier wordt naar de verordening Lijkbezorgingsrechten verwezen. In dit artikel is omschreven welke onderdelen van het onderhoud door de gemeente worden verzorgd.
Het onderhoud door de gemeente heeft als doel dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. Het verdient aanbeveling om het beleid dat burgemeester en wethouders ter uitvoering van dit artikel voeren mede te delen bij de afgifte van de vergunning voor het hebben van een grafbedekking en/of bekend te maken op het mededelingenbord op de begraafplaats. Onder een “gemarkeerd oppervlak” wordt bijvoorbeeld verstaan, wanneer het grafoppervlak is voorzien van een hekwerk. Artikel 34 Aansprakelijkheid grafbedekkingen Dit artikel weerlegt de aansprakelijkheid bij schade naar de rechthebbende danwel de gebruiker. De gemeente stelt zich niet aansprakelijk, ondanks dat de gemeente door natrekking eigenaar wordt van grafbedekkingen op het moment dat deze op de begraafplaats geplaatst worden. Middels het natrekkingsrecht komt de grafbedekking in eigendom van de eigenaar van de ondergrond. De aansprakelijkheid is dus weerlegd: Een grafbedekking mag enkel worden geplaatst onder de voorwaarden van dit besluit. De gemeente mag op basis van dit artikel tevens ingrijpen als een gevaarlijke situatie is ontstaan door de grafbedekking te verwijderen dan wel op een andere manier het gevaar weg te nemen. De juridische basis is artikel 32a in de Wet op de lijkbezorging (Wlb).
Dat artikel luidt: ‘Gedurende de periode dat een graf niet geruimd mag worden, is artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing op
hetgeen op dat graf is geplaatst.’ Deze bepaling geldt zowel voor algemene graven als voor particuliere graven, en voor zowel nieuwe als alle bestaande graven. Artikel 35 Tijdelijke verwijdering Indien in verband met het begraven in de directe omgeving van een graf het noodzakelijk is dat grafbedekking of andere voorwerpen geplaatst op een naburig graf tijdelijk moet worden weggenomen, moet de rechthebbende of gebruiker dit gedogen. De gedoogplicht geldt om dezelfde reden ook voor de tijdelijke opslag van grond op een naburig graf. Door of vanwege en voor rekening van de gemeente wordt het graf weer in oude staat hersteld. Artikelen 36 en 37 Ruimingsprotocol Op 20 maart 2013 heeft het college van B&W het protocol ‘werkwijze bestaande graven, urnennissen-/kelders Hoogeveen’ vastgesteld. Ook heeft het college toen ingestemd met de werkwijze zoals in de bij het protocol behorende oplegnotitie en aanvullende oplegnotitie is beschreven. Hierdoor zijn destijds delen van het protocol in werking getreden. In deze artikelen wordt het protocol vastgelegd in het Besluit. In de aanvullende oplegnotitie van 2013 was vastgelegd, dat op de begraafplaatsen niet actief zou worden herbegraven. Hieronder werd verstaan, dat hieraan alleen bij capaciteitstekort uitvoering aan zou worden gegeven.
Bij vaststelling door de raad van het begraafplaatsbeleid in 2024 is besloten, om beschikbare grafruimte wel actief te ruimen, om zo altijd te kunnen voorzien in voldoende beschikbare grafcapaciteit, om (gevoelens van) rechtsongelijkheid te voorkómen en om het financiële beheer van de begraafplaatsen op een meer reële manier uit te kunnen voeren. Artikel 36 Administratieve voorbereiding Belangrijkste uitgangspunt is dat op de begraafplaatsen alle werkzaamheden en met name bij ruimingen met het grootste respect, zorgvuldigheid en piëteit zullen plaatsvinden. Wensen van rechthebbenden en nabestaanden staan (binnen de vastgestelde kaders) voorop en worden zoveel mogelijk gerespecteerd en uitgevoerd. De administratieve voorbereiding draagt ertoe bij, dat uitsluitend de juiste graven voor ruiming in aanmerking komen. De artikelen betreffende Vervallen rechten en Onderhoud rechthebbende of gebruiker van dit Besluit zijn ook van belang om te bepalen, of op een graf nog uitsluitende rechten rusten Artikel 38 Beslissingsbevoegdheid Het college beslist bij twijfel over de uitleg van de bepalingen in dit besluit of bij verschil van mening. Artikel 39 Slotbepaling en citeertitel 1. Het Besluit begraafplaatsen 2020 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregel in werking treedt.
Dit besluit geldt voor alle graven die worden uitgegeven in de genoemde periode tot dit besluit herzien wordt. Alle verkregen rechten blijven van kracht.
2. Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2025. 3. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Besluit begraafplaatsen Hoogeveen Ziet u een fout in deze regeling? Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 14 november 2024
De secretaris,
De burgemeester,
Jelmer Mulder
Martijn Breukelman