CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 10. Concept begroting 2025 (10% korting GR)

Raadsavond 26 september 2024, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Transformatie Gemeenschappelijke regeling GKB naar Stichting GKB en begroting5.497 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTELIJKE KREDIETBANK CONCEPT BEGROTING 2025 GR

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Uitgangspunten begroting 2025

3

Hoofdstuk 2

Kerntaken GKB

4

Hoofdstuk 3

Beleidsbegroting

6

Hoofdstuk 4

De BBV paragrafen

9

Bijlagen    

1 2 3 4

Programmarekening Geprognosticeerde balans Berekening EMU saldo Bijdrage GR-gemeenten

15 16 17 18

2

Hoofdstuk 1 Uitgangspunten begroting 2025 De gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank Drenthe, ingesteld op 1 januari 1990, is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel. De GKB levert in veertien gemeenten een bijdrage aan de sluitende aanpak voor de bestrijding van armoede en schulden. Voor de begroting 2025 zijn een aantal ontwikkelingen van belang. Zolang er geen rechtsopvolger is van de gemeenschappelijke regeling van de kredietbank Drenthe en hierover nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, is de gemeenschappelijke regeling verplicht een begroting te maken. Strategische koers Het Bestuur van de GKB heeft eind 2023 een principe besluit genomen om de GKB te verzelfstandigen in de vorm van een Stichting. De dienstverlening aan de huidige 3 GR-gemeenten (Assen, Hoogeveen en Meppel) kan door blijven gaan, de dienstverlening aan de huidige 11 DVO-gemeenten kan alleen door blijven gaan als die gemeenten in een bepaalde vorm gaan participeren in de nieuwe Stichting. Die gemeenten kunnen dan een beroep doen op de regelgeving m.b.t. quasi-inhouse opdrachtverlening waardoor aanbesteding niet verplicht is.

Eind 2023 is een financiële analyse opgesteld waarin 4 scenario’s zijn uitgewerkt: Scenario waarbij 4 DVO-gemeenten niet deelnemen en stoppen met afname diensten met ingang van 2025 (omzet DVO daalt naar 75%) Scenario waarbij 6 DVO-gemeenten niet deelnemen en stoppen met afname diensten met ingang van 2025 (omzet DVO daalt naar 50%) Optimistisch scenario waarbij alle 11 DVO-gemeenten deelnemen Pessimistisch scenario waarbij alle 11 DVO-gemeenten niet deelnemen en stoppen met afname diensten met ingang van 2025 Op het moment van opstellen van de begroting 2025 is nog niet definitief dat alle DVO-gemeenten hun dienstverlening blijven afnemen bij de GKB. Gelet op de ontvangen (schriftelijke/ mondelinge) intenties en wetende dat een enkele gemeente nog een keuze moet maken, is de begroting 2025 opgesteld op basis van het optimistische scenario, rekening houdende met de geldende 10% kortingsregeling voor de 3 GR-gemeenten. Gevolgen voor de begroting 2025 De begroting 2025 is grotendeels gebaseerd op de financiële analyse voor 2025. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: De volumes van de 14 gemeenten blijven grotendeels hetzelfde als in 2024 De inhuurkosten zijn drastisch teruggebracht door het vervangen van flexibel personeel door vast personeel.

Als aan deze twee voorwaarden wordt voldaan en de 3 GR-gemeenten maken nog steeds gebruik van de 10% kortingsregeling, komt het verlies over 2025 uit op € 155.103,--.

3

Hoofdstuk 2 Kerntaken GKB De GKB kent vier kerntaken en daarnaast drie nauw daarmee samenhangende kleinere aanvullende taken. De vier kerntaken die vallen onder de wet gemeentelijke schuldhulpverlening, onderscheiden we als:  Indicatiestelling  Crisisinterventie  Inkomensbeheer  Schulden oplossen De aanvullende taken onderscheiden we als:   

Budgetcoaching Preventie Sociale Kredietverlening

De GKB publiceert jaarlijks het basisdienstenboek, waarin de basisdiensten kort worden uitgelegd. De gemeenten en de GKB komen jaarlijks overeen welke diensten en met welke omvang de GKB dat jaar kan inzetten. Vanaf 2021 heeft de GKB een gezamenlijke prestatieovereenkomst met de GR gemeenten. In deze paragraaf beschrijven we kort de inhoud en doelstellingen van deze taken met de daarbij behorende basisdiensten. Indicatiestelling Een cruciaal moment in de schuldhulpverlening is de wijze waarop de indicatiestelling tot stand komt. Welke instrumenten en aanknopingspunten worden ingezet om te bepalen wat nodig is om tot een duurzame oplossing te komen van het financiële probleem? De GKB verzorgt deze indicatie in de gemeenten waar de GKB ook de eerste lijn (toegang) verzorgt. In de andere gemeenten verzorgen de eerste lijn organisaties de indicatiestelling. Vaak is er een directe route naar de GKB afgesproken als er sprake is van een crisis. In de samenwerking met de eerste lijn en overige ketenpartners richt de GKB zich het komende jaar vooral op het terugdringen van de administratieve barrières tussen de eerste en tweede lijn en het verder uitbouwen van de prima samenwerking. Crisisinterventie Crisisinterventie is erop gericht om erger te voorkomen, in die zin dat de verstrekkende gevolgen van schulden worden voorkomen dan wel worden geminimaliseerd.

Crisisinterventie wordt ingezet bij een dreigende woningontruiming, afsluiten van energievoorzieningen, beëindiging aanvullende ziektekosten verzekering, maar ook invordering rijbewijs. Inkomensbeheer Inkomensbeheer wordt ingezet op het voorkomen van terugval in de oude situatie, waardoor deze alsnog kan escaleren. De inzet wordt op maat afgestemd op de (on)mogelijkheden van de burger en richt zich op het in balans brengen en houden van inkomsten en uitgaven. Het is een getrapte inzet, hoe redzamer, hoe milder de inzet, de inzet is oplopend naar gelang de ervaren problematiek. De GKB kent daarom verschillende vormen van budgetbeheer variërend van budgetbeheer basis tot en met beschermingsbewind. Schulden oplossen Bij schuld oplossen richt de GKB zich ook op de afwikkeling van bestaande schulden, wat we ook wel het “minnelijke traject” noemen. De inzet van de GKB is erop gericht om betalingsafspraken met de schuldeisers te maken die de inwoner binnen maximaal drie jaar op verantwoorde wijze kan nakomen. De GKB zet daarbij bij voorkeur het saneringskrediet als middel in om de betalingsafspraken met de schuldeisers voor te financieren, zodat zowel de inwoner als de schuldeiser snel weten waar ze aan toe zijn. Vanaf 2021 voert de GKB in vier gemeenten ook schuld oplossen voor ondernemers uit.

4

Budgetcoaching Bij budgetcoaching richt de GKB zich op het op- en uitbouwen van de redzaamheid van de burger om daarmee terugval in de schulden te voorkomen. Hier draagt de GKB bij aan de gedragsveranderingen en het aanleren van competenties. De GKB kent daarmee meerdere vormen van budgetcoaching die variëren in intensiteit. Daarnaast kan ook de budgetcursus “weet wat je besteedt” worden ingezet. Sociale Kredietverlening De GKB biedt al sinds haar oprichting “sociale kredietverlening” aan. De sociale kredieten worden veelal aangevraagd voor het aanschaffen van consumptiegoederen of kleine schulden. Onder de noemer sociale kredietverlening scharen we ook het saneringskrediet (SK). Het SK is technisch gezien een persoonlijke lening met een vaste aflossing en rentetarief. De verwachting is dat het SK de komende jaren aan terrein zal winnen als de beste oplossing in het minnelijke traject. Het Kabinet stimuleert de inzet van het SK door het instellen van een landelijk garantiefonds. Met dit fonds kunnen de risico’s van SK’s die nu voor rekening van de GKB komen worden geminimaliseerd. De GKB is al jaren groot voorstander van de inzet van een SK in het minnelijke traject en is dan ook blij met haar eigen kredietafdeling die deze vorm van krediet uitvoert.

Het saneringskrediet is het sluitstuk van het aanbod van de GKB bij het oplossen van probleemschulden, waarmee de GKB een zeer compleet dienstenpakket kan aanbieden. In 2022 is de GKB aangesloten bij het “Landelijk waarborgfonds Saneringskredieten”. Daarmee worden de risico’s van de lopende en toekomstige saneringskredieten door het waarborgfonds afgedekt. Preventie De GKB is al jaren zeer actief op het terrein van preventie. Vanuit haar kennis en ervaring met inwoners die kampen met probleemschulden kan de GKB een stevige bijdrage leveren aan het voorkomen van probleemschulden. Daarnaast worden medewerkers van de GKB regelmatig ingezet als projectleider. In de begroting vallen deze activiteiten onder de noemer “PRAS”.

5

Hoofdstuk 3 Beleidsbegroting Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) gaat ervan uit dat het programmaplan verschillende programma’s bevat. Daarbij is een programma een samenhangend geheel van activiteiten. Aangezien de GKB belast is met één samenhangende taak, te weten schuldhulpverlening, hebben wij het programmaplan niet opgesplitst in verschillende programma’s. Ingevolge BBV hoofdstuk 2 “De begroting en toelichting”, titel 2.2. “ Het Programmaplan” artikel 8 lid 3 moet het programmaplan bevatten: a. De doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten. b. De wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken. c. De raming van de baten en de lasten. HET PROGRAMMAPLAN De doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten. Wat wil de GKB bereiken? De GKB levert een bijdrage aan de sluitende aanpak bij de bestrijding van armoede en schulden van inwoners van het werkgebied van de GKB. Daarmee geeft de GKB mede uitvoering aan de wet Gemeentelijke schuldhulpverlening. De statutaire doelstelling van de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Kredietbank, kortweg GKB, is opgenomen in artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling. De wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken.

Wat gaat de GKB daarvoor doen? De GKB verzorgt professionele, kwalitatief hoogwaardige tweedelijns schuldhulpverlening waar de inwoners terecht kunnen voor het oplossen van hun problematische schulden. De GKB is daarbij een samenwerkingspartner voor gemeenten, sociale partners en andere maatschappelijke organisaties. De GKB is binnen deze samenwerking onder andere verantwoordelijk voor: a. Schulden oplossen. b. Inkomensbeheer. c. Crisisinterventie. d. Sociale kredietverlening, specifiek het saneringskrediet. e. Goede aansluiting op de eerste lijn, optimaal werkproces.

Beleidsindicatoren In de regeling beleidsindicator gemeenten staat een vaste set aan indicatoren genoemd die opgenomen moeten worden in de begroting. De onderdelen die niet elders worden gepresenteerd dienen uit eigen gegevens en bronnen te worden overgenomen. 1. Formatie De formatie volgens het BBV wordt uitgedrukt in aantal fte per 1.000 inwoners. Bij de GKB is dit niet van toepassing. Het aantal fte wordt gebaseerd op het aantal trajecten schuldhulpverlening ten einde de eerder genoemde doelstellingen te realiseren.

Formatie

Maart 2024 Begroot 2025

Indirect

13,73

13,61

Direct

56,14

56,59

Totaal

69,87

70,20

6

2. Bezetting De bezetting ( formatie inclusief boventallig e.d.) moet volgens het BBV worden uitgedrukt in aantal fte per 1.000 inwoners. Bij de GKB is ook dit niet van toepassing. Het aantal fte wordt gebaseerd op het aantal trajecten schuldhulpverlening ten einde de eerder genoemde doelstellingen te realiseren. Gezien de situatie van de GKB is er op dit moment geen sprake van boventalligheid. De begrote bezetting voor 2025 is dan ook gelijk aan de begrote formatie. 3. Apparaatskosten In het BBV wordt aangegeven dat de apparaatskosten uitgedrukt dienen te worden in kosten per inwoner. Ook dat is bij de GKB niet van toepassing. De kosten worden net als het aantal fte’s gebaseerd op kosten die gemaakt moeten worden om de genoemde doelstellingen te realiseren. 4. Externe inhuur Onder de externe inhuur wordt verstaan kosten die gemaakt worden voor het uitvoeren van werkzaamheden door o.a. uitzendkrachten, Zzp-ers of detacheringsovereenkomsten, zowel voor tijdelijke inhuur als voor inhuur van specialisten. Externe inhuur kan en zal worden ingezet als het capaciteitsvraagstuk niet binnen de staande formatie kan worden opgelost. Deze situatie kan zich voordoen bij vervangingsvraagstukken, zoals langdurig verzuim. Daarnaast kan en zal externe inhuur worden ingezet bij het vervangen van mutaties in de vaste formatie. 5.

Overheadkosten Onder overheadkosten wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Voor de GKB is dit vertaald in het totaal van de lasten minus de directe loonkosten inclusief opleidingskosten (kosten primair proces). Uitgedrukt in een percentage van de totale lasten bedragen de overheadkosten voor 2025:

Totale lasten Overhead Overhead in percentage van totaal

€ €

7.479.703,75 2.622.824,82 35,1%

Omdat er sprake is van één taakveld geeft nadere uiteenzetting van deze overheadkosten geen toegevoegde waarde en wordt in deze begroting volstaan met deze uitsplitsing. 6. Bijzondere (extra) kosten In deze begroting zijn geen kosten opgenomen die gerelateerd zijn aan de consequenties van het besluit van het bestuur over het toekomstscenario van de GKB, zoals b.v. frictiekosten als gevolg van het teruglopen van omzet door vertrek van DVO-gemeenten. 7.

Resultaat

De begroting 2025 sluit met een negatief resultaat van € 155.103.

7

Toelichting begroting 2025 Baten In het najaar van 2023 zijn de tarieven van de GKB aangepast. Met name de tarieven voor schuldoplossen en budgetbeheer zijn verhoogd. Dit leidt tot een substantieel hogere omzet in 2025. Voor 2025 is rekening gehouden met de 10% kortingsregeling voor de 3 GR-gemeenten en een indexering van alle tarieven van 2,7%. Kredietverlening Het volume aan kredieten is langzaam aan het afnemen. Dit leidt tot een 10% lagere opbrengst in 2025 Schuldoplossen Met name de tarieven voor aanmeldingen en intake zijn aangepast en verhoogd. Wat betreft aantallen is uitgegaan van de gegevens van januari 2024. Budgetbeheer De tarieven voor budgetbeheer zijn gelijk geschakeld aan de tarieven voor beschermingsbewind. Dit leidt tot een belangrijke verhoging van de omzet. In de begroting 2025 is geen rekening meer gehouden met de aantallen dossiers van voormalig DVO-gemeenten. Deze dossiers moeten uiterlijk 31 december 2024 overgedragen zijn (mede als gevolg van het 80/20 criterium). De aantallen zijn gebaseerd op januari 2024. Beschermingsbewind De tarieven voor beschermingsbewind worden door de overheid vastgesteld. Voor 2025 is rekening gehouden met een indexering van 2,7%. Aantallen zijn gebaseerd op januari 2024. Projecten De projectomzet is ten opzichte van andere jaren met € 50.000 verlaagd.

Als gevolg van het 80/20 criterium moet alle projectomzet voortaan van aangesloten gemeenten gerealiseerd worden. Dat zal tot een lagere omzet leiden. Overige Betreft voornamelijk opbrengst van de huurder van het pand, het OV-bureau. In deze huur is nog geen rekening gehouden met een mogelijke afname van meer vierkante meters door het OV-bureau. Lasten Personeelskosten De personeelskosten zijn gebaseerd op 70,2 FTE, waarvan 3,34 FTE inhuur en 66.86 FTE vast/tijdelijk. De personeelscapaciteit is gebaseerd op de verwachte aantallen voor 2025, rekening houdende met een ziekteverzuim van ca. 5%. Belangrijkste uitgangspunt is dat in de loop van 2024 de inhuur drastisch wordt terug gebracht en met name de managementfuncties ingevuld gaan worden door vast personeel. In de overige personeelskosten is rekening gehouden met een hoger budget voor opleidingen, namelijk € 75.000,- Voor de cao-stijging in 2025 is uitgegaan van de verwachting van het Centraal Planbureau van februari (4,4% op jaarbasis). Apparaaatkosten De kosten voor automatisering en huisvesting liggen ongeveer op het niveau van de afgelopen jaren. Het achterstallig onderhoud aan het pand moet gefinancierd worden uit de voorziening groot onderhoud en is derhalve niet in de exploitatiebegroting meegenomen Afschrijvingen De afschrijvngen dalen als gevolg van vrijgevallen investeringen uit het verleden.

In de begroting 2025 is rekening gehouden met de volgende investeringen: Meubilair € 75.000 ICT € 175.000 Gebouw € 200.000

8

Algemene kosten Belangrijke kostenpost bij de algemene kosten zijn de huidige kosten van het betalingsverkeer. De voorwaarden van de huidige financiering bij BNG zijn dusdanig dat er in 2023 ca. €200.000 aan rente is betaald. Bij de verzelfstandiging moet dit opnieuw beoordeeld worden waarbij we ervan uitgaan dat die kosten terug gaan naar €100.000. De stijging t.o.v. 2024 betreft een post voor werkzaamheden derden, waaronder een FG. Dotatie voorzieningen Er zijn geen dotaties aan voorzieningen opgenomen in de exploitatiebegroting.

9

Hoofdstuk 4 De BBV paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) gaat ervan uit dat het programmaplan verschillende programma’s bevat. Daarbij is een programma een samenhangend geheel van activiteiten. Aangezien de GKB slechts belast is met één samenhangende taak, te weten schuldhulpverlening in de meest brede zin, hebben wij het programmaplan niet opgesplitst in verschillende programma’s. In artikel 9 van het BBV zijn de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten. Op de GKB zijn vijf verplichte paragrafen van toepassing, 1. Weerstandsvermogen 2. Onderhoud van de kapitaalgoederen 3. Financiering 4. Bedrijfsvoering 5. Verbonden partijen. WEERSTANDSVERMOGEN Volgens het BBV is het begrip weerstandsvermogen het verband tussen weerstandscapaciteit en de risico’s, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie. Hieronder is een inschatting van de risico’s inclusief de geschatte impact daarvan opgenomen: Risico

Omvang risico

Dalende opbrengsten door wegvallende dienstverlening (DVO en GR gemeenten) waardoor geen sluitende bedrijfsvoering kan worden neergezet. Wachtgeldverplichtingen als gevolg van beëindigingen dienstverband(en)

Het risico voor 2025 wordt niet hoog ingeschat. Alle DVO-gemeenten hebben zich positief uitgelaten over blijvende deelname aan de GKB Maximaal 2 jaar WW, gemiddelde kosten € 130.000 per FTE

Vervanging bij (hoog) ziekteverzuim

Gemiddeld € 85.000 per jaar bij 1 FTE langdurig ziek

Niet (tijdig) in kunnen spelen op wijzigingen in de Rijksregelgeving Discussie over omzetbelasting op diensten binnen de schuldhulpverlening

p.m. €200.000- € 400.000

Aanmeldingen. Voor 2025 zijn we uitgegaan van hetzelfde aantal aanmeldingen als de begroting voor 2024. Het aantal aanmeldingen is van groot belang voor het aantal dossiers in portefeuille. Ook daar verwachten we in 2025 een stabiele situatie. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim is inmiddels gedaald naar 6,4% (maart 2204). Voor de begroting 2025 gaan we uit van een percentage van ca. 5%.

10

Kengetallen ten aanzien van het weerstandsvermogen Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H * 100% A B C D E F G H

Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten

2023 60,80%

2024 35,95%

2025 23,66%

1.400.000 6.828.309 195.350 2.997.991 98.684 1.268.203 295.130 6.190.527

1.400.000 6.000.000 100.000 2.998.738 100.000 1.717.508 100.000 7.186.660

1.400.000 6.000.000 100.000 2.998.738 100.000 2.568.552 100.000 7.324.601

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dat betekent voor de schuldenlast.

Netto schuldquote (A+B+C-E-F-G)/H * 100%

2023 109,23%

2024 77,68%

2025 64,60%

A B C E F G H

1.400.000 6.828.309 195.350 98.684 1.268.203 295.130 6.190.527

1.400.000 6.000.000 100.000 100.000 1.717.508 100.000 7.186.660

1.400.000 6.000.000 100.000 100.000 2.568.552 100.000 7.324.601

Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten

De financiële activa (verstrekte kredieten) vormen een belangrijk aandeel in de activa van de GKB. Indien men deze corrigeert op de schuldquote blijkt duidelijk dat de schulden (passiva) vrij constant zijn en een groter aandeel vormen ten opzichte van de baten dan de activa. Het beperkte eigen vermogen van de GKB speelt hier uiteraard ook een belangrijke rol in. Solvabiliteitsrisico Het solvabiliteitsrisico geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder het solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (algemene en bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.

Solvabiliteit (A/B) * 100% A B

Eigen vermogen Balanstotaal

2023 -28,38%

2024 -8,57%

2025 -1,45%

-1.920.599 6.767.696

-612.066 7.137.934

-111.023 7.638.977

Het eigen vermogen van de GKB is ultimo 2025 negatief. Het negatieve eigen vermogen wordt in 2026 weer aangezuiverd door de 3 GR-gemeenten. De kengetallen grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit zijn bij de GKB niet van toepassing.

11

ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Gezien de staat van onderhoud verwacht de GKB geen andere onderhoudsuitgaven dan regulier, aan het pand aan de Overcingellaan te Assen. Door het vormen van een onderhoudsvoorziening kunnen toekomstige vervangingsinvesteringen, zoals verwarming en dakbedekking worden opgevangen. FINANCIERING Op grond van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) dient de GKB jaarlijks in de jaarrekening verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. De doelstellingen, richtlijnen en limieten van het voorgestane beleid zijn vastgelegd in het treasurystatuut. TREASURYPARAGRAAF In de Wet Fido zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van de decentrale overheden. Deze wet definieert de treasuryfunctie daarbij als het aansturen en beheersen van het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. De Wet Fido zet sterk in op de eigen lokale verantwoordelijkheid. In de wet zijn normeringen vastgelegd die als richtsnoer dienen voor lokaal handelen. Voorbeelden van normeringen zijn de kasgeldlimiet, de rente risiconorm en de invulling van de publieke taak.

In het treasurystatuut zijn het begrippenkader, de doelstellingen van de treasuryfunctie en de organisatorische randvoorwaarden aangegeven. Het belangrijkste aspect van de treasuryfunctie is het beheersen van de risico’s. In tegenstelling tot de overige lokale overheden geldt voor de GKB dat als er sprake is van inkomsten uit uitzettingen, dit zonder bovenmatige risico’s is. Zoals in de Wet Fido is gedefinieerd, hebben deze uitzettingen slechts betrekking op de publieke taak van de GKB, namelijk de sociale kredietverlening. Er is nadrukkelijk, behoudens in rekening courant, geen sprake van andere uitzettingen. KASGELDLIMIET De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Dit percentage is vastgelegd in de uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. Voor 2024 is het percentage vastgesteld op 8,2%. De GKB heeft een aangepaste kasgeldlimiet aangevraagd bij de provincie Drenthe van 65%, omdat structureel sprake is van een overschrijding van de kasgeldlimiet van 8,2%. De kwartaalprognose op basis van het bijgestelde percentage voor 2025 van de kasgeldlimiet ziet er als volgt uit: Q1 Kasgeldlimiet (8,2%) Bijgestelde kasgeldlimiet (65%) netto vlottende schuld overschrijding kasgeldlimiet

Q2 601 4761 3231 -1530

Q3 601 4761 3231 -1530

Q4 601 4761 3231 -1530

601 4761 3231 -1530

RENTERISICONORM De renterisico’s op de vaste schuld worden ingekaderd middels de rente risiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van de vaste schuld. Het doel is om op deze wijze spreiding te krijgen in de rente typische looptijden van de leningenportefeuille. Hierdoor werkt een verandering in de rente vertraagd door in de rentelasten.

12

RENTERISICONORM EN RENTERISICO’S VAN DE VASTE SCHULD PER 31-12-2025 (BEDRAG X € 1.000) Renterisico op vaste schuld 1a Renteherziening op vaste schuld o/g

0

1b Renteherziening op vaste schuld u/g

0

2

0

Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

3a Nieuw aangetrokken vaste schuld o/g

0

3b Nieuw verstrekte lange leningen u/g

0

4

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)

0

5

Betaalde aflossingen

0

6

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

7

Renterisico op vaste schuld (2 + 6)

0

Rente risiconorm 8

Stand van de vaste schuld per 1 januari

1.400

9

Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage

20%

10 Rente risiconorm

0

Toets Rente risiconorm 10

Rente risiconorm

7

Renterisico op vaste schuld

0 1.400

11 Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10 – 7)

-1.400

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de GKB op de gestelde norm zit. KOERSRISICO’S Omdat de GKB geen andere uitzettingen heeft, is er geen sprake van koersrisico’s. LIQUIDITEITENPLANNING De liquiditeitenplanning beperkt zich tot de korte termijn. De GKB kent geen andere verplichtingen op termijn dan de reguliere investeringen. Liquiditeitenplanning op lange termijn is voor de GKB daarom niet aan de orde. FINANCIERINGSPOSITIE EN RENTEKOSTEN De GKB maakt gebruik van de lange en korte financieringsmogelijkheden van de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten. Door een mix van deze financieringsmogelijkheden zijn de risico’s voor de GKB minimaal. In het kader van de publieke taak verstrekt de GKB sociale kredieten. Gezien vanuit het BBV is er sprake van langlopende leningen. In de praktijk blijkt dat jaarlijks circa 50 % van de kredieten wordt afgelost of overgesloten. De GKB trekt hiervoor voor een deel lange financieringsmiddelen aan. Hierdoor wordt het renterisico voor de GKB beperkt. RELATIEBEHEER De GKB maakt voor het reguliere betalingsverkeer gebruik van de ABN AMRO bank. Voor het aantrekken van andere financieringsmiddelen, kasgeld en lange leningen kan gebruik gemaakt worden van de BNG (Bank Nederlandse Gemeenten). Vanwege de invoering van de leef- en beheergeld rekeningen is samenwerking voor dit deel van de dienstverlening gestart met de Rabobank.

13

VERBONDEN PARTIJEN Op grond van het BBV is een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de bank een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het gaat dus om een combinatie van beide belangen. Een financieel belang ontstaat wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (art. 1 BBV). Bestuurlijk belang ontstaat indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht, dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. De GKB is opgericht door de volgende gemeenten: - Gemeente Assen - Gemeente Meppel - Gemeente Hoogeveen Bovengenoemde gemeenten hebben in 1990 de gemeenschappelijke regeling ingesteld als rechtsopvolger van de drie volkskredietbanken. Oorspronkelijk was vooral sociale kredietverlening het gezamenlijke belang van deze samenwerking, eind vorige eeuw kreeg de GKB en belangrijke rol bij de uitvoering van schuldhulpverlening. Problematische schulden vormen een forse belemmering voor burgers en gemeenten bij het realiseren van opdrachten en ambities. De GKB levert een bijdrage aan het wegnemen van deze belemmeringen. Verbonden partijen stichtingen en verenigingen: Bij de aankoop van het huidige pand is een vereniging van eigenaren opgericht.

De GKB maakt deel uit van deze vereniging. Het tweede lid van de VVE is Inter-psy. De vereniging beheert het pand waarbij de GKB 7/8 eigenaar is en Inter-psy 1/8.

Bijlagen:    

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Programmarekening 2025 Geprognosticeerde balans Berekening EMU saldo Bijdragen GR-gemeenten

14

Bijlage 1 Programmarekening 2025 Begroting 2025

Extrapolatie 2024

Begroting 2024

Werkelijk 2023

BATEN Kredietverlening (KV) Rente opbrengsten leningen Totaal

270.000 270.000

254.903 254.903

300.000 300.000

263.707 263.707

642.171 992.185

810.709 1.228.660 1.799 94.074 2.135.242

622.324 969.078 120.000 30.000 1.741.402

524.104 818.940 11.398 107.419 16.044 1.477.905

2.751.970

819.720 975.215 422.599 128.485 2.346.019

842.909 1.001.169 546.842 2.390.920

696.554 838.280 378.732 121.094 2.034.661

672.458 423.130 1.072.687 2.168.275

661.322 388.948 989.675 2.039.946

615.713 394.725 1.018.358 2.028.796

607.133 378.262 1.026.125 2.011.519

150.000 150.000

178.517 178.517

200.000 200.000

191.403 191.403

110.000 130.000 240.000

100.000 1.033 130.000 1.000 232.033

100.000 20.000 130.000 60.000 310.000

96.451 -18.648 130.000 3.528 211.332

7.324.601

7.186.660

6.971.118

6.190.527

5.473.868 306.188 244.500 6.024.557

4.802.662 1.389.146 171.823 6.363.632

5.210.111 606.765 200.000 6.016.877

4.466.742 1.669.997 249.241 6.385.980

Apparaatkosten Automatisering Huisvesting Totaal

447.612 293.000 740.612

403.513 255.774 659.287

400.000 260.000 660.000

444.919 332.601 777.519

Afschrijvingen Gebouwen Automatisering Kantoorinvenataris Totaal

115.719 148.816 15.000 279.535

95.786 228.552 11.685 336.022

100.000 275.000 20.000 395.000

99.646 232.737 17.135 349.518

Algemene kosten Accountantskosten Portokosten Telefoonkosten Betalingsverkeer Drukwerk Algemene kosten

75.000 35.000 35.000 100.000 20.000 170.000

75.000 52.168 39.857 206.135 15.394 95.312

75.000 50.000 45.000 80.000 20.000 117.500

87.120 42.099 37.299 208.594 22.266 161.933

Totaal

435.000

483.866

387.500

559.312

-

-

15.000 15.000

82.877 82.877

Totaal lasten

7.479.704

7.842.806

7.474.377

8.155.206

Saldo van baten en lasten

-155.103

-656.146

-503.258

-1.964.679

Schuld oplossen (TSO) Gemeente Lid GR Gemeente DVO Zelfbetalers Schuldbemiddeling beheer Financeel beheer Totaal Budgetbeheer (BBR) Gemeente Lid GR Gemeente DVO Zelfbetalers Budgetcoaching Totaal Beschermingsbewind (OBS) Gemeente Lid GR Gemeente DVO Zelfbetalers Totaal Projecten (P) Preventie Totaal Overig (O) Verhuur etages kantoorpand Incidentele opbrengsten Rente opbrengsten gebouwen Overige Totaal

90.000 20.000 1.744.356

927.746 1.184.372 639.852

Bijdrage GR leden Totaal Opbrengsten

LASTEN Personeelskosten Inhuurkosten Overige personeelskosten Totaal

Dotatie voorzieningen Risicoreserve Personeelsvoorzieningen Totaal

15

Bijlage 2: Geprognosticeerde balans

ACTIVA

31-12-2025

31-12-2024

Vaste activa

31-12-2025

31-12-2024

Vaste passiva

Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa Leningen u/g Doorlopende kredieten Debiteurenvoorziening

PASSIVA

1.871.687

2.841.407 232.331 -75.000

Totaal vaste activa

2.221.687

2.841.407 232.331 -75.000

Eigen vermogen Algemene reserve Gerealiseerd resultaat na bestemming Bestemmingsreserves

9.819 -155.103 34.261

9.819 -656.146 34.261

Totaal eigen vermogen

-111.023

-612.066

250.000

250.000

2.998.738

2.998.738

Voorzieningen

4.870.425

5.220.425

Langlopende leningen

1.400.000

1.400.000

Totaal vaste passiva

1.538.977

1.037.934

Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Overige uitzettingen Overige vorderingen

Netto-vlottende schulden Schulden aan openbare lichamen Overige schulden

100.000

100.000

6.000.000

6.000.000 6.000.000

100.000

100.000

Liquide middelen

2.568.552

1.717.508

Overlopende activa

100.000

100.000

Totaal vlottende activa

2.768.552

1.917.508

TOTAAL ACTIVA

7.638.977

7.137.934

16

Overlopende passiva Vooruitontvangen SHV Overige

100.000

6.000.000

100.000 100.000

100.000

Totaal vlottende passiva

6.100.000

6.100.000

TOTAAL PASSIVA

7.638.977

7.137.934

Bijlage 3: Berekening EMU saldo Berekening EMU saldo 2024 t/m 2027 2024

2025

2026

2027

Volgens begroting 2024

Volgens begroting 2025

Volgens meerjarenraming in begroting 2025

Volgens meerjarenraming in begroting 2025

Omschrijving

1

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-503.258

-155.103

-163.370

-171.885

2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

395.000

279.535

279.535

279.535

3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie

15.000

0

0

0 0

4

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

0

0

0

0

5

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

0

0

0

0

6

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

7

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

8

Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord

9

Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen

10

Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten

11 a b

Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?

nee ja

Berekend EMU-saldo

17

ja

nee

nee

ja

ja

nee

nee

0

0

0

0

-93.258

124.432

116.165

107.650

Bijlage 4 Bijdrage GR-gemeenten Zoals vermeld moet de gemeenschappelijke regeling een begroting opstellen zolang er geen rechtsopvolger is. Dat geldt ook voor het presenteren van een meerjarenraming. Vandaar onderstaand overzicht. Begroting

Begroting

Bijdragen GR-gemeenten

2024

2025

2026

2027

Schuldhulpverlening Assen Hoogeveen Meppel

376.200 175.772 69.848

379.778 192.691 69.702

391.171 198.472 71.793

402.906 204.426 73.947

Inkomensbeheer Assen Hoogeveen Meppel

458.476 252.259 131.951

536.376 254.360 137.010

552.467 261.991 141.120

569.041 269.850 145.354

Beschermingsbewind Assen Hoogeveen Meppel

275.478 220.047 121.634

298.699 241.512 132.247

307.660 248.757 136.214

316.890 256.220 140.301

Exploitatietekort Assen Hoogeveen Meppel

216.558 176.060 110.641

66.743 54.261 34.099

70.300 57.153 35.917

73.964 60.132 37.789

1.326.712 824.137 434.074

1.281.596 742.824 373.058

1.321.599 766.373 385.044

1.362.802 790.628 397.390

2.584.923

2.397.478

2.473.016

2.550.820

Totaal Assen Hoogeveen Meppel

Plan

Plan

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14523049/1