BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Tekst van het document
5.7
Milieueffectrapportage (MER)
5.7.1 Normstelling In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden is opgenomen in de bijlage van het Besluit MER. Overigens wordt onderscheid gemaakt tussen een MER-beoordeling (categorie D), waarbij het bevoegd gezag een beslissing kan nemen of een MER nodig is of een verplicht MER (categorie C). 5.7.2 Onderzoek en conclusie Aangezien het om een kleinschalig project gaat kleiner met een oppervlakte onder de 25 hectare lijkt een milieueffectbeoordeling niet nodig is. Echter, op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. Eén van de meest opmerkelijke wijzigingen is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.- beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit melden, deze hoeft niet te worden gepubliceerd in de Staatscourant; de initiatiefnemer van het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit dit bij de vergunningaanvraag toevoegen.
De vormvrije m.e.r.-beoordeling moet altijd worden toegepast wanneer sprake is van een activiteit die is genoemd in onderdeel C of D van bijlage I van het Besluit m.e.r.. De vermelding dat de betreffende ondergrens niet wordt overschreden is onvoldoende als motivatie om geen m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Dit houdt in dat voor elk besluit, plan of activiteit dat na 16 mei 2017 is ingediend, en betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, aandacht moet worden besteed aan m.e.r.. Op de aspecten die aan de orde komen in een m.e.r.-beoordeling wordt ingegaan in deze ruimtelijke onderbouwing. Daar komt bij dat er ook gekeken dient te worden naar alternatieven. Omdat het hier gaat om herinrichting van een bestaand verblijfsrecreatieterrein ligt het aandragen van alternatieven niet voorhanden. In het plangebied is sprake van realisatie van nieuwe recreatieappartementen. Deze komen niet voor op de C-lijst. Op de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage is met betrekking tot recreatieve overnachtingsaccommodaties alleen de ontwikkeling van vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen opgenomen onder categorie D10. Bovendien is er pas sprake van een m.e.r-beoordelingsplichtige activiteit indien het gaat om een oppervlakte van 25 hectare of meer (of een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied).
Het planvoornemen met maximaal 3 extra recreatieappartementen valt buiten (ruim onder) de omvang van de onder D10 genoemde categorieën en bijbehorende drempelwaardes, waardoor kan worden aangenomen dat er geen sprake is van een m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteit. Voor het onderhavig plan hoeft daarmee geen m.e.r.-(beoordelings)procedure te worden doorlopen. Het plan is op dit punt uitvoerbaar.
26
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
5.8
Luchtkwaliteit
5.8.1 Normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.1 weergegeven.
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³) een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen 5.8.2 Onderzoek en conclusie Het aantal verkeersbewegingen zal toenemen door een toename van het aantal overnachtingaccommodaties. Bij recreatieappartementen wordt uitgegaan van 2,8 vervoersbewegingen per recreatiewoning per dag.
Bij een uitbreiding met 3 recreatieappartementen (het voorgenomen aantal) wordt uitgegaan van 3 x 2,8 = 8,4 vervoersbewegingen per dag.
Toelichting (ontwerp)
27
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
De toename van het aantal motorvoertuigen (mvt) door de realisatie van 3 recreatieappartementen wordt geschat op 8,4 voertuigbewegingen per etmaal. Hierbij nog aangegeven dat 1% vachtverkeer is. In de rekentool zijn 9 voertuigbewegingen ingevuld (zie tabel hierboven). Uit de rekentool blijkt dat het project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en dat er ten aanzien van luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de uitvoering van het plan. Hieronder is nog de rekentool opgenomen. De realisatie van recreatieappartementen aan het Zwartschaap 22 te Stuifzand zal voor de luchtkwaliteit dan ook geen negatieve gevolgen hebben.
5.9
Externe veiligheid
5.9.1 Normstelling Het aspect Externe Veiligheid heeft te maken met de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en de bescherming hiertegen. De veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Verder kunnen de veiligheidsrisico's worden verdeeld in risico's veroorzaakt door bedrijvigheid (inrichtingen) en in risico's veroorzaakt vanwege het transport (weg, spoor, water, buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Conform het nationale veiligheidsbeleid en de Visie externe veiligheid van de gemeente Hoogeveen is onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied. 5.9.2 Onderzoek en conclusie Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: a. het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); b. het transport van gevaarlijke stoffen (wegen, buisleidingen, waterwegen en spoorwegen); c. het gebruik van luchthavens.
Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving.
28
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22 Voor het bestemmingsplan zijn de volgende besluiten relevant waaraan getoetst dient te worden: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); 2. Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRNVGS); 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Risicobronnen kunnen worden opgesplitst in: inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaatsvinden; transportroutes van gevaarlijke stoffen; buisleidingen. Om te bepalen of in de nabijheid van het plangebied risicovolle objecten aanwezig zijn die het planvoornemen belemmeren, is de risicokaart geraadpleegd. De navolgende kaart betreft een uitsnede van deze kaart met daarop weergegeven de (globale) ligging van het plangebied.
Uit de risicokaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen liggen en/of transportroutes waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De dichtstbijzijnde spoorlijn ligt op 1,3 kilometer en de dichtstbijzijnde buisleiding (Gasunie A 514) op 2,4 km en vormen vanwege het geringe risico, de afstand en de kleinschaligheid geen belemmering voor de voorgenomen realisatie van recreatieappartementen op het perceel Zwartschaap 22 te Stuifzand.
5.10
Verkeer en parkeren
Het plangebied is gelegen aan de doorgaande weg door Stuifzand naar Hoogeveen. Deze weg loopt door tot Pesse alwaar het een aansluiting heeft op de A28. het plangebied is daarmee goed bereikbaar met de auto. Op het terrein zelf is voldoende ruimte voor het parkeren van de auto's aanwezig.
Toelichting (ontwerp)
29
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
5.11
Duurzaamheid
Hoogeveen streeft naar een duurzame ontwikkeling. De gemeente heeft haar ambities op het gebied van duurzaamheid verwoord in het klimaatbeleid, die richting geeft aan de wijze waarop de gemeente wil komen tot een CO2-neutrale gemeente in 2040. Een van de speerpunten is energieneutraal bouwen. Nieuwbouw leent zich bij uitstek om de aspecten van duurzaamheid te integreren bij de uitvoering van de bouwwerkzaamheden en de landschappelijke inpassing. Er zijn in de praktijk verschillende mogelijkheden om energieneutraal te bouwen en rekening te houden met het gebruik van duurzame materialen. In dit geval wordt bij de bouw gebruik gemaakt van duurzame materialen. De appartementen worden eveneens elektrisch verwarmd.
30
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Hoofdstuk 6 6.1
Planbeschrijving
Juridisch systeem
Als opzet voor de planologische regeling van dit gebied, is gekozen voor een verbeelding met flexibele bestemmings- en bouwregels, waarin het door de gemeente vastgestelde beleid wordt omschreven. Hiermee wordt een materiële rechtszekerheid beoogd; alleen activiteiten die in het karakter van het gebied passen zijn toegestaan. De in het plangebied voorkomende stedenbouwkundige kwaliteiten worden door de keuze van de bestemming en de daarin gegeven bouwregels zoveel mogelijk gewaarborgd. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Dit betekent dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de nieuwste Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Deze nieuwe standaard is per 1 juli 2013 verplicht volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het plan is technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale versie is voor (ontwerp)plannen die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd verplicht op grond van de nieuwe Wro.
Er zal een analoge papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan.
6.2
Regels
De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de 'Inleidende regels' zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de 'Bestemmingsregels' zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 6.3 nader uitgewerkt. In de 'Algemene regels' staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende afwijkingsregels en de algemeen geldende gebruiksregels. De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. In de 'Overgangs- en slotregels' staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.
6.3
Verklaring van de bestemmingen
In het plan zijn 2 bestemmingen opgenomen: a. Recreatie-verblijfsrecreatie In deze bestemming zijn de bestaande recreatieappartementen en de nieuw te bouwen recreatieappartementen opgenomen. In de regels is vastgelegd dat er maximaal 7 recreatieappartementen (appartementen ten behoeve van verblijfsrecreatie) mogen worden gerealiseerd in het bouwblok op maat. Ook zijn de goot- en bouwhoogtes van de recreatieappartementen opgenomen. De bestaande bedrijfswoning valt eveneens binnen deze bestemming. b. Agrarisch Het gebied achter de onder a genoemde bestemming krijgt, net als in de bestaande situatie, de bestemming Agrarisch. Het oprichten van gebouwen is binnen deze bestemming niet toegestaan. Het
Toelichting (ontwerp)
31
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22 oprichten van een paardenbak is toegestaan mits deze een oppervlakte van maximaal 800 m2 verkrijgt.
32
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een planologische ontwikkeling. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor) is opgenomen dat het bestuursorgaan overleg moeten plegen met het waterschap, provincie en rijk. De gemeente Hoogeveen pleegt daarnaast indien daartoe aanleiding is ook nog overleg met andere overlegpartners. Wat betreft deze aanvraag is er geen aanleiding om nog met een andere overlegpartner overleg te voeren. De vooroverlegpartners zien geen bezwaar in de plannen. Op grond van de Wro/Awb ligt het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan door een ieder een zienswijze bij de gemeenteraad worden ingediend.
7.2
Economische uitvoerbaarheid
Het gaat in casu om een particulier initiatief. Er zijn, anders dan het toepassen van de procedure, voor de gemeente geen kosten aan het plan verbonden. De wijziging van het planologisch regime zou planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening tot gevolg kunnen komen. Om de eventueel uit te keren planschade niet ten laste van de gemeente te laten komen is hiervoor een overeenkomst met initiatiefnemer afgesloten.
Toelichting (ontwerp)
33
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
34
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Regels
Regels (ontwerp)
35
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Hoofdstuk 1 Artikel 1
1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22 met identificatienummer NL.IMRO.0118.2020BP9006010- van de gemeente Hoogeveen; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3
aanbouw
een bijgebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aan-huis-verbonden bedrijf
het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke –geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend; 1.7
aan-huis-verbonden beroep
het in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, kunstzinnig of ontwerptechnisch dan wel daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede de beroepen van schoonheidsspecialist(e) en mani- en/of pedicure, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie, hieronder mede begrepen Bed & Breakfast; 1.8
ander werk
een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.9
appartementen ten behoeve van verblijfsrecreatie
Een appartement dat uitsluitend ten behoeve van recreatieve bewoning mag worden gebruikt; 1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is voor toezicht en beheer;
36
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
1.12
beroeps- cq. bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.13
bestaand
de op het moment van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en conform de op dat moment geldende regels aanwezige gebouwen/ oppervlakten/ gebruik of waarvoor een bouwvergunning is verleend danwel een aanvraag om bouwvergunning is ingediend die kan worden verleend; 1.14
bestemminggrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.15
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16
Bevi-inrichtingen
inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.17
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.18
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.19
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of horizontale balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.20
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.22
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.23
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.24
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.25
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
Regels (ontwerp)
37
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
1.26
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond; 1.27
erf
de oppervlakte van een bouwperceel binnen de bestemming “Wonen”, met uitzondering van de oppervlakte van het bouwvlak; 1.28
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, waaronder mede een carport wordt verstaan; 1.29
hoofdgebouw
Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.30
horizontale diepte van een gebouw
de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel; 1.31
kap
een gesloten en (overwegend) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk, bestaande uit ten minste één niet horizontaal vlak; 1.32
kwetsbaar object
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.33
peil
1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang danwel vanaf enig ander vast punt in de omgeving; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.34
perceelgrens
de scheiding tussen percelen die niet aan eenzelfde eigenaar behoren danwel niet door eenzelfde gebruiker worden gebruikt; 1.35
platdak
horizontaal of nagenoeg horizontaal gelegen dak; 1.36
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.37
recreatieve bewoning
de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie;
38
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
1.38
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.39
Staat van Bedrijfsactiviteiten
de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt; 1.40
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.41
verblijfsrecreatie
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting is toegestaan; 1.42
verblijfsrecreatieve voorzieningen
speciaal aangelegde accommodatie al dan niet overdekt ten behoeve van verblijfsrecreatie; 1.43
voorkeursgrenswaarde
de streefwaarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.44
voorgevel
het meest naar de zijde van de weg, waaraan de hoofdontsluiting van het perceel is gelegen, gekeerde deel van een hoofdgebouw; 1.45
voorgevelrooilijn
a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg; 1.46
Wgh-inrichtingen
inrichtingen in de zin van artikel 41 van de Wet geluidhinder jo artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; 1.47
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één (of meerdere) huishouden(s);
Regels (ontwerp)
39
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
de afstand tot de perceelsgrens
de afstand tussen de perceelsgrens en het dichtstbijzijnde punt van een bouwwerk; Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. De maximale bouwhoogte mag ten behoeve van deze ondergeschikte bouwwerken met ten hoogste 1 meter worden overschreden.
40
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Agrarische cultuurgrond; b. Behoud en herstel van de landschappelijke waarden; c. Behoud van natuurlijke waarden; met de daarbij behorende a. bedrijfsgebouwen; b. verhardingen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. met daaraan ondergeschikt: a. groenvoorzieningen; b. wegen en paden. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. Het oprichten van gebouwen is binnen deze bestemming niet toegestaan; 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. De hoogte van erf-terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. voor bestaande of bij omgevingsvergunning toegestane paardenbakken geldt dat: 1. de oppervlakte niet meer dan 800 m2 bedraagt; 2. een open omheining wordt toegepast met een bouwhoogte van niet meer dan 2 meter; 3. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt niet meer dan 3,5 meter. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; een goede woonsituatie; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en wethouders de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden en/of anderszins wijzigen van de bodemstructuur; 2. het graven en dempen van waterpartijen en watergangen; 3. het aanbrengen van drainage; 4. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 40 cm, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar historische vindplaatsen worden uitgevoerd; 5. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 6. het opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 7. overige activiteiten die de bodemopbouw ter plaatse verstoren. b. Een vergunning als bedoeld in lid 3.4 sub a kan alleen worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de voorkomende archeologische waarden.
Regels (ontwerp)
41
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22 c. In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. d. Aan de in lid 3.4 sub a genoemde omgevingsvergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties+ e. Voorafgaand aan de verlening van de in lid 3.4 sub a genoemde vergunning dienen Burgemeester en wethouders schriftelijk advies in te winnen bij de provinciaal archeoloog; f. Het in lid 3.4 sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan.
42
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Artikel 4 4.1
Recreatie - Verblijfsrecreatie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsrecreatieve voorzieningen; met ten behoeve daarvan: a. b. c. d. e.
horeca in ondergeschikte vorm; dienstverlening in ondergeschikte vorm; appartementen ten behoeve van verblijfsrecreatie; bedrijfswoning; gebouwen ten behoeve van onderhoud en beheer en sanitaire voorzieningen;
met de daarbij behorende: a. b. c. d.
bijgebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatieve voorzieningen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij recreatieappartementen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
met daaraan ondergeschikt: a. b. c. d. e.
wegen en paden; water; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen overeenkomstig het gestelde in artikel 13.3.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Verblijfs en bijbehorende bijgebouwen
Voor het bouwen van appartementen ten behoeve van verblijfsrecreatie, daar onder begrepen de aan- en uitbouwen, gelden de volgende regels: a. de bebouwing mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal appartementen ten behoeve van verblijfsrecreatie mag niet meer dan 7 bedragen; c. de oppervlakte van een appartement ten behoeve van verblijfsrecreatie met bijbehorende bijgebouwen mag niet meer dan 80 m2 bedragen; d. de goothoogte van een recreatieappartement mag niet meer dan 3 meter bedragen; e. de dakhelling van een recreatieappartement mag niet meer dan 60° bedragen. 4.2.2
Bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
bedrijfswoningen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; het aantal bedrijfswoningen mag niet meer dan 1 bedragen; de oppervlakte van een bedrijfswoning mag niet meer dan de bestaande oppervlakte bedragen; de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan de bestaande goothoogte bedragen; de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen; de dakhelling van een bedrijfswoning mag niet meer dan de bestaande dakhelling bedragen.
4.2.3
Bijgebouwen bij bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bijgebouwen, daaronder begrepen aan- en uitbouwen, bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen per bedrijfswoning mag niet meer dan 100 m² bedragen; b. de goothoogte van een bijgebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de bouwhoogte van een bijgebouw mag niet meer dan 6 meter bedragen; d. de dakhelling van een bijgebouw mag niet meer dan 60° bedragen.
Regels (ontwerp)
43
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
4.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer dan 4 meter bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: 1. maximaal 1 meter mag bedragen; of 2. maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw. 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. 4.4
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, anders dan stacaravans; b. het gebruik of laten gebruiken van appartementen ten behoeve van verblijfsrecreatie ten behoeve van permanente bewoning. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het verwijderen van beplanting; 2. het vergraven van watergangen en waterpartijen. b. Het in lid 4.6 sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan. c. De in lid 4.6 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; en 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
44
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels (ontwerp)
45
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Artikel 6
Algemene gebruiksregels
a. Het is verboden de gronden en de bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aangegeven bestemming. b. Tot een gebruik, strijdig met de in dit bestemmingsplan voorkomende bestemmingen, zoals bedoeld in artikel 7.2 van de Wet op de ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: het gebruik van de gronden en gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. c. Het is verboden bouwwerken, voor het bouwen waarvan op grond van de bestemmingsbepaling een omgevingsvergunning is verleend, te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met het doel, waarvoor die vergunning is verleend. d. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de bestemmingen Agrarisch en Recreatie-Verblijfsrecreatie met inachtneming van de milieusituatie, bij een omgevinsgvergunning afwijken van: 1. het bepaalde in lid a en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de toegestane bedrijven zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, mits het geen geluidzoneringsplichtige inrichting betreft; 2. het bepaalde in lid a en toestaan dat de gronden en gebouwen worden gebruikt voor de uitoefening van detailhandel in de vorm van e-commerce. e. De in lid d genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1.
het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden. f. Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in lid a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
46
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
a. Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straaten bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: 1. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; 2. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven; 3. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; 4. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; 5.
het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen word vergroot, mits: de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 2 m² bedraagt; de hoogte niet meer dan 0,5 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; 6. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, worden gebouwd mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 2 meter bedraagt; de oppervlakte niet meer dan 20 m2 bedraagt; 7. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, hieronder mede verstaan ondergrondse afvalopslag, worden geplaatst mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 2 meter bedraagt; de bruto-oppervlakte niet meer bedraagt dan 10 m2 voor zover het bouwwerk bovengronds word geplaatst; b. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsplanbepalingen en toestaan dat: 1.
gehele of gedeeltelijke vernieuwing, uitbreiding of verandering en vervangende nieuwbouw van woningen (hieronder mede begrepen de her- en verbouw van woningen waarbij twee wooneenheden worden gecreëerd), alsmede het oprichten van bijgebouwen bij woningen, in het buitengebied wordt gerealiseerd, mits de gezamenlijke oppervlakte aan hoofd- en bijgebouwen niet meer bedraagt dan 250 m²; 2. indien bestaande bebouwingsomvang van woningen en bijbehorende bijgebouwen in het buitengebied meer bedraagt dan 250 m² maar niet meer dan 500 m², de aanwezigebebouwing wordt vernieuwd (hieronder mede begrepen de her- en verbouw van woningen waarbij twee woningen worden gecreëerd) of op het perceel wordt geherschikt, mits het bebouwde oppervlak in totaal niet toeneemt en dat bij een herschikking de ruimtelijke samenhang op het perceel verbetert; 3. een eenmalige uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijfsfuncties buiten de bebouwde kom tot maximaal 10 % van de bestaande bedrijfsbebouwing wordt gerealiseerd, waarbij de totale vloeroppervlakte de 200 m² niet mag overschrijden; 4.
de oprichting van een (antenne)mast wordt gerealiseerd, waarvan de totale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 12 meter en de oprichting niet in strijd is met het POP-beleid ten aanzien van antennemasten en dat een reclame-uiting wordt gerealiseerd in de bebouwde kom waarvan de totale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 12 meter;
Regels (ontwerp)
47
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Artikel 8 8.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. 8.2
Parkeergelegenheid
a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, mag niet worden gebouwd wanneer voor dit bouwwerk op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. bij een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Parkeernota Hoogeveen, 20 april 2011, (Bijlage 1), met dien verstande dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie verschijnt, met deze nieuwe versie rekening wordt gehouden. Hierbij kunnen voorschriften worden opgenomen over het realiseren en in stand houden van parkeergelegenheid op eigen terrein. c. Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend een functiewijziging van bouwwerken of onbebouwde gronden in een functie met een grotere behoefte, zonder dat in voldoende mate ruimte aanwezig is ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's. Deze bepaling geldt niet: 1. voor bestaand gebruik; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien. d.
bij de toepassing van het bepaalde onder c wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Parkeernota Hoogeveen, 20 april 2011, (Bijlage 1), met dien verstande dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie verschijnt, met deze nieuwe versie rekening wordt gehouden, waarbij alleen gelet wordt op de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van de functiewijziging. Hierbij kunnen nadere eisen worden gesteld aan de situering en omvang van de parkeergelegenheid ten behoeve van het realiseren en in stand houden van parkeergelegenheid op eigen terrein. e. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde sub a en c en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, indien de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geeft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid.
48
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 9.2
Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 14.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 14.1 met maximaal 10%. 9.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 14.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 9.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 14.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 9.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 14.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 9.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 14.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 9.8
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van lid 14.4 leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan de gemeenteraad met het oog op beeïndiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie ten behoeve van die persoon of personen dat overgangsrecht buiten toepassing laten. 9.9
Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in artikel wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2o van de Wet op de economische delicten.
Regels (ontwerp)
49
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Artikel 10
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ............................................................. De voorzitter, De griffier, ...................... ................................
50
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Bijlagen bij toelichting
Bijlagen bij toelichting (ontwerp)
51
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Bijlage 1 Situatietekening
52
Bijlagen bij toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
54
Bijlagen bij toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Zwartschaap 22
Bijlage 2 Bodemonderzoek
Bijlagen bij toelichting (ontwerp)
55
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
Opdrachtgever: Projectcode: Datum: Status:
R.O. Advies Douwe Bethlehem 11319 14 juli 2020 definitief
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
Opdrachtgever: Contactpersoon: Titel: Projectcode: Publicatiedatum: Projectleider: Auteur:
R.O. Advies Douwe Bethlehem de heer D. Bethlehem Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand 11319 14 juli 2020 dhr. ing. A. Schriemer dhr. ing. A. Schriemer
Status:
definitief
ASMA BV Bareveld 5 9512 SB Nieuwediep telefoon: 06-11316862 e-mail: info@asmabv.nl website: www.asmabv.nl Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van ASMA BV, KvK 60650192). ÓASMA BV Op opdrachten aan ASMA BV is De Nieuwe Regeling 2011 (Rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieur en adviseur DNR 2011) van toepassing.
11319
pagina ! 2 van ! 12
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
pagina ! 3 van ! 12
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING
5
2. VOORONDERZOEK
6
2.1. Algemene gegevens 2.1.1. onderzoekslocatie 2.1.2. opdrachtgever
6 6 6
2.2. Huidige situatie
7
2.3. Historische situatie
8
2.4. Voorgaande onderzoeken
8
2.5. Toekomstige situatie
8
2.6. Bodemopbouw en geohydrologie
8
2.7. Conclusie vooronderzoek
8
3. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET
9
3.1. Onderzoeksstrategie
9
3.2. Boringen en peilbuizen
9
3.3. Monstername en analyses
9
4. RESULTATEN
10
4.1. Lokale bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
10
4.2. Analyseresultaten 4.2.1. Toetsingscriteria 4.2.2. Toetsingsresultaten 4.2.3. Beschrijving verontreinigingsituatie
10 10 10 11
5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
12
11319
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
: Situering van de onderzoekslocatie : Overzicht van het onderzoeksterrein : Uittreksel uit de kadastrale kaart : Boorstaten : Analyserapporten : Toetsing analyseresultaten : Kadastraal bericht object
11319
pagina ! 4 van ! 12
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
pagina ! 5 van ! 12
1. INLEIDING In verband met de voorgenomen nieuwbouw is, in opdracht van R.O. Advies Douwe Bethlehem, door ASMA BV een verkennend onderzoek naar bodemverontreiniging uitgevoerd ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van ongeveer 450 m2. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven op bijlage 1. Het verkennend onderzoek heeft als doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te bepalen. Het veldwerk inzake het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd op 22 juni 2020. Voor de uitvoering van de veldwerkzaamheden is aangesloten bij de van toepassing zijnde protocollen 2001 en 2002. ASMA BV is een onafhankelijk, door de overheid erkend, adviesbureau en heeft geen organisatorische en/ of juridische connecties met de opdrachtgever en is geen eigenaar van de onderzoekslocatie. Daarnaast heeft de uitslag van het onderzoek geen positieve of negatieve invloed op ASMA BV. In dit rapport worden achtereenvolgens behandeld: - de achtergronden van het onderzoek (hoofdstuk 2); - de hypothese en onderzoeksopzet (hoofdstuk 3) - de veld- en laboratoriumresultaten (hoofdstuk 4); - de conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).
11319
pagina ! 6 van ! 12
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
2. VOORONDERZOEK 2.1. Algemene gegevens 2.1.1. onderzoekslocatie Eigenaar: Gebruiker: Adres: Plaats: Gemeente: Provincie: Kadastrale gemeente: Kadastrale sectie: Kadastraal nummer: RD-coördinaten: Oppervlakte perceel (m2): Oppervlakte onderzoekslocatie (m2):
de heer A.J. Otten en mevrouw A.D. Otten zie eigenaar Zwartschaap 22 Stuifzand Hoogeveen Drenthe Hoogeveen V 107 X 230564 / Y 530439 15115 450
2.1.2. opdrachtgever Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Postcode: Woonplaats:
zie eigenaar de heer D. Bethlehem Hunzedal 43 9531 GB Borger
In bijlage 3 is een uittreksel uit de kadastrale kaart opgenomen. De eigendomsgegevens zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel: 1. standaard vooronderzoek (hoofdstuk 6 uit NEN5725) te verzamelen informatie aan- periode (deel)- aanvullende wezig (vanaf locatie informatie 1900) bekend
bron UBI-code (indien van toepassing)
1) voormalig bodemgebruik
2) huidig bodemgebruik
1. agrarisch
ja
weiland
1, 2
2. bedrijfsactiviteiten
ja
boerderij
1, 2, 3
3. opslagtanks
nee
1, 3
4.ophogingen, dempingen, stortingen nee 5. ondergrondse nee objecten 6. kans op het aantreffen van asbest nee
1, 2, 3
1. weiland
nee
4
2. aawezigheid asbest
nee
1, 4
3. opslagtanks
nee
1, 3, 4
4. (half)verhardingslagen nee
1, 4
1, 3 1, 3
11319
pagina ! 7 van ! 12
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
te verzamelen informatie 3) toekomstig bodemgebruik
aan- periode (deel)- aanvullende wezig (vanaf locatie informatie 1900) bekend
bron UBI-code (indien van toepassing)
ja
1
2. nieuwbouwplannen ja
1
1. herinrichtingsplannen
3. geplande bedrijfsactiviteiten 4. plannen ondergrondse infrastructuur 5. plannen specifiek gevoelig gebruik 4) bodemopbouw en geohydrologie
5) financieel, juridische aspecten
nee
1
nee
1
nee
1
1. ophooggeschiedenis nee
2, 3
2. kwaliteit ophooglaag
nee
3
3. afgravingen
nee
2, 3
ja
5
ja
5
ja
5
nee
2, 4
nee
3
1. kadastrale nummering
ja
6
2. NAW gegevens eigenaar 3. NAW gegevens opdrachtgever
ja
4. globale bodemopbouw tot 10 m-mv (meter minus maaiveld) 5. diepte freatisch grondwater 6. globale horizontale en verticale stromingsrichting grondwater 7. aanwezigheid oppervlaktewater 8. aanwezigheid grondwaterbeschermingsgebied
6
ja
6
bronvermelding: 1. opdrachtgever 2. topotijdreis.nl 3. gemeente 4. locatiebezoek 5. TNO 6. kadaster 7. omgevingsdienst 8. provincie 9. waterschap
2.2. Huidige situatie Uit de terreininspectie van 22 juni 2020 blijkt dat op de locatie geen (potentieel) bodembedreigende activiteiten plaatsvinden. Op de locatie worden een aantal appartementen verhuurd. De locatie is deels verhard met klinkers en beton.
11319
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
pagina ! 8 van ! 12
2.3. Historische situatie De locatie is rond het jaar 1900 in gebruik als heide. Dit wordt later omgezet in weiland. In het jaar 1969 wordt de huidige woning gebouwd. In de navolgende jaren volgen de overige opstallen. 2.4. Voorgaande onderzoeken Naast de huidige onderzoekslocatie is in het jaar 2013 door Tauw een bodemonderzoek verricht (Verkennend onderzoek NEN5740, Tauw, R001-1214859LHU-bvd-V01-NL, 26 maart 2013). Deze is niet opgevraagd. 2.5. Toekomstige situatie In de nabije toekomst wordt een deel van de opstallen gesloopt en zal nieuwbouw plaatsvinden. 2.6. Bodemopbouw en geohydrologie Met behulp van de Grondwaterkaart van Nederland (kaartblad 17D), RGD-boring B17D0047 is de bodemopbouw in de omgeving van de locatie geohydrologisch geschematiseerd. Deze is opgenomen in tabel 2. Tabel: 2. globale bodemopbouw traject samenstelling (m-mv)
bijmenging
pakket
0-1
fijn zand
-
1-2
leem
humeus, zandig
deklaag, formatie van Boxtel deklaag, formatie van Drente, laagpakket van Gieten
2-6
zeer fijn zand
zwak siltig
1e watervoerende pakket formatie van Drachten
6-7
zeer fijn zand
zwak siltig, grindig
1e watervoerende pakket formatie van Drachten
7-10
zeer fijn zand
zwak siltig, grindig
1e watervoerende pakket formatie van Peelo
Het maaiveld ligt op een hoogte van ongeveer 16,4 m+NAP. De locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Er is sprake van een potentieel inzijgingsgebied. De stromingsrichting in het eerste watervoerende pakket is zuidwestelijk gericht. 2.7. Conclusie vooronderzoek Op grond van de verzamelde informatie en het locatiebezoek is er geen reden om ter plaatse van de locatie een verontreiniging te verwachten. De hypothese voor het onderzoek luidt derhalve: ‘de onderzoekslocatie wordt als “niet verdacht” ten aanzien van bodemverontreiniging beschouwd’. Mogelijk is sprake van licht verhoogde gehalten / concentraties aan immobiele stoffen, die samenhangen met diffuse bodembelasting of van nature aanwezige stoffen.
11319
pagina ! 9 van ! 12
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
3. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET Het veldwerk is uitgevoerd door A. Schriemer (BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002 onder certificaat NC-SIK-20325). 3.1. Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het terrein is uitgevoerd volgens de NEN 5740:2009+A1:2016, waarbij de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (NL) is gevolgd. 3.2. Boringen en peilbuizen Voor het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn de aantallen boringen en peilbuizen passend voor een locatie met een oppervlakte van 450 m2. Ter plaatse van het terrein zijn in totaal vier handboringen (1 t/m 4) verricht, die allen zijn doorgezet tot ten minste 0,5 m-mv. De boringen 1 en 2 zijn doorgezet tot minimaal 2,0 m-mv. Voor de monstername van het grondwater is boring 1 doorgezet tot 2,8 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (filterstelling 1,8-2,8 m-mv). De positionering van de boringen en peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 4. 3.3. Monstername en analyses Het opgeboorde materiaal is bemonsterd per te onderscheiden traject. In tabel 3 is de samenstelling van de monsters opgenomen. Tabel: 3. (meng)monster samenstelling (meng)monster (deel)monsters / filterstelling traject in cm-mv
bijmenging analyses
grond MMbg1
03: 0-50, 04: 10-50
-
NEN5740 STAP (1)
MMog1
01: 70-110, 02: 50-90, 02: 90-120, 01: 110-140, 01: 140-180, 01: 180-200
NEN5740 STAP
01-1: 180-280
NEN5740 STAP (2)
grondwater pb1 1:
2:
STAP (grond, standaardpakket zoals genoemd in de NEN5740): nikkel, zink, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenyl (PCB), minerale olie (koolwaterstoffractie C10-C40), organische stof en lutum STAP (grondwater, standaardpakket zoals genoemd in de NEN5740): nikkel, zink, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl), vluchtige aromaten (BTEXN) en minerale olie (koolwaterstoffractie C10-C40)
Het grondwater uit peilbuis pb1 is bemonsterd op 29 juni 2020. Tijdens de monstername is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (Ec), temperatuur en troebelheid van het grondwater bepaald. De analyses zijn uitgevoerd door een door EN-ISO 17025:2005 geaccrediteerd milieulaboratorium. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 5.
11319
pagina ! 10 van ! 12
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
4. RESULTATEN 4.1. Lokale bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In bijlage 4 zijn de boorstaten opgenomen met daarin de plaatselijke bodemopbouw en de overige waarnemingen. De bodem ter plaatse bestaat tot minimaal 2,9 m-mv uit matig fijn zand. Plaatselijk kan een leemlaagje voorkomen. De grondwaterstand werd tijdens het veldwerk aangetroffen op een diepte van ongeveer 1,3 m-mv. In het opgepompte grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen. Bij de boringen is de bodem beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. Tijdens de werkzaamheden zijn in de opgeboorde grond geen bodemvreemde bijmeningen of kleuren waargenomen. Zowel het maaiveld ter plaatse van de verrichte boringen als de opgeboorde grond is zintuiglijk geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Op het maaiveld en in de opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tabel: 4. meetgegevens grondwater peilbuis filter waterstand toestroming afgepompt geleidbaar- troebelheid zuurgraad (m-mv) (m-mv) (l) heid (NTU) (pH) pb1
1,8-2,8
1,51
goed
5
503
258
6,65
De troebelheid van het grondwater ligt hoger dan de waarde die als normaal wordt geacht (10 NTU). Hierdoor kunnen de concentraties van de organische parameters (zoals minerale olie) hoger uitvallen. De overige waarden kunnen als normaal voor deze omgeving worden beschouwd. 4.2. Analyseresultaten 4.2.1. Toetsingscriteria Om de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters getoetst aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, zoals gepubliceerd in de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarden zoals gepubliceerd in Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant 20 december 2007, 27 juni 2008 en 7 april 2009) en de Indicatieve Referentie Waarden (Staatscourant 16675 uit 2013, bijlage 1, tabel 2). Bij de toetsingswaarden wordt onderscheid gemaakt tussen de achtergrondwaarde voor grond, de streefwaarde voor grondwater, de tussenwaarde en de interventiewaarde: Streefwaarde grondwater = niveau met verwaarloosbare risico’s Achtergrondwaarde grond = niveau voor een multifunctionele bodem; Interventiewaarde = niveau waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem 4.2.2.
Toetsingsresultaten De resultaten van de chemische analyses, zoals gegeven in bijlage 5, zijn vergeleken met de toetsingswaarden.
11319
pagina 11 ! van ! 12
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van Zwartschaap 22 te Stuifzand
De volgende terminologie wordt in dit rapport gehanteerd met betrekking tot de mate van verontreiniging of verhoging van gehaltes: licht verontreinigd/verhoogd : gehalte boven de achtergrond-/streefwaarde (0 < Tindex < 0,5) matig verontreinigd/verhoogd : gehalte tussen de ‘tussen’- en interventiewaarde (0,5 < Tindex < 1) sterk verontreinigd/verhoogd : gehalte hoger dan de interventiewaarde (Tindex > 1). In de toetsingstabellen in bijlage 6 wordt een overzicht gegeven van de analyseresultaten en wordt beknopt verdere uitleg gegeven aan de resultaten. Tabel: 5. overschrijdingstabel grond (meng) bijmenging monster