CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bevoegdheden Coffeeshopbeleid

Raadsavond 18 januari 2024, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Coffeeshopbeleid1.004 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bevoegdheid burgemeester bij coffeeshopbeleid De burgemeester gaat over het vaststellen van coffeeshopbeleid. De raad kan dit beleid niet amenderen, intrekken of wijzigen. Dat zit zo: de bevoegdheid om beleidsregels (verordeningen) vast te stellen is toebedeeld aan een bestuursorgaan (art. 4:81 Awb). De Gemeentewet kent op grond van artikel 6 drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. De burgemeester is dus een zelfstandig bestuursorgaan; net als de gemeenteraad. De Algemene Wet Bestuursrecht bepaalt dat een bestuursorgaan beleidsregels kan opstellen als deze daarvoor de bevoegdheid heeft gekregen. De Gemeentewet bepaald dat verordeningen door de raad worden vastgesteld tenzij de wet deze toewijst aan het college of de burgemeester (art. 147 Gemw). In het geval van coffeeshopbeleid is de Aanwijzing Opiumwet van toepassing die stelt dat ‘het lokaal bestuur’ coffeeshopbeleid vaststelt. Wie dan het lokaal bestuur vormt moet worden afgeleid uit de bepaling in de Gemeentewet dat de burgemeester verantwoordelijk is voor het toezicht op de voor het publiek openstaande gebouwen zoals winkels, horeca, theaters en dus ook coffeeshops (art. 175 Gemw). Eigenlijk moet de burgemeester optreden tegen de verkoop van softdrugs. De bevoegdheid daartoe krijgt hij in art 13b Opiumwet.

Maar de eerdergenoemde aanwijzing formuleert het gedoogbeleid. Als er géén nul beleid is moet er beleid worden opgesteld door ‘het lokaal bestuur’. En omdat de gemeentewet de burgemeester heeft aangewezen voor toezicht is het ook aan hem om hiervoor beleid vast te stellen. Op grond van de Awb heeft de gemeenteraad hiervoor dus geen bevoegdheid en ook niet de ruimte om dat beleid te amenderen. De raad kán besluiten om dat wel te doen, maar daar hoeft de burgemeester zich niets van aan te trekken omdat hij immers zijn eigen beleid vaststelt en niet gehouden is aan beleid dat door een ander bestuursorgaan is vastgesteld. Dat laatste volgt uit de jurisprudentie waarin de Raad van State als hoogste bestuursrechter stelt: “Het college is niet verplicht om te handelen in overeenstemming met beleid van een ander bestuursorgaan als het niet heeft ingestemd met dat beleid, ook niet als het beleid afkomstig is van de raad” (https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RVS:2023:3213 onder overweging 5.1). In het geval van het coffeeshop beleid geldt dat het bestuursorgaan burgemeester zich dus niet hoeft te schikken naar mogelijke beleidswijzigingen (amendementen) van de raad.

Paul Vermast - Griffie Hoogeveen 14 december 2023

Voor de liefhebber: alle genoemde wetsteksten en de bron:

Artikel 4:81 Algemene Wet Bestuursrecht 1. Een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. 2. In andere gevallen kan een bestuursorgaan slechts beleidsregels vaststellen, voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=4&titeldeel=4.3&artikel=4 :81&z=2023-08-01&g=2023-08-01

Artikel 147 Gemeentewet 1. Gemeentelijke verordeningen worden door de raad vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of de burgemeester is toegekend. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&titeldeel=III&hoofdstuk=IX&artikel=1 47&z=2023-04-01&g=2023-04-01 Artikel 174 Gemeentewet 1. De burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. 2. De burgemeester is bevoegd bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, de bevelen te geven die met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn. 3. De burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&titeldeel=III&hoofdstuk=XI&artikel=1 74&z=2023-04-01&g=2023-04-01 Aanwijzing Opiumwet * Pre-opsporing 1. Gedoogbeleid Coffeeshops […] Het lokale bestuur stelt het coffeeshopbeleid – binnen het landelijke kader (de Opiumwet en Aanwijzing Opiumwet) – vast en voert de regie. De lokale driehoek vult het beleid concreet in en stelt prioriteiten bij de dagelijkse handhaving.

Een handhavingsarrangement – waarbinnen het optreden van bestuur, politie en OM op elkaar aansluit en elkaar aanvult – is daarbij onontbeerlijk en vormt de basis voor de inzet van het bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumentarium. In de lokale driehoek (burgemeester, officieer van justitie en politie op grond van art 13 Politiewet 2012 – pv) kan worden afgesproken dat in een gemeente in het geheel geen coffeeshops worden gedoogd, de zogenaamde nuloptie. In gemeenten die de nuloptie

niet hanteren geldt een coffeeshopbeleid dat voorziet in een maximum aantal coffeeshops. Afstemming over lokaal maatwerk vindt plaats in de lokale driehoek.[…] https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0036356&z=2015-03-01&g=2015-03-01 Artikel 13 b Opiumwet 1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf: a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=13d&z=2023-09-12&g=202309-12

* De Aanwijzing Opiumwet is uitgevaardigd door het College van Procureurs-Generaal (Staatscourant Nr. 5391 van 27 februari 2015) op grond van artikel 130 lid 6 Wet op de rechtelijke organisatie: 6. Het College [van Procureurs-Generaal, pv] kan algemene en bijzondere aanwijzingen geven betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001830&hoofdstuk=4&afdeling=2&artikel=13 0&z=2023-07-01&g=2023-07-01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13668841/1