Beantwoording Technische vragen SGP Forensenbelasting
Tekst van het document
Uw vraag: Naar aanleiding van de verordening forensenbelasting 2025. Wij begrijpen dat deze belasting is bedoeld voor recreatiewoningen op recreatieparken, de eigenaren krijgen hier een aanslag voor ongeacht of deze tussentijds/perioden verhuurd worden. Nu is het zo dat er door u bij een nogal behoorlijk aantal recreatiewoningen permanente bewoning gedoogd wordt. Is onze volgende constatering juist, omdat het recreatiewoningen betreft op parken met recreatiebestemming dat ondanks dat daar permanente bewoning plaats vind, dat daar de eigenaren van de recreatiewoningen (want dat zijn het immers gelet op het bestemmingsplan) ook een aanslag forensenbelasting krijgen? Als deze constatering niet juist is, dan missen wij wel een heleboel inkomsten forensenbelasting, kunt u dan aangeven op grond waarvan deze eigenaren van recreatiewoningen geen aanslag forensenbelasting krijgen?
Antwoord: De Forensenbelasting mag de gemeente heffen op basis van onderstaand artikel 223 Gemeentewet: Er kan een forensenbelasting worden geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er gedurende het belastingjaar meer dan negentig malen nachtverblijf houden, anders dan als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of bejaarden, of er op meer dan negentig dagen van dat jaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
Concreet betekent dit dat de heffing van toepassing is op gemeubileerde woningen. Deze hoeven daarvoor niet op een recreatiepark te staan maar kunnen overal in de gemeente staan. De bestemming van een park is dus niet relevant voor de bepaling of een eigenaar al dan niet belastingplichtig is. De inschrijving in de basisregistratie Personen op het adres is bepalend of men al dan niet belastingplichtig is. Daar waar men ingeschreven staat op het adres kan op grond van de wet geen forensenbelasting worden geheven.