CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen CDA - Transformatie GKB

Raadsavond 12 september 2024, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Transformatie Gemeenschappelijke regeling GKB naar Stichting GKB en begroting2.055 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording vragen fractie van het CDA over de transformatie GKB 1. Kan er een overzicht gegeven worden dan wel een vergelijking van de governance/sturing van de GR GKB ten opzichte van de Stichting GKB, specifiek over de rol en positie van de gemeenteraden ten opzichte van de Stichting en ten opzichte van het college? Voordat we ingaan op de verschillen is het goed om te duiden dat de instandhouding van de huidige GKB voor ons als college geen begaanbare optie is. Tijdens de raadsvergadering van 13 juni j.l. is notaris Admiraal uitvoerig ingegaan op de rol en positie van uw raad en het college bij de stichting GKB. De essentie daarvan is dat u als raad via het budgetrecht en de kaderstellende rol sturend kunt zijn op de uitvoering van de 2e-lijns schuldhulpverlening. In Bijlage 1 gaan we uitgebreider in op de verschillen tussen een stichting en een Gemeenschappelijke regeling. We verwijzen u in dit kader ook naar de door uw raad vastgestelde nota samenwerkingsverbanden. 2. Wat zijn de consequenties aan het gegeven dat op het moment dat er majeure wijzigingen optreden qua schulpverlening bij de ene gemeente ten opzichte van andere gemeenten als het gaat om de dienstverlening door de Stichting GKB? De tarieven voor 2-lijnsschuldhulpverlening worden door de nieuwe stichting bepaald op basis van hun begroting.

Veranderingen in de omzet van de stichting door meer of minder afname van diensten kunnen gevolgen hebben voor de door de stichting gehanteerde tarieven. Deelnemers zijn overigens gehouden aan de deelnemersovereenkomst. Een aantal vragen met betrekking tot de concept-oprichtingsakte: 3. In artikel 3.1 wordt gesproken over inkomsten uit andere activiteiten van de stichting. a. Om welke activiteiten gaat dat? Hierbij gaat het diensten die de stichting verleend, buiten de uitvoeringsovereenkomsten. Zo wordt de GKB b.v. als projectbegeleider ingeschakeld voor een preventieproject voor jongeren of het optreden als gespreksleider bij een bijeenkomst met organisaties die iets doen in kader van schuldhulpverlening. Deze opdrachten worden apart gefactureerd. b. Wie is daarin beslissingsbevoegd? Er zijn een aantal waarborgen opgenomen in de statuten met het oog om te voldoen aan het aanbestedingsrecht (80/ 20 regel). Zie hiervoor de artikelen 2.4, 2.4, 6.6.a, 6.6.b. De directeur/ bestuurder van de stichting moet met deze punten rekeninghouden. Uiteraard houdt de raad van toezicht de vinger aan de pols. c. Is hierbij rekening gehouden met risico’s en wie is verantwoordelijk op het moment dat deze risico’s bewaarheid worden? Ja hier is rekening mee gehouden. Zie genoemde artikelen hierboven. Risico’s moeten van tevoren ingeperkt worden.

Dus geen activiteiten verrichten, voordat inkomsten contractueel geregeld zijn.

4. In artikel 3.2 wordt gesproken over commerciële tarieven a. Voor wie gelden commerciële tarieven? Deze gelden voor activiteiten die niet vallen onder de uitvoeringsovereenkomsten. Zijn o.a. activiteiten zoals bedoeld bij antwoord over artikel 3.1, a. b. Betekent dat er ook commerciële activiteiten uitgevoerd kunnen worden, met alle risico’s van dien? Nee, dat betekent dit niet. Zie voorgaande antwoorden. c. Wie is beslissingsbevoegd in deze? Zie hiervoor het antwoord op vraag bij 3.1, b. d. Onder welke voorwaarden mogen commerciële tarieven toegepast worden? Deze voorwaarden staan in 2.4 en 2.7 van de oprichtingsakte. Activiteiten moeten dus ook een relatie hebben met het doel van de stichting. e. Hoe verhoudt het gegeven van commerciële tarieven zich ten opzichte van de primaire taak van de stichting? In artikel 3.2 staat dat activiteiten tegen commerciële tarieven verricht mogen worden “met het oogmerk hiermee een positief, niet bovenmatig, resultaat te behalen ten behoeve van de langjarige verwezenlijking van haar doelstelling 5. In artikel 24 wordt gesproken over de ontbinding van de Stichting a. Wat is de reden dat besluitvorming inzake ontbinding niet aan de gemeenteraden wordt voorgelegd? Zie ook de toelichting op de verschillen tussen een gemeenschappelijke regeling en een stichting in bijlage 1. Het privaatrecht is van toepassing en niet het publiekrecht. b.

Kan de stichting failliet gaan? Zo ja, wat zijn dan de consequenties? Ja een stichting kan failliet gaan. Een curator zal dan kijken wat de mogelijkheden zijn van continuering van de dienstverlening. Bij de stukken is ook het advies van landsadvocaat Pels Rijcken toegevoegd (d.d. 13 oktober 2023) 6. Is dit advies in een eerder stadium gedeeld met de raad? Zo ja, wanneer? Zo nee, wat is de reden hiervan? De GR GKB heeft het kantoor Pels Rijcken gevraagd een nadere analyse te maken van de juridische situatie en met de name de manier waarop de onrechtmatige inkoop beëindigd zou kunnen worden. Dit heeft uiteindelijk bijgedragen aan het voorstel zoals dat nu bij uw raad ligt. Het geeft inzicht in de zoektocht naar een acceptabele oplossing voor de onrechtmatige inkoop en de juridische vorm die nodig is om daar een eind aan te maken. Ook om inzicht te geven in die zoektocht is het complete pakket aan informatie nu met uw raad gedeeld.

Vragen naar aanleiding van de collegebrief intentieverklaring (d.d. 14 mei 2024) 7. In de betreffende brief wordt gesteld dat de zienswijze formeel geen besluit is van de raad, maar wel als zodanig wordt beoordeeld a. Wat is de reden waarom er geen formeel besluit wordt gevraagd van de raad? Zie de toelichting onder 1.1. in het raadsvoorstel. b. Zijn er consequenties verbonden aan het feit dat op het moment dat de gemeenteraden van Hoogeveen, Meppel en Assen niet unaniem zijn met betrekking tot het voorliggende raadsvoorstel? Zo ja, wat zijn de consequenties? Formeel niet, maar het zal duidelijk zijn dat wanneer éen van de colleges van de deelnemende partijen geen rugdekking krijgt van haar gemeenteraad er een nieuwe situatie ontstaat. Feitelijk blijven alle problemen die hebben geleid tot het huidige voorstel dan bestaan. Die situatie kan wat het college betreft niet blijven bestaan. Vragen naar aanleiding van de brief van de OR GR GKB (d.d. 18 juli 2024) 8. De raad heeft deze brief ontvangen vanuit de OR. Heeft het college, dan wel het DB-lid vanuit het college, inhoudelijk gereageerd op de betreffende brief? Zo ja, mogen wij deze reactie ontvangen? De WOR bestuurder/directeur van de GKB is aanspreekpunt voor de ondernemingsraad. Zijn reactie op de brief van de OR samen met een brief van ons college hebt u ontvangen. 9.

In de betreffende brief worden een aantal zorgen en ook een aantal vragen gesteld, kunnen wij hierop de antwoorden ontvangen? Zie antwoord op vraag 8. 10. Gaat de GKB in nieuwe vorm ook de bewindvoering als taak op zich nemen? Ik kan dat niet echt in de stukken vinden. Ja.

Bijalge 1:

Opsomming juridische verschillen en eigenschappen

Het overzicht hieronder is een beknopt overzicht, dat niet beoogt volledig te zijn, maar wel een goed beeld van de verschillen laat zien. In de toelichting is extra uitleg gegeven en zijn de afkortingen omschreven.

• •

Gemeenschappelijke regeling Rechtspersoon naar publiek recht In het openbaar bestuur

Stichting • •

Rechtspersoon naar privaat recht Op afstand van het openbaar bestuur

•

Deelnemers zijn bestuursorgaan; bijv. college

•

Oprichters zijn privé-persoon of rechtspersoon. Kan ook gemeente zijn.

•

Uitvoering overheidstaak

•

Uitvoering taak op maatschappelijk of ideëel terrein. Kan ook een overheidstaak zijn.

•

Besturing door Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur

•

Besturing door bestuur (3 personen of 1 directeurbestuurder) en Raad van Toezicht (per gemeente 1 RvT

lid) • • •

Financiële stukken worden door het bestuur vastgesteld Begroting zienswijze door raad (wet Wgr) Kadernota en jaarrekening naar raad (wet Wgr)

•

Financiële stukken worden door het bestuur vastgesteld. Op basis van afspraken is toezending van financiële documenten aan de raad voor geven zienswijzen mogelijk. P&C cyclus geregeld in BW

• •

•

P&C cyclus net als gemeente in BBV

•

Jaarrekening deponeren bij KvK

•

Inkomsten: bijdragen deelnemers, subsidies, inkomsten uit dienstverlening

•

Inkomsten: startkapitaal, subsidies, inkomsten uit dienstverlening, legaten of schenkingen.

•

Wettelijke regeling dat er een bepaling voor inrichting financiële verhoudingen en stemverhoudingen moet worden opgenomen in de tekst van de GR.

•

In statuten opnemen wat stemverhoudingen en financiële verhoudingen zijn. Borgen dat partijen zich voor langere tijd houden aan inkoop en deelname aan de stichting.

•

CAO gemeenten, medewerkers dienstverband ambtenaar

•

CAO Sociaal Werk Welzijn en maatschappelijke dienstverlening, medewerkers regulier dienstverband

Rol van de raad bij een stichting De raad heeft verschillende instrumenten tot haar beschikking bij een stichting. De raad kan net als bij een GR op de volgende momenten invloed uitoefenen:

Nota samenwerkingsverbanden, risicoprofiel, begroting, jaarrekening, actieve informatieplicht en evaluatie. Daarnaast is de raad betrokken bij de totstandkoming van beleid en kan in dat proces kaders meegeven. Het verschil met een GR is dat de raad dan nog de instrumenten heeft van het indienen van zienswijzen, een voorjaarsoverleg, een zomermarkt en een verantwoordingsgesprek. Het college vindt het belangrijk dat de betrokkenheid van de raad op dit onderdeel in stand wordt gehouden en wil met de raad afspraken maken om in gezamenlijkheid te bepalen wat daarvoor nodig is. Toelichting bij de tabel Gemeenschappelijke regeling (GR) Een GR is een rechtspersoon naar publiek recht. Deze is geregeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en de gemeentewet (Gemw.). Een GR wordt altijd opgericht door bestuursorganen, zoals colleges van B&W of gemeenteraden ter regeling van een bepaalde wettelijke taak die zij gezamenlijk willen uitvoeren. De GR heeft een tekstuele regeling die gepubliceerd wordt op overheid.nl en waarin staat welke taken zij uitvoert en wat de afspraken tussen de samenwerkende partners zijn. Een GR heeft een Algemeen Bestuur (AB) en een Dagelijks Bestuur (DB) dat gevormd wordt uit bestuurders van de deelnemers. Bij een regeling van colleges zijn dat meestal wethouders.

De verhouding tussen het AB (toezicht, kaderstellend bestuur) en DB (uitvoerend bestuur) is ongeveer dezelfde als de verhoudingen in een gemeentebestuur. De Wgr is onlangs aangescherpt en geeft gemeenteraden instrumenten om toezicht en invloed uit te oefenen op de uitvoeringsorganisatie van de GR. De begroting en de jaarrekening van de GR moeten jaarlijks aan de gemeenteraad worden toegezonden en de gemeenteraad moet bij bijzondere besluiten van de GR worden betrokken. Ook moet er sprake zijn van burgerparticipatie bij planvorming in de GR. De regelgeving over de planning en controlcyclus en het financiële beheer is voor een GR hetzelfde als voor de gemeente want het is geregeld in de GemW en het Besluit Begroting en Verantwoording. In de GR moet een regeling getroffen zijn voor de verhouding van de financiële bijdragen van de betrokken deelnemers. Deelnemers zijn verplicht om financiële tekorten aan te vullen. De inkomsten van een GR kunnen daarnaast bestaan uit inkomsten uit dienstverlening en subsidies of rijksuitkeringen. Een GR gaat niet failliet. Het personeel van een GR is ambtenaar met een arbeidsovereenkomst en valt onder de CAO Gemeenten. Stichting Een stichting is een rechtspersoon naar privaat recht. Deze is geregeld in het Burgerlijk Wetboek (BW). Een stichting heeft geen winstoogmerk maar werkt aan een maatschappelijk, sociaal of ideëel doel.

Een stichting wordt altijd opgericht door één of meer (rechts-) personen. Een stichting heeft statuten die gedeponeerd worden in het Handelsregister en waarin staat aan welk ideëel of maatschappelijk doel zij werkt en wat de afspraken zijn over de bestuursvorm en het toezicht op het stichtingsbestuur. In het model wat voorligt wordt gedacht aan een bestuur en een raad van toezicht. In principe is het vrij om te bepalen wie toetreden in een bestuur en in een raad van toezicht. Omdat de stichting de bedoeling heeft om diensten te verlenen aan gemeenten en gemeenten gebruik willen maken van de quasi inbestedingsregeling (of 80/20 regeling) (dienstverlening als het ware bij jezelf inkopen zodat je niet (Europees) hoeft aan te besteden) moeten er in de raad van toezicht personen benoemd worden die bestuurlijk betrokken zijn bij de inbestedende diensten

(gemeenten). Het bestuur van de stichting kan bestaan uit deskundigen. Dit wordt allemaal vastgelegd in de statuten. De inkomsten van een stichting als deze bestaan uit bijdragen van de oprichters, subsidies, inkomsten uit dienstverlening en bijdragen van cliënten. Als de stichting onvoldoende inkomsten verkrijgt ten opzichte van de kosten gaat zij failliet. Er moeten daarom goede afspraken worden vastgelegd over garanties van de inkoop van dienstverlening door gemeenten. Men mag zich niet zomaar terug kunnen trekken. Met een stichting kunnen afspraken worden gemaakt over het informeren van de gemeentebesturen over de financiële en inhoudelijke verantwoording van haar activiteiten. Dit kan ook vastgelegd worden in de statuten. Personeel van een stichting valt met een arbeidsovereenkomst, gezien de dienstverleningstaak, waarschijnlijk onder de CAO Sociaal Werk Welzijn en maatschappelijke dienstverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14516318/1