CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen Begroting 2026 - 2029 Hoogeveen - versie raad 13 oktober 2025

Raadsavond 16 oktober 2025, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Visie op programmabegroting 2026-202918.118 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Technische vragen Begroting 2026 - 2029 Hoogeveen

Aanbiedingsbrief en overig inleiding Partij Nr. Pagina Onderwerp VVD 1 5 Budgettering

VVD 2 4

VVD 3 10

CDA 4 4

CDA 5

Type Vraag

Vraag Op bladzijde 5 staat de passage: “budgetten met structurele onderbesteding niet meer automatisch te indexeren.”Kunt u toelichten waarom ervoor gekozen is om op deze manier te werken? Waarom is er bijvoorbeeld niet gekeken naar de realisatie van de bestedingen over de afgelopen jaren en het gemiddelde daarvan als uitgangspunt genomen, in plaats van een generieke uitsluiting van indexatie bij structurele onderbesteding? Antwoord Wij hebben inderdaad gekeken naar de realisatiecijfers van de afgelopen jaren en op basis daarvan diverse budgetten structureel bijgesteld. Voorbeelden daarvan zijn onderhoud, gas, elektra en verzekeringen. Daarnaast hebben we er bewust voor gekozen om budgetten waar structureel sprake is van onderbesteding niet meer automatisch te indexeren. Daarmee voorkomen we dat er in de begroting steeds een extra ophoging plaatsvindt op budgetten die al structureel te ruim zijn. Dit maakt de begroting realistischer en scherper, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoerbaarheid of de kwaliteit. Financieel kader Vraag Kunt u toelichten hoe het ambtelijk voorbereide bezuinigingspakket er concreet uitziet en welke criteria het college hanteert om te bepalen of en wanneer dit pakket in werking wordt gezet? Antwoord Zie bijlage bezuinigingsmaatregelen. Wij benadrukken dat het hier gaat om een ambtelijke inventarisatie van de opties.

Er is op dit moment geen noodzaak tot bezuinigingen en over de voorgestelde maatregelen is geen besluitvorming geweest door het college. De maatregelen zijn dan ook niet verder uitgewerkt. Financiën Vraag Saldo’s: 2026 overschot € 4,0 mln, 2027 € 3,0 mln, 2028 tekort € 5,7 mln, 2029 klein overschot € 1,2 mln. Welke maatregelen zijn voorzien als tekorten vanaf 2028 structureel groter blijken? Antwoord Op dit moment zijn er geen concrete maatregelen voorzien, omdat de meerjarenraming tot en met 2027 nog een positief saldo laat zien. Wel hebben we een pakket met mogelijke bezuinigingsmaatregelen voorbereid, dat indien nodig kan worden ingezet wanneer de tekorten vanaf 2028 structureel groter blijken. Daarnaast willen wij in de volgende bestuursperiode onderzoeken of het opstellen van een zero-based begroting haalbaar is. Daarmee krijgen we een beter en integraler inzicht in onze uitgaven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen. Dit stelt ons in staat om, indien noodzakelijk, gericht en weloverwogen bij te sturen. Pakket bezuinigingsmaatregelen Vraag Om voorbereid te zijn op onvoorziene omstandigheden is er ambtelijk een pakket met mogelijke bezuinigingsmaatregelen opgesteld. Graag ontvangen wij een overzicht van dit pakket aan mogelijke maatregelen? Antwoord Zie bijlage bezuinigingsmaatregelen.

Wij benadrukken dat het hier gaat om een ambtelijke inventarisatie van de opties. Er is op dit moment geen noodzaak tot bezuinigingen en over de voorgestelde maatregelen is geen besluitvorming geweest door het college. De maatregelen zijn dan ook niet verder uitgewerkt. In de begroting wordt veel gedeeld over Vraag Op welke wijze worden subsidieaanvragen vanuit de gemeente gevonden/gezocht/geïnventariseerd, uitgezet subsidies, ook bij de risico’s en randvoorwaarden en bij verlening geborgd in onze gemeente. Is hier een werkproces voor en worden verleende subsidies ook gaat het over het wel of niet verkrijgen van centraal geregistreerd in het kader van integraal werken? subsidies. Antwoord Beleidsadviseur en projectleiders zijn zelf verantwoordelijk voor de adequate borging en verantwoording van ontvangen subsidies met daarbij ondersteuning vanuit het netwerk Concern (op gebied van financiële en juridische aspecten). Vanuit de Lobby voor specifieke onderwerpen kijken we ook altijd naar subsidiemogelijkheden. Ook bij Projecten is het een vast onderdeel van de projectaanpak om de mogelijkheden van subsidies mee te nemen in het plan van aanpak.

CDA 6

Crisisbeheersing, uitvallen nutsvoorzieningen, cybersecurity

Vraag

Op welke wijze heeft de gemeente haar lokale crisisbeheersing/-plan georganiseerd, zijn risico’s in beeld en worden lokale oefeningen gehouden op bestaande maar ook nieuwe en actuele thema’s zoals uitvallen nutsvoorzieningen en cyberaanvallen lokaal? Antwoord De Veiligheidsregio Drenthe (VRD) is verantwoordelijk voor onder andere de crisisbeheersing en rampbestrijding binnen Drenthe. De VRD maakt: • Het Regionaal Risicoprofiel met de belangrijkste risico’s in de regio Drenthe. • Het Regionaal Beleidsplan met doelen/aanpak voor brandweer en crisisbeheersing. • Het Regionaal Crisisplan met de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van brandweer, politie, GHOR en gemeente, de GRIP-structuur en de werkwijze van de multidisciplinaire crisisorganisatie. De VRD verzorgt ook trainingen/oefeningen voor politie, brandweer, GHOR en de twaalf Drentse gemeenten. Bij uitval nutsvoorzieningen (drinkwater, elektriciteit en gas) in Drenthe of in een gemeente maken we gebruik van informatiekaarten. Voor de continuïteit van de dienstverlening en bedrijfsvoering van de eigen gemeentelijke organisatie is een bedrijfscontinuïteitsplan opgesteld, waarin de interne crisisorganisatie is beschreven. In dit plan staan ook de risico's en scenario's benoemd (zoals langdurige stroomuitval, uitval datacommunicatie, brand, cyberaanval, pandemie enz.).

Het bedrijfscontinuïteitsplan wordt momenteel geactualiseerd. De kritische bedrijfsprocessen worden in kaart gebracht en de voorzorgsmaatregelen die vereist zijn om een grotere calamiteit (zoals een grootschalige stroomuitval, brand of cyberaanval) te kunnen opvangen. Deze scenario's gaan de basis vormen voor jaarlijkse oefeningen.

CDA 7

Tot Slot

GL 8 10 PVDA

Bezuinigingen

Een grotere calamiteit kan leiden tot maatschappelijke problemen en ontwrichting, maar de gemeentelijke organisatie kan er tegelijkertijd ook zelf door getroffen worden. Daarom zoeken we nadrukkelijk integrale afstemming en samenwerking tussen de crisisbeheersing op regionaal niveau en lokaal niveau. Dit is in lijn met de VNG-handreiking die op 28 augustus 2025 aan de gemeenten is aangeboden. Vraag Is ondertekend door Burgemeester en Wethouder. Gaat Hoogeveen met 1 wethouder werken. Dat zal dan wel Ronald Klok zijn, gezien de filmpjes op facebook . Anders zal het wel een typefout zijn. Antwoord Dit betreft inderdaad een typefout. Vraag Ambtelijk is alvast een pakket bezuinigingen uitgewerkt. Welke zijn dit en kunnen deze gedeeld worden? Antwoord Zie bijlage bezuinigingsmaatregelen. Wij benadrukken dat het hier gaat om een ambtelijke inventarisatie van de opties. Er is op dit moment geen noodzaak tot bezuinigingen en over de voorgestelde maatregelen is geen besluitvorming geweest door het college. De maatregelen zijn dan ook niet verder uitgewerkt.

01 Blijven Meedoen & talent-ontwikkeling Partij Nr. Pagina Onderwerp CU 9 11 Tamboer /231

CU

10 18

Mediawet en lokale omroep

CU

11 20

VVE Voor en Vroegschoolse Educatie

CU

12 21

Basisvaardigheden op de werkvloer

CU

13 26

Iedereen moet mee kunnen doen aan cultuur

CU

14 29

Cultuurbegroting

Type Vraag

Vraag De Tamboer heeft in 2026 nog € 356.000 aan investeringen, daarna wordt er niet meer geïnvesteerd. Dit lijkt niet realistisch. De technische ontwikkelingen gaan snel. Maar ook het gebouw zal om meer vragen dan alleen onderhoud. Is er nog geen investeringsplan voor na 2026? (“geen plan = geen geld"). Moet hier niet pm staan of is daar een verklaring voor? Antwoord Er is op dit moment nog geen investeringsplan opgesteld voor de periode na 2026. Het meerjarig onderhoudsplan (MOP) wordt momenteel geactualiseerd. Op basis van dat nieuwe plan zullen ook eventuele aanvullende investeringen in beeld worden gebracht. Zolang dit traject nog loopt, kunnen we echter nog geen concrete bedragen opnemen.We hebben er daarom voor gekozen het bedrag niet op ‘pm’ te zetten, om te voorkomen dat er een onrealistische verwachting ontstaat over de omvang of het moment van toekomstige investeringen. Zodra het geactualiseerde MOP gereed is, worden de bijbehorende investeringen in een volgende actualisatie van de begroting verwerkt. Vraag Er komen maximaal 80 publieke streekomroepen. Gemeenten adviseren eens per vijf jaar welke omroep moet worden aangewezen. Wat is de inzet van het college? LOH of een andere omroep? Waarom? Antwoord Deze vraag komt nog te vroeg voor het college om te antwoorden. De wetswijziging gaat naar verwachting in 2028 in.

De procedure voor het adviestraject is nog niet vastgesteld. Gesprekken met de verschillende gemeenten in onze streek (te weten Staphorst, Meppel, De Wolden en Hoogeveen) en met de omroepen zijn gaande. Vraag Het uitvoeringsplan is verlengd met 2 jaar tot en met 2026. Komt er na 2026 een nieuw plan? Antwoord In 2026 bespreken we samen met onze partners hoe we de periode na 2026 vorm gaan geven en of dit in een nieuw plan zal zijn. Vraag We spelen in op ‘daar waar de mensen zijn’. Hoe ziet dit er concreet uit? Gaat er docenten naar bedrijven? In wiens tijd worden medewerkers bijgespijkerd? Antwoord Met partners binnen de lokale netwerksamenwerking van Hoogeveen telt mee met taal focussen we ons enerzijds op de autochtone laaggeletterde werknemers die Nederlands als eerste taal hebben. Via de Ondernemersvereniging bezoeken we jaarlijks 4 bedrijven uit Hoogeveen waar veel laaggeschoolde inwoners werken. Per bedrijf bespreken we de aanpak om werknemers met lage basisvaardigheden te signaleren en stellen we een leeraanbod op maat op, dat kan bij het Alfa college of binnen het bedrijf. Het bedrijf bepaalt of werknemers tijdens werktijd deze opleiding mogen volgen. De Regiodealaanpak Basisvaardigheden op de werkvloer volgt eenzelfde aanpak bij bedrijven uit de techniek, logistiek, bouw, en schoonmaaksectoren.

Anderzijds hopen we meer laaggeletterde inwoners te vinden door naar hen toe te gaan in plaats van dat zij de stap moeten maken naar het Taalhuis. Dat betekent dat medewerkers van het Taalhuis nu ook regelmatig in de Huizen van de Buurt te vinden zijn en op andere plaatsen ‘waar de mensen zijn’. Zo zullen we vaker actief bijvoorbeeld kerken of sportverenigingen benaderen om te signaleren of er laaggeletterde leden zijn die al dan niet in een groepje samen aan taalverhoging willen werken. Vraag Bij punt 1 'governance’. Governance als aandachtpunt voor toekomstbestendige culturele voorzieningen. In welke richting denkt de gemeente? Meer of minder invloed van de gemeente? Meer of minder verantwoording aan de gemeente? Meer impactgericht werken? Antwoord Met governance wordt de interne governance van de culturele partners bedoeld; naar de richtlijnen van de Governance Code Cultuur - een landelijk vastgesteld normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties. Vraag Op 20 mei heeft het college besloten de cultuurbegroting met € 48.934 te verhogen. Is dit in de begroting verwerkt?

CU

15 32

VVD

16 31

VVD

17 31

CDA

18 18

CDA

19 20

Antwoord Dit ging om een incidenteel bedrag voor 2025; dit is via Gemrap I 2025 verwerkt. In de meerjaren begroting 2026-2029 is het niet opgenomen, omdat toen nog niet bekend was of de aanvraag voor de komende jaren zou worden gehonoreerd. Recentelijk is bevestigd dat we tot en met 2028 gebruik kunnen maken van het Naoberschapsfonds bij de provincie, waar deze ophoging uit gefinancierd wordt. Voor 2026 volgt opnieuw een verzoek voor ophoging van het cultuurbudget. En met de meerjaren begroting 2027-2030 kunnen we dit voor 2027 en 2028 gaan opnemen. 420, 530 en 550 Actualisatie Vraag Harmonisatie van de onderhoudscijfers met het MJOP leidt tot een voordeel van ruim € 1 mio, dat is zeer fors. Om welk preventief onderhoud Vastgoed vastgoed gaat het? Wat is de oorzaak? Antwoord Het voordeel is op basis van realisatiecijfers waarop de begroting is aangescherpt. Het voordeel is daardoor niet toe te schrijven aan specifieke objecten. 550 Middelen brede zorgplicht Vraag Welke concrete en meetbare resultaten verwacht het college met deze inzet, bijvoorbeeld in termen van bereik, bibliotheken laaggeletterdheid of digitale vaardigheden? Antwoord Met deze middelen wordt het plan Comeback bieb gefinancierd: een terugkeer naar de dorpen en wijken in de gemeente Hoogeveen.

Op basis van de vraag van inwoners wordt ofwel een full-service punt ingericht op bestaande locaties (denk aan een dorpshuis) of een POP-UP bibliotheek, met ruimte voor experiment en nieuwe vormen. In 2025 wordt vooral geïnvesteerd in relatie, commitment (mede eigenaarschap van de bibliotheekvoorzieningen), de behoefte ophalen en op basis daarvan op passende wijze inrichten van de bibliotheekvoorziening. Inclusief het vinden en opleiden van vrijwilligers. Er zijn inmiddels 18 nieuwe vrijwilligers geworven. Oftewel: het fundament wordt stevig neergezet. En stapsgewijs wordt verder gebouwd. Een eerste ambitie is bijvoorbeeld 250 nieuwe leden. De verantwoording over 2025 vindt plaats in 2026. Dan is een concreter beeld te geven van eerste resultaten. Voor 2026 wordt opnieuw een plan ingediend, waarin geleerde lessen worden meegenomen. 550 Middelen brede zorgplicht Vraag Het college kiest ervoor de extra middelen voor de brede zorgplicht bibliotheken in te zetten in Elim, Hollandscheveld, bibliotheken Noordscheschut, Pesse, Hoofdstraat (MANGA), Krakeel en Erflanden.

Kunt u toelichten op basis van welke criteria juist deze dorpen en wijken zijn geselecteerd, en hoe is de behoefte in andere kernen meegenomen? Antwoord De Bibliotheek heeft in alle dorpen en wijken geïnventariseerd of en zo ja welke behoefte er is en daarnaast of er commitment is om ook zelf te investeren in mankracht en/of waar mogelijk - in beperkte zin - in middelen. Gaan waar de energie zit en waar initiatief getoond wordt, als randvoorwaarde om de bibliotheekvoorziening duurzaam lokaal in te bedden. Op basis daarvan wordt er ingezet op deze dorpen en wijken. Deze inzet kan verbreed worden wanneer er op andere plekken eveneens behoefte en commitment aanwezig is. Mits er na 2026 middelen beschikbaar zijn. De looptijd van de decentralisatie-uitkering is 2025 en 2026. Van Gogh project Vraag Er is een miljoen euro voor het Gogh project .Wandel- en fietsroutes vanaf het station om Hoogeveen en Drenthe te ontdekken. Worden recreatie (campings) en horeca bij hier ook bij betrekken? Antwoord De toegekende Regiodeal subsidie is in Hoogeveen specifiek bedoeld voor een Van Gogh landmark in het stationsgebied en voor een immersive room (digitale beleving) Van Gogh. Beiden zullen tot stand komen in samenspel met relevante stakeholders. Daar waar dit recreatie en horeca betreft zullen zij betrokken worden.

De Domeinen cultuur en recreatie & toerisme werken binnen dit project nauw samen. Doorstroompunt Vraag Wat is het Doorstroompunt? - Wat is de reden om de doelgroep uit te breiden met jongvolwassen van 23 tot 27 jaar? Antwoord Het Doorstroompunt ondersteunt jongeren zonder startkwalificatie (minimaal mbo-2, havo of vwo) die vastlopen in school of werk. Een doorstroomcoach helpt hen met maatwerk richting opleiding, werk of een combinatie daarvan. Doel is voorkomen dat jongeren tussen wal en schip raken en hen perspectief bieden op een duurzame toekomst. De uitbreiding tot 27 jaar sluit aan bij wet- en regelgeving (Participatiewet, Jeugdwet) en bij de praktijk dat jongeren in deze leeftijdsfase vaak nog in transitie zijn naar werk, opleiding en zelfstandigheid. Juist tussen 23 en 27 jaar lopen zij verhoogd risico

CDA

20 23

Plan per school

CDA

21 23

Plan per school

CDA

22 24

Werkwijze Luk de Wulf

CDA

23 24

Ontwikkelplek uitvoering Nota Jeugd

CDA

24 24

Totaalaanpak mentale gezondheid VO

CDA

25

Mentale gezondheid

op uitval en langdurige problemen (bijv. schulden, psychische klachten, werkloosheid). Door de doelgroep uit te breiden, kan het doorstroompunt continuïteit in begeleiding bieden en voorkomen dat jongeren in deze cruciale fase zonder passende ondersteuning komen te staan. Vraag Alle scholen moeten een plan per school ontwikkelen met uniforme kaders maar ook met maatwerk. Hoe wordt geborgd dat de benodigde middelen, menskracht (zoals coördinatoren) en afspraken met partners structureel beschikbaar zijn? Antwoord Alle onderwijspartners, kinderopvang, welzijn en gemeente hebben in 2023 een handtekening gezet onder de Nota Jeugd (het programma Jong Hoogeveen). De Nota Jeugd wordt onder andere tot uitvoering gebracht binnen de plannen per school. Specifiek voor de plannen per school zijn afspraken met de stuurgroep Jong Hoogeveen gemaakt over duurzame uitvoering en borging. Vraag Wat is de planning van deze aanpak in 2026? Antwoord In 2026 wordt het Plan Per School opgeschaald naar het Speciaal Onderwijs, het regulier Voortgezet Onderwijs en het Alfacollege. De stuurgroep Jong Hoogeveen heeft besloten vanaf januari te gaan starten met het Plan Per School in het Speciaal Onderwijs. Na de zomerperiode, in het nieuwe schooljaar (2026/2027), wordt vervolgens verder opgeschaald naar het reguliere VO en het Alfa-College.

Vraag Op welke wijze wordt de werkwijze van Luc de Wulf nu al gebruikt binnen Talentenjagers? Wat maakt dat deze werkwijze wordt verbreed naar onderwijs- en opvangpartners binnen Jong Hoogeveen? Over welke onderwijs- en opvangpartners binnen Jong Hoogeveen gaat dit dan zoal? Wat is een kindertalentenfluisteraar? Antwoord Talent gaat niet over het uitblinken in een bepaalde activiteit, maar over elke activiteit die vanzelf gaat en die voldoening oplevert. Deze visie op talent van Lukdewulf is ingebed binnen de uitvoering van Talentenjagers en maakt onderdeel uit van de inhoudelijke onderwijsvisie. Concreet houdt dat in dat begeleiders (kindertalentenfluisteraar) van Talentenjagers (onder andere door gebruik te maken van talentkaarten en talentgesprekken) talent zichtbaar maken en laten groeien. Een van de drie focuspunten in de Nota Jeugd is gelijke kansen en maximale talentherkenning. Verbreding van de kijk op talenten (gebaseerd op het gedachtegoed van Lukdewulf) binnen Talentenjagers naar onderwijs- en opvangpartners draagt hiermee rechtstreeks bij aan de focuspunten van de Nota Jeugd. Het volgen van een opleiding tot kindertalentenfluisteraar is ook een behoefte vanuit het onderwijs.

Vraag Wat houdt deze ontwikkelplek in? Antwoord Jongeren worden waar mogelijk op intensieve wijze betrokken bij de uitvoering van het programma Jong Hoogeveen en alle ontwikkeling die daarbij horen. Denk bijvoorbeeld aan de Totaalaanpak Mentale Gezondheid, waarbij 448 jongeren gesproken zijn, en de Plannen Per School, waar ook leerlingen van de scholen betrokken worden bij het maken van de plannen. Vraag Gaat het hier over het RvEC en RSG Wolfsbos? Wat is de rol en de (wettelijke) taak en inzet van de gemeente t.a.v. de totaalaanpak met op de twee reguliere scholen voor VO in de gemeente Hoogeveen? Antwoord De Totaalaanpak Mentale Gezondheid op het Voortgezet Onderwijs is ontwikkeld in samenwerking met het Roelof van Echten College en RSG Wolfsbos. De uitvoering start ook op deze twee scholen. De gemeente Hoogeveen heeft op basis van de Jeugdwet en de Wet publieke gezondheid een wettelijke taak in het bevorderen van mentale gezondheid bij haar inwoners, waaronder jongeren. Preventie is cruciaal: door vroegtijdige ondersteuning en signalering binnen het onderwijs, kunnen mentale problemen worden voorkomen en wordt de veerkracht en weerbaarheid van jongeren versterkt.

Vraag Wat zijn de plannen om hier wat aan te gaan doen? Antwoord In samenwerking met het Roelof van Echten College, RSG Wolfsbos, Stichting Welzijnswerk en de GGD, is een Totaalaanpak Mentale Gezondheid op het Voortgezet Onderwijs ontwikkeld. Deze aanpak schetst het kader waarin op het voortgezet

onderwijs samen wordt gewerkt aan de mentale gezondheid, veerkracht en weerbaarheid van de jongeren in de gemeente Hoogeveen. Er is een drietal focuspunten geformuleerd. Zo wordt er de komende periode gewerkt aan o.a. (1) Een omgeving waarin jongeren hun talenten kunnen herkennen en ontplooien en minder belemmerd worden door mentale gezondheidsproblemen; (2) het beter bespreekbaar maken van mentale gezondheid en mentale problemen en (3) het verbeteren en verduidelijken van de weg naar informatie, advies en hulp voor jongeren en hun omgeving. In de periode van nu tot en met december 2025, wordt er gewerkt aan een uitvoeringsprogramma voor het schooljaar 2025/2026.

CDA

CDA

CDA

26 25

27 25

28

Jeugdmaatschappelijk werk

VVE&O

Voortijdig schoolverlaten

Meer over de aanpak kunt u lezen in de Totaalaanpak Mentale Gezondheid in het Voortgezet Onderwijs, die op de hele korte termijn met uw raad gedeeld wordt. Vraag ‘Gebruik en resultaat van het jeugdmaatschappelijk werk in 2026 in vergelijking met 2025.’ Wat wordt hier concreet mee bedoeld? Wat was het gebruik en resultaat van het jeugdmaatschappelijk werk in 2025? Antwoord Het betreft de volgende gegevens: • Aantal nieuwe casussen JMW. • Aantal afgesloten trajecten JMW. • Percentage trajecten JMW waar alle doelen zijn behaald. Gebruik en resultaat van het JMW in 2025 zjjn nog niet bekend. Deze cijfers worden door de SWW aangeleverd begin 2026 voor onze jaarrekening 2025. De gegevens over 2024: • Aantal nieuwe casussen JMW: 370. • Aantal afgesloten trajecten JMW: 416. • Percentage trajecten JMW waar alle doelen zijn behaald: onbekend. Vraag ‘Gebruik en resultaat van VVE&O in 2026 in vergelijking met 2025.’ - Wat wordt hier concreet mee bedoeld? - Wat was het gebruik en resultaat van VVE&O in 2025? Antwoord Het betreft de volgende gegevens: • Aantal nieuwe casussen VVE&O. • Aantal afgesloten trajecten VVE&O. • Percentage trajecten VVE&O waar alle doelen zijn behaald. Gebruik en resultaat van VVE&O in 2025 zijn nog niet bekend. Deze cijfers worden door de SWW aangeleverd begin 2026 voor onze jaarrekening 2025. De gegevens over 2024: • Aantal nieuwe casussen VVE&O: 54.

• Aantal afgesloten trajecten VVE&O: 85. • Percentage trajecten VVE&O waar alle doelen zijn behaald: onbekend. Vraag Om hoeveel jongeren gaat het, die niet naar het reguliere onderwijs gaan? En welke maatregelen worden daarvoor getroffen om dat tegen te gaan? Antwoord De meest recente cijfers zijn bekend van schooljaar 2023-2024. Het betreft 112 jongeren in de gemeente Hoogeveen die in dat schooljaar gestopt zijn met het volgens van onderwijs n geen startkwalificatie hebben.

GL 29 20 PVDA

Mentale gezondheid jongeren

GL 30 23 PVDA

Reguliere werkzaamheden

GL 31 24 PVDA

Doen in 2026, punt 21

Voortijdig schoolverlaten wordt tegengegaan door de scholen zelf via passend onderwijs. Daarnaast door de inzet van jeugdhulp, leerplicht en het Doorstroompunt van de gemeente. Daar bovenop is er een aanpak vanuit een regionaal programma om jongeren te ondersteunen op school, terug naar school, of naar duurzaam werk. Vraag Vanuit Jong Hoogeveen en Gala gaan we samen met jongeren en partners aan de slag. Wat zijn concrete acties. Antwoord In de Totaalaanpak Mentale Gezondheid op het Voortgezet Onderwijs (een aanpak die landt in het programma Jong Hoogeveen en het programma van het Gezond en Actief Leven Akkoord) zijn de acties beschreven. De concrete uitwerking voor het schooljaar 2025/2026 volgt in een uitvoeringsprogramma, die in december ter besluitvorming voorligt in de Stuurgroep Jong Hoogeveen. Een aantal voorbeelden van concrete actiepunten: • Op donderdag 9 oktober gaat een brede afvaardiging van het werkveld op bezoek bij de gemeente Zwolle, om daar kennis te maken met en meer te leren over de THINK-aanpak. Na dit werkbezoek wordt nagegaan of en hoe deze aanpak mogelijk ook een plek kan krijgen in de gemeente Hoogeveen; • RSG Wolfsbos is gestart met een mentortraining.

Samen met het Roelof van Echten wordt gekeken of deze training in samenhang georganiseerd kan worden; • Er wordt ingezet op een sterkere (sociale) infrastructuur rondom leerlingen in het onderwijs, waarin de belangrijkste sleutelfiguren (o.a. mentoren, jeugdmaatschappelijk werk, jongerenwerk) elkaar beter kennen en beter van elkaar weten wat hun taak- en rolverdeling is. De wederzijdse kennis wordt versterkt en verbeterd, door onder werksessies te realiseren waarin ontmoeting, afstemming en gezamenlijke verantwoordelijkheid centraal staan. • Samen met jongeren en het onderwijs gaat het gesprek gevoerd worden over het verminderen van stress in het onderwijs, bijvoorbeeld in de vorm van een leerlingen-arena. • RSG Wolfsbos en het Roelof van Echten College stemmen in samenhang het telefoonbeleid af binnen het onderwijs, zodat er geen verschillen meer bestaan tussen verschillende onderwijslocaties. Vraag Jongeren die behoren tot de NEET doelgroep ondersteuning bieden. Waar bestaat de ondersteuning uit en om hoeveel jongeren gaat het? Antwoord In Hoogeveen valt 7,8 % van het totaal aantal jongeren tussen 15 en 27 jaar onder de NEET doelgroep. In de regio Zuid West Drenthe zijn er 1460 jongeren die in de NEET doelgroep vallen.

50 jongeren vallen in de leeftijdscategorie 15 tot 18 jaar, 700 jongeren vallen in de leeftijdscategorie 18 tot 23 jaar en 710 jongeren in de leeftijd 24 tot 27 jaar. Er wordt ondersteuning geboden vanuit de participatiewet en het doorstroompunt om de jongeren terug te leiden naar onderwijs of naar duurzaam werk. Vraag - “Gestart wordt met interventies op school gericht op verbeteren van de mentale gezondheid en versterken van de weerbaarheid en de veerkracht van jongeren.” Is het effect überhaupt meetbaar? Hoe? En wat zijn dan de doelstellingen? Antwoord Monitoring is essentieel om de effectiviteit van de aanpak te kunnen beoordelen. Er wordt ingezet op een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens: • Kwantitatieve data van de Datawerkplaats Mentale Gezondheid en de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD worden gemonitord en geanalyseerd; • Kwalitatieve inzichten worden verzameld door jongeren actief te blijven betrekken bij de uitvoering en ontwikkeling van de aanpak. Een vervolgronde jongerenparticipatie biedt hierbij kansen, voortbouwend op eerdere gesprekken tijdens de ontwikkeling van de Totaalaanpak Mentale Gezondheid. • Feedback van ouders en professionals is en blijft belangrijk en waardevol om een breed en gedragen beeld te krijgen van

de impact en verbeterpunten. De concrete doelstelling liggen vast in de Nota Jeugd en het Gezond en Actief Leven Programma. De doelen die relateren aan de aanpak mentale gezondheid zijn: • In 2028 voelt 85% van de jongeren in klas 2 en klas 4 zich meestal (zeer) gelukkig; • 90% van de scholen in Hoogeveen is onderdeel van een samenwerkingsvorm Jong Hoogeveen in 2026 en werkt volgens een integraal plan aan het versterken van de samenwerking tussen thuis, school en omgeving; • In 2026 krijgt 11% van de jongeren tot 18 jaar in Hoogeveen enige vorm van jeugdzorg; • In 2028 voelt de jeugd in klas 2 en klas 4 van het VO zich minder vaak eenzaam dan in 2021.

02 Jeugdhulp en Participatie Partij Nr. Pagina Onderwerp CU 32 34 Jeugdgezondheidszorg

CU

33 37

Type Vraag Vraag Kunt u inzicht geven in de resultaten / effecten van Moeders van Hoogeveen? Antwoord In de afgelopen zes jaar heeft Moeders van Hoogeveen zich ontwikkeld tot een belangrijk programma binnen het (preventieve) lokale jeugdveld in beide gemeenten. Met sterke verbindingen naar inwoners, geboortezorg, jeugdhulpverlening, het sociaal domein en zorgaanbieders biedt het programma gerichte ondersteuning aan gezinnen. De inzet heeft geleid tot betere ondersteuning van gezinnen, minder crisissituaties en sterkere ontwikkelkansen voor kinderen in hun eigen omgeving. Het meest belangrijke is de betekenis die het voor inwoners heeft gehad, betrokkenen geven aan zich gezien en gesteund te voelen, dat de praktische ondersteuning een basis heeft gelegd van waaruit verder gebouwd kon worden, kinderen hebben zich kunnen ontwikkelen in hun vertrouwde omgeving en negatieve gezinsdynamieken worden langzaam en met professionele hulp omgebogen. De medewerkerstevredenheid is hoog en de feedback van omringende instanties goed.

Een effectmeting (steekproef 29 casussen, 3 teams in Noord Nederland) toont aan dat de gemiddelde kosten per traject €16.000 bedragen, terwijl de besparingen in het eerste jaar oplopen tot gemiddeld €35.000 per gezin. Dit levert een netto besparing van €19.000 per gezin op, dit zijn alleen nog maar de besparingen voor het 1e jaar. Dat is dus exclusief de positieve effecten op de langere termijn. In samenwerking met Erasmus Universiteit Rotterdam verkennen we momenteel hoe deze effecten over meerdere jaren heen in kaart kunnen worden gebracht. Toename doelgroepen bijstand Vraag U constateert een toename van de doelgroepen jongeren, statushouders en BAB. Volume en problematiek stijgen. We willen meer zicht op de concrete cijfers (de indicatoren van blz. 46 geven wel enigszins een beeld) die dit in beeld brengen en om welke problematieken gaat dit? Antwoord De overgang naar een nieuw registratiesysteem maakt dat nog niet alle managementinformatie volledig beschikbaar is, maar de belangrijkste trends zijn duidelijk. Het totaal aantal inwoners met een bijstandsuitkering bedroeg bij de overgang 1.118. Binnen dit bestand valt op dat het aandeel jongeren (18-27 jaar) de afgelopen jaren is gestegen van 10% (111 jongeren) naar 14% (155 jongeren). Een tweede ontwikkeling betreft de statushouders. Door de hogere taakstellingen voor huisvesting neemt hun aantal in de bijstand toe.

Veel statushouders verblijven drie jaar in de inburgering, waarbij slechts ongeveer de helft in staat is om gedurende of na dit traject uit te stromen naar werk. Belemmeringen zijn onder meer een beperkte beheersing van de Nederlandse taal, niet-erkende diploma’s en werkervaring, en psychische of fysieke problematiek. Hierdoor neemt de afhankelijkheid van de bijstand toe. Daarnaast groeit het aantal inwoners met een Banenafspraak-indicatie (BAB) aanzienlijk. Waar zes jaar geleden jaarlijks nog 2025 inwoners een indicatie kregen, is dat aantal in 2024 gestegen naar ruim 40 per jaar. Deze inwoners hebben een arbeidsbeperking en kunnen niet zelfstandig het wettelijk minimumloon verdienen. Zij zijn afhankelijk van loonkostensubsidie, jobcoaching en aanpassingen, maar werkgevers hebben vaak onvoldoende tijd of middelen om dit structureel te bieden. Plaatsing bij reguliere werkgevers wordt hierdoor steeds moeilijker. Bovendien krijgen veel BAB-inwoners tijdelijke contracten die niet worden omgezet in vaste aanstellingen, met een terugval naar de bijstand tot gevolg. De stijging van inwoners met een Banenafspraak-indicatie hangt samen met de toename van inwoners met complexe problematiek. Er is een groeiende groep inwoners met meervoudige problematiek die moeite heeft om zelfstandig het minimumloon te verdienen.

Daarnaast zijn Gemeenten, UWV en andere partijen die zich met de doelgroep bezighouden de afgelopen beter geworden in het signaleren van

mensen die mogelijk in aanmerking voor het Doelgroepenregister (BAB-registratie). De toegang tot de doelgroep BAB is ook eenvoudiger geworden. Jongeren uit het PRO-VSO onderwijs komen sinds enkele jaren automatisch in aanmerking voor registratie in het doelgroepenregister op moment dat ze niet regulier kunnen werken zonder ondersteuning.

CU

34 48

Kostenposten gewijzigd

CU

35 50

620 terugdraaien besparen uitvoering coördinatie JVC

VVD

36 42

Armoede/inkomen

De combinatie van een groeiend aandeel statushouders en inwoners met een Banenafspraak-indicatie betekent dat deze groepen naar verwachting op termijn de meerderheid van het bijstandsbestand zullen vormen. Beide groepen kennen structurele belemmeringen voor duurzame arbeidsparticipatie. Hierbij valt te denken aan schulden, verslaving, en zowel geestelijke als fysieke gezondheidsproblematiek. Vraag Kan er een toelichting gegeven worden bij de verandering van kostenposten (672 ev is nu 67.. omdat) Antwoord De indeling van de taakvelden jeugd en wmo zijn met ingang vanaf 2025 gewijzigd. Het Rijk heeft aangegeven dit te hebben gedaan om de volgende redenen: - Onduidelijkheden uit de verfijning in 2023 weg te nemen; - Zo veel mogelijk aan te sluiten bij andere informatieuitvragen in het sociaal domein; - De Hervormingsagenda Jeugd van de juiste informatie te voorzien. Hierdoor zijn een aantal (oude) taakvelden in de administratie op 0 gezet, en (nieuwe) taakvelden opgevoerd waar bedragen op zijn gezet. Vraag We zien dat deze besparing wordt teruggedraaid en Versterken Regie heeft geen effect gehad. Wat is de reden hiervan? Antwoord Mogelijk gaan hier twee zaken door elkaar heen. Er is in het voorstel regie een berekening van uren gemaakt waarbij er vanuit is gegaan dat de regie door de SWO meer mensen zal bedienen dan de uitvoering door de SWW.

Hier is dan ook rekening mee gehouden. De SWW bleek hier echter bij nader inzien niet mee akkoord te gaan. Dit heeft uiteindelijk gemaakt dat er door de accounthouder SWW is besloten om de uren toch bij de SWW te laten. De mogelijke besparing gaat niet om de personele inzet van de SWW maar om het voorkomen van zwaardere inzet. Vraag Wij lezen dat inwoners die het (tijdelijk) niet redden een uitkering kunnen krijgen. Dat klinkt alsof iedereen die het financieel lastig heeft automatisch ‘gratis geld’ krijgt. Kunt u toelichten hoe zorgvuldig wordt getoetst wie daadwerkelijk recht heeft op een uitkering? En hoe voorkomen we dat dit een verkeerd signaal afgeeft of tot onbedoeld gebruik leidt? Antwoord Het verstrekken van een bijstandsuitkering gebeurt op basis van de landelijke wetgeving die is vastgelegd binnen de Participatiewet. De Participatiewet is een vangnetvoorziening. Dit betekent dat aanspraak maken op een bijstandsuitkering pas kan op moment dat: • Er niet genoeg inkomen is om van te leven. Voor een alleenstaande betekent dit een inkomen dat lager is dan € 1.369,06. Voor samenwonenden is deze grens € 1.955,80. Ter vergelijking: het wettelijk minimumloon bedraagt op dit moment € 2.245,80 per maand. • Er niet genoeg vermogen is om van te leven. Zo mag een alleenstaande een vermogen hebben van maximaal € 7.770. De waarde van een eigen auto en eigen huis tellen hier in mee.

• Er geen recht is op een andere uitkering of voorziening, zoals bijvoorbeeld recht op WW, WIA, AOW, studiefinanciering of een andere voorliggende voorziening. Voor het verkrijgen van een uitkering is het noodzakelijk om actuele en juist informatie aan te leveren bij gemeente over o.a. het inkomen, vermogen en leefsituatie. Dit valt onder de informatieplicht. Deze houdt in dat inwoners, vanaf moment van de aanvraag van een bijstandsuitkering, alle informatie moet geven die van belang is voor uw recht op bijstand en de hoogte daarvan. Het achterhouden van informatie kan een maatregel tot gevolg hebben zoals verlaging of opschorting van de uitkering

en het opleggen van een boete. Inkomensconsulenten en handhaving zien hier op toe. Verder is een uitkering niet vrijblijvend. Inwoners moet beschikbaar zijn voor werk en hebben de verplichting om mee te werken aan hun re-integratie via het actief solliciteren op beschikbare vacatures dan wel het volgen van een re-integratietraject. Werkcoaches zorgen ervoor dat inwoners met een bijstandsuitkering aan deze verplichting voldoen.

CDA

37 35

Kansengelijkheid

CDA

38 36

Schuldhulpverlening

CDA

39 37

CDA

40 41

GL 41 36 PVDA

Het is dus niet zo dat iedere inwoner van de gemeente Hoogeveen die het financieel lastig heeft automatisch aanspraak kan maken op een uitkering. Vraag Hoe ziet het college de relatie tussen kansengelijkheid en de positie van het gezin? Antwoord Kansengelijkheid en de gezin- en thuissituatie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kansengelijkheid ontstaat niet alleen binnen de schoolmuren, maar juist in de hele leefwereld van het kind, waar het gezin een centrale rol speelt. Als het thuis goed gaat, gaat het automatisch beter met leerlingen op school. Hoe fijner de thuissituatie, hoe meer rust daar is, hoe beter leerlingen tot leren komen op school. Vraag Welke preventieve maatregelen neemt de gemeente om te voorkomen dat mensen in de schuldhulpverlening komen? Antwoord De gemeente maakt gebruik van vroegsignalering bij betalingsachterstanden. De gemeente ontvangt in dat kader een signaal op moment dat inwoners hun zorgverzekering, gas, water, en sociale niet betalen. Bij meervoudige signalen van betalingsachterstanden worden er huisbezoeken verricht door de SWW om de financiële situatie in kaart te brengen. Er is daarbij ook aandacht voor eventuele andere problematiek.

Verder verzocht Stichting Knip geldlessen op scholen in de gemeente die draaien om het in een vroeg stadium bewust worden van de waarde van geld en hiermee leren omgaan. Daarnaast zet de gemeente actief de VoorzieningenWijzer in zodat inwoners gebruik maken van de lokale regelingen en landelijke toeslagen waar zij recht op hebben. Kinderen en jongeren groeien Vraag We lezen meerdere malen de term ‘kwetsbare gezinnen’. veilig op Wat is de definitie van de gemeente Hoogeveen als ze het hebben over: ‘onze meest kwetsbare gezinnen’? Hoeveel kwetsbare gezinnen kent onze gemeente en/of zijn in beeld bij de gemeente? Antwoord - De meest kwetsbare gezinnen zijn gezinnen waarin meerdere, vaak langdurige en elkaar versterkende problemen samenkomen. Hierdoor komt de veiligheid, ontwikkeling en het welzijn van deze kinderen structureel in het gedrang . Het gezin zelf heeft onvoldoende draagkracht of netwerk om die problemen zelfstandig te overwinnen. - Naar schatting gaat om 5 % van alle kinderen in de gemeente Hoogeveen, die zich in ernstig kwetsbare gezinnen begeven. Nog eens 15% bevindt zich in een kwetsbare situatie. Wij hebben deze kinderen voor een deel in beeld, maar ook de Stichting welzijnswerk bedient deze doelgroep. Ook zijn er mensen die niet in beeld (willen) komen.

Gelijke kansen Vraag Hoeveel groepen omvat het huidige Toekomstplan Talentjagers en om hoeveel kinderen gaat dit in totaal? Antwoord In het afgelopen schooljaar hebben vier groepen kinderen meegedaan aan het reguliere programma van Talentenjagers. Daarnaast hebben ook drie klassen van PCBS Het Mozaïek het programma gevolgd. In totaal hebben 135 kinderen meegedaan aan Talentenjagers. Specifieke aanpak jongeren Vraag Om hoeveel jongeren gaat dit? Hoieveel hiervan zitten in de gedwongen en vrijwillige schuldsanering. Welke ideeën bestaan er met schulden over de passende voorziening? Uit welk budget wordt de aanpak voor jongeren met schulden bekostigd en hoeveel is dit per jaar? Antwoord Op dit moment is onze administratie niet op een dusdanige wijze ingericht dat de gevraagde aantallen omtrent gedwongen en vrijwillige schuldsanering zijn aan te leveren. De verwachting is dat dit binnen het nieuwe systeem op termijn wel mogelijk zal

zijn. Niet iedere jongere (18 – 27 jaar) met problematische schulden meldt zich bij de gemeente. In 2024 hebben 55 jongeren voor schuldhulpverlening zich bij de gemeente gemeld. In 2023 waren dit 45 jongeren. Dit betreft 26% (2024) resp. 20% (2023) van het totaal aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening. Voor 2025 gaat het tot medio 2025 om 24% van het totaal aantal aanmeldingen. In de bovengenoemde aantallen gaat het niet in alle gevallen om jongeren met problematische schulden, maar kan het ook ‘eenvoudig’ informatie en advies of ondersteuning (door bijvoorbeeld een vrijwilliger vanuit Humanitas of Schuldhulpmaatje) betreffen. Voor een passende voorziening wordt er op dit moment gekeken of inzet van het ‘Jongeren Perspectief Fonds’ in Hoogeveen ook een optie kan zijn. Dit is een instrument wat binnen bij enkele collega gemeenten in de regio al wordt ingezet. De aanpak daarvan bestaat uit het afkopen van schulden door gemeenten via een saneringskrediet wat de jongere ook weer dient terug te betalen. Daarnaast krijgt de jongere twee jaar langs intensieve begeleiding waarbij naast aandacht voor schulden ook wordt gekeken naar het stellen van en behalen van persoonlijke doelen, zoals het volgen van een opleiding of het vinden van werk.

GL 42 36 PVDA

Specifieke aanpak ZZP’ers

Op dit moment heeft de gemeente Hoogeveen geen specifieke aanpak voor jongeren met schulden. Hiervoor zijn dus ook geen uitgaven te vermelden. Het budget waar vanuit een passende voorziening geboden zou kunnen worden is het budget ‘Preventie schuldhulpverlening’. Vraag Om hoeveel ZZP’ers gaat het? Hoe groot is de stijging? Hoe groot is het budget voor schuldhulp verlening aan ZZP’ers Is ook hier sprake van gedwongen of vrijwillige schuldsanering? Wanneer kunnen we concrete voorstellen verwachten voor de aanpak van deze schulden? Antwoord Het totaal aantal ZZP’ers met problematische schulden binnen de gemeente Hoogeveen is lastig te schatten. We zien echter dat 9 van de 10 vragen van ZZP’ers gaan over (problematische) schulden, waar dit een jaar geleden nog 8 van de 10 was. In totaal waren er vanuit deze doelgroep over het afgelopen jaar zo’n 70 schuldhulpvragen. Deels kunnen we ondersteuning bieden door middel van saneringskredieten met behulp van de Bbz. Deels door een verwijzing te doen naar externe partijen, met aanvullende expertise op dit vlak (zoals de GKB). Het budget voor schuldhulpverlening voor ondernemers (waaronder ZZP’ers) bedraagt € 80.000.

GL 43 43 PVDA

Schuldhulpverlening

GL 44 43 PVDA

Armoede en inkomen

VVD

630 Ontwikkeling bijstand

45 50

We verwachten medio 2026 een concreet voorstel te hebben voor de aanpak schulden onder ondernemers en ZZP’ers. Vraag Zijn er cijfers over de effecten van de inzet van bewezen preventie als Voorzieningenwijzer en Geldfit? Antwoord Dit jaar hebben er t/m juni 112 gesprekken plaatsgevonden met de VoorzieningenWijzer met een gemiddeld voordeel van € 1.405. Online zijn er 202 checks geweest met een gemiddeld voordeel voor de inwoner van € 664. De website van Geldfit is in 2024 783 keer bezocht. Dit leidde tot 927 meetbare vervolgstappen. Vraag Welke concrete acties zijn ingezet binnen het kader van armoedebestrijding? Antwoord Het college heeft het uitvoeringsplan met interventies vastgesteld. Wij infomeren uw raad volgende week in een aparte brief over de stand van zaken. Vraag Bij de ontwikkeling van de bijstand wordt verwezen naar een lopend onderzoek naar sociale activatie, waarvan de uitkomsten nog niet bekend zijn. Planning en oplevering: wanneer verwacht het college de resultaten van dit onderzoek? Antwoord We verwachten de resultaten in de maand oktober. Daarna zullen we de raad hierover informeren.

VVD

46 50

630 Ontwikkeling bijstand

Vraag

Doelmatigheid: hoe wordt getoetst dat sociale activatie daadwerkelijk leidt tot minder instroom en snellere uitstroom uit de bijstand? Antwoord Dit gebeurt op dezelfde wijze als monitoring van al onze trajecten. Namelijk door te kijken naar de ontwikkeling die de betreffende inwoner doormaakt. Trajecten hebben altijd het doel om inwoners dichterbij maatschappelijke participatie te brengen (en het liefste betaald werk). Er dient dus sprake te zijn van een zichtbare verbetering van de zelfredzaamheid van de betreffende inwoner. Dit moet leiden tot een verhoging van de inzetbaarheid (meer uren inzetbaar, of inzetbaar voor betaald werk in plaats van vrijwilligerswerk). De betrokken werkcoach houdt daarvoor de vinger aan de pols. Verminderde instroom is zichtbaar op het moment dat inwoners bij wie sociale activatie is ingezet niet terugkeren in de uitkering nadat zij zijn uitgestroomd.

03 Gezond en Vitaal Partij Nr. Pagina Onderwerp CU 47 53 Versterken inclusieve gemeenschap CU

48 55

Seniorenplatform

CU

49 56

Welzijn: van individueel naar collectief

CU

50 71

Vergrijzing WMO

CU

51 71

681 Vrouwenopvang

CU

52 73

681 Dak- en thuislozen

VVD

53 56

Welzijn: van individueel naar collectief

CDA

54 56

Inkoop Wmo begeleiding

CDA

55 60

Huizen van de buurt

Type Vraag

Vraag U stelt dat u de antidiscriminatie voorziening, (o.a. door de werkgroep ALI) wil onderzoeken op mogelijke versterking van deze voorziening. U schrijft in 2025, maar bedoelt u niet 2026? Antwoord Dit is een tekstuele fout en er hoort inderdaad 2026 geschreven te worden. Vraag U gaat subsidie verhogen van het seniorenplatform. Om hoeveel geld gaat dit? En hoe verhoudt dit zich met budgetneutraal? Antwoord Dit gaat om €6000. Budgetneutraal komt omdat er binnen de kostenplaats op een andere plaats deze ruimte zit. Vraag Wat betekent deze beweging voor de informele zorg, in het bijzonder voor bijvoorbeeld stichting Present? Antwoord De beweging van individueel naar collectief betreft een verschuiving van individuele hulp en ondersteuning geleverd door een professional (maatschappelijk werk en Wmo-begeleiding) door ondersteuning in groepsverband door lotgenoten, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen al dan niet met professionele begeleiding. Dit vraagt iets van de SWW en zorgaanbieders en heeft geen direct gevolg voor bestaande organisaties op het gebied van de informele zorg zoals Present. Vraag U schetst dat de vergrijzing minder sterk is dan het voorspelmodel van de VNG. Wat is de verklaring voor Hoogeveen? Antwoord Dit weten we niet, in de praktijk zien we op dit moment iets anders dan het voorspelmodel aangaf.

Dat verklaart waarom bepaalde cijfers afwijken, omdat we ons hebben gebaseerd op het voorspelmodel. Vraag Hoeveel wordt er jaarlijks gebruik gemaakt van de vrouwenopvang? Hoe verhouden de Hoogeveense cijfers zich tot de Drentse en de Nederlandse cijfers? Antwoord Vrouwenopvang organisaties in Nederland vangen gemiddeld jaarlijks ca. 6.000 personen op. In 2024 maakten 12 vrouwen uit de gemeente Hoogeveen gebruik van de vrouwenopvang. Vraag Hoeveel dak- en thuislozen zijn er in Hoogeveen? Is er zicht op waar zij verblijven? Wat is de inschatting van informele verblijfplaatsen zoals caravans, schuurtjes, etc? En hoeveel mensen verblijven er in de natuur? Antwoord Het specifieke aantal is onbekend. We hebben acht personen in beeld. Het Leger des Heils schat het daadwerkelijke aantal in op vijftig. In 2027 doen wij mee aan de ETHOS-telling. Dit is een speciale methode die ons inzicht geeft in de doelgroep. Vraag Hoeveel uren/ fte (SWW) worden daadwerkelijk vrijgespeeld? Worden deze uren toegewezen aan de dorpen? Antwoord Hoeveel uren/fte bij de SWW worden vrijgespeeld door de beweging van individuele hulpverlening naar meer collectieve ondersteuning is nu niet te beantwoorden. Tegelijkertijd is er namelijk ook sprake van een verschuiving van de Wmo naar het welzijnswerk en van een toename van de hulpvragen door demografische ontwikkelingen.

De verwachting is dat er binnen de SWW een verschuiving zal plaatsvinden van het maatschappelijk werk naar opbouwwerk en jongerenwerk. Deze verschuiving geldt ook voor de inzet in de dorpen. Vraag Als gestuurd wordt van individueel naar collectief en van geïndiceerd naar voorliggend werkveld, waar zit dan deze ‘behoorlijke’ stijging van de kosten in? En hoe zijn deze als risico geborgd in de begroting? Antwoord In de Wmo begeleiding is de beweging naar het voorliggend veld een belangrijk onderdeel, maar kopen we ook nog steeds een substantieel deel individuele ondersteuning in. Deze ondersteuning is de afgelopen jaren, onder invloed van o.a. CAO stijgingen en andere indexaties, gestegen. Deze komen nu naar voren omdat we nieuwe contractafspraken maken. Dit is de reden van de behoorlijke stijging van de kosten. Vraag Deze moeten een besparing opleveren doordat lichte Wmo-indicaties vervangen worden door laagdrempelige ondersteuning. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat dit tijd kost en dat het onzeker is of de besparing gehaald wordt. Hoe meten we of deze besparing ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd? En hoe is deze besparing als risico geborgd in de begroting indien deze niet

CDA

56 63

DOS/Zorgzame gemeenschappen, GALA en Welzijn op recept, etc.

wordt gerealiseerd? Antwoord De Stuurgroep van het Huis van de Buurt is bezig met het ontwikkelen van een monitoringinstrument met een vragenlijst voor gebruikers van het Huis van de Buurt en voor professionals die naar het Huis van de Buurt verwijzen. Onderdeel daarvan is of het leidt tot minder professionele ondersteuning en zorg. Tegelijkertijd kunnen we de ontwikkeling van de Wmo-uitgaven in Hoogeveen afzetten tegen de prognoses van de VNG. In de risicoparagraaf van de begroting 2026 (pagina 175) is te zien dat we de open einde regelingen van het sociaal domein (waar het huis van de buurt onderdeel van is) meenemen in het benodigde weerstandsvermogen. Vraag Veel initiatieven (zoals DOS/zorgzame gemeenschappen, Welzijn op Recept en GALA) worden nu betaald uit tijdelijke middelen, terwijl structurele dekking onzeker is. We lezen dat maatregelen worden genomen, maar hoe is het risico op het mogelijk wegvallen van deze financiering geborgd in de begroting? Antwoord Een terechte constatering. Voor DOS/zorgzame gemeenschappen denken we na over de borging van de beweging, ook in de interne organisatie.

Daarnaast is de wet DOS onlangs aangenomen en vinden er op dit moment gesprekken plaats met het zorgkantoor hoe we als gemeente en zorgkantoor kunnen samenwerken (financieel) om inwoners met een ondersteuningsvragen altijd te beantwoorden met de meest duurzame oplossing (informeel/formeel) waarbij er altijd wordt gekozen voor de meest lichte vorm van zorg. Voor een deel van de ontwikkelingen die in gang zijn gezet vanuit het GALA programma zoals bijvoorbeeld Welzijn op Recept en valpreventie is net bekend geworden dat de financiering in 2027 en 2028 wordt voortgezet vanuit de nieuwe akkoorden AZWA (aanvullend zorg en welzijnsakkoord) en het HLO (hoofdlijnen akkoord ouderenzorg).

CDA

57 70

CDA

58 73

GL 59 53 PVDA

Het eerlijke verhaal is ook dat zolang we wel op inhoud een beweging maken van zorg naar gewoon leven, maar hierin een (deel) van de financiering niet laten volgen deze ontwikkelingen afhankelijk blijven van tijdelijke financiering. HIerop zijn de bestuurlijk gesprekken met o.a. de zorgverzekeraar en politiek Den Haag gericht. Wmo huishoudelijke hulp CAO Vraag Inmiddels is de CAO VVT vastgesteld en geldt met terugwerkende kracht van 1 januari 2025. +4% in juli 2025 en +3,5% per 1 juli VVT 2026 loonstijging. Wat betekent deze afspraak voor deze begroting? Antwoord De verhogingen die we meegenomen voor Hulp bij het Huishouden hebben betreffen kostenstijging en vergrijzing. Dit is voldoende om ook de CAO verhoging af te dekken in deze begroting. Indexatie welzijnswerk CAO Vraag Op welke wijze is het risico van forse looneisen tav cao Sociaal werk in deze begroting geborgd? Sociaal werk Antwoord In de risicoparagraaf van de begroting 2026 (pagina 175) is te zien dat we het risico op hogere kostenontwikkelingen onder het kopje indexatie meenemen in het benodigde weerstandsvermogen.

Vraag Hoe gaan we de discriminatievoorziening lokaler invullen? Wat doen we meer dan het contract verlengen met CMO Stamm/Discriminatie.nl Drenthe ? Antwoord Voor een lokalere invulling van de antidiscriminatievoorziening wordt momenteel onderzocht welke alternatieven er zijn naast het huidige contract met CMO Stamm/Discriminatie.nl Drenthe. Het onderzoek richt zich op de mogelijkheden om de voorziening dichter bij de inwoners te brengen. Hierbij worden de voor- en nadelen afgewogen, waarbij enerzijds de voordelen van nabijheid, betere lokale kennis en mogelijk lagere kosten worden meegenomen, en anderzijds de uitdagingen rond het opbouwen van voldoende expertise, het waarborgen van onafhankelijkheid en het realiseren van kostenefficiëntie bij een beperkt aantal casussen. Hieruit moet blijken of een lokalere invulling daadwerkelijk meerwaarde biedt ten opzichte van de huidige regionale aanpak en welke vorm het meest geschikt zou

GL 60 55 PVDA

Huis van de buurt

GL 61 59 PVDA

Inclusieve samenleving

zijn voor onze specifieke situatie. Vraag Tijdens een recente informatieavond hebben we kennis kunnen nemen van de voortgang m.b.t. de Huizen van de Buurt. Vrijwilligers zijn enthousiast. Een tweetal vragen. Vrijwilligers werken soms met mensen met zware problematiek. Hoe kunnen vrijwilligers “hun verhaal” kwijt en hoe worden zij ondersteunt? Ten tweede hoorden we daar dat de bijdrage die ze krijgen niet altijd genoeg is of dat ze onvoldoende ruimte hebben om (aanvullende) activiteiten te organiseren. Is er voldoende budgettaire ruimte om te kunnen door ontwikkelen? Antwoord Vrijwilligers kunnen voor ondersteuning altijd een beroep doen op professionals van de SWW en Optimaal Leven (GGZ Drenthe, Cosis en VNN). Er is voldoende budgettaire ruimte om activiteiten op te zetten en uit te breiden. Voor uitbreiding van de herstelactiviteiten voor mensen met psychiatrische aandoeningen is geld aangevraagd bij het Rijk met het Transformatieplan Mentale Gezondheid Drenthe. Vraag Nog steeds lezen we dat de inzet op inclusieve samenleving vooral gericht is op de uitvoering van VN-verdrag gehandicapten. Wanneer kunnen we inzet verwachten op andere onderwerpen uit de “inclusie-agenda”. Antwoord De inclusie-agenda wordt al breder ingevuld dan alleen het VN-verdrag voor personen met een handicap.

Concrete activiteiten lopen op meerdere terreinen: antidiscriminatiebeleid via discriminatie.nl, LHBTIQ+-inclusie via de Drentse Regenboogweek, bestrijding van geweld tegen vrouwen via Orange The World, en bredere toegankelijkheid via werkgroep 'Hoogeveen toegankelijk'.

04 Economie Partij Nr. Pagina Onderwerp Type VVD 62 245 Economie Vraag

Vraag Cofinanciering regionale projecten (MIRT, Regiodeal). Bedragen zijn substantieel maar baten deels buiten Hoogeveen. Hoe leidt cofinanciering van MIRT/Regiodeal concreet tot banen en bedrijvigheid in Hoogeveen?

GL 63 75 PVDA

Antwoord De subsidie van de MIRT is gekoppeld aan de realisatie van woningen in Hoogeveen. Deze subsidie wordt ingezet voor aanpassingen in de openbare ruimte en gerelateerd aan projecten in het stadscentrum en stationsgebied. Co-financiering draagt bij aan een goede infrastructuur voor de toevoeging van woningen in het stadscentrum. Vraag We gaan onderzoek doen naar een regionaal bedrijventerrein? Wat maakt een bedrijventerrein een regionaal bedrijventerrein, waarin wijkt dit af van een ander bedrijventerrein?

GL 64 77 PVDA

Antwoord Het klopt dat er gezamenlijk in de regio onderzocht wordt naar de mogelijkheden van een regionaal bedrijventerrein. Een regionaal bedrijventerrein kan plaatsvinden binnen meerdere gemeentegrenzen en is dus grens overstijgend. Daarnaast betreffen het terreinen van grote omvang met de focus op het versterken van de regionale economie. Vraag Er worden meer faillissementen verwacht en stoppende winkeliers. Gelet het belang van een vitaal stadscentrum, wat wordt er gedaan om het centrum qua winkelaanbod zo divers en groot mogelijk te houden? Is de inzet van nu wat er maximaal gedaan kan worden? Antwoord Samen met Binnenstad Hoogeveen zien we hier een opgave waar we samen handen en voeten aan gaan geven. Sinds dit jaar is de Stichting Vastgoed opgericht. Deze stichting is opgericht om grip te houden op leegstand en vastgoed in het stadscentrum van Hoogeveen en werkt met een klankbordgroep waarin ook de gemeente actief aanwezig zal zijn. Gezamenlijk houden we grip op de mogelijke leegstand en kijken we hoe we hier op een goede en toekomstbestendige manier mee omgaan.

05 Aantrekkelijk wonen en woonomgeving Partij Nr Pagin Onderwerp . a VVD 65 86 Woningbouw

VVD 66 86

Woningbouw

VVD 67 86

Woningbouw

VVD 68 88

Wijk- en dorpshuizen

Type Vraag

Vraag

Welke criteria hanteert het college om te bepalen waar wél en waar (nog) niet gebouwd wordt (kern Hoogeveen versus de dorpen)? Antwoord In ons beleid, de woon(zorg)visie, is afgesproken hoeveel woningen er in totaal en hoeveel woningen er van welk type nodig zijn in Hoogeveen en in de dorpen. Om de woningbouw mogelijk te maken dient dit vastgelegd te worden in het omgevingsplan. Als een plan niet past in het omgevingsplan moet er op grond van de Omgevingswet getoetst worden of het nieuwe initiatief voldoet aan de uitgangspunten van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dit ETFALprincipe houdt rekening met bredere aspecten (meer dan in het voormalige bestemmingsplan) van de fysieke leefomgeving, zoals de belangen vanuit gezondheid, veiligheid, sociale cohesie, milieu, ruimte en economie. Vraag Hoe wordt geborgd dat er ook daadwerkelijk woningen bij komen in de dorpen, zodat leefbaarheid en voorzieningen op peil blijven en jongeren en ouderen in hun dorp kunnen blijven wonen? Antwoord We hebben een projectleider specifiek voor woningbouw in de dorpen. De ambitie is beleidsmatig vastgelegd in de woon(zorg)visie. We kijken waar initiatieven passen in het omgevingsplan of waar deze passend zijn te maken. In het omgevingsplan wordt gezorgd voor voldoende ruimte voor woningbouwmogelijkheden.

Daarnaast wordt gezocht naar voldoende plancapaciteit voor woningbouwinitiatieven. Daarbij wordt ook gelet op voldoende initiatieven in de verschillende dorpen, hiervoor hebben we het project woningen dorpen Hoogeveen. Dit omvat zowel ontwikkeling door onszelf als door initiatieven van derden. Hierin wordt ook nauw opgetrokken met de verschillende dorpsbelangen en plaatselijk belangen. Met de woningbouwkaart Hoogeveen en de achterliggende woningbouwmonitor maken wij inzichtelijk welke projecten er spelen en welke planning daarbij geldt. De monitor maakt ook inzichtelijk waar initiatieven missen, maar dat is op dit moment niet het geval. Vraag Samenwerking corporaties/projectontwikkelaars: welke concrete prestatieafspraken zijn er per kern/dorp vastgelegd over aantallen, betaalbaarheid en bijzondere doelgroepen? Wordt er ook gekeken per dorp of er 30% sociale huur is? Antwoord De (meerjarige) prestatieafspraken zijn enkel met woningcorporaties en huurdersorganisaties gemaakt, deze worden niet met projectontwikkelaars gemaakt. In de meerjarige prestatieafspraken zijn geen afspraken per kern/dorp gemaakt. Wel zijn in de prestatieafspraken specifieke afspraken over aantallen (bouwopgave) betaalbaarheid en huisvesting voor bijzondere doelgroepen gemaakt.

Per jaar maken we een jaarschijf met de corporaties en huurdersverenigingen waarin we focus aanbrengen op bepaalde punten uit de meerjarige prestatieafspraken. Dit kan wel gaan over specifieke projecten in kernen/dorpen. In bijlage 3 van de gemeentelijke Woon(zorg)visie staan per kern/dorp de aandachtspunten bij herontwikkeling en woningbouw. Dit nemen we hierin mee. Op programmaniveau wordt 30% sociale huur gehanteerd. Per kern/dorp kijken we welke behoefte er is aan sociale huur. Vraag Wordt bij de verduurzaming en doorontwikkeling van wijk- en dorpshuizen ook gekeken naar de kwaliteit van de voorzieningen, zoals kookfaciliteiten? Zo ja, welke criteria hanteert het college om te bepalen welke voorzieningen noodzakelijk zijn voor een toekomstbestendig dorps- of wijkhuis? Antwoord Nee, de verduurzaming van wijk- en dorpshuizen richt zich op energieverduurzaming van het gebouw zelf, zoals isolatie, verwarming en duurzame energie-opwekking. De kwaliteit van voorzieningen zoals kookfaciliteiten valt buiten de scope van dit verduurzamingsproject.

VVD 69 88

Wijk- en dorpshuizen Vraag

Hoe wordt gewaarborgd dat juist in de dorpen wijk- en dorpshuizen voldoende ondersteund en uitgerust zijn, zodat zij ook in de toekomst een centrale plek voor ontmoeting en activiteiten kunnen vervullen? Antwoord Vanuit het wijkteam Smederijen zijn er korte lijnen met de alle dorpshuizen. De gebiedsregisseur brengt o.a. regelingen zoals dorpsvernieuwingsfonds, subsidieregeling wijk-, buurt- en dorpsinitiatieven en andere kansen onder de aandacht. We zien ook dat dorpshuizen hier gebruik van maken. Vraag Wat betekent ‘basisniveau onderhoud’ concreet voor de staat van onze wegen en fietspaden? Is dit voldoende om structureel de gaten en scheuren in de wegen te verhelpen, zoals door de raad via moties gevraagd? Antwoord De gemeente hanteert de kwaliteitscatalogus openbare ruimte van het CROW (Kennisplatform). Deze beschrijft een vijftal kwaliteitsniveaus zeer goed (A+) tot slecht (D). Basis niveau (B) is het niveau "voldoende", waarbij voorzieningen functioneel blijven, maar er enige acceptabel gebreken of vervuiling aanwezig mag zijn. Wanneer het niveau lager wordt zullen er steeds meer tekortkomingen zijn, waarbij het risico op kapitaalvernietiging of onveiligheid ontstaat. Met de uitvoering van de moties zijn we bezig. We hebben u in een brief uiteengezet wat we gaan doen om achterstanden in te halen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16087516/1