CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

AFWEGINGSKADER ZONNE-ENERGIE HOOGEVEEN-.pdf

Raadsavond 8 december 2022, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Omgevingsvergunning plan zonnepark Wilfred Stillweg ten noorden van Wilfred Stillweg 23 te Hollandscheveld.6.506 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Energievisie Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen

2

3

Inhoud 1

Inleiding 5

2

Het beleidskader 7

3

De Zonneladder van Hoogeveen

9

4

Op weg naar uitvoering

29

1.1 1.2 1.3

2.1 2.2

Aanleiding 5 Huidige stand van zaken 5 Leeswijzer 6

Rijksbeleid 7 Provinciaal beleid 7

3.1 Opzet zonneladder 9 3.2 Stap 0: uitzonderingsgebieden 10 3.3 Stap 1: op daken 11 3.4 Stap 2: binnen bebouwd gebied 13 3.5 Stap 3: buiten bebouwd gebied 14 3.5.1 Koppeling bedrijventerrein of infra-structuur 14 3.5.2 Koppeling dorpen 17 3.5.3 Koppeling landschap 20 3.5.4 Referentiebeelden 26 3.5.5 Stap 3 samengevat 28

Bijlagen Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4.

Beleidskader provincie Drenthe: Zonneladder Drenthe Overzichtskaart met uitzonderingsgebieden Overzichtskaart verschillende gebieden (landschapstypen) Gebiedsindeling netbeheerders

4

5

1

In l e iding 1.1

Aanleiding

De gemeente Hoogeveen heeft als doelstelling om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Dat wil zeggen dat de uitstoot en opname van koolstofdioxide (CO2) in evenwicht moeten zijn. Dit kan alleen bereikt worden als we in plaats van het verbruik van fossiele brandstoffen zoals olie en aardgas overgaan op het gebruik van duurzame energie. Om dit te bereiken wordt het gebruik en de opwekking van duurzame energie gestimuleerd. Op particulier niveau gebeurt dit al via enkele gemeentelijke regelingen, zoals de energiescan, duurzaamheidsleningen en subsidies. Er komen ook steeds meer verzoeken bij de gemeente binnen voor de realisatie van (grootschalige) zonneparken, ook wel zonneweides of zonneakkers genoemd. De gemeente heeft echter geen gemeentebreed afwegingskader waaraan deze initiatieven getoetst kunnen worden. Voorliggend rapport voorziet in dit gewenste afwegingskader en gaat in op waar en vervolgens hoe zonneparken toegestaan kunnen worden binnen de gemeente Hoogeveen.

Zonnepanelen woningen Jan Steenstraat

1.2

Huidige stand van zaken

Om een gevoel te krijgen bij de gemeentelijke opgave klimaatneutraal te worden wordt in deze paragraaf ingegaan op het huidige energiegebruik en de hiermee samenhangende CO2 uitstoot. In hierna volgende tabel zijn de hoeveelheden elektriciteit en fossiele brandstoffen die jaarlijks binnen de gemeente Hoogeveen worden verbruikt weergegeven.

6

Energiedrager Aandgas

Eenheid m /jaar 3

Hoeveelheid 97.000.000

Electriciteit

kWh/jaar

296.000.000

Diesel

liter/jaar

31.000.000

Benzine LPG

CNG

liter/jaar

liter/jaar kg/jaar

22.000.000 1.500.000 120.000

Overzicht energiegebruik gemeente Hoogeveen (cijfers 2015)

Toelichting: Zowel LPG ( Liquefied Petroleum Gas) en CNG (compressed natural gas) zijn gassen die voornamelijk als brandstof worden gebruikt voor auto’s. LPG ontstaat bij de productie en behandeling van aardgas en aardolie. CNG is vloeibaar aardgas. Om inzichtelijk te krijgen om hoeveel energie het gaat en wat het effect is op de CO2 uitstoot zijn een aantal berekeningen gemaakt. Om de verschillende energiehoeveelheden goed te kunnen vergelijken zijn deze omgerekend naar Terra joules (TJ).

Cirkeldiagrammen CO2 uitstoot en energieverbruik (cijfers 2015)

In de hele gemeente Hoogeveen wordt per jaar dus in totaal 6.000 Tj aan energie gebruikt. De hieraan gerelateerde jaarlijkse CO2 uitstoot komt overeen met 477.000 ton. Binnen de gemeente wordt op diverse plaatsen al duurzame energie opgewekt en verbruikt. Volgens de cijfers uit 2015 wordt er jaarlijks circa 170 TJ duurzame energie geproduceerd. Dit komt overeen met circa 3% van het totale energieverbruik, waarmee duidelijk is dat de opgave om klimaatneutraal te worden fors is. Zonneparken kunnen een aanzienlijke bijdrage leveren om klimaatneutraal te worden. Volgens de meest recente inzichten kan één hectare (ha) zonnepark jaarlijks circa 3,7 TJ aan duurzame energie opwekken.

1.3

Leeswijzer

Het rapport begint in hoofdstuk 2 met een verkenning van het relevante beleidskader voor zonnepanelen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de vraag waar zonneparken toegestaan kunnen worden en onder welke voorwaarden, ook wel de zonneladder van Hoogeveen genaamd. In hoofdstuk 4 wordt de procedure voor de aanvraag van een zonnepark nader toegelicht.

7

H et be le ids k ade r

2

In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de relevante ruimtelijke beleidsstukken die gaan over de opwekking van duurzame energie met zonnepanelen.

2.1

Rijksbeleid

Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening Vanuit landelijke wetgeving is het mogelijk om onder voorwaarden vergunningvrij zonnepanelen op het dak van een woning of een bedrijfsgebouw te plaatsen. Daarnaast zijn er diverse subsidiestromen in het leven geroepen om het opwekken van zonne-energie te stimuleren.

2.2

Provinciaal beleid

Provinciale Omgevingsvisie Drenthe Onderdeel van de gewenste energietransitie van de provincie Drenthe is het stimuleren van een hogere productie van zonnestroom (zonnepanelen) en zonnewarmte (zonnecollectoren). De provincie streeft naar een flinke uitbreiding van zonnewarmte en zonnestroom. De provincie wijst geen locaties aan en sluit op voorhand geen locaties uit. De beoordeling of een specifiek initiatief past bij de eigenschappen en kwaliteiten van een specifieke plek wordt als maatwerk gezien. Vanuit het oogpunt van het stimuleren van een hogere productie van zonnestroom (zonnepanelen) en zonnewarmte (zonnecollectoren) in relatie tot het zuinig en doelmatig omgaan met het gebruik van de ruimte en daarmee met de kernkwaliteiten, is de “zonneladder” in de Omgevingsvisie geïntroduceerd. Met dit ruimtelijk kader voor de toepassing van zonne-energie (de “zonneladder”) wordt beoogd om bij deze ontwikkelingen de ruimtelijke kwaliteit te borgen. De “zonneladder” is voor de grondgebonden toepassing verder uitgewerkt in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde “Beleidskader Zonne-akkers”. Met betrekking tot de realisatie van zonneakkers (zonneparken) wordt gestreefd dat zonneakkers daar tot stand komen waar ze zich het beste verhouden tot het bestaande landschap en de omliggende energiebehoefte.

Met de realisatie van zonneakkers worden de installaties aan het landschap toegevoegd. De locatie specifieke aspecten (waaronder de mate van openheid) en het omliggend gebied vormen de ruimtelijk-fysieke context voor een zonne-akker. Deze locatie specifieke aspecten dienen te worden betrokken bij het ontwerp voor de inrichting. De vorm, dichtheid en hoogte van de opstelling, de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik en aandacht voor het ontwerp van de randen vragen daarin specifieke aandacht.

8

Achtergrond In de omgevingsvisie is opgenomen dat de provincie inzet op duurzame energievoorziening en CO2-reductie. De inpassing in het landschap van ruimtelijke ontwikkelingen behorende bij de energietransitie vraagt om een zorgvuldige benadering. De aanleg van grondgebonden zonne-installaties op maaiveld staat de provincie toe in bestaand stedelijk gebied. Gedacht kan worden aan bedrijventerreinen en woningbouwlocaties die op korte tot middellange termijn geen invulling zullen krijgen. Er gelden daarbij voorwaarden die zorgen voor een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Voor realisatie van zonneakkers in het buitengebied zet de provincie in op twee typen van initiatieven voor zonneakkers: a. breed maatschappelijk gedragen (veelal lokale) initiatieven in de vorm van relatief kleinschalige akkers op of aan de randen van woon- of (afronding van) werklocaties. Het gaat hierbij om maatschappelijke initiatieven die zowel inhaken op het “nieuwe” naoberschap, menselijke maat en kleinschaligheid. Daarnaast moet het initiatief in balans zijn met de lokale energiebehoefte. Dergelijke initiatieven kunnen verspreid in Drenthe ontstaan; b. een initiatief dat een iconische uitstraling heeft door de ligging en de vorm of het ontwerp en een voorbeelduitwerking uitstraalt voor de realisatie van duurzame energie.

Bij dergelijke initiatieven draagt het produceren van zonnestroom bij aan het vergroenen van het imago van een functie, gebied of sector. Drenthe heeft potentie om voor enkele locaties een dergelijk statement te maken. Gedacht wordt aan goed zichtbare en beeldbepalende locaties. Ruimtelijke verkenning zonne-akkers in de provincie Drenthe In 2014 is een verkenning uitgevoerd vanuit visueel-ruimtelijk oogpunt welke randvoorwaarden, kansen en concepten er zijn rondom grootschalige zonne-akkers (5ha -20ha) in Drenthe. Centraal onderdeel is het uitwerken van vier voorbeeldcases. Met deze uitwerking worden de mogelijkheden verkend om Drentse zonneakkers te ontwikkelen en inzichten gegeven in de ruimtelijke randvoorwaarden die daarbij horen. Een nadere uitwerking van het provinciaal beleidskader is opgenomen in bijlage 1.

9

De Zo nne la dde r v an H oo ge ve e n

3

Het Hoogeveense beleid voor zonneparken kenmerkt zich door een uitnodigend karakter. Dit betekent dat op voorhand geen locaties worden aangewezen en slechts enkele locaties worden uitgesloten.

3.1

Opzet zonneladder

Voor het toestaan van zonneparken worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • waar mogelijk inzetten op multifunctioneel ruimtegebruik; • zo veel mogelijk koppeling tot stand brengen tussen de plek waar de energie wordt opgewekt en verbruikt; • omvang van een zonnepark sluit in maat en schaal aan bij de omgeving; • een zonnepark is altijd ingepast in de omgeving; • zonnepark initiatieven vanuit de dorpen (met maatschappelijk draagvlak en meerwaarde) hebben voorrang op initiatieven van derden; • geen zonneparken in landschappelijk, natuurlijk of cultuurhistorisch waardevol gebied. Deze uitgangspunten hebben geleid tot de gemeentelijke zonneladder. De zonneladder brengt hiërarchie aan in het beoordelen van de geschiktheid van locaties voor het winnen van zonne-energie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in 4 soorten locaties: 0. 1. 2. 3.

Uitzonderingsgebieden; Op daken; Binnen bebouwd gebied; Buiten de bebouwde kom.

Initiatiefnemers van een zonnepark moeten de keuze voor hun locatie motiveren aan de hand van de zonneladder. Voor initiatieven buiten de bebouwde kom moet dus gemotiveerd worden aangetoond dat het plaatsen van panelen op naastgelegen daken of binnen bebouwd gebied geen mogelijkheid is.

10

Overzicht stappen zonneladde

3.2

Stap 0: uitzonderingsgebieden

Binnen de gemeente Hoogeveen zijn enkele locaties aan te wijzen die zich om diverse redenen niet lenen voor de transformatie naar een zonnepark. Het gaat om onderstaande gebieden (zie overzichtskaart bijlage 2). Landschappelijk waardevolle gebieden Essen Van cultuurhistorisch belang zijn de nu nog zichtbare essen, die zich bevinden in het noorden van de gemeente. De essen zijn een belangrijk onderdeel van het landbouwsysteem dat tot het eind van de negentiende eeuw in grote delen van Drenthe gemeengoed was. De bolle ligging van de essen als gevolg van het opbrengen van mest en plaggen is nog steeds herkenbaar en zichtbaar. Omwille van de beleving en afleesbaarheid van de historie van het gebied en de grote cultuurhistorische en landschappelijke waarde van essen is het onwenselijk om zonneparken op essen te realiseren. Deze gebieden worden daarom op voorhand uitgesloten. Beekdalen Ten noordwesten van Hoogeveen is het beekdal van het Oude Diep gelegen. Het lager gelegen beekdal fungeert van oudsher als hooiland en weiland voor het vee. Tegenwoordig vervullen de beekdalen een belangrijke rol in de waterhuishouding van een gebied.

11

De beekdalen zijn van een dusdanige hydrologische, landschappelijke en (vaak ook) ecologische waarde, dat het realiseren van zonneparken in beekdalen niet wenselijk is. NatuurNetwerk Nederland Verspreid door de gemeente ligt het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze natuurgebieden dienen conform de gestelde natuurdoelen in het Natuurbeheerplan te worden gerealiseerd. Zonneparken verhouden zich niet gemakkelijk tot deze natuurdoelen, daarom is realisatie hiervan binnen het NNN niet mogelijk. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de Ecologische verbindingszones (EVZ), die de gebieden onderling met elkaar (moeten) verbinden. Bebouwde kom van de dorpen De gemeente Hoogeveen kent tien dorpen: Elim, Fluitenberg, Hollandscheveld, Nieuw Moscou, Nieuweroord, Nieuwlande, Noordscheschut, Pesse, Stuifzand en Tiendeveen. Zonneparken hebben veelal een grootschalig en bedrijfsmatig karakter, wat haaks staat op het kleinschalige, dorpse karakter van deze kernen. Daarom worden zonneparken binnen de planologische komgrenzen van deze dorpen niet passend geacht. Voor de volledigheid wordt vermeld dat de stad Hoogeveen niet tot de uitzonderingsgebieden wordt gerekend.

3.3

Stap 1: op daken

Het opwekken van zonne-energie met gebouwgebonden installaties wordt zo veel mogelijk gestimuleerd. Hier gaat dan ook in eerste instantie de voorkeur naar uit. Op de gemeentelijke website is een digitaal raadpleegbare Zonnekaart geplaatst. Deze kaart toont alle dakvlakken die voldoende zoninstraling hebben en geeft een betrouwbare inschatting van het aantal zonnepanelen dat hierop geplaatst kan worden. Ook kan met behulp van een eenvoudige rekenmodule snel uitgerekend worden wat de investering zal opleveren. De zonnekaart is gebaseerd op een nauwkeurig hoogtebestand (AHN2) van Rijkswaterstaat. Met dit hoogtebestand is de zoninstraling berekend die rekening houdt met schaduwwerking van bijvoorbeeld omringende gebouwen, bomen, dakkapellen en schoorstenen op elk moment van het jaar. De zoninstralingskaart geeft een nauwkeurig beeld van de dakdelen die voldoende zoninval hebben. Dakdelen met teveel schaduw door bomen of door ongunstige oriëntatie zijn automatisch uitgefilterd en worden niet meegenomen in de berekening. De uitkomsten zijn geijkt met historische weerdata van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI). Een zonnepaneel kan meestal vergunningsvrij worden aangebracht, als het zonnepaneel ten minste niet wordt gebouwd op een monument of op een gebouw binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht.

Voor het vergunningsvrij aanbrengen van een zonnepaneel moet daarnaast worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

12

1. Het zonnepaneel wordt op een dak geplaatst; 2. Het paneel vormt een geheel met de installatie voor het opwekken van elektriciteit. Als dat niet het geval is, dan moet die installatie binnen in het betreffende gebouw worden geplaatst; 3. Komt het zonnepaneel op een schuin dak, dan geldt dat: a. het paneel niet mag uitsteken en dus aan alle kanten binnen het vlak van het dak moet blijven, b. het paneel in of direct op het dakvlak moet worden geplaatst,

c. de hellingshoek van het paneel hetzelfde moet zijn als die van het dakvlak waarop het staat; 4. Komt het zonnepaneel op een plat dak, dan geldt dat het paneel ten minste net zo ver verwijderd moet blijven van de dakrand als het paneel hoog is. Is het hoogste punt bijvoorbeeld 50 centimeter, dan moet de afstand tot de dakrand(en) ook minimaal 50 centimeter zijn.

13

3.4

Stap 2: binnen bebouwd gebied

Wanneer voor het ingediende initiatief voor het opwekken van zonne-energie geen of onvoldoende geschikte ruimte beschikbaar is op gebouwen, heeft het de voorkeur om een zonnepark te realiseren op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Binnen het bebouwd gebied is ruimte voor grondgebonden zonnepanelen op braakliggende of niet langdurig in gebruik zijnde terreinen binnen de kern Hoogeveen en er is ruimte voor (niet grondgebonden) zonnepanelen als sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik. In de stad Hoogeveen kan gedacht worden aan leegstaande kavels op bedrijventerreinen, deels ontwikkelde bedrijventerreinen of onbenutte percelen elders in de stad die op korte tot middellange termijn geen invulling krijgen en daarmee geschikt kunnen zijn voor de opwekking van zonne-energie. Een andere mogelijkheid binnen bebouwd gebied is inzetten op multifunctioneel gebruik. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld parkeerruimte in combinatie met overkappingen met zonnepanelen. Of het combineren van infrastructuur, zoals fietspaden, met zonnecellen. Bij bovenstaande initiatieven geldt dat er sprake moet zijn van een zorgvuldie inpassing en passende vormgeving. Belangrijk uitgangspunt is daarnaast dat omwonenden vanaf het begin worden betrokken bij de planvorming.

14

3.5

Stap 3: buiten bebouwd gebied

Het realiseren van zonneparken buiten bebouwd gebied dient altijd te voldoen aan de voorwaarde dat het initiatief op draagvlak vanuit de directe omgeving kan rekenen en er aandacht is besteed aan de inbedding van een zonnepark in het landschap. Bovendien dient bepaald te worden of er een koppeling gelegd kan worden tussen de opwekking en de afname van de stroom. Er zijn verschillende mogelijkheden om een zonneweide in het buitengebied van Hoogeveen te realiseren: • gekoppeld aan een bedrijventerrein of grootschalige infrastructuur; • gekoppeld aan de dorpen; • vrij liggend in het buitengebied. Het kan voorkomen dat een zonnepark is gepland op een plek die voldoet aan twee of zelfs drie van de bovenstaande categorieën. Indien de initiatiefnemer in die situaties kiest voor hoge opstellingen in het veld, dan is het van belang dat de eventueel direct omwonenden zich hierin kunnen vinden.

3.5.1

Koppeling bedrijventerrein of infrastructuur

Mogelijkheden Er zijn goede kansen om zonneparken te koppelen aan bedrijventerreinen en verkeersinfrastructuur van (boven)regionale schaal. Dat geldt in het bijzonder voor zonneparken die de lokale maat en schaal overstijgen.

15

Infrastructuur De rijkswegen A28 en A37 worden tot de bovenregionale infrastructuur gerekend. Een grotere maat en schaal zonneparken is hier passend zonder het landschap sterk aan te tasten. Daarbij kan onder andere gedacht worden aan de combinatie van geluidswallen/schermen en zonnepanelen op de taluds en op- en afritten langs de snelwegen. Ook de spoorlijn Zwolle – Groningen hoort bij de bovenregionale infrastructuur, maar de spoorlijn doorkruist vooral gebieden die al op voorhand zijn uitgesloten van zonneparken, zoals beekdalen. Daarom biedt de spoorlijn geen redelijk perspectief. Randvoorwaarden voor zonneparken bij infrastructuur zijn: 1. dat een zonnepark direct aan de weginfrastructuur is gekoppeld; 2. dat het zonnepark geen hinder voor het verkeer mag opleveren, dat er een directe relatie is tussen het zonnepark en de weg en dat er goede overgangen worden ontwikkeld tussen het zonnepark en de directe omgeving; 3. draagvlak en maatschappelijke meerwaarde (bv afzet energie in wijk, participatie in project, aanvullende voorzieningen in wijk).

Bedrijventerrein Een bedrijventerrein heeft een industrieel en grootschalig karakter. Direct grenzend aan dergelijke terreinen zijn kansen om grote zonneparken te ontwikkelen. Bovendien kan een zonnepark bijdragen aan een duurzame uitstraling van het bedrijventerrein en uitnodigend werken voor toekomstige bedrijven. De bedrijventerreinen Buitenvaart, Riegmeer, Toldijk en De Wieken en het bedrijvengebied aan de Europaweg/Stephensonstraat worden tot deze categorie gerekend. Zonneparken binnen 100 meter van de rand van deze bedrijventerreinen behoren tot deze categorie.

16

Voorwaarden voor inpassing Maat en schaal De maat en schaal van zonneparken sluit aan bij de bovenregionale maat en schaal van de infrastructuur en bedrijventerreinen. Daar is geen maximummaat aan te koppelen. De totale omvang van een zonnepark kan over meerdere percelen worden verdeeld. Bestaande kavelgrenzen worden gerespecteerd. Aanzicht en inpassing Ten aanzien van de hoogte van de panelen wordt een maximumhoogte van 3,0 meter gehanteerd. Wel moeten de panelen van hetzelfde type zijn en geordend worden geplaatst in dezelfde opstelling (dus geen opstelling met liggende en staande zonnepanelen) om een onrustig beeld te voorkomen.

17

Opzet en inrichting • Zonnepanelen zoveel mogelijk in een rechthoekige tot vierkante opzet plaatsen; • Bestaande perceelsgrenzen worden gerespecteerd; • Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij; • Ontsluiting zonnepark bij voorkeur op dichtstbijzijnde weg; • Noodzakelijke voorzieningen zoals transformatorhuisjes e.d. bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ontsluiting/afstand tot woningen zo groot mogelijk. Inpassing • Behoud de bestaande landschapsbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; • Voeg nieuwe landschapsbeplanting toe als dat bijdraagt aan een betere inbedding van het zonnepark in de omgeving. Vormgeving • Geef aandacht aan een hoogwaardige vormgeving van (zichtbare) hekwerken en andere bouwwerken; • Combineer waar mogelijk hekwerken met beplanting of een aarden wal, zodat hekwerken niet zichtbaar zijn vanaf de weg; • Kies voor zonnepanelen met een donkere tot zwarte kleurstelling met coating om hinderlijke schittering te voorkomen.

3.5.2

Koppeling dorpen

Mogelijkheden De dorpsranden beslaan een ander deelgebied waarbinnen onder voorwaarden de realisatie van zonneparken is toegestaan. Alleen zonneparken die worden gerealiseerd binnen een straal van 100 meter tot de (planologische) bebouwde kom worden tot deze categorie gerekend. Alleen dan is er nog een duidelijk ruimtelijke relatie tussen de plek waar energie wordt opgewekt en verbruikt. De maat en schaal van zonneparken moet in dit geval aansluiten bij de omgeving. Er zal veelal sprake zijn van een lokale schaal. Daarbij geldt als uitgangspunt dat er een balans moet worden gezocht tussen de productie en de afname van zonneenergie in de omgeving. Voor zonneparken bij de dorpen is het maatschappelijk draagvlak van groot belang. Als aanvullende randvoorwaarde geldt dat naast draagvlak met het zonnepark ook maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd. Hierbij kan gedacht worden aan de afzet van de energie aan het dorp of bijvoorbeeld de sportvoorziening. De maatschappelijke meerwaarde kan daarnaast gezocht worden in het bieden

18

van nieuwe/aanvullende voorzieningen op de locatie, zoals een door de omgeving gewenst recreatief pad door of langs de velden of nieuwe (speel)natuur. Bij dit deelgebied is het een randvoorwaarde dat er naast maatschappelijk draagvlak, ook een maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd.

Voorwaarden voor inpassing Maat en schaal De grootte van een zonnepark moet passen bij het dorp. Voor de omvang voor zonneparken bij de dorpen geldt dat deze is afgestemd op de aard, de schaal en de energiebehoefte van een dorp. Daarom geldt een richtlijn voor de maximum oppervlakte. Op basis van de gegevens die op de website www.hieropgewekt.nl aanwezig zijn, levert 1 ha zonnepark stroom voor circa 200 huishoudens. We hanteren deze maatverhouding als uitgangspunt voor een zonnepark bij de dorpen. Hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met het te hanteren bebouwingspercentage per deelgebied (zie paragraaf 3.5.3). Aanzicht en inpassing Zonneparken bij de dorpen kunnen in het (directe) zicht van omwonenden liggen. Het zicht op de panelen speelt dan ook een belangrijke rol. Als richtlijn wordt een hoogte van 1 meter voor de panelen gehanteerd. Waarbij een hoogte tot 2,50 meter tot de mogelijkheden behoort als dat blijkt uit het maatschappelijk draagvlak. Om het zicht op de zonnepanelen te beperken wordt een zonnepark voorzien van een passende inkadering in het gebied en wordt een afstand aangehouden tot de randen van het perceel van in ieder geval 10 meter. De bestaande verkavelingsen/of beplantingsstructuur is leidend voor de inpassing van een zonnepark. Deze landschappelijke inpassing moet voldoende draagvlak hebben van het dorp en in het bijzonder de direct omwonenden.

In het hiernavolgende overzicht zijn de richtlijnen weergegeven.

19

Opzet en inrichting • Zonnepanelen zoveel mogelijk in een rechthoekige tot vierkante opzet plaatsen; • Probeer een zonnepark binnen de bestaande perceelsgrenzen te situeren; • Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij. • Ontsluiting zonnepark bij voorkeur via dichtstbijzijnde weg; • Noodzakelijke voorzieningen zoals transformatorhuisjes e.d. bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ontsluiting plaatsen/afstand tot woningen zo groot mogelijk; • Het zonnepark houdt minimaal 10 meter afstand tot de randen van het perceel. Inpassing • Behoud voor zover mogelijk de bestaande landschapsbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; • Nieuwe landschapsbeplanting onttrekt het zonnepark voor een deel aan het zicht; • Geef extra aandacht aan de inpassing aan de zijden van het zonnepark die vanaf de openbare weg of vanaf het er van omwonenden zichtbaar zijn; • Geschikte vormen van inpassing zijn:

Vormgeving • Geef aandacht aan een hoogwaardige vormgeving van (zichtbare) hekwerken en andere bouwwerken; • Combineer waar mogelijk hekwerken met beplanting of een aarden wal, zodat hekwerken niet zichtbaar zijn vanaf de weg; • Kies voor zonnepanelen met een donkere tot zwarte kleurstelling met coating om hinderlijke schittering te voorkomen.

20

3.5.3

Koppeling landschap

Mogelijkheden Tot slot zijn er mogelijkheden om een zonnepark vrij liggend in het landschap te realiseren. Elk zonnepark zal een verandering van het landschapsbeeld met zich meebrengen. Daarom wordt een maximummaat voor het totaal aan zonneparken in het landelijk gebied gehanteerd. Deze maat is afhankelijk van het landschapstype. Zie voor deze gebieden de overzichtskaart die als bijlage 3 in dit afwegingskader is opgenomen. In vrijwel alle gebieden wordt er vanuit gegaan dat maximaal 20% van de totale oppervlakte per landschapstype mag worden benut als zonnepark. In deze optelling worden ook de eventuele zonneparken bij bedrijventerreinen en dorpen meegerekend. Voor de maat van 20% wordt een uitzondering gemaakt voor de oude veldontginningsgronden rond de dorpen Pesse, Fluitenberg en Zwartschaap. Vanwege de maat en schaal van de oude veldontginningen, ligt de grens binnen die gebieden op maximaal 10% van de totale oppervlakte van het landschapstype zand oude veldontginningen dat mag worden gebruikt als zonnepark. De realisatie van een zonnepark wordt ook als een kans gezien om het landschap een impuls te geven. Daarom geldt als randvoorwaarde voor de realisatie van een zonnepark in het landelijk gebied het volgende: Als een zonnepark vrij liggend in het landschap van Hoogeveen wordt gerealiseerd, moet er een blijvende landschappelijke impuls aan het gebied worden gegeven.

Daarnaast geldt als randvoorwaarde dat het zonnepark geen afbreuk doet aan aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden (zoals vastgelegd in de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart) en aan aanwezige natuurwaarden. Voor de aanleg van een zonnepark vindt in elk geval geen grootschalige bomenkap plaats.

21

Om een blijvende landschappelijke impuls te kunnen geven aan het landschap is in voorkomende gevallen een goede landschappelijke inpassing van groot belang. De manier waarop dat het best passend is, is afhankelijk van het landschapstype. Binnen de gemeente Hoogeveen zijn grofweg twee typen landschappen te onderscheiden die ieder een andere inpassing vragen. Veengebied De veenontginningen zijn gelegen in het oosten en zuiden van de gemeente. Ze worden gekarakteriseerd door een stelsel van vaarten en wijken met opstrekkende verkaveling, lange bebouwingslinten met woningen op de kop van de kavel. De veenontginningen zijn door verschillende compagnieën en in verschillende tijdsperioden uitgevoerd, waardoor ze elk hun eigen karakter hebben. De oudste veenontginningen zijn kleinschalig met smalle kavels, de meest recente ontginningen zijn machinaal uitgevoerd en kennen een veel grotere maat en schaal. In sommige veengebieden zijn nog veel bosgebiedjes, zoals bij Noordscheschut, andere gebieden hebben juist een weids en open karakter. De veengebieden hebben tijden lang gediend als energiedrager bij uitstek. Het veenlandschap was van oudsher leverancier van energie. De gronden zijn landbouwkundig gezien vaak minder waardevol. De realisatie van een zonnepark past dan ook goed binnen dit landschapstype.

Voorwaarden voor inpassing Maat en schaal Het veengebied van Hoogeveen heeft een divers karakter. Het veengebied tussen Alteveer en Zuideropgaande is kleinschalig verkaveld maar kent een grote mate van openheid. Rond Elim en Noordscheschut is diezelfde kleinschaligheid terug te vinden, maar deze gebieden hebben door de vele opgaande beplantingen (bomenlanen, bosjes) een beslotener karakter. De meer recente ontginningen ten oosten van Nieuwlande en rond Nieuweroord en Tiendeveen zijn juist meer grootschalig. Ook hier is de weidsheid terug te vinden. Vooral in de meer open gebieden liggen kansen om een zonnepark als geheel te ervaren en daarin de patronen van het landschap te herkennen. In de meer besloten veengebieden rond Noordscheschut en Elim is het van belang dat de maat zich voegt naar het kleinschalige karakter van het landschap. Het veengebied is ontstaan vanuit ontginningsassen. Aan deze lange lijnen in het landschap zijn dorpen gegroeid. Op de overzichtskaart die in bijlage 3 is opgenomen zijn de ontginningsassen weergegeven. De ontginningsassen zijn de dragers van de ruimtelijke structuur van het gebied en bepalend voor de herkenbaarheid en afleesbaarheid van het landschap. Een zonnepark in het veengebied moet minimaal 100 meter afstand houden van de ontginningsassen in het gebied. Hier kan alleen van worden afgeweken indien de inbreuk op het landschap zeer gering is.

22

Aanzicht en inpassing In het veengebied staat openheid centraal. Hierdoor zal een zonnepark zichtbaar zijn vanuit de omgeving. Uitgangspunt is dat er vrij zicht over het veld mogelijk moet blijven waarbij de horizon gezien kan worden. Om die reden zijn opstellingen tot maximaal 1,8 meter hoog toegestaan. Omdat het zonnepark in het zicht blijft, dient er een logisch, gestructureerd patroon van panelen te worden gemaakt. De randen van de panelenvelden zijn afgestemd op de lijnen in het landschap. Daarbij wordt vastgehouden aan bestaande perceelsgrenzen en verkaveling. Een goed ontworpen, op de richting van het landschap afgestemd panelenveld kan het karakter van het landschap benadrukken en versterken. Vanuit de landschappelijke karakteristiek van het gebied kunnen de volgende randvoorwaarden meegegeven worden.

23

Opzet en inrichting • Zonnepanelen zoveel mogelijk in een rechthoekige tot vierkante opzet plaatsen; • Het zonnepark respecteert bestaande perceelgrenzen, beplantingsstructuren, wijken en sloten; • Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij. • Ontsluiting zonneparken bij voorkeur via dichtstbijzijnde weg; • Noodzakelijke voorzieningen zoals transformatorhuisjes e.d. bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ontsluiting plaatsen/afstand tot woningen zo groot mogelijk. Inpassing • Behoud voor zover mogelijk de bestaande landschapsbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; • Nieuwe landschapsbeplanting onttrekt het zonnepark voor een deel aan het zicht en draagt (voor een deel) bij aan structuurversterking van het landschap; • Geef extra aandacht aan de inpassing aan de zijden van het zonnepark die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn; • Houd minimaal 100 m afstand van de ontginningsassen, tenzij impact op landschap gering is; • De ruimteclaim voor inpassing moet in verhouding staan tot het effect met als doel zo spaarzaam mogelijk met landbouwgrond om te gaan; • Geschikte vormen van inpassing, afhankelijk van het besloten of open karakter van het veenlandschap zijn:

Vormgeving • Geef aandacht aan een hoogwaardige vormgeving van (zichtbare) hekwerken en andere bouwwerken; • Combineer waar mogelijk hekwerken met beplanting of een aarden wal, zodat hekwerken niet zichtbaar zijn vanaf de weg; • Kies voor zonnepanelen met een donkere tot zwarte kleurstelling met coating om hinderlijke schittering te voorkomen.

24

Zandgronden In het noorden en westen van de gemeente zijn de zandgronden gelegen. Op de zandgronden liggen de essen met bijbehorende esdorpen, kampen en goorns. Hier zijn ook de latere heideontginningen terug te vinden. De zandgronden hebben een kleinschaliger en meer besloten karakter dan de veengebieden. Binnen de kaders van de patronen van dit landschap is het mogelijk om zonneparken te realiseren. Voorwaarden voor inpassing Maat en schaal Binnen de zandgronden is het van belang dat de maat zich voegt naar het karakter van het landschap. Binnen het gebied kan verschil worden gemaakt tussen de oude veldgronden rond de dorpen en de jonge veldontginningen die pas na 1900 zijn ontgonnen. De oude veldgronden hebben een kleinere maat en schaal dan de jonge veldontginningen. Aanzicht en inpassing De zandgronden hebben een overwegend besloten karakter. Zonneparken kunnen goed in de landschappelijke structuur worden ingebed en voorzien van een passende inpassing. Zonneparken kunnen zo opgaan in het landschappelijke totaalbeeld, afgestemd op de maat, schaal en de bestaande patronen van het landschap. Panelen tot een hoogte van 1,8 meter kunnen goed landschappelijk ingebed worden. Dit is de maximale toegestane hoogte voor dit landschapstype. Vanuit de landschappelijke karakteristiek van het gebied kunnen de volgende randvoorwaarden meegegeven worden.

25

Opzet en inrichting • Zonnepanelen zoveel mogelijk in een rechthoekige tot vierkante opzet plaatsen; • Het zonnepark respecteert bestaande perceelgrenzen en beplantingsstructuren; • Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij. • Ontsluiting zonnepark bij voorkeur op dichtstbijzijnde weg; • Noodzakelijke voorzieningen zoals transformatorhuisjes e.d. bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ontsluiting plaatsen/afstand tot woningen zo groot mogelijk. Inpassing • Behoud voor zover mogelijk de bestaande landschapsbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; • Nieuwe landschapsbeplanting onttrekt het zonnepark voor een deel aan het zicht en draagt (voor een deel) bij aan structuurversterking van het landschap; • Geef extra aandacht aan de inpassing aan de zijden van het zonnepark die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn; • Geschikte vormen van inpassing zijn:

Vormgeving • Geef aandacht aan een hoogwaardige vormgeving van (zichtbare) hekwerken en andere bouwwerken; • Combineer waar mogelijk hekwerken met beplanting of een aarden wal, zodat hekwerken niet zichtbaar zijn vanaf de weg; • Kies voor zonnepanelen met een donkere tot zwarte kleurstelling met coating om hinderlijke schittering te voorkomen.

26

3.5.4

Referentiebeelden

Bijgevoegd zijn enkele referentiebeelden voor zonneweiden in het landelijk gebied.

27

28

3.5.5

Stap 3 samengevat

In onderstaande tabel en bijgevoegde overzichtskaart zijn de hiervoor genoemde uitgangspunten voor de verschillende categorieën locaties kort samengevat

extra inspanning

infrastructuur/ bedrijventerrein

dorpen

geen

maatschappelijke meerwaarde

vrij

vrij

maat, schaal per aaneengesloten zonnepark.

vrij

aanzicht en inpassing

max. 3,0m hoog

grootte op basis van maatschappelijk draagvlak (richtlijn: 1 ha/200 huishoudens

afstanden

direct gekoppeld aan infra of binnen 100m van bedrijventerein

bebouwings % per deelgebied

tussen 1 en 2,5m hoog, draagvlak dorp sturend. voorzien van landschappelijke inpassing binnen 100m van bebouwde kom (planologische komgrens)

zand oud

zand jong

veen besloten

veen open

landschappelijke meerwaarde op structuurniveau

landschappelijke meerwaarde op structuurniveau

landschappelijke meerwaarde op structuurniveau

landschappelijke meerwaarde op structuurniveau

vrij

vrij

vrij

vrij

max. 1,8m hoog voorzien van landschappelijke inpassing

max. 1,8m hoog voorzien van landschappelijke inpassing

max. 1,8m hoog voorzien van landschappelijke inpassing

max. 1,8m hoog voorzien van landschappelijke inpassing

vrij

vrij

vrij

min. 100m tot ontginningslint

max. 10%

max. 20%

max. 20%

max. 20%

29

O p w e g na a r u i t voeri n g

4

Procedure vergunningverlening zonneweide In paragraaf 3.4 en 3.5 is uiteengezet hoe de zonneparken binnen en buiten de bebouwde kom worden opgezet, ingericht, ingepast en vormgegeven. Deze paragraaf beschrijft de procedure voor de aanvraag van een zonnepark. Als de gemeente Hoogeveen heeft beoordeeld dat de plannen voor het zonnepark passend zijn binnen de zonnestrategie kan onderstaande procedureschema als richtlijn worden gebruikt. Het procedureschema gaat uit van een uitgebreide omgevingsvergunning (Wabo artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3).

Fase

1. startgesprek

2. omwonenden betrekken 3. inrichtingstekening

4. overeenkomst

5. conceptfase

6. beoordeling 7. ontwerpfase

inhoud

wie

tijdsduur

Afspraken maken en onduidelijkheden wegnemen (aanwezig zijn de vergunningverlener en medewerker Ruimtelijke Ordening).

De initiatiefnemer meldt zich en de gemeente Hoogeveen nodigt de initiatiefnemer uit.

Binnen 2 weken na melding.

De initiatiefnemer nodigt omwonenden uit.

Naar eigen inzicht; maar in ieder geval binnen 2 maanden na startgesprek.

Een inrichtingstekening op een voldoende getailleerde schaal aanleveren, waarop alle nieuwe en bestaande bebouwing en landschapselementen te vinden zijn.

De initiatiefnemer levert een inrichtingstekening aan.

Naar eigen inzicht; maar in ieder geval binnen 2 maanden na startgesprek.

De inrichtingstekening en het participatieplan zijn de basis voor en onderdeel van de overeenkomst (waarin kosten en verplichtingen (o.a. planschade) worden vastgelegd).

De gemeente Hoogeveen stelt de te tekenen overeenkomst op. Zowel initiatiefnemer als gemeente (collegebesluit) ondertekenen de overeenkomst.

Vervolgens kunnen de benodigde stukken voor de te verlenen omgevingsvergunning worden aangeleverd (goede landschappelijke inpassing en ruimtelijke onderbouwing zijn ook verplicht).

De initiatiefnemer levert de noodzakelijke stukken aan.

Binnen 4 weken na ontvangst van de door de gemeente goedgekeurde inrichtingstekening en participatieplan wordt de overeenkomst opgesteld. Ondertekening naar eigen inzicht.

Als alle stukken volledig en akkoord zijn kan het ontwerp van de omgevingsvergunning ter inzage worden gelegd.

De gemeente Hoogveen legt alle stukken ter inzage.

Omwonenden worden betrokken bij de planvorming en krijgen de mogelijkheid om te participeren in het plan. Dit wordt uitgewerkt in een participatieplan.

Het beoordelen van alle aangeleverde stukken.

8. verlenen vergunning De definitieve omgevingsvergunning

wordt door de gemeente Hoogeveen verstuurd.

*alleen als er geen bezwaar is ingediend.

Naar eigen inzicht; maar in ieder geval binnen 2 maanden na het tekenen van de overeenkomst.

De gemeente en RUD beoordelen alle aangeleverde stukken.

Binnen 4 weken na de ontvangst van het desbetreffende stuk.

De gemeente Hoogeveen verleent de omgevingsvergunning.

Binnen 2 weken na het aflopen van de terinzage termijn*.

8 weken (2 weken voorbereiden publicatie ruimtelijke plannen + 6 weken ter inzage leggen).

30

Geldigheidsduur omgevingsvergunning De vergunning wordt voor de exploitatieduur van 25 jaar afgegeven. Dit houdt in dat het zonnepark na de realisatie gedurende 25 jaar geëxploiteerd mag worden. Het zonnepark dient binnen 2 jaar na verlening van de omgevingsvergunning gerealiseerd te worden. Indien dit niet het geval is wordt de vergunning ingetrokken. Bestemmingsplan De bestemming van het terrein waarop de zonnepanelen worden aangebracht blijft zoals in het bestemmingsplan is benoemd en wordt dus niet aangepast. Voorbeeld: Grond met een agrarische bestemming behoudt deze tijdens de exploitatietijd van het zonnepark en heeft na 25 jaar nog steeds een agrarische bestemming. Elektriciteitsnetwerk Voor de aanleg van de zonnepark geldt dat de verantwoordelijkheid voor aansluiting op het elektriciteitsnetwerk bij de initiatiefnemer ligt. Om inzicht te krijgen in de economische en technische haalbaarheid dient de initiatiefnemer vroegtijdig contact op te nemen met de verantwoordelijke netbeheerder. In bijlage 4 is een kaartje opgenomen waarop met rood het gebied van netbeheerder Rendo is aangegeven. In het overige gebied is Enexis de verantwoordelijke netbeheerder. Instandhouding In een overeenkomst die wordt aangegaan met de initiatiefnemer worden afspraken gemaakt over de duurzame instandhouding van de (bestaande en nieuwe) landschapselementen.

Hierbij worden ook afspraken gemaakt over een eventuele beëindiging van een zonnepark. Maatwerk Doorgaans kunnen zonneparken gerealiseerd worden met een uitgebreide omgevingsvergunning. In overleg en met goede argumenten zijn ook andere juridische constructies bespreekbaar. Dit betreft echter maatwerk. Vangnetregeling Indien vanwege bijzondere omstandigheden de toepassing van het afwegingskader zonne-energie Hoogeveen, naar het oordeel van het college, zou leiden tot een onredelijke, maatschappelijk of landschappelijk/cultuurhistorisch onverantwoorde beslissing, behoudt het college het recht om af te wijken van het bepaalde in dit kader.

31

Bi jlage n Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4:

Beleidskader provincie Drenthe Overzichtskaart met uitzonderingsgebieden Overzichtskaart verschillende gebieden (landschapstypen) Gebiedsindeling netbeheerders

32

33

Bijlage 1. Beleidskader provincie Drenthe: Zonneladder Drenthe Het beleid van de provincie voor zonneakkers kenmerkt zich door een uitnodigend karakter. Dit betekent dat de provincie op voorhand geen locaties aanwijst of uitsluit. De beoordeling of een specifiek initiatief matcht met de eigenschappen en kwaliteiten van een specifieke plek wordt gezien als maatwerk. De provincie legt de handschoen neer bij initiatiefnemers om tot passende voorstellen te komen. Bij het toepassen van deze benadering wordt als eerst gekeken waar een initiatief thuis hoort op de Zonneladder. De Zonneladder brengt hiërarchie aan in het beoordelen van de geschiktheid van locaties: pas wanneer locaties op een lagere trede van de ladder voor een bepaald initiatief niet voldoende beschikbaar of geschikt zijn, komen locaties op een hogere trede in beeld.

1. Gebouwgebonden; zon op daken De productie van zonne-energie wordt zo mogelijk gerealiseerd met behulp van gebouwgebonden installaties. Bij de toepassing op beschikbaar en geschikt dakoppervlak streeft de provincie naar een architectonisch rustig en evenwichtig beeld. 2. Grondgebonden; zon op maaiveld De aanleg van grondgebonden zonne-installaties op maaiveld staat de provincie toe in bestaand stedelijk gebied. Gedacht kan worden aan bedrijventerreinen en woningbouwlocaties die op korte tot middellange termijn geen invulling zullen krijgen. Er gelden daarbij voorwaarden die zorgen voor een zorgvuldige ruimtelijke inpassing.

34

3. Initiatieven met maatschappelijk draagvlak Grondgebonden zonne-installaties buiten bestaand stedelijk gebied kunnen alleen dan op een positieve houding rekenen wanneer de initiatieven voorzien zijn van een breed maatschappelijk draagvlak en kunnen rekenen op betrokkenheid vanuit de directe omgeving. Bij maatschappelijke initiatieven die inhaken op noaberschap, menselijke maat en kleinschaligheid – bijvoorbeeld in de vorm van lokale energiecoöperaties – kan in samenspraak met de initiatiefnemers verkend worden onder welke voorwaarden toepassing mogelijk is. Ruimte voor zonne-energie in Drenthe Met het Beleidskader zonneakkers vraagt de provincie van initiatiefnemers dat ze hun plannen zorgvuldig inpassen. Het Beleidskader vormt een uitwerking van de Zonneladder en omvat drie aandachtsvelden: locaties, omvang en ruimtelijke inpassing. I. Locaties zonneakkers op of naast andere functies De provincie ziet verschillende aanknopingspunten voor koppeling van bepaalde locatiefuncties aan de ontwikkeling van zonneakkers: 1. Aan de randen van woon- of werklocaties zien we mogelijkheden om lokale opwekking van zonnestroom direct te koppelen aan de eindge-bruiker(s). 2. Binnen de provincie zijn plekken en gebieden waar bestaande func-ties te combineren zijn met installaties voor zonne-energie. Er ontstaat meerwaarde door multifunctioneel ruimtegebruik. 3.

Bepaalde bijzondere locaties, zoals vuilstorten, luchthavens, circuits of infrastructurele projecten, lenen zich door ligging en/of vorm voor initiatieven met een iconische uitstraling. II. Omvang zonneakkers in balans met energieafname omgeving De aanleg van een zonneakker betekent dat een technische installatie in het landschap wordt geplaatst. Naarmate de omvang hiervan toeneemt, wordt ook de uitstraling meer industrieel. De Provincie Drenthe wil een goede ruimtelijke verhouding tussen de oppervlakte van een initiatief en de nabijgelegen (gebouwde) omgeving. Tegelijkertijd is het vanuit zuinig en doelmatig ruimtegebruik wenselijk dat een balans wordt gezocht tussen de productie en de afname van zonne-energie in de omgeving. III. Ruimtelijke inpassing een ontwerp geïnspireerd door kernkwaliteiten Aan de initiatiefnemers wordt gevraagd om een plan op te stellen waarin aandacht is voor de ruimtelijke fysieke context. Aandacht voor een samenhangend ontwerp, meerwaarde voor het gebied en inrichting van de randen zijn hierbij belangrijke aspecten. Juist aan de randen is het belangrijk dat wordt ingespeeld op de omgeving en de kernkwaliteiten in het gebied.

35

Bijlage 2. Overzichtskaart met uitzonderingsgebieden

OVERZICHTSKAART UITZONDERINGSGEBIEDEN

37

Bijlage 3. Overzichtskaart verschillende gebieden (landschapstypen)

OVERZICHTSKAART GEBIEDEN

39

Bijlage 4. Gebiedsindeling netbeheerders

40

Colofon POSTADRES Postbus 20.000 7900 PA Hoogeveen BEZOEKADRES Raadhuisplein 24 7901 BW Hoogeveen TELEFOON 14 0528 FAX 0528 291325 E-MAIL info@hoogeveen.nl INTERNET www.hoogeveen.nl

10-2017 LdO

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12100716/1