Adviesrapport ASD verordening en beleidsregels.docx
Tekst van het document
Advies Concept Verordening Jeugdhulp 2021 en Beleidsregels Jeugdhulp 2021
Adviesaanvraag en verantwoording Op 19 augustus 2021 heeft B&W van de gemeente Hoogeveen de Adviesraad Sociaal Domein Hoogeveen (Adviesraad) formeel om advies gevraagd Conform artikel 6 lid 4 van de Verordening adviesraad sociaal domein Hoogeveen over Beleidsregels Jeugdhulp 2021.Door onduidelijkheid in de begeleidende brief is de aanvraag pas eind augustus in behandeling genomen door de Adviesraad. Bij de adviesaanvraag zijn de volgende stukken meegestuurd: • • •
Brief gemeente Hoogeveen d.d. 19 augustus 2021 via Yoni Bruins en Wilbert van Houten Concept-beleidsregels Jeugdhulp 2021 Concept verordening Jeugdhulp 2021 De Wolden/Hoogeveen.
Bij het beantwoorden van de adviesaanvraag is bovendien gebruik gemaakt van de volgende documenten/bronnen: • Een stuk, geschreven door de adviseurs van Berenschot, Paul Schenderling en Merel de Klerk. • Informatie via internet. Werkwijze De Adviesraad heeft uit haar midden een werkgroep samengesteld en gevraagd het advies voor te bereiden. Het was op deze korte termijn niet mogelijk expertise van buiten te consulteren. De werkgroep heeft naar eer en geweten een concept- advies geschreven dat uiteindelijk in de voltallige Adviesraad is besproken en goedgekeurd. Uitgangspunten voor advisering Het College heeft in haar begeleidende brief aangegeven dat de verordening en nadere regels verdere vertaling geven aan de transformatieopdracht waar alle Nederlandse gemeenten, dus ook gemeente Hoogeveen, voor staan. Een aantal transformatiedoelen zijn: A) Het vergroten van de ’eigen kracht’ van gezinnen en het sociaal netwerk; B) ’Normaliseren en demedicaliseren’ C) Zo ’kortdurend en licht als mogelijk’ is, maar zo ’zwaar en langdurig als nodig’ is; D) Er wordt gekeken naar wat een kind en gezin ’nodig hebben voor een optimale ontwikkeling’, ’minder naar waar men ’recht’ op denkt te hebben’.
Pagina
- gemeente Hoogeveen de afgelopen jaren het jeugdbeleid vaker dan gewenst moest aanpassen. Dit is voor inwoners die jeugdhulp gebruiken erg vervelend, er was weinig stabiliteit. Om het dit keer écht goed te doen is de tijd hiervoor genomen en is de landelijk expert op dit gebied gevraagd de stukken te schrijven;
1
Het College geeft aan dat zij adviesbureau Schulinck heeft gevraagd om de verordening en de nadere regels te (her)schrijven, omdat:
- Schulinck de landelijk expert op het gebied van de Jeugdwet is, en daardoor precies weet wat binnen de Jeugdwet wel en niet kan. Op dit moment ontwikkelt de jurisprudentie rondom jeugdhulp zich in sneltreinvaart. Dit maakt dat er geen ’waarheid’ is; we verhouden ons steeds tot de meest recente uitspraak. Schulinck is goed in staat deze uitspraken te duiden; - Gemeente Hoogeveen een onafhankelijke partij heeft gevraagd te schrijven, omdat deze partij geheel objectief is en niet gehinderd wordt door, bijvoorbeeld, de financiële situatie van de gemeente; Op basis van de bij ons aangeleverde stukken geven wij hieronder overwegingen mee, stellen wij vragen en geven advies over de aangeleverde stukken. Inhoudelijk In uw concept Verordening Jeugdhulp 2021 geeft u in het voorwoord aan dat: - rekening is gehouden met specifieke wensen van de SWO. Welke wensen zijn dit? Dit vinden wij niet terug in de stukken. - de Verordening Jeugdhulp Hoogeveen en de Regeling toegang individuele jeugdhulp gemeente De Wolden 2020 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR635596 als basis zijn genomen bij uitvoering voor deze opdracht. Bij het gebruiken van andere documenten als basis, bestaat de kans dat aannames worden meegenomen. Zijn in dit proces mogelijke aannames overgenomen? Zo ja, welke? In artikel 10 lid 1 is een x geplaatst voor het percentage.
Wellicht is het beter om dit te vervangen voor ’een percentage’ zodat in financiële verordeningen een juist percentage kan worden genoemd. Of de X te vervangen voor een getal. Algemeen Uit het lezen van de beleidstukken lijkt ons dat de beleidsstukken vooral juridisch en financieel bekeken zijn. Ook uit een onderzoek van medewerkers van bureau Berenschot blijkt dit in veel gemeenten het geval, maar Berenschot kijkt ook verder. In het hele bijgevoegde artikel (zie bijlage 1) blijkt hieruit ook een organisatorisch probleem. Gemeenten doen er alles aan om de instroom te beperken, maar zouden meer moeten doen aan de uitstroom. Daarover vinden we niets terug in de Beleidsregels. Bij het zorgvuldig afsluiten van trajecten zou bijvoorbeeld middels Exit-interviews met zowel de jongere als de ouder(s) en bij behandelaars een dergelijke reflectie een hoop kennis opleveren. In de bijlage (pagina 7 van dit stuk) wordt daar naar ons idee ook aan gerefereerd. Advies Wij adviseren om de beleidsregels te toetsen op uitstroom en daar waar mogelijk aan te passen, ook op basis van de transformatiedoelen.
Pagina
2
Ervaringsdeskundigen De Adviesraad hecht veel belang aan de inzet van ervaringsdeskundigen. Jeugdigen zelf, ouders, verzorgers, broers en zussen of naaste familieleden kunnen beter en preciezer vertellen wat een dergelijke grote zorgvraag betekent in een gezin.
Advies Wij adviseren gebruik te maken van hun ervaringen en deskundigheid en hen te vragen mee te denken over bijvoorbeeld het beoordelingskader. Ook adviseren wij betaalde banen te creëren voor ervaringsdeskundigen en hen een rol te laten spelen in de gesprekken met inwoners met een hulpvraag en binnen de Toegang als organisatie Maatwerk De gemeente heeft vanaf 2015 geroepen dat de zorg 'maatwerk' moet worden. Het is niet langer zo dat je 'er recht op hebt' maar het moet zo zijn, dat de zorgvrager die zorg ontvangt die het nodig heeft. Het daadwerkelijk uitvoeren van deze richtlijn zou consequent toegepast moeten worden. Bij het bieden van maatwerk is vanzelfsprekend dat daarbij gekeken wordt naar de gehele situatie van de jeugdige en het gezin. Het is goed om de benodigde hulp en ondersteuning af te stemmen op de precieze hulpvraag en daarbij de draagkracht van het gezin mee te nemen in de overwegingen. Dit kan echter ook betekenen dat er meer zorg en ondersteuning nodig is in een bepaalde situatie dan volgens de huidige criteria van gebruikelijke en bovengebruikelijke zorg vastgesteld zou zijn. Ouders willen graag zelf voor hun kinderen zorgen en zijn bereid meer dan het gebruikelijke te doen voor kun kinderen. Velen zullen over hun eigen grenzen heengaan om hun kind(eren) te helpen.
Als zij aan de bel trekken en aangeven dat er iets nodig is, moet dat zeer serieus genomen worden. Maatwerk leveren betekent dat de jeugdige en het gezin zich zullen herkennen in de oplossing. Als dat niet het geval is, is het zinvol om het gesprek met elkaar voort te zetten totdat er een passende oplossing is. Als ouders het niet eens zijn met de geboden oplossing dan kan men bezwaar maken. Dit betreft echter vaak gezinnen met een zware en intensieve zorgtaak. Het indienen van een aanvraag met alle gesprekken die daarbij horen is vaak al een moeilijke en emotionele stap. Veel ouders ervaren het vragen om hulp voor hun kind(eren) of gezin als een vorm van ouderlijk falen. Dan betekent bezwaar indienen niet alleen weer een extra procedure aangaan waarvan de uitkomst niet zeker is, maar ook een conflict aangaan met een voor veel burgers onpersoonlijke en ongrijpbare overheid. Vele ouders hebben daar letterlijk de energie niet (meer) voor en zien om die reden af van bezwaar, dit terwijl het hun recht is en een kans om tot een andere oplossing te komen. Vanuit dat besef mag van medewerkers van de Toegang verwacht worden dat zij zich maximaal inspannen om tot overeenstemming te komen met de jeugdige en zijn/haar ouder(s)/ verzorger(s).
Pagina
De Adviesraad adviseert het College om steeds met de jeugdige en de ouders te bespreken of zij tevreden zijn met de geboden oplossing en hen een helpende hand te bieden als zij bezwaar willen maken. Daarbij kan gewezen worden op de onafhankelijke cliëntondersteuners, maar van belang is om, als dat nodig is, te verwijzen naar gekwalificeerde juridische hulp.
3
Advies
Juridische consequenties De juridische consequenties zijn door de Adviesraad niet te overzien. Vragen en opmerkingen en adviezen 1. Artikel 2.1 geen vergoeding voor niet gecontracteerde jeugdhulp. Het is belangrijk dat standaard de beste zorg moet worden gegeven. Is bij de beoordeling voor inzet PGB wel alle expertise bij de gemeente aanwezig? 2. Afbakening jeugdhulp 18-/18+ Kan na beëindiging jeugdhulp, die startte voordat de jeugdige 18 jaar was, als bepaald wordt dat hervatting van dezelfde hulp binnen 6 maanden noodzakelijk is, de hulp blijvend door laten lopen in plaats van herstart na 6 maanden? 3. Transformatiedoelen In uw begeleidend schrijven beschrijft u de bovengenoemde transformatiedoelen. Verwijzend naar het transformatiedoel 'Het vergroten van de eigen kracht van gezinnen en het sociaal netwerk', vragen wij ons af of met artikel 3, Criteria voor individuele voorzieningen of maatwerkvoorziening, dit transformatiedoel wordt bereikt en horen wij graag hoe het College hier over denkt. 4. In Art 4 sub 6 wordt geschreven over passende hulp. Het bijvoeglijk naamwoord 'passende' suggereert dat er ook niet passende hulp bestaat. Wij beschouwen iedere hulp als passend. Advies Wij adviseren dit bijvoeglijk naamwoord te verwijderen. 5. Wij missen in het stuk het algemene, meest belangrijke uitgangspunt "Alles in het belang van het kind".
Advies Wij adviseren om dit alsnog in het huidige stuk als uitgangspunt te formuleren en zeker dit in alle volgende verordeningen op te nemen.
6.
Preventie en voorkomen (zoals Vroeg signalering) dat een beroep gedaan moet worden op jeugdhulp is uiteraard de beste insteek om enige problematiek, wat kosten met zich mee gaat brengen, voor te blijven. Wij missen in deze verordening aandacht voor preventie.
Pagina
7. Effectiviteit, resultaat en monitoring Met Drentse beschermtafels wordt beoogd dat er samen met betrokken partijen inclusief de ouders wordt besproken of er en welke mogelijkheden er nog zijn binnen het vrijwillig kader voordat het gedwongen kader via de route Raad voor de Kinderbescherming en uitspraak de Kinderrechter wordt ingezet. Wij zien in deze verordening niets terug van
4
Advies Wij adviseren om hier meer aandacht aan te besteden.
deze procedure. Als deze procedure niet wordt gevolgd, zien wij graag een onderbouwing daarvan. 8. Onze kernvraag is hoe kinderen in beeld worden gebracht met een potentieel probleem en hoe kinderen lang genoeg ('kortdurend en zo licht als mogelijk') in beeld blijven. Daarnaast is het voor ons belangrijk dat kinderen niet buiten ’het zicht’ komen te vallen van zorgverleners. Verder zien wij graag terug dat aandacht wordt besteed wat hulp voor een kind oplevert. 9. Privacy Zorgverleners geven aan dat het niet goed gesteld is met de privacy van de cliënten. Er wordt bijvoorbeeld Burgerservicenummer (BSN) opgevraagd van familieleden, ouders etcetera. In de verordening wordt geschreven dat het college alle voor het gesprek/traject of casus van belang zijnde en toegankelijke gegevens worden opgevraagd. Advies Wij adviseren om in het kader van de privacy alle persoonlijke data welke niet (meer) van belang is, te verwijderen uit een dossier. 10. Marktwerking Los van dit stuk maar zeker niet minder relevant vinden wij het zeer spijtig dat marktwerking het lijkt te winnen van het leveren van goede zorg in het belang van het kind. Zorg lijkt een verdienmodel te worden. Wij uiten hierbij daarom in algemene zin onze zorgen op het landelijke Jeugdbeleid. 11. Preventie Daarbij missen wij, als Adviesraad, ook preventieve maatregelen om zwaardere jeugdhulp te voorkomen.
Investeren in vroege hulp aan kinderen is economisch en maatschappelijk een investering die loont. Als het lukt om kinderen op jonge leeftijd op een ander levenspad te zetten, maken ze hun school af, vinden ze werk en is hun gezondheid beter. In de huidige discussie missen we deze visie. Als kinderen opgroeien in angst, armoede, huiselijk geweld of op jonge leeftijd stoornissen ontwikkelen, worden het volwassenen die weinig zelfredzaam zijn en afhankelijk blijven van zorg. Belangrijke opmerking: De Adviesraad vindt in het stuk geen verwijzingen naar het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Is hier bewust voor gekozen? Wij verwijzen u hiervoor naar de link https://www.kinderrechten.nl/verdragstekst. Advies Wij adviseren om alle teksten te toetsen op basis van dit verdrag. Verder adviseren wij om in dit stuk op te nemen om bij alle besluiten rekening te houden, van toepassing te verklaren en een verwijzing te maken naar dit verdrag.
Pagina
5
12. In de toelichting bijlage wordt bij 2.9 een opsomming gemaakt waarin OM wordt vermeld. Het is niet vanzelfsprekend dat iedereen weet dat hiermee het Openbaar Ministerie wordt bedoeld.
Advies Wij adviseren een lijst met gebruikte afkortingen als verklarende woordenlijst bij deze verordening te voegen. Bijlage 1 Gemeenten, zet uitstroombevordering op de jeugdagenda! 24-09-2021 Paul Schenderling Jeugdhulpstatistieken laten zien dat het instroombeperkingsbeleid van gemeenten in 2019 en 2020 zijn eerste vruchten afwerpt. De uitstroom uit jeugdhulp blijft echter nog steeds achter. Hieraan liggen zowel sociaal-maatschappelijke factoren ten grondslag als factoren uit beleid en uitvoering. Willen gemeenten uit de (financiële) zorgen komen, dan is het agenderen van uitstroombevordering een belangrijke kans. Met relatief kleine (organisatorische) aanpassingen kan sturing op uitstroombevordering een waardevolle inhoudelijke en financiële bijdrage leveren.
Paul Schenderling en Merel de Klerk zijn adviseur bij Berenschot.
Pagina
Ondanks dit succes en de extra middelen die het Rijk heeft toegezegd, zijn veel gemeenten nog lang niet uit de (financiële) zorgen. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat het aantal beëindigde trajecten – de uitstroom uit jeugdhulp – al jaren achterblijft. Zelfs bij een dalende instroom kan het gebrek aan uitstroom per saldo leiden tot een stijging van het totale aantal jeugdhulptrajecten. Dit was bijvoorbeeld in 2019 het geval. Het jaar erop daalde het totale aantal trajecten weliswaar voor het eerst sinds de invoering van de Jeugdwet, maar het is zeer de vraag of dit het begin is van een structurele daling of een incidenteel gevolg van de coronacrisis. Kortom, zolang gemeenten en aanbieders geen grip krijgen op de uitstroom, kan er nog jarenlang sprake blijven van onnodig veel en onnodig lange trajecten in het jeugdhulpstelsel. Dat heeft niet alleen financiële gevolgen, maar ook inhoudelijke. Zo ontstaat bij onnodig lange trajecten een risico op insluiting (‘lock-in’), waardoor cliënten daarna minder gemakkelijk zelfstandig kunnen (blijven) functioneren.
6
Zoals bekend, zijn in 2018 en 2019 de aantallen jeugdhulptrajecten en bijbehorende kosten fors gestegen. Door de voortdurende berichtgeving over jeugdhulptekorten bij gemeenten lijkt het probleem onverminderd groot, maar dat is zeker niet het geval. Na een jarenlange stijging van het aantal nieuwe jeugdhulptrajecten is in 2019 voor het eerst een daling zichtbaar. Ook het herhaald beroep – aanvullende trajecten voor cliënten die daarvoor ook al jeugdhulp kregen – daalde dat jaar voor het eerst. Deze kentering heeft zich in 2020 voortgezet, zij het dat de instroom toen tevens lager was als gevolg van corona. Nieuwe instroom en herhaald beroep vormen samen de totale instroom. Het beleid van instroombeperking dat veel gemeenten hebben ingezet – voornamelijk door zelf kritischer te indiceren en beter samen te werken met verwijzers – werpt dus zijn eerste vruchten af.
Verschillende oorzaken De achterblijvende uitstroom kent verschillende oorzaken. Ten eerste is volgens experts, onder wie het NJI, de jeugdproblematiek in de loop der jaren steeds complexer geworden. Als verklaring hiervoor noemt het NJI een aantal sociaal-maatschappelijke tendensen, zoals toenemende prestatiedruk, invloed van social media op het zelfbeeld van jongeren en toenemende echtscheidingsproblematiek. Een tweede relevante verklaring is een organisatorische: organisaties die jarenlang een stijgende instroom moeten verwerken, krijgen op den duur te maken met interne ‘opstoppingen’. Dit uit zich in toenemende wachtlijsten én in langere doorlooptijden van trajecten – een onderwerp dat in de berichtgeving vreemd genoeg nauwelijks ter sprake komt. Een derde oorzaak is dat uitstroombevordering bij jeugdhulp bij gemeenten nauwelijks op de beleidsagenda staat. Dit gebrek aan aandacht voor uitstroom geldt zeker niet gemeentebreed: bij de bijstand (Participatiewet) is uitstroombevordering bijvoorbeeld al jaren minstens zo belangrijk als instroombeperking. Bij gemeenten speelt een soortgelijk organisatorisch probleem.
Weliswaar is het voeren van regie op trajecten, waaronder het zoeken naar mogelijkheden om trajecten te versnellen of af te bouwen, een wettelijke taak, maar doordat gemeenten de afgelopen jaren heel druk zijn geweest met nieuwe instroom, schiet dit er in de praktijk regelmatig bij in. Hoe begrijpelijk ook, zonder een steviger regie door gemeenten ontstaat bij aanbieders onvoldoende gevoel van urgentie en van gezamenlijkheid om het probleem van achterblijvende uitstroom adequaat aan te pakken.
Nieuwe piek voorkomen
Pagina
7
Onze aanbeveling voor gemeenten en aanbieders is dan ook om naast instroombeperking ook uitstroombevordering tot een speerpunt te maken. Het aanstellen van een aparte functionaris hiervoor voorkomt dat bij een eventuele nieuwe piek in aanvragen, bijvoorbeeld door de mentale nasleep van corona, dit speerpunt in de praktijk ondergesneeuwd raakt. De functie uitstroombevordering zou zich allereerst kunnen richten op de start van het traject: in gesprek gaan met consulenten en verwijzers over de vraag of de vooraf vastgestelde duur van de beschikking niet te lang is. Daarnaast kan de functie focussen op het voorkomen van herhaald beroep. Ten derde gaat het om het organiseren van gesprekken met aanbieders over de voortgang van trajecten en de factoren die aanbieders weerhouden om trajecten tijdig te beëindigen. Sommige factoren hebben aanbieders zelf in de hand. Gemeenten kunnen aanbieders aanspreken en faciliteren, bijvoorbeeld door hen financieel of organisatorisch bij te staan bij het werven of bijscholen van personeel. Ook kunnen gemeenten aanbieders financieel prikkelen om trajecten eerder te beëindigen, bijvoorbeeld door bij 90% uitnutting van de geïndiceerde trajectduur 95% van de trajectduur uit te betalen. Op weer andere factoren kunnen gemeenten rechtstreeks invloed uitoefenen.
Zo wordt uitstroom uit residentiële jeugdzorg vaak bemoeilijkt door een gebrek aan doorstroommogelijkheden op de woningmarkt, een domein waar gemeenten de lokale regie voeren.
Al met al liggen er dus meer dan genoeg kansen voor gemeenten om, na veelbelovende eerste resultaten, de komende tijd serieus aan de slag te gaan met uitstroombevordering.
Pagina
8
Hoogeveen, 14 oktober 2021.