CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

AANGEPASTE AFWEGINGSKADER ZONNE-ENERGIE HOOGEVEEN-definitief

Raadsavond 20 mei 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: RES 1.0 RES-regio Drenthe9.191 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aangepast afwegingskader zonne-energie Hoogeveen

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen

pagina 1

pagina 2

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding 4 Aanleiding 4 Participatie afwegingskader 5 Huidige stand van zaken 5 Leeswijzer 7

2 2.1 2.2

Het beleidskader 8 Rijksbeleid 8 Provinciaal beleid 8

3 Het Zonnebeleid van Hoogeveen 10 3.1 Spoor 1: Op daken 10 3.2 Spoor 2: Binnen bebouwd gebied 12 3.3 Spoor 3: Buiten bebouwd gebied 12 3.3.1 Koppeling infrastructuur 13 3.3.2 Koppeling dorpen 14 3.3.3 Zonneparken vrij liggend in het buitengebied 17 3.3.4 Landschappelijke inpassing algemeen 23 3.3.5 Beheerparagraaf 23 3.3.6 Uitzonderingslocaties 23 3.3.7 Spoor 3 samengevat 25 3.4 Maatschappelijke inpassing 25 3.4.1 Inspanningsverplichting 26 3.4.2 Participatie, compensatie en acceptatie 27 4 4.1 4.2

Op weg naar uitvoering 29 Procedure vergunningverlening zonnepark 29 Vangnetregeling 30

Bijlagen Bijlage 1. Overzichtskaart met uitzonderingsgebieden en landschappen Bijlage 2. Gebiedsindeling netbeheerders Bijlage 3. Processchema

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen

pagina 3

1

Inleiding

1.1 Aanleiding De gemeente Hoogeveen heeft als doelstelling om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Dat wil zeggen dat de uitstoot en opname van koolstofdioxide (CO2) in evenwicht moeten zijn. Dit kan alleen bereikt worden als we in plaats van het verbruik van fossiele brandstoffen zoals olie en aardgas overgaan op het gebruik van duurzame energie. Uit “De Groene Draad, Uitvoeringsplan Duurzamer Hoogeveen 2017-2021” en de gemeentelijke klimaatmonitor blijkt dat de gerealiseerde CO2 reductie in verhouding tot de noodzakelijke CO2 reductie marginaal is. Hierdoor is de realisatie van de ambities nog ver weg. Het uitvoeringstempo moet omhoog om de gestelde ambitie te gaan halen. Dit geldt niet alleen voor Hoogeveen. Wereldwijd is met het akkoord van Parijs het besef vastgelegd, dat de wereld moet stoppen met het gebruik van kolen, olie en gas om een gevaarlijke opwarming van de aarde af te wenden. Ook op landelijk niveau is het besef gekomen dat een versnelling van de energietransitie essentieel is. Het Rijk gaat hiervoor de klimaatdoelstelling vastleggen in een Klimaatwet en werkt dit uit in een klimaatakkoord, waarmee de uitvoering dwingend wordt. Nederland is opgedeeld in energieregio’s. Drenthe is een van deze regio’s.

Alle Drentse gemeenten, de vier waterschappen en de provincie leggen in 2019 een plan op tafel hoe zij dit gezamenlijk gaan aanpakken: De “Regionale Energiestrategie” (RES). Vervolgens moet de RES uitgevoerd worden. Hierbij moet gedacht worden aan borging in ruimtelijke plannen en warmteplannen op wijkniveau. Hieruit blijkt dat er voor de gemeente een belangrijke rol is weggelegd. Kortom, onze klimaatopgave is groot en de urgentie hoog en we gaan dit samen aanpakken. Regie op zonne-energie in Hoogeveen In de afgelopen jaren heeft vooral de opwekking van zonne-energie een enorme vlucht genomen. In eerste instantie ging het alleen om het opwekken van zonne-energie op de daken van woningen en bedrijfsgebouwen. Door de toegenomen urgentie en rijkssubsidiemogelijkheden is het aantal verzoeken voor het realiseren van grootschalige zonneparken, ook wel zonneweides of zonneakkers genoemd aanzienlijk toegenomen. Omdat een gemeentebreed afwegingskader waaraan deze initiatieven getoetst konden worden ontbrak is een beleidskader opgesteld. Dit Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen is op 7 december 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. Actualisatie Afwegingskader Op basis van de eerste versie van het afwegingskader zijn er omgevingsvergunningen voor zonneparken afgegeven. Gedurende dit proces is gebleken dat veel inwoners het belang van

pagina 4

zonneparken onderschrijven, maar een aantal van hen ze liever niet in hun directe omgeving wil zien. De eis ‘draagvlak directe omgeving’ uit het afwegingskader gaf verkeerde verwachtingen over het eindresultaat. Deze eis was bedoeld om initiatiefnemers te verplichten de dialoog aan te gaan met omwonenden. Het leidde echter tot een vaak gehoorde interpretatie, dat wanneer er veel (negatieve) zienswijzen worden ingediend, er geen vergunning wordt verleend. Tevens werd duidelijk dat de capaciteit van het elektranetwerk niet toereikend is om op korte termijn nog veel meer zonneparken aan te sluiten. Daarnaast is recentelijk het Rijks- en provinciale beleid aangepast. Op basis van deze ontwikkelingen is besloten het afwegingskader op een aantal punten te verduidelijken en aan te passen. Dit geactualiseerde document Aangepast Afwegingskader Zonne-energie Hoogeveen beschrijft de mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie en de bijbehorende voorwaarden.

1.2 Participatie afwegingskader De gemeente hecht veel waarde aan een door inwoners en andere belanghebbenden gedragen afwegingskader. Op 5 en 11 oktober 2017 zijn inwoners, maatschappelijke organisaties en andere geïnteresseerden uitgenodigd mee te denken tijdens twee interactieve bijeenkomsten over duurzame energie. Beide avonden waren druk bezocht en hebben veel inbreng opgeleverd. Deze inbreng is voor wat betreft het onderdeel zonne-energie meegenomen in het Afwegingskader zonne-energie Hoogeveen. Daarnaast heeft het concept afwegingskader ter inzage gelegen van 5 juli tot en met 6 september 2017. Er zijn 14 zienswijzen ingediend. Op basis van de ingediende reacties is het afwegingskader aangepast. Inmiddels zijn er 5 vergunningen voor zonneparken verleend (stand januari 2019). De ervaringen met het toepassen van het afwegingskader zijn betrokkenen bij de aanpassing van het afwegingskader, zoals dat nu voorligt. Het concept van het aangepaste afwegingskader heeft ter inzage gelegen van 20 december 2018 tot en met 30 januari 2019. Tijdens deze periode van terinzagelegging is een inloopavond georganiseerd voor inwoners en andere geïnteresseerden. Hierbij waren ongeveer 40 mensen aanwezig. De reacties zijn meegewogen in de voorliggende definitieve versie van de actualisatie van het afwegingskader.

1.3 Huidige stand van zaken Om een gevoel te krijgen bij de gemeentelijke opgave klimaatneutraal te worden, wordt in deze paragraaf ingegaan op het huidige energiegebruik en de hiermee samenhangende CO2 uitstoot. In hierna volgende tabel zijn de hoeveelheden elektriciteit en fossiele brandstoffen die jaarlijks binnen de gemeente Hoogeveen worden verbruikt weergegeven.

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen

pagina 5

Energiedrager

Eenheid

Hoeveelheid

Aardgas

m3/jaar

97.000.000

Electriciteit

kWh/jaar

296.000.000

Benzine

liter/jaar

22.000.000

Diesel

liter/jaar

31.000.000

LPG

liter/jaar

1.500.000

CNG

kg/jaar

120.000

Overzicht energieverbruik gemeente Hoogeveen (cijfers 2015)

Toelichting: Zowel LPG (Liquefied Petroleum Gas) en CNG (compressed natural gas) zijn gassen die voornamelijk als brandstof worden gebruikt voor auto’s. LPG ontstaat bij de productie en behandeling van aardgas en aardolie. CNG is vloeibaar aardgas. Om inzichtelijk te krijgen om hoeveel energie het gaat en wat het effect is op de CO2 uitstoot zijn een aantal berekeningen gemaakt. Om de verschillende energiehoeveelheden goed te kunnen vergelijken zijn deze omgerekend naar Terra joules (TJ).

CO2 uitstoot 2400

Energieverbruik

250

40

82.000

4

Gas Elektriciteit

1.100 174.000

51.000

700 167.000

Totaal: 477.000 ton CO2/jaar

Benzine 3.100

1.100

Diesel LPG CNG

Totaal: 6.000 TJ/jaar

Cirkeldiagrammen CO2 uitstoot en energieverbruik (cijfers 2015)

In de hele gemeente Hoogeveen wordt per jaar dus in totaal 6.000 Tj aan energie gebruikt. De hieraan gerelateerde jaarlijkse CO2 uitstoot komt overeen met 477.000 ton. Binnen de gemeente wordt op diverse plaatsen al duurzame energie opgewekt en verbruikt. Volgens de cijfers uit 2015 wordt er jaarlijks circa 170 TJ duurzame energie geproduceerd. Dit komt overeen met circa 3% van het totale energieverbruik, waarmee duidelijk is dat de opgave om klimaatneutraal te worden fors is.

pagina 6

Zonne-energie kan een aanzienlijke bijdrage leveren om klimaatneutraal te worden. Volgens de meest recente inzichten kan één hectare (ha) aan zonnepanelen jaarlijks circa 3,7 TJ aan duurzame energie opwekken. Het is niet realistisch om te stellen dat de gemeente Hoogeveen alleen met zonne-energie klimaatneutraal kan worden. Dit doel kan alleen bereikt worden indien ook gebruik gemaakt wordt van bijvoorbeeld windenergie, biovergisting en aardwarmte. Om toch een gevoel te krijgen bij de bijdrage die zonne-energie kan leveren aan de gemeentelijke klimaatdoelstelling is hieronder informatie weergegeven over de potentie van zonne-energie. Hypothetische bijdrage zonne-energie: Het huidige energieverbruik van de gemeente bedraagt circa 6.000 Tj. Op één hectare kunnen maximaal 3.000 zonnepanelen worden geplaatst. Hiermee kan jaarlijks ongeveer 3,7 Tj duurzame energie mee werden opgewekt. Om Hoogeveen energieneutraal te krijgen met zonneparken is bij benadering 1621 hectare aan zonnepark nodig. Dit komt overeen met circa 4.863.000 zonnepanelen.

1.4 Leeswijzer Het rapport begint in hoofdstuk 2 met een verkenning van het relevante beleidskader van het rijk en de provincie voor zonne-energie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het gemeentelijk beleid en op de vraag waar zonneparken toegestaan kunnen worden en onder welke voorwaarden. In hoofdstuk 4 wordt de procedure voor de aanvraag van een zonnepark nader toegelicht.

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen

pagina 7

2

Het beleidskader

In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de relevante ruimtelijke beleidsstukken die gaan over de opwekking van duurzame energie met zonnepanelen.

2.1 Rijksbeleid Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening Vanuit landelijke wetgeving is het mogelijk om onder voorwaarden vergunningvrij zonnepanelen op het dak van een woning of een bedrijfsgebouw te plaatsen. Daarnaast zijn er diverse subsidiestromen in het leven geroepen om het opwekken van zonne-energie te stimuleren. Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) gaat de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving beschrijven. Met de notitie ‘Kabinetsperspectief NOVI’ (oktober 2018) is de eerste stap gezet in het opstellen van de NOVI. Klimaatverandering en energietransitie staan hierin benoemd als één van de grootste opgaven met een groot effect op onze leefomgeving voor de komende decennia. Het streven van het kabinet is dat in Nederland de CO2-uitstoot in 2030 met minimaal 49 procent is afgenomen en in 2050 met 95 procent. De doelstelling voor 2050 vraagt al voor 2030 systeemkeuzes met grote gevolgen. Het kabinet hecht aan een nauwe samenwerking met de medeoverheden bij deze gezamenlijke opgave. De afspraken in het Klimaatakkoord in samenhang met de ontwerp-NOVI zijn richtinggevend voor de verdere uitwerking van de zorgvuldige ruimtelijke inpassing van hernieuwbare elektriciteitsopwekking. Uit de bovengenoemde notitie volgt ook dat, gezien de grote opgaven, Nederland niet ontkomt aan opwekking van zonne-energie op het land.

En hoewel zonnepanelen op daken en andere innovaties de voorkeur genieten blijft ook grootschalige ontwikkeling met zonneparken nodig om de doelen te halen. In de notitie wordt tot slot aangegeven, dat clustering van grotere zonneparken in het landelijk gebied versnippering voorkomt.

2.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie 2018 provincie Drenthe In de Omgevingsvisie 2018 formuleert de provincie als één van de strategische opgaven tot 2030, adaptatie aan de gevolgen van klimaatverandering en adaptatie aan de transitie naar een duurzame energievoorziening met behoud van biodiversiteit. Onderdeel van de gewenste transitie naar duurzame energievoorziening is het stimuleren van verschillende nieuwe vormen van energieproductie, zoals zonne-energie. De provincie wijst geen

pagina 8

locaties aan en sluit op voorhand geen locaties uit. De beoordeling of een specifiek initiatief past bij de eigenschappen en kwaliteiten van een specifieke plek, wordt als maatwerk gezien. Het in de Omgevingsvisie 2018 opgenomen combinatiemodel is een instrument om samen met partners integrale oplossingen te vinden voor een opgave/ontwikkeling en wordt gebruikt als één of meerdere provinciale belangen in het geding zijn. Energie-opgave Een onderdeel van de uitwerking van de in de Omgevingsvisie 2018 opgenomen sociaaleconomische structuur is: Drenthe energie-neutraal in 2050. Het aandeel hernieuwbare energie moet in 2030 op 40% liggen.De provincie wil de energie-opgave realiseren, passend bij de kernkwaliteiten (zoals landschap) die de provincie rijk is. Bij besluitvorming over duurzame energie-initiatieven vindt de provincie de volgende aspecten mede van belang: lokale democratie (besluiten gemeente), betrokkenheid maatschappelijke partijen, participatie van omwonenden en verdeling van lusten en lasten. De provincie wil de energieopgave realiseren passend bij de kernkwaliteiten. Er wordt voor gekozen om de energieopgave in eerste instantie te realiseren op logische locaties, waarbij verschillende functies gecombineerd kunnen worden of waar een meerwaarde gerealiseerd kan worden (bijvoorbeeld industrieterreinen, langs infrastructuur en op vuilstortplaatsen).

Tevens wordt gestreefd naar een evenwichtige spreiding van bestaande en nieuwe energieproductie in Drenthe, waarbij naast de kernkwaliteiten, de landschappelijke inpasbaarheid en maatschappelijke acceptatie van belang zijn. Deze spreiding zal nader worden uitgewerkt in de Regionale Energie Strategie (RES). Ten aanzien van zonne-energie wordt er naar gestreefd dat al het beschikbare en geschikte dakoppervlak zo veel mogelijk wordt benut voor de productie van zonne-energie. Voor opstellingen van zonnepanelen op de grond hanteert de provincie de “ja, mits” benadering. Voor dergelijke grondgebonden opstellingen worden de voorwaarden gehanteerd, dat er sprake moet zijn van een combinatie met andere functies en/of dat het op gebiedsniveau tot integrale meerwaarde leidt. Het behoud van biodiversiteit en bodemkwaliteit zijn aspecten die ook mee dienen te wegen. Bij de realisatie van zonne-akkers wil de provincie een balans tussen zonne-akkers en landschap. Daarom is voldoende afstand tussen individuele akkers (of clusters) belangrijk. De benodigde afstand is afhankelijk van de schaal van het landschap. Daarnaast dient de maat van de zonne-akker te passen bij het landschap. Bij de inrichting van de randen dient te worden ingespeeld op de omgeving en kernkwaliteiten van het gebied.

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen

pagina 9

3

Het Zonnebeleid van Hoogeveen

De klimaatopgave is groot. Zoals in hoofdstuk 1 is beschreven heeft de gemeente de ambitie om in relatief korte tijd klimaatneutraal te zijn. Het benutten van zonne-energie kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. In de gemeente Hoogeveen zijn veel mogelijkheden voor de opwekking van zonne-energie. Om het beleid voor het opwekken van zonne-energie inzichtelijk te maken, wordt een driesporenbeleid gehanteerd. De beleidsinzet en voorkeur gaat uit naar het zoveel mogelijk benutten van het beschikbare geschikte dakoppervlak (spoor 1) en bebouwd gebied (spoor 2) voor zonne-energie. Daarnaast wordt ook ruimte geboden voor de ontwikkeling van zonneparken buiten bebouwd gebied (spoor 3). Gezien de urgente en omvangrijke opgave is het noodzakelijk tegelijk op alle drie sporen in te zetten.

3.1 Spoor 1: Op daken Uit de resultaten van een in 2018 door Deloitte uitgevoerd onderzoek is gebleken dat op de Nederlandse daken ongeveer de helft van de totale elektriciteitsvraag opgewekt zou kunnen worden. Hiermee wordt duidelijk dat er ook in Hoogeveen enorme kansen zijn op dit gebied. Met het alleen plaatsen van zonnepanelen op daken kan echter niet volstaan worden zeker met de wetenschap dat de vraag naar elektriciteit, door de sterke afname van het aardgasverbruik, de komende jaren alleen maar groter wordt. Dit brengt uiteraard met zich mee dat er ook meer duurzame stroom opgewekt moet gaan worden. Het aantal zonnepanelen op de daken in Hoogeveen is in de afgelopen jaren behoorlijk toegenomen. In 2012 waren er nog slechts 1.000 zonnepanelen aanwezig, in 2017 waren dit al 15.000 geregistreerde panelen. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren flink gaat toenemen. Uit dit aantal blijkt echter ook dat er nog een lange weg te gaan is om hiermee een significante rol te spelen bij het behalen van de gemeentelijke doelstelling klimaatneutraal te zijn in 2040 (zie ook Hoofdstuk 1). Om te illustreren welke inspanning wordt verricht om zon op dak te stimuleren wordt een aantal voorbeelden gegeven. De gemeente Hoogeveen faciliteert eigenaren van zowel woningen als bedrijfsgebouwen om zonnepanelen op daken aan te brengen.

Op de gemeentelijke website is bijvoorbeeld een zonnekaart voor alle daken binnen de gemeente te raadplegen. Hieruit blijkt of er voldoende zoninstraling op het dak aanwezig is voor zonnepanelen. Met een rekenmodule kan berekend worden wat de investering in zonnepanelen zal gaan opleveren. Verder houdt de gemeente informatiebijeenkomsten voor huiseigenaren en bedrijven om iedereen bewust te maken van de voordelen van zonnepanelen. Ook worden er leningen verstrekt om het voor een nog grotere groep huiseigenaren mogelijk te maken om zonnepanalen op het dak aan te brengen. Een zonnepaneel kan meestal vergunningsvrij worden aangebracht, als het zonnepaneel tenminste

pagina 10

niet wordt gebouwd op een monument of op een gebouw binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. Voor het vergunningsvrij aanbrengen van een zonnepaneel moet daarnaast worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Het zonnepaneel wordt op een dak geplaatst; 2. Het paneel vormt een geheel met de installatie voor het opwekken van elektriciteit. Als dat niet het geval is, dan moet die installatie binnen in het betreffende gebouw worden geplaatst; 3. Komt het zonnepaneel op een schuin dak, dan geldt dat: a. het paneel niet mag uitsteken en dus aan alle kanten binnen het vlak van het dak moet blijven, b. het paneel in of direct op het dakvlak moet worden geplaatst, c. de hellingshoek van het paneel hetzelfde moet zijn als die van het dakvlak waarop het staat; 4. Komt het zonnepaneel op een plat dak, dan geldt dat het paneel tenminste net zo ver verwijderd moet blijven van de dakrand als het paneel hoog is. Is het hoogste punt bijvoorbeeld 50 centimeter, dan moet de afstand tot de dakrand(en) ook minimaal 50 centimeter zijn. Uiteraard zijn er ook mogelijkheden om met vergunning, in afwijking van bovenstaande vergunningvoorwaarden zonnepanelen op daken te realiseren. Dit betreft maatwerk per situatie.

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 11

3.2 Spoor 2: Binnen bebouwd gebied De gemeente Hoogeveen heeft een uitnodigend beleid ten aanzien van het opwekken van zonne-energie binnen het bebouwde gebied. Het gaat in deze gevallen vaak om maatwerkoplossingen waarbij een beroep gedaan wordt op de creativiteit van de initiatiefnemers. Binnen het bebouwd gebied is ruimte voor grondgebonden zonnepanelen op braakliggende of onbenutte terreinen binnen de kern Hoogeveen en er is ruimte voor (niet grondgebonden) zonnepanelen als sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik. In de stad Hoogeveen kan gedacht worden aan leegstaande kavels op bedrijventerreinen, deels ontwikkelde bedrijventerreinen of onbenutte percelen elders in de stad die op korte tot middellange termijn geen invulling krijgen en daarmee geschikt kunnen zijn voor de opwekking van zonne-energie. Een andere mogelijkheid binnen bebouwd gebied is inzetten op multifunctioneel gebruik. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld parkeerruimte in combinatie met overkappingen met zonnepanelen. Of het combineren van infrastructuur, zoals fietspaden, met zonnepanelen. Bij initiatieven binnen bebouwd gebied geldt dat er sprake moet zijn van een zorgvuldige inpassing en passende vormgeving. Belangrijk uitgangspunt is daarnaast dat omwonenden vanaf het begin worden betrokken bij de planvorming.

3.3 Spoor 3: Buiten bebouwd gebied Gelet op de omvangrijke en urgente klimaatopgave, stimuleert de gemeente ook de ontwikkeling van zonneparken buiten bebouwd gebied. Het is onvermijdelijk dat voor het grootschalig opwekken van zonne-energie landbouwgrond gebruikt wordt. Lokale initiatieven bij realisatie van zonneparken hebben de voorkeur boven commerciële initiatieven. De inzet van commerciële initiatiefnemers is wel noodzakelijk om de gemeentelijke klimaatdoelstelling te bereiken. Bij het ontwikkelen van plannen voor zonneparken buiten bebouwd gebied is de maatschappelijke inpassing en in het bijzonder de betrokkenheid van de omgeving van essentieel belang. Daarnaast moeten de zonneparken zorgvuldig in het landschap worden ingepast. Bovendien dient in een vroeg stadium bepaald te worden of er een koppeling gelegd kan worden tussen de opwekking en de afname van de stroom in hetzelfde gebied. Er zijn verschillende mogelijkheden om een zonnepark in het buitengebied van Hoogeveen te realiseren: • gekoppeld aan bovenregionale infrastructuur; • gekoppeld aan de dorpen; • vrij liggend in het buitengebied.

pagina 12

3.3.1 Koppeling infrastructuur Mogelijkheden Er zijn kansen om zonneparken te koppelen aan verkeersinfrastructuur van bovenregionale schaal. Infrastructuur De rijkswegen A28 en A37 worden tot de bovenregionale infrastructuur gerekend. Daarbij kan onder andere gedacht worden aan de combinatie van geluidswallen/schermen en zonnepanelen op de taluds en op- en afritten langs de snelwegen. Ook de spoorlijn Zwolle - Groningen hoort bij de bovenregionale infrastructuur. Randvoorwaarden voor zonneparken bij infrastructuur zijn: 1. Het zonnepark moet direct aan de weginfrastructuur zijn gekoppeld. Bijvoorbeeld de bermen, geluidsschermen, de oksels van een op-/afrit etc.; 2. Het zonnepark mag geen hinder voor het verkeer opleveren en er wordt een goede overgang ontwikkeld tussen het zonnepark en de directe omgeving; 3. Het zonnepark voldoet aan de voorwaarden van maatschappelijke inpassing (inspanningsverplichting, participatie en acceptatie) en heeft een maatschappelijke meerwaarde (bv afzet energie in wijk/dorp, participatie in project, aanvullende voorzieningen in wijk/dorp). Zie paragraaf 3.4.

<foto 1, bladzijde 14>

Voorwaarden voor inpassing Maat en schaal De maat en schaal van zonneparken sluit aan bij de bovenregionale maat en schaal van de infrastructuur. Daar is geen maximummaat aan te koppelen. De totale omvang van een zonnepark kan over meerdere percelen worden verdeeld. Hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met het te hanteren percentage per landschapstype (zie paragraaf 3.3.3).

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 13

Aanzicht en inpassing Vormgeving van zonneparken gekoppeld aan infrastructuur is maatwerk per locatie. Hiervoor wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat door de gemeente moet worden goedgekeurd. Het ontwerp van het zonnepark wordt ter beoordeling aan de welstandscommissie voorgelegd. Ten aanzien van de hoogte van de panelen wordt een maximumhoogte van 3,0 meter gehanteerd. Van de hoogte van 3,0 meter kan worden afgeweken wanneer sprake is van een geluidwerende voorziening. Wel moeten de panelen van hetzelfde type zijn en zodanig worden geordend dat een onrustig beeld wordt voorkomen. Een goede landschappelijke inpassing is in de meeste gevallen van groot belang voor de omgeving. Om te voorkomen dat de inpassing veel later of helemaal niet wordt gerealiseerd dient de inpassing gereed te zijn voordat de panelen geplaatst worden. Richtlijnen koppeling infrastructuur, aanzicht en inpassing Opzet en inrichting • Zonnepanelen moeten zodanig worden geordend dat een onrustig beeld wordt voorkomen; • Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij; • Noodzakelijke voorzieningen zoals transformatorhuisjes e.d. bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ontsluiting/afstand tot woningen zo groot mogelijk.

Inpassing • Landschappelijke inpassing zonneparken gekoppeld aan infrastructuur is maatwerk per locatie; • Behoud de bestaande landschapsbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; • Voeg nieuwe landschapsbeplanting toe als dat bijdraagt aan een betere inbedding van het zonne park in de omgeving; • De landschappelijke inpassing is gerealiseerd voordat de panelen geplaatst worden. Vormgeving • Vormgeving van zonneparken gekoppeld aan infrastructuur is maatwerk per locatie. Hiervoor wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld; • Geef aandacht aan een hoogwaardige vormgeving van (zichtbare) hekwerken en andere bouwwerken; Combineer waar mogelijk hekwerken met beplanting of een aarden wal, zodat hekwerken niet zichtbaar zijn vanaf de weg.

3.3.2 Koppeling dorpen Mogelijkheden De dorpsranden beslaan een ander deelgebied waarbinnen onder voorwaarden de realisatie van zonneparken is toegestaan. Alleen zonneparken die worden gerealiseerd binnen een straal van 100

pagina 14

meter tot de (planologische) bebouwde kom worden tot deze categorie gerekend. Alleen dan is er nog een duidelijk ruimtelijke relatie tussen de plek waar energie wordt opgewekt en verbruikt. De maat en schaal van zonneparken moet in dit geval aansluiten bij de omgeving. Er zal veelal sprake zijn van een lokale schaal. Daarbij geldt als uitgangspunt dat er een balans moet worden gezocht tussen de productie en de afname van zonne-energie in de omgeving. Voor zonneparken bij de dorpen is het van groot belang dat het initiatief vanuit het dorp zelf komt en er maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd. Hierbij kan gedacht worden aan de afzet van de energie aan het dorp of bijvoorbeeld de sportvoorziening. De maatschappelijke meerwaarde kan daarnaast gezocht worden in het bieden van nieuwe/aanvullende voorzieningen op de locatie, zoals een door inwoners gewenst recreatief pad door of langs de velden of nieuwe (speel)natuur. Bij dit type zonnepark is het een randvoorwaarde dat het initiatief vanuit het dorp zelf komt en er maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd.

Maat en schaal De grootte van een zonnepark moet passen bij het dorp. Voor de omvang voor zonneparken bij de dorpen geldt dat deze is afgestemd op de aard, de schaal en de energiebehoefte van een dorp. Daarom geldt een richtlijn voor de maximum oppervlakte. Op basis van de gegevens die op de website www.hieropgewekt.nl aanwezig zijn, levert 1 ha zonnepark stroom voor circa 200 huishoudens. We hanteren deze maatverhouding als uitgangspunt voor een zonnepark bij de dorpen. Hierbij hoeft geen rekening gehouden te worden met het te hanteren percentage per landschapstype (zie paragraaf 3.3.3). Aanzicht en inpassing Zonneparken bij de dorpen kunnen in het (directe) zicht van omwonenden liggen. Het zicht op de panelen speelt dan ook een belangrijke rol. Als richtlijn wordt een hoogte van 1 meter voor de panelen

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 15

gehanteerd. Waarbij een hoogte tot 2,50 meter tot de mogelijkheden behoort als de direct omwonenden zich hierin kunnen vinden. Om het zicht op de zonnepanelen te beperken wordt een zonnepark voorzien van een passende inkadering in het gebied en wordt een afstand aangehouden tot de randen van het perceel van in ieder geval 10 meter. De bestaande verkavelings- en/of beplantingsstructuur is leidend voor de inpassing van een zonnepark. Een goede landschappelijke inpassing is in de meeste gevallen van groot belang voor de omgeving. Om te voorkomen dat de inpassing veel later of helemaal niet wordt gerealiseerd dient de inpassing gereed te zijn voordat de panelen geplaatst worden. Richtlijnen koppeling dorpen, aanzicht en inpassing Opzet en inrichting • Zonnepanelen zoveel mogelijk in een rechthoekige tot vierkante opzet plaatsen; • Probeer een zonnepark binnen de bestaande perceelsgrenzen te situeren; • Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij; • Ontsluiting zonnepark bij voorkeur via dichtstbijzijnde weg; • Noodzakelijke voorzieningen zoals transformatorhuisjes e.d.

bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ontsluiting plaatsen/afstand tot woningen zo groot mogelijk; • Het zonnepark houdt minimaal 10 meter afstand tot de randen van het perceel Inpassing • Behoud voor zover mogelijk de bestaande landschapsbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; • Buiten het hekwerk is een zone van tenminste 10 meter breed beschikbaar voor landschappelijke inpassing. Bij een park kleiner dan 5 ha kan dit worden terug gebracht tot tenminste 5 meter; • Nieuwe landschapsbeplanting onttrekt het zonnepark voor een deel aan het zicht; • Geef extra aandacht aan de inpassing aan de zijden van het zonnepark die vanaf de openbare weg of vanuit de direct aangrenzende woningen zichtbaar zijn; • De landschappelijke inpassing is gerealiseerd voordat de panelen geplaatst worden; • Geschikte vormen van inpassing zijn:

pagina 16

Vormgeving • Geef aandacht aan een hoogwaardige vormgeving van (zichtbare) hekwerken en andere bouwwerken; • Combineer waar mogelijk hekwerken met beplanting of een aarden wal, zodat hekwerken niet zichtbaar zijn vanaf de weg; • Kies voor zonnepanelen met een donkere tot zwarte kleurstelling met coating om hinderlijke schittering te voorkomen.

3.3.3 Zonneparken vrij liggend in het buitengebied Mogelijkheden en algemene voorwaarden Tot slot zijn er mogelijkheden om een zonnepark vrij liggend in het landschap te realiseren. Bij deze parken wordt altijd onderzocht of er in het betreffende gebied meer opgaven zijn waarmee de realisatie van een zonnepark gecombineerd kan worden (combinatiemodel). Zoals in paragraaf 3.3 is aangeven is bij de realisatie van zonneparken de maatschappelijke inpassing van groot belang. In paragraaf 3.4 wordt de betrokkenheid, participatie en acceptatie bij de realisatie van de zonneparken die vrij liggen in het landschap nader uitgewerkt. Elk zonnepark zal echter een verandering van het landschapsbeeld met zich meebrengen. Daarom wordt een maximummaat voor het totaal aan zonneparken in het landelijk gebied gehanteerd. Deze maat is afhankelijk van het landschapstype. Zie voor deze gebieden de overzichtskaart die als bijlage 1 in dit afwegingskader is opgenomen. In vrijwel alle gebieden wordt er vanuit gegaan dat maximaal 20% van de totale oppervlakte per landschapstype mag worden benut als zonnepark.

Door de raad is op 7 december 2017 hierbij besloten: • voor maximaal 10% grondoppervlakte per landschapstype vergunningen af te geven; • zodra daarvan het grootste deel gerealiseerd is, de aanleg van zonneparken te evalueren en deze evaluatie te delen met de raad; • vervolgens aan de raad ter besluitvorming de vrijgave van de volgende 10% voor te leggen. Voor de maat van 20% wordt een uitzondering gemaakt voor de oude veldontginningsgronden rond Pesse, Fluitenberg en Zwartschaap. Vanwege de maat en schaal van de oude veldontginningen, ligt de grens binnen die gebieden op maximaal 10% van de totale oppervlakte van het landschapstype zand oude veldontginningen dat mag worden gebruikt als zonnepark. Maximaal aantal hectares Naast het maximaal aantal hectares per landschapstype geldt een maximale maat voor aaneengesloten zonneparken, deze is 60 ha. Met deze maximale maat wordt aangesloten bij de Rijkscoördinatieregeling die geldt vanaf 50 megawatt (MW), waarbij de Rijksoverheid de regie krijgt. Op basis van de huidige techniek correspondeert 49 MW met een oppervlakte van 60 ha. Vanuit de landschappelijke inpassing

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 17

hanteren we hectares. De ontwikkelingen op het gebied van de techniek van zonnepanelen gaan snel. Volledigheidshalve wordt daarom vermeld dat de Rijkscoördinatieregeling leidend is. Er is dus alleen ruimte voor zonneparken die onder de 50 MW blijven. De minimale afstand tot het volgende zonnepark is maatwerk per locatie/gebiedstype. Minimaal aantal hectares Indien relatief veel kleine zonneparken worden aangelegd om aan de energieopgave te voldoen ontstaat een versnipperd landschap. Daarnaast wekken kleine zonneparken relatief weinig energie op, terwijl de maatschappelijke impact op de omgeving vergelijkbaar is met zonneparken van een grotere omvang. Een zonnepark dient daarom inclusief de landschappelijke inpassing minimaal 10 hectare groot te zijn. Met deze minimummaat zijn er voldoende mogelijkheden om het zonnepark zowel landschappelijk als maatschappelijk goed in te passen. Volledigheidshalve: Deze minimummaat geldt niet indien er sprake is van een zonnepark dat gekoppeld is aan een dorp of wanneer sprake is van een lokaal gedragen initiatief. De realisatie van een zonnepark wordt ook als een kans gezien om het landschap een impuls te geven. Daarom geldt als randvoorwaarde voor de realisatie van een zonnepark in het landelijk gebied het volgende.

Als een zonnepark vrij liggend in het landschap van Hoogeveen wordt gerealiseerd, moet er een blijvende landschappelijke impuls aan het gebied worden gegeven. Daarnaast geldt als randvoorwaarde dat het zonnepark geen afbreuk doet aan aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden (zoals vastgelegd in de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart) en aan aanwezige natuurwaarden. Voor de aanleg van een zonnepark vindt in elk geval geen grootschalige bomenkap plaats.

pagina 18

Om een blijvende landschappelijke impuls te kunnen geven aan het landschap is in voorkomende gevallen een goede landschappelijke inpassing van groot belang. De manier waarop dat het best passend is, is afhankelijk van het landschapstype. Binnen de gemeente Hoogeveen zijn grofweg twee typen landschappen te onderscheiden die ieder een andere inpassing vragen, namelijk het veengebied en de zandgronden. Veengebied De veenontginningen zijn gelegen in het oosten en zuiden van de gemeente. Ze worden gekarakteriseerd door een stelsel van vaarten en wijken met opstrekkende verkaveling, lange bebouwingslinten met woningen op de kop van de kavel. De veenontginningen zijn door verschillende compagnieën en in verschillende tijdsperioden uitgevoerd, waardoor ze elk hun eigen karakter hebben. De oudste veenontginningen zijn kleinschalig met smalle kavels, de meest recente ontginningen zijn machinaal uitgevoerd en kennen een veel grotere maat en schaal. In sommige veengebieden zijn nog veel bosgebiedjes, zoals bij Noordscheschut, andere gebieden hebben juist een weids en open karakter. De veengebieden hebben tijden lang gediend als energiedrager bij uitstek. Het veenlandschap was van oudsher leverancier van energie. De gronden zijn landbouwkundig gezien vaak minder waardevol. De realisatie van een zonnepark past dan ook goed binnen dit landschapstype.

Voorwaarden voor inpassing Maat en schaal Het veengebied van Hoogeveen heeft een divers karakter. Het veengebied tussen Alteveer en Zuideropgaande is kleinschalig verkaveld maar kent een grote mate van openheid. Rond Elim en Noordscheschut is diezelfde kleinschaligheid terug te vinden, maar deze gebieden hebben door de vele opgaande beplantingen (bomenlanen, bosjes) een meer besloten karakter. De meer recente ontginningen ten oosten van Nieuwlande en rond Nieuweroord en Tiendeveen zijn juist meer grootschalig. Ook hier is de weidsheid terug te vinden. Vooral in de meer open gebieden liggen kansen om een zonnepark als geheel te ervaren en daarin de patronen van het landschap te herkennen. In de meer besloten veengebieden rond Noordscheschut en Elim is het van belang dat de maat zich voegt naar het kleinschalige karakter van het landschap. Het veengebied is ontstaan vanuit ontginningsassen. Aan deze lange lijnen in het landschap zijn dorpen gegroeid. Op de overzichtskaart die in bijlage 3 is opgenomen zijn de ontginningsassen weergegeven. De ontginningsassen zijn de dragers van de ruimtelijke structuur van het gebied en bepalend voor de herkenbaarheid en afleesbaarheid van het landschap. Een zonnepark in het veengebied moet minimaal 100 meter afstand houden van de ontginningsassen in het gebied. Hier kan alleen van worden afgeweken als de inbreuk op het landschap zeer gering is.

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 19

Aanzicht en inpassing In het veengebied staat openheid centraal. Hierdoor zal een zonnepark zichtbaar zijn vanuit de omgeving. Uitgangspunt is dat er vrij zicht over het veld mogelijk moet blijven waarbij de horizon gezien kan worden. Om die reden zijn opstellingen tot maximaal 1,8 meter hoog toegestaan. Omdat het zonnepark in het zicht blijft, dient er een logisch, gestructureerd patroon van panelen te worden gemaakt. De randen van de panelenvelden zijn afgestemd op de lijnen in het landschap. Daarbij wordt vastgehouden aan bestaande perceelsgrenzen en verkaveling. Een goed ontworpen, op de richting van het landschap afgestemd panelenveld, kan het karakter van het landschap benadrukken en versterken. Een goede landschappelijke inpassing is in de meeste gevallen van groot belang voor de omgeving. Om te voorkomen dat de inpassing veel later of helemaal niet wordt gerealiseerd dient de inpassing gereed te zijn voordat de panelen geplaatst worden. Vanuit de landschappelijke karakteristiek van het gebied kunnen de volgende rand- voorwaarden meegegeven worden.

Richtlijnen koppeling vrij liggend in het buitengebied, veengebied, aanzicht en inpassing Opzet en inrichting • Zonnepanelen zoveel mogelijk in een rechthoekige tot vierkante opzet plaatsen; • Het zonnepark respecteert bestaande perceelgrenzen, beplantingsstructuren, wijken en sloten; • Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij. Ontsluiting zonneparken bij voorkeur via dichtstbijzijnde weg; • Noodzakelijke voorzieningen zoals transformatorhuisjes e.d. bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ontsluiting plaatsen/afstand tot woningen zo groot mogelijk. Inpassing • Buiten het hekwerk wordt een zone van tenminste 10 meter breed aangehouden voor landschappelijke inpassing; • Behoud voor zover mogelijk de bestaande landschapsbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; • Nieuwe landschapsbeplanting onttrekt het zonnepark voor een deel aan het zicht en draagt (voor een deel) bij aan structuurversterking van het landschap; • Geef extra aandacht aan de inpassing aan de zijden van het zonnepark die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn; • Houd minimaal 100 m afstand van de ontginningsassen, tenzij de impact op het landschap gering is; • De landschappelijke inpassing wordt aangelegd voordat de panelen geplaatst worden;

pagina 20

• Geschikte vormen van inpassing, afhankelijk van het besloten of open karakter van het veenlandschap zijn:

Vormgeving • Geef aandacht aan een hoogwaardige vormgeving van (zichtbare) hekwerken en andere bouwwerken; • Combineer waar mogelijk hekwerken met beplanting of een aarden wal, zodat hekwerken niet zichtbaar zijn vanaf de weg; • Kies voor zonnepanelen met een donkere tot zwarte kleurstelling met coating om hinderlijke schittering te voorkomen. Zandgronden In het noorden en westen van de gemeente zijn de zandgronden gelegen. Op de zandgronden liggen de essen met bijbehorende esdorpen, kampen en goorns. Hier zijn ook de latere heideontginningen terug te vinden. De zandgronden hebben een kleinschaliger en meer besloten karakter dan de veengebieden. Binnen de kaders van de patronen van dit landschap is het mogelijk om zonneparken te realiseren.

Voorwaarden voor inpassing Maat en schaal Binnen de zandgronden is het van belang dat de maat zich voegt naar het karakter van het landschap. Binnen het gebied kan verschil worden gemaakt tussen de oude veldgronden rond de dorpen en de jonge veldontginningen die pas na 1900 zijn ontgonnen. De oude veldgronden hebben een kleinere maat en schaal dan de jonge veldontginningen. Aanzicht en inpassing De zandgronden hebben een overwegend besloten karakter. Zonneparken kunnen goed in de landschappelijke structuur worden ingebed en voorzien van een passende inpassing.

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 21

Zonneparken kunnen zo opgaan in het landschappelijke totaalbeeld, afgestemd op de maat, schaal en de bestaande patronen van het landschap. Panelen tot een hoogte van 1,8 meter kunnen goed landschappelijk ingebed worden. Dit is de maximale toegestane hoogte voor dit landschapstype. Vanuit de landschappelijke karakteristiek van het gebied kunnen de volgende randvoorwaarden meegegeven worden. Richtlijnen, koppeling vrij liggend in het buitengebied, zandgronden, aanzicht en inpassing Opzet en inrichting • Zonnepanelen zoveel mogelijk in een rechthoekige tot vierkante opzet plaatsen; • Het zonnepark respecteert bestaande perceelgrenzen en beplantingsstructuren; • Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij; • Ontsluiting zonnepark bij voorkeur op dichtstbijzijnde weg; • Noodzakelijke voorzieningen zoals transformatorhuisjes e.d. bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de ontsluiting plaatsen/afstand tot woningen zo groot mogelijk.

Inpassing • Buiten het hekwerk wordt een zone van tenminste 10 meter breed aangehouden voor landschappelijke inpassing; • De landschappelijke inpassing wordt aangelegd voordat de panelen geplaatst worden; • Behoud voor zover mogelijk de bestaande landschapsbeplanting, mits treekeigen en van voldoende kwaliteit; • Nieuwe landschapsbeplanting onttrekt het zonnepark voor een deel aan het zicht en draagt (voor een deel) bij aan structuurversterking van het landschap; • Geef extra aandacht aan de inpassing aan de zijden van het zonnepark die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn; • Geschikte vormen van inpassing zijn:

Vormgeving • Geef aandacht aan een hoogwaardige vormgeving van (zichtbare) hekwerken en andere bouwwerken; • Combineer waar mogelijk hekwerken met beplanting of een aarden wal, zodat hekwerken niet zichtbaar zijn vanaf de weg; • Kies voor zonnepanelen met een donkere tot zwarte kleurstelling met coating om hinderlijke schittering te voorkomen.

pagina 22

3.3.4 Landschappelijke inpassing algemeen Inheemse beplanting Voor toe te voegen landschapsbeplanting geldt dat gebruik wordt gemaakt van inheemse en bij het landschap passende soorten. Landschappelijke inpassing met aarden wal Een aarden wal kan een onderdeel zijn van de landschappelijke inpassing mits op een goede manier toegepast. Door een aarden wal in ieder geval aan de buitenzijde van het park een flauw talud te geven en de wal niet te hoog te maken wordt voorkomen dat een storend beeld ontstaat. De maximale hoogte van een wal is 1,5 m en het talud aan de buitenzijde is tenminste 1 op 3.

3.3.5 Beheerparagraaf De landschappelijke inpassing wordt voorzien van een beheerparagraaf. In deze paragraaf wordt duidelijk welke beheermaatregelen moeten worden genomen om het voorgestelde beeld te bereiken en vervolgens in stand te houden. Het gaat dan onder meer over inboet (vervangen van dode planten), maaibeheer, snoeien etc. Ook de frequentie van deze maatregelen is hierin opgenomen.

3.3.6 Uitzonderingslocaties Binnen de gemeente Hoogeveen zijn enkele locaties aan te wijzen die zich om diverse redenen niet lenen voor de transformatie naar een zonnepark; de uitzonderinglocaties. Het gaat om onderstaande gebieden (zie overzichtskaart bijlage 1).

Landschappelijk waardevolle gebieden Essen Van cultuurhistorisch belang zijn de nu nog zichtbare essen, die zich bevinden in het noorden van de gemeente. De essen zijn een belangrijk onderdeel van het land bouwsysteem dat tot het eind van de negentiende eeuw in grote delen van Drenthe gemeengoed was. De bolle ligging van de essen als gevolg van het opbrengen van mest en plaggen is nog steeds herkenbaar en zichtbaar. Omwille van de beleving en afleesbaarheid van de historie van het gebied en de grote cultuurhistorische en landschappelijke waarde van essen is het onwenselijk om zonneparken op essen te realiseren. Deze gebieden worden daarom op voorhand uitgesloten. Beekdalen Ten noordwesten van Hoogeveen is het beekdal van het Oude Diep gelegen. Het lager gelegen beekdal fungeert van oudsher als hooiland en weiland voor het vee. Tegenwoordig vervullen de beekdalen een belangrijke rol in de waterhuishouding van een gebied. Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 23

De beekdalen zijn van een dusdanige hydrologische, landschappelijke en (vaak ook) ecologische waarde, dat het realiseren van zonneparken in beekdalen niet wenselijk is. NatuurNetwerk Nederland Verspreid door de gemeente ligt het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze natuurgebieden dienen conform de gestelde natuurdoelen in het Natuurbeheerplan te worden gerealiseerd. Zonneparken verhouden zich niet gemakkelijk tot deze natuurdoelen, daarom is realisatie hiervan binnen het NNN niet mogelijk. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met de Ecologische verbindingszones (EVZ) die de gebieden onderling met elkaar (moeten) verbinden. Bebouwde kom van de dorpen De gemeente Hoogeveen kent tien dorpen: Elim, Fluitenberg, Hollandscheveld, Nieuw Moscou, Nieuweroord, Nieuwlande, Noordscheschut, Pesse, Stuifzand en Tiendeveen. Zonneparken hebben veelal een grootschalig en bedrijfsmatig karakter, wat haaks staat op het kleinschalige, dorpse karakter van deze kernen. Daarom worden zonneparken binnen de planologische komgrenzen van deze dorpen niet passend geacht. Voor de volledigheid wordt vermeld dat de stad Hoogeveen niet tot de uitzonderingsgebieden wordt gerekend.

pagina 24

3.3.7 Spoor 3 samengevat In onderstaande tabel zijn de hiervoor genoemde uitgangspunten voor de verschillende categorieën locaties samengevat. Infrastructuur

Dorpen

Zand Oud

Zand Jong

Veen besloten

Veen open

maatschappelijke meerwaarde

maatschappelijke meerwaarde

landschappelijke meerwaarde op structuurniveau

landschappelijke meerwaarde op structuurniveau

landschappelijke meerwaarde op structuurniveau

landschappelijke meerwaarde op structuurniveau

Bebouwing % per deelgebied

vrij

vrij

Max. 10%

Max. 20%

Max. 20%

Max. 20%

Maat, schaal per aaneengesloten zonnepark

vrij

grootte op basis van maatschappelijk draagvlak (richtlijn: 1 ha/200 huishoudens)

min. 10ha max. 60ha

min. 10ha max. 60ha

min. 10ha max. 60ha

min. 10ha max. 60ha

aanzicht en inpassing

3,0 m hoog, of hoger wanneer sprake is van een geluidwerende voorziening

tussen 1 en 2,5m hoog, draagvlak dorp sturend. voorzien van landschappelijke inpassing

max. 1,8m hoog voorzien van landschappelijke inpassing

max. 1,8m hoog voorzien van landschappelijke inpassing

max. 1,8m hoog voorzien van landschappelijke inpassing

max. 1,8m hoog voorzien van landschappelijke inpassing

afstanden

direct gekoppeld aan infra

binnen 100m van bebouwde kom (planologische komgrens)

vrij

vrij

vrij

min. 100m tot ontginningsas

extra inspanning

3.4 Maatschappelijke inpassing Het inrichten van grootschalige zonneparken heeft maatschappelijke effecten. Een aantal inwoners wil niet dat hun woon- en leefklimaat opgeofferd wordt, zeker niet voor de winst van een klein aantal grote ondernemers. Het is essentieel de omgeving (direct omwonenden en aangrenzende grondeigenaren) zo vroeg mogelijk in de planvorming te betrekken. Projecten waarbij inwoners, eigenaren of lokale ondernemers participeren hebben een grotere kans van slagen. Bij de initiatieven voor het grootschalig opwekken van zonne-energie in het buitengebied geldt daarom als voorwaarde dat de initiatiefnemer maximale betrokkenheid van de inwoners en andere betrokkenen in de omgeving creëert. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de werkzaamheden die de initiatiefnemer verplicht is om te nemen, de “inspanningsverplichting” en de extra’s ten behoeve van participatie, compensatie en acceptatie. De betrokkenheid is in de voorbereidende fase van essentieel belang, maar moet ook in de realisatie en exploitatiefase geborgd zijn. Op basis van alle verkregen informatie (inclusief zienswijzen) wordt door het college een totaalafweging gemaakt bij de definitieve vergunningverlening. Hierbij wordt benadrukt dat het algemeen belang, het halen van de gemeentelijke klimaatdoelstelling en het realiseren van een duurzame energievoorziening zwaarwegend is.

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 25

3.4.1 Inspanningsverplichting De initiatiefnemer verplicht zich tot het doen van aanzienlijke inspanningen om het maximale resultaat te bereiken in het betrekken van de directe omgeving in de fase van planvorming. Het gaat hierbij niet alleen om de inspanning zelf maar ook om het aantonen hiervan. Dat laatste speelt een cruciale rol en maakt onderdeel uit van de onderbouwing bij de vergunningaanvraag. De gemeente heeft hierbij in eerste instantie een faciliterende rol en toetst de inspanning van de aanvrager. Het is aan de initiatiefnemer om de omgeving te betrekken bij het ontwerp van het zonnepark en de landschappelijke inpassing. De gemeente toetst of de dialoog tussen initiatiefnemer en zijn omgeving goed verloopt. Om dat te borgen worden voorwaarden gesteld waaraan de initiatiefnemer minimaal moet voldoen. Voorwaarden aan inspanningsverplichting Om te garanderen dat het overleg met de directe omgeving op de juiste wijze plaats vindt, wordt een aantal voorwaarden gesteld. • De initiatiefnemer neemt in een zo vroeg stadium van de planvorming, maar niet voordat hierover contact met de gemeente is geweest, contact op met de omwonenden, eigenaren van omliggende gronden en overige betrokken partijen en betrekt deze bij de totstandkoming van het plan. • De initiatiefnemer dient voorafgaand aan de vergunningaanvraag, de plannen te presenteren in de buurt.

De gemeente zal hierbij aanwezig zijn als toehoorder en kan vragen beantwoorden over het nog te doorlopen traject. • Alle omwonenden en grondeigenaren binnen een bepaalde afstand van (de rand van) het plangebied worden uitgenodigd. • Samen met de gemeente wordt deze afstand/een lijst van genodigden bepaald. Hierbij wordt uitgegaan van logische grenzen. • Ook de gemeenteraad ontvangt een uitnodiging en de uitnodiging wordt gepubliceerd in het Torentje. De initiatiefnemer is eindverantwoordelijke voor het uitnodigen van de omgeving. • Er wordt een verslag gemaakt van de overleggen en bijeenkomsten. • De inloopbijeenkomsten worden op een toegankelijke locatie georganiseerd. De planlocatie zelf of een locatie in de directe nabijheid verdient daarbij de voorkeur. • Het is heel goed mogelijk dat er meerdere bijeenkomsten moeten worden georganiseerd. Het is ook mogelijk dat het wenselijk is verschillende bijeenkomsten te houden voor verschillende doelgroepen. Het is aan de initiatiefnemer om aan te geven welke behoefte bestaat en of aan de behoefte is voldaan. • De initiatiefnemer legt vast hoe de inwoners in het gebied, ook nadat de vergunning is verstrekt, betrokken blijven bij de voorbereidingen, de realisatie en exploitatie. De verslagen van de bijeenkomsten en overleggen worden als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

pagina 26

Dit dossier maakt dus deel uit van de vergunningaanvraag. De initiatiefnemer neemt in de toelichting op hoe de opmerkingen in de ruimtelijke onderbouwing zijn verwerkt. Deze bijeenkomsten en inspraak van omwonenden gaan vooraf aan de vergunningsprocedure en komen niet in plaats van de formele inspraakprocedure. Het is belangrijk dat een initiatiefnemer in de onderbouwing van het plan ingaat op de argumenten van omwonenden om bepaalde maatregelen/investeringen wel of niet te doen. Dit mag niet gaan over standpunten en meningen. Op basis van de argumenten kan een initiatiefnemer gericht aanpassingen doen. Een initiatiefnemer hoeft niet letterlijk alles over te nemen van wat er uit de bijeenkomsten naar voren komt, er mag gemotiveerd worden afgeweken. Hier heeft de gemeente in het voortraject ook al een toetsende rol.

3.4.2 Participatie, compensatie en acceptatie Naast de inspanningsverplichting van de initiatienemer worden ook de geboden participatie en compensatie en de mate van acceptatie beoordeeld. Deze begrippen zijn moeilijk te onderscheiden. Om aan te geven wat hiermee bedoeld wordt, worden hieronder voorbeelden weergegeven: • Het aanbieden van een postcoderoosregeling, zonnestroom of zonnepanelen* • Meeliften op het inkoopvoordeel van de initiatiefnemer • Het aanbieden van aandelen in het zonnepark • Participatie in een energiecoöperatie • Aanbieden van zonnepanelen omgeving / buurthuis / gemeente • Aanbieden investering buurt / gemeente • Oprichten van duurzaamheids-/gebiedsfonds dat jaarlijks uitkeert • Onderwijsinstellingen betrekken bij zonnepark • Natuur- en milieuorganisaties betrekken bij de plannen • Sponsoring evenementen/sportclubs/instanties • Lokale partijen werkzaamheden (voorbereiding/realisatie/exploitatie/beheer) te gunnen *Postcoderoos: Met deze regeling krijgen leden van een coöperatie een energiebelastingkorting op zijn of haar energienota voor lokaal en duurzaam opgewekte elektriciteit. Door deze landelijke regeling van de overheid kunnen inwoners van een wijk of dorp met elkaar op een financieel rendabele manier aan de slag met lokaal en duurzame energie. Uiteraard zijn er nog veel meer mogelijkheden om de betrokkenheid en acceptatie te vergroten.

Het is aan de initiatiefnemer om hier invulling aan te geven en samen met omwonenden en eventuele maatschappelijke organisaties tot een ideale wijze van participatie/compensatie/acceptatie te komen. Van belang is dat dit concreet wordt gemaakt (bijvoorbeeld door een actieve peiling onder omwonenden), oftewel wordt vastgelegd in de ruimtelijke onderbouwing en dat onderbouwd wordt dat dit van de kant van de initiatiefnemer niet vrijblijvend is. Voor de directe omgeving (omwonenden

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 27

en grondeigenaren) geldt vanzelfsprekend dat het aanbod van een initiatiefnemer wel vrijblijvend is. Omwonenden en belanghebbende hebben de vrijheid om zienswijzen in te dienen en in beroep te gaan, ongeacht de acceptatie van een aanbod. Opmaat naar acceptatie: delen in de opbrengst Betrokkenheid ontstaat ook door iedereen in de omgeving te laten profiteren. Hierbij kan gedacht worden aan het laten terugvloeien van de opbrengsten van de zonne-energie in het gebied en met dit geld dingen te doen die de leefbaarheid ten goede komen. De gemeente juicht dan ook toe dat de initiatiefnemer in een vroeg stadium een gelijkwaardige samenwerking met een gebieds(energie) coöperatie aangaat, al dan niet in combinatie met een gebiedsfonds. Hier ligt een kans om een bepaalde manier van acceptatie in de vorm van vergoedingen om te zetten in een samenwerking tussen initiatiefnemer en de omgeving. Om inwoners van Hoogeveen de mogelijkheid te geven deel te nemen in zonneparken, stimuleren we het vormen van dorps-/energiecoöperaties en/of gebiedsfondsen. We streven actief naar minimaal 50% deelname van inwoners in de vorm van dorps-/energiecoöperaties en/of gebiedsfondsen.

pagina 28

4

Op weg naar uitvoering

4.1 Procedure vergunningverlening zonnepark In hoofdstuk 3 is uiteengezet hoe de zonneparken binnen en buiten de bebouwde kom worden opgezet, ingericht, ingepast en vormgegeven. Deze paragraaf beschrijft de procedure voor de aanvraag van een zonnepark. Uitgebreide omgevingsvergunning Als de gemeente Hoogeveen heeft beoordeeld dat de plannen voor het zonnepark passend zijn binnen het afwegingskader kan het procedureschema uit bijlage 3 als richtlijn worden gebruikt. Het procedureschema gaat uit van een uitgebreide omgevingsvergunning (Wabo artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3). Maatwerk Doorgaans kunnen zonneparken gerealiseerd worden met een uitgebreide omgevingsvergunning. In overleg en met goede argumenten zijn ook andere juridische constructies bespreekbaar. Dit betreft echter maatwerk. Bestemmingsplan De bestemming van het terrein waarop de zonnepanelen worden aangebracht blijft zoals in het bestemmingsplan is benoemd en wordt dus niet aangepast. Voorbeeld: Grond met een agrarische bestemming behoudt deze tijdens de exploitatietijd van het zonnepark en heeft na 25 jaar nog steeds een agrarische bestemming. Geldigheidsduur omgevingsvergunning De vergunning wordt voor de exploitatieduur van 25 jaar aangevraagd en afgegeven. Dit houdt in dat het zonnepark nadat deze in gebruik is genomen gedurende 25 jaar geëxploiteerd mag worden.

Het zonnepark dient binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning gerealiseerd te worden. Indien dit niet het geval is kan de vergunning voor de activiteit bouwen worden ingetrokken op grond van artikel 2.33 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Beleidsregels intrekken omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. Alvorens wij het besluit nemen om de vergunning voor de activiteit bouwen in te trekken geven wij de vergunninghouder de kans om te reageren op het voorgenomen besluit. Wanneer vergunninghouder aangeeft dat het zonnepark binnen een redelijke termijn wordt gerealiseerd kunnen wij besluiten om de vergunning niet in te trekken.

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 29

Instandhouding In de vergunning worden voorwaarden opgenomen over de duurzame instandhouding van de (bestaande en nieuwe) landschapselementen. Hierin worden ook voorwaarden opgenomen over de beëindiging van een zonnepark. Elektriciteitsnetwerk -aansluit- en transportgarantieVoor de aanleg van een zonnepark geldt dat de verantwoordelijkheid voor aansluiting en levering/ transport op het elektriciteitsnetwerk bij de initiatiefnemer ligt. Om inzicht te krijgen in de economische en technische haalbaarheid dient de initiatiefnemer vroegtijdig contact op te nemen met de verantwoordelijke netbeheerder. In bijlage 2 is een kaartje opgenomen waarop met rood het gebied van netbeheerder Rendo is aangegeven. In het overige gebied is Enexis de verantwoordelijke netbeheerder. Aanvullend hierop geldt het volgende. De netwerkbeheerders hebben (brief d.d. 28 september 2018) aangegeven niet voorbereid te zijn op een grote toeloop van nieuwe zonneparken. Door de vele initiatieven voor zonneparken zijn knelpunten ontstaan waardoor voor toekomstige zonneparken niet altijd direct voldoende capaciteit op het elektranetwerk geboden kan worden. De gemeente vindt het belangrijk dat, voorafgaand aan de procedure, de initiatiefnemer zekerheid geeft dat zijn toekomstige zonnepark op korte termijn ook echt kan worden aangesloten op het net.

Daarom moeten gegevens van de netwerkbeheerder overlegd worden waaruit blijkt dat zowel de aansluiting op het netwerk als het transport van de stroom gegarandeerd zijn. Uiteraard is de initiatiefnemer vrij om de opgewekte stroom niet te transporteren, maar op een andere wijze te gebruiken waarmee voldoende inkomsten gegenereerd kunnen worden. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan het produceren van waterstof. Indien de initiatiefnemer kan onderbouwen dat dit op korte termijn (binnen 3 jaar) gerealiseerd kan worden zou hiermee aan de randvoorwaarde van de economische haalbaarheid voldaan kunnen worden.

4.2 Vangnetregeling Vangnetregeling Indien vanwege bijzondere omstandigheden de toepassing van het afwegingskader zonne-energie Hoogeveen, naar het oordeel van het college, zou leiden tot een onredelijke, maatschappelijk of landschappelijk/cultuurhistorisch onverantwoorde beslissing, behoudt het college het recht om af te wijken van het bepaalde in dit kader.

pagina 30

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 31

pagina 32

Bijlagen Bijlage 1.

Overzichtskaart met uitzonderingsgebieden en landschappen

Bijlage 2.

Gebiedsindeling netbeheerders

Bijlage 3.

Processchema

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 33

Bijlage 1 Overzichtskaart met uitzonderingsgebieden en landschappen

pagina 34

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 35

Bijlage 2 Gebiedsindeling netbeheerders

pagina 38

Afwegingskader zonne-energie | Gemeente Hoogeveen pagina 39

ENEXIS RENDO

Bijlage 3 Processchema

pagina 42

Stap

Inhoud

Wie

Tijdsduur

1. Startdocument

De gemeente stuurt initiatiefnemer het startdocument. In het startdocument staat wat van de initiatiefnemer verwacht wordt. Ook is in het startdocument een stappenplan opgenomen. De initiatiefnemer dient aan de hand van het stappenplan zijn initiatief uit te werken. Initiatiefnemer stuurt het uitgewerkte (initiatief)plan naar de gemeente. In deze stap is een eventuele RUD quickscan al mogelijk.

Gemeente en initiatiefnemer

Nadat de initiatiefnemer contact heeft opgenomen wordt het startdocument toegestuurd.

2. Startgesprek

De gemeente organiseert een startgesprek om de procedure en het plan van initiatiefnemer te bespreken. Het startdocument vormt de basis van het startgesprek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10145305/1