CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanbiedingsbrief ontwerpbegroting RUD Drenthe 2022 met bijlage

Raadsavond 23 september 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Ontwerpbegroting 2022 RUD19.241 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bezoekadres Westerbrink 1 9405 BJ Assen

Aan

De colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten van Drenthe Verzending per -mail

ons kenmerk

uw brief van/kenmerk

202100575 behandeld door

telefoon

team

bijlage(n)

Staf

1

e-mail

datum

6 juli 2021 onderwerp

Ontwerpbegroting RUD Drenthe 2022 Geachte collegeleden, Via deze brief bieden wij u de ontwerpbegroting 2022 aan. De ontwerpbegroting is behandeld in de vergadering van het algemeen bestuur RUD Drenthe van 5 juli. In april heeft het bestuur besloten om meer tijd uit te trekken voor het opstellen van de ontwerpbegroting, daarom ziet het begrotingsproces er dit jaar anders uit. In deze brief geven wij een toelichting op het doorlopen proces, de inhoud van de ontwerpbegroting 2022 en worden de raden en staten uitgenodigd om een zienswijze hierop in te dienen. Verschillende reacties vanuit raden op de kaderbrief Vanuit raden zijn diverse reacties binnengekomen op de kaderbrief. Het bestuur heeft de ontvangen reacties betrokken bij het besluitvormingstraject. De rode draad in de reacties is als volgt: Er bestaan zorgen over de sterke verhoging van de deelnemersbijdrage, onzekerheid over de financiële effecten van de Omgevingswet (een nadere uitwerking is gewenst). Daarnaast wordt verzocht om bespaarmogelijkheden in beeld te brengen en wordt er aandacht gevraagd voor het terugdringen van het ziekteverzuim. Daartegenover wordt ook gevraagd om de kwaliteit van de geleverde diensten en toezicht op peil te houden en wordt onder andere het belang benadrukt van het op orde houden van het locatiebestand.

Ook wordt de wens geuit om het gesprek te voeren over het te hanteren kader voor een schoon en veilig Drenthe: inhoudelijke doelstellingen of financiële grenzen. Zorgvuldig proces totstandkoming ontwerpbegroting Afgelopen periode is een intensief en zorgvuldig traject met de ambtelijk vertegenwoordigers doorlopen waarin de ontwerpbegroting nogmaals volledig is doorgelicht. Dit traject heeft o.a. geleid tot een keuzedocument met besparingsopties op basis waarvan de bijgaande ontwerpbegroting (gewijzigd) is opgesteld. Tijdens de beraadslaging over de ontwerpbegroting is elk onderdeel besproken en gewogen. Bij de afweging is indringend stilgestaan bij de nijpende financiële situatie van de deelnemers. Zowel het traject met de ambtelijk vertegenwoordigers als de uiteindelijke besluitvorming door het dagelijks bestuur heeft geleid tot een fors lagere ontwerpbegroting dan aanvankelijk was aangekondigd in de kaderbrief. Alle nog onzekere factoren zijn vooralsnog buiten deze ontwerpbegroting gehouden.

Diverse ontwikkelingen werken kostenverhogend Met deze begroting worden diverse nieuwe ontwikkelingen vertaald naar de begroting van de RUD Drenthe. Het bestuur heeft vastgesteld dat een aantal ontwikkelingen onvermijdelijk zijn en leiden tot een uitzetting van de begroting. Hierbij gaat het onder andere om de indexering, de aanbesteding van het zaaksysteem en het verbeteren van de informatievoorziening en het locatiebestand. Ook worden de extra gemaakte kosten om het thuiswerken te faciliteren meerjarig afgeschreven. Ten aanzien van de kosten voor Omgevingsveiligheid is het goed te vermelden dat deze worden gecompenseerd door het Rijk. Beperktere verhoging deelnemersbijdrage doorgevoerd in de ontwerpbegroting dan opgenomen in (addendum) Kaderbrief De ontwerpbegroting 2022 valt, door de gemaakte keuzes, € 703k lager uit dan vooraf aangekondigd in het addendum op de kaderbrief (op basis van de vooraf vastgestelde verdeling van deelnemersbijdrage). Dit komt mede door gebruik te maken van een recenter indexcijfer en is gekozen om de stijgende vraag naar luchtadvies en BOA-inzet wèl in de lasten mee te nemen, maar niet vooraf evenredig in rekening te brengen via de deelnemersbijdrage maar achteraf via meerwerk te verrekenen.

Daarnaast is gekozen om het bedrag voor de aanbesteding van een nieuw zaaksysteem in 2022 vooralsnog te halveren in afwachting van nadere concretisering van de kosten van het project. Ook is, als gevolg van het meer thuiswerken, een mogelijk besparing op de reiskosten van € 50K opgenomen. In verband met de uitvoering van een onderzoek naar de huisvestingsbehoefte van de RUD Drenthe is daarnaast besloten om de extra kosten voor de DVO huisvesting (€ 45K) met het oog daarop vooralsnog als incidenteel op te voeren in deze ontwerpbegroting. Daarnaast is besloten om de eerder opgenomen stijging van de bedrijfs- en uitvoeringskosten niet nu op te nemen maar te betrekken bij de begrotingswijziging. Met deze keuzes is recht gedaan aan het uitgangspunt om onvermijdelijke bedragen op te nemen en nader uit te werken onderwerpen in een begrotingswijziging te verwerken. Deze onderwerken zijn nadrukkelijk in de risico-paragraaf opgenomen. Inhoudelijke keuzes bij evaluatie Drentse maat en opstellen VTH-beleid De echte inhoudelijke keuzes ten aanzien van de uitvoering van het milieutakenpakket kunnen worden betrokken bij de aanstaande actualisatie van de Drentse maat als uitkomst van de evaluatie GR en het opstellen van het uniforme VTH beleid.

Bij deze twee onderwerpen worden de risico’s in beeld gebracht zodat een bewuste keuze kan worden gemaakt op basis van risico inschatting en milieurendement. Hiermee komen mogelijk besparingen in beeld, maar wordt ook inzichtelijk waar we op inhoud en inzet nog stappen te maken hebben. Pas later dit jaar meer financiële duidelijkheid over o.a. de Omgevingswet Naast de in deze ontwerpbegroting door vertaalde financiële effecten is er een aantal substantiële financiële risico’s benoemd waarover in de loop van 2021 pas meer duidelijkheid ontstaat. Met name gaat het daarbij om de kosten voor het anders werken onder de Omgevingswet (wat uit een eerste extern onderzoek mogelijk zelfs 10-12% meerkosten lijkt op te leveren). Ook de uitkomsten van de evaluatie van de GR, het nog op te stellen uniforme VTH-beleid voor heel Drenthe en het inzicht in het aanbestedings- en implementatietraject van het zaaksysteem kunnen de begroting 2022 nog wijzigen. Daarover zal in de loop van 2021 / begin 2022 nadere afstemming en besluitvorming plaats vinden. De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli leidt onder andere tot een verschuiving van het bevoegd gezag (van provincie naar gemeenten) van de bodemtaken. Daarnaast wijzigt ook het bevoegd gezag voor een aantal inrichtingen. Het uitgangspunt is dat overdracht van taken leidt tot evenredige overheveling van budgetten.

Het Rijk heeft aangegeven dat in het najaar meer duidelijkheid wordt verschaft aan de provincies, gemeenten en waterschappen over de hoogte van de uitkering in relatie tot de verschuiving van de bodemtaken. Op basis van een budget neutrale overdracht en de verwachte inzet per deelnemer zijn de financiële effecten van het verschuiven van het bevoegd gezag verwerkt in de begroting, zie hiervoor bijlage C. De komende periode zal worden benut om met elkaar in gesprek te gaan over het gewenste uitvoeringsniveau zodat dit kan worden verwerkt in het jaarprogramma. De financiële helderheid en een eventuele aanpassing van het uitvoeringsniveau kan vervolgens worden betrokken bij de begrotingswijzing begin 2022. 2

Met deze begroting leggen we een basis voor 2022 aan u voor, waarop begin 2022 nog een aanvullend voorstel zal volgen via een begrotingswijziging. Gelet op het mogelijk substantiële effect maar de nog te grote onzekerheid over de cijfermatige effecten menen wij op dit moment geen verantwoord totaaloverzicht in deze begroting te kunnen opnemen. In de voorbereiding van de begrotingswijziging zal nadrukkelijk afstemming plaatsvinden met de deelnemers en bieden wij de raden en staten de gelegenheid hun zienswijzen in te dienen en om in een daartoe te organiseren raads- en statenbijeenkomst daarover met ons in gesprek te gaan. Desgewenst is er ook gelegenheid in afzonderlijke raads- of statenvergaderingen daarover nader van gedachten te wisselen. Zienswijzen raden en staten: uw inbreng wordt meegewogen De Ontwerpbegroting 2022 staat open voor zienswijzen van raden en staten. De zienswijzentermijn bedraagt 8 weken met ingang van de datum van toezending (6 juli) en eindigt daarmee op 31 augustus. Vanwege het zomerreces wordt de zienswijzetermijn verlengd met 6 weken. De begroting en uw zienswijzen worden behandeld in de vergadering van het algemeen bestuur van 11 oktober (einde zienswijzetermijn).

Gelet op het belang van een gedegen behandeling in uw raden en staten tijdens de zienswijzeprocedure, adviseren wij u uw raden of staten te verzoeken de ontwerpbegroting 2022 te agenderen vóór oktober. Op deze wijze kunnen de zienswijze worden betrokken bij het voorstel aan het algemeen bestuur. Nadien toegezonden zienswijzen zullen wel worden betrokken bij de beraadslaging van het algemeen bestuur bij de behandeling van de stukken. Daartoe zullen alle ingediende zienswijzen worden doorgestuurd naar het algemeen bestuur en zal (uiterlijk ter vergadering) een totaaloverzicht met de ingediende zienswijzen en het mogelijke effect op het voorstel ter beraadslaging worden toegevoegd. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de RUD Drenthe,

De voorzitter,

de secretaris,

3

Ontwerpbegroting 2022 RUD Drenthe

INHOUDSOPGAVE 1

VOORWOORD / SAMENVATTING.............................................................................................................................. 3

2

BEGROTING 2022 IN ÉÉN OOGOPSLAG...................................................................................................................... 7

3

DE BESTUURLIJKE BEHANDELING .............................................................................................................................. 8

4

5

6

7

3.1

EFFECT VAN BEPERKING VAN HET FINANCIEEL KADER ........................................................................................... 9

3.2

HISTORISCH PERSPECTIEF FINANCIËLE ONTWIKKELING ......................................................................................... 9

ACTUELE ONTWIKKELINGEN ................................................................................................................................... 12 4.1

HERIJKING VAN ONZE MISSIE EN DOELSTELLINGEN ............................................................................................. 12

4.2

(BELEIDSMATIGE) ONTWIKKELINGEN ................................................................................................................... 12

4.3

ORGANISATORISCHE ONTWIKKELINGEN .............................................................................................................. 21

PROGRAMMAPLAN ................................................................................................................................................ 25 5.1

DE PROGRAMMA’S ............................................................................................................................................... 25

5.2

PROGRAMMA MILIEU – REGULIER ....................................................................................................................... 26

5.3

PROGRAMMA MILIEU – PROJECTEN & LEGES ...................................................................................................... 29

5.4

ALG. DEKKINGSMIDDELEN, OVERHEAD, VENNOOTSCHAPSBELASTING, ONVOORZIEN ........................................ 30

PARAGRAFEN ......................................................................................................................................................... 32 6.1

PARAGRAAF LEGES / LOKALE HEFFINGEN ............................................................................................................. 32

6.2

PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ........................................................................... 32

6.3

PARAGRAAF FINANCIËLE KENGETALLEN ............................................................................................................... 39

6.4

PARAGRAAF FINANCIERING .................................................................................................................................. 40

6.5

PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ............................................................................................................................ 41

6.6

PERSONELE ONTWIKKELINGEN ............................................................................................................................. 42

FINANCIËLE BEGROTING ......................................................................................................................................... 44 7.1

OPZET BEGROTING................................................................................................................................................ 44

7.2

MEERJARENRAMING OVERZICHT BATEN EN LASTEN ........................................................................................... 44

7.3

ONZE EXPLOITATIEBEGROTING ............................................................................................................................. 46

7.4

UITEENZETTING VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN MEERJARENRAMING ............................................................... 50

BIJLAGE A – INDEXERING ................................................................................................................................................. 55 BIJLAGE B – DEELNEMERSBIJDRAGEN (exclusief verschuiving taken tussen bevoegde gezagen) ...................................... 56 BIJLAGE C – DEELNEMERSBIJDRAGEN............................................................................................................................... 57 (incl. verschuiving taken tussen bevoegde gezagen indicatief – nader te bepalen bij begrotingswijziging) ....................... 57

2

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

VOORWOORD / SAMENVATTING Het algemeen bestuur heeft in zijn vergadering van 14 april 2021 besloten om voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2022 meer tijd uit te trekken. Afgelopen periode is een intensief en zorgvuldig traject met de ambtelijk vertegenwoordigers doorlopen waarin de ontwerpbegroting nogmaals volledig is doorgelicht. Dit traject heeft o.a. geleid tot een keuzedocument met besparingsopties op basis waarvan de bijgaande ontwerpbegroting (gewijzigd) is opgesteld. Tijdens de beraadslaging over de ontwerpbegroting is elk onderdeel besproken en gewogen. Bij de afweging is indringend stilgestaan bij de nijpende financiële situatie van de deelnemers. Zowel het traject met de ambtelijk vertegenwoordigers als de uiteindelijke besluitvorming door het dagelijks bestuur heeft geleid tot een fors lagere ontwerpbegroting dan aanvankelijk was aangekondigd in de kaderbrief. Alle nog onzekere factoren zijn vooralsnog buiten deze ontwerpbegroting gehouden. De begroting is gebaseerd op onze Kaderbrief 2022. Dat betekent dat de daarin benoemde financiële en beleidsmatige uitgangspunten in hoofdlijn zijn toegepast.

De belangrijkste uitgangspunten voor deze begroting zijn daarbij: • de uitgangspunten van de begroting 2021; • het gewogen indexcijfer door toepassing van de index loonvoet sector overheden de prijsindex netto materiële overheidsconsumptie; • de productiviteitsnorm blijft net als voor 2021 1.330 uur per FTE, waarbij rekening gehouden is met een ziekteverzuimpercentage van 6%. • de in 2020 vastgestelde nieuwe verrekensystematiek voor de deelnemersbijdragen • het inzichtelijk maken van de onafgedekte risico’s in het kader van het lage weerstandsvermogen Met deze opsomming lijkt op het eerste oog de begroting 2022 nagenoeg ongewijzigd te zijn ten opzichte van eerdere jaren. De praktijk is echter anders. Diverse ontwikkelingen werken kostenverhogend Met deze begroting worden diverse nieuwe ontwikkelingen vertaald naar de begroting van de RUD Drenthe. Het bestuur heeft vastgesteld dat een aantal ontwikkelingen onvermijdelijk zijn en leiden tot een uitzetting van de begroting. Hierbij gaat het onder andere om de indexering, de aanbesteding van het zaaksysteem en het verbeteren van de informatievoorziening en het locatiebestand. Ook worden de extra gemaakte kosten om het thuiswerken te faciliteren meerjarig afgeschreven. Ten aanzien van de kosten voor Omgevingsveiligheid is het goed te vermelden dat deze worden gecompenseerd door het Rijk.

Flink lagere verhoging deelnemersbijdrage doorgevoerd in de ontwerpbegroting dan opgenomen in (addendum) Kaderbrief De ontwerpbegroting 2022 valt, door de gemaakte keuzes, € 703k lager uit dan vooraf aangekondigd in het addendum op de kaderbrief (op basis van de vooraf vastgestelde verdeling van deelnemersbijdrage). Dit komt mede door gebruik te maken van een recenter indexcijfer en is

3

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

gekozen om de stijgende vraag naar luchtadvies en BOA-inzet wèl in de lasten mee te nemen, maar niet vooraf evenredig in rekening te brengen via de deelnemersbijdrage maar achteraf via meerwerk te verrekenen. Daarnaast is gekozen om het bedrag voor de aanbesteding van een nieuw zaaksysteem in 2022 vooralsnog te halveren in afwachting van nadere concretisering van de kosten van het project. Ook is, als gevolg van het meer thuiswerken, een mogelijk besparing op de reiskosten van € 50K opgenomen. In verband met de uitvoering van een onderzoek naar de huisvestingsbehoefte van de RUD Drenthe is daarnaast besloten om de extra kosten voor de DVO huisvesting (€ 45K) met het oog daarop vooralsnog als incidenteel op te voeren in deze ontwerpbegroting. Daarnaast is besloten om de eerder opgenomen stijging van de bedrijfs- en uitvoeringskosten niet nu op te nemen maar te betrekken bij de begrotingswijziging. Met deze keuzes is recht gedaan aan het uitgangspunt om onvermijdelijke bedragen op te nemen en nader uit te werken onderwerpen in een begrotingswijziging te verwerken. Deze onderwerpen zijn nadrukkelijk in de risico-paragraaf opgenomen.

Inhoudelijke keuzes bij evaluatie Drentse maat en opstellen VTH-beleid De echte inhoudelijke keuzes ten aanzien van de uitvoering van het milieutakenpakket kunnen worden betrokken bij de aanstaande actualisatie van de Drentse maat als uitkomst van de evaluatie GR en het opstellen van het uniforme VTH beleid. Bij deze twee onderwerpen worden de risico’s in beeld gebracht zodat een bewuste keuze kan worden gemaakt op basis van risico inschatting en milieurendement. Hiermee komen mogelijk besparingen in beeld, maar wordt ook inzichtelijk waar we op inhoud en inzet nog stappen te maken hebben. Pas later dit jaar meer financiële duidelijkheid over o.a. de Omgevingswet Naast de in deze ontwerpbegroting door vertaalde financiële effecten is er een aantal substantiële financiële risico’s benoemd waarover in de loop van 2021 pas meer duidelijkheid ontstaat. Met name gaat het daarbij om de kosten voor het anders werken onder de Omgevingswet (wat uit een eerste extern onderzoek mogelijk zelfs 10-12% meerkosten lijkt op te leveren). Ook de uitkomsten van de evaluatie van de GR, het nog op te stellen uniforme VTH-beleid voor heel Drenthe en het inzicht in het aanbestedings- en implementatietraject van het zaaksysteem kunnen de begroting 2022 nog wijzigen. Daarover zal in de loop van 2021 / begin 2022 nadere afstemming en besluitvorming plaats vinden.

De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli leidt onder andere tot een verschuiving van het bevoegd gezag (van provincie naar gemeenten) van de bodemtaken. Daarnaast wijzigt ook het bevoegd gezag voor een aantal inrichtingen. Het uitgangspunt is dat overdracht van taken leidt tot evenredige overheveling van budgetten. Het Rijk heeft aangegeven dat in het najaar meer duidelijkheid wordt verschaft aan de provincies, gemeenten en waterschappen over de hoogte van de uitkering in relatie tot de verschuiving van de bodemtaken. Op basis van een budget neutrale overdracht en de verwachte inzet per deelnemer zijn de financiële effecten van het verschuiven van

4

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

het bevoegd gezag verwerkt in de begroting, zie hiervoor bijlage C. Graag gaan we de komende periode met elkaar in gesprek over het gewenste uitvoeringsniveau zodat dit kan worden verwerkt in het jaarprogramma. De financiële helderheid en een eventuele aanpassing van het uitvoeringsniveau kan vervolgens worden betrokken bij de begrotingswijzing begin 2022. Overzicht gemaakte keuzes Met deze begroting wordt de trend die de laatste jaren is ingezet – het zoveel mogelijk op de nullijn blijven van onze exploitatiebegroting – doorbroken. Gelet op de geschetste ontwikkelingen is dit financiële uitgangspunt onhoudbaar om een adequaat uitvoeringsniveau van VTH-taken te bereiken. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de gemaakte keuzes en de financiële wijzigingen ten opzichte van de kaderbrief. Onderwerp Indexering (1,4 %) Extra kosten thuiswerken Herijken DVO huisvesting Aanbesteding zaaksysteem (incidenteel) Verbeteren informatievoorziening Luchtadviseur (toename vraag) BOA-capaciteit (volgens LHS) Actueel houden inrichtingenbestand Bedrijfs- en uitvoeringskosten Toename begroting Budgetneutraal: Verschuiving fin. Omgevingsveiligheid (Compensatie gemeentefonds)

Kaderbrief € 325k € 165k € 45k (structureel) € 200k

Ontwerp begroting € 197k (verlaagd) € 115k (verlaagd) € 45k (gewijzigd naar incidenteel) € 100k (verlaagd)

Wijziging -€ 128k -€ 50k incidenteel

€ 80k

€ 80k

€ 95k € 150k € 60k

€ 0k (meerwerk)* € 0k (meerwerk)* € 60k

-€ 95k -€ 150k -

€ 180k

-€ 180k

€ 1.300K

€ 0k (nadere onderbouwing nodig) € 597K

€ 105k

€ 103k

- € 2k

-€ 100k

-€ 703K

* De wijziging betreft de afname in de deelnemersbijdrage die op voorhand wordt verdeeld. De bedragen zijn wel opgenomen in de lasten en als ‘nader te verdelen meerwerkbaten’.

Met deze begroting leggen we een basis voor 2022 aan u voor, waarop begin 2022 nog een aanvullend voorstel zal volgen via een begrotingswijziging. Gelet op het mogelijk substantiële effect maar de nog te grote onzekerheid over de cijfermatige effecten menen wij op dit moment geen verantwoord totaaloverzicht in deze begroting te kunnen opnemen.

5

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

In de voorbereiding van een latere begrotingswijziging zal nadrukkelijk afstemming plaatsvinden met de deelnemers en bieden wij de raden en staten de gelegenheid hun zienswijzen in te dienen en in een daartoe te organiseren raads- en statenbijeenkomst daarover met ons in gesprek te gaan. Desgewenst is er ook gelegenheid in afzonderlijke raads- of statenvergaderingen daarover nader van gedachten te wisselen.

6

Jisse Otter

Marjan Heidekamp

Voorzitter Dagelijks Bestuur Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe

Secretaris Dagelijks Bestuur Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

1 BEGROTING 2022 IN ÉÉN OOGOPSLAG Figuur 1: Onze begroting in een oogopslag

In paragraaf 7.3 is de exploitatiebegroting over meerdere jaren weergegeven.

7

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

2 DE BESTUURLIJKE BEHANDELING In de begroting staan de financiële kaders en het budget voor het begrotingsjaar. Er wordt genoemd wat wij daar op hoofdlijnen voor gaan doen. De begroting 2022 is in februari/maart 2021 opgesteld en in procedure gebracht. Vanwege de substantiële wijzigingen die in de ontwerpbegroting waren opgenomen heeft het Algemeen Bestuur in haar vergadering van april 2021 meer tijd uit te trekken om te komen tot een gewogen besluit. Afgelopen periode is een intensief en zorgvuldig traject met de ambtelijk vertegenwoordigers doorlopen waarin de ontwerpbegroting nogmaals volledig is doorgelicht. Dit traject heeft o.a. geleid tot een keuzedocument met besparingsopties op basis waarvan de bijgaande ontwerpbegroting (gewijzigd) is opgesteld. Tijdens de beraadslaging over de ontwerpbegroting is elk onderdeel besproken en gewogen. Bij de afweging is indringend stilgestaan bij de nijpende financiële situatie van de deelnemers. Zowel het traject met de ambtelijk vertegenwoordigers als de uiteindelijke besluitvorming door het dagelijks bestuur heeft geleid tot een fors lagere ontwerpbegroting dan aanvankelijk was aangekondigd in de kaderbrief. In het onderstaande overzicht staat de planning van de verdere behandeling van de ontwerpbegroting 2022 binnen de context van de P&C cyclus inclusief de vergaderdata van het algemeen en dagelijks bestuur.

De behandeling van de ontwerpbegroting 2022 is in het rood weergegeven. Figuur 2: De bestuurlijke behandeling van de begroting binnen onze P&C cyclus

8

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

2.1 EFFECT VAN BEPERKING VAN HET FINANCIEEL KADER Voor 2020 is het verlengen van de 5% incidentele bijdrage nadrukkelijk gekoppeld aan de uitvoering van het Ontwikkelprogramma en is aangegeven dat deze incidentele bijdrage voor 2021 zal komen te vervallen. Bij het opstellen van onze jaarprogramma’s 2018, 2019 en 2020 is gebleken dat de uitvoering van onze taken op het gebied van de oorspronkelijk vastgestelde Drentse Maat en niet-Drentse Maat niet onverkort past binnen de beschikbare middelen en dat er naast deze taken structureel te weinig ruimte beschikbaar is voor de noodzakelijke ontwikkeling, implementatie van nieuwe wet- en regelgeving of de door de deelnemers gewenste intensivering van de uitvoering (o.a. Drentse Prioriteiten). Uit de vanuit de raden ingebracht zienswijzen op de begroting 2021 bleek dat de overgrote meerderheid van de deelnemers geen extra middelen beschikbaar kan stellen voor de door de RUD Drenthe uit te voeren taken. Een stijging van de bijdrage is echter onontkoombaar vanwege de geschetste ontwikkelingen. Bij de actualisatie van de DM en het op te stellen VTH-beleid zal worden gekeken naar de prioritering van taken en uitvoeringsniveaus.

Om dit te faciliteren is in het Ontwikkelprogramma nadrukkelijk prioriteit gegeven aan het invoeren van risicogericht werken, te beginnen met risicogericht Toezicht omdat daarmee het inhoudelijke afwegingskader wordt gecreëerd voor het herprioriteren van de meest beïnvloedbare inzet. Met de verdere verdieping en verbreding van het risicogerichte werken wordt invulling gegeven aan het politiek-bestuurlijk afwegingskader op basis van risico-inschatting en milieurendement voor het gehele takenpakket. Met het hiervoor genoemde politiek-bestuurlijke afwegingskader op basis van risico-inschatting en milieurendement zullen de consequenties van deze ontwikkeling moeten worden vertaald naar een uitvoeringskader met bijbehorende financiële vertaling. Met het door de deelnemers gezamenlijk in voorbereiding zijnde uniforme VTH-beleid voor heel Drenthe zal het – wettelijk verplichte - uniforme uitvoeringsniveau opnieuw worden vastgesteld. Daarbij is ruimte met (door de Omgevingswet beoogde) gebiedsgerichte kaders te werken waardoor bijvoorbeeld onderscheid kan worden gemaakt tussen landelijke of meer stedelijke gebieden. 2.2

HISTORISCH PERSPECTIEF FINANCIËLE ONTWIKKELING

Voor een goed begrip is het belangrijk om u in vogelvlucht mee te nemen in de historische financiële ontwikkelingen vanaf de start van de RUD Drenthe. Bij de oprichting van de RUD Drenthe in 2014 is direct een efficiencykorting van 10 % doorgevoerd. Twee jaar later, bij de gelijktijdige invoering van de Drentse Maat en het zaaksysteem LOS, is met een aantal randvoorwaarden opnieuw 10 % efficiencykorting doorgevoerd. Daarnaast vond in de eerste jaren geen indexering plaats, ondanks dat de kosten stegen. Ook werden extra taken ingebracht zonder dat daarvoor de begroting werd aangepast. Uit het in 2017 verrichte onderzoek door SeinstraVandeLaar bleek dat geïnvesteerd moest worden om de basis op orde te krijgen. Daarnaast bleek uit een doorlichting van het LOS dat het werken met een (eigen) zaaksysteem zorgt voor betere vastlegging van gegevens, maar zeker geen kostenbesparing oplevert, integendeel. Om de basis op orde de brengen is de deelnemersbijdrage met 5 % structureel en 2 jaar lang met 5 % incidenteel verhoogd ter dekking van de exploitatiekosten. Ten behoeve van het ontwikkelprogramma is in 2019 een uitname gedaan uit de

9

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

algemene en bestemmingsreserve van de RUD Drenthe. Daarnaast is ontwikkelbudget beschikbaar gesteld door in 2020 de 5 % extra deelnemersbijdrage incidenteel te verlengen. Op basis van de aanbevelingen uit het onderzoek van SeinstraVandeLaar is geïnvesteerd in ontwikkelkracht en denkkracht. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het aanstellen van senioren ten behoeve van relatiemanagement, financiën, HRM, informatievoorziening, communicatie en een programmamanager. Deze versterking is grotendeels binnen de bestaande begroting doorgevoerd, onder andere door het aantal teamleiders te verminderen van 7 naar 4 fte. We zien dat deze basis essentieel is voor het functioneren van de organisatie. Het is van belang om de bedrijfsvoering op sterkte te houden om het hoofd te kunnen bieden aan de opgaven die voor ons liggen. Het ontwikkelprogramma heeft bijvoorbeeld mooie resultaten opgeleverd, echter we zijn er nog niet. Naast de nog op te pakken verbeteringen en ontwikkelingen wordt ook inzichtelijk welke structurele (extra) inzet nodig is om de basis op orde te houden en op toekomstige ontwikkelingen te kunnen anticiperen. Kortom, om toekomstbestendig te worden en te blijven.

Inhoudelijke keuzes bij evaluatie Drentse maat en opstellen VTH-beleid De echte inhoudelijke keuzes ten aanzien van de uitvoering van het milieutakenpakket kunnen worden betrokken bij de aanstaande actualisatie van de Drentse Maat als mogelijke uitkomst van de evaluatie GR en het opstellen van het uniforme VTH beleid. Bij deze twee onderwerpen worden de risico’s in beeld gebracht zodat een bewuste keuze kan worden gemaakt op basis van risico inschatting. Hiermee komen mogelijk besparingen in beeld, maar wordt ook inzichtelijk waar we op inhoud nog stappen te maken hebben. Op dit moment achten wij het onverantwoord om – vooruitlopende op deze nadere verkenning - mogelijke besparingen in mindering te brengen op de begroting. Afgelopen jaren is sterk ingezet op kostenbesparing. We willen een kostenbewuste organisatie zijn. Dit wordt mede ingegeven door de oproep van diverse deelnemers om de begroting te bevriezen vanwege de eigen financiële krapte. Daarom hebben we afgelopen jaren zichtbare besparingsmogelijkheden benut om kostenstijgingen te kunnen dekken. Zo is, zoals hiervoor omschreven de bedrijfsvoering deels versterkt door te besparen op de bedrijfsvoeringskosten (nieuw voor oud). Daarnaast is flink bespaart op de financiële- en salarisadministratie door die respectievelijk in eigen beheer te nemen en over te dragen van de provincie naar de gemeente Emmen.

Met de bespaarde kosten zijn kostenstijgingen in de bedrijfsvoering deels opgevangen. Een onderzoek of een taakstelling op bijvoorbeeld huisvesting mogelijk is biedt wellicht ruimte voor besparing, dit levert mogelijk wel hogere reis- en verblijfkosten op. Voortschrijdende inzichten op dit punt kunnen betrokken worden bij de begrotingswijziging 2022. De wens om ook bespaarmogelijkheden in beeld te brengen is vanzelfsprekend serieus onderzocht. Daarbij is ook de oproep gehoord dat dit niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de uitvoering van de werkzaamheden. Bij de invoering van de Drentse maat is gekozen voor een sober en doelmatig uitvoeringsniveau. Dit destijds gekozen niveau vormt nog steeds de basis voor de uitvoering van onze werkzaamheden. Daarbij dient benadrukt te worden dat het milieuwerk afgelopen jaren intensiever is geworden, naast genoemde digitalisering, is het milieuwerk ook complexer geworden. Nieuwe onderwerpen als PFAS, Zeer Zorgwekkende Stoffen en Stikstof hebben hun intrede gedaan, beoordelingen en adviezen zijn ingewikkelder geworden en daarnaast is de samenleving mondiger geworden. Afgelopen jaren hebben we sterk ingezet om de basis op orde te brengen. Hierin zijn grote stappen gezet. Echter, zoals hiervoor beschreven, zijn we er nog niet. We zijn bezig om op niveau te komen, bijvoorbeeld ook om op de inhoud de risico’s van onze taken goed

10

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

in beeld te brengen. Daarbij komen inhoudelijke verbeterpunten naar voren. Nu kiezen voor bezuiniging op bestaande middelen voor de uit te voeren taken zal daarmee niet alleen ten koste gaan van het huidige uitvoeringsniveau maar ook de noodzakelijke verbeteringen in de weg staan. Bezien zal worden of een deel van de verbeteringen zonder extra middelen kan worden opgepakt. Daarmee proberen we nadrukkelijk om zoveel mogelijk de door ons ingezette trend vast te houden om verbeteringen vanuit mogelijke besparing op de uitvoering te realiseren. Ten aanzien van de ontwikkelkosten is het grootste gedeelte uit de eigen reserve van de RUD Drenthe bekostigd. Naast de incidentele extra bijdrage van 5 % voor 2020 zijn geen extra bijdragen hiervoor ontvangen. Voor 2021 zetten we in op het realiseren van de ontwikkelopgave zonder hiervoor extra budget te vragen, waarbij de indirect productieve uren uit het jaarprogramma worden ingezet. Gelet op de omvang van de ontwikkelopgave staat dit uitgangspunt sterk onder druk. Verdere besparingen zou de ontwikkelkracht geheel teniet doen en ook een onverantwoorde druk op de medewerkers binnen onze organisatie leggen. Eventuele besparingsmogelijkheden betrekken bij begrotingswijziging Zoals hiervoor aangegeven zijn op dit moment geen verdere concrete besparingsmogelijkheden aanwezig.

Echter bij de begrotingswijziging later dit jaar ontstaat hier mogelijk wel meer zicht op. In het op te stellen uniform VTH beleid en de herijking van de Drentse maat wordt opnieuw met elkaar het gesprek gevoerd over het gewenste kwaliteitsniveau en de te accepteren risico’s. Dit onderwerp staat in een direct relatie tot de bijdrage. Daarnaast biedt een onderzoek naar onze huisvestigingsbehoefte in relatie tot het nieuwe werken wellicht ook nieuwe inzichten.

11

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN Onze organisatie is een samenwerkingsverband tussen alle Drentse gemeenten en de provincie Drenthe op het gebied van milieu. De 12 Drentse gemeenten en de provincie Drenthe zijn samen eigenaar van de RUD Drenthe. Voor alle 13 deelnemende partijen voert de RUD Drenthe het milieu brede takenpakket en bodemtaken uit. De RUD Drenthe voert als backoffice opdrachten uit voor de deelnemende partijen. De gemeenten en de provincie blijven bevoegd gezag en eerste aanspreekpunt voor de samenleving. De gemeenten en de provincie blijven daarbij verantwoordelijk voor het milieubeleid en prioriteitstelling op lokaal niveau.

3.1 HERIJKING VAN ONZE MISSIE EN DOELSTELLINGEN Bij de oprichting van de RUD Drenthe is de visie, missie en doelstelling van de dienst bepaald en is verwoord in ons bedrijfsplan van 2013. Het vormt een belangrijk kader voor de financiën en organisatie van de dienst. Op basis van de in 2017 uitgevoerde doorlichting van de organisatie en financiën van de RUD Drenthe is onder meer de aanbeveling aan het bestuur gedaan om te komen tot een herijking van de visie en missie. Die noodzaak is opnieuw duidelijk gebleken uit het Collectief DrijfverenDNA-onderzoek van bureau Zuiderlicht in 2018. Naar aanleiding daarvan is in het kader van het Ontwikkelprogramma gewerkt aan een herijking van de missie en visie. Daarmee is de basis gelegd voor een gedeeld perspectief voor onze organisatie, welke als rode draad zal moeten doorklinken in al onze werkzaamheden, beleidsdocumenten en te maken keuzes. Deze in concept herijkte missie en visie is begin 2020 ter oriëntatie voorgelegd aan het bestuur. Daarbij is afgesproken dat de uitkomsten van de evaluatie van de GR zullen worden betrokken bij het nader verkennen en vaststellen van de herijkte missie en visie. Het ligt in de verwachting dat we binnen het begrotingsjaar 2022 zullen werken vanuit de herijkte visie en missie.

3.2 (BELEIDSMATIGE) ONTWIKKELINGEN Er is een aantal (beleidsmatige) ontwikkelingen die van invloed zijn op onze taakuitvoering. Dat zijn: 1. Het actueel houden van het locatiebestand; 2. Toegenomen vraag om luchtadvies deelnemers in combinatie met het beleid m.b.t. de zeer zorgwekkende stoffen (ZZS); 3. Toegenomen noodzaak tot strafrechtelijk handhaven (extra BOA-capaciteit); 4. De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli 2022 en de verschuivingen van bevoegd gezag voor bepaalde milieulocaties; 5. De overdracht van bevoegd gezag bodemtaken van provincie naar gemeenten in kader van de Omgevingswet; 6. Landelijk programma Versterking omgevings-veiligheid 2021-2024; 7. De uitkomsten van de Evaluatie GR RUD Drenthe; 8. Het in voorbereiding zijnde uniforme uitvoerings- en handhavingsbeleid voor Drenthe; 9. Het risicogerichte toezicht en risicogericht werken; 10. De klimaatdoelen in relatie tot energiebesparing bij bedrijven; 11. Overige wetswijzigingen en jurisprudentie; 12. Het vervolg beleid op asbestdaken. 1. Het actueel houden van het locatiebestand Het op orde brengen van het locatiebestand is afgelopen tijd gefinancierd met budget uit het ontwikkelprogramma. De aanpassing van deze data heeft zich puur gericht op de data die in het

12

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

locatiebestand is opgenomen. Dit is belangrijk om te vermelden omdat dat namelijk betekent dat ons locatiebestand niet een geheel correcte afspiegeling is van de situatie in het veld. Het actueel houden (beheren) van het locatiebestand is de volgende stap. Bij alles wat we doen worden de gegevens adequaat vastgelegd zodat het bestand op orde blijft. Naast vastleggen van de eigen data is ook het aanpassen aan elders vastgelegde data nodig (kvk en GBA). Hierbij gaat het om het beheer van ons gebouwde externe gegevensmagazijn waaraan ook GBA en KvK is gekoppeld. Via mutaties van GBA en het KvK kan vervolgens vanuit de gevraagde uren gericht geveltoezicht plaatsvinden. Deze controles dienen er voor om te checken of ons locatiebestand nog wel een goede afspiegeling is van de situatie in het veld. Op deze wijze krijgt de RUD een steeds beter en actueler locatiebestand en kunnen wij eventueel ook milieucontroles uitvoeren bij deze bedrijven. Bedrijven die zich niet melden blijven namelijk onder de radar. Het gaat dus om het uitvoeren van de scans, het aanleveren van informatie aan de administratief toezichthouders en het aansturen en optimaliseren van de gevelscans. Uiteraard worden slimme technieken toegepast zodat hier op een zo efficiënt mogelijke wijze uitvoering aan kan worden gegeven. Met deze werkzaamheden is 1 medewerker fulltime bezig (1.330 uur).

De hiermee gepaard gaande exploitatiekosten bedragen ca € 60.000. 2. Toegenomen vraag om luchtadvies deelnemers in combinatie met het beleid m.b.t. de zeer zorgwekkende stoffen (ZZS); Wij verwachten circa 1 fte extra nodig te hebben voor het verlenen van gedegen luchtadvies, waar vanuit de deelnemers om gevraagd wordt. Voor de begroting betekent dit een extra kostenpost van circa € 95k. Voor het jaar 2021 zijn hierover door het algemeen bestuur RUD Drenthe in december 2020 aanvullende afspraken gemaakt. Onderdeel van deze afspraak was dat deze extra formatie met ingang van het begrotingsjaar 2022 structureel opgenomen zou worden in de begroting. De baten worden in de ontwerpbegroting niet afzonderlijk bij de deelnemers in rekening gebracht, maar onder de kop ‘nog door te belasten meerwerkbaten’ opgenomen. Dit meerwerk wordt in rekening gebracht bij de deelnemers waar het meerwerk plaatsvindt. Er is sprake van een sterke groei in verzoeken om luchtadvies, dit vindt voornamelijk vraaggestuurd plaats. De inventarisatie van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zorgt voor een flinke stijging in werkaanbod, daarnaast is sprake van een groeiende vraag als gevolg van nieuwe ontwikkelingen waaronder WNB vergunningprocedures en het opstarten van omgevingsvisies en geurbeleid. Achterstanden in luchtadvisering kunnen leiden tot politiek gevoelige dossiers.

Het betreft de uitvoering van een wettelijke adviestaak, waarbij het zowel gaat om het tegengaan van gezondheidsrisico’s als om het voorkomen of bestrijden van geurhinder/stank. Ten behoeve van de inventarisatie van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) bij de provinciale inrichtingen is in 2019 door de FUMO, ODG en de RUD in gezamenlijkheid een projectplan opgesteld. Dit projectplan is in 2020 in uitvoering genomen. Specifiek is daarbij voor de provincies voor 1 januari 2021 per inrichting inzage verkregen in de aanwezige, gebruikte en naar de lucht geëmitteerde ZZS. Daarnaast wilden de provincies ook inzage in de (in)directe ZZS-lozingen naar water. De provincies hebben met het Rijk afspraken gemaakt over de uitvoering van deze werkzaamheden. De provincie Drenthe heeft extra budget beschikbaar gesteld aan de RUD om deze extra werkzaamheden uit te voeren. De ZZS doen zich naar verwachting niet alleen voor bij de provinciale inrichtingen. Gemeenten hebben echter geen speciale afspraken met het rijk gemaakt over de aanpak hiervan. Met de ervaringen die worden opgedaan bij de provinciale inrichtingen zal door ons in 2021 ook het gesprek op gang worden gebracht om te bepalen op welke wijze met ZZS moet worden omgegaan met de gemeentelijke inrichtingen.

De uitkomst van deze verkenning zal in 2022 (of wellicht al eerder) vertaald moeten worden in nadere uitvoerings- en financieringsafspraken op het gebied van ZZS voor gemeentelijke inrichtingen.

13

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

3. Toegenomen noodzaak tot strafrechtelijk handhaven (extra BOA-capaciteit) Om volgens het vastgestelde beleid te werken is minimaal 2 Fte extra BOA-capaciteit benodigd. Voor de begroting betekent dit een extra kostenpost van circa € 150 k. Samen met de achterstand die in 2020 is ontstaan, betekent dit dan ook dat in het jaarprogramma structureel extra capaciteit voor inzet op strafrecht moet worden gereserveerd. Voor het jaar 2021 zijn hierover door het algemeen bestuur RUD Drenthe in december 2020 aanvullende afspraken gemaakt. Onderdeel van deze afspraak was dat deze extra formatie met ingang van het begrotingsjaar 2022 structureel opgenomen zou worden in de begroting. De baten worden in de ontwerpbegroting niet afzonderlijk bij de deelnemers in rekening gebracht, maar onder de kop ‘nog door te belasten meerwerkbaten’ opgenomen. Dit meerwerk wordt in rekening gebracht bij de deelnemers waar het meerwerk plaatsvindt. De BOA-inzet vormt een wezenlijk onderdeel van de kerntaak van de RUD Drenthe: handhaving bij milieuovertredingen. Het beter toepassen van het door de deelnemers vastgesteld beleid (LHS) leidt tot een sterke toename van het aantal strafzaken en vraagt daarom om extra BOA capaciteit. Voor het jaar 2021 zijn hierover aanvullende afspraken gemaakt. De noodzaak tot extra BOA-inzet vormt één van de aanbevelingen uit het rapport van Commissie van Aartsen.

Om toezicht en handhaving conform het beleid uit te kunnen voeren is minimaal 2 Fte extra aan BOA capaciteit nodig om de benodigde strafrechtelijke inzet te plegen op basis van de sterke toename van het aantal strafzaken, mede om te voldoen aan de vereisten voor kritieke massa van de kwaliteitscriteria en het Drentse VTH beleid. Geen extra BOA capaciteit leidt tot meer criminaliteit, calculerend gedrag, het niet volgen van de vastgestelde lijn van de deelnemers en de landelijke lijn (LHS), verlies geloofwaardigheid en mogelijk ook het verlies van medewerkers omdat met de beperkte capaciteit deze rol niet adequaat uitgevoerd kan worden. 4. De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli 2022 en de verschuiving van bevoegd gezag voor bepaalde milieulocaties De Omgevingswet betekent een algehele stelselherziening voor de wet- en regelgeving die gaat over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De herziening heeft grote impact op de bevoegde gezagen en organisaties die bij de wet betrokken zijn. Zo moeten bijvoorbeeld de samenwerking en de processen met onze opdrachtgevers opnieuw worden ontworpen. De ketenpartners (12 gemeenten, provincie, 4 waterschappen, RWS en de 3 GR-en VRD, GGD en RUD) werken sinds mei 2019 samen aan de voorbereidingen op de Omgevingswet in het OmgevingsPlatform Drenthe (OPD).

Wetgeving, digitale omgeving, samenwerking van ketenpartners, bevoegdheden en processen veranderen sterk. Het implementeren van deze nieuwe wet blijkt dan ook landelijk veel tijdrovender te zijn dan van tevoren is ingeschat. Onlangs is besloten om de inwerkingtreding van de wet uit te stellen tot 1 juli 2022. Het OPD richt zich daarom op die nieuwe ingangsdatum. Dat betekent dat het effect van de Omgevingswet op de procesafspraken, taakverdeling en daarmee de impact op de betrokken organisaties – en dus ook voor onze organisatie - nog niet inzichtelijk is. Met de invoeringsdatum is de implementatie nog niet afgerond. Iedereen zal moeten wennen aan de nieuwe kaders en werkwijzen en mogelijk nieuwe rollen. Training en opleiding zullen nodig zijn en praktische werkafspraken moeten in de dagelijkse werkzaamheden worden toegepast. Zoals bij alle veranderingen vraagt dit tijd en zal gaandeweg duidelijk worden of de praktijk om aanpassing vraagt. Dat gaat ten koste van de productiviteit. Omdat 2022 een jaar van inregelen wordt en veel aspecten nog onduidelijk zijn is het op dit moment onmogelijk een betrouwbare inschatting te geven voor 2022. Algemeen kan wel worden gesteld dat minder uniformiteit bij de beleidsmatige uitvoering van de Omgevingswet zal leiden tot hogere uitvoeringskosten. In Drents verband wordt samengewerkt voor het inzichtelijk maken van de

14

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

processen en ook om afspraken te maken om de kostenstijging beperkt te houden. Voor een zorgvuldige besluitvorming is meer inzicht nodig op dit onderdeel. Met het uitstellen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat meer tijd om deze besluitvorming inhoudelijk en procesmatig nader vorm en inhoud te geven zodat dit kan worden betrokken bij de begrotingswijziging 2022. Verschuiving bevoegd gezag inrichtingen Met de invoering van de Omgevingswet verschuift voor een aantal milieulocaties het bevoegd gezag van provincie naar gemeenten en vice versa. Daarmee verschuift ook de onderlinge verdeling van de deelnemersbijdragen door de invoering van de Omgevingswet. Aanvankelijk zou het gesprek over de verschuiving van de taken en de algehele impact van de Omgevingswet later dit jaar gevoerd worden en worden meegenomen in een begrotingswijziging. Nu meer tijd is uitgetrokken voor het opstellen van de ontwerpbegroting is gekozen om de indicatieve bedragen als basis in de begroting (1e fase) op te nemen, zie hiervoor bijlage C in de begroting. Uitgangspunt is dat overdracht van taken leidt tot evenredige overheveling van budgetten. Het is nog niet duidelijk welke compensatie vanuit het Rijk volgt voor de uitvoering van deze taken. Daarnaast dient het gesprek over het gewenste uitvoeringsniveau nog gevoerd te worden, mede om te verwerken in het jaarprogramma.

De uitkomst van de financiële helderheid en het uitvoeringsniveau kan worden betrokken bij de begrotingswijziging begin 2022. In onderstaande tabel is een eerste inschatting opgenomen op basis van de kentallen uit de Drentse Maat. Uit de evaluatie is naar voren gekomen dat de gebruikte aannames en kentallen niet meer actueel zijn. Daarom wordt de komende periode hierover het gesprek gevoerd. 1. Op basis van de uitgangspunten en aannames van de Drentse Maat vindt er globaal een verschuiving plaats in uren van provincie naar de gemeenten Aa en Hunze, Coevorden, Hoogeveen, Meppel en Midden-Drenthe. Uitgaande van 310 uur per inrichting tegen een uurtarief van € 97,10 (begroting 2021) levert dit de volgende tabel op: Tabel 1: Verschuivingen in bevoegd gezag bij locaties ingeschat op uren en kosten aantal locaties -8

uren

euro

-/- 2.480

-/- 240.808

Aa en Hunze

1

310

30.101

Coevorden

1

310

30.101

Hoogeveen

2

620

60.202

Meppel

3

930

90.303

Midden-drenthe

1

310

30.101

Deelnemer Provincie

2. Op basis van een zeer ruwe inschatting blijkt dat Drenthe-breed ca. 10 inrichtingen van gemeenten naar provincie gaan. Op basis van de Drentse Maat gaat het om ca. 50 tot 310 uur per inrichting. Dit leidt tot een hogere deelnemersbijdrage bij de provincie en een lagere bij de gemeenten. 5. De overdracht bevoegd gezag bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de komst van de Omgevingswet worden de gemeenten verantwoordelijk voor het beleid en activiteiten in de vaste bodem. Dit betekent dat er verschuiving van bevoegd gezag bodemtaken van de Provincie naar de Drentse gemeenten plaats gaat vinden. De verwachting is dat met de huidige formatie de bodem-gerelateerde werkzaamheden voor de provincie en de gemeenten uitgevoerd

15

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

kunnen blijven worden. Het is echter nog niet duidelijk wat de verschuiving van taken financieel gaat betekenen voor provincie en gemeenten. Het Rijk heeft aangegeven dat in het najaar meer duidelijkheid wordt verschaft aan de provincies, gemeenten en waterschappen over de hoogte van de uitkering in relatie tot de verschuiving van de bodemtaken. Uitgangspunt is dat overdracht van taken leidt tot evenredige overheveling van budgetten. Op basis van bestede uren van de afgelopen twee jaar (2019 en 2020) is een inschatting gemaakt van de taken die verband houden met de uitvoering van het adviseren, toetsen, toezicht en handhaven van activiteiten in de bodem (graven in en het saneren van verontreinigde bodems). Hierbij gaat het om een inschatting van ca. 6000 uren die verschuiven van provincie naar gemeenten. Uitgaande van een 1 op 1 overdracht en gerekend met het uurtarief van de begroting 2021 (€ 97,10) levert dit de volgende tabel op: Tabel 2 : Kosten overdracht bodemtaken per deelnemer, uitgaande van een 1 op 1 overdracht. Deelnemer Aa en Hunze

uren

kosten (euro)

300

29.130

1.400

135.940

Borger-Odoorn

300

29.130

Coevorden

700

67.970

De Wolden

350

33.984

0

-

Hoogeveen

950

92.245

Meppel

400

38.840

Midden-Drenthe

400

38.840

Noordenveld

450

43.695

Tynaarlo

500

48.550

Westerveld

200

19.420

-/- 5.950

-/- 577.745

Assen

Emmen

Provincie

6. Landelijk programma Versterking omgevings-veiligheid 2021-2024 (compensatie Rijk) Wij voeren diverse werkzaamheden uit voor onze deelnemers op het gebied van externe veiligheid. Te denken valt aan de advisering bij ruimtelijke plannen en milieuzoneringsvraagstukken, maar ook bij het beoordelen van een aanvraag voor een vergunning of bij ondersteuning van het toezicht. De uren voor externe veiligheid worden sinds de oprichting van de RUD grotendeels in rekening gebracht bij de provincie Drenthe omdat zij in het kader van programma Impuls externe veiligheid 2015-2018 budget ontvingen van het rijk. Het jaar 2020 is het laatste jaar dat er via dit programma nog budget door het rijk beschikbaar is gesteld. Daarna wordt ook de benaming externe veiligheid gewijzigd in omgevings-veiligheid in aansluiting op de terminologie in de Omgevingswet. Er komt een nieuw landelijk programma Versterking omgevings-veiligheid 2021-2024. Vanaf 2021 krijgt de provincie (provinciefonds) én alle individuele Drentse gemeente (gemeentefonds) de middelen via een decentralisatie uitkering versterking Omgevings-veiligheid. Zoals het er nu naar uitziet krijgen de gemeenten totaal € 136.000 en de provincie € 17.000 beschikbaar om de totale inzet op dit terrein (RUD én VRD) te financieren (zie onderstaande tabel). Voor ons is het bedrag € 103.416.

16

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

Tabel 3: Overzicht uitkering Versterking Omgevings-veiligheid (vanaf 2021) Deelnemer

Toedeling euro's

RUD EV in vergunningverlening

RUD EV in RO advisering

Veiligheidsregio Drenthe EV advisering

Aa en Hunze

€

8.000 €

2.134 €

3.200 €

2.667

Assen

€

16.000 €

4.266 €

6.400 €

5.333

Borger-Odoorn

€

4.000 €

1.066 €

1.600 €

1.333

Coevorden

€

18.000 €

4.800 €

7.200 €

6.000

De Wolden

€

7.000 €

1.866 €

2.800 €

2.333

Emmen

€

25.000 €

6.666

€

10.000 €

8.333

Hoogeveen

€

21.000 €

5.600 €

8.400 €

7.000

Meppel

€

9.000 €

2.400 €

3.600 €

3.000

Midden-Drenthe

€

11.000 €

2.934 €

4.400 €

3.667

Noordenveld

€

6.000 €

1.600 €

2.400 €

2.000

Tynaarlo

€

8.000 €

2.134 €

3.200 €

2.667

Westerveld

€

3.000 €

800 €

1.200 €

1.000

Totaal gemeenten

€

54.400

45.333

Totaal provincie

€

17.000 €

5.100 €

7.650 €

4.250

Totaal Drenthe

€

153.000

41.366

62.050

49.583

136.000

€ €

36.266

€ €

€ €

Deze middelen zijn hiervoor echter niet geoormerkt. Omdat de werkzaamheden bij ons belegd blijven is er bij de vaststelling van het jaarprogramma 2021 door het algemeen bestuur voor gekozen de deelnemers te vragen deze middelen voor de uitvoering beschikbaar te stellen. Zonder die middelen kunnen de taken op het gebied van omgevings-veiligheid niet worden uitgevoerd. Omdat de financiering niet meer alleen via de provinciale bijdrage wordt verrekend dient iedere gemeente in de eigen begroting rekening te houden met deze verhoging van de eigen deelnemersbijdrage waarvoor via het gemeentefonds gedeeltelijke dekking beschikbaar komt. Daarbij is van belang rekening te houden met extra middelen omdat onze inschatting is dat het beschikbare budget voor 2022 niet geheel dekkend zal zijn voor de uitvoering van onze advieswerkzaamheden omgevingsveiligheid. Aangezien de werkzaamheden veelal betrekking hebben op het toepassen van wet- en regelgeving lijken de mogelijkheden tot afschalen begrenst. Dat betekent dat de inzet van deze deskundigheid vanaf 2022 in voorkomende gevallen opgenomen zal worden in het jaarprogramma en derhalve tot een verhoging van de deelnemersbijdrage zal kunnen leiden omdat alle voor een deelnemer ingezette uren worden doorberekend volgens de nieuwe verrekensystematiek. 7.

De uitkomsten van de Evaluatie GR RUD Drenthe Eind mei 2021 zijn de uitkomsten van de evaluatie GR RUD Drenthe gepresenteerd aan het algemeen bestuur. Het rapport bevat diverse conclusies en aanbevelingen. Het algemeen bestuur heeft de aanbevelingen onderschreven en stelt hiervoor een plan van aanpak op. Omdat nog besluitvorming over het plan van aanpak dient plaats te vinden zijn de effecten nog niet verwerkt in deze begroting. Een duidelijk aanbeveling is in ieder geval dat de Drentse maat geactualiseerd dient te worden. Een actualisatie van de Drentse Maat kan gevolgen hebben voor het ambitieniveau van de uitvoering van de taken. Hier ligt ook een relatie met het binnen Drenthe vorm te geven uniforme uitvoerings- en handhavingsbeleid. Actualisatie kan ook doorwerken in de bepaling van de deelnemersbijdragen. Zo kan het werken met meer realistische kentallen en het betrekken van het geactualiseerde locatiebestand binnen het bestaande rekenmodel doorwerken in de deelnemersbijdrage. Afhankelijk van de planning kan een geactualiseerde Drentse Maat mogelijk worden betrokken bij het opstellen van het jaarprogramma 2022. Dat kan tot gevolg hebben dat de grondslagen van de urenraming van de begroting 2022 en die van het jaarprogramma 2022 gaan verschillen.

17

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

8. Het in voorbereiding zijnde uniforme uitvoerings- en handhavingsbeleid voor Drenthe Overeenkomstig de bepalingen over proceskwaliteit in het Besluit omgevingsrecht (BOR), welke beleidsneutraal in de Omgevingswet worden overgenomen, zal in 2021 door onze deelnemers in nauwe samenwerking het uniforme uitvoerings- en handhavingsbeleid worden vormgegeven. De verantwoordelijkheid voor het opstellen van dit beleidskader ligt bij de deelnemers. Planning, het beschikbaar stellen van budget en de organisatie vanuit deelnemers zijn bepalend voor de realisatie van dit beleidskader. Met dit beleidskader ontstaat een inhoudelijke kwalitatieve richting binnen de focus van een schoon en veilig Drenthe. In de bijbehorende op te stellen strategieën zullen beleidskaders worden beschreven voor de vergunningverlening, het afhandelen van meldingen en het uitvoeren van toezicht en handhaving. Het risicogericht werken is een uitvoeringskader dat hierin wordt betrokken. Het risicogerichte toezicht en de landelijke handhavingsstrategie zijn hier al bestaande onderdelen van. Het streven is dat in 2022 overeenkomstig het uniforme uitvoerings- en handhavingsbeleid kan worden gewerkt. Mogelijk ligt er ten tijde van het opstellen van het jaarprogramma 2022 nog onvoldoende uitwerking ligt om te betrekken binnen het jaarprogramma 2022.

Het beleid zal worden vertaald naar doelstellingen die via de uitvoering (deels) door de RUD moeten worden gerealiseerd. Er zal dan voor het eerst op de volgens het beleid vastgestelde wijze worden gemonitord op het behalen van de benoemde doelstellingen, de uitvoeringskwaliteit en de kwaliteit van dienstverlening. Dit leidt tot meer inhoudelijke en minder cijfermatige rapportages waarmee onze toegevoegde waarde voor een schoon en veilig Drenthe inzichtelijker wordt. Of dit leidt tot wijziging in het takenpakket en daarmee van de deelnemersbijdrage is afhankelijk van de beleidskeuzes die door de deelnemers worden gemaakt. 9. Het risicogerichte toezicht (RGT) en het risicogericht werken Het risicogericht werken kende binnen onze organisatie haar start met het risicogerichte toezicht binnen het ontwikkelprogramma. Op basis van de eerste aanzet is in 2020 deze toezichtstrategie in de plaats getreden van de strategie gebaseerd op de Drentse Maat. Vooralsnog is de uitvoering van het RGT gebaseerd op de urentoedeling conform de Drentse Maat. De verdere doorontwikkeling van deze strategie en bijbehorende risicomatrix vindt plaats in samenwerking met de deelnemers. In 2020 is de risicomatrix behorend bij RGT nog sterk verbeterd.

In combinatie met de gemaakte slagen binnen het project Locatiebestand op orde levert dit een sterke verbetering op in het programmeren van het RGT binnen het jaarprogramma. Het besluit eind 2020 om bij de programmering van het RGT uit te gaan van 1 Drenthe brede risicomatrix (in plaats van een risicomatrix per deelnemer) biedt de strategie het gewenste gelijke speelveld binnen Drenthe en draagt bij aan effectiviteit van dit onderwerp binnen alle stappen van de beleidscyclus (big-8). In 2022 staat binnen het RGT de vertaalslag van de naleving op locatieniveau op de rol. Op dit moment is dit beperkt tot de branche. Om te doen wat nodig is, is risicogericht werken en het werken vanuit het oogpunt van milieurendement als methodiek genomen om op basis van de beschikbaar gestelde middelen de juiste keuzes te kunnen maken. Het risicogericht werken wordt in 2021 in ieder geval worden verbreed binnen het domein van vergunningverlening. Daarnaast zal het (op termijn) ook worden verbreed naar andere domeinen binnen het toezicht: het toezicht op asbestverwijdering en bodem. Het tempo waarop deze verbreding wordt opgepakt hangt wel af van de ervaringen en implementatiesnelheid bij de doorontwikkeling van het risicogericht toezicht.

Doen wat nodig is op basis van het risicogericht werken en het werken vanuit het oogpunt van milieurendement vormt de basis voor een milieubewust afwegingskader voor onze inzet. Dit zal ook voor het op te stellen uniforme uitvoerings- en handhavingsbeleid de focus zijn die we vanuit de

18

Begroting Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 2022

uitvoeringspraktijk zullen inbrengen. Daarmee kan de inhoudelijke inschatting van risico’s en milieurendement worden gekoppeld aan de beleidsdoelstellingen. 10. De klimaatdoelen in relatie tot energiebesparing bij bedrijven In het klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd dat de wereldwijde klimaatopwarming in 2100 beperkt moet zijn tot 2°C vergeleken met het niveau van vóór de opkomst van de industrie. Er wordt gestreefd om die stijging van 2°C te verlagen tot 1,5 graad. In het verlengde hiervan hebben provinciale staten uitgesproken in de vastgestelde Energieagenda 2020 – 2023 dat Drenthe in 2050 energieneutraal wil zijn. Bovenstaande doelstellingen die de burger en het bedrijfsleven steeds sterker zullen gaan raken, vragen om concrete maatregelen in het heden. Voor de bedrijven geldt daarvoor de wet- en regelgeving, zoals het Activiteitenbesluit. De ontwikkeling van dit onderwerp binnen bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit zorgt voor een steeds sterkere concretisering van vereiste maatregelen die bedrijven bij bepaalde drempelgebruikswaardes moeten treffen. De urgentie achter genoemde doelstellingen is groot, waardoor het onderwerp en de taak die wij daar als RUD Drenthe in hebben prioritair is geworden. Onze verwachting is dat de urgentie tot het treffen van energiebesparende maatregelen in de toekomst nog verder zal toenemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10526228/2