CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

2b Ruimtelijke Onderbouwing Graanfabriek

Raadsavond 26 september 2024, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen de Graanfabriek26.479 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Industrieterrein de Wieken, dr. Anton Philipsstraat 10 concept

NL.IMRO.0118.PB20248012002-CO01 30

6 juni 2024

Bijlagen

Industrieterrein de Wieken, dr. Anton Philipsstraat 10 concept

NL.IMRO.0118.PB20248012002-CO01 31

6 juni 2024

Bijlage 1

Woon Effect Rapportage

Industrieterrein de Wieken, dr. Anton Philipsstraat 10 concept

NL.IMRO.0118.PB20248012002-CO01 32

6 juni 2024

Woon-effect rapportage Logiescomplex Graanfabriek Hoogeveen Aanleiding Aan de Dr. Anton Philipsstraat te Hoogeveen, op de locatie van de voormalige graanfabriek, wordt een logiescomplex gerealiseerd. Dit complex bestaat uit 162 appartementen met in totaal 420 bedden. Deze ontwikkeling sluit aan bij het ‘Huisvestingsbeleid arbeidsmigranten’ van gemeente Hoogeveen en geeft invulling aan de huisvestingsopgave die gemeente Hoogeveen in dit beleid neerlegt. In het kader van communicatie en organisatie omtrent huisvesting is in het genoemde beleidsdocument opgenomen dat initiatiefnemer een woon-effect rapportage opstelt. Voorliggend document voorziet hierin.

In dit document wordt ingegaan op eventuele effecten die de ontwikkeling van dit logiescomplex kan hebben op de omgeving. Daarbij gaat het zowel om de ruimtelijke effecten als om de inpassing binnen de sociale structuren ter plaatse. Ligging locatie Het logiescomplex bevindt zich op het zuidelijke deel van het perceel aan de Dr. Anton Philipsstraat 10, gelegen aan de zuidelijke rand van bedrijventerrein ‘De Wieken’ in het noorden van Hoogeveen. De omgeving van de locatie wordt aan de noord-, west- en oostzijde gekenmerkt door bedrijfspercelen. Direct ten zuiden van het complex bevindt zich het kanaal en op wat grotere afstand ten zuiden van de locatie bevinden zich het Bentinckspark en de buurt Oost waar woningen de boventoon voeren. Op wat grotere afstand ten zuidwesten van de locatie bevindt zich het centrum van Hoogeveen. Onderstaande afbeeldingen tonen de ligging van de locatie en een impressie van het logiescomplex.

1

Ruimtelijke effecten In het kader van de ruimtelijke procedure die doorlopen is om voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken zijn de verschillende relevante milieu- en omgevingsaspecten, al dan niet op basis van nader milieuonderzoek, onderbouwd. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan luchtkwaliteit, ecologie en geluidhinder. Hieruit zijn geen ruimtelijke effecten naar voren gekomen die een belemmering vormen voor deze ontwikkeling. Onderstaand wordt een aantal van deze aspecten kort uitgelicht.

Parkeerplaatsen

Geluidoverlast bij omliggende woningen

Afvalproductie

Privacy

Verkeersbewegingen

Lichthinder

Op eigen terrein wordt voorzien in 105 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van deze ontwikkeling. Omdat parkeren op eigen terrein wordt opgelost ontstaat geen toename in parkeerdruk in de openbare ruimte. Hiernaast wordt op eigen terrein in 200 fietsparkeerplaatsen voorzien, zodat ook het parkeren van fietsen geen invloed heeft op de openbare ruimte. De dichtstbijzijnde woning bevindt zich op ruim 50 meter afstand. Er wordt daarmee ruim voldaan aan de redelijke richtafstand voor geluid die voor deze ontwikkeling geldt. Bovendien bevindt de openbare buitenruimte op het terrein zich voornamelijk aan de noordzijde van het pand waardoor de afstand tot de bestaande woningen nog groter is. Deze buitenruimte wordt bovendien van omliggende woningen afgeschermd door het gebouw zelf. Er is om deze redenen geen geluidsoverlast te verwachten bij omliggende woningen. Het ‘huishoudelijke afval’ dat wordt geproduceerd op deze locatie wordt op eigen terrein verwerkt en afgevoerd. Over de omgang met afval worden afspraken met de inwoners gemaakt. De afstand van het complex tot de dichtstbijzijnde woning bedraagt ruim 50 meter. Hiermee is geen sprake van een reële inbreuk op privacy bij de woningen aan de overzijde van het kanaal ten zuiden van de locatie.

De omliggende wegen zijn ruim in staat om te voorzien in de afwikkeling van verkeersbewegingen als gevolg van deze ontwikkeling. Deze wegen zijn reeds berekend op vergelijkbare aantallen verkeersbewegingen die bedrijvigheid op deze locatie teweeg zou kunnen brengen. De verkeersbewegingen verdelen zich over verschillende richtingen en vinden verdeeld over de dag plaats. Daardoor blijft de verkeersdruk beperkt en is de kans op het ontstaan van pieken die tot overlast leiden klein. Tot slot zullen de bewoners zich – indien mogelijk – met de fiets verplaatsen naar werk. Gezien de ruime afstand tot de dichtstbijzijnde woning is geen sprake van lichthinder als gevolg van 24/7 gebruik van het logiescomplex. Bij eventuele toepassing van terreinverlichting zal rekening worden gehouden met omliggende percelen.

Sociale effecten Naast ruimtelijke effecten worden ook sociale effecten in deze rapportage besproken. Hierbij gaat het om eventuele effecten die huisvesting op deze locatie zou kunnen hebben op de sociale structuren in de omgeving.

Het complex bevindt zich niet in de wijk, maar op enige afstand ten noorden hiervan op bedrijventerrein De Wieken. Naast een plek om te slapen en te koken beschikt het complex over mogelijkheden om samen te komen in gemeenschappelijke ruimtes en zijn er (inpandige) sport- en ontspanningsfaciliteiten. Ook het buitenterrein wordt zo ingericht dat het een fijne ruimte is om samen te komen, onder andere door de plaatsing van tuinmeubilair. Buiten zal ook een overdekte rokersruimte worden geplaatst. Beiden zullen bij de parkeervoorzieningen aan de achterzijde van het gebouw worden gerealiseerd waardoor overlast ter plaatse van woningen in de omgeving niet te verwachten is, de buitenruimte wordt immers van de omgeving afgeschermd door het complex zelf. Ervaring leert dat bewoners zich vaak terugtrekken in hun appartement waar de juiste voorzieningen aanwezig zijn, bijvoorbeeld een goede WiFi verbinding. Gezien bovenstaande zal het grootste deel van de tijdsbesteding van bewoners naast slapen en werken plaatsvinden in en bij het complex. Voor boodschappen en andere vormen van recreatie zal (te voet of per fiets) worden uitgeweken naar andere delen van Hoogeveen. Omdat de daginvulling van de bewoners onderling verschilt vindt bezoek

2

aan voorzieningen in de omgeving verdeeld over de dag en week plaats. Er is daarmee geen sprake van pieken in bewegingen waarmee ook de kans op overlast beperkt blijft. Gezien bovenstaande zal de verblijfstijd en het aantal verkeersbewegingen in de wijk en het centrum van Hoogeveen beperkt zijn. Daarmee zal naar verwachting ook de impact van deze ontwikkeling op de sociale structuur van Hoogeveen minimaal zijn. Om een zekere mate van integratie te realiseren worden bewoners vanuit hun werkgever gestimuleerd om taalles te volgen en zo beter te participeren in de samenleving. Beheersplan Ten behoeve van het gebruik en beheer van het logiescomplex is een beheersplan opgesteld (E&A uitzendbureau, maart 2023). Het waarborgen van de woonkwaliteit van omwonenden en van de bewoners van de locatie is hierbij het uitgangspunt.

In dit beheersplan zijn onder andere afspraken en huisregels opgenomen ten aanzien van aanwezigheid, bezoek, gebruik van omliggend terrein, roken, alcoholgebruik (in of rond de accommodatie) en geluidsoverlast. Naar aanleiding van gesprekken met de buurt kunnen specifieke afspraken aan dit beheersplan worden toegevoegd. Aan het overtreden van deze regels zijn sancties verbonden. De nieuwe bewoners worden duidelijk geïnformeerd over de in Nederland geldende waarden en normen. Hierbij worden met name zaken benoemd die als onprettig kunnen worden ervaren door medebewoners, omwonenden of anderen. Te denken valt aan o.a. rondhangen in groepjes, verkeerd rijgedrag, geluidsoverlast of achterlaten van afval of rommel in de omgeving. De bewoners zijn te gast en dienen zich ook als een goede gast te gedragen. Naast afspraken en huisregels is in het beheersplan ook opgenomen hoe er met overlastmeldingen wordt omgegaan. Onderdeel van het beheersplan is dan ook de klachtenregeling waarin staat wie wanneer voor wat voor soort klachten kan worden benaderd. Klachten die bij het meldpunt binnenkomen worden geregistreerd en besproken in de omwonenden overleggroep waar ook gemeente en exploitant onderdeel van uitmaken. Het beheer is verantwoordelijk voor het beheren en onderhouden van een goed leefklimaat op en buiten de locatie.

Zij draagt zorg voor het naleven van het huisreglement en zal bij overtredingen of ander ongewenst gedrag maatregelen treffen zoals aangegeven in het huisreglement. De maatregelen variëren van waarschuwingen tot het verliezen van het recht op het verblijf op de locatie. Wanneer er klachten of irritaties zijn uit de naaste omgeving, dan is de beheerder hiervoor het eerste aanspreekpunt. Dit kan persoonlijk of telefonisch. Beheerder is 24/7 aanspreekbaar voor omwonenden, gemeente of bewoners. Afspraken en verantwoordelijkheden in het kader van beheer alsook de klachtenregeling zijn opgenomen in het beheersplan. Omwonenden ontvangen een klachtenprocedure en relevante contactgegevens. Communicatie De omgeving van de locatie is tijdig op de hoogte gebracht van dit initiatief en in de gelegenheid gesteld om op- en aanmerkingen op deze ontwikkeling te maken. Zo zijn er vier informatieavonden geweest voor omwonenden. De omvang van de bij de avonden aanwezige groepen was verschillend. Uit deze avonden is een aantal zorgen vanuit de omgeving naar voren gekomen. Een deel van deze zorgen heeft betrekking op milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid en milieuzonering. Zoals eerder benoemd zijn deze aspecten in het kader van de ruimtelijke procedure, waar nodig op basis van milieuonderzoek door gespecialiseerde bureaus, nader onderbouwd. Een ander deel van de zorgen is ‘sociaal’ van aard.

Een aantal hiervan wordt onderstaand kort uitgelicht.

3

Uit deze avond is de wens om een groene invulling van de kade naar voren gekomen. In overleg met omwonenden en de gemeente zal groen op de kade worden gerealiseerd. Gebruik kade

Veiligheid ontsluiting voor fietser

Integratie SNF-norm

Over het gebruik van de kade in de avonduren zullen afspraken worden gemaakt in de overleggroep. Deze afspraken kunnen ook worden opgenomen in het beheersplan. Zwemmen in het kanaal is vanuit de organisatie niet toegestaan. Hierover zullen nadere afspraken worden gemaakt en vastgelegd in het beheersplan. Bij het ontwerpen van de nieuw aan te leggen in- en uitrit van het perceel is samen met de gemeente gekeken naar veiligheid in relatie tot fietsers, in het bijzonder fietsende kinderen. De nieuwe in- en uitrit wordt voldoende veilig geacht door gemeente Hoogeveen. Om integratie van bewoners van het logiescomplex in de samenleving te bevorderen worden zij vanuit hun werkgevers gestimuleerd om te participeren in de samenleving, onder andere door taalles te volgen. Dit plan voldoet aan de SNF-norm.

Om ook na oprichting van het logiescomplex de ruimte te bieden aan omwonenden om op- en aanmerkingen op het reilen en zeilen kenbaar te maken wordt een omwonenden overleggroep opgericht. Deze bestaat uit een delegatie van omwonenden, de gemeente (minimaal projectleider en handhaving), de exploitant (alleen de eerste jaren) en de partij die de huisvesting organiseert en beheert. Deze overleggroep zal, zolang daar voldoende animo voor bestaat, vier keer per jaar worden georganiseerd.

4

Bijlage 2

Verkennend Bodemonderzoek

Industrieterrein de Wieken, dr. Anton Philipsstraat 10 concept

NL.IMRO.0118.PB20248012002-CO01 37

6 juni 2024

VERKENNEND BODEMONDERZOEK DR. ANTON PHILIPSSTRAAT 10 TE HOOGEVEEN

Rapportage verkennend bodemonderzoek Dr. Anton Philipsstraat 10 te Hoogeveen Opdrachtgever

Ruimtemeesters Advies Daviottenweg 40 5222 BH 's-Hertogenbosch

Rapportnummer Versienummer

18105.002 D2

Status

Eindrapportage

Datum

5 augustus 2022

Vestiging

Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl

Opsteller

De heer H.W. Looman, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer drs. M.S.H. Niemarkt

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2015. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.

In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 4 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 4 Terreininspectie ................................................................................................................ 5 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 6 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 6

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 7

5

VELDWERK ................................................................................................................................ 7 5.1 5.2 5.3

6

LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................................. 10 6.1 6.2 6.3 6.4

7

Algemeen.......................................................................................................................... 7 Uitgevoerde werkzaamheden ........................................................................................... 8 Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................ 8 5.3.1 Grond.................................................................................................................. 8 5.3.2 Grondwater ......................................................................................................... 9 5.3.3 Bemonstering ..................................................................................................... 9

Uitvoering analyses ........................................................................................................ 10 Toetsingskader ............................................................................................................... 11 Resultaten grond- en grondwatermonsters .................................................................... 12 Interpretatie analyseresultaten ...................................................................................... 13

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 14

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5. 6.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Informatie vooronderzoek

1

INLEIDING

Ruimtemeesters Advies heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Dr. Anton Philipsstraat 10 te Hoogeveen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. In onderhavige gewijzigde rapportage (versie D2) zijn de resultaten met betrekking tot de herbemonstering van het grondwater opgenomen. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanwijziging. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen.

De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 5.000 m²) is gelegen aan de Dr. Anton Philipsstraat 10 te Hoogeveen (zie bijlage 1) en betreft alleen het bedrijfspand. Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie B, nummer 6099. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 12,0 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 229.715, Y = 527.415.

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 1 van 15

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

3.1

Geraadpleegde bronnen

Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever (contactpersoon de heer M. Baars), 28 december 2021

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Gemeente Hoogeveen (contactpersoon de heer R. Mud), 4 maart 2022 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (contactpersoon mevrouw M. Sluijsmans), 24 maart 2022

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen - geoportaal Drenthe

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion geo.drenthe.nl/geoportaal

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, 23 maart 2022

3.2

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

In de figuren 1 t/m 5 is een aantal historische topografische kaartjes opgenomen, dat een indruk geeft van het gebruik en de ontwikkeling van de locatie en haar omgeving in de periode 1950 - 2019.

Figuur 1. ca. 1950

Figuur 2. ca. 1965

Figuur 4. ca. 1990

Figuur 5. ca. 2019

Rapport 18105.002 versie D2

Figuur 3. ca. 1975

Pagina 2 van 15

Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat de locatie tot circa 1975 altijd onbebouwd is geweest. Vanaf circa 1975 is de huidige bebouwing gerealiseerd en sinds die tijd vrijwel ongewijzigd gebleven. In de directe omgeving zijn in de loop der jaren diverse bedrijfspanden gerealiseerd, gewijzigd en/of gesloopt. De onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn in het verleden in gebruik geweest door diverse bedrijven, waaronder de Coöperatieve Landbouwbank Meppel, Agrarische Unie, Welkoop en Agrifirm. Het terrein en de bebouwing van de bedrijven was destijds groter dan de onderhavige onderzoekslocatie. Uit historische informatie van de gemeente Hoogeveen (Historisch onderzoek Locatie 1032 De Wieken, gemeente Hoogeveen, 18 oktober 2010, zie bijlage 6) blijkt dat onderhavige onderzoekslocatie in gebruik is (geweest) als kunstmestloods en graansilo. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat de bebouwing deels is voorzien van een betonvloer. Onder de voormalige graansilo, het westelijk deel van het bedrijfspand, bevindt zich een diepe kelder. Ter hoogte van de kade bevindt zich een bovengrondse dieseltank (1.500 l) in lekbak en onder een afdak. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Hoogeveen bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse tanks plaatsgevonden.

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is tussen 1950 en 1965 een sloot gedempt (zie figuur 1 en 2). Uit informatie van de gemeente Hoogeveen blijkt dat de demping omstreeks 1961 is uitgevoerd met vrijgekomen grond uit de kanaalverbreding. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt verder geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. In bijlage 6 is een overzicht gegeven van de verleende bouw- en milieuvergunningen, de aanwezige boven- en ondergrondse tanks, alsmede een overzicht van de uitgevoerde milieucontroles op de onderzoekslocatie (zie Historisch onderzoek Locatie 1032 De Wieken, gemeente Hoogeveen, 18 oktober 2010, bijlage 6). In het historisch onderzoek worden ook diverse onderdelen benoemd die geen betrekking hebben onderhavige onderzoekslocatie, maar op het terreindeel ten noorden van het bedrijfspand. Uit de milieucontroles blijkt dat ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie mogelijk ook verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden, waaronder opslag van vaten (extender)olie en hechtmiddel. De vaten waren destijds niet op vloeistofdichte vloeren geplaatst. De ligging van de betreffende locaties zijn echter niet bekend. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en een appartementencomplex op de onderzoekslocatie te realiseren. 3.4

Calamiteiten

Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Hoogeveen blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 3 van 15

3.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6

Aangrenzende terreindelen/percelen

In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:    

aan de noordzijde bevinden zich een Welkoop-winkel (nr. 12) en een kantoorpand van Agrifirm (nr. 10A); aan de oostzijde bevindt zich een opslagterrein van de Buig Centrale Steenbergen (BCS) (Dr. Anton Philipsstraat 15); aan de zuidzijde bevindt zich de Hoogeveensche Vaart; aan de westzijde bevindt zich de Kanaalweg.

Ter plaatse van de aangrenzende percelen zijn enkele bodemonderzoeken en-/of -saneringen uitgevoerd. Van enkele onderzoeken zijn geen rapportages beschikbaar en is enkele een beknopte conclusie ontvangen. In tabel 2 zijn de meest relevante gegevens van voorgaande onderzoeken en saneringen (op aangrenzende percelen) opgenomen. Tabel 2.

Gegevens uitgevoerde onderzoeken aangrenzende percelen

Onderzoeksadres

Type onderzoek (kenmerken) + status

Resultaten

Bijzonderheden

Dr. A. Philipsstraat 12 Hoogeveen

Saneringsevaluatie (Oranjewoud, kenmerk: 13517-63505, 3 maart 1998)

Aanleiding: aangetroffen verontreiniging met minerale olie onder een betonriool langs de weegbrug. Beknopte conclusie: - de zintuiglijk verontreinigde grond onder het betonriool is niet ontgraven i.v.m. instortingsgevaar van het talud naast de weegbrug. - in totaal is 156.04 ton met minerale olie verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd. De ontgraving is aangevuld met 97 m³ schoon zand (herkomst onbekend). - er is geconcludeerd dat de achtergebleven restverontreiniging geen risico vormt. - er is aanbevolen om de pompput af te pompen en te bemonsteren op minerale olie en BTEX. Het is niet bekend of dit is uitgevoerd.

Alleen een beknopte samenvatting ontvangen. Geen tekening ontvangen.

Aanleiding: onbekend Beknopte conclusie: - bovengrond: PAK >AW - ondergrond: < AW - grondwater: lood, nikkel, zink >I, arseen, cadmium, koper >T, chroom >S.

Alleen een beknopte samenvatting van de onderzoeksresultaten ontvangen. Geen tekening ontvangen. Geen nadere informatie bekend m.b.t. grondwaterverontreiniging.

Aanleiding: aangetroffen olieverontreiniging vml. tankinstallatie in voorgaand onderzoek (Van der Wiel, kenmerk: MI00203, documentnr. 062179.LM, 24 maart 2006). Resultaten grond: minerale olie en aromaten >I (totaal ca. 300 m³, waarvan ca. 80 m³ >I). Resultaten grondwater: minerale olie en aromaten >I (max. 1.000 m³, waarvan ca. 225 m³ >I. Conclusie: op de locatie was sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. I.v.m. een drijflaag werd de sanering als spoedeisend beschouwd.

Voorgaand onderzoek niet ontvangen. De locatie bevond zich destijds ca. 50 m ten noordoosten van onderhavige onderzoekslocatie, t.p.v. het huidige BCS en wordt verder niet relevant geacht.

Dr. A. Philipsstraat 12 Hoogeveen

Verkennend bodemonderzoek (Van der Wiel, kenmerk: 99.05.331, 1 juli 1999) 1999: niet actueel

Dr. A. Philipsstraat 14 Hoogeveen

Aanvullend grond- en grondwateronderzoek (Van der Wiel, kenmerk: MI00203, documentnr. 062360.LM, 28 april 2006) 2006: niet actueel

Rapport 18105.002 versie D2

De locatie bevond zich vermoedelijk ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie, t.h.v. het kantoor van Agrifirm.

Pagina 4 van 15

Tabel 2 (vervolg). Gegevens uitgevoerde onderzoeken aangrenzende percelen Onderzoeksadres

Type onderzoek (kenmerken) + status

Resultaten

Bijzonderheden

Dr. A. Philipsstraat 14 Hoogeveen

Verkennend asbestonderzoek (Van der Wiel, rapport MI00203, documentnr. 062213.LM, 21 maart 2006). 2006: niet actueel

Aanleiding: aanwezigheid van asbesthoudend materiaal op de bebouwing en voorgaand onderzoek (Van der Wiel, kenmerk: MI00203, documentnr. 062179.LM, 22 maart 2006). Conclusie: t.p.v. het onverharde westelijke terreindeel bleek de bovengrond van enkele proefgaten verontreinigd met asbest. Nader onderzoek aanbevolen.

Dr. A. Philipsstraat 14 Hoogeveen

Nader asbestonderzoek (Van der Wiel, kenmerk: MI00203, documentnr. 062365.LM, 8 mei 2006)

Aanleiding: bevindingen voorgaand onderzoek (Van der Wiel, rapport MI00203, documentnr. 062213.LM, 21 maart 2006). Conclusie: t.p.v. (3) onverharde terreindelen rondom de loodsen was de bovengrond verontreinigd met asbest. In totaal is ca. 190 m³ met asbest verontreinigde grond (> 100 mg/kg d.s.) aangetoond. Op de locatie was sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

In de huidige situatie is op de locatie geen bebouwing meer aanwezig. De dichtstbijzijnde asbestverontreinigingen bevond zich vermoedelijk ca. 20 m ten oosten van onderhavige onderzoekslocatie en was te relateren aan de vml. asbestverdachte bebouwing. Mede gezien het feit dat de bebouwing op onderhavige onderzoekslocatie al geruime aanwezig is en de omliggende terreindelen geheel verhard zijn, wordt ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie geen asbestverontreiniging verwacht en wordt een onderzoek naar asbest in bodem naar de mening van Econsultancy niet noodzakelijk geacht.

2006: niet actueel

Dr. A. Philipsstraat 12-14 Hoogeveen

Evaluatieverslag bodemsanering (Arcadis, kenmerk: B02033.100143.0100, 2 februari 2011).

Aanleiding: voorgenomen herontwikkeling. Verontreinigingssituatie voor sanering: - bovengrond rond vml. bebouwing: asbest >I (ca. 190 m³) - bovengrond vml. tankinstallatie: minerale olie, BTEXN >I (ca. 80 m³ grond, 230 m³ grondwater). Evaluatie: - de bodem is conform saneringsdoelstelling functiegericht gesaneerd tot aan de terugsaneerwaarden voor minerale olie, vluchtige aromaten (tussenwaarde) en asbest < 100 mg/kg d.s.). - In totaal is ca. 1.157 ton verontreinigde grond afgevoerd. Tijdens de grondwatersanering is 19.681 m³ grondwater bemalen en via een olie-/waterafscheider geloosd op het riool. Daarnaast zijn 3 brandstoftanks (6.000, 8.000, 12.000 l) verwijderd, gereinigd en afgevoerd. - controlebemonsteringen grondwater: vluchtige aromaten >S (minerale olie <S) - asbest is tot beneden de norm van 100 mg/kg d.s. gesaneerd. Bij toekomstige graafwerkzaamheden moet wel rekening worden gehouden met asbest. Beschikking: de provincie Drenthe heeft ingestemd met de uitgevoerde sanering (kenmerk: DO/2011002611, 23 maart 2011).

Uit het kaartmateriaal is, t.o.v. de huidige situatie niet geheel te herleiden welke terreindelen zijn gesaneerd. Globaal bevonden de locaties zich ten oosten van onderhavige onderzoekslocatie en de huidige Welkoop. De asbestverontreinigingen waren te relateren aan vml. bebouwing en worden niet relevant geacht voor onderhavige onderzoekslocatie.

Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen mogelijk grensoverschrijdende (grondwater)verontreinigingen (zware metalen) zijn te verwachten. 3.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt grotendeels overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2.

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 5 van 15

Ter hoogte van de kade bevindt zich een bovengrondse dieseltank (1.500 l) in lekbak en onder een afdak, direct aangrenzend aan de loods. Aangezien het een potentiële bron voor bodemverontreiniging betreft, is in overleg met de opdrachtgever dit deel van de onderzoekslocatie separaat onderzocht. In de loods vond opslag van o.a. hout en kussens plaats. Ten hoogte van de uitpandige dieseltank bevindt zich een kleine werkplaats. In de werkplaats zijn geen voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten aangetroffen. Aan de oostzijde van de bebouwing (buiten de onderzoekslocatie) bevindt zich een aangrenzende overkapping met asbestverdachte dakbedekking. Er vindt geen afstroming op de onverharde bodem plaats (binnen de onderzoekslocatie). Afgezien van de potentiële bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging, die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven, zijn er tijdens de terreininspectie verder geen aanvullende potentiële bronnen aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 3.8

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

De onderzoekslocatie is met betrekking tot de boven- en ondergrond gelegen binnen de (homogene) bodemkwaliteitszone "2: Wonen”, van het gebied waarvoor de gemeente Hoogeveen en diverse andere gemeenten in de provincie Drenthe gezamenlijk een “Actualisatie bodemkwaliteitskaart Drenthe 2019” hebben opgesteld (Royal HaskoningDHV, project BE1656-137, 23 mei 2019). Op basis van de P80 komen in de bovengrond verhoogde gehalten aan kwik, lood en PAK voor. In de ondergrond komen geen verhoogde gehalten voor. PFAS Op 13 december 2021 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het handelingskader (HK) voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie geactualiseerd met het vaststellen van achtergrondwaarden voor PFAS. In opdracht van de provincie Drenthe heeft de RUD Drenthe de PFAS-gehalten in de bodem gemeten. Op basis van deze metingen is een bodemkwaliteitskaart voor PFAS opgesteld (Royal HaskoningDHV, project BE1656, 22 november 2019). De gemiddelde gehalten voldoen aan de landelijke achtergrondwaarden. 3.9

Bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een veldpodzolgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Drente. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 10,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,0 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordwestelijke richting. Op een afstand van ± 200 meter ten zuidoosten van de onderzoekslocatie bevindt zich een waterwingebied. De onttrekking van dit waterwingebied heeft waarschijnlijk slechts een beperkte invloed op de grondwaterstroming van het freatisch grondwater. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 6 van 15

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)

Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel 3 zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel 3.

Onderzoeksstrategie Deellocatie

Oppervlakte

A

gehele onderzoekslocatie (bedrijfspand)

± 5.000 m

B

bovengrondse dieseltank (1.500 l) in lekbak onder afdak

< 100 m2

2

Verwachte stoffen

Onderzoeksstrategie

metalen, PAK, PCB, minerale olie

VED-HE-NL

minerale olie

VEP

Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740: VEP : Verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig

PFAS Op basis van het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek.

5

VELDWERK

5.1

Algemeen

Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen.

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 7 van 15

5.2

Uitgevoerde werkzaamheden

Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel 4 zijn vermeld. Het veldwerk is op 23 maart 2022 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer A.F.W. Geven. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". Tabel 4.

Uitgevoerde werkzaamheden

Deellocatie

Veldwerk Boringen/peilbuizen

Analyses Verharding (*B)

Grond

Grondwater

A

gehele onderzoekslocatie (bedrijfspand)

15 (1,0 m -mv) (*A) 3 (2,0 m -mv) (*A) 1 (peilbuis)

klinkers/tegels/asfalt (*B)

bovengrond/verdachte laag: standaardpakket (3x) ondergrond: standaardpakket (1x)

standaardpakket (1x)

B

bovengrondse dieseltank (in lekbak onder afdak)

2 (2,0 m -mv) 1 (peilbuis)

asfalt (*B)

minerale olie (1x)

olie/aromaten (1x)

(*A)

In verband met de aanwezigheid van kelders onder het westelijke deel van het bedrijfspand is een aantal boringen langs de gevel van het pand geplaatst.

(*B)

Door beton- en/of asfaltverhardingen is geboord.

De boringen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Het opgeboorde materiaal ter plaatse van deellocatie B is tevens middels een olie-waterreactie beoordeeld op de aanwezigheid van olie(gerelateerde) producten. Voor de geplaatste peilbuizen geldt dat het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter is opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 23 maart 2022 is ingeschat. De peilbuizen zijn direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. 5.3 5.3.1

Zintuiglijke waarnemingen Grond

De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De boven- en/of ondergrond is plaatselijk bovendien zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend en/of zwak tot sterk leemhoudend. Onder de klinkerverharding aan de buitenzijde van het pand is plaatselijk een (zeer) dunne betonlaag aanwezig. Eén van de boringen ter plaatse van deellocatie B is gestaakt op een (mogelijke) leiding. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief.

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 8 van 15

Tabel 5 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen en bijzonderheden, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel 5.

Zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen en bijzonderheden

Boornummer

Einddiepte boring (cm -mv)

Traject (cm -mv)

Waargenomen verontreinigingen en bijzonderheden

Deellocatie A: gehele onderzoekslocatie (bedrijfspand) A01

200

7-10

volledig beton

A05

100

7-10

volledig beton

Deellocatie B: bovengrondse dieseltank (in lekbak onder afdak) B01

5.3.2

120

-

- (gestaakt op een (mogelijk) leiding

Grondwater

Centraal op deellocatie A en deellocatie B zijn 2 peilbuizen (filterstelling 2,2-3,2 en 2,0-3,0 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 23 maart 2022 is ingeschat. 5.3.3

Bemonstering

De grondwaterbemonstering is op 30 maart 2022 uitgevoerd door de heer A.G.C. Rondeel. De herbemonstering van het grondwater is op 21 juni 2022 uitgevoerd door de heer M. Krijgsman. Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de NEN 5744:2011. Tabel 6 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 6.

Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater

Peilbuisnummer

Situering peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Zuurgraad (pH)

1,58

980

25,1

7,1

1,98

1.420

25,0

6,8

1,36

790

87,6

6,8

Deellocatie A: gehele onderzoekslocatie (bedrijfspand) A10 (30 maart 2022)

centraal op deellocatie

2,2-3,2

A10 (21 juni 2022, herbemonstering) Deellocatie B: bovengrondse dieseltank (in lekbak onder afdak) B02

centraal op deellocatie

Rapport 18105.002 versie D2

2,0-3,0

Pagina 9 van 15

6

LABORATORIUMONDERZOEK

6.1

Uitvoering analyses

Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 6 grondmengmonsters samengesteld (4 grondmengmonsters van de bovengrond en 2 grondmengmonsters van de ondergrond). De 6 grondmengmonsters en de grondwatermonsters zijn geanalyseerd op één van de volgende pakketten: Grond: standaardpakket: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie; minerale olie grond: droge stof, organische stof en minerale olie. Grondwater: standaardpakket: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie; olie/aromaten: vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen en minerale olie. Na bekend worden van de analyseresultaten en overleg met de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) is het grondwater uit peilbuis A10 opnieuw bemonsterd ter (her)analyse op barium, cadmium, nikkel en zink. Tabel 7 geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten. Tabel 7.

Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten

Grondmengmonster

Traject (cm -mv)

Analysepakket

Bijzonderheden

Deellocatie A: gehele onderzoekslocatie (bedrijfspand) MMA1

A01 (10-60) + A02 (7-57) + A04 (7-57) + A13 (7-50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMA2

A06 (7-50) + A08 (15-50) + A10 (13-50) + A11 (15-65)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMA3

A14 (7-50) + A16 (15-50) + A17 (7-50) + A18 (13-50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMA4

A01 (60-100) + A01 (100-150) + A03 (50-100) + A08 (50-100) + A10 (50-100) + A10 (100-130) + A17 (50-100)

standaardpakket grond

ondergrond (zintuiglijk schoon)

MMA5

A11 (70-100) + A18 (50-100) + A18 (100-150) + A19 (50-100)

standaardpakket grond

ondergrond (zintuiglijk schoon)

minerale olie

bovengrond (zintuiglijk schoon)

Deellocatie B: bovengrondse dieseltank (in lekbak onder afdak) MMB1

B01 (13-50) + B02 (15-50) + B03 (15-50)

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 10 van 15

6.2

Toetsingskader

De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -

achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;

-

streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;

-

tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;

-

interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.

In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd: Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

Rapport 18105.002 versie D2

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde. concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.

Pagina 11 van 15

6.3

Resultaten grond- en grondwatermonsters

Tabel 8 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 8.

Overschrijdingen toetsingskaders grond

Grondmengmonster

Traject (cm -mv)

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

Deellocatie A: gehele onderzoekslocatie (bedrijfspand) MMA1

A01 (10-60) + A02 (7-57) + A04 (7-57) + A13 (7-50)

PCB

-

-

MMA2

A06 (7-50) + A08 (15-50) + A10 (13-50) + A11 (15-65)

-

-

-

MMA3

A14 (7-50) + A16 (15-50) + A17 (7-50) + A18 (13-50)

-

-

-

MMA4

A01 (60-100) + A01 (100-150) + A03 (50-100) + A08 (50-100) + A10 (50-100) + A10 (100-130) + A17 (50-100)

-

-

-

MMA5

A11 (70-100) + A18 (50-100) + A18 (100-150) + A19 (50-100)

-

-

-

-

-

-

Deellocatie B: bovengrondse dieseltank (in lekbak onder afdak) MMB1

B01 (13-50) + B02 (15-50) + B03 (15-50)

Op het analysecertificaat wordt melding gemaakt van een overschrijding van de conserveringstermijn. Dit is veroorzaakt door de interne doorlooptijd van de grondmonsters bij het laboratorium. De monsters zijn wel tijdig aangeleverd en deze overschrijding wordt niet bezwaarlijk geacht met het oog op de resultaten. Tabel 9 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 9.

Overschrijdingen toetsingskader grondwater

Grondwatermonster

Situering peilbuis

Concentratie > S

Concentratie > T

Concentratie > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

Deellocatie A: gehele onderzoekslocatie (bedrijfspand) A10-1-1 (30 maart 2022)

centraal op deellocatie

A10-1-2 (21 juni 2022, herbemonstering)

kobalt koper lood xylenen

barium [530 μg/l] cadmium [3,7 μg/l] zink [460 μg/l]

nikkel [150 μg/l]

zink

barium [580 μg/l] cadmium [4,2 μg/l]

nikkel [150 μg/l]

-

-

Deellocatie B: bovengrondse dieseltank (in lekbak onder afdak) B02

centraal op deellocatie

benzeen

Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering.

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 12 van 15

6.4

Interpretatie analyseresultaten

Deellocatie A: gehele onderzoekslocatie (bedrijfspand) In de zintuiglijk schone bovengrond is lokaal een licht verhoogd gehalte PCB aangetoond. Voor de lichte verontreiniging met PCB heeft Econsultancy vooralsnog geen verklaring. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn een sterk verhoogde concentratie nikkel, matig verhoogde concentraties barium, cadmium en zink en licht verhoogde concentraties kobalt, koper, lood en xylenen aangetoond. In overleg met de gemeente Hoogeveen (en de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD), is een herbemonstering van het grondwater uitgevoerd voor de matig tot sterk verhoogde concentraties (barium, cadmium, nikkel, zink). Hierbij zijn de zijn de matig tot sterk verhoogde concentraties grotendeels bevestigd (zink net onder de Tussenwaarde). Voor de licht tot sterk verhoogde concentraties metalen in het grondwater is vooralsnog geen eenduidige verklaring te geven. Op een aangrenzend terrein zijn in het verleden vergelijkbare metalen matig tot sterk verhoogd aangetoond. Mogelijk zijn de verontreinigingen (deels) te relateren aan voormalige bedrijfsactiviteiten (kunstmestopslag) op de onderzoekslocatie en/of aangrenzende terreinen of betreft het (deels) regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater.

Met betrekking tot de matig tot sterk verhoogde metalenconcentraties in het grondwater is contact geweest met de gemeente Hoogeveen en de RUD. De RUD (de heer N. Brockman, d.d. 11 juli 2022) heeft hierover het volgende geadviseerd: “Om over te gaan tot bestemmingswijziging en herinrichting van de locatie zal de aard, omvang en de risico’s bij het toekomstig gebruik moeten worden vastgesteld middels een nader bodemonderzoek. Naar aanleiding van de resultaten van het nader bodemonderzoek zullen mogelijk gebruiksbeperkingen gaan gelden voor het terrein. Aangezien er op de naastgelegen percelen ook sterke verontreinigingen met zware metalen zijn gemeten dient er in het nader bodemonderzoek ook onderzocht te worden of er een technische, organisatorische en/of ruimtelijke samenhang bestaat tussen deze verontreinigingen. Dit geldt ook voor de verontreinigingen die zijn gemeten ter plaatse van de kade van de Hoogeveense vaart.” Deellocatie B: bovengrondse dieseltank (in lekbak onder afdak) In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aan olieproducten aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie benzeen aangetoond. De lichte verontreiniging met benzeen is mogelijk te relateren aan de brandstofopslag.

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 13 van 15

7

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

Ruimtemeesters Advies heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Dr. Anton Philipsstraat 10 te Hoogeveen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De boven- en/of ondergrond is plaatselijk bovendien zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend en/of zwak tot sterk leemhoudend. Onder de klinkerverharding aan de buitenzijde van het pand is plaatselijk een (zeer) dunne betonlaag aanwezig. Eén van de boringen ter plaatse van deellocatie B is gestaakt op een (mogelijke) leiding. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: Deellocatie A: gehele onderzoekslocatie (bedrijfspand) Op basis van de huidige informatie is geconcludeerd, dat deellocatie A onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). In de zintuiglijk schone bovengrond is lokaal een licht verhoogd gehalte PCB aangetoond. Voor de lichte verontreiniging met PCB heeft Econsultancy vooralsnog geen verklaring.

In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn een sterk verhoogde concentratie nikkel, matig verhoogde concentraties barium, cadmium en zink en licht verhoogde concentraties kobalt, koper, lood en xylenen aangetoond. In overleg met de gemeente Hoogeveen (en de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD), is een herbemonstering van het grondwater uitgevoerd voor de matig tot sterk verhoogde concentraties (barium, cadmium, nikkel, zink). Hierbij zijn de matig tot sterk verhoogde concentraties grotendeels bevestigd (enkel zink net onder de Tussenwaarde). Voor de licht tot sterk verhoogde concentraties in het grondwater is vooralsnog geen eenduidige verklaring te geven. Op een aangrenzend terrein zijn in het verleden vergelijkbare metalen matig tot sterk verhoogd aangetoond. Mogelijk zijn de verontreinigingen (deels) te relateren aan voormalige bedrijfsactiviteiten (kunstmestopslag) op de onderzoekslocatie en/of aangrenzende terreinen of betreft het (deels) regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. Met betrekking tot de matig tot sterk verhoogde metalenconcentraties in het grondwater is contact geweest met de gemeente Hoogeveen en de RUD. De RUD (de heer N. Brockman, d.d.

11 juli 2022) heeft geadviseerd om ter plaatse een nader bodemonderzoek naar de aard en omvang van de geconstateerde grondwaterverontreiniging uit te voeren en tevens te onderzoeken of er samenhang bestaat tussen de op aangrenzende percelen aangetoonde sterke verontreinigingen. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie A als "heterogeen verdacht" dient te worden beschouwd, wordt bevestigd. Met betrekking tot de matig tot sterk verhoogde concentraties met zware metalen in het grondwater bestaan er enige belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie waardoor een nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 14 van 15

Deellocatie B: bovengrondse dieseltank (in lekbak onder afdak) Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks" (VEP). In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aan olieproducten aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie benzeen aangetoond. De lichte verontreiniging met benzeen is mogelijk te relateren aan de brandstofopslag. De vooraf gestelde hypothese dat de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocatie B als "plaatselijk verdacht" dient te worden beschouwd, wordt bevestigd. Echter, gelet op de aard en mate van de aangetroffen verontreinigingen, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Conclusie en advies Met betrekking tot de matig tot sterk verhoogde concentraties met zware metalen in het grondwater bestaan er enige belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. In overleg met de RUD wordt geadviseerd om ter plaatse van boring A10 een nader grondwateronderzoek uit te voeren ten aanzien van metalen (barium, cadmium, nikkel) en de resultaten opnieuw voor te leggen aan de RUD.

Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Econsultancy acht een onderzoek asbest in bodem/puin conform de NEN 5707/5897 dan ook niet noodzakelijk. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Econsultancy Zwolle, 5 augustus 2022

Rapport 18105.002 versie D2

Pagina 15 van 15

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 1.

Foto 2.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 3.

Foto 4.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 5.

Foto 6.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 7.

Foto 8.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 9.

Foto 10.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 11.

Foto 12.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 13.

Foto 14.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 15.

Foto 16.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 17.

Foto 18.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 19.

Foto 20.

Bijlage 3

Boorprofielen

Pagina 1 van 4

Profielen boringen

A01

Boring: Datum veldwerk:

23-3-2022 0 7 10

0

A02

Boring: klinker

Datum veldwerk:

23-3-2022 0 7

0

Volledig beton, Ramguts Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruinbeige, Edelmanboor

1 50

60

2 100

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsbeige, Edelmanboor

1 50

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor

klinker

60

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht oranjebruin, Edelmanboor

2 100

100 3 150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, beigebruin, Edelmanboor

4 200

200

A03

Boring: Datum veldwerk:

23-3-2022 0 7

0

50

50

Datum veldwerk:

0 7 10

0

60

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor

2 100

A06

Boring: klinker

Datum veldwerk:

23-3-2022 0 7

0

Volledig beton, Ramguts 1

Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor

50

50

asfalt

17

Kernboor

Datum veldwerk:

23-3-2022

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor

50

A08

Boring:

0

1

100

100

A07 23-3-2022

0

0

asfalt

15

Kernboor

1 50

50 2

100

Kernboor

2 100

100

Datum veldwerk:

tegel

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruinbeige, Edelmanboor

1

2

Boring:

klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, licht witgrijs, Edelmanboor

1

100

A05 23-3-2022

0 7

50

100

100

23-3-2022

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, Edelmanboor

2

Boring:

Datum veldwerk:

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsbeige, Edelmanboor

1

A04

Boring: klinker

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebeige, Edelmanboor

2 100

100

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig leemhoudend, lichtgrijs, Edelmanboor

3 150

160

4 200

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigebruin, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14523029/1