CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bestemmingsplan BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast 10.pdf

Raadsavond 6 april 2023, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast 1024.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Er is voor dit plan een aanmeldingsnotitie opgesteld. Conclusie Het aspect ‘milieueffectrapportage’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.8

Luchtkwaliteit

De luchtkwaliteit dient te worden meegenomen in ruimtelijke besluitvorming. Uitgangspunt is dat een project niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. Als er wel sprake is van een overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechteren. Luchtkwaliteitsnormen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als aannemelijk is dat aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden wordt voldaan: A. B. C. D.

Er i s geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt slechts in ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project i s opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.

Van een verslechtering van de luchtkwaliteit in betekenende mate als bedoeld onder c is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet: woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of minimaal 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen; infrastructuur: 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie); kantoorlocaties: minimaal 100.000 m² brutovloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, minimaal 200.000 m² brutovloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen.

Dit plan voorziet in het toevoegen van één vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken. Er is in dezen sprake van een project dat ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij draagt aan de luchtverontreiniging. Conclusie Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 33

5.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op bedrijven, buisleidingen of transportroutes. Op deze categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor buisleidingen geldt het Besluit buisleidingen externe veiligheid (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid voor transport van gevaarlijke stoffen staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) en de eventuele toename hiervan, te worden bepaald. Met dit plan wordt een vrijstaande woning toegevoegd met bijbehorende bebouwing, waarmee een gevoelige functie wordt toegevoegd. De risicokaart Nederland is nagezien betreffende risicobronnen in de omgeving (straal van het plangebied. Volgens de risicokaart zijn er geen bedrijven met gevaarlijke stoffen gelegen nabij het plangebied (straal 500m). Ook lopen er geen transportleidingen van gevaarlijke stoffen in de buurt.

De A28 is onderdeel van het basisnet gevaarlijke stoffen weg. Voor het traject ‘A28: afrit 31 (Westerbork) - afrit 27 (Fluitenberg)’ bekend met nummer 292, wegvak D31 geldt een PR plafond van 0 meter en een GR plafond van 74 meter. Voor het traject A28: afrit 27 (Fluitenberg) - Knp. Hoogeveen, bekend met nummer 291 wegvak D29, geldt een PR plafond van 0 meter en een GR plafond tevens van 74 meter. Het plangebied is gelegen op meer dan de voornoemde 74 meter van de A28 gelegen. De spoorlijn Zwolle-Groningen is onderdeel van het basisnet. De spoorlijn ter hoogte van het plangebied is bekend als trajact.411 en traject 412. Voor deze trajecten is de PR10_6 vastgesteld op 6 meter respectievelijk 1 meter. Het plangebied is gelegen op ruim meer dan de voornoemde 6 respectievelijk 1 meter van het spoortraject gelegen. Conclusie Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.10

Parkeren en verkeer

De CROW publicatie 381 geeft parkeerkencijfers en kencijfers verkeersgeneratie voor verschillende bestemmingen in de groepen wonen, werken, winkelen en boodschappen, sport, cultuur en ontspanning, horeca en (verblijfs)recreatie, gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen en onderwijs. De onderstaande parkeerbehoefte en verkeersintensiteit is gebaseerd op de normen vermeld voor een ‘koop, huis, vrijstaand’ gelegen in ‘buitengebied’ ‘weinig stedelijk’. Daarbij is gerekend met het gemiddelde van de aangegeven normen. Met dit plan wordt één woning toegevoegd. In de onderstaande tabel wordt de normen alsmede de parkeerbehoefte en verkeersbewegingen ten behoeve van deze woning weergegeven.

BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 34

Wat betreft parkeren wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Het nieuwe woonperceel wordt ontsloten op de Fluitenbergseweg oost. De Fluitenbergseweg oost komt uit op de Hoogeveenseweg die in zuidelijke richting aansluit op de Middenveldweg (rondweg Hoogeveen). De Middenveldweg komt binnen een paar 100 meter op de A-28 uit. Daarmee is sprake van goede ontsluiting waarbij de wegenstructuur voldoende is voor de verkeersintensiteit van dit plan. Conclusie Het aspect ‘parkeren en vervoer’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.11

Duurzaamheid

De gemeente Hoogeveen heeft een Milieuvisie opgesteld waarin aangegeven wordt dat het begrip duurzaam zich in de laatste jaren meer en meer ontwikkeld van een energiebesparingsmodel in duurzaam bouwen tot een begrip dat een evenwicht beschrijft tussen natuur, samenleving en economie. Onder de ambities van de gemeente valt een klimaatneutraal beleid. Eén van de middelen om klimaatbeleid te voeren is duurzaam bouwen. Duurzaam bouwen Duurzaam bouwen is niet alleen het ontwikkelen van woningen die zo lang mogelijk kunnen voldoen aan de woonbehoefte. Het is vooral ook een bouwwijze, die goed is voor mens en milieu. Het betekent verantwoord omgaan met water, energie, grondstoffen en ook de open ruimte. In onderhavig plan wordt één woningbouwkavel ontwikkeld. Het uiteindelijke ontwerp is de verantwoordelijkheid van de toekomstige eigenaar van het perceel. Nieuwbouw leent zich bij uitstek om aspecten van duurzaamheid te integreren bij de uitvoering van bouwwerkzaamheden. De nieuwbouw zal moeten voldaan aan de BENG eisen van deze tijd en het Bouwbesluit. Klimaatrobuust inrichten De gemeente heeft zichzelf ten doel gesteld dat ze in 2050 klimaatrobuust is. De gemeente bereidt zich voor op extremere weersomstandigheden en samen met het waterschap is er een visie ‘klimaatrobuust Hoogeveen’ opgesteld.

De gemeente heeft samen met het waterschap de verantwoordelijkheid voor het opvangen van het regenwater in het openbaar gebied, maar dat is slechts een beperkt deel van het water dat op het gemeentelijk grondgebied valt. Het grootste deel van het water valt op terreinen in eigendom van grondeigenaren, inwoners of bedrijven. Op deze terreinen is het mogelijk een deel van het water tijdelijk op te vangen.

BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 35

BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 36

Hoofdstuk 6

6.1

Planbeschrijving

Juridisch systeem

De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de planregels is het aantal regels zo beperkt mogelijk gehouden. Alleen datgene is geregeld, wat werkelijk noodzakelijk is. Toch kan het in een concrete situatie voorkomen dat een afwijking van de planregels gewenst is. Daarom zijn er in het bestemmingsplan afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het plan is opgesteld conform het Handboek bestemmingsplannen van de gemeente Hoogeveen en de landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De regels zijn overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Stationsgebied 2012’ zoals vastgesteld op 27 juni 2013. Daarbij zijn de overbodige regels achterwege gelaten.

6.2

Regels

De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

In hoofdstuk 1 worden de in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze moet worden gemeten. In hoofdstuk 2 zijn specifieke regels opgenomen voor de bestemmingen die voorkomen in het plangebied. De bestemmingsartikelen bestaan uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels en in dit geval een wijzigingsbevoegdheid. De hoofdstukken 3 en 4 bevatten algemene regels. Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de voorgaande hoofdstukken, hebben in de regels van dit plan hun juridische vertaling gekregen. Daarmee zijn de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied vastgelegd.

6.3

Verklaring van de bestemmingen

In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Artikel 3 Agrarisch De gronden met de bestemming Agrarisch worden onder andere gebruikt voor het behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden, agrarisch grond gebruik, bestaande wegen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede ontsluitingsvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen bij recht enkel andere bouwwerken worden gebouwd. Artikel 4 Tuin De gronden met de bestemming Tuin worden onder andere gebruikt als erf, oprit en parkeren. Binnen deze bestemming mogen bij recht enkel andere bouwwerken worden gebouwd. Een uitzondering daarop is de bouw van erkers bij woningen. Via een afwijkingsmogelijkheid is de bouw van een carport toegestaan. Artikel 5 Wonen BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 37

De gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bedoeld voor het wonen met daarbij behorende gebouwen, tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Op de verbeelding is voorzien in een bouwvlak van 20 bij 15 meter, waarbinnen een vrijstaand hoofdgebouw met een oppervlak van ten hoogte 200 m² kan worden gebouwd. Bij het hoofdgebouw (woning) is naar gelang de omvang van het bestemmingsvlak een gezamenlijk oppervlak van 150 tot 200 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan. Verder is voorzien in bouwregels ten aanzien van een maximale goot- en bouwhoogte en minimale dakhelling. In de specifieke gebruiksregels is voorzien in een voorwaardelijke verplichting voor de aanleg en het in standhouden van het voor dit plan opgestelde landschappelijke inpassingsplan.

BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 38

Hoofdstuk 7

7.1

Handhaving

Algemeen

Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.

7.2

Beleidskeuzen

De gemeenteraad heeft op 3 februari 2011 de Kadernota Toezicht en handhaving vastgesteld. Het handhavingsbeleid maakt onderdeel uit van het programma Veilig. De looptijd van de kadernota Integrale handhaving loopt van 2011-2014, waarmee wordt aangesloten bij andere plannen waarin op onderdelen wordt verwezen naar handhaving. Dit zijn het Drentse veiligheidsplan, Integrale veiligheidsplan Hoogeveen en de visie externe veiligheid. De afgelopen jaren is er veel veranderd en de komende jaren gaat er nog veel veranderen. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningplicht naar steeds meer algemene regels in het VROM-domein. Gevolg hiervan is dat er meer nadruk komt te liggen op de uitvoering van de handhaving. In 2022 is het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) vastgesteld waarin ingegaan wordt op de actuele handhavingsprogrammering. Ook is er het programma Veilig Hoogeveen (2019-2022) waar de HUP aan wil bijdragen door de wijze van handhaven.

7.3

Inzet gemeentelijk apparaat

Op basis van de kadernota Toezicht en handhaving wordt jaarlijks een gemeentelijk werkprogramma opgesteld. Hierin worden op basis van een evaluatie voor het komende jaar de prioriteiten (bij)gesteld. In dit werkprogramma worden alle taken, taakonderdelen, de wettelijke of gewenste prioriteitstelling, prestatie en capaciteitstoekenning op het gebied van handhaving opgenomen. Tevens wordt de voortgang van de projecten die op de afdeling spelen inzichtelijk gemaakt. In het Handhavingsuitvoeringsprogramma wordt het volgende aangegeven over de inzet van het gemeentelijk apparaat. De primaire aandachtspunten bij het toezicht liggen in dezelfde lijn als de controlepunten bij het proces om te komen tot vergunningverlening (toetsingsmatrix bouwbesluit). De primaire aandachtspunten zijn: Constructieve veiligheid en brandveiligheid van (toekomstige) gebruiker; Constructieve veiligheid en brandveiligheid van (de omgeving van) het bouwwerk; Volledig toezicht op openbaar toegankelijke bouwwerken; Gezondheid (toekomstige) gebruikers.

En voor slopen zijn dat: Veilige en gezonde wijze van slopen voor directe omgeving en gebruikers; Het beperken van overlast voor de omgeving; Toezien op naleving van sloopvoorschriften (asbest en andere milieuaspecten bij RUD); Toezicht particuliere sloopmeldingen met asbest tot 35m2 ligt bij de gemeente; Sloop bij monumenten.

Daarnaast vindt toezicht plaats op de naleving van: BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 39

Gebruiksvoorschriften uit bestemmingsplannen; Bouwkwaliteit bestaande bouwwerken op kwaliteitsniveau bestaande bouw bouwbesluit; Wetgeving ter voorkoming van illegale bouw; Sluiting van panden in het kader van de Opiumwet.

BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 40

Hoofdstuk 8

8.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het gaat om een particulier initiatief waarbij de initiatiefnemers garant staat voor de economische uitvoerbaarheid van het plan. Eventuele planschade en aan dit plan verwante kosten komen daarmee voor rekening van de initiatiefnemers.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De directe omwonenden van bestaande bebouwde percelen met uitzicht op het plangebied zijngeïnformeerd door initiatiefnemer. Er zijn geen negatieve reacties ontvangen. In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is door het college het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan Provincie Drenthe, Waterschap Drents Overijsselse Delta, de GGD en RUD.Vanuit de RUD is er geadviseerd op de verschillende omgevingsaspecten. Dit advies is meegenomen in het bestemmingsplan. Het waterschap heeft aangegeven geen bezwaren te hebben tegen het plan en de provincie heeft enkele opmerkingen geplaatst bij de landschappelijke inpassing. Deze opmerkingen zijn verwerkt in een aangepaste landschappelijke inpassing. Naar het advies van de GGD is nader onderzoek gedaan naar het agrarische bedrijf aan de Fluitenbergseweg-Oost 14. Hieruit bleek dat het agrarische bedrijf niet belemmerd door het toevoegen van een woonbestemming op deze locatie en zijn er geen nadelige effecten op de gezondheid van de toekomstige bewoners te verwachten. Het college heeft de bevoegdheid te besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Aangezien onderhavig plangebied gering van omvang is en de ruimtelijke consequenties beperkt zijn, is overeenkomstig het besluit van het college geen gelegenheid tot inspraak geboden.

Het voorliggend bestemmingsplan zal als ontwerp ter visie worden gelegd gedurende 6 weken. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen.

BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 41

BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 42

Bijlagen bij toelichting

BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 43

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

BG Noord, deelplan Fluitenbergseweg Oost naast nr 10 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2022BP9006015-VG01 44

Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg

projectnummer

210374

Pagina 2 van 15

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond Monsterneming grondwater UITGEVOERD DOOR

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg 210374 1.0 H.E. Starre J.R.W. Staal

13 april 2021 Omgevingsrecht Zuidema Mevr. M. Sollie Stapelerveldweg 4, 7957 NE DE WIJK SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002

Dhr. J. Kemper Dhr. W. Westbroek

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Fluitenbergseweg-Oost naast nr. 10 te Fluitenberg. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding.

Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Fluitenberg_210374_Fluitenbergseweg-Oost naast nr. 10_VO We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 3 van 15

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 4 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 4 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 4 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 5 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 5

2.

VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) ............................................................................. 6

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 6 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 6 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................. 6 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 7 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ........................................................................ 8 Afwijkingen vooronderzoek .......................................................................................................... 8 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)........................................................... 8

3.

VELDWERKZAAMHEDEN .............................................................................................. 9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ....................................... 9 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) .............................................................. 9 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 10 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 10 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 10 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 10

4.

ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ....................................................................... 11

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Analysemonsters ......................................................................................................................... 11 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 11 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 11 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 12 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 13

5.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 14

5.1 5.2

Samenvatting .............................................................................................................................. 14 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 15

BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 4 van 15

1. INLEIDING Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.

1.1

Aanleiding en doelstelling

De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van het perceel. Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin).

1.2

Kwaliteitsborging algemeen

Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.

1.3

Kwaliteitsborging onderzoek

De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.

1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 5 van 15

Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen

Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek

Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1:2016

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.

1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en SIKB protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/

1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 6 van 15

2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.

2.1

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek

Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.

2.2

Stap 1; aanleiding vooronderzoek

De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1

2.3

Stap 2; onderzoeksvragen

Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 7 van 15

In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie

Onderzoeksaspecten

Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

F

G

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓

✓ ✓

0 ✓ ✓

✓

✓ ✓

✓ ✓ 0 ✓

✓

✓

✓ ✓ ✓

✓

Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.

2.4

Samenvatting vooronderzoek

Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de Fluitenbergseweg-Oost naast nummer 10 in Fluitenberg, is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie T, nr. 1753 en heeft een totale oppervlakte van maximaal 1.500 m2. De te onderzoeken locatie betreft een deel van het kadastrale perceel, namelijk de beoogde nieuwbouwlocatie met omliggend terrein. De onderzoekslocatie betreft thans grasland. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De te onderzoeken locatie is weergegeven in bijlage 1.2. Bij de gemeente Hoogeveen en het bodemloket is geen voor het onderzoek van belang zijnde informatie bekend van de onderzoekslocatie en/of direct naastgelegen percelen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 8 van 15

2.5

Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek

Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.

2.6

Afwijkingen vooronderzoek

Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.

2.7

Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.1. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 9 van 15

3. VELDWERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.

3.1

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 25 maart en het grondwater is bemonsterd op 8 april 2021. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 2 boringen tot circa 2,0 m-mv (nrs. 1 en 2) en 6 boringen tot 0,5 m-mv (nrs. 3 t/m 8). Boring 1 is vervolgens doorgezet tot 2,0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 1,5-2,5 m-mv, grondwaterstand 1,0 m-mv). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.

3.2

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)

Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: • Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; • Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; • De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. In tabel 3.1 zijn de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen weergegeven. Tabel 3.1 Resultaten grondwaterbemonstering NEN 5744

Grondwaterbemonstering Voorlaatste meting Geleidingsvermogen 340 (µS/cm) -

Laatste meting Zuurgraad 6,32 (pH) Geleidingsvermogen 350 (µS/cm) Troebelheid 62,1 (ntu)

Beoordeling NVT Voldoet Troebel

Op basis van tabel 3.1 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat. Bij de grondwatermonstername is als gevolg van de slechtlopendheid van de peilbuis (geringe wateropbrengst) een beluchte monster verkregen. Als gevolg hiervan kunnen afwijkende c.q. hogere gehalten aan vluchtige parameters in het grondwater aanwezig zijn, dan in de resultaten tot uiting komt.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 10 van 15

3.3

Bodemopbouw

De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie

Diepte (m-mv)

Omschrijving

0,0 0,5 1,5

Zwak siltig, matig fijn zand, matig humeus Zwak siltig, matig fijn zand, plaatselijk zwak grindig Sterk zandig leem Diepst verkende bodemlaag

- 0,5 - 1,5 - 2,5 2.5

Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op een diepte van 1,0 m-mv.

3.4

Zintuiglijke waarnemingen

Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden. Er zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.

3.5

Afwijkingen protocollen

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.

3.6

Afwijkingen strategie(ën)

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 11 van 15

4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).

4.1

Analysemonsters

In tabel 4.1 zijn de geanalyseerd grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater

Grondmonster Mp. 1 t/m 8

Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5

Motivatie Bovengrond

Analyse Standaardpakket bodem

Mp. 1 en 2

1,5 – 2,0

Ondergrond

Standaardpakket bodem

Grondwatermonster Pb. 1

Filterstelling (m-mv) 1,5 – 2,5

Motivatie Grondwater

Analyse Standaardpakket grondwater

Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.

4.2

Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden

Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.

4.3

Toetsing analyseresultaten

De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10 % en een lutumgehalte van 25 %.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 12 van 15

De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden

Weergave tabellen

Concentratieniveau

Betekenis

≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde

Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten

> I-waarde

Sterke verhoging gemeten

Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)

Weergave bijlage 5 * *** (v)

Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.

4.4

Milieuhygiënische kwaliteit grond

In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing

Grondmonster Diepte (m-mv) Mp. 1 t/m 8 0,0 – 0,5 Mp. 1 en 2 1,5 – 2,0

Motivatie Bovengrond Ondergrond

Analyseresultaten -

Indicatieve toetsing RBK Landbouw/Natuur Landbouw/Natuur

Uit tabel 4.3 blijkt dat in de boven- en ondergrond van de onderzoekslocatie geen gehalten aan de onderzochte parameters zijn gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Indicatieve toetsing RBk: De monsters zijn indicatief getoetst aan RBk (zie tabel 4.3). De toetsing is indicatief omdat het onderzoek niet is uitgevoerd als partijkeuring conform Besluit bodemkwaliteit. Opgemerkt wordt dat er geen analyses op PFAS zijn uitgevoerd, hetgeen mogelijk noodzakelijk is indien de grond wordt afgevoerd van de locatie.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 13 van 15

4.5

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater

In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing

Grondwatermonster Pb. 1

Filterstelling (m-mv) 1,5 – 2,5

Motivatie

Analyseresultaten

Grondwater

Barium, nikkel en zink

Uit tabel 4.4 blijkt dat in het grondwater van de onderzoekslocatie concentraties aan barium, nikkel en zink zijn gemeten die de streefwaarden overschrijden. Deze gehalten zijn waarschijnlijk een gevolg van (fluctuerende) van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. Gelet op de hoogte van de gemeten gehalten aan organische parameters achten wij het niet aannemelijk dat de betreffende resultaten negatief zijn beïnvloed door de troebelheid van de grondwatermonsters. Als gevolg van de beluchting van het grondwatermonster is daarnaast mogelijk sprake van een onderschatting ten aanzien van de gemeten gehalten aan vluchtige organische parameters. Mede gelet op het gebruik van de locatie tot dusver en de zintuiglijke warnemingen (paragraaf 3.3) achten wij het echter niet aannemelijk dat de betreffende resultaten hierdoor negatief zijn beïnvloed. Verder zijn er in het grondwatermonster geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 14 van 15

5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien.

5.1

Samenvatting

Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg. De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van het perceel. Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Vooronderzoek De onderzoekslocatie ligt aan de Fluitenbergseweg-Oost in Fluitenberg, is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie T, nr. 1753 en heeft een totale oppervlakte van 1.500 m2. De te onderzoeken locatie betreft een deel van het kadastrale perceel, namelijk de beoogde nieuwbouwlocatie met omliggend terrein. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit zwak siltig, matig fijn zand dat in de bovengrond matig humeus is en in de ondergrond plaatselijk zwak grindig. In de ondergrond is plaatselijk sprake van sterk zandig leem . Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,0 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen.

Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de boven- en ondergrond van de onderzoekslocatie zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters gemeten. Grondwater: In het grondwater van de onderzoekslocatie zijn licht verhoogde concentraties aan barium, nikkel en zink gemeten.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

Pagina 15 van 15

5.2

Conclusies en aanbevelingen

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in het grondwater overschrijdingen van de streefwaarden van de Wet bodembescherming aangetoond. De verhoogde concentraties aan barium, nikkel en zink worden beschouwd als zijnde van nature verhoogde achtergrondwaarden. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve bevestigd. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming (wonen met tuin) van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV H.E. Starre

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg (kenmerk: 210374)

BIJLAGE 1

Behoort bij rapport: Fluitenbergseweg Oost Fluitenberg Project 210374

Regionale ligging en luchtfoto

Bijlage 1.1

foto 1

foto 2

foto 3

2 6 5

7

4

1

3

8 f2 f1 f3

vp

Legenda Boring Diepe boring Peilbuis Onderzoeksterrein Gras/onverhard

OPDRACHTGEVER

Omgevingsrecht Zuidema ONDERZOEKSLOCATIE

Fluitenbergseweg-Oost naast nr. 10 Fluitenberg TEKENAAR

pkd

SCHAAL

1: 500

AUTHORISATOR

FORMAAT

WERKNUMMER

BIJLAGE

HS

210374

vestigingen in: Zuidwolde Appingedam Almere

A3

1.2

DATUM

31-03-2021

WIJZ.NR

C0

BIJLAGE 2

Behoort bij rapport: Fluitenbergseweg Oost Fluitenberg Project 210374

VOORONDERZOEK NEN 5725:2017

Bijlage 2

Stap 1

Aanleiding voor het vooronderzoek

Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek

A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1

Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

A 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓

✓ Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

G

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.

Pagina 2 van 5

Onderzoeksvraag (aanleiding A)

Antwoord en motivatie

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?

Adres (x/y-coördinaten):

Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie (Kadaster BAG) Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis) Gemeente (bij dossieronderzoek zie einde bijlage) Bodemloket Terreininspectie Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?

Fluitenbergseweg-Oost (ongenummerd) te Fluitenberg (x. 227995 – y. 528822) Kadastrale aanduiding: Gemeente Hoogeveen, sectie T, nr. 1753 Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever): De beoogde nieuwbouwlocatie en omliggend terrein. Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Bijlage 1.2 Afbakening onderzoekslocatie voldoende? Ja De heer Gerrit Jan Kreeft en mevrouw Esther Maria Elisabeth Verhoeven Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. Er is op de locatie geen sprake van bebouwing. Op historisch kaartmateriaal vanaf 1900 tot heden is de locatie altijd zichtbaar als agrarisch perceel. In de omgeving is op de kaarten altijd enige bebouwing zichtbaar. Bij de gemeente Hoogeveen zijn van dit perceel en/of naastgelegen percelen geen milieudossiers of bodemonderzoeken beschikbaar, tevens is er geen sprake van dempingen of is er informatie beschikbaar met betrekking tot bouw- en/of sloopvergunningen (inclusief eventuele asbestinventarisaties). Bij het bodemloket zijn van de te onderzoeken locatie en/of direct naastgelegen percelen geen voorgaande bodemonderzoeken en/of potentieel bodembedreigende activiteiten bekend. Het betreft een grasland in landelijk gebied. Ja Informatiebron Locatie en verdacht aspect Verdachte parameter Nee, er is geen informatie bekend die het voorkomen van asbest in de bodem doet vermoeden.

De ontgravingsklasse en toepassingseis van de boven- en ondergrond is Landbouw/Natuur.

Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg, 210374

Pagina 3 van 5

Onderzoeksvraag (aanleiding A)

Antwoord en motivatie

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?

Bodemopbouw Boormonsterprofiel B17C0776, waarvan het maaiveld zich op 10,60 m t.o.v. NAP bevindt, omschrijft de bodemopbouw als volgt: 0,00 – 1,30 m (matig fijn) zand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) 1,30 – 2,20 m leem (Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten) Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand Uit de isohypsen van het eerste watervoerend pakket (zie figuur 1 aan het einde van deze bijlage) is op te maken dat de grondwaterstroming zuidwest gericht is. De te verwachten grondwaterstand is 2,5 m-mv (bron: voorgaand bodemonderzoek) Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen: Nee, er is geen informatie bekend met betrekking tot fysisch afwijkende en/of bodemvreemde lagen. Nee (Atlasleefomgeving.nl)

Is ter plaatse sprake van een Grondwaterbeschermings- of -onttrekkingsgebied, Waterberging? Komt freatisch brak of zout (grond)water voor? Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek?

Nee, uit de gegevens van de kaart ‘beschikbaarheid zoet grondwater’ (Deltares, 02-04-2015) is op te maken dat de 1000 mg/ml chloridegrens zich op een diepte beneden 100 m-mv bevindt. Bron Locatie Verdachte parameter Vermoeden bodemverontreiniging op de locatie; Nee

Nee, er is geen recent bodemonderzoek conform NEN5740 bekend van de locatie. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van de locatie is een dergelijk onderzoek noodzakelijk. Zie paragraaf 2.8

Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg, 210374

Pagina 4 van 5

De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: BRON VOORONDERZOEK

SPECIFICATIE VAN DE BRON

BRON GERAADPLEEGD

DATUM RAADPLEGEN BRON

INFORMATIE BESCHIKBAAR

Opdrachtgever Eigenaar

Omgevingsrecht Zuidema Via opdrachtgever

JA JA

17 maart 2021 17 maart 2021

JA JA

Gemeente Terreininspectie

Hoogeveen Veldwerk

JA JA

17 maart 2021 25 maart 2021

JA JA

Kadaster Kadaster BAG viewer Google Maps Bodemkwaliteitskaart Bodeminformatie Bodemopbouw Grondwater (stromingsrichting) Grondwater (drinkwater) Grondwater (chloriditeit) Historie van de locatie KLIC

http://www.kadaster.nl/ http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/ http://maps.google.nl/ Overzichtskaarten Drenthe http://www.bodemloket.nl TNO Database http://www.dinoloket.nl http://www.grondwatertools.nl/isohypsen

JA JA JA JA JA JA JA

17 maart 2021 17 maart 2021 17 maart 2021 17 maart 2021 17 maart 2021 17 maart 2021 17 maart 2021

JA JA JA JA JA JA JA

http://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten http://www.grondwatertools.nl/gwatlas http://www.topotijdreis.nl http://www.klic.nl

JA JA JA JA

17 maart 2021 17 maart 2021 17 maart 2021 17 maart 2021

JA JA JA JA

Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg, 210374

Pagina 5 van 5

Figuur 1 Isohypsen (bron: grondwatertools.nl)

Fluitenbergseweg-Oost te Fluitenberg, 210374

BIJLAGE 3

Behoort bij rapport: Fluitenbergseweg Oost Fluitenberg Project 210374

01

1

0 1

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, edelm an

4

leem , st erk zandig, neut raal grijs, crem e, edelm an

100

150

weiland, m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an

50

150

04

weiland, m aaiveld

0

1 -50

50

-100

t ype dat um boorm eest er x y

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an -50

g r on d b or in g 2 5 -0 3 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 0 4 8 .4 2 5 2 8 7 1 5 .7 2

-150

200

05

weiland, m aaiveld

0 250

250

t ype dat um boorm eest er x y

0

-250 1

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 5 -0 3 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 0 3 6 .0 9 5 2 8 7 0 1 .1 8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an

50

t ype dat um boorm eest er x y

02

-50

g r on d b or in g 2 5 -0 3 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 0 3 4 .5 1 5 2 8 7 1 3 .3 6

weiland, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an

50

06

weiland, m aaiveld

0

0

-50 2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, edelm an

1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an

50 100

-100 3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, grijs, edelm an

4

leem , st erk zandig, neut raal grijs, crem e, edelm an

150

-150

200

t ype dat um boorm eest er x y

t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 2 5 -0 3 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 0 1 6 .7 7 5 2 8 7 2 0 .6 0

-200

g r on d b or in g 2 5 -0 3 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 0 3 9 .7 6 5 2 8 7 2 4 .5 9

07

weiland, m aaiveld

0

0 1

50

03

weiland, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an

50

t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 2 5 -0 3 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 0 5 5 .5 1 5 2 8 7 0 3 .7 0

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Flu it e n b e r g 210374 N EN 5 1 0 4

t ype dat um boorm eest er x y

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an -50

g r on d b or in g 2 5 -0 3 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 0 2 2 .8 6 5 2 8 7 0 4 .5 4

08

weiland, m aaiveld

0

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, edelm an

50

t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 2 5 -0 3 -2 0 2 1 V e ld w e r k e r 2 2 8 0 2 6 .5 3 5 2 8 6 9 1 .8 3

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Flu it e n b e r g 210374 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

BIJLAGE 4

Behoort bij rapport: Fluitenbergseweg Oost Fluitenberg Project 210374

Eco Reest T.a.v. Harmien Starre Industrieweg 20 7921 JP ZUIDWOLDE

Analysecertificaat Datum: 07-Apr-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021050627/1 210374 Fluitenberg 26-Mar-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12547307/1