2.2. Nota van participatie.pdf
Tekst van het document
Herontwerp sociaal domein 20222025 Nota van participatie ‘Wat we aan informatie hebben opgehaald uit de samenleving’
Projectgroep herontwerp sociaal domein 7 september 2021
PAGINA 2 VAN 51
Inhoud 1. 2.
Leeswijzer .......................................................................................................... 3 Inleiding ............................................................................................................. 4 2.1 Aanleiding ........................................................................................................ 4 2.2 Doel van deze nota ........................................................................................... 4 2.3 Vervolgproces ................................................................................................... 5 3. Belangrijkste bevindingen als kader voor het herontwerp ......................................... 6 4. Reflectie op de ambitie en de leidende principes .................................................... 10 5. Participatieproces .............................................................................................. 12 5.1 In gesprek met de gemeenteraadsleden ............................................................ 12 5.2 In gesprek met het veld ................................................................................... 13 5.3 In gesprek met de inwoners ............................................................................. 13 5.4 In gesprek met de organisatie ..........................................................................
14 5.5 Gedachtengang adviesraad sociaal domein Hoogeveen ........................................ 14 5.6 Gedachtengang cliëntenraad sociaal domein Hoogeveen ...................................... 14 6. Het speelveld in beeld ........................................................................................ 15 Bijlage 1 – Concept ambitie en leidende principes ........................................................ 16 Bijlage 2 – Motie en amendement raad mbt jeugd inclusief uitwerking en actie- c.q. discussiepunten ....................................................................................................... 17 Bijlage 3 – Sessie met het veld 15 en 22 april 2021 – praatplaat ................................... 26 Bijlage 4 - Sessie met het veld 26 april en 10 mei 2021 – praatplaat ............................. 29 Bijlage 5 Samenvattend verslag sessies met het veld ................................................... 32 Bijlage 6 - Sessie met de inwoners 27 mei 2021 – praatplaat ........................................ 35 Bijlage 7 – Samenvattend verslag sessie met de inwoners 27 mei 2021 ......................... 37 Bijlage 8 – Stem van de inwoner – praatplaat ............................................................. 39 Bijlage 9 Samenvattend verslag - sessies met de organisaties .......................................
41 Bijlage 10 – Reactie Adviesraad sociaal domein - Gedachtengang ‘Hoe wil je als gemeente zijn in goede en slechte tijden’ .................................................................................. 44 Bijlage 11 – Reactie Adviesraad sociaal domein – Participatie in het proces ..................... 46 Bijlage 12 – Reactie Cliëntenraad Hoogeveen .............................................................. 47 Bijlage 13 - Speelveld van de WMO ............................................................................ 48 Bijlage 14 - Speelveld van de participatie ................................................................... 49 Bijlage 15 - Speelveld van de jeugdhulpverlening ........................................................ 50 Bijlage 16 - Speelveld van de schuldhulpverlening ....................................................... 51
PAGINA 3 VAN 51
1. Leeswijzer De nota van participatie geeft inzicht in de manier waarop we informatie hebben opgehaald door middel van het stellen van vragen aan verschillende stakeholders. We starten met uitleg over de aanleiding en het doel van deze nota in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 gaan we in op de belangrijkste bevindingen uit het participatietraject. Hierdoor heeft u gelijk inzicht in de totale opbrengst. Hoofdstuk 4 geeft een voorzet voor de ambitie en leidende principes, die gebruikt worden voor het opstellen van het programmaplan. Hoofdstuk 5 gaat kort in op de verschillende gevolgde participatietrajecten en hoofdstuk 6 geeft uitleg over de manier waarop we het speelveld in beeld hebben gebracht. Achtergrondinformatie is te vinden in de diverse bijlagen.
PAGINA 4 VAN 51
2. Inleiding 2.1 Aanleiding Op 27 augustus 2020 heeft de gemeenteraad van Hoogeveen het rapport ‘Op weg naar een Schone Lei voor Hoogeveen’ vastgesteld. Onderdeel van dit rapport is de opdracht aan het nieuwe college om te komen tot een transformatieprogramma waarmee uiterlijk in 2025 de uitgaven in het sociaal domein binnen de rijksbudgetten blijven. Voluit luidt deze opdracht: Het sociaal domein is een belangrijk taakveld voor de gemeente en haar inwoners. Het grootste deel van de begroting wordt besteed aan het sociaal domein. De tekorten op de beschikbare rijksbudgetten stijgen jaarlijks en dit moet worden gestopt. Hiervoor is een transformatieprogramma nodig waarbij de omslag wordt gemaakt naar een aanpak en werkwijze die erin voorziet zo snel als mogelijk, maar uiterlijk in 2025 de uitgaven in het sociaal domein niet boven de rijksbudgetten uitkomen. In de basis voor een sluitende meerjarenbegroting zijn de effecten hiervan verwerkt. De opgenomen bedragen zijn inschattingen, die echter wel in de praktijk moeten worden waargemaakt. Wij bevelen het nieuwe college van B&W aan per direct met de aanpak van deze transformatie te starten. De ideeën hierover zijn niet nieuw. Echter, de uitvoering daarvan is tot nu toe onvoldoende uit de verf gekomen. Bron: Schone Lei, p. 22 Om te komen tot dit transformatieprogramma is een projectplan opgesteld inclusief een plan van aanpak.
De eerste fase van het projectplan bestaat uit het informeren, analyseren en participeren.
2.2 Doel van deze nota Om te komen tot een herontwerp van het sociaal domein is het belangrijk om ideeën en informatie op te halen. Op deze manier krijgen we meer inzicht vanuit verschillende invalshoeken en ontstaat er draagvlak voor het eindproduct. Dit hebben we gedaan door partijen de gelegenheid te geven om mee te denken in onze opgave. Het gaat hier om onder andere de gemeenteraad, relevante stakeholders uit het veld, de inwoners en de organisatie. Al deze informatie geeft ons inzicht, aanknopingspunten en informatie waar we rekening mee kunnen houden bij het opstellen van het programmaplan voor het herontwerp van het sociaal domein. De informatie opgehaald uit de sessies met de diverse partijen is verwerkt in deze nota van participatie. Vanuit de participatiesessies, het rapport ‘0-situatie en trends en ontwikkelingen’ en het rapport ‘inzicht inkomsten en uitgaven sociaal domein’ is een vernieuwde ambitie geformuleerd voor het herontwerp van het sociaal domein inclusief de leidende principes. Met deze nieuwe ambitie hopen wij uiterlijk in 2025 de uitgaven in het sociaal domein in balans te hebben gebracht en een werkwijze te hebben geïmplementeerd die past bij deze nieuwe ambitie.
PAGINA 5 VAN 51
2.3 Vervolgproces Deze nota vormt, samen met het rapport van de ‘0-situatie inclusief trends en ontwikkelingen’, het rapport ‘inzicht inkomsten en uitgaven sociaal domein’, de basis voor het programmaplan inclusief uitvoeringsagenda herontwerp sociaal domein. De nota is een tussenstap om te komen tot het programmaplan herontwerp sociaal domein. Ook de voorzet van de ambitie en leidende principes in hoofdstuk 4 is een tussenstap naar de definitieve ambitie en leidende principes die geformuleerd worden in het programmaplan.
PAGINA 6 VAN 51
3. Belangrijkste bevindingen als kader voor het herontwerp In de periode april tot en met juni zijn er verschillende sessies georganiseerd onder leiding van New Nexus. Er is gesproken met 9 inwoners, 65 medewerkers van 47 organisaties uit het sociale veld (die voor een deel ook weer inwoners vertegenwoordigen) en 25 medewerkers van de gemeente Hoogeveen. Het doel van de sessies was om een beeld te krijgen van de stem van deze mensen. Hoe kijken zij naar het sociaal domein? Wat gaat er goed, wat kan er beter, waar liggen de kansen en verbeterpunten? “De gemeente Hoogeveen staat voor uitdagingen in het sociaal domein. Er zijn structurele bezuinigingen nodig, maar de gemeente wil kwetsbare inwoners ontzien. Een Herontwerp voor het Sociaal Domein is noodzakelijk voor een goede balans tussen dienstverlening enerzijds en beheersing van de uitgaven anderzijds. Op basis van de gesprekssessies krijgt de gemeente nog meer inzicht in dat wat er speelt rondom het sociaal domein.” Wat nemen we mee? De rode draad uit de sessies De verschillende participatiesessies hebben veel opgeleverd. De rode draad beschrijft de adviezen en input die de deelnemers aan het participatietraject graag willen terugzien in het herontwerp sociaal domein. Duidelijke visie op het sociaal domein Vanuit de sessies kwam veelal de oproep om een duidelijke en begrijpelijke visie te hebben op het sociaal domein.
Zorg dat je het verhaal goed kunt vertellen en dat iedereen dit begrijpt. Wat is de visie op het sociaal domein, waarom doen we wat we doen, waar kunnen inwoners terecht, wie zijn de partners in het sociaal domein, wie doet wat etc. Een brede kijk op het sociaal domein In de visie moeten integraliteit en de inwoner centraal staan. Niet werken per wet of leeftijdsgrens, maar vanuit wat er nodig is. ‘De meeste mensen deugen’ als uitgangspunt. De reactie is ook dat er meer aandacht moet zijn voor het normale leven, normaliseren en preventie, niet alleen voor zorg en ondersteuning. Beginnen bij normaliseren en preventie, heeft te maken met een gewenste brede kijk op het sociaal domein. Zo wordt herhaaldelijk ‘positieve gezondheid’ genoemd als een andere en inspirerende manier van kijken naar gezondheid en ziekte. Daarbij staat veerkracht en ‘wat kun je wel’ centraal in plaats van beperking en ‘wat kun je niet’. Er zijn al voorbeelden her en der in Hoogeveen van werken vanuit positieve gezondheid. Is dat te verbreden naar een verhaal en aanpak voor de hele gemeente1?
Zie het voorbeeld van Bakkeveen: https://radarplus.nl/bakkeveen-wordt-het-gezondstedorp-van-nederland/ en https://vng.nl/artikelen/opdracht-en-opgaven 1
PAGINA 7 VAN 51
Inwoner centraal In de sessie kwam naar voren dat de inwoner centraal moet staan. Wanneer de inwoner cliënt is, dan staat zijn of haar hulpvraag centraal, waarbij we als gemeente en partners kijken wat er wel kan. We moeten denken in oplossingen en niet in beperkingen en onmogelijkheden. Werk aan duurzame oplossingen, wat is de vraag achter de vraag? Daarnaast geven de deelnemers mee dat er meer regie bij de cliënt moet liggen. Zij moeten meer betrokken worden bij het proces van vraag naar oplossing en daarin een grotere rol spelen. Belangrijk in dit vraagstuk is wel dat de cliënt daartoe in staat moet zijn. Een ander aspect van de inwoner centraal is dat de deelnemers oproepen om meer samen te werken met inwoners, of dat aanbod doen. Betrek inwoners, sluit aan bij wat leeft in dorpen en wijken, gebruik ideeën van inwoners en check of voorstellen werken voor inwoners. Zorg ook goed voor de vrijwilligers, de mantelzorgers en de inwoners die een rol spelen in de informele zorg – zonder hen zou de Hoogeveense samenleving er heel anders uitzien. Samenwerken De samenwerking tussen gemeente, inwoners en partners is ook iets wat in bijna alle sessies werd benoemd. Zorg dat de samenwerking (nog) beter wordt dan dat deze nu is. Investeer hierin, zorg voor een goede relatie. Het participatietraject werd hierin als een goed voorbeeld genoemd.
Voor een goede samenwerking is het belangrijk om duidelijkheid te hebben over rollen, taken en verantwoordelijkheden. Een betere samenwerking kan zorgen voor een betere kwaliteit van projecten. Het Utrechts model2 wordt genoemd als inspiratie voor een verbeterde samenwerking. Onderdeel van goede samenwerking is het organiseren van een heldere regie in situaties/casussen waar problemen op meerdere domeinen spelen. Deze regie moet waar mogelijk door de gemeente worden opgepakt in die situaties. Tot slot is een veelgehoorde oproep om te zorgen voor een vast aanspreekpunt per organisatie. Hierdoor blijven de lijnen kort en is voor iedereen duidelijk bij wie je moet zijn. Nieuwe balans tussen vertrouwen en controle Veel gehoord is de roep om meer vertrouwen in elkaar en minder controle achteraf. Dat is te bereiken door juist vooraf goede afspraken te maken, op hoofdlijnen of resultaten en niet op detail. Afspraken als gemeente met de inwoner en als gemeente met de aanbieder. Wat genoemd is, zijn afspraken over een regelmatige verantwoording, als inwoner naar gemeente, als aanbieder naar gemeente, als college naar raad. Zo laat je zien dat je elkaar serieus neemt. Maar ook andere afspraken vooraf zijn nodig, zodat je vooraf weet waar op te letten en waar grenzen liggen. De positieve kanten van duidelijke afspraken zijn dat de inwoner zich serieus genomen voelt.
De inwoner wordt gezien als de gemeente nut en noodzaak van voorzieningen checkt en de rechtmatigheid. Raadsleden vinden duidelijke afspraken verstandig om te kunnen controleren. https://vng.nl/praktijkvoorbeelden/de-utrechtse-aanpak-in-het-sociaal-domein-model-enwerking-in-de-praktijk 2
PAGINA 8 VAN 51
Een ander aspect van samenwerken ging over vertrouwen. Ruimte voor de professional. Het is belangrijk om gelijkwaardige partners te zijn, hierbij kan er verschil zitten in rol, taak en verantwoordelijkheid. Daarnaast vinden partners het belangrijk om afspraken te maken op hoofdlijnen of op resultaten. Geen controle en verantwoording over bijvoorbeeld 15 minuten reistijd. Minder administratieve lasten, minder regels Een kenmerk van overheden is dat er wordt gewerkt met veel processen, administratieve handelingen en regels. Dat kost veel tijd en dus geld. Vooral de partners roepen op dit, waar mogelijk, te verminderen zodat er meer tijd overblijft voor het werk waarvoor ze worden ingezet. Kijken naar het doel en niet naar de letter van de wet. Welke ruimte kunnen we hierin met elkaar opzoeken? Laagdrempelige toegang Een laagdrempelige veilige toegang is nodig: als je als inwoner naar de gemeente stapt voor ondersteuning, heb je al heel wat overwonnen, dat doe je niet zomaar. Je komt met spanning en stress bij het loket, als je je dan niet goed behandeld voelt, kan dat ertoe leiden dat je geen hulp vraagt en nog dieper in de problemen komt. Dus bij toegang stress wegnemen en erger voorkomen. Zorg voor ervaringsdeskundigen bij de toegang. Bijvoorbeeld een medewerker vanuit de LFB (landelijke belangenorganisatie dóór en vóór mensen met een verstandelijke beperking).
Een wijk- en dorpsgerichte aanpak: ondersteuning in je eigen omgeving Daarnaast wordt gesproken over toegang in de directe omgeving. Zorg dat er in dorpen en wijken plekken zijn waar inwoners hun vraag kunnen stellen en ook ondersteuning kunnen krijgen. Zo wordt ondersteuning voor jeugd en ouders op school genoemd, in de samenwerking tussen onderwijs, welzijn en jeugdhulp. Communicatie Communicatie is een breed begrip, maar werd wel vaak benoemd als aandachtspunt. Zorg voor duidelijke afspraken met cliënten als het gaat over een hulpvraag en het vervolgtraject, maar ook met de betrokken professionals. Zowel op inhoud als proces, ga bijvoorbeeld een intake niet dubbel doen. Er wordt benoemd dat de communicatie met de gemeente prettig verloopt, maar ook dat er meer aandacht moet zijn voor evaluatie met hulpverleners en de afhandeling van klachten. Ook werd benoemd dat heldere en begrijpelijke taal belangrijk is. De brieven en overige communicatie van de gemeente moeten voor iedereen te snappen zijn. Verder willen inwoners en aanbieders heldere informatie over een ‘sociale kaart’. Waar kunnen inwoners waarvoor terecht, wie zijn de partners in het sociaal domein en wat hebben ze te bieden? Lef, durf, creativiteit en vertrouwen De werkwijze en cultuuromslag bij het sociaal domein en daarmee bij de overheid vraagt om lef, durf, creativiteit en vertrouwen.
Dat is nodig om het transformatieproces tot bloei te laten komen. De ontwikkeling van het sociaal domein is een lange termijn ontwikkeling, zorg dat hiervoor de ruimte komt. Neem als gemeente hierin de regierol en doe wat nodig is, ook als dit soms impopulaire maatregelen zijn.
PAGINA 9 VAN 51
Overig In bovenstaande kopjes viel niet alles te vatten, daarom hierbij nog een opsomming van andere ideeën en opmerkingen uit de participatiesessies; - Minder aanbieders = meer kwaliteit Een oproep om te komen tot een selecte groep van gekwalificeerde aanbieders met keurmerk - Simpele oplossingen voor simpele problemen - Normaliseren en de-medicaliseren - Hoe behouden we voldoende en goede professionals? - Digitalisering als aandachtspunt voor efficiënter werken. - Noodknop – zorg voor een noodknop als er met spoed iets verandert in de situatie van een cliënt. - Veel positieve geluiden over de participatiesessies, hoe kun je hier vervolg aan geven?
PAGINA 10 VAN 51
4. Reflectie op de ambitie en de leidende principes Begin 2021 hebben we een concept ambitie met leidende principes gedeeld met de gemeenteraad (bijlage 1). In de participatiefase hebben we input gekregen voor een aanscherping, zie hieronder. Deze aanscherping is een tussenstap naar een definitief voorstel van ambitie en leidende principes in het programmaplan. Waarom een ambitie en leidende principes? Een ambitie is een breed gedragen ‘wenkend perspectief’. Een ambitie geeft antwoord op waarom we energie steken in het sociaal domein. Leidende principes zijn (definitie Movisie): 1. Vuistregels die richting geven aan beleid en uitvoering 2. Antwoorden op hoe we de ambitie uit willen voeren, maar ze zijn geen doel op zich 3.
Principes die helpen bij het maken van fundamentele financiële keuzes Wanneer werk je zinvol met leidende principes? Volgens Movisie: • Als je ze samen formuleert, zodat ze gedragen zijn • Als ze concreet worden doorvertaald in alle stappen van beleid(safspraken), inrichting, uitvoering en evaluatie • Als ze breed worden gedeeld en doorleefd Wat is de functie van een ambitie en leidende principes? • Voor de raad: als kaders vooraf en bij evaluaties • Voor het college: om mee aan en bij te sturen • Voor de organisatie: als richtingwijzer voor beleid en uitvoering • Voor raad, college en organisatie: als onderdeel van de communicatieboodschap naar inwoners en partners in het kader van verwachtingenmanagement Een aanscherping van ambitie en leidende principes Hieronder vindt u een voorzet met een aangepaste ambitie en leidende principes. Deze worden gebruikt als aanzet voor het schrijven van het programmaplan. Gedurende dit traject kunnen nieuwe inzichten optreden en hierdoor eventueel bij het programmaplan worden herzien. De ambitie en de leidende principes vormen de basis voor de werkwijze voor de komende jaren. Ambitie Inleiding tot ambitie Iedereen doet mee in Hoogeveen en iedereen heeft talent. Inwoners hebben de regie over hun eigen leven, zijn zelfredzaam en helpen elkaar. Samen met organisaties stimuleren inwoners elkaar in het streven naar fysieke en mentale gezondheid.
Die aandacht voor positieve gezondheid in plaats van alleen voor gebreken, bevordert welzijn en voorkomt zorg. Zo nodig is er formele ondersteuning, met gebruik van de eigen kracht van elk huishouden en het sociaal netwerk. Bij formele ondersteuning kijkt de gemeente (samen met instanties) naar het huishouden met de vraag ‘wat heeft u nodig?’. De gemeente ondersteunt alleen waar nodig binnen de beschikbare gemeenschapsmiddelen.
PAGINA 11 VAN 51
Tussenstand aanzet tot ambitie Samengevat is de ambitie voor het sociaal domein: goede ondersteuning van inwoners, zodat iedereen mee kan doen. Leidende principes
1. Als gemeente zijn we onderdeel van de samenleving en werken we samen met onze inwoners en partners
Toelichting Nader uitwerken
2. Afspraken vooraf, vertrouwen tijdens het proces en verantwoording achteraf (inhoud en financieel)
Nader uitwerken
3. In onze dienstverlening staat de behoefte centraal (wat heeft de klant nodig)
Dus niet ‘waar heeft u recht op’ maar ‘wat heeft u nodig’. En niet werken vanuit de diverse wetten maar vanuit de behoeftevraag van de inwoner
4. We werken volgens het principe: 4.1 Eigen kracht 4.2 Omgevingskracht 4.3 Algemene voorzieningen 4.4 Maatwerkvoorzieningen/individuele voorzieningen
Dus de volgorde is van belang: ‘Wat kunt u zelf, wat kan uw omgeving voor u doen, bij welke algemene voorzieningen kunt u aanschuiven met anderen om u verder te helpen, als dit alles niet aan de orde is, welke maatwerkvoorziening is er dan voor u?’ Nader uitwerken (zie ook ambitie)
5. We werken vanuit het principe positieve gezondheid 6. Bij elk huishouden waarvoor ondersteuning geldt, is duidelijk bij wie de regie ligt
Nader uitwerken
7. We blijven binnen de financiële kaders
We voeren onze taken uit binnen de financiële kaders van de gemeenteraad
8. Uitgaan van duurzame oplossingen
PAGINA 12 VAN 51
5. Participatieproces In dit hoofdstuk wordt kort aangegeven op welke manier we in gesprek zijn gegaan met de verschillende stakeholders. In het gesprek met het veld, de inwoners en de organisatie stond de volgende vraag centraal: “De gemeente Hoogeveen staat voor uitdagingen in het sociaal domein. Er zijn structurele bezuinigingen nodig, maar de gemeente wil kwetsbare inwoners ontzien. Een Herontwerp voor het Sociaal Domein is noodzakelijk voor een goed balans tussen dienstverlening enerzijds en beheersing van de uitgaven anderzijds.” Doel van het gesprek was om in gesprek te gaan over het sociaal domein. Wat gaat er goed, wat heeft aandacht nodig om zo te komen tot ingrediënten voor het herontwerp sociaal domein?
5.1 In gesprek met de gemeenteraadsleden De gemeenteraad is van meet af aan ‘kort op de bal’ gaan zitten als het gaat om het Herontwerp sociaal domein. Zeker als het gaat om het domein Jeugd. De raad heeft informatieavonden georganiseerd op 22 oktober 2020 en 25 januari 2021. Tijdens deze avonden is de raad in gesprek geweest met professionals uit het veld (zorgaanbieders, gemeente etc.). Uiteindelijk heeft dit geleid tot een motie die raadsbreed is aangenomenen die vervolgens door is vertaald in een amendement. Dit amendement bevat 12 punten die stuk voor stuk door het college worden uitgewerkt. De raad is over de uitwerking daarvan geïnformeerd. Een deel zal overigens terugkomen in het programmaplan. Daarnaast zijn er vanuit de stuurgroep sociaal domein/college avonden georganiseerd met de gemeenteraad, te weten: 1. Een aftrapbijeenkomst op 18 januari 2021 2. Verdiepingssessies over WMO en Jeugd op 15 februari 2021 3. Verdiepingssessies over de Participatiewet en de financiën in het Hoogeveens sociaal domein op 15 maart 2021. Tijdens deze bijeenkomsten werd de raad allereerst geïnformeerd over de stand van zaken op dat moment (‘Waar staan we nu?’).
Zowel op het proces (welke stappen zijn al gezet in het sociaal domein) als inhoud in de vorm van kerncijfers, reeds genomen bezuinigingsmaatregelen en ook de toen net verschenen rapporten van het SCP (Sociaal Cultureel Planbureau) en AEF over een evaluatie van de decentralisaties in het sociaal domein (SCP) en het domein Jeugd in het bijzonder (AEF). Daarnaast zijn de aanzet voor de ambitie en leidende principes gepresenteerd. Deze aanzet wordt in de loop van het traject verder geconcretiseerd. Daarom werd daarover met de raad van gedachten gewisseld (‘vingeroefening’), al dan niet aan de hand van stellingen. De raad gaf aan t.a.v. de ambitie te willen discussiëren over de vraag wat de gemeente moet doen (al dan niet op basis van de wet) en wat mensen zelf (zouden moeten) doen/regelen. De raadsleden zijn het er wel over eens dat er moet worden ‘genormaliseerd’. Onderkend wordt dat het bepalen van wat dan ‘normaal is’ een politieke discussie is. Het gaat erom om daar wel zo expliciet mogelijk in te zijn, zodat helder is waarom de gemeente bepaalde voorzieningen wel (of juist niet) aanbiedt.
PAGINA 13 VAN 51
Raadsleden reflecteerden uitgebreid op het principe ‘vertrouwen’. Daarbij maakten zij onderscheid in: a. Vertrouwen in het bepalen of een voorziening (nog) nodig is en in hoeverre inwoners dat zelf aan kunnen geven (wordt de scootmobiel gebruikt of niet). Misbruik moet worden aangepakt, maar een zekere flexibiliteit is ook nodig. Vanuit het uitgangspunt dat de meeste mensen deugen kunnen we er van uit gaan dat mensen dat zelf aan kunnen geven, waarbij een zeker gezond wantrouwen op zijn plaats is. b. ‘Administratief’ vertrouwen: welke informatie moet een inwoner/instelling aanleveren om te bepalen of een voorziening nodig is en of het leveren ervan rechtmatig is. Er werden ook kanttekeningen geplaatst bij het principe van zelfredzaamheid en eigen kracht. Raadsleden zijn van mening dat we daarvan uit moeten gaan, maar realiseren zich ook dat dat niet altijd kan, zeker niet als er sprake is van acute problematiek. Ook nu wordt al onderscheid gemaakt tussen acute zorg en uitstelbare zorg. Dit moet ook in de toekomst zo blijven. Bijlage 2 bevat de reactie van het college op de motie en amendement jeugd.
5.2 In gesprek met het veld Met de partners uit het sociale veld is in twee groepen gesproken over het herontwerp van het sociaal domein. Dit waren digitale sessies. Per groep waren er twee bijeenkomsten. In groep 1 hebben 39 medewerkers van 30 organisaties deelgenomen en in groep 2 waren 26 medewerkers aanwezig vanuit 17 organisaties. Groep 1 heeft op 15 april en 22 april 2021 hun mening kunnen geven en groep 2 op 26 april en 10 mei. De avond werd begeleid door New Nexus. Naast de opening van de avond door de verschillende collegeleden, hebben medewerkers van de gemeente Hoogeveen tijdens de diverse groepsgesprekken opgetreden als gespreksleider. In bijlage 3 vindt u de praatplaten van groep 1 (sessies op 15 en 22 april). In bijlage 4 vindt u de praatplaat van groep 2 (sessies op 26 april en 10 mei). In bijlage 5 vindt u een rode draad van deze 4 sessies.
5.3 In gesprek met de inwoners Aan de digitale bijeenkomst op 27 mei 2021 hebben 9 inwoners deelgenomen (voornamelijk WMO gerelateerd). Daarnaast was wethouder Tabak aanwezig, een gespreksleider vanuit New Nexus en twee medewerkers vanuit de gemeente Hoogeveen. De aanwezige inwoners zijn opgedeeld in drie gespreksgroepen onder leiding van een gespreksleider. Negen inwoners is niet veel, maar dit kan een vertekend beeld geven. In de andere sessies hebben ook inwoners deelgenomen, met name in de sessies met het veld, maar ook gemeenteraadsleden zijn inwoners en in de organisatie werken ook mensen die in de gemeente wonen.
PAGINA 14 VAN 51
Doel van het gesprek was om met de inwoners in gesprek te gaan over het sociaal domein. Wat gaat er goed, wat heeft aandacht nodig om zo te komen tot ingrediënten voor het herontwerp sociaal domein. Voordat de gemeente tot vaststelling van het beleid komt, wil ze in gesprek met betrokkenen in het sociale veld. Op basis van deze gesprekssessies krijgt de gemeente een goed inzicht in “de stem van het veld”. Van dit gesprek is een praatplaat gemaakt en een rode draad van deze bijeenkomst. Beide zijn terug te vinden in bijlage 6 en 7. Daarnaast is er al eerder een participatietraject met inwoners geweest in 2019. Hiervan is ook een praatplaat gemaakt. Deze is terug te vinden in bijlage 8.
5.4 In gesprek met de organisatie Met de medewerkers binnen het sociaal domein van de gemeente Hoogeveen is in twee groepen gesproken over het herontwerp van het sociaal domein. Dit waren digitale sessies. Per groep waren er twee bijeenkomsten. In groep 1 hebben 14 medewerkers deelgenomen en in groep 2 waren 11 medewerkers aanwezig. Deze avond werd ook begeleid door New Nexus en geopend door een van de collegeleden. Op basis van de gesprekssessies krijgt de gemeente nog meer inzicht in wat er speelt rondom het sociaal domein. Van deze sessies is een verslag gemaakt. De rode draad van dit verslag is te vinden in bijlage 9.
5.5 Gedachtengang adviesraad sociaal domein Hoogeveen Vanuit het college is gevraagd aan de adviesraad sociaal domein Hoogeveen om mee te denken over het participatietraject. Op welke wijze kunnen wij inwoners en mogelijk ook professionele organisaties mobiliseren om te participeren in het proces van het Herontwerp sociaal domein? De adviesraad heeft hier een reactie op gegeven en nog een reactie op de vraag: ‘Hoe wil je als gemeente minimaal zijn in goede en slechte tijden?’ De reacties zijn opgenomen in bijlage 10 en 11.
5.6 Gedachtengang cliëntenraad sociaal domein Hoogeveen Vanuit het college is gevraagd aan de Stichting Cliëntenraad Hoogeveen om advies uit te brengen, die wij kunnen gebruiken in het vervolgtraject. De cliëntenraad heeft een reactie gegeven inclusief een aantal adviezen. De brief is opgenomen in bijlage 12.
PAGINA 15 VAN 51
6. Het speelveld in beeld Om meer inzicht te geven in de huidige situatie is getracht om voor alle domeinen het huidige speelveld in beeld te brengen. Met speelveld bedoelen we in kaart brengen welke spelers een rol spelen in dat domein. In deze schema’s kunt u zien op welke manier op dit moment gewerkt wordt binnen het sociaal domein en welke organisaties en/of structuren betrokken zijn. Het speelveld WMO is terug te vinden in bijlage 13. Het speelveld participatie is terug te vinden in bijlage 14. Het speelveld jeugd is terug te vinden in bijlage 15. Het speelveld schuldhulpverlening is terug te vinden in bijlage 16.
PAGINA 16 VAN 51
Bijlage 1 – Concept ambitie en leidende principes Voorafgaand aan het participatieproces met de overige stakeholders is er een bijeenkomst geweest met de raad. Hierin is gesproken over ambities en leidende principes. Hieronder vindt u de concept ambitie en concept leidende principes die in eerste instantie zijn voorgesteld. Concept Ambitie Betere ondersteuning voor inwoners tegen betaalbare kosten Concept Leidende principes 1. We werken op basis van vertrouwen met elkaar 2. In onze dienstverlening staat de (ondersteuningsvraag van) het gezin/huishouden centraal 3. Onze maatwerkvoorzieningen zijn het sluitstuk 4. Integraal werken is het uitgangspunt 5. We kunnen het niet alleen: integraliteit, samenhang en ketenbenadering zijn van groot belang 6. We blijven binnen de financiële kaders
PAGINA 17 VAN 51
Bijlage 2 – Motie en amendement raad mbt jeugd inclusief uitwerking en actie- c.q. discussiepunten Hieronder zijn de punten uit de motie jeugdhulp opgenomen zoals ingediend op de raadsavond d.d. 18 februari 2021. Onder deze punten staat aangegeven wat we al doen en welke actie we verder nog oppakken. 1. Begrens de Jeugdzorg: maak duidelijk wat wel en wat geen jeugdzorg is of vanuit de jeugdzorg betaald kan worden, kijk daarbij ook naar mogelijkheden voor één afdwingbare toegangspoort die niet omzeild kan worden; De voorstellen voor 2021 om de taakstelling te realiseren begrenzen de jeugdhulp al fors. We willen instroom voorkomen door te normaliseren, doorlooptijd beperken en uitstroom bevorderen. Daarnaast willen we uitstroom naar WLZ (Wet Langdurige Zorg) bewerkstelligen. We werken ook aan de verdere aanscherping van de verordening c.q. beleidsregels, waarmee we een verdere afbakening realiseren. Een voorbeeld is het maximeren van aantal behandelingen bij sommige vormen van jeugdhulp. Voor een deel zit dit al in de inkoopafspraken, maar we denken dat dit op sommige onderdelen scherper kan. De wet voorziet in een aantal toegangen jeugdhulp. De gemeente mag niet treden in de verwijsbevoegdheid van medisch specialisten, huisartsen, jeugdartsen, Gecertificeerde Instellingen en Rechtbank.
Het is daarom niet mogelijk om één afdwingbare toegangspoort te organiseren die niet omzeild kan worden. Dit doen we wel: ✓ POH (Praktijk Ondersteuner Huisarts) -Jeugd en afspraken met de huisartsen Zoals bekend werken we al met een POH-jeugd naast de huisarts. We maken nu een analyse per huisartspraktijk (m.b.t. verwijzingen per praktijk) en gaan daarover in gesprek met de praktijk. We willen ook afspraken maken over het stroomlijnen van herindicaties die via de huisartsen lopen. ✓ Verbeteren samenwerking met Gecertificeerde Instellingen (GI) Uit de rijksmiddelen voor transformatie is hiervoor een Drentse zorgmakelaar aangesteld om de samenwerking tussen gemeente en GI te verbeteren. Onlangs hebben zij een samenwerkingsprotocol opgesteld en geïmplementeerd. Het protocol zorgt voor een eenduidige en heldere samenwerking en geeft kaders t.a.v. verwijzingen door de GI.
2. Begrens het aantal aanbieders in de Jeugdzorg: contracteer alleen nieuwe aanbieders die iets toevoegen aan het bestaande aanbod, zorg daarbij voor een beperkte selectie van aanbieders die gezamenlijk een compleet aanbod hebben voor alle hulpvragen die we willen honoreren vanuit de jeugdzorg en die ruimte bieden voor identiteitsgebonden zorg;
PAGINA 18 VAN 51
In 2020 zijn de meeste nieuwe contractafspraken jeugdhulp van kracht gegaan. De zorg is gezamenlijk ingekocht binnen de regio Zuid-Drenthe. Er is o.a. ingekocht op basis van bestuurlijke uitgangspunten en een inkoopanalyse. In 2020 hadden 160 aanbieders een contract. Circa 2/3 hiervan heeft daadwerkelijk zorg geleverd in Hoogeveen. De contracten zijn voor acht jaar afgesloten met de mogelijkheid om deze jaarlijks op te zeggen. Dit kan niet éénzijdig vanuit een gemeenten, maar moet op de schaal van de regio gebeuren. Binnen de Jeugdwet gaat het om een grote verscheidenheid aan vormen van zorg (modules). Op iedere module zijn specifieke eisen van toepassing. Hierdoor worden er automatisch meerdere aanbieders gecontracteerd. Daarnaast is het een bewuste keuze geweest om voldoende mogelijkheid te hebben om af te schalen vanuit de specialistische zorg en bieden we met Open House- inkoop ook de mogelijkheid aan identiteitsgebonden zorg om zich in te schrijven. Financieel lijkt een beperking van het aantal aanbieders geen voordeel met zich mee te brengen (zie hiervoor ook het AEF-onderzoek). Beperking van het aantal contracten zou in principe een nieuwe inkoop betekenen. Binnen de huidige contractering is het wel mogelijk om de contracten met de aanbieders zonder omzet stop te zetten.
Daarnaast willen we komend jaar kijken of we het jaarlijks toestroommoment nog verder aan kunnen scherpen. Tevens willen we per module onderzoeken of er bijvoorbeeld in pilotvorm een mogelijkheid en behoefte is om anders om te gaan met het aantal aanbieders of gezamenlijk aan transformatiedoelen te werken binnen de module. Er is wel een behoefte om meer partnerschap te organiseren tussen gemeente en aanbieders. Op onderdelen werken we hier al aan, bijvoorbeeld t.a.v. het speelveld 2 tot 6-jarigen. Samen met een beperkt aantal aanbieders willen we hier kijken hoe we verder kunnen normaliseren en wat daar dan voor nodig is i.p.v. meer geïndiceerd aanbod. Een voorbeeld is de ontwikkeling van kinderopvang plus in plaats van individuele voorzieningen. We bekijken daarbij ook de mogelijkheid om een eigen bijdrage te heffen, zoals gebruikelijk is voor een kinderopvang. Een ander voorbeeld is de verstevigde samenwerking met het onderwijs waardoor we een betere uitstroom hebben kunnen realiseren vanuit het Kinderdagcentrum van Cosis. Dus ook al is de inkoop recent gerealiseerd, er wordt al volop gewerkt aan de verdere ontwikkelingen binnen de huidige inkoop. De toegang, contractmanagement en financiën werken hierin nauw samen. Dat zal ook input opleveren in de opmars naar een volgende aanbesteding.
3. Begrens uitgaven in de Jeugdzorg: wees kritisch op alle uitgaven, ook de kleine; We kijken altijd heel kritisch naar de uitgaven, zeker ook de kleine. Dit doen we zowel intern als extern. Op inhoud en op formatie. Ook alle bezuinigingsmaatregelen dragen bij aan het vergroten van het kostenbewustzijn en het beperken van de uitgaven. De per 1 januari 2020 aangepaste beleidsregels maken al dat we meer kunnen sturen op (het vergroten van) eigen netwerk en eigen kracht. Een sterke basis maakt uiteindelijk dat minder 1e en 2e lijns zorg nodig is.
PAGINA 19 VAN 51
Het begrenzen van de uitgaven vraagt ook een regionale insteek. Zo gaan we aan de slag met intervisie tussen de gemeentelijke toegangen, zodat we meer éénduidig werken met de huidige inkoopafspraken en van elkaar leren. Dat maakt de positie van de toegang richting de aanbieders ook sterker. Verder willen we aan de slag om gedurende de inzet van jeugdhulp via de toegang de effectiviteit van de inzet meer te monitoren. Daardoor kunnen we eerder bijsturen als dat nodig is. Ook krijgen we op die manier beter inzicht in het functioneren van de aanbieders. Voor dit punt, maar ook voor de andere punten geldt dat een goede interactie tussen de raad en uitvoering van belang is. De raad krijgt zo beter zicht op waar we in de uitvoering mee bezig zijn en hoe we hier sturing aan geven. 4. Begrens het aantal hulpverleners rond gezinnen: maak nu echt werk van één gezin, één plan, één aanspreekpunt en neem daarin als gemeente de regie (gezinszorg), kijk daarbij ook over de grenzen van de Jeugdwet heen en kijk naar goede voorbeelden in het land; In Hoogeveen geven we binnen de gemeentelijke toegang jeugd invulling aan het in de Jeugdwet vastgestelde principe 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. Dit wordt uitgevoerd door het schoolmaatschappelijke werk, de jeugdgezondheidszorg of door een thuiscoach.
In gezinnen waar meerdere hulpverleners betrokken zijn, is er altijd een uitvoeringscoördinator (UVC) betrokken. Deze UVC heeft een regiefunctie en bewaakt de afspraken en de afstemming met betrekking tot de hulpverlening. We streven er te allen tijde naar dat er zo min mogelijk hulpverleners betrokken zijn bij een gezin. Soms is echter de problematiek zo uiteenlopend dat meer expertise nodig is. We kijken dan in overleg met de ouders ook naar een goede volgorde in de aanpak van de problemen. Lopende hulpverlening kan echter alleen gestopt worden als de ouders hiermee instemmen. Samen met de partners hebben we uitgewerkt wat we verwachten van de UVC. UVC is vrijwillig, ouders kunnen dit weigeren of ermee instemmen. Zo’n 40% van het aantal verwijzingen loopt via de gemeentelijke toegang. Daarvoor geldt in elk geval bovenstaande. Via de POH-Jeugd gaan we nog een lijntje leggen m.b.t. UVC, we zijn hier momenteel over in gesprek met Stichting Welzijnswerk Hoogeveen (SWW). Er zijn echter nog steeds de nodige verwijzingen die de huisarts rechtstreeks doet. Op deze verwijzingen hebben we geen invloed. Zo kan het voorkomen dat wij geen zicht hebben op de ingezette ondersteuning c.q. behoefte aan UVC en is er geen regisseur bij betrokken, terwijl dat wel wenselijk is. En er zijn ook nog huisartsenpraktijken die geen POH-Jeugd hebben.
We werken aan afspraken met de huisartsen, ook over UVC. Bovenstaande speelt ook bij andere verwijzers zoals jeugdartsen, specialisten en de Gecertificeerde Instellingen. Met enige regelmaat evalueren we de inzet van UVC met onze partners en scherpen we de inzet verder aan. In het kader van het herontwerp sociaal domein kijken we opnieuw hoe we de regiefunctie het beste kunnen beleggen.
PAGINA 20 VAN 51
In de komende periode willen we bij een aantal gemeenten op werkbezoek gaan om te kijken hoe ze daar invulling geven aan het principe 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. We denken daarbij aan Deventer, Almere en/of Zutphen. Mede met het oog op de herontwerp sociaal domein is het van belang om te kijken hoe dit elders is georganiseerd. Om te komen tot minder hulpverleners werken we in het herontwerp sociaal domein aan een traject t.b.v. meervoudige vraagstukken ofwel casussen waar ondersteuningsvragen zijn op meerdere domeinen. Op verschillende punten werken we hier al aan door middel van onder andere de thuiscoaches en de pilot casusoverleg jongvolwassenen (16-27 jaar). In het herontwerp willen we straks meervoudige vragen vanuit 1 team integraal oppakken. Ondertussen speelt de ontwikkeling van wijkteams naar sociale teams. Hiervoor loopt een project samen met SWW, dat (mede) wordt gefinancierd vanuit de regiodeal. De voorzitters van deze teams moeten een goede verbinding leggen tussen wat er binnen het gemeentehuis gebeurt en wat er in de wijken speelt. Het herontwerp sociaal domein met daarin de versterking van de gemeentelijke regie zal de UVC ook gaan raken. En met de doorontwikkeling van wijkteams naar sociale teams zal er naar verwachting meer samenhang komen.
Daarnaast wordt er door het CJG, samen met onze partners, hard gewerkt aan de implementatie van een gezamenlijke benaderingswijze. Deze is gericht op het vergroten van de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van gezinnen. Dit sluit aan bij de verbindende aanpak en helpt bij het versterken van de basis gezin, school en buurt.
5. Begrens de administratieve druk in de Jeugdzorg: bedenk welke informatie echt nodig is en zorg dat deze informatie maar één keer gevraagd en onderling gedeeld wordt; We geven hier zelf en in samenwerking met andere partijen invulling aan. Zelf werken we aan vermindering van administratieve lasten bij een herindicatie. We vragen bijvoorbeeld niet opnieuw uit, wat al bekend is. Ook nemen we het verminderen van administratieve lasten mee in de herontwerp sociaal domein, bijvoorbeeld bij meervoudige vraagstukken. Het vereenvoudigen van processen is een voortdurend punt van aandacht. Van meet af aan maken we gebruik van het landelijke berichtenverkeer. Ook dat vermindert de administratieve lasten van de aanbieders. Ook werken we verder aan digitalisering. We lopen daarin behoorlijk achter. Binnen de herontwerp sociaal domein krijgt digitalisering meer prioriteit. De inkoop in Drenthe is nu in twee regio’s opgedeeld. Dat veroorzaakt zowel voor het ambtelijk apparaat als voor de aanbieders veel extra werk. Alles gebeurt nu twee keer. Deze extra lasten veroorzaken we dus zelf. Eerder is een poging gedaan om de inkoop weer op de schaal van Drenthe vorm te geven, dat is helaas niet gelukt.
PAGINA 21 VAN 51
Tot slot horen administratieve lasten er gewoon bij. Het is nodig voor verantwoording en voor de kwaliteit. De lasten voor de aanbieders voorheen via de Zorgverzekeringswet waren ook groot. Het gevoel is nu anders doordat de schaal is veranderd met de nieuwe Jeugdwet. En aanbieders hebben veelal te maken met verschillende regels per gemeente en per inkoopregio. Administratie is ook noodzakelijk om een goed dossier op te bouwen, om uiteindelijk te bepalen of er voortgang is geboekt door de inzet van jeugdzorg. 6. Begrens winst in de Jeugdzorg: neem zorgaanbieders die meer dan de algemeen geaccepteerde 3% winst maken onder de loep om te hogen prijzen of fraude op te sporen en uit te bannen; De huidige contractering biedt hier mogelijkheden toe. Dat vraagt nog wel een uitgewerkt kader om hier invulling aan te geven. Dit kan alleen in regioverband. Het regionale prestatie managementteam wil een financiële data-specialist aanstellen die hier vorm en inhoud aan kan geven. Lokaal hebben we onze toezichthouder jeugd die zich richt op fraude, fouten en misbruik. 7. Maak gebruik van de mogelijkheden om netto draagkrachtige ouders bij te laten dragen; Het gaat hier om twee zaken, ouderbijdrage en eigen kracht: ✓ Een ouderbijdrage te betalen door de ouders (net als bijvoorbeeld de eigen bijdrage in de Wmo 2015) en.
✓ Het onderzoek naar de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, ook wel eigen kracht genoemd (artikel 2.3 lid 1 Jeugdwet) Met de invoering van de Jeugdwet per 1 januari 2015 was die ouderbijdrage opgenomen in de wet. Echter per 1 januari 2016 is deze mogelijkheid uit de wet geschrapt. Wij mogen geen ouderbijdrage vragen. In de Jeugdwet is opgenomen dat Jeugdhulp kosteloos moet worden aangeboden. In de verdere hervorming van de Jeugdwet gaat dit wellicht wel weer tot de mogelijkheden behoren. Als wij bij een aanvraag tot de conclusie komen dat jeugdhulp nodig is, moeten wij beoordelen of de ouders die hulp zelf kunnen verrichten (eigen kracht). Daarbij zijn vier vragen van belang (vastgesteld door de Centrale Raad van Beroep): 1. Zijn de ouders in staat om de hulp te bieden (het gaat dan om kennis en kunde)? 2. Zijn de ouders beschikbaar om de hulp te bieden (als beide ouders werken is dat niet het geval)? 3. Als ouders die hulp bieden leidt dit dan tot financiële problemen? 4. En tot slot leidt het tot overbelasting bij de ouders? Dit geldt alleen bij boven-gebruikelijke zorg. Gebruikelijke zorg worden ouders sowieso geacht te kunnen bieden. Dit is ook zo vastgelegd in onze beleidsregels.
PAGINA 22 VAN 51
De eigen kracht gaat niet alleen over het persoonsgebonden budget, maar om de algemene vraag of ouders in staat zijn de jeugdhulp, die nodig is, te verlenen. Het hangt natuurlijk wel af van het soort jeugdhulp. GGZ-hulp kunnen de ouders niet zelf verrichten. We gaan onderzoeken of het nodig is om een kader vast te stellen over wat we onder financiële problemen verstaan. De verwachting is dat dit knelpunt slechts beperkt speelt. Als dat zo is, kijken we naar maatwerkoplossingen. Indien dit nodig blijkt, zullen we hier een beleidskader voor vaststellen. Het risico is wel dat als wij hier een bepaald standpunt over innemen, wij daar later op teruggefloten kunnen worden door de rechter. Dat komt omdat het nog helemaal niet helder is hoe je daar als gemeente mee mag omgaan. 8. Stuur op vraaggericht werken in plaats van aanbodgericht werken, ook bij het starten van nieuwe projecten vanuit de gemeente; Het onderzoek wat we vanuit de toegang moeten doen alvorens een beschikking af te geven begint met een huisbezoek en een gesprek over wat er speelt en wat de vraag is. We doen standaard een brede intake. We bespreken met de ouders c.q. jongere welke doelen we willen behalen. Deze worden in de beschikking opgenomen. Op basis van al deze informatie wordt gekeken welk aanbod passend is.
Door deskundigheidsbevordering en intervisie tussen gemeenten willen we de positie van de toegang t.o.v. de aanbieders versterken. Door de voortgang gedurende het traject van jeugdzorg beter te gaan monitoren zien we ook eerder of de inzet effectief is en of de doelen wel (tijdig) gerealiseerd worden. Ook daarmee versterken we onze positie t.o.v. de aanbieders. Bij het starten van nieuwe projecten is het van groot belang dat goed wordt afgestemd binnen beleid én tussen beleid en uitvoering. Dat gebeurt nog onvoldoende. Randvoorwaarde bij de start van een nieuw project moet zijn: ✓ Er is afstemming geweest met alle stakeholders ✓ Het project past binnen de inhoudelijke en financiële kaders ✓ Het project is van meerwaarde t.o.v. het bestaande aanbod. Tussen beleid en uitvoering moet hier beter op worden gestuurd. 9. Kijk naar mogelijkheden om individuele voorzieningen te vervangen door collectieve voorzieningen; Het primaire uitgangspunt hierbij is het belang van het kind. Hoe kunnen we jeugdigen het beste ondersteunen? Collectief maken van aanbod is geen doel op zich. Vanuit dit uitgangspunt werken we aan een aantal initiatieven, zoals: ✓ Pilots Versterken Basis bij scholen van Pricoh en Renn4. I.p.v. individuele beschikkingen zetten we nu een pedagogisch medewerker in op de school zodat
PAGINA 23 VAN 51
✓ ✓ ✓ ✓ ✓
een betere verbinding en samenhang ontstaat tussen onderwijs en jeugdhulp. De pedagogisch medewerker legt ook de verbinding met de thuissituatie. We werken op dit moment aan de evaluatie van deze inzet op basis waarvan we besluiten over een eventuele voortzetting. Buurtgezinnen: reguliere gezinnen in de buurt die kinderen kunnen opvangen als dat nodig is. Dit voorkomt duurdere geïndiceerde zorg. POH-Jeugd: inzet in de huisartspraktijk na verwijzing door een huisarts. Deze verwijzingen gaan anders allemaal naar de 2e lijn. De eerdergenoemde kinderopvang plus. Ouders kunnen gebruik maken van de programma’s Samen Zwanger (verloskundige) en Samen Ouder (GGD en SWW). Er is een Jonge Moeder Groep. Jonge moeders komen eens per twee weken bij elkaar en wisselen ervaringen met elkaar uit.
In het kader van het herontwerp sociaal domein willen we: ✓ Een visie c.q. kader opstellen om hier meer sturing aan te geven. ✓ Onderzoeken of er meer mogelijkheden c.q. combinaties mogelijk zijn voor een divers aanbod in de wijk.
10. Kijk naar andere financieringsmogelijkheden (bijv. lumpsumfinanciering); Aan de ene kant betreft dit punt de schaal en de vorm van de inkoop en aan de andere kant de manier waarop de financiering binnen de inkoop is geregeld. De huidige inkoop is gebaseerd op een intensieve marktverkenning in relatie tot regionaal bestuurlijk draagvlak. Op basis van posities van aanbieders binnen de gehele context van de jeugdhulp is gekozen voor een mix van inkoopstrategieën, waaronder open house. Er is daarbinnen bewust gekozen voor een PXQ- financiering. Dit komt voort uit de behoefte om inzet van zorg goed te kunnen monitoren en ook alleen te betalen voor wat daadwerkelijk geleverd wordt. Op bestuurlijk verzoek zijn eerdere trajectfinancieringsafspraken dan ook omgezet naar een P x Q- financiering. Uit het AEF-onderzoek: Met resultaatgericht financieren per traject zijn wisselende ervaringen. Waar sommige gemeenten herkennen dat de trajectprijs omlaag gaat, zien andere gemeenten eerder een stijging. Andere veronderstelde effecten worden niet herkend, of kunnen nog niet worden onderzocht omdat er te weinig gegevens beschikbaar zijn. Daarmee is het niet gelukt om mogelijke besparingen aan de hand van deze maatregel te kwantificeren. Lumpsum-financiering lijkt in elk geval niet voordeliger. Het risico ligt uiteindelijk toch bij de gemeente.
We willen op het punt van andere financieringsmogelijkheden nader onderzoek doen om bijvoorbeeld binnen pilots ervaringen op te doen met een andere
PAGINA 24 VAN 51
financieringssystematiek binnen een module. Binnen de huidige systematiek zien we perverse prikkels. PXQ-financiering kan voor aanbieders een prikkel geven om trajecten langer in te zetten dan nodig is. Dit vraagt ook afstemming binnen de regio. We volgen hierbij ook landelijke ontwikkelingen en ervaringen bij andere inkoopregio’s m.b.t. financieringsmogelijkheden. 11. Organisaties werken aantoonbaar resultaatgericht (eerdere tekst: Stuur op resultaatgericht werken): werk met doelen en controleer of deze door de geleverde zorg behaald worden en stop trajecten indien doelen niet worden gerealiseerd; Zoals ook in het AEF-rapport aangegeven is, is resultaatgericht werken binnen de jeugdhulp ingewikkeld. Er is wel een aantal interventies die bewezen effectief zijn, hoewel dit binnen de jeugdhulp nog niet heel breed vorm heeft gekregen. Het begint echter met een goede match tussen de vraag van het kind en het aanbod. Daarom is een gedegen onderzoek naar de situatie voordat jeugdhulp wordt ingezet, ook van belang voor de toegang. Dan nog leveren ingezette trajecten niet altijd het gewenste resultaat op. Mede daarom gaan we, zoals eerdergenoemd, meer aandacht besteden aan het monitoren van ingezette trajecten. Als tussentijds blijkt dat de doelen niet worden bereikt zullen we hierover het gesprek aangaan met gezin en aanbieder. En waar nodig bijstellen. 12.
Kijk naar een betere integratie van Jong Hoogeveen en Jeugdzorg, kijk daarbij bijvoorbeeld naar een combinatie van Jeugdzorg en onderwijs zoals in het pilotproject ‘Jeugdprofessional’ op De Sprong en de Juliana van Stolbergschool; Jong Hoogeveen zet vooral in op het versterken van een nieuwe generatie jeugdigen. Op termijn zal dit leiden tot minder gebruik van jeugdzorg. Jeugdhulp zit dus vooral aan de andere kant van het spectrum als vangnet als men het op eigen kracht niet meer redt. We zoeken wel voortdurende de verbinding met elkaar. Die is van belang omdat het Centrum Jeugd en Gezin ook preventieve activiteiten ontwikkelt. Het team van de jeugdzorg is getraind op de verbindende aanpak net als andere medewerkers binnen de gemeente die met jeugd werken. Vanuit Jong Hoogeveen is de Visie versterken van de basis thuis-school-buurt (2019) vastgesteld. ✓ ✓ ✓
Op basis van deze visie levert de gemeente een bijdrage aan een drietal pilots: Renn4 waarbij een jeugdhulpaanbieder op de Kameleon en de Aventurijn is; Pricoh ook hier is een jeugdhulpaanbieder actief op de Sprong en de Juliana van Stolbergschool; Vroeg Erbij op school, deze pilot richt zich op het versterken van de onderwijzer t.a.v. het pedagogisch klimaat.
✓ Op dit moment loopt de evaluatie op basis waarvan we kijken of en hoe we de pilots voortzetten.
PAGINA 25 VAN 51
Het doel van alle initiatieven is talentontwikkeling stimuleren (positief jeugdbeleid) en vroegtijdig hulp en ondersteuning te bieden in de leefwerelden van het kind. Kinderen, jongeren en ouders krijgen in de eigen leefomgeving en in het alledaagse leven waar nodig betere ondersteuning tegen voor de gemeente betaalbare kosten (ondersteunend jeugdbeleid). 13.
PAGINA 26 VAN 51
Bijlage 3 – Sessie met het veld 15 en 22 april 2021 – praatplaat
PAGINA 27 VAN 51
PAGINA 28 VAN 51
PAGINA 29 VAN 51
Bijlage 4 - Sessie met het veld 26 april en 10 mei 2021 – praatplaat
PAGINA 30 VAN 51
PAGINA 31 VAN 51
PAGINA 32 VAN 51
Bijlage 5 Samenvattend verslag sessies met het veld Rode draad sessies sociale veld Met de partners uit het sociale veld is in twee groepen gesproken over het herontwerp van het sociaal domein. Dit waren digitale sessies. Per groep waren er twee bijeenkomsten. In groep 1 hebben 39 medewerkers van 30 organisaties deelgenomen en in groep 2 waren 26 medewerkers aanwezig vanuit 17 organisaties. In de gesprekken stond de volgende vraagstelling centraal: “De gemeente Hoogeveen staat voor uitdagingen in het sociaal domein. Er zijn structurele bezuinigingen nodig, maar de gemeente wil kwetsbare inwoners ontzien. Een Herontwerp voor het Sociaal Domein is noodzakelijk voor een goed balans tussen dienstverlening enerzijds en beheersing van de uitgaven anderzijds. Op basis van de gesprekssessies krijgt de gemeente nog meer inzicht in dat wat er speelt rondom het sociaal domein.” Doel van het gesprek was om met het veld in gesprek te gaan over het sociaal domein. Wat gaat er goed, wat heeft aandacht nodig om zo te komen tot ingrediënten voor het herontwerp sociaal domein. Onderstaande conclusies vormen de rode draad uit deze sessies. Ontwikkel een visie op het sociaal domein Ontwikkel een visie met daarin aandacht wat we willen zijn als Hoogeveen. Hoe kun je in Hoogeveen een gezond en waardevol leven leiden? Stel hierin duidelijke kaders. Gebruik in deze visie wel de huidige situatie.
Analyseer eerst. Zorg dat alle partners zich committeren aan de visie en werken naar de bedoeling van de visie. Inwoner/cliënt centraal De inwoner en zijn of haar vraag moet centraal staan. In de oplossing van de vraag werken we aan duurzame oplossingen vanuit vertrouwen. Hierin moeten organisaties hun eigen belangen loslaten en gaan voor het wat beste is voor de cliënt. Ga uit van het principe dat de meeste mensen deugen. En ga niet voor inwoners denken, maar laat een inwoner zelf (mede)bepalen wat nodig is. Eigen regie bij inwoners is een belangrijk aandachtspunt, als organisaties zijn we nog wel eens geneigd om snel in oplossingen te denken. Verbeter de samenwerking tussen partijen Een goede samenwerking tussen partners, gemeente en inwoners is een belangrijke voorwaarde voor een goed functionerend sociaal domein. Investeer in een goede relatie, leer elkaar kennen, 1 + 1 = 3. Weet van elkaar wat je kunt bijdragen aan het succes van de hulpverlening. Werk interprofessioneel. Investeer in samenwerking tussen professionals en vrijwilligers. Bijvoorbeeld schuldhulpverlening. Samen kun je veel meer inwoners helpen. Zorg voor één aanspreekpunt per instelling, dat zorgt ervoor dat de lijnen kort zijn en dat je makkelijker kunt samenwerken.
PAGINA 33 VAN 51
Communicatie Zorg voor duidelijke communicatie en afstemming tussen samenwerkende partijen. Nu wordt er nog wel eens door verschillende mensen (achter elkaar) naar hetzelfde probleem gekeken, dat is niet nodig. Werken vanuit vertrouwen in plaats van controle Maak bepaalde partijen verantwoordelijk voor bepaalde taken/resultaten. Dus uitgaan van prestatieafspraken en vertrouwen en niet inzetten op controleren achteraf. In het controleren zit veel werk en geld van de gemeente. Het Utrechts model wordt als inspiratie genoemd. Hoog mandaat en beschikkingloos werken. Heb vertrouwen in de professionals. Hoe doe je dit als er beperkt budget is en de reflex juist is om veel scherper te controleren? Een mooi voorbeeld is het proces rond de dagbesteding Hollandscheveld. Zorg voor duidelijke afspraken vanuit een kader. Dit kader moet bewegingsvrijheid geven aan aanbieders. Een balans tussen bevoegdheden verantwoordelijkheden. Om op deze wijze te werken is lef nodig vanuit de gemeente en durf om los te laten. Kies waarop je wil monitoren. Stuur op resultaten. Laagdrempelige toegang Inwoners moeten weten waar ze terecht kunnen met hun vraag. Een 1 e portaal en daarna werken met één aanspreekpunt vanuit de gemeente. Zorg voor een gastvrij gevoel bij het 1e portaal (geen wantrouwen, maar vertrouwen).
Een laagdrempelig, gastvrij eerste portaal, dichtbij inwoners dat het aanbod in beeld kan brengen, weet wat er allemaal mogelijk is en gelijk kan zorgen dat de inwoner en zijn of haar vraag bij de juiste persoon terecht komt. Als idee wordt er geopperd dat je per wijk met een regisseur kunt werken. Benut de kracht van de samenleving en werk vanuit/in de buurt (nabijheid) Zorg voor verbinding in de wijk en zet in op algemene voorzieningen waar inwoners zonder indicatie naartoe kunnen. Ontwikkel partnerschap met inwoners en organisaties en stimuleer hiermee de eigen regie.
PAGINA 34 VAN 51
Overig - Minder aanbieders - Durf en vertrouwen - Werk op “natuurlijke vindplaatsen” – bv. voor de doelgroep jongeren op scholen. - Financieel ontschotten o Bij gemeente o Tussen verschillende organisaties - Samenwerking ook met huisartsen - Hoe behouden we voldoende en goede professionals?
PAGINA 35 VAN 51
Bijlage 6 - Sessie met de inwoners 27 mei 2021 – praatplaat
PAGINA 36 VAN 51
PAGINA 37 VAN 51
Bijlage 7 – Samenvattend verslag sessie met de inwoners 27 mei 2021 Samenvatting gesprek inwoners 27 mei 2021 Aan de digitale bijeenkomst hebben 9 inwoners deelgenomen (voornamelijk WMO gerelateerd). Daarnaast was wethouder Tabak aanwezig, een gespreksleider vanuit New Nexus en twee medewerkers vanuit de gemeente Hoogeveen. De aanwezige inwoners zijn opgedeeld in drie gespreksgroepen onder leiding van een gespreksleider. Doel van het gesprek was om met de inwoners in gesprek te gaan over het sociaal domein. Wat gaat er goed, wat heeft aandacht nodig om zo te komen tot ingrediënten voor het herontwerp sociaal domein? “De gemeente Hoogeveen staat voor uitdagingen in het sociaal domein. Er zijn structurele bezuinigingen nodig, maar de gemeente wil kwetsbare inwoners ontzien. Een Herontwerp voor het Sociaal Domein is noodzakelijk voor een goede balans tussen dienstverlening enerzijds en beheersing van de uitgaven anderzijds. Voordat de gemeente tot vaststelling van het beleid komt, wil ze in gesprek met betrokkenen in het sociale veld. Op basis van deze gesprekssessies krijgt de gemeente een goed inzicht in “de stem van het veld”.” Onderstaande conclusies vormen de rode draad uit de sessie met de inwoners. Inwoner centraal In het sociaal domein moet de inwoner centraal staan, maar dit wordt niet altijd zo ervaren.
Zorg dat inwoners zich serieus genomen voelen en dat er echt naar ze geluisterd wordt. De gemeente moet zich realiseren dat wanneer een inwoner aanklopt bij de gemeente er ook daadwerkelijk een vraag is (inlevingsvermogen). Bij een hulpvraag wordt er nog teveel vanuit de systeemwereld gedacht en vanuit wat er niet kan. Kijk naar wat er wel kan. Daarnaast bestaat er een verschil tussen hoe de overheid zaken organiseert en hoe inwoners dit ervaren/hiermee omgaan (geen puf of durf hebben om bezwaar in te dienen). Hier zou de overheid meer oog voor moeten hebben. Verder wordt er opgemerkt dat er bij de gemeente erg weinig mensen met een beperking werken. Ervaringsdeskundigheid in het sociaal domein is belangrijk. Het zou goed zijn als hier meer aandacht voor komt. Samenwerken Een goede samenwerking is de basis voor het sociaal domein. Tussen inwoner/cliënt en gemeente, tussen gemeente en zorgverlener en tussen inwoner en zorgverlener. Wanneer we (nog) beter samenwerken leidt dit tot meer tevredenheid en een beter resultaat. Communicatie Naast samenwerken is ook goede communicatie een voorwaarde voor een goed werkend sociaal domein. Het is belangrijk dat we als gemeente duidelijk communiceren naar onze