2.1 B7. memo inzicht inkomsten en uitgaven.pdf
Tekst van het document
Herontwerp sociaal domein 2022-2025 Memo inzicht inkomsten en uitgaven Sociaal domein
Project: Herontwerp Sociaal domein | Inzicht inkomsten en uitgaven Datum: 27 september 2021
1
AANLEIDING Als onderdeel van het project “Herontwerp sociaal domein” is als een van de deelprojecten benoemd “Inzicht in inkomsten en uitgaven sociaal domein”. De doelen van dit deelproject zijn: • • •
Duidelijkheid hebben over wat wordt verstaan onder het sociaal domein Inzicht geven hoe de inkomsten rondom het sociaal domein in beeld kunnen worden gebracht Inzicht geven in de uitgaven in het sociaal domein
Hieronder wordt allereerst uiteengezet welke inkomstenbronnen gemeenten hebben. Vervolgens is een toelichting gegeven bij de clusterverdeling en beargumenteerd waarom deze verdeling niet zonder meer kan worden toegepast in de beantwoording van de vragen. Daarna is voor Hoogeveen inzicht gegeven in de omvang van de geldstromen met name vanuit het Rijk. Vervolgens is inzichtelijk gemaakt welke keuzes de Raad heeft gemaakt wat betreft de inzet van de beschikbare middelen.
2
INLEIDING De gemeenten zijn voor hun inkomsten grotendeels afhankelijk van het Rijk. De gemeentelijke belastingen vormen slechts een beperkt deel van de inkomsten. Gemeenten hebben grofweg vier verschillende inkomstenbronnen: • • • •
Gemeentefonds (vanuit Rijk) Specifieke Uitkeringen (vanuit Rijk) Gemeentelijke belastingen Overige Eigen Middelen (OEM)
3
INKOMSTEN GELDSTROMEN VANUIT HET RIJK Het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen zijn geldstromen vanuit het Rijk naar gemeenten. Over de omvang hebben de gemeenten geen zeggenschap. Gemeentefonds Het gemeentefonds bestaat uit twee onderdelen, de algemene uitkering en de decentralisatieuitkeringen. Iedere gemeente ontvangt een algemene uitkering. De algemene uitkering wordt verdeeld aan de hand van heel veel maatstaven. Het geld is niet geoormerkt en het hoort tot de algemene middelen van een gemeente. Decentralisatie-uitkeringen worden binnen het gemeentefonds gebruikt als het tijdelijke middelen betreft, bijzondere indexatie-afspraken kent of als een goede verdeling niet lukt via de maatstaven van de algemene uitkering. Decentralisatie-uitkeringen worden met een bepaalde bestemming verstrekt, zonder strikt geoormerkt te zijn. Niet iedere gemeente ontvangt elke decentralisatieuitkering. Gemeenten ontvingen t/m 2018 de middelen voor het sociaal domein (jeugdhulp, participatie en Wmo) via een decentralisatie-uitkering. Met ingang van 2019 is dit toegevoegd aan de algemene uitkering. Specifieke uitkeringen Bij specifieke uitkeringen gaat het om geld dat gemeenten van het Rijk ontvangen en moeten besteden aan bepaalde taken (medebewindstaken). Het Rijk heeft het geld dus geoormerkt. Gemeenten moeten bij het Rijk verantwoorden hoe ze het geld hebben besteed.
Als een gemeente de specifieke uitkering niet volledig uitgeeft, moet het restant terug naar het Rijk. Voorbeelden hiervan zijn specifieke uitkeringen voor de melding van schoolverlaters en het bestrijden van verkeerslawaai. Hierop zijn slechts enkele uitzonderingen. De grootste specifieke uitkeringen zijn de Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG = bijstandsbudget) en de WSWuitkering. Deze uitkeringen hoeven niet terugbetaald te worden en zijn ook niet beïnvloedbaar, omdat ze geoormerkt zijn. EIGEN INKOMSTEN VAN GEMEENTEN Gemeenten hebben ook eigen inkomsten. De gemeenteraad heeft binnen juridische kaders zeggenschap over de hoogte van de tarieven en prijzen. Gemeentelijke belastingen De gemeenteraad bepaalt welke belastingen worden geheven en hoe hoog de tarieven zijn. De gemeenteraad mag alleen belastingen vaststellen die in de wet worden genoemd. Algemene belastingen zijn vrij besteedbaar. Een voorbeeld van een algemene belasting is de onroerendezaakbelasting (OZB). Er zijn ook bestemmingsheffingen en retributies. De opbrengsten hiervan zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen. Ook dit is wettelijk bepaald. De rioolheffing is een voorbeeld van een bestemmingsheffing. De prijs die een burger moet betalen voor de aanschaf van bijvoorbeeld een paspoort wordt retributie genoemd.
4
Overige Eigen Middelen (OEM) OEM zijn de gemeentelijke inkomsten uit bezittingen (bijvoorbeeld aandelen en onroerende zaken) en opbrengsten uit verkopen (bijvoorbeeld bouwgrond). De Raad heeft invloed op deze inkomsten; ze kan bijvoorbeeld beslissen over de hoogte van de toegangsprijzen voor het gebruik van voorzieningen. Ook beslist de Raad over de prijs waartegen voorraden gronden worden uitgegeven. Daarnaast scharen we hier ook de eigen bijdragen sociaal domein onder.
5
CLUSTERVERDELING GEMEENTEFONDS De algemene uitkering aan gemeenten via het gemeentefonds is vrij besteedbaar. Gemeenten krijgen hem dan ook als één integraal budget. ‘Onder de motorkap' bestaat de verdeling echter uit verschillende verdeelmodellen (clusters). Ieder van deze verdeelmodellen hangt samen met een aantal taken, en de kosten die gemeenten voor deze taken maken. De clusterindeling in het gemeentefonds is primair bedoeld als technisch hulpmiddel voor het ontwikkelen en onderhouden van een optimale verdeling van de totale beschikbare middelen over de gemeenten. De clusterindeling is niet bedoeld om gebruikt te worden voor lokale toedeling van middelen. De verdeelmodellen in het gemeentefonds gaan uit van gemiddelden. Er wordt getracht de kostenpatronen van groepen gemeenten zo goed mogelijk te reproduceren. Belangrijk hierbij is te realiseren dat deze verdeelmodellen geen recht doen aan unieke omstandigheden van individuele gemeenten. Een meer principiëler punt is dat het gebruik van de clusterindeling indruist tegen de bedoeling van het gemeentefonds. Gemeenten hebben een hoge mate van autonomie en bepalen zelf hun beleidskeuzes (zo lang dat niet tegen bestaande wet- en regelgeving ingaat). De raad gaat hierover en stelt jaarlijks bij de begroting de uitgaven vast. Deze eigen afwegingsruimte is een belangrijke pijler in het publieke bestel.
Dat maakt ook dat gemeenten in kunnen spelen op de lokale situatie en keuzes kunnen maken over wat er in de eigen gemeente gewenst/nodig is.
6
GELDSTROMEN MET NAME VANUIT RIJK NAAR HOOGEVEEN
De geldstromen vanuit het Rijk naar de gemeente Hoogeveen is hieronder opgenomen voor de jaren 2017 t/m 2024, waarbij de jaren 2022 t/m 2024 ramingen zijn. Tabel 1- Inkomstenstromen 2017 t/m 2024 2017
2018
2019
2020
2021
2022 (raming) 2023 (raming) 2024 (raming) 94.940.023 95.919.642 98.096.868 22.179.449 21.549.436 20.978.246 970.045 699.608 699.608 118.089.517 118.168.686 119.774.722
Algemene uitkering Aanvullende uitkering Integratie-uitkeringen Decentralisatie-uitkeringen Totaal uitkeringsjaar
48.706.271 72.021.545 1.796.693 122.524.509
51.265.316 71.257.149 2.345.310 124.867.775
85.046.507 23.312.115 2.935.366 111.293.988
90.263.945 24.304.919 3.532.953 118.101.817
92.975.081 23.506.218 1.640.088 118.121.387
Specifieke uikeringen (BUIG) Overige baten als Eigen bijdragen en verhaal soc uitk
20.751.450 10.748.387
20.260.054 6.799.077
19.362.353 3.904.137
19.446.865 7.581.732
21.637.000 1.415.204
21.637.000 1.415.204
21.637.000 1.415.204
21.637.000 1.415.204
Totaal
154.024.346
151.926.906
134.560.478
145.130.414
141.173.591
141.141.721
141.220.890
142.826.926
De specifieke uitkeringen maken geen onderdeel uit van het Gemeentefonds, in de zin dat het hier niet om algemene dekkingsmiddelen gaat. Specifieke uitkeringen zijn geoormerkte gelden met een specifiek bestedingsdoel. In bovenstaand overzicht is voor het inzicht alleen de BUIG meegenomen, omdat deze specifieke uitkering het omvangrijkst is. De afname in 2019 betreft een afname in de WSW-uitkering. De werkvoorziening Alescon is gesplitst in Noord en Zuid. Hoogeveen was penvoerder voor het geheel en is nu penvoerder voor Zuid. Daarmee is de rijksbijdrage verdeeld over Noord en Zuid en is de bijdrage voor Hoogeveen verlaagd. Dit verklaart ook de verschillen in onderstaande tabellen. Hieronder wordt de algemene uitkering (dus zonder de specifieke uitkeringen) in clusters weergegeven, allereerst in procenten en vervolgens in euro’s. Findo is als bron hiervoor gebruikt. De totale component van sociaal domein in de algemene uitkering is 74% (2017), 74% (2018), 69% (2019), 69% (2020) en 69% (2021).
7
Tabel 2 - Algemene uitkering procentuele verdeling
Tabel 3 - Algemene uitkering verdeling in euro's
Het jaar 2019 laat ten opzichte van 2018 grote verschuivingen zien in de omvang van de clusters. Dit komt doordat de onderliggende maatstaven voor verdeling zijn veranderd. In de tabellen 2 en 3 is niet de BUIG opgenomen. De BUIG is geoormerkt geld. In de hierboven weergegeven tabellen is enkel de algemene uitkering opgenomen. Zoals eerder aangegeven is de algemene uitkering vrij inzetbaar. Gemeenten zijn autonoom in de besteding van deze middelen; het betreft hun eigen beleidsvrijheid. Let wel: een groot deel van de besteding van middelen ligt vast door keuzes met meerjarig effect die de Raad (en voorgaande raden) hebben gemaakt. Hieronder is weergegeven welke keuzes de Raad heeft gemaakt. Het betreft realisatiecijfers.
8
UITGAVEN
Tabel 4 - Realisatie uitgaven alle hoofdtaakvelden 2017 t/m 2020
Hoofdtaakveld 6 Sociaal domein bestaat uit 10 taakvelden1. Hieronder is een specificatie opgenomen van de bedragen uit de geel gemarkeerde regel in de tabel hierboven. De daling in uitgaven in 2019 ten opzichte van 2018 wordt grotendeels veroorzaakt door minder uitgaven werkvoorziening vanwege de splitsing in Noord en Zuid van Alescon. Tabel 5 - Specificatie realisatie uitgaven hoofdtaakveld 6 sociaal domein
In de hierboven opgenomen taakvelden is het deel van de overhead opgenomen dat direct samenhangt met dat specifieke taakveld. De indirecte overhead is opgenomen in hoofdtaakveld 0 Bestuur en ondersteuning. Ook in de indirecte overhead zitten lasten die toegerekend kunnen worden aan sociaal domein. Echter, vanwege de gehanteerde verdeelsystematiek wordt dat niet verwerkt. Omwille van het doel van dit document – inzicht verschaffen in de inkomsten en uitgaven sociaal domein – maken we dit deel nu expliciet. Tabel 6 - indirecte overhead sociaal domein 2017 Overhead
2018 3.893.493
2019 3.584.069
2020 3.655.751
2021 4.477.176
2022 (raming) 2023 (raming) 2024 (raming) 4.406.383 4.393.721 4.388.412 4.388.412
1
Een taakveld is een samenhangend geheel van activiteiten en taken en hangt onder een programma. Een taakveld kan verbonden zijn aan een strategische opgave. Dat betekent dat het budget voor de activiteiten die nodig zijn om de opgave uit te voeren daar te vinden zijn. 9
ANALYSE INKOMSTEN EN UITGAVEN
De vraag om inzicht in inkomsten en uitgaven sociaal domein inzichtelijk te maken, is met dit document beantwoord. Op hoofdlijnen ziet dat er als volgt uit: Tabel 7 - confrontatie inkomsten en uitgaven sociaal domein confrontatie inkomsten en uitgaven sociaal domein
2017
2018
2019
2020
deel gemeentefonds sociaal domein (clusterbenadering) BUIG Overige baten als Eigen bijdragen en verhaal soc uitk
90.881.891 20.751.450 10.748.387 122.381.728
92.145.933 20.260.054 6.799.077 119.205.064
77.333.685 19.362.353 3.904.137 100.600.175
81.406.225 19.446.865 7.581.732 108.434.822
uitgaven sociaal domein (taakveld 6) extracomptabel overhead toe te rekenen aan sociaal domein
119.135.000 3.893.493 123.028.493
120.057.000 3.584.069 123.641.069
99.674.000 3.655.751 103.329.751
104.604.000 4.477.176 109.081.176
-646.765
-4.436.005
-2.729.575
-646.354
Door de uitgaven sociaal domein tegenover de inkomsten sociaal domein te zetten, is te zien dat in de afgelopen jaren het uitgavenniveau hoger is dan de inkomsten die aan sociaal domein kunnen worden toegeschreven. Het Rijk heeft geen methode aangeleverd voor een toerekening van de middelen, vandaar dat we met alle mitsen en maren – de clusterbenadering toepassen. Het is van belang te benadrukken dat het inkomstendeel bij benadering is en dat het aan de Raad is hoe de totale algemene middelen worden ingezet. Naar de toekomst toe is er in de geraamde uitgaven sociaal domein (taakveld 6) een taakstelling verwerkt, die oploopt tot € 8,5 mln. Als we veronderstellen dat het inkomstenniveau gelijk blijft en brengen deze taakstelling in mindering op het uitgavenniveau, dan is het beeld dat de inkomsten die aan sociaal domein worden toegerekend de uitgaven sociaal domein overtreffen.
10