2.1 B0 Programmaplan Herontwerp sociaal domein 21 december 2021.pdf
Tekst van het document
Tellen, analyseren en vertellen We gaan ‘datagedreven’ de uitvoering van het herontwerp en daarmee het Sociaal domein volgen met behulp van het eigen datasysteem (‘Tableau Hoogeveen’). Naast data hebben we ook ervaringen nodig om de data te kunnen duiden en aan te vullen, ‘tellen en vertellen’. Data en ervaringen benutten geldt ook voor preventie en voorliggende voorzieningen, terwijl we weten dat het moeilijk kan zijn financiële effecten daarvan hard te maken. We kijken wat wél mogelijk is hierin.
Aandacht voor aanpassing wet- en regelgeving Wet en regelgeving in het sociaal domein blijft zich aanpassen, ook de komende jaren. We volgen dit uiteraard op de voet voor de inhoudelijke en financiële gevolgen.
Financiële vertaling We willen met name door een uitvoeringsagenda en een organisatievorm greep houden op de realisatie van de transformatie en tegelijk het halen van de kostenbesparing. Zie hiervoor hoofdstuk 6.
29
MONITORING EN STURING - WAT GAAN WE DOEN? 1. We willen datagestuurd werken als aanvulling op verhalen en ervaringen, daartoe werken we aan de doorontwikkeling van ons datasysteem en gaan we de belangrijkste parameters opstellen om de uitvoeringsagenda te monitoren op financiële en inhoudelijke resultaten 2. We betrekken relevante data in de gesprekken met aanbieders en partners lokaal en regionaal en (wat jeugdhulp betreft) huisartsen en andere verwijzers 3. We gaan jaarlijks de uitvoeringsagenda bijstellen en deze verwerken in de P&C cyclus 4. We gaan in gesprek met de gemeenteraad over de praktijk en de ontwikkelingen in het sociaal domein, in aanloop ook naar een jaarlijkse uitvoeringsagenda die het college vaststelt en die de raad krijgt om te bespreken 5. Eens per jaar houden we een brede bijeenkomst met inwoners en partners over de ontwikkelingen in het sociaal domein
30
4.7. Thema 5: Samenwerking: efficiënt en effectief Investeren in samenwerken De samenwerking tussen gemeente, inwoners en partners is iets wat in de participatiefase veel werd benoemd: zorg dat de samenwerking (nog) beter wordt dan dat deze nu is. Hetzelfde geldt voor de interne organisatie van de gemeente. Investeer hierin, zorg voor een goede relatie. We werken dit ook verder uit in een communicatieplan.
Contractering en inkoop Samenwerken doen we ook met aanbieders en partners via contracteren en inkopen. Doel van contracteren en inkopen is passende ondersteuning vanuit onze ambitie en doelen. Dat betekent dat onze contracten en inkoop partners vooral moet prikkelen tot transformatie, normaliseren, samenwerking en soepel op- en afschalen. De inkoop volgens het Utrechts model is hierin een van de voorbeelden. We willen doorontwikkelen of, hoe en per wanneer we met minder aanbieders kunnen werken om tijd en aandacht te hebben voor samenwerking.
Sociale basis: contractering middels subsidiëring In de sociale basis hebben we als gemeente vooral een rol bij preventie en voorliggende voorzieningen. Hiervoor blijven we partners inzetten door middel van subsidiering. Voor de sociale basis willen we niet werken met minder aanbieders, maar onze gesubsidieerde partners effectiever en efficiënter laten samenwerken.
Integraal werken Tijdens de sessies met partnerorganisaties in de aanloop naar dit plan, is een oproep gedaan tot nog betere samenwerking van de gemeente met inwoners en partners. Wie doet wat in afstemming? Wie heeft de regie bij ondersteuning vanuit meerdere domeinen? Integraal samenwerken noemen we dat, de inwoner staat centraal en niet de organisaties of de sociale wetten. Hoe we nu integraal werken in het sociaal domein, staat verwoord bijlage 6. Op de werkwijze hebben we reacties van inwoners en partners gekregen, die leiden tot vooral deze speerpunten voor het vervolg:
31
•
Vereenvoudigen van de infrastructuur: bij wie en waar kun je als inwoner aankloppen voor ondersteuning? Hoe kun je netwerken doorontwikkelen en integreren om fragmentatie tegen te gaan? Hoe regelen we dat alle partners in het sociaal domein dezelfde gebiedsindeling hanteren voor meer efficiëntie?
•
Stroomlijnen van hulp bij meervoudige problematieken. De nieuw gestarte sociale teams gaan regie regelen bij huishoudens die dat nodig hebben in verband met meervoudige problematiek. Dat kan bijvoorbeeld inzet van een thuiscoach zijn, of voor regie op jeugdhulp een uitvoeringscoördinator.
•
Snel opschalen waar nodig en snel afschalen waar mogelijk. Hiervoor moet de samenwerking tussen gemeente, zorgaanbieders en partners in de sociale basis worden versterkt.
Huidige infrastructuur: goed maar wel aanscherpen We zien dat onze samenwerking en inrichting van die samenwerking in het sociaal domein op hoofdlijnen goed is, maar kan worden aangescherpt. Geen herontwerp maar doorontwikkeling. De inrichting is nu langs drie lijnen: 1. De sociale basis. Hierin werken vooral maatschappelijke instellingen (non-profit) en vrijwilligers(organisaties) aan laagdrempelige ondersteuning van kwetsbare inwoners. 2. De toegang. Hier kunnen inwoners maatwerkvoorzieningen aanvragen op grond van de Wmo, Participatiewet en Jeugdwet. Wij hebben ervoor gekozen om dit zoveel mogelijk bij de gemeente te beleggen. Het Centraal Planbureau concludeerde in 2019 dat indicatiestellers met een ambtelijke achtergrond doorgaans minder snel doorverwijzen naar de tweede lijn dan indicatiestellers met een zorgachtergrond. 3. De uitvoering van maatwerkvoorzieningen. Hierbij is het belangrijk dat we eisen kunnen stellen (‘afdwingbaarheid’). Dat kan niet in een subsidierelatie, dus ligt inkoop voor de hand bij marktpartijen. Hoe deze inrichting op onderdelen nog effectiever en efficiënter kan, is verwoord in dit plan en de uitvoeringsagenda.
Regionale en bovenregionale samenwerking We werken regionaal en bovenregionaal in diverse verbanden samen. •
•
•
Voor jeugdhulp: o
inkoopregio Zuid Drenthe
o
Jeugdhulpregio Drenthe
Voor Participatiewet/Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: o
Arbeidsmarktregio Drenthe
o
Uitvoering van een deel van schuldhulpverlening door de gemeentelijke kredietbank (GKB)
Voor Wmo: o
Inkoop huishoudelijke hulp en begeleiding: Zuidwest Drenthe / Noordwest Overijssel
o
Inkoop beschermd wonen en maatschappelijke opvang: centrumregio Assen
o
Zorg en welzijn via de Vereniging Drentse Gemeenten (VDG)
We willen efficiency en kostenbeheersing in die verbanden nadrukkelijker op de agenda plaatsen, naast de doelen van transformatie en een sluitend en kwalitatief goed aanbod van ondersteuning en zorg.
32
Verminderen administratieve lasten De gemeente werkt met aanbieders en hanteert daarbij processen, administratieve handelingen en regels. Dat is nodig om de voortgang te kunnen volgen en op- en afschalen mogelijk te maken. Daarnaast is het ook nodig voor de verantwoording van de publieke middelen. Wel onderzoeken we samen met aanbieders of het minder kan, zodat er meer tijd overblijft voor het eigenlijke werk.
Het verhaal maar één keer doen als inwoner Als je als inwoner aanklopt voor een sociale voorziening en je krijgt te maken met meerdere consulenten of hulpverleners, wil je niet elke keer je verhaal hoeven uit te leggen. Tegelijk wil je dat hulpverleners zorgvuldig met je persoonsgegevens omgaan. Daarom moeten we zorgen dat we binnen de kaders van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) informatie kunnen delen. Daar moet onze ICT aan bijdragen.
Samenwerken met andere verwijzers naar jeugdhulp De gemeente is verantwoordelijk voor jeugdhulp en de bekostiging ervan. Maar de gemeente is niet de enige verwijzer. Ook huisartsen en medisch specialisten (kinderartsen) kunnen verwijzen naar jeugdhulp. Daarnaast kan de rechtbank verwijzen naar jeugdhulp (jeugdreclassering en jeugdbescherming) door gecertificeerde instellingen (GI). De Rechtbank kan een enkele keer ook naar andere vormen van jeugdhulp verwijzen. Deze diversiteit vraagt om sturing van de gemeente op samenwerking. Daartoe hebben we diverse trajecten lopen: de POH jeugd bij de huisartsen, het periodiek overleg met medisch specialisten en de zorgmakelaar voor de gecertificeerde instellingen (GI’s). We willen juridische handvatten over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop verwijzingen plaatsvinden. Die handvatten verwerken we in een verordening (besluit door de gemeenteraad).
Communicatieplan Voor de communicatie zijn er meerdere aandachtspunten die om uitwerking vragen in een communicatieplan. Het gaat vooral om:
33
•
Voor inwoners moet het duidelijk zijn waar je terecht kunt als je ondersteuning of hulp nodig hebt.
•
Medewerkers van de gemeente en partners hebben in de uitvoering een kader nodig vanuit het programmaplan over wat we willen en hoe. Dit moet in gemakkelijke taal, zodat iedereen het kan begrijpen.
•
Partnerorganisaties en belangenbehartigers (Cliëntenraad Sociale Zekerheid en de Adviesraad Sociaal Domein Hoogeveen) hebben behoefte aan interactieve bijeenkomsten over sociaal domein vraagstukken, op basis van de positieve ervaringen over de ontmoetingen in de participatiefase.
•
Partners hebben behoefte aan een ‘sociale kaart’ van Hoogeveen: welke organisatie doet wat voor wie?
Financiële vertaling Met het versterken van de samenwerking willen we de transformatie verder helpen en tegelijk een kostenbesparing halen. Zie hiervoor hoofdstuk 6. SAMENWERKING - WAT GAAN WE DOEN? 1. We kijken waar de infrastructuur van het sociaal domein is te verbeteren: inwoners weten waar ze moeten zijn bij vragen om ondersteuning, netwerken doorontwikkelen of integreren, partners hanteren dezelfde gebiedsindeling 2. Partners en aanbieders prikkelen we tot transformatie, normaliseren, innovatie, samenwerking en soepel op- en afschalen 3. Inkoop: we onderzoeken of, hoe en per wanneer we met minder aanbieders kunnen werken om tijd en aandacht te hebben voor samenwerking 4. We versterken de samenwerking met andere verwijzers in de toegang jeugdhulp en willen juridische handvatten over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop verwijzingen plaatsvinden 5. De hulpverlening bij meervoudige problematiek verder stroomlijnen volgens het principe ‘één huishouden, één plan, één aanspreekpunt/regie’ 6. In de regionale verbanden vragen we meer aandacht voor kostenbeheersing, naast de doelen van transformatie en een sluitend en kwalitatief goed aanbod van ondersteuning en zorg 7. We verbeteren de communicatie met inwoners en andere betrokkenen, vooral over waar je als inwoner terecht kunt als je een vraag hebt 8.
We onderzoeken samen met aanbieders of de administratieve last minder kan, zodat er meer tijd overblijft voor het eigenlijke werk
34
5. Risico’s en kansen Wat zijn de risico’s voor het al of niet slagen van de uitvoering van dit plan? Risico
Beheersmaatregel
Een passende organisatie van de uitvoeringsagenda met voldoende expertise en menskracht binnen de gemeente.
Bemensing organiseren op basis van een organisatieplan. Waar nodig planning aanpassen.
De verwachting is dat jaarlijks het aantal inwoners dat gebruik wil maken van een Wmo voorziening stijgt met 7%. Dit heeft te maken met de dubbele vergrijzing. We baseren dit op een prognose van de VNG.
Onze strategie waarbij maatwerkvoorzieningen het vangnet zijn, zal helpen bij het afbuigen van dit percentage. Voorwaarde is wel dat er voldoende voorliggende voorzieningen zijn om naar door te verwijzen.
35
Extra druk op jeugdhulp door de coronapandemie met mogelijk een langdurig effect. Kwetsbaarheid ook op langere termijn kan een gevolg zijn (zo meldt ook de VNG).
De zorgen over de effecten van de pandemie hebben geleid tot het NPO: het Nationaal Programma Onderwijs, voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs tijdens en na corona. De schoolbesturen krijgen hiervoor de komende twee jaar extra middelen. Gemeenten krijgen ook middelen om de scholen te ondersteunen.
Druk op de arbeidsmarkt, met als gevolg een tekort aan personeel in ondersteuning, hulp en zorg extern maar ook intern bij de gemeente.
Dit is een bredere maatschappelijke ontwikkeling. Voor zover we als gemeente daar iets in kunnen doen, is ons antwoord dit programmaplan, een goede uitvoering ervan en goed werkgeverschap.
Toenemende druk op vrijwilligers en mantelzorgers.
In overleg met onze partners moeten we deze mensen blijven koesteren en waarderen.
Passende digitale ondersteuning: Integraal werken vraagt om afstemming van digitale systemen binnen de gemeentelijke organisatie tussen de wetten en met partnerorganisaties.
IT-investeringen aankaarten voor gemeentelijke investeringen.
Jurisprudentie: uitspraken van de rechter kunnen ingaan tegen beleid en beleidsuitvoering waardoor gestelde doelen in dit plan niet haalbaar blijken.
We hebben dit plan juridisch laten checken door onze interne experts maar kunnen toekomstige jurisprudentie niet voor zijn.
Dynamiek van het rijk: ontwikkelingen gemeentefonds en veranderende wet- en regelgeving.
We volgen dit op de voet en handelen ernaar.
En welke kansen zien we vooral om het plan te doen slagen? 1. Samenwerking met inwoners en buurten (‘sociaal cultureel kapitaal’) en partnerorganisaties 2. Leren van anderen, zo hebben we gekeken en blijven we kijken hoe andere gemeenten het aanpakken en volgen we Movisie en andere kenniscentra wat ontwikkelingen en lessen betreft
36
6. Financiële vertaling Dit programmaplan is bedoeld om de inhoudelijke, financiële en samenwerkingsopgave van het sociaal domein Hoogeveen te halen. We verwachten behalve maatschappelijk ook financieel voordeel te halen. Met financieel voordeel bedoelen we een besparing halen in het kader van de opdracht van de gemeenteraad vanuit Schone lei en de programmabegroting 2022-2025. In 2021 heeft de gemeenteraad de taakstellingen voor het sociaal domein vastgesteld, bezuinigingen die doorlopen in volgende jaren. Daar is geconstateerd dat het moeilijk is verder te bezuinigen op het sociaal domein zonder offers van inwoners die het al moeilijk hebben. Dit programmaplan laat de mogelijkheden zien om tóch tot kostenbesparing te komen maar dan wel in balans met de inhoudelijke opgave en de samenwerkingsopgave. Intussen is er ook een analyse van rijksinkomsten en uitgaven sociaal domein Hoogeveen (zie bijlage 7). De bevinding is dat de inkomsten bijna in balans zijn met de uitgaven. Het beeld dat Hoogeveen in het sociaal domein enkele miljoenen meer uitgeeft dan de rijksmiddelen, klopt dus niet.
Structurele besparing programmaplan inclusief implementatie uitvoeringsagenda De besparing die we denken te halen met dit programmaplan en de uitvoering ervan is: •
€ 1,9 in 2025
Daarbij de volgende toelichting: • • • • •
•
37
De uitvoeringsagenda is de basis om deze besparing te halen Deze besparing is aanvullend op de taakstelling die voor 2021 is vastgesteld door de raad De besparing is structureel (niet incidenteel) De besparing van in totaal € 1,9 miljoen wordt volledig bereikt in de begroting van 2025 De besparing denken we te halen door met name deze maatregelen: o Van maatwerkvoorziening naar voorliggende voorzieningen o Aangepaste werkwijze (integrale blik en duidelijke regie in het huishouden) o Intensiveren samenwerking binnen sociale basis De realisatie van de besparing is mede afhankelijk van de in dit plan genoemde risico’s, zoals: o Verwachte stijging cliënt aantallen o Wijziging wet- en regelgeving o Ontwikkelingen arbeidsmarkt (beschikbaarheid professionals bij gemeente en partners)
Hoe is de verdeling van de besparing van het programmaplan binnen het sociaal domein? Hieronder staat aangegeven wat de te verwachten besparing is per domein, door uitvoering te geven aan de uitvoeringsagenda behorende bij dit programmaplan.
Participatie/SHV
€ 200.000
Wmo
€ 650.000
Jeugd
€ 450.000
sociaal breed
€ 600.000
Totaal programmaplan
€ 1.900.000
In de tabel in bijlage 8 is achtergrondinformatie opgenomen over hoe we verder invulling geven aan deze voorgestelde besparingen.
Hoe is de opbouw van de besparing vanaf 2022? De structurele besparing van €1,9 miljoen wordt in 2025 bereikt in de begroting. Hieronder is de jaarschijf opgenomen van de verdeling van de besparing over de verschillende jaren.
Saldo besparing
Effect van maatregelen via programmaplan
2022
2023
2024
2025
250.000
250.000
250.000
250.000
500.000
500.000
500.000
1.000.000
1.000.000 150.000
Totaal per jaar
250.000
750.000
1.750.000
1.900.000
Invoeringskosten uitvoeringsprogramma sociaal domein Om de besparing te halen is vanaf 2022 ook een investering nodig. Zoals in het hoofdstuk risico’s en kansen aangegeven, is het belangrijk om een passende organisatie voor de uitvoeringsagenda op te zetten met voldoende expertise en menskracht. Om dit mogelijk te maken is incidenteel geld noodzakelijk. Hiermee kan extra hulp worden ingeschakeld, een programmamanager worden gezocht, en/of onderzoeken worden uitgezet, die nodig zijn om de activiteiten uit het uitvoeringsprogramma te realiseren. De verwachting is dat er incidenteel € 350.000 per jaar noodzakelijk is (2022 t/m 2025). Een voorstel van het college aan de gemeenteraad volgt (via de P&C cyclus).
38
7. Aanbevelingen Naast het pakket aan voorstellen van dit programmaplan hebben we nog een aantal aanbevelingen gericht aan bestuur en management van de gemeente Hoogeveen.
7.1. Blijvende aandacht bij andere beleidsvelden voor ‘meedoen’ Zoals genoemd definiëren we ‘sociaal domein’ als alles wat onder de vijf sociale wetten valt en willen we daar ook leefbaarheid, welzijn, sport, cultuur, en gezondheid en onderwijs/kinderopvang bij betrekken (zie hiervoor). Er zijn nog andere gemeentelijke beleidsvelden die ook invloed hebben op de drie opgaven van het sociaal domein en de ambitie dat iedereen zo zelfstandig mogelijk meedoet aan de samenleving. De aanbeveling is om deze beleidsvelden ook (mede) te richten op de opgaven en de ambitie van het sociaal domein. We zijn hiervoor als gemeente zelf vooral aan zet. Het gaat met name om: 1. Wonen: •
Een meer divers aanbod van woonmilieus heeft invloed op de bevolkingssamenstelling en kan de draagkracht voor uitgaven in het sociaal domein versterken
•
Een betaalbare woning in een prettige woonomgeving is een belangrijke voorwaarde voor welzijn
•
Voldoende mogelijkheden voor jongeren die niet meer thuis kunnen wonen
•
Afschalen van beschermd wonen naar zelfstandig wonen met begeleiding
2. Inrichting van de openbare ruimte: •
Een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en beweging heeft invloed op het welzijn van inwoners.
•
Ook een groene buurt (wijken en dorpen) heeft invloed op welzijn.
3. Voorzieningen: •
De beschikbaarheid en toegankelijkheid van openbare voorzieningen bevordert sociale interactie en welzijn (bijvoorbeeld scholen)
4. Verkeer en vervoer: •
39
De bereikbaarheid van voorzieningen, ook voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten
7.2. Verder versterken professionaliteit binnen de gemeente De gemeentelijke organisatie heeft structureel aandacht voor de ontwikkeling van kennis, competenties en vaardigheden van medewerkers. We willen het volgende meegeven vanuit de uitdagingen van de uitvoering van dit programmaplan. Consulenten in de uitvoering, leidinggevenden, beleidsmedewerkers; allen moeten gefaciliteerd worden voor de vereiste kennis en competenties. Het herontwerp vraagt met name aandacht voor: 1. Gespreksvaardigheden bij klantcontacten. Wat heeft u nodig? Wat kunt u zelf en wat kan uw omgeving? Dit gesprek in de uitvoering vraagt om gespreksvaardigheden van onze gemeentelijke medewerkers en die van onze netwerkpartners 2. Integraal samenwerken over wetten heen bij beleid, in de toegang en in de dienstverlening aan huishoudens/gezinnen 3. Accounthouderschap en Opdrachtgeverschap evalueren en herijken op basis van het programmaplan 4. Projectmanagement in het sociaal domein versterken 5. Kennis over specifieke onderwerpen die van belang zijn voor transformatie, zoals omgaan met privacy en AVG
40
BIJLAGEN Bijlage 1: Begrippenlijst
41
Bijlage 2: Nota van participatie project herontwerp sociaal domein
42
Bijlage 3: Landelijke ontwikkelingen
43
Bijlage 4: Sociale opgave Hoogeveen
44
Bijlage 5a: Toelichting op Quickscan Nulmeting Toelichting op rapport Quickscan Nulmeting Sociaal Domein Hoogeveen Graag willen wij u voor het lezen van de Quickscan nulmeting informeren over het verschil in gebruik van getallen en cijfers tussen de gemeentelijke organisatie en het rapport van Trendbureau Drenthe (CMO Stamm). In de quickscan staan andere getallen (bijvoorbeeld klanten) en cijfers, dan u van ons gewend bent om te ontvangen in de communicatie met de gemeenteraad. Deze verschillen zijn goed verklaarbaar. Als gemeente gaan we in bijvoorbeeld de stukken voor de Planning en Control cyclus uit van de financiële cijfers. Ook gebruiken we altijd cijfers die over een jaar lopen. Het Trendbureau Drenthe (CMO Stamm) heeft de getallen en cijfers op een andere manier benaderd (maar wel op basis van onze getallen en cijfers). Dit geeft andere inzichten dan de getallen en cijfers die we gebruiken bij de communicatie met de raad. Trendbureau Drenthe (CMO Stamm) gaat niet altijd uit van de financiële cijfers, maar bijvoorbeeld van unieke cliënten. Hierdoor kunt u verschillen zien tussen de gemeentelijke rapportages en het rapport Quickscan nulmeting. Hieronder noemen we twee voorbeelden •
De cijfers in de tabel op pagina 8 wijken wezenlijk af van die op pagina 5, omdat de cijfers op pagina 8 maar een deel van de kosten van het sociaal domein omvatten.
•
In de tabel op pagina 5 staan voor Jeugd en Wmo de kosten ZIN, PGB en FT. Handmatige boekingen, dus boekingen die niet via ons registratiesysteem (CivSam) zijn gelopen, zijn hierin niet meegenomen. Voor Participatiewet zijn de kosten voor de algemene uitkeringen, bijzondere bijstand, minimaregelingen en reïntegratiekosten meegenomen. Alles incl. belastingen.
Het doel van de Quickscan nulmeting Sociaal Domein Hoogeveen is om in beeld te krijgen waar we als Hoogeveen voor staan als het gaat over het sociaal domein. Waar gaat het goed, wat heeft aandacht nodig. Wij denken dat het rapport daar een goede bijdrage aan levert, juist vanuit een ander perspectief. Bij het uitvoeringsprogramma van het herontwerp sociaal domein, maken we gebruik van onder andere deze input.
45
Bijlage 5b. Quickscan nulmeting sociaal domein Hoogeveen (Trendbureau Drenthe)
46
Bijlage 6: Integraal werken
47
Bijlage 7: Memo inzicht inkomsten en uitgaven sociaal domein Hoogeveen
48
Bijlage 8: Financiële vertaling programmaplan
49
Bijlage 9 Inspraaknota – ontwerp programmaplan en ambtelijke aanpassingen
50
Bijlage 10 Uitvoeringsagenda herontwerp sociaal domein
51