2.0 Programmaplan Herontwerp sociaal domein 18 januari 2022.pdf
Tekst van het document
Herontwerp sociaal domein 2022-2025 Programmaplan Voorlopig standpunt Samen verder bouwen op een evenwichtig fundament
Datum: 18 januari 2022 Projectgroep Herontwerp sociaal domein Hoogeveen Postbus 20.000, 7900 PA Hoogeveen Telefoon 14 0528 Fax 0528-191325 Email info@hoogeveen.nl Internet www.hoogeveen.nl
Inhoud Vooraf .................................................................................................................. 4 1. Samenvatting .................................................................................................... 5 2. Inleiding ........................................................................................................... 6 2.1. Leeswijzer ................................................................................................... 6 2.2. Aanleiding ................................................................................................... 6 2.3. Huidig beleid: toekomstvisie 2018 .................................................................. 7 2.4. Interactief proces om te komen tot dit programmaplan ..................................... 7 2.5. Afbakening sociaal domein ............................................................................ 8 2.6. Drie opgaven ............................................................................................... 8 2.7. Vervanging van beleidsnota’s ......................................................................... 9 2.8. Prioritaire groepen sociaal domein .................................................................. 9 2.9. Wat is er aan de hand? ............................................................................... 10 3.
Ambitie en leidende principes ............................................................................ 13 3.1. Ambitie: iedereen doet mee......................................................................... 13 3.2. Leidende principes ...................................................................................... 14 4. Wat zijn de belangrijkste thema’s en keuzes? ...................................................... 18 4.1. De kapstok voor de uitvoering van dit plan .................................................... 18 3 opgaven .......................................................................................................... 18 1 ambitie ............................................................................................................ 18 7 leidende principes ............................................................................................. 18 5 thema’s ........................................................................................................... 18 Uitvoering........................................................................................................... 18 4.2. Thema’s samengevat .................................................................................. 19 4.3. Thema 1: Sociale basis, doen wat werkt! ...................................................... 20 4.4.
Thema 2: Maatwerkvoorzieningen als vangnet ............................................... 25 4.5. Thema 3: de gemeentelijke toegang: enkelvoudig waar het kan, integraal waar nodig .............................................................................................................. 27 4.6. Thema 4: Monitoring en sturing: vinger aan de pols ....................................... 29 4.7. Thema 5: Samenwerking: efficiënt en effectief .............................................. 31 5. Risico’s en kansen ............................................................................................ 35 6. Financiële vertaling .......................................................................................... 37 7. Aanbevelingen ................................................................................................. 39 7.1. Blijvende aandacht bij andere beleidsvelden voor ‘meedoen’ ........................... 39 7.2. Verder versterken professionaliteit binnen de gemeente .................................. 40 BIJLAGEN ........................................................................................................... 41 Bijlage 1: Begrippenlijst..................................................................................... 41 Bijlage 2: Nota van participatie project herontwerp sociaal domein .........................
42 Bijlage 3: Landelijke ontwikkelingen .................................................................... 43
2
Bijlage 4: Sociale opgave Hoogeveen .................................................................. 44 Bijlage 5a: Toelichting op Quickscan Nulmeting .................................................... 45 Bijlage 5b. Quickscan nulmeting sociaal domein Hoogeveen (Trendbureau Drenthe) . 46 Bijlage 6: Integraal werken ................................................................................ 47 Bijlage 7: Memo inzicht inkomsten en uitgaven sociaal domein Hoogeveen .............. 48 Bijlage 8: Financiële vertaling programmaplan ..................................................... 49 Bijlage 9 Inspraaknota – ontwerp programmaplan en ambtelijke aanpassingen ........ 50 Bijlage 10 Uitvoeringsagenda herontwerp sociaal domein....................................... 51
3
Vooraf Dit herontwerp is het resultaat van gesprekken tussen inwoners, organisaties, gemeente en de deskundigen van Movisie. Wij zijn iedereen dankbaar voor de inbreng. In het plan komen de lessen van de praktijk samen met de inzichten van onderzoek. De uitvoering van dit plan vraagt veel. Hoogeveen moet, samen met alle betrokkenen, de schouders eronder zetten. De gemeente neemt het voortouw.
4
1. Samenvatting De gemeente Hoogeveen is sinds 2015 verantwoordelijk voor jeugdhulp en ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Dat doen we als uitvoerende overheid van de wetten voor jeugdhulp, leerplicht, Wmo, participatie en schuldhulpverlening. De afgelopen jaren zien we de vraag naar zorg en ondersteuning stijgen. Dat vraagt om grip op de vraag en de kosten. Veel is afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen en landelijke wet- en regelgeving. Maar er is wel degelijk ruimte voor de gemeente om meer grip te krijgen op de effecten en uitgaven. Beter en met minder kosten in de sociale basis De belangrijkste kans die we zien om de ondersteuning te verbeteren en de kosten te verminderen, is gezamenlijk de sociale basis versterken. Met de sociale basis bedoelen we de verbanden waardoor iedereen kan meedoen aan de samenleving. Mensen redden zich samen met hun sociaal netwerk in hun eigen omgeving. Lukt dit niet, dan is er laagdrempelige ondersteuning dichtbij. Die laagdrempelige ondersteuning gaan we versterken door maatwerkvoorzieningen om te buigen naar preventie en algemene voorliggende voorzieningen. We gaan ook nog beter samenwerken met inwoners en partners. Daarbij staat voorop wat de inwoner nodig heeft en niet waar hij volgens de wet recht op heeft.
Naast het versterken van de sociale basis, willen we meer regie voeren op de ondersteuning van huishoudens met meerdere voorzieningen. Door de sociale basis te versterken en door meer regie te voeren bij huishoudens met meerdere voorzieningen, denken we een kostenbesparing te halen op de uitgaven in het sociaal domein.
Transformeren en kosten verminderen horen bij elkaar Het is voor de toekomst van Hoogeveen van groot belang om het sociaal domein financieel beheersbaar te maken. Daarbij willen we zo min mogelijk kwaliteit verliezen. Het één doen we dus niet zonder het ander. We willen niet inhoudelijk transformeren zonder kostenbesparing. En we willen niet besparen op de kosten zonder inhoudelijk te transformeren. De kapstok voor uitvoering Dit programmaplan doet voorstellen voor keuzes en acties, die samenhangen op basis van a. drie opgaven, b. de ambitie en c. de leidende principes. De drie opgaven zijn: 1. ondersteuning dichter bij inwoners en met meer eigen verantwoordelijkheid van inwoners organiseren 2. efficiënter en effectiever samenwerken met inwoners en partners 3. binnen het budget blijven De ambitie is samengevat: ondersteuning voor inwoners, zodat iedereen zo zelfstandig mogelijk en samen met een sociaal netwerk kan meedoen aan de samenleving. De zeven leidende principes variëren van ‘streven naar duurzame oplossingen’ tot ‘centraal stellen wat de inwoner nodig heeft’.
5
2. Inleiding 2.1. Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we de aanleiding voor het herontwerp van het sociaal domein, de doelen van het programmaplan en de ontwikkelingen. Daarna benoemen we de kapstok voor het herontwerp, dat bestaat uit een ambitie en leidende principes (hoofdstuk 3) en de hoofdthema’s met bijbehorende beleidskeuzes (4). Vervolgens gaan we in op risico’s en kansen voor het slagen van dit plan (5). Daarna gaan we in op de financiële vertaling van het programmaplan (6). Aan het eind doen we aanvullende aanbevelingen (7). De uitvoeringsagenda is een van de bijlagen. Deze agenda laat zien met welke acties en wanneer we de hoofdthema’s en beleidskeuzes gaan uitvoeren. Verder komen er in dit stuk begrippen voorbij die we in bijlage 1 nader toelichten.
2.2. Aanleiding Op 27 augustus 2020 heeft de gemeenteraad van Hoogeveen het rapport ‘Op weg naar een Schone Lei voor Hoogeveen’ vastgesteld. Onderdeel van dit rapport is de opdracht1 aan het college om te komen tot een transformatieprogramma waarmee uiterlijk in 2025 de uitgaven in het sociaal domein binnen de rijksbudgetten blijven. Om deze opdracht op te pakken, is het college met een project herontwerp sociaal domein gestart, dat nu tot afronding komt met deze drie resultaten: 1. Het korte termijn perspectief met mogelijke taakstellingen voor 2021 (inmiddels afgerond met besluitvorming in de gemeenteraad) 2. Het lange termijn perspectief via dit programmaplan voor 2022- 2025 3. Inzicht in inkomsten en uitgaven in het sociaal domein, wat een bijlage is bij dit programmaplan en waarvan de uitkomsten worden meegewogen bij de financiële vertaling van dit programmaplan
Voluit luidt deze opdracht (pag. 22 van ‘Schone lei’): Het sociaal domein is een belangrijk taakveld voor de gemeente en haar inwoners. Het grootste deel van de begroting wordt besteed aan het sociaal domein. De tekorten op de beschikbare rijksbudgetten stijgen jaarlijks en dit moet worden gestopt. Hiervoor is een transformatieprogramma nodig waarbij de omslag wordt gemaakt naar een aanpak en werkwijze die erin voorziet zo snel als mogelijk, maar uiterlijk in 2025 de uitgaven in het sociaal domein niet boven de rijksbudgetten uitkomen. In de basis voor een sluitende meerjarenbegroting zijn de effecten hiervan verwerkt. De opgenomen bedragen zijn inschattingen, die echter wel in de praktijk moeten worden waargemaakt. Wij bevelen het nieuwe college van B&W aan per direct met de aanpak van deze transformatie te starten. De ideeën hierover zijn niet nieuw. Echter, de uitvoering daarvan is tot nu toe onvoldoende uit de verf gekomen. 1
6
2.3. Huidig beleid: toekomstvisie 2018 De gemeenteraad van Hoogeveen heeft in 2018 de Toekomstvisie ‘Hoogeveen en haar ambities’ vastgesteld. Naast de meer financiële opdracht van Schone lei vormt deze toekomstvisie het inhoudelijk kader voor dit programmaplan, met name de ‘visie sociaal’ daarin. Deze is samengevat (pag. 17 Toekomstvisie): •
We blijven inzetten op de thema’s meedoen, talentontwikkeling en leefbaarheid
•
Iedereen doet mee geldt als randvoorwaarde
•
Bij ondersteuning, gezondheid en zorg zetten we nog meer in op preventie
•
De sociaaleconomische tweedeling gaan we tegen, met speciale aandacht voor ‘armoede en schulden’ en ‘onderwijs’
•
Bij de uitvoering leggen we meer de nadruk op samen en op netwerkvorming
Andere beleidskaders tot dusver staan genoemd in de ‘Quickscan Nulmeting Sociaal Domein Hoogeveen’ (bijlage 5).
2.4. Interactief proces om te komen tot dit programmaplan Om te komen tot een herontwerp van het sociaal domein is het belangrijk om ideeën en informatie op te halen. Dit hebben we gedaan door mensen de gelegenheid te geven mee te denken in onze opgaven. Het gaat hier om inwoners, de gemeenteraad, zorgaanbieders, partnerorganisaties, belanghebbenden en medewerkers in de gemeentelijke organisatie. De informatie die opgehaald is verwerkt in de nota van participatie. De belangrijke bevindingen zijn: •
Een duidelijke visie op het sociaal domein is nodig (waarom doen we het zo, waar kun je terecht als er wat is, enz.)
•
Een brede kijk op het sociaal domein is nodig (niet per wet, inclusief normaliseren en preventie)
•
Stel de inwoner centraal (vraag achter de vraag achterhalen, regie bij inwoner tenzij, het gesprek altijd met de inwoner en niet óver, enz.)
•
Samenwerken (o.a. bij meer voorzieningen/hulpverlening in 1 huishouden)
•
Nieuwe balans tussen vertrouwen en controle
•
Minder administratieve lasten, minder regels
•
Laagdrempelige toegang
•
Een wijk- en dorpsgerichte aanpak: ondersteuning in je eigen omgeving
•
Communicatie (inzicht in toegang en partners via een ‘sociale kaart’, geen dubbele intake, enz.)
•
Lef, durf, creativiteit en vertrouwen (transformatie kost tijd, ruimte voor lange termijn, gemeente moet regie pakken, enz.)
We zijn iedereen die heeft meegedacht dankbaar voor alle inbreng. De punten hierboven zijn terug te vinden in dit plan en komen terug bij de uitvoering ervan.
7
De input van de gemeenteraad De gemeenteraadsleden hebben begin 2021 meegedacht over het herontwerp. De raad noemde vooral de wens tot controle op effecten en kosten en hoe zich dat moet verhouden tot het vertrouwen in inwoners en organisaties. Ook zijn er zorgen geuit over de kosten van jeugdhulp. De raad heeft vervolgens in februari 2021 een motie aangenomen met 12 punten die gericht zijn op kostenbeheersing en meer gemeentelijke regie op de jeugdhulp. De punten van de motie en de reactie van het college hierop zijn verwerkt in de thema’s in dit programmaplan en de uitvoeringsagenda in de bijlage. Dit jaar heeft de gemeenteraad de taakstellingen voor het sociaal domein vastgesteld. Deze besparingen lopen door in volgende jaren. Daarbij is geconstateerd dat het moeilijk is om verder te besparen op het sociaal domein zonder offers van inwoners die het al moeilijk hebben. Het herontwerp gaat in op de mogelijkheden die er zijn om toch financiële keuzes te maken die de inhoud niet of nauwelijks schaden. We bedoelen hiermee, dat we altijd op zoek zijn naar een gezond evenwicht tussen financiële houdbaarheid en kwaliteit.
2.5. Afbakening sociaal domein Met sociaal domein bedoelen we: De ondersteuning die de gemeente samen met organisaties biedt aan inwoners in het kader van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Dat gebeurt in de vorm van preventie, algemene voorliggende voorzieningen en maatwerkvoorzieningen gericht op kwetsbare inwoners2, om te kunnen meedoen in de samenleving. Ook beleid en uitvoering van de gemeente voor sport, cultuur, gezondheid, welzijn, leefbaarheid, onderwijs en kinderopvang zien we als onderdeel van het sociaal domein. Een toelichting op de relatie tussen sociaal domein en de laatstgenoemde beleidsvelden staat in paragraaf 4.3. Overig gemeentelijk beleid kan ondersteunend zijn aan de doelen van het sociaal domein (zie 7.1) maar zien we niet als onderdeel van wat we onder sociaal domein verstaan.
2.6. Drie opgaven Waarom werken we een aan herontwerp en een uitvoeringsagenda voor het sociaal domein? Met andere woorden, wat zijn de opgaven van het programmaplan en de uitvoeringsagenda? We werken aan een programmaplan met uitvoeringsagenda om een breed gedragen en samenhangende aanpak voor het herontwerp van het sociaal domein te krijgen. De keuzes die we hierin maken zijn gebaseerd op drie opgaven: 1. Inhoudelijke opgave: hulp en ondersteuning dichter bij de inwoners en met meer verantwoordelijkheid voor de inwoners en hun sociale netwerk (verder werken aan de transformatie die al is ingezet)
Met kwetsbare inwoners bedoelen we inwoners die het voor kortere of langere tijd niet alleen redden om mee te doen in de samenleving 2
8
2. Samenwerkingsopgave: efficiënter en effectiever samenwerken rond het sociaal domein als gemeente intern en met inwoners en partners 3. Financiële opgave: structureel de uitgaven binnen de rijksmiddelen houden Belangrijk daarbij is dat het één niet zonder het ander kan. We willen niet inhoudelijk transformeren zonder de kosten te verminderen en we willen de kosten niet verminderen zonder inhoudelijk te transformeren. Ook de samenwerkingsopgave is nauw verbonden met de twee andere opgaven.
De financiële opgave Vanuit Schone lei en de programmabegroting 2021-2024 ligt er een taakstelling van €8,5 miljoen op het sociaal domein. Deze kostenbesparing is vooral ingegeven door het beeld dat er fors meer uitgaven zijn in het sociaal domein dan rijksinkomsten. Inmiddels is een nadere analyse gemaakt (zie bijlage 7) van rijksinkomsten en uitgaven in het sociaal domein. Deze laat zien dat de uitgaven redelijk in balans zijn met de rijksinkomsten. Dat betekent niet dat we geen financiële opgave voor het sociaal domein zien. Vanaf 2018 zijn er stappen gezet om de uitgaven beter onder controle te krijgen. Die stappen zijn en blijven nodig. Vanwege de flinke sociale opgave voor Hoogeveen maar ook vanwege de landelijke ontwikkelingen, zoals genoemd in paragraaf 2.9. We moeten dus scherp blijven op de kosten. In het herontwerp sociaal domein hebben we gezocht naar de balans tussen kostenbesparing en transformatie. Transformatie in de zin van hulp en ondersteuning dichter bij de inwoners en met meer verantwoordelijkheid voor de inwoners en hun sociale netwerk. Welke besparing dit oplevert, volgt op een later moment.
2.7. Vervanging van beleidsnota’s Door de integrale opzet van het herontwerp, zijn met de vaststelling ervan geen aparte beleidsnota’s voor de periode 2022-2025 meer nodig voor Welzijn, participatiewet, en Wmo3. Wel is het nodig dit programmaplan nader uit te werken in verordeningen en beleidsregels per sociale wet. Voor Jeugdhulp en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is wel een beleidsnota 2022-2025 nodig.
2.8. Prioritaire groepen sociaal domein Kwetsbare inwoners Voor wie hebben we vooral aandacht als het om onze taken in het sociaal domein gaat? We richten ons op kwetsbare inwoners: inwoners die om de één of andere reden voor kortere of langere tijd moeite hebben mee te doen in de samenleving. Daar kunnen problemen op diverse gebieden achter zitten.
Het is onze wettelijke taak om elke 4 jaar beleid vast te stellen voor Wmo, Participatie en Jeugdhulp 3
9
Inwoners met financiële problematiek We hebben vooral aandacht voor een specifieke groep, namelijk inwoners met financiële problemen. We hebben extra aandacht voor deze groep om de volgende redenen: •
Als je te maken krijgt met armoede en schulden, zijn die problemen en de stress ervan vaak belemmeringen om goed te kunnen meedoen aan de samenleving
•
Mensen met een uitkering of inkomensvoorziening op basis van de Participatiewet, hebben vaak ook problemen op andere gebieden (zie bijlage 4 Sociale opgave).
•
Hoogeveen kent relatief veel mensen met een laag inkomen en een lage sociaaleconomische status (SES) (zie bijlagen 4 en 5).
Andere groepen Naast Hoogeveners die kampen met financiële problemen, zijn er nog andere groepen die de komende jaren extra aandacht vragen. Zo gaat achter veel jeugdhulpaanvragen echtscheidingsproblematiek schuil. Achter veel Wmo aanvragen, eenzaamheid. En bij de Participatiewet en schuldhulpverlening zien we vaak mensen die laaggeletterd zijn. Zie ook bij 4.3.
2.9. Wat is er aan de hand? Het herontwerp begint met een analyse over hoe het er op dit moment voor staat binnen het sociaal domein en wat de sociale opgave is.
Lokaal Wat zijn de belangrijke feiten, cijfers en ontwikkelingen in Hoogeveen? Als gemeenschap in Hoogeveen hebben we een bovengemiddelde sociale opgave in verhouding tot het gemiddelde in Drenthe. Met onze sociale opgave bedoelen we een relatief grote en mogelijk groeiende behoefte aan ondersteuning. Hierbij baseren we ons op verschillende feiten en cijfers. De sociale opgave van Hoogeveen is te lezen in bijlagen 4 en 5. De belangrijkste punten noemen we hieronder. Hoogeveen kent relatief veel behoefte aan ondersteuning en hulp. Dat komt vooral door de sociaal economische samenstelling van onze bevolking. Hoogeveen heeft een relatief groot aantal inwoners met een lage sociaal economische status (SES). Indicatoren voor sociaal economische status zijn opleidingsniveau, beroep en inkomen. Hoogeveen heeft het laagste gemiddelde inkomen per inwoner in Drenthe en relatief veel inwoners met een laag of middelbaar opleidingsniveau. Mensen met een laag opleidingsniveau roken vaker, bewegen minder en eten ongezonder. In Nederland leven mensen met basisonderwijs of vmbo gemiddeld 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid dan mensen met hbo of een universitaire opleiding. Dat verhoogt de druk op sociaal-domeinvoorzieningen in Hoogeveen. En deze achtergrond is ook merkbaar in een relatief hoger gebruik in Hoogeveen van Zvw-zorg (Zorgverzekeringswet) en Wlz-zorg (Wet langdurige zorg).
10
Andere belangrijke punten in de sociale opgave zijn: •
Hoogeveen heeft in Drenthe het hoogste aandeel leerlingen met kenmerk ‘minst kansrijk’ (41%)
•
36% van de 15-75 jarigen in Hoogeveen heeft geen startkwalificatie (hoogste percentage in Drenthe)
•
Hoogeveen staat in de top-3 in Drenthe van aantal personen met een bijstandsuitkering
•
Er komt een dubbele ‘vergrijzing’ aan: mensen worden steeds ouder en de groep 65+ stijgt. Met name het aandeel 75+ gaat flink stijgen in Hoogeveen met als gevolg een toenemende zorgvraag, minder informele zorgverleners en minder zorgprofessionals
En verder:
11
•
De kosten van jeugdhulp en uitvoering Wmo en Participatiewet samen zijn gestegen
•
Het aantal klanten voor jeugdhulp is dalende, maar wel met hogere kosten per klant
•
Hoogeveen heeft na Assen en Emmen het hoogste aandeel jongeren met jeugdhulp in Drenthe (12% van totaal aantal jongeren)
•
Het aantal klanten Wmo en Participatiewet blijft ongeveer gelijk, met ongeveer gelijkblijvende kosten per klant
•
Binnen de gemeente zijn er belemmeringen om integraal over de drie wetten heen samen te werken rond huishoudens, dat vraagt aandacht
•
De gemeente heeft overeenkomsten met 175 jeugdhulpaanbieders, waarvan er 17 (10%) het gros van de kosten bepalen (82%)
•
Inkoop en contractmanagement gaat voor jeugdhulp en Wmo in samenwerking met andere gemeenten in de regio. Voor jeugd betreft dit een vaste samenstelling. Voor Wmo betreft dit een wisselende samenstelling.
•
De gemeente zet voor jeugdhulp stappen om te komen tot meer regie, zowel op hulp in huishoudens als op de verschillende verwijzers
•
De gemeente heeft overeenkomsten met 99 Wmo aanbieders, waarvan er 10 (10%) het gros van de kosten bepalen (67%)
•
De gemeente heeft te weinig zicht op winstmarges van aanbieders
•
Hoogeveen staat in de top-3 gemeenten van Drenthe met het hoogste aantal Wmo-cliënten per 1.000 inwoners
•
Hoogeveen staat in de top-3 in Drenthe qua problematische schulden (6.9% van de huishoudens in Hoogeveen)
•
Hoogeveen scoort hoog op het gebruik van een sociaal-domeinvoorziening: 25% t.o.v. landelijk 20%
•
Hoogeveen telt relatief veel inwoners met meer dan 3 voorzieningen t.o.v. het landelijk beeld
Landelijk Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in het land waar we een herontwerp van het sociaal domein op baseren? Allereerst zien we een sterke stijging van zorgkosten in het sociaal domein en in de zorg in brede zin. Deze stijging kan met ongewijzigd beleid nog sterk toenemen in de toekomst. De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) heeft onlangs het rapport Kiezen voor houdbare zorg gepubliceerd over de toename van de zorgvraag. Als we zo doorgaan, aldus het rapport, werkt in 2060 1 op de 3 mensen in de zorg (nu 1 op 7) en betalen we 3 keer zo veel aan zorg. De WRR adviseert met name greep te krijgen op zorguitgaven en inzet op preventie. Kunnen gemeenten effectiever en efficiënter werken aan de uitvoering van de sociale wetten dan het rijk? Het Sociaal cultureel planbureau temperde in 2020 op basis van onderzoek de verwachtingen van de decentralisaties. En het SCP kwam met adviezen met name richting het rijk. De decentralisaties zijn destijds gepaard gegaan met een korting op budgetten in de verwachting dat gemeenten het met minder geld kunnen doen. Dat bleek tot dusver niet het geval. In de afgelopen jaren is het jeugdhulpbudget van het rijk niet toereikend geweest, zoals bureau AEF heeft onderzocht. AEF komt ook met adviezen, zoals preventie gerichter inzetten op prioritaire groepen. Voor meer informatie over landelijke ontwikkelingen zie bijlage 3.
12
3. Ambitie en leidende principes De ambitie en de leidende principes vormen de basis voor de werkwijze de komende jaren4. Ze zijn de kapstok voor het beleid en de uitvoering van het sociaal domein. Ze brengen samenhang binnen het sociaal domein en hebben de volgende functies: • • • •
Voor de raad: als kaders vooraf en bij evaluaties Voor het college: om aan- en bij te sturen Voor de organisatie: als richtingwijzer voor beleid en uitvoering Voor raad, college en organisatie: als onderdeel van de communicatieboodschap naar inwoners en partners in het kader van verwachtingenmanagement
3.1. Ambitie: iedereen doet mee
Iedereen doet mee in Hoogeveen en iedereen heeft talent. Inwoners hebben de regie over hun eigen leven, zijn zelfredzaam met hun sociaal netwerk en helpen elkaar. Inwoners en organisaties streven naar kwaliteit van leven, naar fysieke en mentale gezondheid. Zo nodig is er formele ondersteuning. Bij formele ondersteuning kijkt de gemeente (samen met instanties) naar het huishouden met de vraag ‘wat heeft u nodig?’. De gemeente ondersteunt alleen waar nodig binnen de beschikbare gemeenschapsmiddelen. Samengevat is de ambitie voor het sociaal domein: ondersteuning voor inwoners, zodat iedereen zo zelfstandig mogelijk en samen met een sociaal netwerk kan meedoen aan de samenleving.
Een ambitie is een breed gedragen ‘wenkend perspectief’ om iedereen te informeren en motiveren. Een ambitie geeft antwoord op WAAROM we energie steken in het sociaal domein. Leidende principes geven richting aan beleid en uitvoering, geven antwoorden op HOE we de ambitie uit willen voeren, en helpen bij het maken van fundamentele financiële keuzes (zie Movisie). 4
13
3.2. Leidende principes Toelichting
14
1. Als gemeente zijn we onderdeel van de samenleving en werken we samen met onze inwoners en partners
We bepalen als gemeente niet zelfstandig wat er wel of niet moet gebeuren aan ondersteuning. We voeren daarover het gesprek, altijd mét inwoners (jong en oud) en partners, niet óver.
2. Afspraken vooraf, vertrouwen tijdens het proces en verantwoording achteraf (inhoud en financieel)
We maken vooraf goede afspraken met aanbieders/partners en inwoners, op hoofdlijnen of resultaten en niet op detail. We geven vertrouwen tijdens het proces aan professionals en inwoners. Met een verantwoording achteraf nemen we elkaar serieus. Zo houden we een goede balans tussen blind vertrouwen en star wantrouwen.
3. In onze dienstverlening staat centraal wat de inwoner nodig heeft
Dus niet ‘waar heeft u recht op’ maar ‘wat heeft u nodig’. En niet werken vanuit de diverse wetten maar vanuit het probleem van en de duurzame oplossing voor de inwoner.
4. We streven naar duurzame oplossingen en zoeken deze in deze volgorde: 1. Eigen kracht 2. Omgevingskracht 3. Algemene voorliggende voorzieningen 4. Maatwerkvoorzieningen
De volgorde is van belang: ‘Wat kunt u zelf en wat kan uw sociale netwerk voor u doen? Bij welke algemene voorliggende voorzieningen kunt u aanschuiven met anderen om u verder te helpen? Als dit alles niet aan de orde is, welke maatwerkvoorziening is er dan voor u?’ Met duurzaam bedoelen we een positief effect ook op de langere termijn.
5. We werken vanuit het principe positieve gezondheid aan ‘normaliseren’
Er zijn problemen die bij het leven horen en geen ondersteuning van instanties nodig hebben. We moeten niet altijd problematiseren maar ook normaliseren en de-medicaliseren. ‘Positieve gezondheid’ is een andere manier van kijken naar gezondheid en ziekte. Daarbij staat veerkracht en ‘wat kun je wel’ centraal in plaats van beperking en ‘wat kun je niet’.
6. Bij elk huishouden waarvoor ondersteuning geldt, is duidelijk bij wie de regie ligt
We gaan uit van eigen regie van de inwoner. Waar nodig ondersteunen we bij eigen regie. Waar nodig nemen we de regie over. Zodra het kan schalen we weer af. Die afweging vraagt veel van de professional, steeds gericht op een duurzame oplossing voor de inwoner. Duidelijkheid over regie gaat ook over coördineren van de ondersteuning als meerdere sociaal-domeinvoorzieningen aan de orde zijn.
7. We blijven binnen de financiële kaders
We voeren onze taken uit binnen de financiële kaders die de gemeenteraad stelt.
Voorbeelden bij principe 1 ‘Als gemeente zijn we onderdeel van de samenleving…’ Netwerk integrale zorg Hoogeveen: In Hoogeveen werken professionals van zorg en welzijn samen voor kwetsbare ouderen. Het netwerk bestaat uit huisartsen, thuiszorg, welzijnsorganisatie SWW, gemeente Hoogeveen, zorgverzekeraar Zilveren Kruis, verzorg- en verpleeginstellingen, GGZ Drenthe, Huisartsenzorg Drenthe (HZD), ziekenhuis en inwoners. Het netwerk heeft ook potentie voor andere doelgroepen. Dorpscoöperatie Hollandscheveld: Hollandscheveld werkt samen in een coöperatie rond zorgvragen. De gemeente levert hiervoor de dorpsregisseur, die samenwerkt met een pool aan vrijwilligers. De regisseur kan zo snel schakelen rond vragen op het gebied van Wmo, Zwv (Zorgverzekeringswet) en Wlz (Wet langdurige zorg). De regisseur zet onafhankelijk de voorzieningen in. Jong Hoogeveen werkt volgens ‘de verbindende aanpak’. De Verbindende Aanpak, gebaseerd op ‘social discipline window restorative practice’ is de pedagogische basis onder Jong Hoogeveen. De verbindende aanpak is een manier om positieve relaties te kunnen opbouwen, onderhouden en wanneer nodig herstellen. Wanneer volwassen en kinderen leren omgaan en samenwerken met elkaar, leidt het tot minder conflicten, betere resultaten en meer plezier.
De ambitie is dat iedereen die (professioneel of vrijwillig) met kinderen werkt, dit als basis voor zijn of haar handelen gebruikt. Iedereen die met kinderen werkt, krijgt de training aangeboden door trainers uit het werkveld. Er zijn inmiddels meer dan 600 mensen getraind. De gemeente werkt samen met ingehuurde zzp-ers om mensen te begeleiden rond werk en re-integratie. Dit zijn vooral ervaringsdeskundigen. Ze worden ingezet om klanten te helpen die psychische en/of verslavingsproblemen hebben met als doel dat de klanten zelf, onder eigen regie, stappen maken. Met een praktijkondersteuner huisarts (POH jeugd), ingezet door de gemeente, werken we inmiddels goed samen met huisartsen rond jeugdhulp. Van de mensen die bij de POH jeugd komen, kan de POH zelf 70% afhandelen zonder verwijzing naar tweedelijns jeugdhulp. Hiervoor zijn gemiddeld drie tot vijf gesprekken nodig. De wachtlijsten zijn kort. De huisarts bepaalt wie naar de POH jeugd gaat. Nog niet elke huisarts heeft een POH jeugd.
15
Voorbeelden bij principe 2 ‘Afspraken vooraf…’ Een inwoner komt bij de gemeente met zijn of haar hulpvraag. De inwoner heeft een gesprek met een consulent. Wanneer de conclusie is dat de inwoner ondersteuning nodig heeft, dan geeft de consulent een indicatie af voor bijvoorbeeld begeleiding of dagbesteding. De inwoner en de aanbieder bepalen vervolgens samen hoe ze aan hulpdoelen gaan werken. Via een zorgplan krijgt de consulent dit teruggekoppeld. De consulent zorgt voor evaluatiemomenten tijdens en na afloop van het proces. Een ander voorbeeld is de ‘Jeugdprofessional in de school’ bij twee scholen van PricoH en twee van RENN4. Vooraf hebben gemeente en scholen afspraken gemaakt over financiering (cofinanciering door de schoolbesturen) en over criteria om over een eventueel vervolg na 2021-2022 te beoordelen. Tijdens het initiatief stemmen scholen, gemeente en betrokken aanbieders af. In het voorjaar vindt een evaluatie plaats op basis van de vooraf gestelde criteria.
Voorbeelden bij principe 3 ‘… centraal wat de inwoner nodig heeft’ Een inwoner heeft ondersteuning van de gemeente voor schulden. Maandelijks wordt een deel van de schulden afbetaald. De inwoner wil graag een opleiding doen met perspectief op werk en met een lening van DUO. Maar de opleiding start in september terwijl de inwoner nog tot november de schuldenregeling heeft en in die periode formeel (beleidsregels) geen nieuwe schulden mag maken. De gemeente verleent toch toestemming voor de lening bij DUO vanwege het duurzame perspectief voor de langere termijn. De DUO lening hoeft pas na de studietijd te worden terugbetaald, waardoor de huidige schuldeisers geen risico lopen.
Een ander voorbeeld is een vervoersprobleem van een inwoner. De inwoner komt met de vraag bij de gemeente om een Wmo collectief vervoerpas. Na onderzoek koppelt de Wmo consulent terug dat het vrijwilligersinitiatief van Hoogeveen vervoert ook een toereikende oplossing kan zijn. Een jeugdhulptraject met paarden komt ook in Hoogeveen voor. Onzin? Meteen schrappen? Nee, want het gaat om het doel erachter. Juist door paarden kunnen kinderen veel gemotiveerder zijn voor hulp en effectiever geholpen worden dan door praten met een hulpverlener in een kantoortje. Behandelaren kennen wel meer effectieve manieren om kinderen te betrekken, zoals bakken, wandelen, fietsen en sporten. De activiteit is een middel om de hulpverleningsdoelen te halen. Het gaat om hulpdoelen en niet om de paardrijles of sportactiviteit.
Voorbeelden bij principe 4 ‘…duurzame oplossingen…’ Dagontmoeting in plaats van dagbesteding: In veel wijken en dorpen zijn groepen dagontmoeting voor ontspanning en ontmoeting voor ouderen, gerund door vrijwilligers. Deze groepen bestaan uit ongeveer tien deelnemers en komen wekelijks samen voor gezellige activiteiten. Bij grotere kwetsbaarheid kunnen ouderen deelnemen aan Dagontmoeting Plus. Hier is een wijkverpleegkundige bij aanwezig. Deze ontmoetingen voorkomen dure geïndiceerde dagbesteding en zijn daarmee ook financieel duurzaam. “Kans op Toekomst” is een project van de gemeente om leerlingen die uitvallen op school met ondersteuning terug te leiden naar school of werk. Bij de start werd 30% van de leerlingen teruggeleid naar school of werk, op dit moment lukt dat voor 85%. Zoals voor Mijra (zie artikel), die met veel negatieve ervaringen bij de gemeente komt voor
16
bijstand. Mijra maakt in overleg met de gemeente de keus een opleiding te volgen, omdat dat op termijn beter werkt dan een onzekere baan voor de korte termijn. ‘Welzijn op recept’ is een effectieve interventie die aantoonbaar zorgkosten bespaart en ondersteuning biedt die past bij de vraag van de inwoner. Bij Welzijn op recept verwijst de huisarts naar welzijnswerk als er bijvoorbeeld klachten zijn rond eenzaamheid en een zinvolle dagbesteding. Moeders van Hoogeveen is een project gericht op de eerste 1.000 dagen van een kind, in kwetsbare gezinnen. Er is ondersteuning vanaf de zwangerschap voor de moeder. Het gaat om stressreductie, hechting kind-ouders, gezonde ontwikkeling van het kind en zelfredzaamheid van de ouders (financiën, leefstijl). We richten ons zo ook op minder jeugdhulp, ook na 1000 dagen en op minder beroep van ouders op andere voorzieningen in het sociaal domein.
Voorbeelden bij principe 5 ‘…positieve gezondheid en normaliseren’ Het komt regelmatig voor dat ouders voor ‘puberproblemen’ jeugdhulp aanvragen, bijvoorbeeld omdat zoon of dochter niet goed kan plannen (een ‘normaal’ puberprobleem). Als gemeentelijke toegang kijken we dan kritisch met het gezin mee. Is dit inderdaad jeugdhulp waardig? Of is dit een voor die leeftijd volstrekt normaal probleem? Dat laatste betekent niet dat de vraag voor ouders beantwoord is. Ze kunnen nog steeds worstelen met dit normale gedrag. De hulp die we dan bieden is ouders in contact brengen met de schoolmaatschappelijk werker op school. Inwoners met psychische, materiële en sociale problemen verwijzen we in eerste instantie naar maatschappelijk werk. Maatschappelijk werkers kijken niet met een zorgbril maar hebben oog voor de sociale situatie en de omgeving van de inwoner, vanuit de methodiek van positieve gezondheid. Het accent ligt niet op beperking maar op veerkracht. Ze helpen inwoners met tegenslagen om te gaan en te focussen op wat hun leven betekenisvol maakt. Daarmee wordt onnodig beroep op maatwerkvoorzieningen en zorg voorkomen.
Voorbeeld bij principe 6 ‘… regie duidelijk’ Een goed voorbeeld van regie en op- en afschalen van hulp is uit de praktijk van thuiscoaches: Een Hoogeveense van 28 jaar woont sinds kort weer bij haar ouders. Ze heeft verschillende gedrags- en psychische problemen en een verleden van verslaving en contact met justitie. Na een afgemaakte MBO4 opleiding is ze begonnen aan een hbo opleiding , maar heeft dit niet afgemaakt. Na verblijf in een GGZ instelling gaat het beter en wil ze het leven weer oppakken. Dit lukt alleen nog niet zelfstandig. In mei 2020 zet de gemeente in op individuele begeleiding met als doel passende woonruimte te vinden en handvatten te krijgen om zelfstandig verder te gaan. In augustus 2020 zijn de resultaten behaald, mevrouw kan zelf weer de regie over haar leven oppakken. Een ander voorbeeld van de thuiscoaches van een alleenstaande moeder met twee kinderen: “Wij vonden het lastig om goed met elkaar om te gaan. Ik vond het lastig om grenzen te geven aan mijn kinderen. Ook had ik drie banen en een aanvullende uitkering, maar zelfs toen lukte het niet om rond te komen. Door ondersteuning van de thuiscoach hebben we onder andere geleerd om beter met elkaar te praten en elkaar grenzen aan te geven. Binnen drie maanden was er veel minder stress en een betere sfeer in huis.”
17
4. Wat zijn de belangrijkste thema’s en keuzes? 4.1. De kapstok voor de uitvoering van dit plan Wat zijn de belangrijkste thema’s voor Hoogeveen die invulling geven aan de opgaven, ambitie en de leidende principes? De thema’s zijn samen met de leidende principes, de ambitie en de opgaven de kapstok voor de uitvoering van het programmaplan, zoals hiernaast schematisch aangegeven.
3 opgaven
1 ambitie 7 leidende principes 5 thema’s Uitvoering
De thema’s die we op de volgende pagina’s beschrijven geven dus samenhang aan de acties in de uitvoeringsagenda. We noemen per thema de belangrijkste keuzes om het sociaal domein inhoudelijk, financieel en in de samenwerking te versterken.
18
4.2. Thema’s samengevat 1. Sociale basis: doen wat werkt! 2. Maatwerkvoorzieningen als vangnet 3. De gemeentelijke toegang: enkelvoudig waar het kan, integraal waar nodig 4. Monitoring en sturing: vinger aan de pols 5. Samenwerking: efficiënt en effectief De thema’s hangen onderling samen, zoals in onderstaande afbeelding uitgebeeld en zoals toegelicht hierna.
19
4.3. Thema 1: Sociale basis, doen wat werkt! De uitvoering van de wetten die horen bij het sociaal domein vragen om een samenwerking met de samenleving. Met inwoners, maatschappelijke partners en het bedrijfsleven. De huidige tijd zorgt voor meer zorgvragen die niet allemaal door professionals opgepakt kunnen en hoeven te worden. Met een inzet van de gemeente op het versterken van de sociale basis willen we vooral de juiste voorwaarden scheppen voor inwoners en partners. Een sterke sociale basis bevordert het welzijn van inwoners en helpt kosten te beheersen.
Wat is de sociale basis? Met sociale basis bedoelen we: de sociale verbanden waardoor iedereen kan meedoen aan de samenleving. De sociale basis gaat over het gewone leven van alledag voor inwoners van Hoogeveen. Om te kunnen meedoen, is de eigen kracht van het individu belangrijk, maar ook de kracht van de omgeving van het individu (het sociale netwerk). Daarnaast zien we preventieve activiteiten en algemene voorliggende voorzieningen5 als onderdeel van de sociale basis.
Wat is al sterk aan de sociale basis in Hoogeveen? In de wijken en dorpen bepalen inwoners, organisaties en voorzieningen de sociale kracht. Als gemeente hebben we hier vaak geen rol en redden onze inwoners zich prima. Inwoners helpen elkaar als familie, vrienden en buren. Ook zijn veel inwoners actief als vrijwilliger. Zonder die inzet zou de samenleving er totaal anders uit zien. Hoogeveen kent verder sterke sociale netwerken. In elke wijk en elk dorp zien we het netwerk van de Smederijen. Hierin werken woningcorporaties, Stichting Welzijnswerk (SWW), politie en gemeente samen met buurtbewoners aan de leefbaarheid van de wijken en dorpen. Ook de stichting Welzijnswerk Hoogeveen (SWW) heeft zijn wortels in de wijken en is actief en bekend op scholen en plaatsen waar ouderen samenkomen. Daarnaast speelt de bibliotheek een rol voor inwoners die moeite hebben met taal. Dat doet de bibliotheek vooral in de netwerkorganisatie van ‘het Taalhuis’ met gemeente, SWW, Humanitas en Alfa-college. Hoogeveen heeft een rijk verenigingsleven met veel sport- en cultuurverenigingen. Ook heeft Hoogeveen een stevig netwerk met maatschappelijke en zorgpartners, zoals de kerkgenootschappen en sociale ondernemers. Vruchtbare grond om op door te ontwikkelen. In de Smederijgebieden werken woningcorporaties, SWW, politie, gemeente en zorgaanbieders samen in sociale wijkteams.
De teams richten zich op het tijdig signaleren van kwetsbare inwoners en aan het afstemmen van hulp en ondersteuning aan deze inwoners. Een belangrijk netwerk zijn de kernteams integrale ouderenzorg bij de huisartsenpraktijken. In de teams werken huisarts, praktijkondersteuner, wijkverpleegkundige, specialist ouderengeneeskunde, welzijnswerker en Wmo-consulent
Zie ook definitie Radboud Engbersen en Ard Sprinkhuizen 1998: ‘het geheel van organisaties, diensten, voorzieningen en betrekkingen die het mogelijk maken dat mensen in redelijkheid in sociale verbanden (buurten, groepen, netwerken, gezinnen) samen kunnen leven en kunnen participeren in de samenleving’ 5
20
samen. Zij brengen kwetsbare ouderen tijdig in beeld en bieden hen ondersteuning en zorg op maat. Ook voor inwoners met psychiatrische aandoeningen is een netwerkorganisatie ingericht: het Optimaal Leven Team Hoogeveen/De Wolden. Het team bestaat uit diverse GGZdisciplines (psychologen, psychiaters, begeleiders etc.) van GGZ Drenthe, Cosis en VNN (Verslavingszorg Noord Nederland), aangevuld met ervaringsdeskundigen, een welzijnswerker en een Wmo-consulent. Het team werkt met elke cliënt aan een persoonlijk plan gericht op welbevinden, medisch herstel en maatschappelijk herstel op alle levensdomeinen. Een sterk netwerk is ook Jong Hoogeveen. De gemeente heeft met Jong Hoogeveen gekozen voor een langjarig programma gericht op een succesvolle toekomst van kinderen en jongeren. Aanleiding is de relatief grote achterstanden van veel kinderen in de gemeente: kinderen die in Hoogeveen opgroeien hebben (in vergelijking met het gemiddelde kind in Nederland) beduidend minder kansen om gezond en veilig op te groeien en hun talenten te ontwikkelen. De visie van Jong Hoogeveen is dat een opgave als deze vraagt om een samenleving die zich gezamenlijk verantwoordelijk voelt voor het kansrijk opgroeien van onze jeugd. Veel partners omarmen dit en zetten zich in, waardoor Jong Hoogeveen niet meer alleen een programma van de gemeente is.
Een kindvriendelijk Hoogeveen heeft een positieve weerslag op de hele samenleving en verbindt generaties. Jong Hoogeveen betrekt kinderen en jongeren en geeft ze een stem. Veel partners werken enthousiast mee. Een belangrijk netwerk dat aan de doelen van Jong Hoogeveen werkt, is het Centrum voor Jeugd en Gezin, het CJG. Daarin werken GGD, SWW en de gemeente samen rond opgroeien, opvoeden en gezondheid. Zij bieden ondersteuning aan ouders, opvoeders en professionals.
Jong Hoogeveen en CJG komen samen in de visie ‘Versterken basis thuis-school-buurt’ en de uitvoering daarvan met initiatieven bij scholen van PricoH, RENN4 en Bijeen. Hierbij werken scholen, jeugdhulpaanbieders, stichting Welzijnswerk en gemeente nauw samen in de projecten Gelukswerker, jeugdprofessional en sociaal werk. Maatschappelijke organisaties op het gebied van financiële dienstverlening aan inwoners werken intensief samen om hulpvragen van inwoners laagdrempelig op te lossen. Dit werk wordt vooral door vrijwilligers gedaan en is van grote waarde om te voorkomen dat mensen in grotere problemen belanden. Sportfunctionarissen en cultuurcoaches krijgen veel waardering vanuit alle maatschappelijke partners. Zij zijn belangrijk in de organisatie van sociale activiteiten voor alle inwoners, met extra aandacht voor kwetsbare inwoners. Ze hebben goede relaties met bijvoorbeeld het onderwijs, cultuuraanbieders en organisaties, sportverenigingen, kinderopvang, diëtisten, fysiotherapeuten, POH’ers, welzijn, wijkteams / Smederijen, werkgroepen van Jong Hoogeveen.
Focus op preventie en algemene voorliggende voorzieningen Hoe versterken we als gemeente de sociale basis? Allereerst richten we onze middelen en diensten vooral op kwetsbare inwoners. Daarnaast zorgen we samen met partners voor een passend en dekkend aanbod aan preventieve activiteiten en algemene voorliggende voorzieningen, zodat inwoners mee kunnen doen aan de samenleving en we zwaardere zorg waar mogelijk voorkomen. Hoe kunnen we bestaande algemene voorliggende voorzieningen versterken? En vooral: hoe kunnen we maatwerkvoorzieningen ombuigen naar preventie en/of algemene voorliggende voorzieningen?
21
Agenda lokale inclusie De sociale basis is er voor iedereen, maar niet iedereen kan zomaar meedoen. Het VNVerdrag inzake rechten van personen met een handicap (VN-Verdrag) uit 2016 vraagt gemeenten een plan op te stellen dat bijdraagt aan een inclusieve samenleving voor mensen met een handicap of beperking. In Hoogeveen hebben we dit vastgelegd in de Agenda Lokale Inclusie (ALI). Deze is opgesteld samen met de doelgroep en de werkgroep ALI. Door deze Agenda Lokale Inclusie en de daaruit voortkomende actiepunten wordt Hoogeveen steeds toegankelijker.
Op wie richten we ons vooral? Bij het versterken en uitbreiden van algemene voorliggende voorzieningen, op wie richten we ons dan vooral? We richten ons vooral op kwetsbare inwoners (zie 2.8) met speciale aandacht voor mensen met financiële problemen. Onze ervaring is dat we ons rondom jeugdhulp vooral moeten richten op die financiële problematiek: geldzorgen thuis kunnen veel impact hebben op de toekomst van kinderen (zie artikel). Maar ook echtscheidingsproblematiek is een veelvoorkomend achterliggend probleem bij aanvragen voor jeugdhulp. Dit geldt ook voor onderwijs gerelateerde problematiek, verslavingsproblematiek (ouders/jongeren), opvoedproblematiek, psychiatrische / psychologische problematiek (ouders) en geweld.
De ervaring met de uitvoering van de participatiewet en de schuldhulpverlening is dat we natuurlijk aandacht moeten hebben voor mensen met financiële problemen. Ook zien we dat mensen in de problemen komen doordat ze laaggeletterd zijn of weinig digitale vaardigheden hebben. Ook verslaving, psychische en fysieke gezondheidsproblemen spelen een rol. Voor de Wmo zijn vooral inwoners in beeld die psychisch kwetsbaar zijn, een (licht) verstandelijke beperking hebben en ook kwetsbare ouderen.
Preventie In de wereld van de zorg worden drie soorten van preventie onderscheiden. Als gemeente richten we ons op de zogenaamde secundaire preventie (zie ook begrippenlijst achterin). Deze preventie focust zich op kwetsbare inwoners.
Algemene voorliggende voorzieningen Algemene voorliggende voorzieningen zijn er in allerlei soorten en maten, zie ook de genoemde voorbeelden eerder in dit plan. We willen kijken waar de kansen liggen om maatwerkvoorzieningen om te buigen naar algemene voorliggende voorzieningen. Voor de sociale wetten zijn we wettelijk verplicht om ondersteuning aan te bieden, maar het staat ons vrij waar we naartoe verwijzen. Dit betekent dat we moeten investeren in het aanbod van algemene voorliggende voorzieningen.
22
De investeringen in deze voorliggende voorzieningen zijn financieel haalbaar door budget te verschuiven van maatwerkvoorzieningen naar ‘de voorkant’ (voorliggende voorzieningen). Het huidige aanbod van algemene voorliggende voorzieningen heeft betrekking op alle domeinen (jeugdhulp, leerplicht, Wmo, participatiewet en schuldhulpverlening). Zie daarvoor bijlage 6 Integraal werken. We moeten kijken waar de ‘witte vlekken’ zitten. Zo zijn er bijvoorbeeld geen ontmoetings- en herstelactiviteiten voor mensen met een licht verstandelijk beperking en met GGZ-problematiek.
Alleen bij aantoonbaar effect Voor preventie en algemene voorliggende voorzieningen zetten we alleen interventies in die aantoonbaar effectief zijn. Daarmee bedoelen we dat ze meetbare inhoudelijke en financiële meerwaarde opleveren. Het blijft mogelijk om onder voorwaarden experimenten uit te voeren ‘om zich te bewijzen’. Voorwaarden zijn dat er afspraken komen over monitoring op basis van criteria en evaluatiemomenten. Zo houden we lokale initiatieven mogelijk die drijven op draagvlak bij inwoners en partners en op de vaardigheden van professionals.
De rol van stichting Welzijnswerk (SWW) SWW heeft een rol en taken voor kwetsbare inwoners. SWW is daarmee de belangrijkste schakel tussen geïndiceerde zorg, de gemeentelijke toegang (en de andere verwijzers van jeugdhulp) en de sociale basis als het gaat om mensen vanaf vier jaar (tot vier jaar heeft de GGD die rol). Om voor iedereen (inwoners, gemeente en partners) duidelijk te maken welke rol SWW speelt, gaan we de positie en de rol van SWW verduidelijken en versterken.
Opdracht voor andere beleidsvelden en instellingen herijken Vanwege de sociale opgave van Hoogeveen is ook op andere beleidsterreinen dan het sociaal domein inzet nodig op het versterken van het welzijn van inwoners en het doorbreken van patronen over generaties heen. We willen vooral de relatie leggen met: 1. Welzijn en leefbaarheid: met name de inzet van stichting Welzijnswerk (SWW) speelt hier een rol, maar ook De Smederijen en de sportfunctionarissen en cultuurcoaches. 2. Gezondheid (mentaal en fysiek): GGD (jeugdgezondheidszorg/consultatiebureau, algemene gezondheidszorg), huisartsenzorg, wijkverpleging, medische gezondheidszorg en langdurige zorg. 3. Cultuur: de Cultuurvisie 2021-2025 is een goed voorbeeld, waarin cultuur en erfgoed als middel wordt gezien voor sociaal-maatschappelijke doelen. 4. Sport: het Sportakkoord (2020) legt een sterke beleidsmatige basis voor sport als middel voor kwetsbare inwoners. 5. Onderwijs en kinderopvang: scholen, kinderopvang en gemeente hebben een gemeenschappelijke uitdaging voor ‘normaliseren’, dat wil zeggen omgaan met een diversiteit aan kinderen en jongeren in de klas, op school, in de buurt en de samenleving. Normaliseren zonder te snel te problematiseren en naar geïndiceerde jeugdhulp te verwijzen.
23
Op basis van het programmaplan, herijken we de uitvoering van relevante, door de gemeente gesubsidieerde instellingen. Het gaat dan om stichting Welzijnswerk, de bibliotheek, Scala, Tamboer, GGD en de sport- en cultuurpartners. Ook herijken we de opdracht aan de sportfunctionarissen en cultuurcoaches binnen de gemeente en onze opdracht naar De Smederijen. Verder gaan we in gesprek met het onderwijs en kinderopvang over de gezamenlijke opgave tot normaliseren. De vragen zijn steeds: wat doe je al voor kwetsbare inwoners, hoe kun je dat versterken, wat kun je betekenen in de sfeer van preventie en voorliggende voorziening? Tot slot, samen met zorgverzekeraars en aanbieders van Zvw-zorg (Zorgverzekeringswet) en Wlz-zorg (Wet langdurige zorg) stimuleren we het bouwen aan en behouden van een sluitende zorginfrastructuur voor onze inwoners.
Financiële vertaling Met het versterken van de sociale basis willen we de transformatie verder helpen en tegelijk een kostenbesparing halen. Zie hiervoor hoofdstuk 6. SOCIALE BASIS - WAT GAAN WE DOEN? 1. We richten ons op kwetsbare inwoners 2. We gaan maatwerkvoorzieningen ombuigen naar preventie en voorliggende voorzieningen 3. Als voorwaarde voor investeren in preventie en voorliggende voorzieningen geldt dat de inzet aantoonbaar effectief is 4. Hier zetten we ook sport, cultuur, gezondheid, welzijn, leefbaarheid, onderwijs en kinderopvang voor in, waarvoor we opgaven/opdrachten aan partners gaan herijken 5. We stimuleren de samenwerking tussen partners in de sociale basis 6. We gaan de positie en de rol van SWW verduidelijken en versterken bij inwoners, gemeente en partners 7. Voor de dekking van eventuele investeringen hiertoe benutten we bestaande budgetten, minimaal kostenneutraal en gericht op een besparing op maatwerkkosten op termijn 8. Jong Hoogeveen en jeugdhulp (motie raad feb. 2021) integreren we nog beter, waarvoor we met het onderwijs en kinderopvang afspraken gaan maken
24
4.4. Thema 2: Maatwerkvoorzieningen als vangnet Ondersteuning en hulp bieden we waar mogelijk aan in de sociale basis. Maar niet alle vragen kun je daarmee oplossen. Het blijft nodig om individuele hulp te bieden, wat we dan maatwerkvoorzieningen6 noemen. De inzet van maatwerkvoorzieningen is in onze aanpak uitzondering, alleen als het echt noodzakelijk is. Een voorbeeld van een maatwerkvoorziening is bijvoorbeeld een indicatie voor dagbesteding of ondersteuning bij het huishouden, een reïntegratietraject of behandeling van een kind met psychische problemen of de meerkosten regeling voor chronisch zieken vanuit de Wmo7. Een maatwerkvoorziening volgt na een indicatie door de gemeentelijke toegang (bij jeugdhulp zijn er ook andere verwijzers).
Sturen op kwaliteit en doelmatigheid Maatwerkvoorzieningen of individuele zorg koopt de gemeente in bij (zorg)aanbieders. Om te komen tot afspraken met deze aanbieders maken we voor Wmo en jeugdhulp op dit moment gebruik van het Drents Kwaliteitskader Sociaal Domein. We toetsen aan de hand van dit kader of de aanbieders goede en verantwoorde zorg bieden. We onderzoeken of dit kader aanscherping nodig heeft voor meer doelmatigheid.
Sturen op resultaat We willen bij maatwerkvoorzieningen sturen op resultaat voor de inwoner. Daarvoor maken we met de aanbieder een plan en hebben we evaluatiemomenten, in lijn met ons leidend principe over afspraken, vertrouwen en verantwoording. We blijven met de aanbieders in gesprek over resultaatsturing aan de hand van de praktijk (‘casuïstiek’) en over uitstroom naar lichtere zorg, algemene voorziening, preventie of zelfstandigheid.
Onderzoek naar stapeling van voorzieningen Zoals te zien in de sociale opgave van Hoogeveen (bijlage 4) zijn er huishoudens die drie of meer voorzieningen ontvangen vanuit de gemeente. We wijken hierin af van de landelijke cijfers, Hoogeveen scoort hierin hoger dan elders. We gaan deze casussen doorlopen om te kijken of de inzet aansluit bij wat de inwoner nodig heeft.
Financiële vertaling Met het ombuigen van maatwerkvoorzieningen naar voorliggende voorzieningen en met een nog betere aanpak op huishoudens met meerdere maatwerkvoorzieningen, willen we de transformatie verder helpen en tegelijk een kostenbesparing halen. Zie hiervoor hoofdstuk 6.
‘Maatwerkvoorziening’ is een gebruikelijke term voor Wmo. Voor jeugdhulp wordt doorgaans de term ‘specialistische zorg’ gebruikt of ‘een individuele voorziening’. Voor de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening bedoelen we in dit kader voorzieningen voor een individuele inwoner, zoals bijstand, minimaregelingen, schuldregelingen en diverse re-integratie instrumenten. 7 De meerkostenregeling Wmo heeft als doel - het verstrekken van een tegemoetkoming aan mensen met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm die als gevolg van een chronische ziekte en/of beperking extra kosten maken voor zelfredzaamheid en participatie. 6
25
MAATWERKVOORZIENINGEN - WAT GAAN WE DOEN? 1. We gaan maatwerkvoorzieningen ombuigen naar preventie en voorliggende voorzieningen 2. We werken in Drents verband aan een aanscherping van het Drents Kwaliteitskader voor meer doelmatigheid 3. We blijven het gesprek voeren met zorgaanbieders over resultaatgericht werken, doelmatige zorg en uitstroom 4. We gaan huishoudens met meer dan drie voorzieningen onderzoeken om te kijken of het effectiever en efficiënter kan
26
4.5. Thema 3: de gemeentelijke toegang: enkelvoudig waar het kan, integraal waar nodig De gemeente is de toegang naar hulp en ondersteuning voor de participatiewet, jeugdhulp en Wmo. Alleen voor jeugdhulp zijn er ook andere verwijzers voor inwoners. De meeste aanvragen (ca. 90%) zijn aanvragen voor één voorziening in een van de drie domeinen. Daar waar de aanvragen meerdere domeinen raken, is een hechte samenwerking intern en extern met partnerorganisaties en aanbieders nodig. Daarom werken we aan een gemeentelijke toegang waar we klantvragen beoordelen. Wat kunnen we enkelvoudig behandelen (binnen één domein)? Wat zijn meervoudige vragen die we integraal moeten behandelen? Dit vereist een bredere kennis van medewerkers om snel een oplossingsrichting te kunnen bepalen en goede onderlinge samenwerking. Daarnaast zijn we in 2021 gestart met sociale teams, niet als loket voor inwoners maar als verbinder rond meervoudige problematiek. De sociale teams signaleren inwoners met meervoudige problematiek en bewaken samenhangende hulp aan deze inwoners. De toegang heeft een verwijsfunctie enerzijds naar zorgaanbieders en anderzijds naar de ‘sociale basis’: eigen kracht, omgevingskracht, het preventie-aanbod en voorliggende voorzieningen.
Daarom is het belangrijk dat de toegangsmedewerkers kennis hebben van het complete aanbod en de contactpersonen in de sociale basis en van het aanbod aan maatwerkvoorzieningen. De uitdaging van de toegang wordt juist te verwijzen naar een zich verder ontwikkelend aanbod in de sociale basis (zonder indicatie), in plaats van naar zorgaanbod (met indicatie). Voor de gemeentelijke toegang naar jeugdhulp (onderdeel CJG) is de extra uitdaging om een hechte samenwerking te hebben met de andere vormen van niet-gemeentelijke toegang (zie 4.7). De inwoner heeft immers voor een groot deel van jeugdhulp keuzevrijheid qua toegang.
Financiële vertaling Met het versterken van de samenwerking, zoals hierboven met sociale teams en met verwijzers jeugdhulp, willen we de transformatie verder helpen en tegelijk een kostenbesparing halen. Zie hiervoor hoofdstuk 6.
27
TOEGANG - WAT GAAN WE DOEN? 1. We gaan de gemeentelijke toegang organiseren vanuit een brede domeinoverstijgende blik 2. De toegang gaat meer verwijzen naar een zich verder ontwikkelend aanbod in de sociale basis (zonder indicatie), in plaats van naar zorgaanbod (met indicatie) 3. We zorgen bij de gemeentelijke toegang voor actuele kennis over aanbod en contactpersonen in de sociale basis per gebied 4. We zorgen bij meervoudige voorzieningen/hulp snel voor duidelijkheid naar de inwoner over de regie: of de inwoner zelf houdt regie of er is één contactpersoon voor alle voorzieningen/hulp
28
4.6. Thema 4: Monitoring en sturing: vinger aan de pols Wat gaan we doen om sturing te houden op de uitvoering van dit programmaplan en hoe gaan we dat doen? Hoe komen we tot nadere analyses en monitoren we de effecten van wat we doen?
Uitvoeringsagenda De thema’s in dit plan worden nader uitgewerkt in een uitvoeringsagenda (zie bijlage 10). We moeten de schouders eronder zetten en hebben daarvoor een organisatievorm nodig met duidelijke taken en rollen. We gaan de agenda jaarlijks bijstellen.
Gemeenteraad De gemeenteraad controleert de uitvoering en de ontwikkeling van het sociaal domein via de P&C cyclus. Met een besluit op dit programmaplan stelt de raad de kaders vast voor de komende vier jaar. De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks bijgesteld, vastgesteld door het college, en vertaald in de begroting met een besluit van de raad. We stellen voor met de nieuwe gemeenteraad vanaf 2022 in gesprek te gaan om de raad mee te nemen in de praktijk en de ontwikkelingen van het sociaal domein, in aanloop ook naar een jaarlijkse uitvoeringsagenda die het college jaarlijks vaststelt. Een jaarlijkse uitvoeringsagenda krijgt de raad om te bespreken.