02c BP BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad West (Bijlagen klein)
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN BIJLAGEN TOELICHTING
BG Noord Hoogeveen deelplan Nijstad West, 2018
ontwerp
22 augustus 2023
Bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, Deelplan Nijstad West, 2018 Gemeente Hoogeveen Status: Ontwerp Datum: 22 Augustus 2023 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2018BP9006009-ON01
BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad West, 2018 NL.IMRO.0118.2018BP9006009-ON01, BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad West, 2018 __________________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk
datum besluit B&W / Raad
publicatiedatum
inzagetermijn
22 aug 2023
6 sept 2023
7 sept 2023 t/m 18 okt 2023
__________________________________________________________________________________________ Vaststellingsbesluit
..................................
Raad van State (onherroepelijk)
...........................................................................
Inhoudsopgave Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Nijstad West Bijlage 2 Bodemonderzoek Waterwoningen Bijlage 3 Bodemonderzoek grondgebonden woningen Bijlage 4 Bodemonderzoek Weidezicht West Bijlage 5 Bodemonderzoek Weidezicht Oost Bijlage 6 Archeologisch onderzoek Bijlage 7 Memo aanvulling op archeologisch onderzoek Bijlage 8 Watertoets Bijlage 9 Peil Nijstad West Bijlage 10 Rapport Flora en Fauna Bijlage 11 Onderzoek Broedvogels Bijlage 12 Onderzoek vleermuizen Bijlage 13 Aerius berekening Bijlage 14 Akoestisch onderzoek Bijlage 15 Geuronderzoek Bijlage 16 Advies Kempenaer Bijlage 17 Notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Nijstad West Bijlage 18 EV- advies Nijstad geheel Bijlage 19 Maatwerk verantwoordinggroepsrisico Bijlage 20 Verkeersonderzoek Nijstad Bijlage 21 Nota vooroverleg
BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad West, 2018 ontwerp
4 52 118 175 229 282 316 318 363 369 374 383 408 455 540 563 575 583 608 622 647
NL.IMRO.0118.2018BP9006009-ON01 2
22 augustus 2023
Bijlagen toelichting
BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad West, 2018 ontwerp
NL.IMRO.0118.2018BP9006009-ON01 3
22 augustus 2023
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan Nijstad West
BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad West, 2018 ontwerp
NL.IMRO.0118.2018BP9006009-ON01 4
22 augustus 2023
Beeldkwaliteitsplan Nijstad
1 | NIJSTAD
PROJECTDATA Projectnaam Beeldkwaliteitsplan Nijstad Locatie Nijstad, Hoogeveen Opgesteld door: Zeinstra Veerbeek Architecten Ilsy-Plantsoen 5 2497 GA Den Haag In samenwerking met:
Gemeente Hoogeveen
Datum:
21 juli 2023
NIJSTAD |2
3 | NIJSTAD
INHOUDSOPGAVE Plangebied 6 Deelgebieden 8 Weidezicht Oost 10 Architectuur 12 Voorterrein 18 Collectief Erf 20 Erfgrenzen 22 Entreelaan + Parkeren 24
Weidezicht West 26 Architectuur 28 Erfgrenzen 32
Nijstad West 34 Architectuur 36 Erfgrenzen 40
Waterwoningen 42 Architectuur 44 Erfgrenzen 46
NIJSTAD |4
Nijstad-West Waterwoningen 5 | NIJSTAD
PLANGEBIED
Recreatiegebied Nijstad
Weidezicht West Weidezicht Oost
NIJSTAD |6
7 | NIJSTAD
DEELGEBIEDEN Rondom Nijstad zijn verschillende deelgebieden: Nijstad West en Waterwoningen, Weidezicht West en Weidezicht Oost. Voor al deze deelgebieden geldt dat de indeling van het omliggende landschap leidend is voor de architectuurstijl en woningtypes. Omdat elk deelgebied een eigen karakteristiek heeft zijn er per onderdeel verschillende criteria uiteengezet, passen bij het woningtype en het landschap. In de verschillende deelgebieden worden er verschillende woningtypes gerealiseerd. Om deze woningen een eenduidige uitstraling mee te geven is er gekozen voor één palet aan kleuren- en materialen. Dit palet zorgt er voor dat de nieuwe ontwikkelingen in het recreatiegebied aansluiten bij hun omgeving qua kleur- en materiaal. Daarnaast zorgt het ervoor dat de nieuwe ontwikkelingen qua vorm en kleur- en materiaal op elkaar afgestemd zijn. De gekozen kleuren en materialen sluiten aan bij het natuurlijke karakter van de plek en de samenkomst tussen water en groen. De kleuren zijn: lichtbruin, beige, warm grijs en antraciet.
NIJSTAD |8
9 | NIJSTAD
WEIDEZICHT OOST
Aan de noord-oostzijde van het plangebied ligt projectgebied Weidezicht oost. Op dit boerenerf worden een 5-tal woningen gerealiseerd. 1 vrijstaand en 2 twee onder één kap woningen. De woningen zijn gegroepeerd om een gemeenschappelijk erf waaraan alle woningen grenzen. Naast het erf heeft elke woning haar eigen tuin en delen ze een parkeerkoffer en een voorterrein dat door de bewoners gezamenlijk wordt ingevuld. Dit wooncollectief is geïnspireerd op het boerenerf. Het woonhuis staat georiënteerd richting de straat met daarachter, gegroepeerd om het erf de schuren. Het woonhuis is een vrijstaande woning. Elke schuur herbergt twee woningen. Alle woningen hebben hun voordeur aan het erf, dit is de plek om buren te ontmoeten en even bij te praten. Heb je behoefte aan privacy, dan is er een eigen tuin aan de achterzijde van de woning. opstelplaats containers
natuurvriendelijke oever laag liggende natte bloemen weide
oprit klinkers kf
lindes
gemengde strakke haag
grondwal
karrespoor grasparkeren en tegel berging greppel halfverharding en vaste planten langs plein Hortensia’s
elzen noot
haag Fagus
struweel
boomgaarden oude fruitbomen
ontwerp 6
NIJSTAD |10
11 | NIJSTAD
WEIDEZICHT OOST // ARCHITECTUUR De locatie Weidezicht Oost wordt een eigentijdse vertaling van het klassieke boerenerf. De architectuur is eigentijds maar refereert aan het verleden. De boerderij is het belangrijkste gebouw van het boerenerf. Ze staat met haar voorgevel als zichtlocatie aan de weg. De schuurwoningen staan achter de boerderij en grenzen aan het boerenerf. In de vormgeving dient er rekening gehouden te worden met de hiërarchie tussen de woningen. De architectuur van de vrijstaande woning refereert aan de boerderij en de tweekappers aan schuren. Dit kan in kapvorm en/of in materiaal worden bereikt. De woningen zijn eigentijds en vormen samen een coherent ensemble. Samenhang tussen de verschillende volumes is daarbij essentieel. Bergingen en bijgebouwen worden in het bouwvolume geïntegreerd. Losse bijgebouwen in de tuinen zijn niet toegestaan, behoudens de collectieve stalling&berging voor tuingereedschap etc. bij de parkeerkoffer. Dit bouwvolume bestaat uit één bouwlaag plat of met een flauwe kap.
impressie van een modern boerenerf
NIJSTAD |12
In de hierarchie tussen de gebouwen is het hoofdgebouw belangrijker dan de schuur, dit komt tot uiting in het volume en architectuur.
De woning heeft een vrij interpretatie van opbouw. Materialen mogen doorlopen van gevel op het dak.
Een lage gootlijn die het dakvlak accentueert.
Dak is dominant en geeft het hoofdgebouw karakter
13 | NIJSTAD
WEIDEZICHT OOST // ARCHITECTUUR Verschijningsvorm – Hoofdgebouw (Vrijstaande woning) • De vorm van het bouwvolume refereert aan het archetype van een boerderij met een voorhuis en schuur. • Het volume heeft een dominante kapvorm. • Een lage gootlijn die het dakvlak accentueert. • Het hoofdhuis heeft een zoekgebied voor de gootlijn tussen: 0,5-1,5 bouwlaag. • Voordeuren aan het erf. • Bergingen en evt. bijgebouwen worden inpandig opgelost, naast het hoofdvolume is het niet toegestaan om andere volumes op het erf te plaatsen. Architectuur • De vorm van het bouwvolume refereert op eigentijdsewijze aan het archetype van een boerderij. • In de hierarchie tussen de gebouwen is het hoofdgebouw belangrijker dan de schuur, dit komt tot uiting in de architectuur. • Duidelijke geleding in de gevel. • Erkers en/of Risaliet maken onderdeel uit van het bouwvolume en worden meeontworpen. • PV panelen worden geïntegreerd in het dakvlak. Materiaalgebruik • De gevels worden uitgevoerd in materialen die natuurlijk verouderen. • Voor de gevels wordt gebruik gemaakt van materialen met een natuurlijke oorsprong zoals: hout, metselwerk of riet. • De kap wordt uitgevoerd in hout, pannen, zink of riet. • De woning heeft een vrije interpretatie van opbouw. Materialen mogen doorlopen van gevel op het dak.
Kapvorm • Het volume wordt uitgevoerd met een (symmetrisch of asymmetrisch) zadeldak of mansarde kap. • Schildkap of kap met een wolfseind is toegestaan. Verschijningsvorm – Schuur (2^1 kapwoningen) • De vorm van het bouwvolume refereert aan het archetype van een boerenschuur/ kapschuur of schuurwoningen. Er mag 1 volume worden uitgevoerd als kapschuur (dwz met a-symmetrische kap, hiervan bevindt de hoge zijde zich aan het erf) • Het volume heeft een dominante kapvorm. • Een lage gootlijn aan de tuinzijde die het dakvlak accentueert. • Voordeuren zijn gesitueerd aan het erf. • Bergingen en evt. bijgebouwen worden inpandig opgelost, naast het hoofdvolume is het niet toegestaan om andere volumes op het erf te plaatsen.
NIJSTAD |14
In de hierarchie tussen de gebouwen is het hoofdgebouw belangrijker dan de schuur, dit komt tot uiting in de architectuur.
De kap wordt uitgevoerd in, pannen, zink of als groen-dak (mos-sedum of gelijkwaardig)
Eventuele pergola’s, dakkapellen, Erkers en/of Risaliet maken onderdeel uit van het bouwvolume en worden meeontworpen.
15 | NIJSTAD
Architectuur • De architectuur van de schuurwoningen refereert naar een moderne interpretatie van een boerenschuur. • Duidelijke geleding in de gevel. • Eventuele pergola’s, dakkapellen, Erkers en/of Risaliet maken onderdeel uit van het bouwvolume en worden meeontworpen. • In de architectuur van de schuurwoningen is de hiërarchie zichtbaar op het erf tussen de boerderij en de schuren. • PV panelen worden geïntegreerd in het dakvlak. • De schuren hebben een heldere opbouw van plint, gevel en dak. Materiaalgebruik • De gevels worden uitgevoerd in materialen die natuurlijk verouderen. • Voor de gevels wordt gebruik gemaakt van materialen met een natuurlijke oorsprong zoals: hout, metselwerk of riet. • De kap wordt uitgevoerd in Hout, pannen, zink of als groen-dak (mos-sedum of gelijkwaardig) Kapvorm • De woning moet worden uitgevoerd met een uitgevoerd met een (symmetrisch of asymmetrisch) zadeldak Verschijningsvorm – Berging • 1 bouwlaag met een plat dak of zadeldak max. 15 graden • Maximaal 1 gebouwd volume. • Maximaal oppervlakte van 25m². Architectuur • De berging wordt in uitstraling familie van de woningen. Materiaalgebruik • De gevels worden uitgevoerd in materialen die natuurlijk verouderen. • Voor de gevels wordt gebruik gemaakt van houten gevelbekleding,
NIJSTAD |16
17 | NIJSTAD
WEIDEZICHT OOST // VOORTERREIN Het voorterrein; langs de toegangslaan zal een collectieve invulling krijgen. Deze invulling is aan de toekomstige bewoners, Voorwaarde voor de invulling is dat deze open zicht voor de naastgelegen boerderij respecteert en dat er een passende agrarische/natuurlijke bestemming voor wordt gevonden. Bijv. een gezamenlijke moestuin, pluktuin, bloemweide, dierenweide of een combinatie hiervan.
Bijv. een gezamenlijke moestuin, pluktuin, dierenweide of een combinatie hiervan.
NIJSTAD |18
opstelplaats containers
natuurvriendelijke oever laag liggende natte bloemen weide
oprit klinkers kf
lindes
grondwal
gemengde strakke haag karrespoor
grasparkeren en tegel berging greppel halfverharding en vaste planten langs plein Hortensia’s
elzen noot
haag Fagus
struweel
boomgaarden oude fruitbomen
ontwerp 6
19 | NIJSTAD
WEIDEZICHT OOST // COLLECTIEF ERF Het daadwerkelijk ‘boerenerf’ is de open ruimte die tussen de verschillende gebouwen overblijft. Het erf is een autovrij gebied waar de gezamenlijkheid van het wonen gestalte kan krijgen. De invulling van het erf moet de plek haar identiteit geven en uitnodigen om de locatie te gebruiken om te ontmoeten. Voorbeelden hiervoor zijn bijv. een markante boom, een waterpomp, een natuurlijke speelplek of een combinatie hiervan. Het erf loopt tot de gevels van de gebouwen en heeft een open, uitnodigend en eenvoudig karakter. Het erf wordt uitgevoerd in een halfverharding. Het erf is evenals de parkeerkoffer en het voorterrein in gezamenlijk eigendom en het beheer ervan wordt georganiseerd in de vorm van een VVE of groenstichting. Hier worden ook afspraken vastgelegd omtrent de erfafscheidingen en bijgebouwen.
Het boerenerf kan gevuld worden met en markante boom, natuurspeelplaats en/ of een terras.
NIJSTAD |20
plein Nobre Cal halfverharding
greppels
greppels
gras parkeren
oprit klinkers kf
oprit klinkers kf
tegels schellevis
9
referentiebee 9
21 | NIJSTAD
plein Nobre Cal halfverharding
g
WEIDEZICHT OOST // ERFGRENZEN De erfgrenzen tussen privé en weidelandschap dienen zorgvuldig en in samenhang te worden ontworpen. Het boerenerf moet naar de omgeving toe een heldere groene omlijsting krijgen en zich als enclave in het landschap presenteren. Er komt dus een natuurlijke erfafscheiding, harde erfscheidingen zoals een gemetselde muur of schuttingen zijn niet toegestaan. Voorbeelden van natuurlijke erfafscheidingen zijn bv. een takkenril, houtwal, gevlochten wilgentenen of brede hagen met bv meidoorn. Er moet in de omlijsting van het erf een combinatie gemaakt worden tussen hoge en lage groenelementen bijvoorbeeld in de vorm van een houtwal met onderbegroeiing. De parkeerkoffer wordt omzoomd door bomen met onderbegroeiing in de vorm van struiken of meerstammige boompjes, zodat de auto’s vanaf de weg uit het zicht komen te staan. De erfafscheidingen binnen het erf zijn ook natuurlijk, maar mogen gecultiveerder zijn, bijvoorbeeld in de vorm van hagen zoals en beuken- of ligusterhaag. Ook hier zijn gebouwde erfscheidingen niet toegestaan. Begrenzen • Algemeen: Gebouwde erfafscheidingen zijn niet toegestaan. Erfgrenzen tussen weide landschap en tuinen
•
Natuurlijke afscheiding zoals takkenril en/of een houtwal met hoge en lage bossages,
Erfgrenzen tussen woningen:
•
Gecultiveerde erfafscheidingen in de vorm van een gemengde haag, liguster- of beukenhaag, gevlochten wilgentenen of brede gemengde haag of gestapelde boomstammen.
Parkeerkoffer
•
De parkeerplaatsen worden omzoomd door heggen, bomen met onderbegroeiing en struiken zodat de auto’s vanaf de weg uit het zicht staan en in de zomer in de schaduw staan.
Een takkenril (l), houtwal (b) of gemengde haag (r) kan als erfgrens worden gebruikt.
NIJSTAD |22
knotwilg
noot
linde
knotwilg els
noot
linde
els
knotwilg
bloemenweide
struweel
noot
beplanting op plein
linde
els
bloemenweide
struweel
beplanting op plein
haag beuk
boomgaard
natuurvriendelijke oever
bloemenweide
struweel
haag beuk
boomgaard
10
beplanting op plein
referentiebeelden
natuurvriendelijke oever
referentiebeelden 10
haag beuk
boomgaard
natuurvriendelijke oever
referentiebeelden 10
23 | NIJSTAD
greppels
WEIDEZICHT OOST // ENTREELAAN + PARKEREN De entree van het erf loopt haaks op de dijkweg Nijstad, begeleid met opgekroonde bomen. Voor de oprit wordt gebruik gemaakt van een eenvoudige verharding zoals klinkers, een halfverharding, karrespoor of open bestrating. De parkeerplaatsen zijn gegroepeerd in een parkeerkoffer zodat de auto’s niet verder het erf op hoeven te rijden en het erf rust uitstraalt. De invulling van de parkeerplaatsen gaat in de vorm van een open bestrating zoals graskeien. De parkeerkoffer wordt omzoomd door struiken en bomen, zodat de auto’s uit het zicht verdwijnen.
ppels
oprit klinkers kf
tegels schellevis
referentiebeelden 9
it klinkers kf
tegels schellevis
referentiebeelden 9
Opgekroonde laanbomen
NIJSTAD |24
tad Nijs
Z36
Z51
VENTIEL Z201
Z200 8R
42 .00
tad Nijs
e sch en eve og Ho
art Va
1379m²
Z198
Z199
GASLEIDING
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 316m² ondiepe greppel
5.00
op de erfafscheiding
7,10+
1296m²
ø 6
3
al
4 .7
0+
6 .0
0+
G
4 .7
PV
C
0+ 1442m²
C
0+ bouwvlak 367m²
D 07
00
4 .9
Z204 Z204
,50 15
1266m²
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 429m²
5.00
0 3,0
PV
ø2
0+
3.00
4 .9
open zicht op landschap afgewisseld met lage begroeiing en opgekroonde bomen
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 411m²
12.00
fietspad
7,10+
PE
ma
0
P01
ge
0 ø2
5 19,1
7,10+
0 8,0
PV
C
ø2
00
Z184
3.00
0+
30 0+
D 08
5 .1
5 .1
2.00
3
4.00 bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 475m²
Z181
1225m²
32
Z189
GASLEIDING 5.00
8.00 3.00 5.0 0
Z65
Z186
Z 203
H
Z218
W Z188
5.00
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 432m²
24 1633m ²
ondiepe greppel op de erfafscheiding
Z188
open zicht op landschap afgewisseld met lage begroeiing en opgekroonde bomen
Z70
openbaar groen 293m ² openbaar fietspad 842m ²
openbaar groen 622m ²
Z178 Z206
36
E ø 63
Z224
paviljoen P
ø 6
Z49
Z180
Z226 Z202
25 | NIJSTAD
Z245
Situatie bkp
WEIDEZICHT WEST Aan de rechterzijde van het recreatiegebied, aansluitend op bestaande bebouwing worden zes percelen voor vrijstaande woningen gerealiseerd. Op elk perceel is ruimte voor een woning en een bijgebouw. Voor de woningen en het bijgebouw geld als hoofdregel dat beide gebouwen qua architectuur en ontwerp familie van elkaar moeten zijn.
NIJSTAD |26
tad Nijs
Z36
Z51
VENTIEL Z201
Z200 8R
42 .00
tad Nijs
e sch en eve og Ho
art Va
1379m²
Z198
Z199
GASLEIDING
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 316m² ondiepe greppel
5.00
op de erfafscheiding
7,10+
1296m²
ø 6
3
al
4 .7
0+
6 .0
0+
G
4 .7
PV
C
0+ 1442m²
C
0+ bouwvlak 367m²
D 07
00
4 .9
Z204 Z204
,50 15
1266m²
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 429m²
5.00
0 3,0
PV
ø2
0+
3.00
4 .9
open zicht op landschap afgewisseld met lage begroeiing en opgekroonde bomen
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 411m²
12.00
fietspad
7,10+
PE
ma
0
P01
ge
0 ø2
5 19,1
7,10+
0 8,0
PV
C
ø2
00
Z184
3.00
0+
30 0+
D 08
5 .1
5 .1
2.00
3
4.00 bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 475m²
Z181
1225m²
32
Z189
GASLEIDING 5.00
8.00 3.00 5.0 0
Z65
Z186
Z 203
H
Z218
W Z188
5.00
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 432m²
24 1633m ²
ondiepe greppel op de erfafscheiding
Z188
open zicht op landschap afgewisseld met lage begroeiing en opgekroonde bomen
Z70
openbaar groen 293m ² openbaar fietspad 842m ²
openbaar groen 622m ²
Z178 Z206
36
E ø 63
Z224
paviljoen P
ø 6
Z49
Z180
Z226 Z202
27 | NIJSTAD
Z245
Situatie bkp
WEIDEZICHT WEST // ARCHITECTUUR Verschijningsvorm – Hoofdgebouw In Weidezicht is ruimte voor 6 woningen met een modern en eigentijds uiterlijk. Elke woning heeft een hoogte van maximaal 2 bouwlagen. De eerste verdieping mag een maximaal oppervlakte hebben van 70% van de begane grond. Architectuur
• • • • •
Duidelijke horizontale geleding in de gevel De woningen hebben een duidelijke voorgevel aan de straat, dit kan de langs- of kopgevel zijn. Eventuele pergola’s, dakkapellen, erkers en/of risaliet maken onderdeel uit van het bouwvolume en worden meeontworpen. De architectuur van de hoofdgebouw in dominant t.o.v. het bijgebouw. In de gevels komt een combinatie van materiaalgebruik terug.
Materiaalgebruik
• • • •
De gevels worden deels uitgevoerd in materialen die natuurlijk verouderen, Voor de gevels wordt gebruik gemaakt van materialen met een natuurlijke oorsprong zoals: hout, metselwerk of riet, daarnaast is stucwerk toegestaan. De dakbedekking wordt uitgevoerd in epdm of groen dak. De woning heeft een vrije interpretatie van opbouw. Materialen mogen doorlopen van gevel op het dak.
Kapvorm
•
De woning moet worden uitgevoerd met een plat dak.
Verschijningsvorm – Bijgebouw • Het bijgebouw is nadrukkelijk familie van het hoofdgebouw en neemt qua verschijningsvorm en architectuur de architectuurstijl van het hoofdgebouw over. Qua formaat is het volume maximaal 1 laag. • De vorm van het bouwvolume is vrij. • Het gebouw is ondergeschikt aan het hoofdvolume. Architectuur
• • •
Duidelijke geleding in de gevel. Eventuele pergola’s, dakkapellen, Erkers en/of Risaliet maken onderdeel uit van het bouwvolume en worden meeontworpen. In de architectuur van het bijgebouw is duidelijk terug te zien dat het ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
NIJSTAD |28
29 | NIJSTAD
Materiaalgebruik
• • • •
De gevels worden deels uitgevoerd in materialen die natuurlijk verouderen. Voor de gevels wordt gebruik gemaakt van materialen met een natuurlijke oorsprong zoals: hout, metselwerk of riet. Daarnaast is stucwerk toegestaan. De dakbedekking wordt uitgevoerd in epdm of groen dak. Het bijgebouw heeft een vrij interpretatie van opbouw. Materialen mogen doorlopen van gevel op het dak.
Kapvorm
•
De woning moet worden uitgevoerd met een plat dak.
NIJSTAD |30
tad Nijs
Z36
Z51
VENTIEL Z201
Z200 8R
42 .00
tad Nijs
e sch en eve og Ho
art Va
1379m²
Z198
Z199
GASLEIDING
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 316m² ondiepe greppel
5.00
op de erfafscheiding
7,10+
1296m²
ø 6
3
al
4 .7
0+
6 .0
0+
G
4 .7
PV
C
0+ 1442m²
C
0+ bouwvlak 367m²
D 07
00
4 .9
Z204 Z204
,50 15
1266m²
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 429m²
5.00
0 3,0
PV
ø2
0+
3.00
4 .9
open zicht op landschap afgewisseld met lage begroeiing en opgekroonde bomen
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 411m²
12.00
fietspad
7,10+
PE
ma
0
P01
ge
0 ø2
5 19,1
7,10+
0 8,0
PV
C
ø2
00
Z184
3.00
0+
30 0+
D 08
5 .1
5 .1
2.00
3
4.00 bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 475m²
Z181
1225m²
32
Z189
GASLEIDING 5.00
8.00 3.00 5.0 0
Z65
Z186
Z 203
H
Z218
W Z188
5.00
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 432m²
24 1633m ²
ondiepe greppel op de erfafscheiding
Z188
open zicht op landschap afgewisseld met lage begroeiing en opgekroonde bomen
Z70
openbaar groen 293m ² openbaar fietspad 842m ²
openbaar groen 622m ²
Z178 Z206
36
E ø 63
Z224
paviljoen P
ø 6
Z49
Z180
Z226 Z202
31 | NIJSTAD
Z245
Situatie bkp
WEIDEZICHT WEST // ERFGRENZEN De erfgrenzen tussen privé en weidelandschap dienen zorgvuldig en in samenhang te worden ontworpen. De vijf oostelijke percelen moeten naar de omgeving toe een heldere groene omlijsting krijgen en zich als geheel in het landschap presenteren. Het westelijke perceel moet zich nauwkeurig inpassen tussen de al gerealiseerde woningen/percelen. Er komt dus een natuurlijke erfafscheiding, harde erfscheidingen zoals een gemetselde muur of schuttingen zijn niet toegestaan. Voorbeelden van natuurlijke erfafscheidingen zijn bv. een takkenril, houtwal, gevlochten wilgentenen of brede hagen met bv meidoorn. Er moet in de omlijsting van percelen een combinatie gemaakt worden tussen hoge en lage groenelementen zoals volwassen bomen met onderbegroeiing. In de omlijsting mogen openingen ten behoeve zichtlijnen vanuit de woning naar het landschap worden gehandhaafd. De erfafscheidingen tussen de verschillende percelen zijn ook natuurlijk, maar mogen gecultiveerder zijn, bijvoorbeeld in de vorm van hagen zoals en beuken- of ligusterhaag. Ook hier zijn gebouwde erfscheidingen niet toegestaan. Begrenzen • Algemeen: Gebouwde erfafscheidingen zijn niet toegestaan. Erfgrenzen tussen weide landschap en tuinen
•
Een natuurlijke afscheiding zoals houtwal met volwassen bomen en onderbegroeiing. Gecombineerd met een ondiepe greppel. 70% van de afscheiding dient begroeid te zijn. 30% is open voor zichtlijnen vanuit de woning naar het landschap.
Erfgrenzen tussen woningen
•
Gecultiveerde erfafscheidingen in de vorm van een gemengde haag, liguster- of beukenhaag.
Een houtwal met volwassen bomen en onderbegroeiing.
Een gemengde haag
NIJSTAD |32
Z67
4
44 2
22
Z134
Z79
Z164
Z138
ERFGRENS
mandelige weg
GASLEIDING
nobrecal 518m
²
g we nse hte Ec
2214m² mandelig
225m
5. 00
groen 285m
225m
²
²
nobrecal 165m
²
730m
²
idin
sle
Ga
g we se en ht Ec
bouwvlak bijgebouw 187m² 280m
5.0 0
g
bouwvlak hoofdgebouw 336m²
5.00
5.0 0
2586m²
²
3.00 700m ²
0 5.0
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 558m²
openbaar 644m²
ca.6 .60+ NAP
opstelplaats vuilcontainers 18 containers (60x75cm)
openbaar klinkers 497m
Z42
mandelig groen
²
660m
²
ca.4 .00+ NAP
²
ca.5 .90+ NAP ca.5 .60+ NAP
117m
ruimte gereserveerd voor optionele betonnen oeverzwaluw nestplaats
brinkje 155m ²
663m
97m
²
801m
²
²
nobrecal 195m
²
Z2 GASLEIDING
Situatie bkp
33 | NIJSTAD
786m
²
1:500
NIJSTAD-WEST (OEVERZWALUWPLAS) Twee ruime woningen die qua architectuur familie van elkaar zijn. De architectuur is eigentijds maar mag subtiel verwijzen naar het verleden van het gebied. Op elk perceel mag één hoofdgebouw en één bijgebouw geplaatst worden. Het hoofd- en bijgebouw mogen geschakeld of vrijstaand worden geplaatst. Het bijgebouw is hiërarchisch ondergeschikt aan het hoofdgebouw qua nok- en goothoogte. De ambitie is om rond de erven een natuurlijke begrenzing te maken van bomen en struiken.
Een moderne interpretatie van de boerderij met meeontworpen bijgebouw.
Het bijgebouw is meeontworpen maar ondergeschikt aan het hoofdgebouw in hiërarchie.
NIJSTAD |34
Z67
4
44 2
22
Z134
Z79
Z164
Z138
ERFGRENS
mandelige weg
GASLEIDING
nobrecal 518m
²
g we nse hte Ec
2214m² mandelig
225m
5. 00
groen 285m
225m
²
²
nobrecal 165m
²
730m
²
idin
sle
Ga
g we se en ht Ec
bouwvlak bijgebouw 187m² 280m
5.0 0
g
bouwvlak hoofdgebouw 336m²
5.00
5.0 0
2586m²
²
3.00 700m ²
0 5.0
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 558m²
openbaar 644m²
ca.6 .60+ NAP
opstelplaats vuilcontainers 18 containers (60x75cm)
openbaar klinkers 497m
Z42
mandelig groen
²
660m
²
ca.4 .00+ NAP
²
ca.5 .90+ NAP ca.5 .60+ NAP
117m
ruimte gereserveerd voor optionele betonnen oeverzwaluw nestplaats
brinkje 155m ²
663m
97m
²
801m
²
²
nobrecal 195m
²
Z2 GASLEIDING
Situatie bkp
35 | NIJSTAD
786m
²
1:500
NIJSTAD-WEST // ARCHITECTUUR Verschijningsvorm – Hoofdgebouw • De vorm van het bouwvolume refereert aan het archetype van een boerderij met een opbouw van 1-1,5laag + kap. In de kap mogen meerdere verdiepingen gerealiseerd worden. • Het volume heeft een dominante kapvorm. • Een lage gootlijn die het dakvlak accentueert. Architectuur
• • • • •
Duidelijke geleding in de gevel. De woningen hebben een duidelijke voorgevel aan de straat, dit kan de langs- of kopgevel zijn. Eventuele pergola’s, dakkapellen, erkers en/of Risaliet maken onderdeel uit van het bouwvolume en worden meeontworpen. In de hierarchie tussen de gebouwen is het hoofdgebouw belangrijker dan de schuur, dit komt tot uiting in de architectuur. PV panelen worden geïntegreerd in het dakvlak.
Materiaalgebruik
• • • •
De gevels worden uitgevoerd in materialen die natuurlijk verouderen. Voor de gevels wordt gebruik gemaakt van materialen met een natuurlijke oorsprong zoals: hout, metselwerk of riet. De kap wordt uitgevoerd in hout, pannen, zink of riet. De woning heeft een vrij interpretatie van opbouw. Materialen mogen doorlopen van gevel op het dak.
Kapvorm
• •
De woning moet worden uitgevoerd met een zadeldak of masardekap Schildkap of kap met een wolfseind is toegestaan.
De vorm van het bouwvolume refereert aan het archetype van boerenschuur met een opbouw van 1-1,5laag + kap
Duidelijke gelelding in de gevel.
NIJSTAD |36
Het bijgebouw is meeontworpen maar ondergeschikt aan het hoofdgebouw in hiërarchie.
Het bijgebouw is meeontworpen maar ondergeschikt aan het hoofdgebouw in hiërarchie.
37 | NIJSTAD
Verschijningsvorm – Bijgebouw Het bijgebouw is nadrukkelijk familie van het hoofdgebouw en neemt qua verschijningsvorm en architectuur de architectuurstijl van het hoofdgebouw over. Qua formaat is het volume maximaal 1laag met een kap. • • •
De vorm van het bouwvolume refereert aan het archetype van boerenschuur met een opbouw van 1-laag + kap. Het gebouw is ondergeschikt aan het hoofdvolume. Een lage gootlijn die het dakvlak accentueert.
Architectuur
• • •
Duidelijke geleding in de gevel. Eventuele pergola’s, dakkapellen maken onderdeel uit van het bouwvolume en worden meeontworpen. In de hierarchie tussen de gebouwen is het bijgebouw ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Dit komt tot uiting in de architectuur.
Materiaalgebruik
• • • •
De gevels worden uitgevoerd in materialen die natuurlijk verouderen. Voor de gevels wordt gebruik gemaakt van materialen met een natuurlijke oorsprong zoals: hout, metselwerk of riet. De kap wordt uitgevoerd in hout, pannen, zink of riet. Het bijgebouw heeft een vrije interpretatie van opbouw. Materialen mogen doorlopen van gevel op het dak.
Kapvorm
• •
Het bijgebouw moet worden uitgevoerd met een zadeldak max 30 graden. Schildkap of kap met een wolfseind is niet toegestaan.
NIJSTAD |38
Z67
4
44 2
22
Z134
Z79
Z164
Z138
ERFGRENS
mandelige weg
GASLEIDING
nobrecal 518m
²
g we nse hte Ec
2214m² mandelig
225m
5. 00
groen 285m
225m
²
²
nobrecal 165m
²
730m
²
idin
sle
Ga
g we se en ht Ec
bouwvlak bijgebouw 187m² 280m
5.0 0
g
bouwvlak hoofdgebouw 336m²
5.00
5.0 0
2586m²
²
3.00 700m ²
0 5.0
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 558m²
openbaar 644m²
ca.6 .60+ NAP
opstelplaats vuilcontainers 18 containers (60x75cm)
openbaar klinkers 497m
Z42
mandelig groen
²
660m
²
ca.4 .00+ NAP
²
ca.5 .90+ NAP ca.5 .60+ NAP
117m
ruimte gereserveerd voor optionele betonnen oeverzwaluw nestplaats
brinkje 155m ²
663m
97m
²
801m
²
²
nobrecal 195m
²
Z2 GASLEIDING
Situatie bkp
39 | NIJSTAD
786m
²
1:500
NIJSTAD-WEST // ERFGRENZEN Begrenzen Algemeen
•
Gebouwde erfafscheidingen zijn niet toegestaan.
Erfgrenzen tussen weide landschap en tuinen
•
Een natuurlijke afscheiding in de vorm van een houtwal met gebiedseigen bomen met onderbegroeiing en struiken. Het is toegestaan om enkele bomen hoger te snoeien voor het behoud van zichtlijnen vanuit de woning
Erfgrenzen tussen straat en tuin
•
Gecultiveerde erfafscheidingen in de vorm van een gemengde haag, liguster- of beukenhaag. Evt. gecombineerd met enkele bomen en struiken.
Erfgrenzen tussen tuinen
•
Natuurlijke afscheiding in de vorm van een houtwal met gebiedseigen bomen met onderbegroeiing en struiken.
Een houtwal met volwassen bomen en onderbegroeiing.
Een gemengde haag
NIJSTAD |40
Z79
Z164
305m ² nobrecal 160m
Z138
ERFGRENS
231m
2210m
250m
nobrecal
mandelige weg
GASLEIDING
nobrecal 518m
160m
²
930m ²
²
²
² 671m
² 725m
²
²
² mandelig
225m
5.0 0
groen 285m
225m
²
165m
²
² 735m
nobrecal ²
730m
²
²
g idin sle Ga
eg ew ns te ch
bouwvlak bijgebouw 185m2 bouwvlak hoofdgebouw 338m2 5.0 0
280m
5.00
5.0 0
²
700m²
VW
KK
2535m
²
3.00
KK
0 5.0
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 555m ² openbaar ²
ruimte gereserveerd voor optionele betonnen oeverzwaluw nestplaats
VW
KK
644m
²
openbaar klinkers 497m
mandelig groen
²
660m
²
ca.4 .00+ NAP
ca.6 .60+ NAP
opstelplaats vuilcontainers 18 containers (60x75cm)
Z42
ca.5 .90+ NAP ca.5 .60+ NAP
117m
brinkje 155m ²
663m
97m
²
801m
²
²
nobrecal 195m
²
Z2 786m
GASLEIDING
663m
²
790m 486m
mandelige weg nobrecal 757m
²
²
²
486 m2
Z139
²
nobrecal 205m
²
811m
mandelig 1130m
²
521m
²
² 829m
580m
²
²
Z8
nobrecal 225m
²
1008m ² 750m
² 1121m² 773m ²
nobrecal 215m
Z1
950m ²
²
623m ²
918m ²
580m ²
GASLEIDING
nobrecal 205m
²
1167m ² 448m ²
Q1794
8.0 0 x 10 .5 0 8.0 0
beekdal met
x 10 .5 0
stuw als
8.0 0x 8.0 0x
10 .50
overloop plas
10 .50
5.9 0+
41 | NIJSTAD
Situatie
WATERWONINGEN In de westelijke plas van recreatiegebied Nijstad worden 16 drijvende woningen gerealiseerd. Hiervan komen 6 woningen aan de noordoever en 10 woningen aan de westoever. Drijvend wil zeggen: niet met een vaste ondergrond of steunend op de bodem dmv heipalen, wel voorzien van een afmeervoorziening zoals meerpalen om afdrijven te voorkomen. Drijvende woningen hebben als voordeel mee te bewegen met de waterpeilen, waardoor de beleving van het water vanuit de woning en het drijvend terras mogelijk is. Er wordt uitgegaan van twee clusters van waterwoningen. Alle woningen worden per twee gekoppeld en ontsloten door een gemeenschappelijke pier/vlonder. Het parkeren voor zowel de bewoner als bezoeker wordt gerealiseerd op de oever. Dit moet passen binnen het groene karakter van de oevers en de omgeving van de plassen. Hierbij wordt ook een berging gerealiseerd en is er de mogelijkheid om deze te combineren met een garage. Voor het parkeren en de berging/garage/carport bij de waterwoningen geldt dat dit moet worden mee ontworpen in de opgave van de waterwoningen. Het drijvende huis combineert de vrijheid van een woonboot met het comfort van een vrijstaand huis. De waterwoningen krijgen een specifieke uitstraling die aansluit op de natuurlijke verschijning van de plas.
De woningen sluiten niet direct aan op de woongebieden rondom de Nijstad plas maar vormen een eenheid met de plas en het achterliggende groen. De ligging van de drijvende woningen in een natuurlijke omgeving vraagt een passende uitstraling van de gebouwen. Deze is te kenschetsen als ontspannen en ongedwongen. Door gebruik te maken van natuurlijke materialen en een plat dak wordt een harmonieus en rustig beeld gecreëerd. Op afstand dienen de drijvende woningen op te gaan in het landschappelijke decor. Op elk perceel is het toegestaan om één drijvende woning te realiseren en één bijgebouw/berging/garage. Tevens is per woning één drijvend terras mogelijk, positie zoals in de overzichtstekening. Buiten het vlak zoals aangeduid op het stedenbouwkundig plan is het niet toegestaan vlonders te realiseren dan wel in gebruik te hebben, wel zijn er maximaal 4 kleine drijvende natuureilanden toegestaan op het eigen kavel
NIJSTAD |42
Waterwoning verschijningsvorm 2 bouwlagen in hout
Drijvend natuureiland
Drijvend terras
43 | NIJSTAD
WATERWONINGEN // ARCHITECTUUR Verschijningsvorm – Waterwoning •
1,5-2 bouwlagen met een plat dak
• • •
Duidelijke geleding in de gevel De woningen zijn alzijdig ontworpen en hebben een voorgevel kwaliteit rondom. Het terras/vlonder wordt mee ontworpen met de woning
• • •
De gevels worden uitgevoerd in materialen die natuurlijk verouderen. Voor de gevels wordt gebruik gemaakt van houten gevelbekleding, Het basement wordt uitgevoerd in beton of compostiet.
•
De woning moet worden uitgevoerd met een plat dak.
Architectuur
Materiaalgebruik
Kapvorm
Verschijningsvorm – drijvend terras/natuureilanden • •
op de drijvende terrassen mogen geen schutting/windscherm hoger dan 1.20 M geplaatst worden, op de drijvende natuureilanden is geen gebouwde schutting oid toegestaan. Afmeting drijvend terras maximaal 8x8 M, voor de drijvende natuureilanden max 6 M2/eiland
Materiaalgebruik
•
materiaal van het dek drijvend terras gelijk aan de gevelbekleding woning, bovenzijde drijvende natuureilanden bestaat uit natuurlijke materialen en planten
Verschijningsvorm – Berging/Garage • • •
1 bouwlaag met een plat dak Maximaal 1 gebouwd volume. Maximaal oppervlakte van 35m2.
•
De berging/garage/carport wordt in uitstraling en vormentaal familie van de waterwoning.
Architectuur
Materiaalgebruik
• •
De gevels worden uitgevoerd in materialen die natuurlijk verouderen. Voor de gevels wordt gebruik gemaakt van houten gevelbekleding,
•
De berging moet worden uitgevoerd met een plat dak.
Kapvorm
NIJSTAD |44
Z79
Z164
305m ² nobrecal 160m
Z138
ERFGRENS
231m
2210m
250m
nobrecal
mandelige weg
GASLEIDING
nobrecal 518m
160m
²
930m ²
²
²
² 671m
² 725m
²
²
² mandelig
225m
5.0 0
groen 285m
225m
²
165m
²
² 735m
nobrecal ²
730m
²
²
g idin sle Ga
eg ew ns te ch
bouwvlak bijgebouw 185m2 bouwvlak hoofdgebouw 338m2 5.0 0
280m
5.00
5.0 0
²
700m²
VW
KK
2535m
²
3.00
KK
0 5.0
bouwvlak hoofdgebouw + bijgebouw 555m ² openbaar ²
ruimte gereserveerd voor optionele betonnen oeverzwaluw nestplaats
VW
KK
644m
²
openbaar klinkers 497m
mandelig groen
²
660m
²
ca.4 .00+ NAP
ca.6 .60+ NAP
opstelplaats vuilcontainers 18 containers (60x75cm)
Z42
ca.5 .90+ NAP ca.5 .60+ NAP
117m
brinkje 155m ²
663m
97m
²
801m
²
²
nobrecal 195m
²
Z2 786m
GASLEIDING
663m
²
790m 486m
mandelige weg nobrecal 757m
²
²
²
486 m2
Z139
²
nobrecal 205m
²
811m
mandelig 1130m
²
521m
²
² 829m
580m
²
²
Z8
nobrecal 225m
²
1008m ² 750m
² 1121m² 773m ²
nobrecal 215m
Z1
950m ²
²
623m ²
918m ²
580m ²
GASLEIDING
nobrecal 205m
²
1167m ² 448m ²
Q1794
8.0 0 x 10 .5 0 8.0 0
beekdal met
x 10 .5 0
stuw als
8.0 0x 8.0 0x
10 .50
overloop plas
10 .50
5.9 0+
45 | NIJSTAD
Situatie
WATERWONINGEN // ERFGRENZEN Elke woning heeft perceel dat deels op het land en deels in het water ligt. Het is van groot belang dat het deel van het perceel dat op het land ligt naadloos overgaat in het omliggend landschap. De erfgrens dient dan ook subtiel, zorgvuldig en in samenhang met de omgeving worden vormgegeven, dit kan middels enkele planten, zwerfkeien of een ondiepe greppel De bijgebouwen en parkeerplaatsen op het land moeten nauwkeurig worden ingepast in het oeverlandschap. De parkeer/bergingsclusters worden deels omzoomd door bomen met onderbegroeiing in de vorm van struiken of meerstammige boompjes zodat de bergingen en parkeerplaatsen gezien vanaf de weg uit het zicht komen te staan. Algemeen • Gebouwde erfafscheidingen zijn niet toegestaan. Erfgrenzen tussen mandelig gebied of straat en de tuin
• •
Uitvoeren als een ondiepe greppel Als markering van de erfgrens kunnen (Drentse) keien worden gebruikt.
Erfgrenzen water
•
(drijvende) erfafscheidingen in en op het water in welke vorm of hoedanigheid dan ook zijn niet toegestaan, waaronder mede wordt verstaan (drijvende) plantenbakken, ballenlijnen, (drijvende) schuttingen of andere voorzieningen
Een rij van meerdere zwerkeien markeerd de erfgrens.
Een takkenril (b), gemengde haag (r) kan als omlijsting worden gebruikt.
NIJSTAD |46
Bijlage 2
Bodemonderzoek Waterwoningen
BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad West, 2018 ontwerp
NL.IMRO.0118.2018BP9006009-ON01 52
22 augustus 2023
Verkennend Bodemonderzoek Waterwonen, Nijstad
Lijst met aanpassingen Versie:
Datum:
Beschrijving van de wijziging:
Herzien:
Vrijgegeven door:
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.
Verantwoording Titel: Onderwerp: Projectnummer: Klant: Versie: Referentienummer Datum:
Verkennend bodemonderzoek Waterwonen, Nijstad 51009735 Familie Mulder 1 NL22-648800269-25339 03-06-2022
Auteur: E-mailadres:
Patrick Vriese patrick.vriese@sweco.nl
Gecontroleerd door: Paraaf gecontroleerd:
Thijs Leverink
Vrijgegeven door: Paraaf vrijgegeven:
Hilde Boon
2/26
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3
Inleiding ................................................................................................................................................... 4 Algemeen ................................................................................................................................................4 Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................................ 4 Opbouw van het rapport .......................................................................................................................... 4
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Vooronderzoek ........................................................................................................................................ 5 Algemeen ................................................................................................................................................5 Locatiegegevens .....................................................................................................................................5 Conclusies vooronderzoek ....................................................................................................................10 Onderzoekshypothese en -strategie .....................................................................................................10
3 Veldonderzoek .......................................................................................................................................11 3.1 Uitgevoerde veldwerkzaamheden .........................................................................................................11 3.2 Werkwijze ..............................................................................................................................................11 3.2.1 Boringen .............................................................................................................................................11 3.2.2 Monstername Grondwater ..................................................................................................................11 3.3 Zintuigelijke waarnemingen en veldmetingen .......................................................................................12 4
Laboratoriumonderzoek ........................................................................................................................13
5 Resultaten .............................................................................................................................................14 5.1 Toetsingskaders ....................................................................................................................................14 5.1.1 Wet Bodembescherming (Wbb) .........................................................................................................14 5.1.2 Besluit bodemkwaliteit (Bbk) ..............................................................................................................14 5.2 Mate van bodemverontreiniging (Wbb-toetsing) ...................................................................................14 5.3 Hergebruik van grond (Bbk-toetsing) ....................................................................................................16 6 6.1 6.2 6.3
Interpretatie ...........................................................................................................................................17 Verontreinigingssituatie .........................................................................................................................17 Noodzaak tot vervolgonderzoek ............................................................................................................17 Hergebruik grond ...................................................................................................................................17
7 7.1 7.2
Conclusie en advies ..............................................................................................................................18 Conclusie ...............................................................................................................................................18 Advies ....................................................................................................................................................18
Bijlage 1 Ligging onderzoekslocatie Bijlage 2 Kaart onderzoekslocatie Bijlage 3 Vooronderzoek Bijlage 4 Boorbeschrijvingen Bijlage 5 Analysecertificaten Bijlage 6 Toetsing Bijlage 7 Toetsingskader Bijlage 8 Kwaliteitsborging
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/rapportage waterwonen.docm
3/26
1 1.1
Inleiding Algemeen
In opdracht van familie Mulder heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Nijstad Hoogeveen, kadastrale percelen: Gemeente Hoogeveen, sectie Z, perceelnummer 2, 9, 139, 140 en 217. Voor het verkennend bodemonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksnormen: · NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; · NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond.
1.2
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is: de voorgenomen herinrichting van de locatie om woningontwikkeling te kunnen realiseren en de daarbij voorgenomen terreinoverdrachten (verkoop van de locatie). In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) noodzakelijk. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn.
1.3
Opbouw van het rapport
Het voorliggende rapport is als volgt opgebouwd: • het vooronderzoek en bepaling onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2); • het veldonderzoek (hoofdstuk 3); • het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); • de resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 5); • de interpretatie van de resultaten (hoofdstuk 6); • de conclusies en het advies (hoofdstuk 7). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
4/18
2
Vooronderzoek
2.1
Algemeen
Voor het vooronderzoek is de onderzoekssystematiek gevolgd, behorend bij aanleiding: A. ''opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek''uit de NEN 5725. Voor het bodem- en asbestonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725, waarbij is aangesloten bij de strategie voor aanleiding A 'Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'. Het vooronderzoek resulteert in een conclusie en een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn, indien van toepassing, beschreven in de tekst. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging.
2.2
Locatiegegevens
De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. In tabel 2-1 zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2-1:
Overzicht locatiegegevens
Adres locatie
Nijstad, Hoogeveen. Nabij nummer 2, 4 en 6.
Kadastrale gegevens locatie
Gemeente Hoogeveen, sectie Z, perceelnummer 2, 9, 139, 140 en 217.
Eigenaar locatie
Familie Mulder, Gemeente Hoogeveen
Coördinaten
224397, 524887
Lengte locatie (in m)
Circa 330
Breedte locatie (in m)
Circa 40
Oppervlakte locatie (in m²)
13255
waarvan bebouwd (in m²)
0
Huidig gebruik
Landbouw
Verhardingen
Niet aanwezig
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
5/18
Afbeelding 2-1 Onderzoekslocatie
Afbeelding 2-2 Ontwerp toekomstige situatie (wit, linksboven, met beplanting omlijnd)
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
6/18
Bodemkwaliteitskaart In het rood omcirkelde gebied bevindt zicht het onderzoeksgebied.
Afbeelding 2-3 Bodemkwaliteitskaart Drenthe
Het onderzoeksgebied heeft klasse landbouw/natuur.
Historisch bodemgebruik
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
7/18
Afbeelding 2-4 Historische kaarten
Er zijn in het verleden verschillende sloten gedempt. In de jaren ‘90 van de 20e eeuw is begonnen met de zandwinningplas waar het onderzoeksgebied zich aan bevindt. Asbest Er zijn in het plangebied enkele sloten gedempt. In theorie zijn slootdempingen verdacht vanwege het gebruik van mogelijk gebiedsvreemde of bodemvreemd materiaal. Echter gezien de dempingsperiode (na 2000) wordt deze verdenking op een bodemverontreiniging als nihil geschouwd. Archeologie Op basis van het bestemmingsplan blijkt dat geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Verder onderzoek naar archeologie is tijdens onderhavig onderzoek achterwege gelaten.
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
8/18
Activiteiten/bronnen van bodembelasting Op de locatie zijn geen potentieel verontreinigde activiteiten bekend in het heden of uit het verleden. PFAS Binnen het gebied hebben geen (voormalige) activiteiten plaatsgevonden, die het onderzoeksgebied verdacht maakt op de parameter PFAS.
Huidig en toekomstig bodemgebruik Het huidig gebruik van de locatie is agrarisch. In de toekomst is woningbouw gepland.
Bodemopbouw en geohydrologie
Afbeelding 2-5 Uitsnede bodemgegevens dinoloket
De ondergrond bestaat uit zand met op circa 0,40 tot 0,50 cm -mv een laagje grind. De grondwaterstand is circa 1,2 m -mv.
Dossieronderzoek Uit het bodemloket zijn gegevens opgenomen van de onderzoekslocatie en het gebied binnen 25 m van de onderzoekslocatie. Uit deze blijkt dat het volgende onderzoek is uitgevoerd: 1) Verkennend onderzoek NEN 5740, Wijsterseweg, Voltastraat, Achteromsedijk, Koedijk, Molenoevers, gemeente Hoogeveen (Verkennend bodem-, asfalt, en fundatieonderzoek), uitgevoerd door Buro Hollema BV, projectnummer 008768/205707-10/R02, 26-01-2016. De gegevens zijn volgens het bodemloket aanwezig, de status is onbekend.
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
9/18
Verontreinigingsituatie grond en grondwater Er is geen verhoging van stoffen bekend in het grond en grondwater. Asbest Mogelijk in gedempte sloten.
Resultaten terreinverkenning Voor uitvoeren van de veldwerkzaamheden is een terreinverkenning uitgevoerd op 1 april 2022 door meneer E. Veldman van Sweco Nederland B.V. Een locatie-inspectie betreft een indicatieve inspectie van de locatie gericht op het huidige gebruik, kenmerken die kunnen duiden op bodemverontreiniging en het vaststellen van de mogelijke aanwezigheid van asbest. Tijdens de locatieinspectie zijn geen aanwijzingen geconstateerd die kunnen duiden op een bodemverontreiniging.
2.3
Conclusies vooronderzoek
Op basis van de conclusies uit vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie als onverdacht beschouwd.
2.4
Onderzoekshypothese en -strategie
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt in tabel 2-3 de gehanteerde hypothese en onderzoeksstrategie gedefinieerd. Tabel 2-3
Hypothese en onderzoeksstrategie
Deellocatie
Oppervlakte
Bodemlaag
(m )
(m -mv)
2
Waterwonen
13.255 m
0,00 – 3,00
2
Hypothese
Strategie
onverdacht
ONV-NL
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
10/18
3
Veldonderzoek
3.1
Uitgevoerde veldwerkzaamheden
Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd. In tabel 3-1 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden beschreven: Tabel 3-1:
Uitgevoerd veldwerk
Locatie
Bodemlaag
Oppervlakte
(m -mv)
(m2)
0,00 – 2,60
13.255
Waterwonen
Strategie
ONV-NL
Boring
Diepte
Boring met peilbuis
Filterdiepte
Aantal
(m-mv)
Aantal
(m-mv)
16
0,50
3
2,00
1
2,50
1
1,50 - 2,50
1
2,60
1
1,70 - 2,70
ONV-NL: Onverdacht niet lijnvormig uit de NEN 5740.
Het plaatsen van boringen en peilbuizen en de bemonstering van het grondwater is uitgevoerd door Sweco Nederland B.V. - VB-082/04 op respectievelijk 1 april 2022 en 8 april 2022. Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemen waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001 en 2002 (zie bijlage 8). Het veldwerk en de bemonstering van de peilbuizen is uitgevoerd door de heer Veldman van Sweco Nederland B.V. - VB-082/04. De locaties van de boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 2. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen afwijkingen van de NEN5740 opgetreden.
3.2
Werkwijze
3.2.1
Boringen
Bij het verrichten van boringen is de grondsoort bepaald (klei, zand en/of veen) en is (visueel) geïnspecteerd op zintuiglijke verontreinigingen en eventueel andere afwijkende kenmerken. De boringen zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 3.
3.2.2
Monstername Grondwater
Uit de geplaatste peilbuizen zijn grondwatermonsters genomen. Bij de bemonstering zijn de volgende werkzaamheden verricht: • Het opnemen van de grondwaterstand in de peilbuizen. • Het bepalen van de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (Ec) en de troebelheid (NTU) van het grondwater. • Het nemen van grondwatermonsters uit de peilbuizen. Hierbij is geen afwijking van protocol 2002 opgetreden.
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
11/18
3.3
Zintuigelijke waarnemingen en veldmetingen
Er zijn geen zintuiglijke waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. In de vrijkomende grond zijn geen indicaties aangetroffen van voormalige slootdempingen. In tabel 3-2 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3-2:
Resultaten veldmetingen grondwater
Peilbuis Filterstelling (m-mv) Waterwonen WW02 1,70 - 2,70 WW17 1,50 - 2,50
Grondwater- pH stand (m -mv) (-)
EC
0,95 0,52
540 1020
6,2 6,0
(µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Belucht
Bijzonderheden
12,4 2,13
Nee Nee
Nee Nee
Een eventueel afwijkende zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) of troebelheid (NTU, Nephelometric Turbidity Units) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Bij een troebelheid >10 moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de concentraties aan relatief zware organische verbindingen beïnvloed zijn door de troebelheid van het water. De in tabel 3-2 weergegeven waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen worden niet als afwijkend beschouwd. De gemeten waarden voor troebelheid liggen ruim onder de 10 bij het monster WW17 waardoor verwacht wordt dat de NTU geen invloed heeft op de analyseresultaten. Bij WW02 kan de troebelheid van 12,4 lichte invloed hebben gehad op de meetresultaten.
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
12/18
4
Laboratoriumonderzoek
Op basis van de visuele inspectie zijn monsters geselecteerd voor analyse. De monsterselectie is opgenomen in de tabel 5-1 en 5-2. De grond- en grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de standaardpakketten van de NEN5740. In tabel 4-3 wordt de samenstelling van deze pakketten weergegeven. De geselecteerde monsters zijn in het laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 5. Tabel 4-1:
Parameters in standaardstoffenpakketten
Grond
Grondwater
• Bodemkenmerken (organische stof en lutum) • Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink) • Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 van VROM)
• Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink) • Vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl, 17 stuks) • Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) • Minerale olie
• Minerale olie
In bijlage 5 zijn geen afwijkingen op de analyseprotocollen vermeld. Op de analyseresultaten staan ook resultaten van twee andere deelgebieden waar onderzoek heeft plaatsgevonden, te weten Nijstad West en Weidezicht Oost. Dit geldt ook voor de toetsingsresultaten van hoofdstuk 5.
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
13/18
5
Resultaten
5.1
Toetsingskaders
5.1.1
Wet Bodembescherming (Wbb)
Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013 (Wbb-toetsing). De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Aanvullend op de Circulaire bodemsanering toetst Sweco ook aan de tussenwaarde. Dat is het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde. Deze toetsing geeft, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart en locatiespecifieke kenmerken, een indicatie voor de noodzaak tot nader onderzoek. Bij de toetsing wordt gebruikt gemaakt van de ’bodemindex’ (+index). Deze index geeft aan in welke mate er een overschrijding is of niet. • • • •
Index < 0
: Toetsing onder streefwaarde of achtergrondwaarde, Schoon. 0 < Index <= 0,5 : Toetsing tussen streefwaarde of achtergrondwaarde en de voormalige tussenwaarde, licht verontreinigd. 0,5 < Index <= 1 : Toetsing tussen voormalige tussenwaarde en de interventiewaarde, matig verontreinigd. Index > 1 : Toetsing overschrijdt de interventiewaarde, sterk verontreinigd.
5.1.2
Besluit bodemkwaliteit (Bbk)
Voor de toepassing van grond gelden de toetsingswaarden in de Regeling bodemkwaliteit, behorend bij het Besluit Bodemkwaliteit. Middels deze toetsing wordt de grond ingedeeld in een hergebruiksklasse.
5.2
Mate van bodemverontreiniging (Wbb-toetsing)
De resultaten van de Wbb-toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging, zijn opgenomen in bijlage 6 en samengevat in de tabellen 5-1 en 5-2. Tabel 5-1:
Resultaten Wbb-toetsing (grond)
(Meng)monster
Monstertraject (m -mv)
Deelmonsters
Analysepakket
Aanleiding/ omschrijving
>AW
>T
>I
WW MM OG 100-150
1,00 - 1,60
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
-
-
-
WW MM OG 50-100
0,50 - 1,20
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
-
-
-
WW MMBG Noord
0,00 - 0,50
WW02 (1,10 - 1,60) WW06 (1,00 - 1,50) WW11 (1,00 - 1,50) WW17 (1,20 - 1,50) WW02 (0,60 - 1,10) WW06 (0,50 - 1,00) WW11 (0,50 - 1,00) WW17 (0,70 - 1,20) WW21 (0,50 - 1,00) WW01 (0,00 - 0,50) WW02 (0,00 - 0,30) WW03 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
-
-
-
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
14/18
Monstertraject (m -mv)
(Meng)monster
Deelmonsters
WW04 (0,00 - 0,50) WW05 (0,00 - 0,50) WW06 (0,00 - 0,50) WW07 (0,00 - 0,15) WW09 (0,00 - 0,50) WW11 (0,00 - 0,50) WW13 (0,00 - 0,50) WW14 (0,00 - 0,50) WW15 (0,00 - 0,50) WW16 (0,00 - 0,50)
Analysepakket
Aanleiding/ omschrijving
>AW
>T
>I
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
Kwik
-
-
WW MMBG West 1
0,00 - 0,50
WW MMBG West 2
0,00 - 0,50
WW10 (0,00 - 0,50) WW12 (0,00 - 0,50) WW17 (0,00 - 0,50) WW18 (0,00 - 0,50) WW20 (0,00 - 0,50) WW21 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
Kwik
-
-
WW08 BG
0,00 - 0,50
WW08 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
PCB, PAK 10 VROM
-
-
WW17 Veen
0,50 - 0,70
WW17 (0,50 - 0,70)
Onverdacht
Kwik
-
-
WW19 BG
0,00 - 0,50
WW19 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
-
-
-
WW21 OG
1,00 - 1,50
WW21 (1,00 - 1,50)
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
-
-
-
> AW > MWw > MWi -
: overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de maximale waarde wonen : overschrijding van de maximale waarde industrie : geen overschrijding
Tabel 5-2:
Resultaten Wbb-toetsing (grondwater)
Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Analysepakket
Aanleiding/ omschrijving
>S
>T
>I
WW02 WW17
1,70 - 2,70 1,50 - 2,50
0,95 0,52
Standaardpakket Standaardpakket
Onverdacht Onverdacht
Nikkel Barium
-
-
>S >T >I
: overschrijding van de streefwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde
In de bovengrond is kwik in verschillende mengmonsters boven achtergrondwaarde aangetoond, dit is ook aangetoond in het veen in de ondergrond. In het monster WW08 BG, die afkomstig is uit de wegberm, is PCB en PAK 10 VROM boven achtergrondwaarde aangetoond. WW08 BG is apart bemonsterd omdat de locatie afwijkt van de rest, het betreft een wegberm en geen landbouwgrond. Ook zijn er sporen baksteen aangetroffen. WW19 BG en WW21 OG zijn apart bemonsterd omdat er resten planten zijn aangetroffen tijdens het veldwerk. Omdat boring 17 als enige een laag veen is aangetroffen is deze laag ook apart bemonsterd (WW17 Veen). Het grondwatermonster van peilbuis WW02 bevat een verhoging nikkel boven streefaarde. Voor WW17 geldt dat barium boven streefaarde is aangetoond.
Sweco | Projectnummer: 51009735 Datum: 03-06-2022
Versie: 1
Document referentie: NL22-648800269-25339
15/18
5.3
Hergebruik van grond (Bbk-toetsing)
De resultaten van de toetsing ter bepaling van de hergebruiksklasse zijn samengevat in tabel 5-3. Tabel 5-3:
Resultaten indicatieve Bbk-toetsing
(Meng)monster
Boring(en)
Monstertraject (m -mv)
Analysepakket
Aanleiding/ omschrijving
Hergebruiksklasse Bbk
WW MM OG 100-150
1,00 - 1,60
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
Altijd toepasbaar
WW MM OG 50-100
0,50 - 1,20
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
Altijd toepasbaar
WW MMBG Noord
0,00 - 0,50
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
Altijd toepasbaar
WW MMBG West 1
0,00 - 0,50
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
Altijd toepasbaar
WW MMBG West 2
0,00 - 0,50
Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
Altijd toepasbaar
WW08 BG
0,00 - 0,50
WW02 (1,10 - 1,60) WW06 (1,00 - 1,50) WW11 (1,00 - 1,50) WW17 (1,20 - 1,50) WW02 (0,60 - 1,10) WW06 (0,50 - 1,00) WW11 (0,50 - 1,00) WW17 (0,70 - 1,20) WW21 (0,50 - 1,00) WW01 (0,00 - 0,50) WW02 (0,00 - 0,30) WW03 (0,00 - 0,50) WW04 (0,00 - 0,50) WW05 (0,00 - 0,50) WW06 (0,00 - 0,50) WW07 (0,00 - 0,15) WW09 (0,00 - 0,50) WW11 (0,00 - 0,50) WW13 (0,00 - 0,50) WW14 (0,00 - 0,50) WW15 (0,00 - 0,50) WW16 (0,00 - 0,50) WW10 (0,00 - 0,50) WW12 (0,00 - 0,50) WW17 (0,00 - 0,50) WW18 (0,00 - 0,50) WW20 (0,00 - 0,50) WW21 (0,00 - 0,50) WW08 (0,00 - 0,50)
Onverdacht
Klasse industrie
WW17 Veen
0,50 - 0,70
WW17 (0,50 - 0,70)
Onverdacht
Altijd toepasbaar
WW19 BG
0,00 - 0,50
WW19 (0,00 - 0,50)
Onverdacht
Altijd toepasbaar
WW21 OG
1,00 - 1,50
WW21 (1,00 - 1,50)
Onverdacht
Altijd toepasbaar
WW MM OG 100-150
1,00 - 1,60
WW02 (1,10 - 1,60) WW06 (1,00 - 1,50) WW11 (1,00 - 1,50) WW17 (1,20 - 1,50)
Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os
Onverdacht
Altijd toepasbaar
Bovenstaande toetsing geeft een eerste indicatie van de kwaliteitsklasse van de te hergebruiken grond. Voorliggend onderzoek kan in combinatie met de bodemkwaliteitskaart gebruikt worden als milieuhygiënische verklaring die bij een melding van het toepassen van grond in het kader van de Bbk dient te worden aangeleverd.