CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

TV 2227 kazerne Middenmeer antwoord.docx

Raad 3 november 2022, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Aanvullend krediet Brandweerkazerne Middenmeer1.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verzenddatum

De fractie van Onafhankelijk Hollands Kroon

Ons kenmerk Uw kenmerk

TV-2227 Uw brief van

31 oktober 2022 onderwerp

Contact

Verdiepende TV Aanvullend krediet brandweerkazerne Middenmeer

Marco Kerssens

Pagina

1/6

T 088-321 5000

Geachte fractie, Op 31 oktober 2022 heeft u technische vragen (nummer TV-2227) gesteld over Verdiepende TV Aanvullend krediet brandweerkazerne Middenmeer. In deze brief beantwoorden wij de door u gestelde vragen. U vindt de antwoorden direct onder de vragen. Reactie Vraag 1: Het PvE is op voorspraak van de VRNHN tot stand gekomen. a. Is het PvE , één op één overgenomen? b. Zo ja , is het ambitieniveau van de VR in overeenstemming met die van de gemeente HK? c. Zo niet , waaruit bestond uw eigen inbreng voor een op maat gesneden pakket? d. Wat is exact de inhoud van het PvE welke worden gesteld aan de brandweerkazerne van Middenmeer? e. Is bij het samenstellen van het PvE de expertise van de eindgebruikers (onze eigen brandweervrijwilligers) ook meegenomen? Antwoord vraag 1: Het in samenwerking met en op voorspraak van de VRNHN opgestelde PvE is rechtstreeks overgenomen. Het PvE ligt voor u ter inzage. De blusgroep Middenmeer is via de postcommandant onderdeel van het projectteam voor de nieuwbouw van de kazerne en daarmee actief betrokken. Contact

Social Media

Overige gegevens

www.hollandskroon.nl

facebook.com/hollandskroon

BNG Algemeen NL82 BNGH 028.51.52.785

T 088 – 321 50 00

@hollandskroon

BIC: BNGHNL2G

Vraag 2 : U stelt dat naast de eis dat het gebouw functioneel moet zijn, er ook een technisch programma is vastgesteld. a. Waar bestaat dit technische programma uit? Antwoord vraag 2: Dat kunt u in het PvE lezen. Vraag 3 : In uw beantwoording geeft u aan de ENG norm te willen voldoen. In een budgetvergelijking wordt uitgegaan van een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) genoemd.. a. Wat is de reden om strenger dan de wettelijk vereiste BENG norm te gaan bouwen? b. Welke extra investeringen bovenop BENG zijn nodig om aan deze ENG norm te voldoen?

Antwoord vraag 3: Wij zijn vanaf het begin uitgegaan van ENG ook vanuit onze voorbeeldrol. Dit is vertaald naar het PvE. En hier zijn ook de aanbieding op gebaseerd. Het verschil tussen BENG en ENG is in kosten gering als vanaf het begin hierop gestuurd wordt. Later aanpassen van BENG naar ENG levert meerkosten op die nu vermeden zijn. Vraag 4 : Bij de stichtingskosten stuurt u op kentallen als m2 BVO en ook voor het buitenterrein hanteert u een oppervlakte norm. U stelt dat dit het enige vergelijkingsmateriaal is wat u heeft. Dit is compleet gemaakt met een onafhankelijke kostencalculatie van BKS. Deze werd door de projectgroep als te hoog ervaren waarna er een kostenreferentie is gemaakt van een kazerne in Harlingen van de VRF . a. Was de kosten calculatie uitgevoerd door BKS, een calculatie van de eerder voorgestelde modelkazerne Broek in Waterland? b. Zo niet , welke uitgangspunten zijn gebruikt om BKS een kostencalculatie te kunnen laten maken? c. Kunt u vertellen welke kosten BVO van welke modelkazerne(s) dan met elkaar zijn vergeleken? d. Is er rekening gehouden met verschillen in exploitatiekosten tussen de verschillende modellen kazernes? Zo ja, kunt u hier een overzicht van geven? Antwoord vraag 4: a. Dat klopt.

Pagina

2/6

b. De kostencalculatie is uitgevoerd op basis van het ontwerp Broek in Waterland. Dit model is op voorspraak van de VRNHN als voorkeursontwerp aangedragen. c.

Er is geen vergelijking gemaakt in exploitatiekosten tussen de modellen Broek in Waterland en Surhuisterveen.

d. Zie antwoord c. Vraag 5 : Het model Surhuisterveen komt meer overeen met het PvE welke worden gesteld aan een kazerne in Middenmeer. Deze is volgens u flexibeler in te passen op de beschikbare bouwkavel? a. Wat bedoelt u daarmee, kan de uitrijpoort gericht worden op de hoofdweg, in dit geval de Hoornseweg, om een snellere uitruk te waarborgen? b. Als u stelt dat het model Surhuisterveen flexibeler in te passen is op de bouwkavel, werd dit in uw eerste voorstel (model Broek in Waterland) als probleem ervaren? c. Model Broek in Waterland bleek in de praktijk onevenredig kostbaar te zijn, is dit omdat er maar één aannemer heeft gereageerd of door de manier van aanbesteden? d. Wat is uw verklaring dat er maar één aannemer belangstelling heeft getoond? e. Is er bij het model Broek in Waterland eveneens een kostenreferentie gemaakt? Zo niet, waarom niet? f.

In uw antwoord op TV 2223 wordt gezegd dat bij de voorgestelde kazerne geen sprake is van een

doorrijdbare garage. In de door u beschikbaar gestelde impressie van kazerne Surhuisterveen is wel sprake van een doorrijbare garage. Kunt u aangeven op welke punten de te realiseren kazerne in Middenmeer nog meer afwijkt van het oorspronkelijke ontwerp Surhuisterveen? g. Is er omdat u voornemens bent om circulair te bouwen er ook sprake van ander materiaalgebruik als het voorbeeld? Antwoord vraag 5 a. De uitrijpoort komt niet rechtstreeks op de Hoornseweg. Dit is gelet op het aantal aansluitingen op de weg aldaar (uitrit Meliora, fietspad, aansluiting westelijke poot van het bedrijventerrein) verkeerskundig niet gewenst. Met de voorgestelde ontsluiting (met instemming van de VRNHN) komt de snelheid van de uitrit niet in gevaar. Hierover is overeenstemming met de blusgroep Middenmeer. b. Door het puntdak en de ENG-norm moest door de zonnepanelen een concessie aan de ligging op de kavel gedaan worden. Met het huidige ontwerp is dat geen probleem. Daarnaast kon vanuit het model Broek in Waterland alleen vanuit de kopgevel uitgereden worden. c.

Dat heeft vooral te maken gehad met de prijsontwikkeling in de markt op dat moment en de aanbestedingsvorm (UAV-GC) waardoor de aannemer het risico dat bij hem kwam te liggen heeft afgeprijsd.

d. De markt was op het moment van aanbesteden sterk in beweging. 3 van de 4 uitgenodigde

Pagina

3/6

partijen konden geen goede inschatting van de risico’s maken en hebben daarom afgezien van inschrijving. e. Dat is gemaakt is die staat in het overzicht dat u van ons heeft ontvangen, de raming BKS rechtstreeks op basis van het ontwerp Broek in Waterland. Voorafgaand aan de aanbesteding is ook een directieraming op basis van kengetallen en referentie uit de markt op dat moment (zomer 2020) gemaakt. f.

De impressie van Surhuisterveen gaat vooral over het gebouw. De kavel in Middenmeer is niet geschikt voor een doorrijdkazerne en er is ook geen behoefte bij de VRNHN voor een dergelijke kazerne.

g. Voor de bouw van de kazernes in Friesland is van het principe circulair bouwen gebruik gemaakt. De gekozen materialen, maar ook onze ambitie, sluiten daarbij aan.

Vraag 6 : U maakt gebruik van het ontwerp van de VRF en zegt deze nagenoeg één op één als blauwdruk te gebruiken. Een bouwteam heeft volgens u geen meerwaarde en kostenbewaking in de traditionele opzet ook nauwkeurig zal zijn .Toch vraagt nu om een aanzienlijke verhoging van het eerder gestelde krediet waarbij in het vorige ingetrokken raadsvoorstel een rekenfout zat a. Moet er ook een vergoeding worden afgedragen voor gebruik maken van deze “blauwdruk” , zo ja, wat is de hoogte van het bedrag? b. Is er buiten de VRNHN nog andere partijen gevraagd naar een ontwerp? c. Is de nauwkeurigheid nu wel geborgd?

Antwoord vraag 6: a. Dat is niet het geval. Voor het toepassen van het ontwerp voor Middenmeer wordt samengewerkt met de architect en overige adviseurs (installatie en constructie) op basis van offerte en acceptatie daarvan na besluit van de gemeenteraad. b. Er zijn geen andere partijen om een ontwerp gevraagd. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 4b. c.

De nauwkeurigheid wordt geborgd met een bestek met bijlagen dat het resultaat zal zijn van de volgende stappen.

Vraag 7: Bij de realisatie van het gezamenlijke post van hulpdiensten i.c.m. de gemeentewerf is gebruik gemaakt van de expertise van een architectenbureau in een bouwteam opzet. Voor het ontwerp en realisatie van

Pagina

4/6

campus de Terp kiest de gemeente voor dezelfde opzet. Er kan ook gewerkt worden om binnen een gesteld budget in samenspraak met een aannemer om binnen een budget aan de gestelde PvE te voldoen. a. Is overwogen om naast de door u geschetste 4 scenarios nog een 5e scenario aan toe te voegen, om in een bouwteamconstructie een ontwerp te maken met een realistisch verwachtingspatroon voor een vrijwilligerskazerne van max. 18 personen? b. Zijn naast de veiligheidsregio ook architectenbureaus benaderd met de vraag of deze een ontwerp hadden welke als blauwdruk kan dienen voor de kazerne in Middenmeer? Zo niet, wat was de reden daarvoor? c. Is lokale aannemers ook om hun expertise gevraagd, om een ontwerp aan te passen met als doel kostenreductie? Antwoord vraag 7: a. Voor de kazerne Wieringerwerf is een traditioneel inkooptraject met ontwerp, bestek en uitvoering doorlopen. Er was geen sprake van een bouwteam. In overleg met de VRNHN is voor Middenmeer niet gekozen voor een bouwteam wat wel één van de vier scenario’s is. De invloed van de aannemer op het ontwerp met het voorliggende model niet aan de orde. Daarnaast is binnen de VRNHN een organisatievorm waarbinnen de leden van de blusgroep inbreng hebben. Deze vorm vertaalt zich door in PvE en deelname van de postcommandant in de projectgroep. b. Er is geen ander architectenbureau gevraagd.

We verwijzen u naar het antwoord op vraag 4b. c.

Met de inschrijvende aannemer en de ontwerpend architect van het model Broek in Waterland is indringend gekeken naar een mogelijke kostenreductie. Dit heeft echter niet tot het gewenste resultaat geleid.

Vraag 8: U maakt gebruik van een extern projectleider, zijn inzet is ingegeven door capaciteitsgebrek binnen uw organisatie. Hollands Kroon werkt met zelfsturende teams . a. Is er vanuit het team een verzoek gedaan met de vraag om capaciteitsuitbreiding? b. Vanaf welk moment is de externe projectleider betrokken, is dit ook in de ontwerp/ontwikkelingsfase? c. Hoeveel uren is ingeschat aan inzet van een projectleider om dit project tot een goed einde te brengen? d. Kunt u een uren verdeling geven van ambtelijke inzet? Antwoord vraag 8: a. In onze organisatie gaan wij altijd zorgvuldig om met externe inhuur. Wij kijken daarbij naar de doelmatigheid en maken de afweging tussen zelf doen, uitbesteden of samenwerken. In dit

Pagina

5/6

project is gekozen voor een combinatie tussen een interne en externe projectleider en een nauwe samenwerking met VRNHN. De afweging is gemaakt op basis van de beschikbare capaciteit en kwaliteitseisen die worden gevraagd van een projectleider van een dergelijk bouwproject. Inhuur wordt altijd voorgelegd aan directie waar de afweging wordt gemaakt. b. De externe projectleider is vanaf het begin betrokken dat was zelfs voorafgaande aan de ontwerp/ontwikkelingsfase c.

De inzet van de externe projectleider is ingeschat op gemiddeld 24 uur per week gedurende de looptijd van het project. Wij rekenen af op resultaat en op gemaakte uren. De ambtelijke organisatie is verantwoordelijk dat de geraamde en gemaakte uren in relatie staan tot de resultaten.

d. De inzet van onze eigen organisatie is onderdeel van de overheadkosten die in het voorstel genoemd worden.

Met vriendelijke groet,

A. van Dam burgemeester Deze brief is digitaal opgesteld en daarom niet ondertekend.

Pagina

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=feb244c0-da04-471c-a9b9-ecba0aad64ee