Reactie inzake ingekomen brief 13-04-2026 Wmo verordening Loyalthy Advies
Tekst van het document
Reactie Onderwerp
Datum
Reactie ingekomen brief 13-04-2026 Wmo verordening
14 april 2026
Loyalthy Advies Aan
Van
Gemeenteraad
M.M.J. van Gent
Doel
Informeren Beste leden van de raad, Deze reactie heeft tot doel om te reageren op het ingekomen stuk van 13 april 2026 van Loyalthy advies over de Wmo verordening (hierna: inspreker). Inleiding De herziening van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hollands Kroon is het resultaat van een langlopend en zorgvuldig doorlopen traject. Bij de voorbereiding is gebruikgemaakt van de inhoudelijke expertise van Stimulansz en is de verordening getoetst aan de geldende VNG‑modelverordening. Daarmee is geborgd dat de verordening aansluit bij actuele wetgeving, jurisprudentie en landelijke standaarden, en tegelijk goed past bij de specifieke uitvoeringspraktijk van Hollands Kroon. Met deze verordening wordt het juridisch en beleidsmatig kader voor maatschappelijke ondersteuning geactualiseerd en toekomstbestendig ingericht. Het betreft een herstructurering en verduidelijking van bestaande bepalingen, met als doel meer helderheid en samenhang te bieden voor uitvoering en governance. Er is nadrukkelijk geen sprake van inhoudelijke beleidswijzigingen of een uitbreiding van aanspraken voor inwoners. Ten aanzien van het moment van agendering merkt het college op dat de behandeling van de verordening plaatsvindt volgens de geldende besluitvormingsprocedures.
Actualisatie van de huidige verordening uit 2019 is noodzakelijk om blijvend te voldoen aan de eisen van de Wmo 2015 en recente jurisprudentie. Dat de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) in dit specifieke geval geen formeel advies heeft uitgebracht, houdt verband met het feit dat de herziening onderdeel is van een traject dat is gestart voor de oprichting
Pagina
1/5
van de ASD. De adviesraad bevindt nog in de opstartfase. In overleg is afgesproken dat de ASD in deze fase niet instapt in al lopende processen. Dit laat onverlet dat het college veel waarde hecht aan participatie en advisering, en signalen vanuit de samenleving en de praktijk zorgvuldig betrekt bij zijn afwegingen. Daarnaast is afgesproken dat de ASD actief wordt betrokken bij de volgende stap het herzien en actualiseren van de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning. Deze beleidsregels raken inwoners meer rechtstreeks en vormen een belangrijke nadere invulling van de uitvoering. De actualisatie van de beleidsregels sluit daarmee logisch en zorgvuldig aan op de vaststelling van de geactualiseerde verordening. Stappenplan en volgorde Wmo‑onderzoek De inspreker verwijst terecht naar de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), waarin is vastgelegd hoe een zorgvuldig Wmo‑onderzoek dient te worden uitgevoerd. Het college onderschrijft volledig dat deze jurisprudentie leidend is bij de uitvoering van de Wmo in individuele gevallen. In lijn met deze rechtspraak wordt het Wmo‑onderzoek zorgvuldig en stapsgewijs uitgevoerd. Het onderzoek start met het vaststellen van de hulpvraag, gevolgd door het in kaart brengen van beperkingen en knelpunten in de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner.
Vervolgens wordt beoordeeld welke ondersteuning, naar aard en omvang, noodzakelijk is. Daarbij worden ook de mogelijkheden van eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg en algemene voorzieningen betrokken. Op basis van deze integrale afweging wordt vastgesteld of en in hoeverre sprake is van een resterende ondersteuningsbehoefte waarvoor een maatwerkvoorziening aan de orde kan zijn. Deze volgorde is leidend in de uitvoering en vormt het uitgangspunt voor de individuele besluitvorming door het college. De inspreker wijst erop dat in de conceptverordening artikel 2.3.4 (gebruikelijke hulp) voorafgaat aan artikel 2.3.5 (onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte) en stelt dat dit in strijd zou zijn met de door de CRvB voorgeschreven volgorde. Het college benadrukt dat hierbij een juridisch onderscheid moet worden gemaakt tussen de systematiek en opbouw van de verordening en de wijze waarop het Wmo‑onderzoek in de praktijk wordt uitgevoerd. De volgorde van artikelen in de verordening is niet bedoeld als een chronologische beschrijving van het onderzoeksproces. De verordening regelt begrippen, beoordelingskaders en bevoegdheden, maar schrijft niet voor dat gebruikelijke hulp los of voorafgaand aan een volledig onderzoek wordt beoordeeld. In de uitvoeringspraktijk vindt het onderzoek altijd integraal en in samenhang plaats, in overeenstemming met
Pagina
2/5
de CRvB‑jurisprudentie. Daarbij wordt de ondersteuningsbehoefte eerst zorgvuldig vastgesteld, waarna alle relevante aspecten (waaronder gebruikelijke hulp) gezamenlijk worden meegewogen. De jurisprudentie verlangt een zorgvuldig en volledig onderzoek, maar stelt geen eis aan een één‑op‑één gelijke volgorde tussen het onderzoeksproces en de structuur van de verordening. Het college concludeert daarom dat het stappenplan zoals dat voortvloeit uit de jurisprudentie inhoudelijk correct is geborgd in de verordening en dat de uitvoering volledig in lijn is met de eisen die de CRvB daaraan stelt. Algemene voorziening Inspreker stelt de vraag of Incluzio binnen de wijkteams zowel het onderzoek, lichte ondersteuning als (onderdelen van) de besluitvorming mag verrichten. Deze vraag raakt aan een bredere en principiële discussie over de inrichting van de uitvoering van de Wmo 2015. Het college is zich bewust van deze discussie en van relevante jurisprudentie, waaronder uitspraken van de CRvB en recent ook van de Rechtbank Noord‑Nederland. De conclusie die inspreker daaraan verbindt, wordt door het college echter niet gedeeld. Daarbij is het van belang een duidelijk onderscheid te maken tussen twee vormen van ondersteuning die in de Wmo een verschillende betekenis hebben:
lichte ondersteuning binnen een algemene voorziening, en
individuele begeleiding als maatwerkvoorziening, waarvoor een besluit (beschikking) wordt afgegeven.
De lichte ondersteuning die binnen de wijkteams wordt geboden is niet geïndiceerd, niet structureel en niet gericht op het compenseren van beperkingen zoals bedoeld bij een maatwerkvoorziening. Deze ondersteuning bestaat uit activiteiten zoals informatie en advies, vraagverheldering en kortdurende begeleiding. Daarmee kwalificeert deze ondersteuning niet als individuele begeleiding in de zin van de Wmo 2015, maar als lichte ondersteuning binnen het kader van een algemene voorziening. Zoals ook toegelicht in de verordening richten de wijkteams zich op laagdrempelige, individuele en collectieve ondersteuning, met als doel samen met inwoners en hun netwerk inzicht te krijgen in de situatie en passende oplossingen te verkennen. De inzet van het wijkteam is daarbij niet gericht op het structureel overnemen van ondersteuning, maar op het versterken van de eigen kracht, het sociale netwerk en het gebruik van algemene voorzieningen. Voor zover deze ondersteuning toereikend is, kan hiermee worden volstaan. Als blijkt dat de lichte ondersteuning onvoldoende is om de
Pagina
3/5
ondersteuningsbehoefte te compenseren, wordt beoordeeld of en welke maatwerkvoorziening op grond van de Wmo noodzakelijk is. De door inspreker aangehaalde uitspraak van de Rechtbank Noord‑Nederland ziet specifiek op individuele begeleiding als maatwerkvoorziening. Het college onderschrijft dit uitgangspunt volledig. Deze uitspraak heeft echter geen betrekking op lichte, kortdurende ondersteuning binnen algemene voorzieningen. Samenvattend stelt het college vast dat de ondersteuning die door Incluzio binnen de wijkteams wordt geboden geen individuele begeleiding als maatwerkvoorziening betreft. Deze ondersteuning kan daarom rechtmatig worden aangeboden als onderdeel van een algemene voorziening. Het college ziet in de huidige uitvoering geen strijd met de Wmo 2015 of geldende jurisprudentie, mits het onderscheid tussen lichte ondersteuning en maatwerkvoorzieningen zorgvuldig wordt bewaakt en helder wordt gecommuniceerd. Delegatie van bevoegdheden Binnen de Wmo 2015 heeft de gemeenteraad een duidelijke en wettelijk vastgelegde kader stellende rol. De wet verplicht de raad om de essentiële onderdelen van het Wmo‑beleid vast te leggen in een verordening. Op die manier zijn deze keuzes transparant vastgelegd en duidelijk democratisch onderbouwd.
Tot deze essentiële onderdelen behoren onder meer de afbakening van wie in aanmerking kan komen voor ondersteuning, welke vormen van ondersteuning de gemeente biedt, onder welke voorwaarden ondersteuning wordt toegekend en of, en zo ja in welke vorm, sprake kan zijn van een financiële voorziening of tegemoetkoming. Deze kernkeuzes mogen niet aan het college worden overgelaten en dienen daarom expliciet door de gemeenteraad te worden vastgesteld. Tegelijkertijd biedt de Wmo 2015 de mogelijkheid om het college bevoegdheden toe te kennen voor de nadere uitwerking en uitvoering van het beleid. Het gaat daarbij om uitvoerende en technische onderdelen die geen nieuwe beleidskeuzes bevatten, zoals het vaststellen van nadere regels, het opstellen van beleidsregels en het maken van praktische uitvoeringsafspraken. Op die manier wordt een helder onderscheid gemaakt tussen kaderstelling door de raad en uitvoering door het college. Delegatie aan het college is juridisch toegestaan, mits dit gebeurt binnen duidelijke kaders die door de gemeenteraad zelf zijn vastgesteld. Met name bij financiële besluiten is daarbij een zorgvuldig
Pagina
4/5
onderscheid van belang. De raad legt in de Wmo‑verordening vast dat een financiële voorziening of tegemoetkoming mogelijk is, op welke wijze de hoogte daarvan wordt bepaald en welke criteria en uitgangspunten daarbij gelden, inclusief eventuele maxima of begrenzingen. Op deze manier stelt de raad de inhoudelijke spelregels vast, waarbinnen het college vervolgens uitvoering kan geven aan het beleid. Met andere woorden, de gemeenteraad legt de systematiek en de bijbehorende spelregels vast in de verordening. Binnen dit door de raad vastgestelde kader is het college vervolgens bevoegd om de concrete bedragen of tarieven te bepalen, deze waar nodig aan te passen aan ontwikkelingen in de praktijk, zoals via indexatie, en zorg te dragen voor een zorgvuldige en consistente uitvoering. Zolang het college opereert binnen het door de raad vastgestelde kader, is deze werkwijze juridisch correct en in lijn met de Wmo 2015. Daarmee wordt geborgd dat inwoners vooraf duidelijkheid hebben over waar zij recht op hebben, dat besluiten voorspelbaar en controleerbaar tot stand komen en dat de kaderstellende rol van de gemeenteraad behouden blijft. Conclusie Met deze memo is beoogd zorgvuldig en transparant te reageren op de genoemde aandachtspunten.
De verordening borgt de kaderstellende rol van de gemeenteraad, biedt ruimte voor een zorgvuldige uitvoering door het college, en geeft inwoners duidelijkheid over rechten, plichten en ondersteuning. Na vaststelling van de verordening wordt, in lijn met de gemaakte afspraken, samen met de Adviesraad Sociaal Domein vervolg gegeven aan de uitwerking en actualisatie van de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning. Op die wijze blijft ruimte voor dialoog, reflectie en verdere verfijning van de uitvoering, binnen het door de raad vastgestelde kader.
Pagina
5/5