Rapportage raadsrapporteurs OD Kaderbrief 2026
Tekst van het document
Rapportage aan de Regionale Raadscommissie Noordkop Onderwerp: Kaderbrief Omgevingsdienst Noord-Holland Noord 2026
Op 29 januari jl. zijn de raadsrapporteurs Omgevingsdienst (digitaal) bijeen gekomen om de Kaderbrief 2026 van de Omgevingsdienst te bespreken. Bij het overleg waren aanwezig: - mevrouw M. Wijnker raadslid gemeente Schagen - mevrouw P. Laan, raadslid gemeente Hollands Kroon - de heer H. Soyer raadslid gemeente Texel - de heer G. Mos, ambtelijke ondersteuning gemeente Hollands Kroon - de heer S. Vriend, raadsgriffier gemeente Hollands Kroon De heer G.J.S. Oudijk, raadslid gemeente Den Helder was verhinderd het overleg bij te wonen. Hij heeft vooraf zijn input gegeven en heeft mede de rapportage vastgesteld. Bevindingen van de raadsrapporteurs De raadsrapporteurs hebben kennis genomen van de Kaderbrief. Deze geeft aanleiding tot enkele vragen/opmerkingen die hierna aan de orde komen. Ook is kennis genomen van het concept advies, dat de college voorleggen aan de RRN op 6 februari a.s. In de Kaderbrief wordt expliciet gewezen op de paragraaf met betrekking tot het Plan van aanpak Robuustheid en wordt de raad uitgenodigd hierover in de uit te brengen zienswijze een mening te geven. Medio 2024 is het Plan van aanpak Robuustheid, inclusief een beschrijving van het gelopen proces aangeboden aan de gemeenteraden.
Bij de behandeling van de Kadernota 2025 op 1 februari 2024 hebben de raadsrapporteurs van de Omgevingsdienst aangegeven dat zij van mening zijn dat bij het voldoen aan de robuustheidscriteria de Omgevingsdienst voor de gemeenten inzichtelijk moet maken welke scenario’s zijn onderzocht, zodat ook inzichtelijk is welk scenario welk resultaat heeft en welke kosten daarmee gemoeid zijn (voor de deelnemers). Hiertoe was ook een concept motie voorbereid. Deze motie is ter vergadering ingetrokken. Bij monde van wethouder Versluis is de toezegging gedaan dat de Omgevingsdienst het transitieplan onder voorbehoud goedkeuring raden in dient bij het Ministerie, waarbij de raden inzicht wordt gegeven in de scenario’s en de overwegingen om te kiezen voor een bepaald scenario, inclusief de financiële consequenties van dat scenario. Dit als onderdeel van de reguliere P&C cyclus (begroting 2025). Op de toezeggingenlijst (stukken RRN 28 november 2024) is voor wat betreft de stand van zaken aangegeven dat de gemeenteraden per brief met het plan van aanpak (datum 10 juli 2024) als bijlage op de hoogte zijn gesteld van De Ontwikkeling robuustheid Omgevingsdienst Noord-Holland Noord in het kader van de versterking van het VTH-stelsel. In de vergadering van 28 november 2024 is door mevrouw Laan aangegeven dat wat haar betreft aan de toezegging nog geen gevolg is gegeven.
In de besluitenlijst van die vergadering (zie vergaderstukken RRN 6 februari 2025) is aangegeven dat de toezeggingenlijst wordt geactualiseerd; de raadsrapporteurs moeten helaas vaststellen dat bij de besluitenlijst een (geactualiseerde) toezeggingenlijst ontbreekt.
Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN
1
De financiële gevolgen zijn vooralsnog als P.M. Post in de Kaderbrief 2026 opgenomen, maar in de tekst is wel een overzicht opgenomen van de structurele kosten voor 2026 en 2027. Onduidelijk is waarop dit is gebaseerd (zie de hiervoor gemaakte opmerkingen inzake de gedane toezegging omtrent de scenario’s, de overwegingen om te kiezen voor een bepaald scenario, inclusief de financiële consequenties van dat scenario). Aangegeven wordt dat op zijn vroegst in 2025 na besluitvorming over het rekeningresultaat 2024 met eventuele incidentele middelen een eerste stap gezet kan worden in de structurele versterking van de OD NHN. Wél start het dagelijks bestuur in opdracht van het algemeen bestuur begin 2025 met een efficiencyonderzoek. Tenslotte wordt aangegeven dat een meerderheid in het algemeen bestuur op 11 december 2024 alsnog besloten heeft, met het aanbieden van de aankomende conceptbegroting in april 2025, een tweetal bezuinigingsscenario’s van 3% en 5% aan te bieden. Gelet op vorenstaande blijven de financiële consequenties voor de gemeenten dus vooralsnog onduidelijk. In het concept advies van de RRN wordt aangegeven dat de financiële aspecten van het plan tot een robuuste OD te komen leiden tot zorg. Waar de OD extra middelen vraagt, is vanuit gemeenten eerder het verzoek aan GR-en gedaan met voorstellen voor lagere uitgaven te komen.
Deze tegengestelde bewegingen werken per gemeente verschillend uit, afhankelijk van hun meerjarenbegrotingen. De raadsrapporteurs kunnen instemmen met het voorliggende concept advies van de RRN en de daarin opgenomen concept zienswijze. Daarbij hebben de raadsrapporteurs wel vragen/opmerkingen ten aanzien van de indexatie en de kosten van overhead (zie de vragen hierna). Opmerkingen/vragen bij de Kaderbrief 1. In de bijdrage per deelnemer (lump sum) zitten zowel de basistaken als de plustaken. Wellicht is het goed om in de RRN vergadering nog eens uit te leggen wat het verschil is. Daarnaast is het wenselijk inzicht te hebben per gemeente welk deel van de bijdrage is bedoeld voor de basistaken en welk deel van de bijdrage ziet op plustaken (en daarbij aan te geven welke plustaken dit per gemeente zijn). 2. Onderaan bladzijde 5 wordt aangegeven dat de vraag naar natuuradvisering sterk groeit. Aangegeven wordt dat structurele middelen nodig zijn om de toenemende vraag blijvend te kunnen ondersteunen. Extra vraag zou echter ook moeten leiden tot extra inkomsten. In het overzicht inkomsten op bladzijde 10 worden de baten voor extra opdrachten echter de komende jaren gelijkblijvend geprognotiseerd. Graag een toelichting waarom deze inkomsten dan niet ook toenemen. 3. Op bladzijde 6 komt het subsidieloket aan de orde.
Aangegeven wordt dat in toenemende mate deelnemers de uitvoering van subsidies in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en klimaatadaptatie overhevelen van de Omgevingsdienst naar externe, commerciële partijen. Is inzichtelijk waarom de deelnemers dit doen? Zijn ze ontevreden over de uitvoering door de Omgevingsdienst of gelden hiervoor andere overwegingen? Zijn die bij de Omgevingsdienst bekend? En zijn dit incidenteel belegde taken of structureel? Ingeval van structureel geldt toch een meerjarige opzegtermijn? 4. Op bladzijde 7 wordt gemeld dat de indexatie volgens de FUGR 7,34% bedraagt. In de concept zienswijze wordt opgemerkt dat dit 7,44% zou moeten zijn. Volgens de Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen Noord-Holland Noord (FUGR) gebruiken de gemeenschappelijke regelingen het genoemde indexatiecijfer - afgerond
Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN
2
op één cijfer achter de komma - zelf en expliciet als basis voor de jaarlijks op te stellen kadernota, begroting en de daarbij bijbehorende berekeningen van de deelnemersbijdrage. Waarom wordt in strijd met deze uitgangspunten gewerkt met een percentage met twee cijfers achter de komma? Graag een toelichting. 5. Op bladzijde 8 staat dat het percentage overhead in lijn is met de groeiende taken en verantwoordelijkheden van de OD NHN en dat deze stijgt naar 26,5%, ten opzichte van het begrote overhead percentage 2025 26,9%. Graag een toelichting, want deze passage wordt niet begrepen. Want tekstueel wordt gesproken van een verhoging, terwijl procentueel sprake is van een verlaging. Overigens zegt de concept zienswijze hier ook iets over.
Mondelinge toelichting in de RRN vergadering van 6 februari a.s. Mevrouw Laan is beschikbaar deze rapportage mondeling toe te lichten. De raadsrapporteurs, mevrouw M. Wijnker, mevrouw P. Laan, de heer H. Soyer en de S. Oudijk
Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN
3