CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

< OUDE VERSIE> Bijlage Concept participatieverordening Hollands Kroon 2022 versie 3 september 2022.docx

Informerende bijeenkomst 4 oktober 2022, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bijlage Concept participatieverordening Hollands Kroon 20223.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept Participatieverordening gemeente Hollands Kroon 2022 De raad van de gemeente Hollands Kroon: •

heeft het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en eventueel nummer] gelezen;

•

heeft rekening gehouden met de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet.

Inwoners, bedrijven en instellingen hebben een steeds grotere behoefte om op de hoogte te zijn van wat er in hun ‘achtertuin’ gebeurt, en om invloed uit te oefenen op de democratische besluitvorming. Inwoners willen zich gezien en gehoord voelen. Participatie is een belangrijk middel om de relatie tussen inwoner en gemeente te verbeteren (draagvlak, vertrouwen en samenwerken). Participatie biedt ruimte voor nieuwe vormen van samenwerking tussen inwoners en gemeente en het verbetert de kwaliteit van beleid en initiatieven en geeft duidelijkheid aan inwoners en gemeente. Er verschillende niveaus van participatie zijn, met binnen ieder niveau veel mogelijkheden (vormen) van participatie die toegepast kunnen worden. Het begrip participatie omvat meer dan inspraak, en gaat in deze verordening over het betrekken van inwoners, bedrijven en instellingen bij het opstellen, de uitvoering en de evaluatie van gemeentelijk beleid en initiatieven. Met deze verordening geven de raad duidelijkheid over de te volgen participatieprocedure. [Samenleving met elkaar in verbinding. Terugkijkend Ontwikkelingen Vertrouwen herstellen Moment markeren Visie van de gemeente op participatie Gemeente en verantwoordelijkheid inwoners Aan de voorkant in gesprek. Kennis van de samenleving op halen en benutten. Deelgenoot maken van het problemen of problemen/opgaven.

4 oktober Introductie van de verordening, moet in ieder geval het volgende bevatten: •

We willen het vertrouwen herstellen

•

Daarom erkennen van dat we geleerd hebben van de afgelopen jaren (wij willen dat het anders gaat)

•

Visie van gemeente op participatie (oa kennis van de samenleving benutten in de planvorming,

– bewust markeren hiervan. mensen deelgenoot maken van de opgave – niet direct naar de oplossing over gaan) •

Verordening richt zich op ons als gemeente, maar je wilt ook wat zeggen over de verantwoordelijk die de samenleving zelf heeft.]

En besluit vast te stellen de: Participatieverordening gemeente Hollands Kroon 2022

Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: •

beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid;

•

participatie: het betrekken van inwoners, bedrijven en instellingen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid.

•

uitdaagrecht: het recht van inwoners, bedrijven en instellingen om een verzoek aan het college van burgemeester en wethouders te sturen om de uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken dit beter en goedkoper en/of met meer maatschappelijk draagvlak uit te kunnen voeren.

•

het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon.

Paragraaf 2. Participatie gemeente-omgeving Artikel 2. Onderwerp van participatie 1. Elk bestuursorgaan besluit voor zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2. Participatie wordt altijd toegepast als de wet dat verplicht of als de gemeenteraad gevallen aanwijst. 3. Participatie is niet mogelijk: a. voor een kleine aanpassing van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als participatie volgens de wet niet kan of mag; c.

als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij de gemeente geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

d. over de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. voor bepaalde taken van de openbare orde en veiligheid; f.

als de uitvoering van een beleidsvoornemen spoed heeft en participatie niet kan worden afgewacht;

g. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor (kwetsbare) groepen in de samenleving; Artikel 3. Procedure participatie 1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van elk beleid/gemeentelijke initiatief vast op welke manier participatie wordt toegepast. Het bestuursorgaan stelt dan vast: a. het doel van participatie; b. de beïnvloedingsruimte voor participatie; c.

de kaders voor participatie;

d. in welke fases van het proces inwoners, bedrijven en instellingen mogen participeren, en per fase de manier waarop; e. de manier waarop het bestuursorgaan hierover communiceert.

2. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op dit artikel, zoals staat in artikel 150 van de Gemeentewet.

Artikel 4. Eindverslag participatie 1. Voor de afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een overzicht van de reacties/ideeën/stemmen die mondeling of schriftelijk zijn gebracht; c.

een reactie op deze reacties/ideeën/stemmen, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven welke punten wel en niet zijn overgenomen in het beleid.

2. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag openbaar. Paragraaf 3. Participatie initiatiefnemer-gemeente-omgeving Artikel 5. Initiatiefnemer-gemeente-omgeving 1. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarbij participatie door de initiatiefnemer verplicht is. 2. De initiatiefnemer stelt bij de start van het initiatief vast op welke manier participatie wordt toegepast. De initiatiefnemer geeft dan het volgende aan: a. het doel van participatie; b. de beïnvloedingsruimte voor participatie; c.

de kaders voor participatie;

b. in welke fases van het proces inwoners, bedrijven en instellingen mogen participeren, en per fase de manier waarop; c.

de manier waarop de initiatiefnemer hierover communiceert.

3. De initiatiefnemer stemt de participatieprocedure van tevoren met de gemeente af. 4. Voor de afronding van de participatie maakt de initiatiefnemer een eindverslag op. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een overzicht van de reacties/ideeën/stemmen die mondeling of schriftelijk zijn gebracht; c.

een reactie op deze reacties/ideeën/stemmen, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven welke punten wel en niet zijn overgenomen in het beleid.

Artikel 6. Samenleving aan zet 1. Het college geeft inwoners, bedrijven en instellingen de mogelijkheid om gebruik te maken van het uitdaagrecht. Dit noemen we vanaf hier: ‘Samenleving aan zet’. Dit kan de samenleving doen door een aanvraag in te sturen voor de overname van de uitvoering van gemeentelijke taken, voorzieningen of beleidsterreinen, zoals deze in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet zijn opgenomen. 2. Het college communiceert over deze mogelijkheid.

Artikel 7. Procedure Samenleving aan zet 1. Als een aanvraag (initiatiefvoorstel) voor Samenleving aan zet is ingediend, neemt de gemeente binnen drie werkdagen contact op met de initiatiefnemer. Tijdens dit contact wordt het initiatiefvoorstel besproken, getoetst aan de vereisten en afspraken gemaakt over het eventueel verder (samen) uitwerken van het initiatiefvoorstel. 2. Elk initiatiefvoorstel bestaat uit de volgende punten: a. een omschrijving van de gemeentelijke taak die de initiatiefnemer wil overnemen; b. een uitleg waarom of hoe de initiatiefnemer deze taak beter, goedkoper en/of met meer maatschappelijk meerwaarde kan uitvoeren dan de gemeente; c.

een omschrijving van hoe de initiatiefnemer verwacht de kwaliteit van de gemeentelijke taken te kunnen leveren;

d. een planning; e. een begroting; f.

een beschrijving van hoe de initiatiefnemer de omgeving betrekt zoals opgenomen in artikel 5;

g. een omschrijving van de manier waarop de initiatiefnemer met de gemeente wil samenwerken wanneer een gemeentelijke taak wordt overgenomen. 3. Bij het in behandeling nemen van een voorstel gaan wij uit van het ‘ja, tenzij’ principe. Dit betekent dat we altijd positief tegenover nieuwe initiatieven staan en samen willen kijken hoe deze initiatieven gerealiseerd kunnen worden. 4. Binnen vier weken na het insturen van de aanvraag wordt een principebesluit genomen. Deze termijn kan verlengd worden met twee weken. Het besluit wordt gecommuniceerd aan de initiatiefnemer. 5. Als het bevoegd orgaan akkoord gaat met de aanvraag, voorziet de gemeente de initiatiefnemer van de gepaste ondersteuning. Artikel 8. Wanneer Samenleving aan zet niet mogelijk is 1. als participatie volgens de wet niet kan of mag; 2. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij de gemeente geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; 3. voor de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen zoals bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; 4. voor bepaalde taken van de openbare orde en veiligheid; 5. als de uitvoering van een beleidsvoornemen spoed heeft en participatie niet kan worden afgewacht; 6. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor (kwetsbare) groepen in de samenleving; 7.

als het initiatief zich richt op een onderwerp dat vooral bijdraagt aan het privébelang van de initiatiefnemer. Artikel 9. Ideeënmarkt gemeenteraad 1. Inwoners, bedrijven en instellingen kunnen hun ideeën voor de gemeente kenbaar maken aan raadsleden tijdens een ideeënmarkt.

2. Een of meerdere raadsleden kunnen het idee agenderen in een raadsvergadering via een ‘motie vreemd’. 3. Als de motie vreemd wordt aangenomen door een meerderheid van de raad, krijgt het college de opdracht de haalbaarheid hiervan te onderzoeken en dit terug te koppelen aan de raad. 4. De ideeënmarkt wordt maximaal 4 keer per jaar georganiseerd. 5. Een idee indienen is altijd mogelijk, tenzij: a. het een onderwerp is dat niet bij de bevoegdheid van de gemeenteraad hoor; b. het een klacht is in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur; c.

het een bezwaar is in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur;

d. een onderwerp is waartegen een rechtsgang is gestart; e. een onderwerp is waarover de raad minder dan een jaar geleden al een besluit heeft genomen; f.

een onderwerp is dat slechts betrekking heeft op privé en/of zakelijke belangen;

g. een onderwerp is over tarieven en belastingen. Paragraaf 4. Slotbepalingen Artikel 10. Evaluatie en monitoring De uitvoering van deze verordening wordt 1 jaar na de invoering geëvalueerd. Het college zendt hierover een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk aan de gemeenteraad. Artikel 11. Intrekking oude regeling 1. De Inspraakverordening Hollands Kroon, vastgesteld op 22 november 2012 wordt ingetrokken. 2. De Verordening burgerinitiatief Hollands Kroon, vastgesteld op 28 maart 2019 wordt ingetrokken. Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt de dag na publicatie van de verordening in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Hollands Kroon 2022.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

Toelichting

Algemeen Inspraak, participatie en ontwerpwetsvoorstel De raad is verplicht om een inspraakverordening vast te stellen (artikel 150 van de Gemeentewet). Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om deze inspraak uit te breiden naar ‘participatie’ en eventueel ook ‘uitdaagrecht’. Het gaat hier om het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau. Het ontwerpwetsvoorstel is op 5 juni 2020 door de ministerraad aanvaard en voor advies naar de Raad van State gestuurd en tot op heden nog niet ingediend bij het parlement. Vooruitlopend op de invoering van deze wet is deze verordening vastgesteld omdat participatie een belangrijk middel is om blijvend in contact te zijn met de samenleving. Omdat er sprake is van een ontwerpwetsvoorstel, is naast artikel 150 van de Gemeentewet ook artikel 149 van de Gemeentewet (de autonome verordeningsbevoegdheid van de raad) als grondslag voor de verordening toegevoegd. Definitie participatie Participatie omvat volgens de definitie het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid. In de memorie van toelichting op het ontwerpwetsvoorstel staat hierover het volgende: Inwoners hebben in toenemende mate een belangrijke rol in de agendering, de voorbereiding, de totstandkoming, de uitvoering en de beoordeling van beleid.

Niet alleen omdat de inwoner de gevolgen van beleid ervaart, maar ook omdat participatie aan het politieke proces als intrinsieke waarde van de Nederlandse samenleving wordt ervaren. Participatie mobiliseert de kennis en steun van betrokkenen. Ook bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand nog niet weet, of nog niet wil bepalen, hoe deze opgelost worden. Procedure participatie Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is afdeling 3.4 van de Awb als hoofdregel van toepassing verklaard op de inspraak. Het is ook mogelijk een andere procedure van toepassing te verklaren. Dit is ook zo opgenomen in het ontwerpwetsvoorstel. In de participatieverordening kan het bevoegde bestuursorgaan in aansluiting op de wettekst besluiten om in specifieke beleidstrajecten zowel geheel als gedeeltelijk af te wijken van afdeling 3.4 van de Awb. In de Participatieverordening is opgenomen dat afdeling 3.4 van de Awb niet van toepassing is op inspraak. Dit geldt alleen voor de gevallen waarbij dit in andere wetgeving niet al is bepaald. Het niet van

toepassing verklaren van afdeling 3.4 Awb voor inspraak is gedaan omdat het gaat om maatwerk. In bepaalde gevallen kan het wenselijk zijn om de participatie op andere wijze te organiseren dan via het mondeling of schriftelijk naar voren brengen van zienswijzen of om te werken met andere termijnen. Alternatieven voor participatie Participatie is een onderdeel die meeweegt in het totale besluitvormingsproces. Er zijn natuurlijk ook andere mogelijkheden die in contact te komen met het gemeentebestuur. Denk hierbij aan het raadscafé, bijeenkomsten van fracties, contact opnemen met een college of raadslid en het schrijven van een brief of e-mail aan de gemeentebestuur. Uitdaagrecht als specifieke vorm van participatie in de uitvoeringsfase Het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau bevat een (facultatieve) bevoegdheid om het uitdaagrecht te regelen. Bij de uitvoering van beleid is het uitdaagrecht – ook wel bekend onder de naam ‘Right to Challenge’ – een bijzondere vorm van betrokkenheid van inwoners en lokale maatschappelijke partijen. Deze vorm houdt in dat inwoners van de gemeente of lokale maatschappelijke partijen de gemeente kunnen verzoeken om de feitelijke uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen als zij denken deze taak beter en goedkoper te kunnen uitvoeren. In Hollands Kroon noemen wij dit Samenleving aan zet.

Vooruitlopend op de invoering van de Wet versterking participatie op decentraal niveau hebben wij dit onderwerp opgenomen in onze participatieverordening omdat wij dit aan willen moedigen en daarom ook mogelijk willen maken. Ruimte voor initiatieven van inwoners en lokale maatschappelijke partijen Het is van wezenlijk belang dat decentrale overheden ruimte bieden voor initiatieven van onderop en dat aan de samenleving een grote rol wordt toebedeeld bij het ontwikkelen van initiatieven voor algemene voorzieningen. Inwoners kennen hun buurt en hun gemeente, weten wat er leeft en spelen daarop in. Deze maatschappelijke initiatieven kunnen aanvullend zijn op de gemeentelijke initiatieven of kunnen sommige gemeentelijke initiatieven vervangen. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met het gegeven dat de primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van gemeentelijke taken bij het gemeentebestuur zelf berust. Taken burgemeester en wethouders Bij het overnemen van gemeentelijke taken, na een succesvolle ‘uitdaging’, gaat het in de regel om de feitelijke uitvoering van een taak van burgemeester en wethouders.

Burgemeester en wethouders – als de verantwoordelijken voor de uitvoering van de betreffende taak of taken – beslissen naar aanleiding van een verzoek of ‘uitdaging’ of de feitelijke uitvoering van die taak of taken aan inwoners of de lokale maatschappelijke partij kan worden gelaten. Samenwerkingsrecht Onder uitdaagrecht wordt ook het zogenaamde samenwerkingsrecht begrepen, want er is geen werkelijk onderscheid tussen deze twee begrippen.

Artikelsgewijs Enkel de bepalingen die meer toelichting nodig hebben, worden hieronder toegelicht. Artikel 1. Definities Beleidsvoornemen Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Participatie Bij de omschrijving van participatie is aangesloten bij de tekst van het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau waarbij een wijziging van artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet is voorzien. Hierin is bepaald dat de raad een verordening vaststelt waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken. Het huidige artikel 150 van de Gemeentewet omvat inspraak bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; bij participatie wordt dit uitgebreid met uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. De omschrijving van participatiegerechtigden (ingezetenen en belanghebbenden) vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet.

Het begrip belanghebbende is in artikel 1:2 van de Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb, zoals deze verordening. Samenleving aan zet Met samenleving aan zet bedoelen wij het uitdaagrecht zoals dat is opgenomen in de memorie van toelichting op het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau. Het uitdaagrecht berust bij ingezetenen en maatschappelijke partijen. In de begripsomschrijving is ‘lokale’ ter verduidelijking van de tekst van het ontwerpwetsvoorstel toegevoegd in aansluiting op de memorie van toelichting, waarin is toegelicht dat afhankelijk van de lokale omstandigheden het bijvoorbeeld kan gaan om lokale verenigingen of stichtingen, buurtcomités, woongroepen, vrijwilligersorganisaties, een maatschappelijke organisatie, sociale bedrijven zonder winstoogmerk of een georganiseerd collectief van inwoners die geen formele rechtsvorm hebben. Artikel 2. Onderwerp van participatie Eerste lid In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan voor zijn eigen bevoegdheden besluit of participatie mogelijk is. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het begrip omvat in elk geval raad, burgemeester en wethouders en burgemeester. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan participatie onderwerpen, of niet.

Commentaar [JvdV1]: Deze zin loopt niet

Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als participatie gebeurt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden wordt geregeld. Tweede lid In het tweede lid is bepaald dat participatie altijd mogelijk is als een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Derde lid In het derde lid is opgenomen in welke gevallen er geen participatie mogelijk is. Artikel 3. Procedure participatie Eerste en tweede lidIn artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, voorzover in de verordening niet anders is bepaald. Hier is anders bepaald door de bepaling dat het bestuursorgaan bij de start van een participatieprocedure bekendmaakt hoe de participatie wordt vormgegeven. Het bestuursorgaan legt een aantal zaken vast met betrekking tot de participatie. Om zoveel mogelijk duidelijkheid te verschaffen, somt het tweede lid hiertoe op dat moet worden ingegaan op: doel van de participatie, beïnvloedingsruimte, kaders, communicatie, werkwijze, tijdspad, democratische waarborgen en begroting van de kosten van de procedure.

Deze participatienota kan onderdeel uitmaken van de bekendmaking van het eerste lid, maar kan ook later worden uitgewerkt en bekendgemaakt.

Artikel 4. Eindverslag participatie Eerste lid Ter afronding van de participatie wordt een eindverslag gemaakt. Dit geldt zowel voor hetgeen mondeling als schriftelijk naar voren is gebracht. Tweede lid, onder a Onder overzicht van de gevolgde participatieprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 van de Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd, enz. Tweede lid, onder b Het eindverslag dient een volledig overzicht te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke participatiereacties. In het eindverslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. De schriftelijke participatiereacties kunnen aan het eindverslag worden gehecht.

Commentaar [JvdV2]: Moet dit niet annoniem?

Tweede lid, onder c Als het sluitstuk van participatie wordt voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de reacties/zienswijzen wordt gedaan. Derde lid De bekendmaking van de resultaten van de participatieprocedure is uitermate belangrijk. Dit rondt de participatieprocedure daadwerkelijk af. Het ligt voor de hand om degenen die hebben geparticipeerd een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke website. Als het aantal participanten omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is belangrijk om aan het begin van de participatieprocedure al duidelijkheid omtrent de communicatie te geven. Artikel 5. Initiatiefnemer-gemeente-omgeving Eerste lid In artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet is opgenomen dat de gemeenteraad gevallen van activiteiten kan aanwijzen waarbij participatie verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend. Derde lid , onder a Onder overzicht van de gevolgde participatieprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 van de Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd, enz.

Derde lid, onder b Het eindverslag dient een volledig overzicht te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke participatiereacties. In het eindverslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben

Commentaar [JvdV3]: Moet dit niet annoniem?

gebracht. De schriftelijke participatiereacties kunnen aan het eindverslag worden gehecht.

Commentaar [NS4R4]: Ja!

Derde lid, onder c Als het sluitstuk van participatie wordt voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de reacties/zienswijzen wordt gedaan.

Artikel 6. Samenleving aan zet ‘Samenleving aan zet’ is een vorm van participatie die gebaseerd is op het uitdaagrecht. De gemeente Hollands Kroon hanteert al een aantal jaar eenzelfde behandelmethode voor initiatieven zoals deze bij het uitdaagrecht wordt toegepast, namelijk de initiatiefnemer zien als de expert over zijn of haar directe leefomgeving. Dit betekent dat de gemeente Hollands Kroon een voorloper is op het uitdaagrecht en op de term uitdaagrecht. Dit zorgt ervoor dat het uitdaagrecht in de gemeente Hollands Kroon een andere

naam heeft gekregen, namelijk ‘Samenleving aan zet’. Binnen ‘Samenleving aan zet’ hanteert de gemeente Hollands Kroon een faciliterende werkwijze die inspeelt op haar doelen om het eigenaarschap en de zelfredzaamheid van de samenleving te versterken. Door deze werkwijze en uitgangspunten van de gemeente Hollands Kroon wil zij de samenleving aan zet brengen om de gemeente uit te dagen om de verbinding tussen gemeente en samenleving te versterken.

Artikel 9 Ideeënmarkt gemeenteraad

Paragraaf 4 Slotbepalingen Met deze bepaling wordt de bestaande Inspraakverordening Hollands Kroon, vastgesteld op 22 november 2012 ingetrokken. Ook de Verordening burgerinitiatief Hollands Kroon, vastgesteld op 28 maart 2019 wordt ingetrokken. De datum waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de Participatieverordening Hollands Kroon 2022 in werking treedt (zie artikel 10).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=2a821a11-ee06-4cd8-a378-bca2126c3ae7