Jaarrekening 2025 gewaarmerkt
Tekst van het document
Jaarrekening 2025
74 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Toelichting Tussen 2020 en 2025 is de formatie gegroeid door een optelsom van nieuwe wettelijke verplichtingen, de gevolgen van de coronaperiode, toenemende complexiteit in het sociaal domein en de fysieke leefomgeving, en de opgaven rond duurzaamheid, woningbouw, energietransitie en digitalisering. Daarnaast leidde structurele krapte op de arbeidsmarkt, hogere werkdruk in uitvoerende processen en organisatie brede verandertrajecten (zoals ICT-vernieuwing en procesverbetering) tot gerichte uitbreidingen. De groei was nodig om continuïteit van dienstverlening, wettelijke taakuitvoering en uitvoering van bestuurlijke ambities te kunnen waarborgen. In dezelfde periode is aanvullend tijdelijk gebruikgemaakt van inhuur om piekbelasting, specialistische expertise, projectcapaciteit en krapte op kritieke functies op te vangen, met name op het gebied van vergunningverlening, RO, juridisch advies, financieel control, ICT, programmateams en veiligheid.
Jaarrekening 2025
75 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
De ontwikkeling van ziekteverzuim In 2025 is er een nieuw werkproces bij ziekte ingevoerd. Een belangrijk onderdeel hiervan is casemanagement. De casemanager denkt mee en adviseert over de beste mogelijkheden voor een snelle werkhervatting, voorkomt medicalisering en bewaakt het proces rondom de Wet verbetering Poortwachter. Dit helpt om het ziekteverzuim terug te dringen en zorgt voor ontlasting van de teams. De afspraken uit de cao zijn volledig toegepast. Daarnaast zijn er leerroutes op MLF ingevoerd om verzuim preventief aan te pakken. Dankzij deze gecombineerde aanpak is het ziekteverzuimpercentage verder gedaald. Deze aanpak wordt voortgezet om het percentage nog verder te verlagen.
IT-beheer en beveiliging Procesoptimalisatie op basis van ITIL De ITIL werkwijze biedt een gestructureerde aanpak voor IT-servicebeheer en helpt om de dienstverlening te optimaliseren. Doelstelling van ITIL is. •
Standaardisatie en uniformiteit: invoeren van gestandaardiseerde processen voor incident-, wijzigings- en probleembeheer.
•
Transparantie en voorspelbaarheid: zorgen voor duidelijke rollen, verantwoordelijkheden en procesflows.
•
Continu verbeteren: op basis van de IST-SOL-analyse knelpunten identificeren en verbeteracties doorvoeren.
Jaarrekening 2025
76 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
•
Ondersteuning van organisatiedoelen: IT-diensten afstemmen op strategische prioriteiten en wettelijke verplichtingen (zoals CBW).
•
Verankering in de organisatie: kennisopbouw en betrokkenheid van alle relevante teams om duurzame toepassing van ITIL te waarborgen.
In 2025 heeft verdere implementatie van ITIL plaatsgevonden. De ICT-diensten binnen de organisatie zijn eenduidig beschreven. Werkafspraken zijn vastgelegd en verbeterd. Beheerprocessen, waaronder change-management en incidentafhandeling, zijn verder gestandaardiseerd en werkwijzen aangescherpt. Dit heeft geleid tot meer structuur in de werkzaamheden en geeft een duidelijker afwegingskader. CBW implementatie De Cyberbeveiligingswet (CBW) is wet die de Europese NIS2-richtlijn (Network and Information Security Directive 2) implementeert in Nederlandse wetgeving. De belangrijkste doelen zijn: •
het versterken van de digitale weerbaarheid van essentiële en belangrijke diensten binnen de EU;
•
de harmonisatie van cybersecuritynormen tussen lidstaten om verschillen weg te nemen;
•
de bescherming van vitale infrastructuur en digitale diensten tegen toenemende cyberdreigingen zoals ransomware, datalekken en sabotage.
Bij het programma dienstverlening, cluster organisatie is beschreven wat bereikt is op dit gebied. Inzetten AI Bij programma dienstverlening, cluster organisatie is beschreven wat op dit gebied is gedaan en bereikt. e-HRM Het e-HRM systeem ADP is vervangen door het e-HRM systeem YouForce. Beveiligingsinformatie en gebeurtenissenbeheer Bij het programma Dienstverlening, cluster organisatie (onder: ‘ICT en digitale veiligheid’) is beschreven wat bereikt is op dit gebied.
Jaarrekening 2025
77 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Data labeling Er is ingezet op Data labeling (Microsoft Purview) doordat een pilot is uitgevoerd met zichtbaar labelen van documenten en e-mails via Microsoft Purview. Er is ondersteuning voor medewerkers georganiseerd via een vaste route in TOPdesk. Door de pilot herkennen medewerkers gevoelige informatie beter en weten waar ze terecht kunnen met vragen. Er is een basis gelegd voor organisatie brede toepassing. Misbruik en oneigenlijk gebruik Op 22 mei 2025 heeft de gemeenteraad het ‘Beleidskader voorkomen en bestrijden misbruik en oneigenlijk gebruik’ vastgesteld. Het kader richt zich op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en eigendommen. Het gaat daarbij om een kader dat niet in de plaats komt van bestaande regelingen, maar dat een insteek biedt voor empathisch en eerlijk rechtmatigheidsbeleid. Het beleidskader noemt preventieve en repressieve maatregelen en maakt onderscheid tussen gematigd en streng beleid waar het gaat om het sanctioneren van geconstateerde onvolkomenheden. De organisatie wordt meegenomen via de doorlopende trainingen die worden gegeven door team VIC. In 2026 wordt dit onderwerp expliciet meegenomen in MLF (My Learning Factory.) Het op deze wijze inkaderen van dit beleid wil niet zeggen dat daar tot heden niets aan werd gedaan.
Alle regelingen rond verstrekkingen zijn omgeven met waarborgen en voorwaarden, zowel bij de aanvraag als bij de toekenning. Ook maatregelen van verhaal worden in voorkomende gevallen toegepast. Het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik is per regeling (bijv. verstrekkingen Wmo, toekennen subsidies etc.) beschreven en georganiseerd. Zo kennen we de sociaal rechercheur, de toezichthouder Wmo en zijn er maatregelen van interne controle. Over het jaar 2025 zijn er geen signalen van misbruik of oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen, maar als uitrol van dit beleidskader nemen we stappen om het inzicht te verfijnen en daarover te kunnen rapporteren. Rechtmatigheidsverantwoording Voor de rechtmatigheidsverantwoording hanteren we de verantwoordings- en rapportagegrens zoals opgenomen in de Financiële verordening. In de jaarstukken rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente exclusief de dotaties aan de reserves. In het overzicht Rechtmatigheid (zie bladzijde 128 t/m 130) worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 verder toegelicht.
Jaarrekening 2025
78 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om onverwachte kosten op te vangen. Het gaat om kosten die niet structureel zijn. Daarbij zorgen we dat onze taken doorgaan zoals afgesproken. Dit betekent dat we bij een financiële tegenvaller niet meteen hoeven te bezuinigen om de begroting in balans te houden. Het weerstandsvermogen laat zien hoe gezond de financiële situatie van de gemeente is. Dit geldt voor het komende jaar, maar ook voor de jaren daarna. Volgens de regels (BBV) bestaat het weerstandsvermogen uit twee onderdelen: •
de weerstandscapaciteit: het geld en de mogelijkheden die we hebben om onverwachte kosten te betalen
•
de risico’s: mogelijke gebeurtenissen met financiële gevolgen waarvoor we nog geen maatregelen hebben genomen
In deze paragraaf beschrijven we eerst de risico’s. Daarna kijken we naar de beschikbare middelen. Risico-inventarisatie & ontwikkelingen Hieronder staan de belangrijkste risico’s. Aan het eind van deze paragraaf staan ze in een tabel. Waar mogelijk geven we ook een bedrag voor het risico. Elk risico krijgt een nummer. Per risico geven we aan hoe groot de kans is: laag, middel of groot. 1. Gemeentefonds – ravijnjaar (middel) De inkomsten uit het gemeentefonds zijn lastig te voorspellen. Dit komt door veranderingen in de economie en beslissingen van het Rijk. Vanaf 2028 verwacht het Rijk minder inkomsten. Dit wordt het ‘ravijnjaar’ genoemd. Daardoor hebben we minder geld voor vaste uitgaven. Het kan zijn dat we minder geld krijgen dan we nu verwachten. In dat geval moeten we mogelijk de algemene reserve gebruiken. We schatten dit risico als middel in, omdat nog niet duidelijk is welke keuzes het nieuwe kabinet maakt. 2. Gemeentefonds – specifieke uitkeringen (SPUK) (middel) Het kabinet wil mogelijk bezuinigen op specifieke uitkeringen (SPUK gelden). Deze worden dan deels toegevoegd aan het gemeentefonds, met een korting. Het doel is minder administratie en meer vrijheid voor gemeenten. Maar het is nog onduidelijk hoe deze korting wordt toegepast. Ook is de invoering vertraagd. Daarom is het effect nog onzeker. We schatten dit risico als middel in.
Jaarrekening 2025
79 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
3. Loon- en prijsontwikkelingen – inflatie (middel) Dit risico gaat over stijgende lonen en prijzen. De inflatie is de afgelopen jaren sterk veranderd. Door internationale ontwikkelingen blijft dit onzeker. Daarom schatten we dit risico als middel in. 4. Capaciteit en personele lasten (middel) We hebben veel plannen en ambities. Tegelijk is het lastig om personeel te vinden voor bepaalde functies. Ook inhuur is schaars. Daardoor gaat de uitvoering soms langzamer. Als dit zo blijft, kan dit onze plannen vertragen. We schatten dit risico als middel in. 5. Duurzaamheid en energiekosten (middel/groot) De kosten van projecten stijgen. Dat heeft invloed op duurzame projecten en gemeentelijk vastgoed. De energiemarkt blijft onzeker. Ook maatschappelijke organisaties kunnen hierdoor in de knel komen. Daarnaast verandert het klimaat. Extreem weer kan schade geven aan gebouwen. Op de lange termijn wordt dit risico groter. 6. Grondexploitaties (bestaande) (laag) We hebben voorzieningen om risico’s in lopende projecten op te vangen. Die bekijken we elk jaar. We voeren een actiever grondbeleid. Nieuwe projecten moeten zichzelf betalen. Daarom schatten we dit risico als laag in. 7. Verbonden partijen (middel) We voeren sommige taken samen met andere organisaties. Hierdoor hebben we minder directe invloed. Besluiten kunnen anders uitpakken dan verwacht. Ook kunnen extra kosten ontstaan.
We schatten dit risico als middel in. 8. Borgstellingen (laag) De gemeente staat soms garant voor leningen. Hiervoor gelden strenge regels. De kans dat we moeten betalen is klein, maar niet nul. Daarom is dit risico laag. 9. Pensioen wethouders (laag)
Jaarrekening 2025
80 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
De pensioenverplichtingen worden elk jaar opnieuw berekend. Dit kan kleine veranderingen geven. Het risico is laag. 10. Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM) (middel) De gemeente investeert in een fonds dat later geld moet opleveren. Er is een kans dat niet al het geld terugkomt. Onderzoek laat zien dat het verlies maximaal ongeveer 15% kan zijn. Daarom is dit risico middel. 11. ICT en cyberveiligheid (middel) Cyberdreigingen nemen toe. We nemen maatregelen en werken samen met een externe partij. Toch blijft er altijd risico. Daarom is dit middel. 12. Haven De Oude Zeug (middel) De haven blijft van de gemeente. Er is geld voor vernieuwing. De kosten voor onderhoud daarna zijn nog onbekend. Daarom is dit risico middel. 13. Startersleningen (laag) De gemeente helpt starters met leningen. Dit brengt een klein risico met zich mee. Er is een goede toets vooraf. Ook zijn er zekerheden, zoals een woning als onderpand. Uit ervaring blijkt dat weinig mensen problemen krijgen met terugbetalen. Het risico is laag. 14. Ombuigingen programmabegroting 2025 (middel) We hebben besparingen gepland. Het risico bestaat dat deze niet volledig worden gehaald. Daarom is dit risico middel. 15. Versnelling woningbouw (middel/groot) Er is een groot tekort aan woningen. We willen snel 500 flexwoningen bouwen.
Dit brengt verschillende risico’s met zich mee, zoals juridische, financiële en planningsrisico’s. We nemen vooraf maatregelen om vertraging te voorkomen. Toch blijft het risico aanwezig. 16. Renteontwikkelingen (middel) De rente kan stijgen. Nieuwe leningen kunnen daardoor duurder worden. Omdat dit onzeker is, schatten we dit risico als middel in.
Jaarrekening 2025
81 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
17. Sociaal Domein (middel) Hiervoor is een aparte bestemmingsreserve. De ontwikkelingen in het sociaal domein hebben veel invloed op de financiën van de gemeente. We moeten zorgen voor ondersteuning, zorg en inkomen waar dat nodig is. Dit is een wettelijke taak. Regelingen zoals de Participatiewet, Wmo en Jeugdwet hebben geen vast budget. De kosten kunnen dus elk jaar anders zijn en zijn vooraf daarom moeilijk te voorspellen. Ook besluiten van het Rijk kunnen de kosten beïnvloeden. Daarnaast zorgen economische en internationale ontwikkelingen voor extra onzekerheid. Dit kan gevolgen hebben voor inwoners en maatschappelijke organisaties. Zij kunnen te maken krijgen met minder inkomen, hogere kosten en weinig financiële ruimte. Bij het maken van de begroting proberen we de kosten zo goed mogelijk te schatten. Toch blijft het risico bestaan dat er meer vraag komt dan verwacht. Dan vallen de kosten hoger uit dan begroot. Ook aanbestedingen, prijsstijgingen en maatwerk kunnen voor extra kosten zorgen. We nemen verschillende maatregelen om risico’s te beperken. Deze richten zich op: •
preventie
•
vroegsignalering
•
het versterken van de gezondheid van inwoners
Dit risico telt niet mee voor het weerstandsvermogen. Tabel risicotabel naar bedragen voor benodigde weerstandscapaciteit Omschrijving
Beslag op Weerstands- vermogen *€1000
1 - Gemeentefonds (ravijnjaar 2028)
2.000
2 - Gemeentefonds (SPUK’s)
1.500
3 - Loon- en prijsontwikkelingen - Inflatie
1.000
4 - Capaciteit en personele lasten
1.500
5 - Duurzaamheid & ontwikkeling energiekosten
150
6 - Grondexploitaties
50
7 - Verbonden partijen
500
8a - Borgstelling Terp
300
8b - Borgstelling Hospice
100
8c - Borgstellingen Algemeen
50
Jaarrekening 2025
82 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
9 - Pensioen wethouders
50
10 - Regionale Ontwikkeling Maatschappij (ROM)
50
11 - ICT en Cyber onveiligheid
250
12 - Haven de Oude Zeug
100
13 - Startersleningen
50
14 - Programmabegroting 2026 (Ombuigingen)
500
15 - Versnelling Woningbouw
500
16 - Renteontwikkeling
1.000
Eindtotaal
9.650
Weerstandscapaciteit Hollands Kroon rekent de volgende componenten tot de beschikbare weerstandscapaciteit: •
Algemene Reserve
•
Bestemmingsreserve Risico bouwgronden
•
Bestemmingsreserve vastgoed
•
Onbenutte belastingcapaciteit
Algemene reserve De algemene reserve kan worden ingezet voor incidentele onvoorziene, onvermijdelijke en onoverkomelijke uitgaven en om risico’s te kunnen afdekken. Het inzetten van reserves kan alleen tijdelijk plaatsvinden omdat deze uitgeput raken terwijl structurele lasten blijven terugkomen. Daarmee is het inzetten van reserves dus een tijdelijke oplossing. De wetgever heeft regels over de inzet van de algemene reserve eerder verruimt. Dit betekent dat het surplus (vrij besteedbare deel) van de algemene reserve dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit) gedeeltelijk benut mag worden voor de dekking van structurele lasten. Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De inzet van het surplus binnen de algemene reserve wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld. Voor de gemeente Hollands Kroon betekent dit dat voor 2026 ca. € 2,38 miljoen kan worden ingezet zonder dat de solvabiliteit daalt onder de 20%.
Jaarrekening 2025
83 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Bestemmingsreserve Risico bouwgronden In deze reserve wordt een bedrag gereserveerd voor een eventueel toekomstige tegenvallers bij grondexploitaties. Bestemmingsreserve vastgoed Er is een reserve vastgoed gevormd om incidentele onvoorziene, onvermijdelijke en onoverkomelijke uitgaven en om risico’s te kunnen afdekken. Onbenutte/Vrije ruimte in de belastingcapaciteit Mocht de gemeente in slecht financieel weer terecht komen en een beroep willen doen op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (Fvw), dan moet worden voldaan aan het redelijk peil van het belastingpakket. De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het door de gemeente gehanteerde tarief en het tarief om tot een ‘artikel 12-status’ toegelaten te worden. Het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 is vastgesteld op 0,1648% (meicirculaire 2025). De totale verwachte OZB-opbrengst in 2026 is € 16,772 miljoen. Deze wordt verminderd met de opbrengst op grond van de artikel 12-norm ad € 20,020 miljoen en het resterende bedrag is de onbenutte belastingcapaciteit van € 3,248 miljoen. De weerstandscapaciteit (x € 1.000)
in de exploitatie
in het vermogen
Algemene reserve
41.663
Reserve risico grondexploitaties
4.861
Onbenutte belastingcapaciteit
3.248
Reserve vastgoed Totaal
2.651 52.423
Ratio weerstandsvermogen We kunnen de risico’s vergelijken met de financiële buffers van de gemeente Hollands Kroon. Zo krijgen we inzicht in hoe sterk onze financiële positie is. Hiervoor zetten we de weerstandscapaciteit af tegen de totale financiële gevolgen van alle risico’s samen. Op basis daarvan bepalen we het weerstandsvermogen van de gemeente. We drukken dit uit in een getal: de ratio weerstandsvermogen. Deze berekenen we zo: we delen de beschikbare weerstandscapaciteit door de benodigde weerstandscapaciteit. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 is op dit moment goed en wordt gezien als ‘voldoende’. In de tabel hieronder staat de berekende ratio.
Jaarrekening 2025
84 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
2,0 < x
Uitstekend
B
1,4 < x < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
D
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
x < 0,6
Ruim onvoldoende
Beoordeling ratio Kengetallen
Werkelijk
Werkelijk
Werkelijk
2023
2024
2025
Begroot 2026 Begroot 2027 Begroot 2028
Netto schuldquote
48,7%
59,8%
71,4%
87,9%
107,3%
123,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
45,4%
56,5%
67,2%
84,1%
103,7%
120,2%
Solvabiliteitsratio
38,8%
32,6%
32,7%
30,4%
27,0%
24,2%
Structurele exploitatieruimte
3,0%
4,3%
3,9%
4,6%
1,7%
0,0%
Belastingcapaciteit
93,0%
93,0%
89,0%
89,0%
89,0%
89,0%
Grondexploitatie
2,0%
2,0%
2,0%
5,0%
6,0%
10,0%
De beschikbare weerstandscapaciteit is € 52,4 mln. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 9,65 mln. Dit bedrag betreft het totaal aan geïdentificeerde risico’s in de begroting 2026 dat zich op enig moment kan voordoen. Dit leidt tot een weerstandsratio van 5,43. De ratio voor gemeente Hollands Kroon krijgt hiermee waarderingscijfer ‘A, Uitstekend’. Gemeente Hollands Kroon streeft naar een waarderingscijfer C. Daar wordt ruimschoots aan voldaan. Financiële gezondheid
Jaarrekening 2025
85 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
De kengetallen in deze paragraaf laten zien dat de financiële situatie van de gemeente Hollands Kroon op dit moment voldoende is. We blijven binnen de grenzen die de provincie stelt vanuit haar toezicht. Wel zien we dat de financiële positie richting 2029 verslechtert. Vooral de volgende kengetallen gaan richting een hoger risico: •
de (gecorrigeerde) netto schuldquote
•
de solvabiliteit
•
de structurele exploitatieruimte
Dit komt vooral door een stijgende schuld. Die hangt samen met de geplande investeringen. Hoe groot dit effect is, hangt af van het tempo waarin we deze investeringen uitvoeren. Ook is het belangrijk dat grondprojecten zichzelf blijven betalen. In het begin zorgen deze projecten voor hogere schulden, omdat de kosten eerder komen dan de opbrengsten. Later, als we inkomsten krijgen, neemt de schuld weer af. Daarnaast hebben externe ontwikkelingen invloed. Denk aan veranderingen in het gemeentefonds, loon- en prijsstijgingen en rente. De weerstandsratio laat zien dat we risico’s op de korte termijn goed kunnen opvangen. Normering Toetsingskader Provincie
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote
<90
90 > X < 130
> 130
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90 > X < 130
> 130
Solvabiliteitsratio
> 50
20 < > 50
< 20
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Grondexploitatie
< 20
20 < > 35
>35
Belastingcapaciteit
< 95
95 > X < 105
> 105
Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote laat zien hoe hoog de schulden van de gemeente zijn in verhouding tot de inkomsten. Deze geeft een beeld van de druk van rente en aflossingen op de begroting. Solvabiliteitsratio
Jaarrekening 2025
86 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
De solvabiliteitsratio laat zien in hoeverre de gemeente haar financiële verplichtingen kan nakomen. Dit is het eigen vermogen (reserves en resultaat) als percentage van het totaal van de bezittingen.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal laat zien hoeveel ruimte de gemeente structureel heeft om kosten te betalen. Het helpt om te beoordelen of de begroting in evenwicht is. Daarbij maken we onderscheid tussen: •
structurele kosten en inkomsten
•
incidentele kosten en inkomsten
Grondexploitatie Dit kengetal laat zien hoe groot de waarde van grond is ten opzichte van de totale inkomsten van de gemeente. We berekenen dit door de waarde van alle gronden op te tellen en te delen door de totale baten. De waarde van grond is belangrijk, omdat we deze moeten terugverdienen bij verkoop. De accountant controleert elk jaar of deze waarde nog klopt. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit laat zien hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De uitkomst is hetzelfde als bij de begroting. We nemen het kengetal toch opnieuw op in het jaarverslag. Dat doen we omdat alle kengetallen samen een compleet beeld geven van de financiële situatie van de gemeente.
Jaarrekening 2025
87 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Paragraaf 3: Financiering In deze paragraaf beschrijven we hoe de gemeente omgaat met geldstromen. Het gaat vooral om: •
het beheer van bankrekeningen (zoals schatkistbankieren)
•
financiering en schulden
•
het beheersen van renterisico’s
•
leningen en borgstellingen
•
deelnemingen en eventuele dividendinkomsten
We kijken ook naar de ontwikkeling van de schuld van de gemeente en de risico’s die daarbij horen. Wettelijk kader Voor het beheren van geld en leningen gelden wettelijke regels. Deze staan vooral in: •
de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido)
•
de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof)
•
het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
In deze regels staan onder andere afspraken over: •
het EMU-saldo (tekorten en schulden volgens Europese afspraken)
•
hoe we omgaan met rente
•
het grondbeleid
•
financiële kengetallen
Uitgangspunten gemeentelijke Treasury Bij het uitvoeren van onze treasury taken volgen we deze uitgangspunten:
Jaarrekening 2025
88 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
•
We werken binnen de wettelijke regels van de Wet fido en bijbehorende regelingen. Dit betekent dat we letten op grenzen zoals de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en regels voor schatkistbankieren.
•
We werken zorgvuldig en beperken risico’s. Zo zorgen we voor een stabiele financiële positie, nu en in de toekomst.
•
We financieren op totaalniveau. Dit betekent dat we geen leningen koppelen aan één specifiek project.
Alle rente-inkomsten en -kosten verzamelen we en verdelen we daarna over de verschillende activiteiten. Dit doen we met een zogeheten omslagrente. In de begroting 2025 was deze rente 1,58%. Op basis van nieuwe inzichten hebben we dit aangepast naar 1,77%. Renteontwikkelingen De rente is het afgelopen jaar veranderd. Hieronder is dit in een grafiek weergegeven.
Jaarrekening 2025
89 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
De ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt hebben invloed op onze rentekosten. Uit de grafiek blijkt dat de korte en lange rente het afgelopen jaar redelijk stabiel zijn gebleven. De korte rente (1-maands Euribor) daalde in het tweede kwartaal van 2025. Dit kwam door renteverlagingen van de Europese Centrale Bank (ECB). Daarna bleef de rente ongeveer rond de 2%. Deze korte rente gebruiken we: •
voor renteafspraken met onze bank
•
voor de vergoeding op geld dat we in de schatkist aanhouden
Voor langere leningen gebruiken we meestal de 10-jaars rente als uitgangspunt. Begin 2026 lag de rente voor vaste leningen tussen 3,0% en 3,3%. In maart 2026 steeg de rente tot boven de 3,4%. Dit kwam onder andere door onrust op de financiële markten. Een verdere stijging is mogelijk. In april 2026 konden we 10-jaars lineaire leningen afsluiten tegen ongeveer 3,0%. Dat is ongeveer 0,4 procentpunt lager dan vaste leningen. De rente en opslagen veranderen in de tijd. Dit komt door ontwikkelingen op de financiële markten. Ontwikkelingen in regelgeving Externe ontwikkelingen In 2025 is één belangrijke wijziging doorgevoerd in de regels voor gemeentelijke financiering. Vanaf 2025 rekenen we voor grondexploitaties hetzelfde rentepercentage als voor andere investeringen. Interne ontwikkelingen Er waren geen interne ontwikkelingen voorzien. Deze zijn er ook niet geweest.
Jaarrekening 2025
90 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Leningenportefeuille De ontwikkeling van de leningenportefeuille in 2025 staat in de tabel hieronder. Categorie
Schuldrestant Opgenomen per eind 2024
Voor eigen gemeentelijke financiering Opgenomen en aan woningcorporaties verstrekte leningen Subtotaal langlopende leningen
Schuldrestant
2025
per eind 2025
110.866
0
4.440
106.426
2.701
0
298
2.403
113.567
0
4.738
108.829
0
0
0
0
113.567
0
4.738
108.829
Kortlopende leningen Totaal
2025
Afgelost
Tabel: Verloopstaat opgenomen lang- en kortlopende leningen 2025 (bedragen x € 1.000)
In 2025 is geen aanvullende kort- of langlopende financiering aangetrokken. Netto schuld Van het verloop van de netto schuld gedurende 2025 staat in de tabel hieronder. Conform BBV-
Stand per eind
Stand per eind
Mutatie
2024
2025
2025
Omschrijving
artikel
Balans-zijde
Vaste schulden
46
C
113.567
108.829
-4.738
Vlottende schulden
48
C
13.682
14.558
876
Overlopende passiva
49
C
26.834
32.071
5.237
Minus:
-
Overige uitzettingen >1jr
36 lid f
D
40
40
-
Uitzettingen <1jr
39
D
42.891
26.082
-16.809
Jaarrekening 2025
91 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Liquide middelen
40
D
Overlopende activa
40a
D
Netto schuld
10.663
7.442
-3.221
100.488
121.894
21.405
Minus verstrekte leningen: Leningen aan woningcorporaties
36 lid b
D
2.701
2.403
-298
Overige verstrekte leningen
36 lid c
D
2.945
4.698
1.753
94.842
114.793
19.950
Netto schuld minus verstrekte leningen Tabel: Verloopoverzicht netto schuld over 2025 (bedragen x € 1.000)
Financiering gerelateerde kerngetallen De uitkomsten van financiering gerelateerde kengetallen staan in de tabel hieronder. Omschrijving
Stand per eind 2024
Stand per eind 2025
Mutatie 2025
Solvabiliteit Eigen vermogen
86.849
88.209
Balanstotaal
266.611
269.359
Solvabiliteit
32,6%
32,7%
100.488
121.894
leningen
94.842
114.793
Baten voor bestemming
160.324
170.740
0,2%
Netto schuldquotes Netto schuld Netto schuld minus verstrekte
Jaarrekening 2025
92 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Netto schuldquote
62,7%
71,4%
8,7%
59,2%
67,2%
8,1%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Tabel: Financiering gerelateerde kengetallen (bedragen x € 1.000)
Deze percentages maken ook onderdeel uit van de kengetallen zoals genoemd in de Paragraaf weerstandsvermogen van dit jaarverslag. EMU-saldo en Wet hof Landen in de Europese Monetaire Unie (EMU) moeten zich houden aan afspraken over hun begroting. Een belangrijke regel is dat het begrotingstekort niet groter mag zijn dan 3% van de economie (het bruto binnenlands product). Dit tekort noemen we het EMU-saldo. In de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) staan deze regels ook voor gemeenten. Gemeenten moeten bij de begroting en het jaarverslag hun EMU-saldo berekenen. Zo kan het Rijk het totaal voor Nederland bepalen. Het EMU-saldo van de gemeente wordt berekend op basis van de balans.
Activa (Im)materiële vaste activa
31-12-2024
Relevante mutatie voor EMU-
31-12-2025
saldo
201.286
224.045
2.145
2.348
5.646
7.101
40
40
209.118
233.535
Voorraden
3.939
2.735
Uitzettingen <1 jaar
42.891
26.082
0
0
Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
Liquide middelen
Jaarrekening 2025
22.758
-1.204
93 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Overlopende activa
10.663
7.442
Totaal Vlottende Activa
57.493
36.259
Totaal Activa
266.611
269.793
Passiva
31-12-2024
31-12-2025
Eigen vermogen
86.849
88.209
1.360
Voorzieningen
25.679
26.126
447
Vaste schuld
113.567
108.829
Totaal Vaste Passiva
226.095
223.164
Vlottende schuld
13.682
14.558
Overlopende passiva
26.834
32.071
Totaal Vlottende Passiva
40.516
46.630
Totaal Passiva
266.611
269.793
EMU-saldo
-19.747
Tabel: Herleiding EMU-saldo uit balans (bedragen x € 1.000)
De gemeentelijke begroting is gebaseerd op baten en lasten (inkomsten en uitgaven die we toerekenen aan een jaar). Het EMU-saldo werkt anders. Dit kijkt naar de werkelijke geldstromen: wat we echt ontvangen en betalen. Dit noemen we kasbasis. Bij het EMU-saldo tellen ook investeringen mee en veranderingen in grondprojecten. Dit volgt de Europese regels voor financiële rapportage. Daarom kan het EMU-saldo afwijken van de begroting. Een gemeente kan bijvoorbeeld een sluitende begroting hebben, maar toch een negatief EMU-saldo. Dat komt doordat investeringen niet meetellen in de begroting, maar wel in het EMU-saldo. Omslagrente De gemeente past een renteomslag methodiek toe. Daarbij worden aan investeringen de gemiddelde rentekosten toegerekend die voortvloeien uit de opgenomen geldleningen en/of eigen middelen waarmee deze zijn gefinancierd.
Jaarrekening 2025
94 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Rente-omslag a.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
b.
De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten
Jaarrekening 2025 3.106.000 188.000 2.918.000
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2.
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van door verstrekte leningen indien daar een specifieke
c3. lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
2.918.000
d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
2.918.000
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
3.654.316
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury Renteresultaat als % van aan taakvelden toe te rekenen rente Boekwaarde activa per 01-01-2025
736.316 20,1% 206.619.000
Rente-omslagpercentage jaarrekening 2025
1,77%
Rente-omslagpercentage jaarrekening 2025 binnen norm
2,00%
Tabel 5: Omslagrente en renteresultaat 2025 (bedragen x € 1)
Jaarrekening 2025
95 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Risicobeheer Risicobeheersing in het licht van de treasury functie richt zich met name op rente- en kredietrisico’s. Renterisico’s De Wet fido onderscheidt twee renterisico’s, te weten het renterisico van de vlottende schuld en het renterisico van de vaste schuld. Voor beide soorten geldt binnen de Wet fido een eigen norm. Kasgeldlimiet (kortlopende schuld) In de Wet fido is een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de gemeente haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren: de kasgeldlimiet. Deze limiet wordt uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal (8,5%) en wordt per kwartaal bezien. Een overschrijding van de kasgeldlimiet is wettelijk toegestaan zolang dit niet langer duurt dan twee aaneengesloten kwartalen. In 2025 hebben wij ruim binnen de kasgeldlimiet geopereerd. Kasgeldlimiet 2025 Berekening Kasgeldlimiet 2025: Begrotingstotaal aan lasten Programmabegroting 2025
155.625
(oorspronkelijk) Percentage conform Wet Fido
8,5%
Kasgeldlimiet 2025
13.228
Spiegeling netto vlottende schuld aan Kasgeldlimiet 2025: 1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
Kasgeldlimiet
13.228
13.228
13.228
13.228
Netto vlottende schuld
-11.844
-13.739
-18.560
-10.961
Jaarrekening 2025
96 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Onderschrijding kasgeldlimiet
25.072
26.967
31.788
24.189
Tabel: Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)
Renterisiconorm (langlopende schuld) Met behulp van de renterisiconorm wordt bepaald welk renterisico de gemeente loopt op haar vaste schuld (leningen met een looptijd van langer dan één jaar). In de Wet fido is de renterisiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden. Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen, dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moeten worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. Uit onderstaande tabel blijkt dat gemeente Hollands Kroon in 2025 ruim binnen deze wettelijke norm heeft geopereerd. Omschrijving
Bedrag
Bepaling renterisiconorm Begrotingstotaal aan lasten conform Programmabegroting 2025
155.625
(oorspronkelijk) Percentage conform Wet fido Renterisiconorm
20% 31.125
Renterisico 2025 Aflossingen Renteherziening
4.440 0
Werkelijk renterisico
4.440
Ruimte binnen de norm
26.685
Tabel : Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
Jaarrekening 2025
97 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
Kredietrisico’s Kredietrisico’s kunnen voortvloeien uit verstrekte en gewaarborgde geldleningen. Verstrekte geldleningen Het verloop van de portefeuille aan verstrekte geldleningen gedurende 2025 was als volgt: Categorie
Schuldrestant Verstrekt 2025 Afgelost 2025 Schuldrestant per eind 2024
per eind 2025
Verstrekt aan woningcorporaties
2.701
0
298
2.403
Hypotheekleningen personeel
50
0
0
50
0
1
44
2.284
2.055
299
4.040
606
64
65
605
5.686
2.119
663
7.142
45
Overige leningen Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) Verstrekte leningen Sociaal Domein TOTAAL
Tabel: Verloopstaat verstrekte langlopende leningen 2025 (bedragen x € 1.000)
De in voorgaande tabel genoemde schuldrestanten komen op de gemeentelijke balans tot uitdrukking onder de Financiële Vaste Activa bij de posten Leningen en Uitzettingen >1 jaar. Gewaarborgde geldleningen De portefeuille aan gewaarborgde geldleningen gaf per eind 2025 het volgende beeld: Ter vergelijking: Totaal Aard/omschrijving
Woningbouw (achtervang WSW)
Jaarrekening 2025
Netto
Netto
schuldrestant % borgstelling
gewaarborgd
gewaarborgd
per 31-12-2025
per 31-12-2025
per 31-12-2024
68.234
62.395
136.468
50%
98 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden
HVC Huisvuilcentrale
576.543
1,92%
11.070
10.057
Diversen
19.785
divers
19.785
19.994
Totaal
732.796
99.089
92.446
Tabel: Overzicht borgstellingen per ultimo 2025 (bedragen x € 1.000)
Saldobeheer De uitgaven en inkomsten van de gemeente lopen niet gelijk in de tijd. Soms leent de gemeente geld om tijdig betalingen te kunnen verrichten en soms heeft ze (tijdelijk) overtollige liquide middelen. De liquiditeitsprognose wordt regelmatig herzien met informatie uit de organisatie. Dat stelt ons in staat om continu de financieringsbehoefte van de gemeente te bepalen. BNG Bank is huisbankier van de gemeente Hollands Kroon. Schatkistbankieren Met ingang van 1 januari 2014 zijn decentrale overheden verplicht alle overtollige middelen, boven een drempelbedrag, die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taak in de Schatkist aan te houden. De berekening van het drempelbedrag voor schatkistbankieren voor gemeenten met een begroting kleiner dan € 500 miljoen is 2% van het begrotingstotaal. Voor 2025 gold aldus een drempelbedrag van € 3.113.000. Uit onderstaande tabel blijkt dat gemeente Hollands Kroon gedurende geheel 2025 ruim binnen dit drempelbedrag voor Schatkistbankieren heeft geopereerd. Schatkistbankieren 2025 Berekening drempelbedrag Schatkistbankieren 2025 Begrotingstotaal aan lasten Programmabegroting 2025 (oorspronkelijk)
155.625
Percentage conform Regeling Schatkistbankieren
2%
Drempelbedrag 2025
3.113
Spiegeling saldi liquide middelen aan drempelbedrag 2025 1e kwartaal
Jaarrekening 2025
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
99 Gewaarmerkt voor verificatiedoeleinden