Groenstructuurplan Hollands Kroon april 2021.pdf
Tekst van het document
GROENSTRUCTUURPLAN (2021-2031) HOLLANDS KROON 23 APRIL 2021
Een karakteristieke stolpboerderij met rondom erfbeplanting
2
INHOUDSOPGAVE 01 INLEIDING Waarom een groenstructuurplan?
06 GROENSTRUCTUURPLAN
02 BELEID belangrijk voor het planten van bomen
07 BOSKANSENKAARTEN
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2.1 2.2 2.3 2.4
Provinciaal beleid: bijzonder provinciaal landschap Provinciaal beleid: weidevogelgebieden Provinciaal beleid en beleid hoogheemraadschap: dijken Provinciaal en gemeentelijke beleid; historische molens
03 LANDSCHAP 3.1 3.2
Ontstaan en analyse Uitgangspunten
04 NATUURWAARDEN, doelen en uitgangspunten 4.1 4.2 4.3
Wat maakt houtige elementen waardevol voor biodiversiteit? De fauna van houtige elementen in Hollands Kroon Hoe kunnen de voorkomende soorten worden bevorderd?
05 LOKAAL NETWERK van ecologische houtverbindingen 5.1 5.2
5.3 5.4
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Biodiversiteit en een dooraderd landschap Duurzame en ziektebestendige beplanting Erfbeplantingen Hoe het groenstructuurplan tot stand is gekomen Leeswijzer
Waar zijn houtige elementen in de gemeente Hollands Kroon Relatie houtige elementen met beschermde natuurgebieden en landschappelijke dragers in Hollands Kroon Lokaal netwerk van ecologische houtverbindingen Wat levert de groenstructuur op?
7.1 7.2
Aanpak Regio Niedorp en Groetpolder Anna Paulownapolder, Wieringerwaard en Waardpolder Wieringen Wieringermeer
Bos en de functie van bos Mogelijke locaties voor bos
BIJLAGEN +
BIJLAGE 1 Verspreiding van aan houtige elementen gebonden diersoorten
+
BIJLAGE 2 Begrippenlijst beplanting
+
BIJLAGE 3 Assortimentslijst
+ BIJLAGE 4 Overzichtskaart nieuw te planten bomen + BIJLAGE 5 Leidraad voor aanplant en vervanging bomen + BIJLAGE 6 Overzichtskaart bestaande bomen + BIJLAGE 7 Pijnpunten per deelgebied
3
Ondertitel
4
Een netwerk van houtige elementen zoals een bomenlaan
1. INLEIDING 1.1
Biodiversiteit en een dooraderd landschap
Het groenstructuurplan komt voort uit de wil om de biodiversiteit in de gemeente te verbeteren. Biodiversiteit gaat over de verscheidenheid aan planten en diersoorten. Dat er veel verschillende planten en dieren zijn is belangrijk voor de balans in onze natuur en voor ons leven op aarde. Door klimaatverandering, toename van consumptie, vervuiling, introductie van vreemde soorten, overexploitatie van natuurgebieden en natuurlijke hulpbronnen wordt de biodiversiteit in onze hele wereld ernstig bedreigd. Plant- en diersoorten verdwijnen en de balans tussen soorten in verschillende gebieden raakt verstoord. Schone lucht, zuiver water, een vruchtbare bodem en een stabiel klimaat zijn niet langer vanzelfsprekend. Dit treft mensen in arme landen, omdat zij vaak direct afhankelijk zijn van wat de bossen en het land voortbrengen, maar het treft ook onszelf. Aantasting van biodiversiteit en uitputting van natuurlijke hulpbronnen bedreigt uiteindelijk het voortbestaan van alle mensen.
+ + + + + + + + + + + +
een netwerk van houtige elementen maakt het landschap ook recreatief aantrekkelijker en biedt beschutting voor wandelaars, fietsers en sporters; bomen zorgen voor omzetting van CO2 naar zuurstof; bomen houden de temperatuur lager bij (te) warm weer; bomen bieden voedsel en leefplekken voor dieren (bijvoorbeeld vogels, vleermuizen, insecten); bomen langs een weg zijn een visuele snelheidsremmer; bomen dempen geluid; bomen houden fijnstof vast; bomen geven stabiliteit aan de bodem; bomen nemen water op bij (te veel) regen; bomen geven luwte; bomen zijn aantrekkelijk om te zien; bomen zijn positief voor onze gezondheid en ons welbevinden.
Ons rijk en onze provincie hebben biodiversiteit hoog op de agenda staan. Dit geldt ook voor de gemeente Hollands Kroon. De gemeente stelde het deltaplan biodiversiteit op. Een van de acties daaruit is het opstellen van het voorliggende groenstructuurplan. Dit plan is gericht op het maken van een lokaal netwerk van houtige beplantingen. Zó dat een dooraderd landschap ontstaat; versterkend voor het landschap én voor de natuur. De bedoeling is dat daarbij zoveel mogelijk bomen worden geplant. Bomen spelen in allerlei opzichten een belangrijke rol: +
+
een netwerk van houtige elementen is belangrijk voor veel dieren, om te ver blijven, om zich te voeden en om verschillende verblijfs- en voedselgebieden met elkaar te verbinden; een netwerk van houtige elementen versterkt het landschap en laat zien hoe het landschap in de loop van de geschiedenis is opgebouwd;
5
1.2
Duurzame en ziektebestendige beplanting
In de gemeente hebben bomen het in de afgelopen tijd moeilijk gehad. Er zijn veel bomen doodgegaan door ziekte; door iepenziekte en essentakziekte bijvoorbeeld. Ook dit is een reden om het groenstructuurplan op te stellen. In het groenstructuurplan besteden we extra aandacht aan het voorkomen van ziekten en plagen in de toekomst. Dit kan door resistente iepen of essen aan te schaffen, en door meer variatie aan te brengen in de boomsoorten of cultivars binnen een soort. We kiezen vooral inheemse soorten die goed passen op de bodemsoort. Op bomen die al lang in Nederland voorkomen, komen namelijk veel meer diersoorten voor dan op exoten. Ook houden we bij de soortenkeuze rekening met ons veranderende klimaat met meer weerextremen en geleidelijk hogere temperaturen.
1.3
Erfbeplantingen
1.4
Hoe het groenstructuurplan tot stand is gekomen
Synchroon aan het voorliggende groenstructuurplan is ook een erfbeplantingstool opgesteld. Deze tool is gericht op het stimuleren en enthousiasmeren van erfeigenaren om hun erf optimaal in te richten. Dit voor wat betreft het landschap en voor wat betreft de natuur. Erven spelen naast de beplanting langs wegen en in de vorm van bos een belangrijke aanvullende rol voor de biodiversiteit.
Alle input is gebruikt om concepten te maken voor het groenstructuurplan en de erfbeplantingstool. Op vier digitale bewonersavonden konden inwoners van deelgebieden in Hollands Kroon de concepten bekijken en tips meegeven om de plannen te verbeteren of aan te vullen. Dit resulteerde in het voorliggende groenstructuurplan en de erfbeplantingstool die u kunt raadplegen via: www.erfbeplantingstoolhollandskroon.nl
1.5
Leeswijzer
Het voorliggende groenstructuurplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 vindt u beleid dat belangrijk is bij het kiezen van locaties waar bomen kunnen komen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de analyse van het landschap en de uitgangspunten die daaruit voortkomen. Hoofdstuk 4 gaat in op de bestaande natuurwaarden en de manier waarop we de biodiversiteit kunnen versterken. In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten opgenomen vanuit ecologie. In hoofdstuk 5 wordt uitgelegd wat het versteviging van het netwerk van houtige beplantingen oplevert voor de biodiversiteit. De daarop volgende hoofdstukken 6 en 7 behandelen de mogelijkheden om bomen te planten en om bos te realiseren. In de bijlagen vindt u o.a. lijsten met boomsoorten en overzichtskaarten van bestaande bomen en nieuw te planten bomen binnen de gemeente. En het vervangingsplan voor bestaande bomen van slechte kwaliteit en bomen die aan het einde zijn van hun levensduur.
Het groenstructuurplan kwam tot stand in een proces waarbij zoveel mogelijk mensen zijn betrokken. Binnen de gemeente is een projectgroep in het leven geroepen ondersteund door een klankbordgroep. In de klankbordgroep waren mensen vanuit de LTO, de agrarische natuurvereniging, cultuurhistorische verenigingen en natuur- en landschapbeherende instanties vertegenwoordigd. Er is een mini-enquête uitgezet waaraan iedereen deel kon nemen. Ruim 170 mensen hebben hieraan gehoor gegeven. Zij gaven onder meer aan waar ze graag boombeplanting zouden willen zien en waar bos. Ook beantwoordden zij de vraag op welke manier ze bos waardeerden. Deelnemers konden aangeven of zij geïnteresseerd waren in het erfbeplantingsdeel van het project. Op die vraag hebben 47 mensen positief geantwoord. Deze mensen konden aangeven aan welke informatie ze behoefte hadden. De homepage van de erfbeplantingstool: www.erfbeplantingstoolhollandskroon.nl
6
2. BELEID BELANGRIJK VOOR HET PLANTEN VAN BOMEN 2.1
Provinciaal beleid: Bijzonder Provinciaal Landschap
Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming en waar mogelijk versterking en ontwikkeling van gebieden in Noord-Holland die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Bij plaatskeuze voor bomen moet rekening worden gehouden met deze bescherming. De te beschermen waarden geven aan welke patronen van wegen en waterlopen juist wel met bomen kunnen worden versterkt, en de gebieden waar vanwege openheid of vanwege de status als weidevogelgebied geen bomen kunnen worden geplant. In Hollands Kroon zijn drie verschillende gebieden aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap. Dit zijn BPL Schagen, BPL Oude Veer en PBL Wieringen. Het gebied van Kolhorn tot Barsingerhorn en Haringhuizen behoort tot het BPL Schagen. Het gebied is van zeer hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde vanwege: + + + + + + + +
het herkenbare verkavelings- en slotenpatroon dat is ontstaan in de Middeleeuwen; de in het gebied voorkomende terpen (belangrijk daarin zijn behoud van het reliëf en de zichtbaarheid); de openheid (belangrijk daarin zijn behoud van zichtlijnen vanuit de linten, en voorkómen van hoge mate van verdichting van de linten); weidevogelleefgebied ten noorden van Schagen (belangrijk is behoud van openheid, rust, grasland en een relatief hoog waterpeil ); de Westfriese Omringdijk (conform de bescherming vanwege de status als provinciaal monument); het kanaal Omval-Kolhorn (van belang zijn de zichtbaarheid van de open om geving vanaf het kanaal en de continuïteit van het kanaal); de bebouwingslinten (belangrijk is behoud van de doorzichten en voorkómen van tweedelijnsbebouwing); stolpenstructuren (belangrijk zijn de stolpvormige bouwvolumes, de samen hang tussen de stolpen en de relatie met het erf en het landschap).
Het BPL Oude Veer is een gebied dat zicht uitstrekt vanaf het Balgzandkanaal naar de
zuidgrens van de Anna Paulownapolder. Tot het gebied behoort de oude getijdengeul met enkele voormalige aftakkingen en gebieden ten westen en oosten van het Lage Oude Veer. De beschermde waarden betreffen: + + + +
de aardkundige waarde (bodemprofiel en reliëf) van het getijdensysteem waar van de historische en natuurlijke vorm nog gaaf is; de landschappelijke waarde van het krekensysteem (natuurlijke vorm van de kreken en zichtbaarheid); het contrast tussen het rechthoekige verkaveling van de polder en het natuurlijke krekenpatroon; de lange zichtlijnen en openheid in noord zuid richting.
Het BPL Wieringen betreft zowel het voormalige (wadden)eiland als de aandijking Polder Waard-Nieuwland. Er zijn een groot aantal beschermde waarden: +
+
+ + + + + + +
de landschappelijke en aardkundige waarden verbonden aan het eiland ontstaan op stuwwallen met keileem uit de periode van de ijstijden (glooiend landschap, reliëf); de onregelmatige verkaveling en kronkelige linten in contrast met het rationale verkavelingspatroon van de polder Waard-Nieuwland waaruit de geschiedenis afleesbaar is; de afwisseling van openheid (kogen) en beslotenheid (hogere gronden); de zichtlijnen vanaf de keileembulten; de rust en openheid van weidevogelgebieden; de cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde van eendenkooien met hun kooiplas (inclusief open gebied rond de kooi); het patroon van kronkelige wegen; de cultuurhistorische en landschappelijke betekenis van de Wierdijk (provinciaal monument); de cultuurhistorische en landschappelijke betekenis van de dijk Polder Waard- Nieuwland (inclusief dijkprofiel);
7
Ondertitel Struweel als markering langs de weg, Akkerweg bij Oosterland Wieringen
8
+ +
2.2
de bebouwingslinten op het oude eiland en in de polder, met voldoende doorzichten; stolpenstructuren (belangrijk zijn de stolpvormige bouwvolumes, de samen hang tussen de stolpen en de relatie met het erf en het landschap).
Provinciaal beleid: weidevogelgebieden
De provincie Noord Holland heeft in haar Provinciale Ruimtelijke Verordening regels opgenomen voor weidevogelgebieden. Met deze regels wil de provincie het leefgebied van bedreigde weidevogels beschermen. Van belang zijn het beheer, de afwezigheid van opgaande begroeiing en gunstige omgevingscondities, zoals een relatief hoog waterpeil. Ook de afwezigheid van bebouwing is van belang voor het succes van weidevogelpopulaties. Daarom is vastgelegd dat bouwen in de weidevogelgebieden in principe niet is toegestaan. Als dat toch noodzakelijk is, dan moet het verlies aan weidevogelgebied worden gecompenseerd. Voor het planten van bomen en struiken betekent het provinciale beleid dat we geen nieuwe houtige beplanting in weidevogelgebieden planten. Vervanging van bestaande beplantingen en beplanting aan de randen van weidevogelleefgebied kan mogelijk wel. Lagere struikbeplanting is daarbij geschikter dan bomen. Overleg met de beheerders van het weidevogelgebied en de provincie is in deze gevallen gewenst. Om te zien welke gebieden tot de beschermde weidevogelgebieden behoren bestaan er twee bronnen: + de aanwijzingsstukken van de Bijzondere Provinciale Landschappen, waarin is aangegeven dat gebieden de kernkwaliteit habitat voor weidevogels hebben, en; + de aanwijzing van NNN gebieden die de status hebben van weidevogelkernge bied.
2.3
Provinciaal beleid en beleid hoogheemraadschap: dijken
2.4
Provinciaal en gemeentelijke beleid; historische molens
Zowel in de Provinciale Verordening Noord Holland als in de legger van het Hoogheemraadschap wordt aandacht besteed aan het duurzaam behoud van waterkeringen. Het aanplanten van bomen en struiken in de beschermingszone (een aan het waterstaatswerk grenzende zone welke zware bescherming biedt voor de dijk) of de kernzone van de dijk (primaire, regionale en overige waterkeringen) mag in beginsel niet. Opgaande houtige beplanting op of nabij een dijk zorgt namelijk voor zwakke plekken in de waterkering. Sommige dijken zijn ook vanwege hun cultuurhistorische waarden beschermd. De Wierdijk en de Westfriese Omringdijk zijn provinciaal monument. Rond de Westfriese Omringdijk wordt ook een open gebied (kwaliteitszone van maximaal 200 meter) aangehouden zodat de dijk vrij in het landschap ligt en blijft liggen.
In de het beleid van provincie en gemeente wordt aandacht besteed aan een gebied rond historische molens waar geen hoge bebouwing of beplanting mag komen. Bebouwing of beplanting mag de windvang niet belemmeren. Rond de historische molens gelden beperkingen voor een cirkel met een doorsnede van 200 meter; de molenbiotoop. Binnen 100 meter rond de molen mag geen bebouwing of beplanting hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek worden opgericht. Daarnaast mag binnen 100 tot 400 meter rond de molen geen beplanting hoger worden dan 1/100 van de afstand tussen beplanting en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek. Binnen Hollands Kroon gaat het om: + Westermolen, Nieuwe Niedorp + Molen de Hoop, Oude Niedorp + Molen Leonide, nabij Anna Paulowna + Molen de Hoop, Wieringerwaard + Molen de Hoop, Den Oever + Molen de Onderneming, Hippolytushoef Als we bomen planten moeten we rekening houden met de windvanggebieden rond deze historische molens.
9
Fig. 3.1 Kaartbeeld 1820, bron Topotijdreis
Fig. 3.2 Kaartbeeld 1870, bron Topotijdreis
Fig. 3.3 Kaartbeeld 1935, bron Topotijdreis
Fig. 3.4 Kaartbeeld 2019, bron Topotijdreis
10
3. LANDSCHAP 3.1
Ontstaan en analyse
Het landschap in de Kop van Noord Holland heeft een ontstaansgeschiedenis waarin zowel de ijstijden als het water een grote rol hebben gespeeld.
land een tijd van economische bloei. Dat zie je terug in de aanleg van het gebied. Een polder met allure; water met aan beide zijden wegen en relatief grote en fraaie boerderijen. De rechtlijnige aanleg staat in contrast met het aangrenzende landschap in de omgeving van Niedorp.
Wieringen was vroeger een eiland. Het oudste gedeelte van Wieringen is 120.000 jaar geleden ontstaan door Noorse gletsjers. Een stuwwal werd veroorzaakt door het opdringende landijs. Deze stuwde de zandige ondergrond van Wieringen tot op grote hoogte op. Deze stuwwal deponeerde daar ook nog eens keileem op. De keileem is op sommige plaatsen wel 20 meter dik. Op Wieringen was al in de 6e en 7e eeuw sprake van bewoning. Waarschijnlijk maakt de Allerheiligenvloed in 1170 Texel en Wieringen tot een eiland. Er ontstond een eiland met een kleinschalige opbouw, opvallende hoogteverschillen, bebouwde hogere wallen en open lagere kogen. In 1924 werd Wieringen verbonden met Noord Holland, door afsluiting van het Amstelmeer. In 1930 viel de Wieringermeerpolder droog en was Wieringen eiland af.
In de 19e eeuw ontstonden de Anna Paulownapolder, Groetpolder, Waardpolder en polder Waard-Nieuwland. De Groetpolder, Waardpolder en polder Waard-Nieuwland hebben een vergelijkbare opzet. Een min of meer rechthoekige of ovale polder met een omringende dijk en een weg in het midden waarlangs de erven zijn gelegen. De middenas is de as waar bebouwing voorkomt, voor het overige is de polder bij uitstek open. De Anna Paulownapolder heeft dezelfde rechtlijnige verkaveling. Maar hier zijn oude kreken gespaard en kreekruggen gebruikt om wegen op te leggen. Dit maakt dat in deze polder meer contrasten zijn tussen de rechtlijnige verkaveling en het Oude Veer, de zwinnen en de wegen die op een aantal plaatsen hoekverdraaiingen laten zien.
Het gehele gebied van Hollands Kroon is voor het overige vanuit een soort kweldergebied ontstaan. Het water was in perioden dominant aanwezig en trok zich in andere perioden terug. De omgeving van Niedorp ligt binnen de Westfriese Omringdijk. Dit gebied behoort (samen met Wieringen) tot het oude land. De Westfriese Omringdijk beschermt de Westfriezen al sinds de 13e eeuw. Men leerde in die periode steeds beter dijken te bouwen. En met de Omringdijk lukte het om een aangesloten omringende dijk te maken rond een groot gebied. In het gebied rond Niedorp zie je de oorsprong van het landschap nog terug. Waterlopen en wegen hebben een kronkelig verloop. Dit voert terug tot de kreken en kreekruggen die in basis aanwezig waren en die bepaalden waar mensen wel en niet konden wonen. De bebouwingslinten in dit gebied liggen vooral in de oostwestrichting. Daartussen zijn relatief open landerijen aanwezig die vooral voor veeteelt worden gebruikt.
In 1930 viel de Wieringermeerpolder droog. De aanleg behoorde tot de Zuiderzeewerken waarbij ook de Afsluitdijk werd aangelegd. Een lange tijd van planvorming ging daaraan vooraf. Uit de eerste Wereldoorlog leerde men dat het waardevol was om meer zelfvoorzienend te zijn op het gebied van voedselvoorziening. Dit was een belangrijke reden om de Wieringermeer te realiseren. De Wieringermeerpolder is met veel inbreng van het Rijk tot stand gekomen. Er werd nagedacht over het water en wegenpatroon, de beplanting, het geschikt maken van de bodem, de indeling met dorpen, de bouw van verschillende boerderijtypen. Ook moesten geïnteresseerden boeren door een selectieprocedure om in aanmerking te komen voor een boerderij en landerijen in het gebied.
De Wieringerwaard polder is aan het begin van de 17e eeuw ingepolderd. Maar ook daarvoor heeft in dit gebied bewoning plaatsgevonden. De 17e eeuw was voor Neder-
11
3.2
Uitgangspunten
In grote hoofdlijn zijn in Hollands Kroon landschappen met een afwisselende organische opbouw. Dit is de regio rond Niedorp en dit geldt ook voor Wieringen. En er zijn landschappen met een rechtlijnige opbouw. Dit geldt voor alle polders. Daarbinnen zijn natuurlijk allerlei kleinere verschillen aanwezig. In het navolgende geven we een korte kenschets van de manier waarop houtige elementen in de verschillende landschappen voorkomt en hoe we daar in het bomenplan op willen reageren.
+
sluit in de Wieringerwaard aan bij de rijke opzet van deze polder, met stevige bomen van de eerste orde.
+
beplant bij de Groetpolder uitsluitend de Groetpolderweg en laat voor het overige de open ruimte binnen de ringdijk in takt (bij de Waardpolder en de polder Waard-Nieuwland is dit om reden van leidingen niet mogelijk)
+
behoud in de Anna Paulownapolder het contrast tussen rechte wegen met laanbeplanting en kronkelige structuren van (restanten van) kreken met een natuur- lijke beplanting
+
werk in de Wieringermeer aan veelzijdigheid van de beplantingen zoals dat in het oorspronkelijke ontwerp van Bijhouwer ook is bedacht. Kies voor sommige wegen voor bomenrijen, en voor andere wegen voor struweel of boomsingels met bomen en struiken
+
behoud het overwegend open landschap en plant eventueel bos in aansluiting op kernen, bestaande bosgebieden of aan de randen van open landschappen
Organische landschappen; +
benadruk de grilligheid en afwisseling
+
gebruik bomen langs de bochtige wegen en benadruk de bochten met extra struiken of bomen (uitgezonderd weidevogelleefgebieden)
+
afwisselend gebruik van struweel en bomen is goed mogelijk in deze gebieden
+
speel in op de kleinschaligheid op Wieringen en lever maatwerk gezien het grote aantal waarden van het Wieringse landschap
+
kies op Wieringen vooral op herstel van boom- of struweelbeplanting die door uitval is verdwenen en beplanting in aansluiting op de kernen (waar dit uit het oogpunt van weidevogelgebieden en watervogelvluchtplaatsen kan)
+
behoud het overwegend open landschap en plant eventueel bos in aansluiting op kernen.
Rechtlijnige landschappen; +
sluit met boombeplanting aan bij de rechtlijnige wegen
+
beplant wegen voor zover dat mogelijk is vanwege de ondergrondse leidingen in zijn geheel met een soort of verschillende cultivars van een soort
12
4. NATUURWAARDEN, DOELEN EN UITGANGSPUNTEN 4.1
Wat maakt houtige elementen waardevol voor biodiversiteit?
Houtige elementen zijn alle bomen en struiken, van alleenstaande boom tot bos, en ook kort geknipte hagen en wild uitgroeiende struweelhagen, houtsingels,en bomenlanen. Hout geeft planten stevigheid en dat maakt dat bomen en struiken lang kunnen leven en hoog kunnen opgroeien. Daardoor hebben houtelementen een bijzondere waarde voor biodiversiteit: +
+
+
+
Houtige elementen leveren beschutting tegen extreem weer: in de winter tegen kou, in de zomer tegen hitte, en jaarrond tegen de wind. Dit niet alleen voor mensen maar zeker ook voor dieren. Naarmate in een houtige element meer verschillende lagen aanwezig zijn (kruidlaag, lage struiken, hoge struiken, lage bomen, hoge bomen) is de beschuttende functie groter. Houtige elementen leveren nest- en verblijfplaatsen voor veel dieren. Verblijfplaatsen in bomen zijn veilig tegen betreding en vertrapping en tegen grondgebonden natuurlijke vijanden zoals vos of egel. Naarmate er meer dikke stammen met holtes zijn, of dichte (stekel) struiken, zijn houtige elementen waardevoller. Veel vogelsoorten en vleermuizen vinden verblijfplaatsen in houtelementen, daarnaast leveren takken(hopen) en boomkluiten verblijfplaatsen voor veel kleine dieren zoals amfibieën, kleine marters, egels, en tal van insecten. Een boom of stuik kan al een enorme hoeveelheid blad, bloemen of bessen als voedsel bieden voor vogels andere kleine dieren. Ook voor bloembezoekende insecten hebben bomen enorme waarde. Hoe meer variatie in soorten hoe beter, er kan dan een estafette van bloei en van vruchten en zaden ontstaan. Houtige elementen leveren tevens veel dood hout en strooisel dat langzaam vergaat.
Er ontstaat een rijk bodemleven aan schimmels/ paddenstoelen en bodemdieren, en die zijn weer voedsel voor veel andere dieren .
+
Houtige elementen leveren bakens voor oriëntatie en verbinding. Vleermuizen en andere dieren gebruiken houtige elementen om langs te trekken, en ook voor lokale verplaatsingen maken veel dieren gebruik van houtelementen, bijvoorbeeld kleine marters, spechten, amfibieën en vlinders.
4.2
De fauna van houtelementen in Hollands Kroon
We hebben in kaart gebracht welke aan houtige elementen gebonden dieren voorkomen in de gemeente Hollands Kroon en waar ze vooral voorkomen. De analyse beperkt zicht tot vogels en zoogdieren, omdat van andere soortgroepen, als ook van planten en paddenstoelen te weinig gegevens bekend zijn. De analyse is toegespitst op vleermuizen, kleine marters, roofvogels en uilen, in holen broedende vogels en struweelvogels. De belangrijkste bron voor de analyse is de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. De NDFF is wel afhankelijk van gegevens die vrijwilligers en professionals aanleveren (onder andere via waarneming.nl), dus gebieden zijn niet volledig onderzocht. Daarbij kunnen soorten met een meer opvallend gedrag of soorten die meer interesse van vogelliefhebbers hebben oververtegenwoordigd zijn in de waarnemingen. Een waarneming van een sperwer wordt vaker vastgelegd dan van een spreeuw of ringmus. Op 5 november 2020 is de NDFF geraadpleegd voor waarnemingen van de laatste vijf jaar in de gemeente, voor een selectie van soorten die aan houtelementen gebonden zijn. Hieronder volgt een samenvatting hieruit.
Een korte kenschets per soort is gegeven in bijlage 1. Deze gegevens zijn aangevuld met vogelwaarnemingen van de Agrarische Natuurvereniging Hollands Noorden en vleermuiswaarnemingen uit natuurtoets Windpark Wieringermeer (Bureau Waardenburg, 2014).
13
Zoogdieren
De belangrijkste aan houtige elementen gebonden zoogdieren betreffen vleermuizen en kleine marters. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de meest aangetroffen soorten. De meest algemene vleermuissoorten zijn gewone en ruige dwergvleermuis, en ook laatvlieger is redelijk algemeen. Verder zijn er kleine aantallen waarnemingen van baardvleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis. De meeste soorten houden zich het liefst op bij houtige elementen. Watervleermuis en rosse vleermuis zijn echter minder aan houtige elementen gebonden: watervleermuis foerageert vooral bij grotere wateren zoals tochten en meren, en rosse vleermuis foerageert ook wel in het open veld. Vleermuizen kunnen verblijfplaatsen in bomen of in gebouwen hebben. De meeste van de aangetroffen soorten kunnen ook verblijfplaatsen in bomen hebben, dat geldt minder voor gewone grootoorvleermuis en niet voor laatvlieger. Soort
Aantal waarnemingen (afgelopen 5 jaar)
Ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis
385 128
Laatvlieger
115
Baardvleermuis
16
Gewone grootoorvleermuis
14
Rosse vleermuis
5
Watervleermuis
6
Wezel
39
Hermelijn
4
Bunzing
4
Tabel 4.1 Aantal waarnemingen van meest voorkomende soorten vleermuizen en kleine marters in NDFF (2015-2020).
14
In figuur 4.1 is de verspreiding van vleermuizen in Hollands Kroon weergegeven. Hierin is duidelijk het patroon van lijnen met houtige elementen te herkennen. Vleermuizen zijn het meest waargenomen in de noordpunt van de Wieringermeer (bosgebied Robbenoordbos en Dijkgatbos), rond Oude Niedorp en langs de westrand van de Wieringermeer (Waardkanaal met brede strook houtelementen). Uit het onderzoek van Bureau Waardenburg in 2014 blijkt dat ook er nog meer houtbeplantingen in het noordelijk deel van de Wieringermeer zijn waarvan vleermuizen regelmatig gebruik maken. Van kleine marterachtigen zijn er weinig waarnemingen. Dat kan goed komen doordat deze dieren zich zelden laten zien. Duidelijk is dat ze wel verspreid in de gemeente voorkomen. De wezel lijkt het meeste voor te komen. Hermelijn is vooral in het noordwesten van de gemeente waargenomen, de wezel vooral in het noordoosten.
Vogels
Van de meeste geselecteerde vogelsoorten die aan houtelementen zijn gebonden, zijn er redelijk wat waarnemingen, zoals blijkt uit tabel 4.2. Algemene soorten zijn bijvoorbeeld buizerd, spreeuw, en grote bonte specht. Ook een aantal landelijk minder algemene soorten zoals gekraagde roodstaart, geelgors en steenuil komen voor in de gemeente, maar zijn ook hier duidelijk minder algemeen. Van de meeste vogelsoorten zijn er waarnemingen verspreid door de hele gemeente, met voor heel wat soorten wel relatief veel waarnemingen in de bossen in de noordpunt van de Wieringermeer (Robbenoordbos en Dijkgatbos)
4.3
Hoe kunnen de voorkomende soorten worden bevorderd?
Verspreid in de gemeente komen flink wat diersoorten van houtelementen voor. Daaronder enkele minder algemene zoa ls gekraagde roodstaart, patrijs, geelgors, steenuil en kleine marters. Doorlopende lijnen van houtige elementen zijn van belang voor veel diersoorten, en in het bijzonder voor vleermuizen. Op basis van deze analyse zijn de volgende uitgangspunten voor ecologie geformuleerd:
Voor lijnvormige houtige elementen: +
+ +
+
We maken een robuust lokaal netwerk van ecologische houtverbindingen. Dit netwerk kan bestaan uit twee tot drie verbindingen in noord-zuidrichting en twee tot drie verbindingen in oost-westrichting door de gemeente. De structuur van huidige houtelementen willen we bij voorkeur gevarieerder maken (meer lagen, meer variatie in leeftijd en soortensamenstelling). Onderbrekingen in lijnvormige houtelementen willen we zoveel mogelijk opheffen. Het netwerk wordt fijnmaziger gemaakt tenzij openheid van het landschap gewenst is (Provinciale Bijzondere Landschappen en weidevogelleef gebieden). Waar mogelijk koppelen we nieuwe houtige elementen aan andere natuurele- menten zoals watergangen of akkerkruidenranden.
Voor alle houtige elementen (dus ook voor bos en erven) gelden daarbij de uitgangs punten: + We passen voornamelijk inheemse soorten en struiken toe. + We zorgen voor afwisseling in soorten of cultivars (van vroege tot laat bloeiende bomen en struiken; productie van bessen en zaden). Dit doen we ook om ziekten en plagen in bomen zoveel mogelijk te voorkomen. + We zorgen voor een toekomstgerichte, duurzame soortenkeuze. Dit betekent dat we ook rekening houden met klimaatverandering.
Soort
Aantal waarnemingen (afgelopen 5 jaar)
Buizerd Spreeuw Grote bonte specht Sperwer Ringmus Kneu Boomkruiper Grasmus Patrijs Groene specht Ransuil Boomvalk Spotvogel Geelgors Gekraagde roodstaart Steenuil
2938 1936 1622 1125 993 935 820 741 741 536 333 277 218 82 76 28
Figuur 4.1 Verspreiding van vleermuizen in de gemeente Hollands Kroon volgens waarnemingen
Tabel 4.2 Aantal waarnemingen van een selectie van aan houtelementen gebonden vogelsoorten
NDFF (2015-2020). Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), 5 november 2020 09:19:37. Voor
in NDFF (2015-2020)
weergave waarnemingen op detailniveau is toestemming gegeven vanuit BIJ12.
15
Ondertitel Lijnvormig houtielement: houtsingel
16
5. LOKAAL NETWERK VAN ECOLOGISCHE HOUTVERBINDINGEN 5.1
Waar zijn houtige elementen in de gemeente Hollands Kroon
Op basis van kaartmateriaal van de gemeente, provincie en hoogheemraadschap is een kaartbeeld gemaakt van aanwezige houtige elementen in de gemeente. Hieruit blijkt dat in de woonkernen relatief veel houtelementen aanwezig zijn, in de vorm van wegbeplantingen en kleine stukjes bos. De enige bossen van groter omvang betreffen het Robbenoordbos en het Dijkgatbos in het noordoosten van de Wieringermeerpolder. In het buitengebied is een vrij uitgebreid patroon van lijnvormige houtelementen aanwezig. Uitzonderingen zijn de westelijke helft van de Anna Paulownapolder, en de uitgesproken open Waardpolder, Groetpolder en polder Waard Nieuwland. Langs een aantal grote watergangen en provinciale wegen zijn vaak bredere houtelementen aanwezig, tot soms wel 30 meter breed zoals langs het Waardkanaal. Hier is vaak ook een ondergroei van struiken aanwezig met een variatie aan soorten. Langs de gemeentelijke wegen is het beeld zeer gevarieerd: bomenrijen langs een of twee zijden van de weg, al of niet ondergroei van struiken. De stroken zijn meestal wel veel smaller. De opgaande bomen in lijnelementen betreffen vaak één soort van één leeftijd over grote afstanden. De laatste jaren zijn veel bomen geveld. Dit kwam doordat bomen op leeftijd raakten en gevaar van vallende takken toenam, en door het optreden van ziekten zoals iepziekte en essentaksterfte.
Daardoor zijn op verschillende plaatsen onderbrekingen in de lijnen van beplanting ontstaan. Ook blijken rond kruispunten van provinciale wegen vaak de houtelementen zijn onderbroken, waarschijnlijk uit oogpunt van overzicht en verkeersveiligheid. Gemeentelijk eigendom binnnen bebouwde kom
In de open gebieden zijn naast de lijnvormige beplantingen ook beplante erven belangrijke landschappelijke dragers met houtige elementen. Dit geldt voor de heel gemeente en in het bijzonder voor de Wieringermeer, waar veel beplanting op erven aanwezig is.
Gemeentelijk eigendom buiten de bebouwde kom Gemeentelijk eigendom struweel buiten de bebouwde kom Provinciaal eigendom of van het HHNK
Figuur 5.1 Lijnvormige houtelementen in de gemeente Hollands Kroon
17
5.2
Relatie houtige elementen met beschermde natuurgebieden en landschappelijke dragers in Hollands Kroon
De beschermde natuurgebieden betreffen in de eerste plaats Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (NNN). De bescherming van Natura 2000-gebieden is op Europees niveau vastgelegd, dit betreft in deze gemeente alleen buitendijkse wateren van het IJsselmeer en de Waddenzee. Op provinciaal niveau vormt het NNN de kern van beschermde gebieden. Dit betreft voornamelijk de in het noorden van de gemeente gelegen gebieden Het Oude Veer (oude kreek met oeverlanden), het Amstelmeer (open water) en de bossen in de noordpunt van de Wieringermeerpolder. Daarnaast zijn ook Ecologische Verbindingen aangewezen, dit betreffen vooral dijken en brede watergangen. Deels zijn dit boomloze verbindingen, maar langs een deel van de dijken of watergangen liggen ook houtelementen. Verder heeft de provincie gronden aangewezen als Provinciaal Bijzonder Landschap (PBL). Een flink deel van deze PBL’s is tevens geschikt habitat voor weidevogels. In deze weidevogelgebieden en in de weidevogelleefgebieden die horen bij het NNN is uitbreiding van houtige beplanting niet gewenst. Dit betreft gronden op en nabij Wieringen, ten oosten van Schagen, bij Kolhorn en tussen het Robbenoordbos en het Dijkgatbos. Ten slotte kent de provincie ook gebieden waar stimuleringsmaatregelen voor akkervogels worden genomen.
Deze gebieden zijn niet exact begrensd, en afhankelijk van waar agrariërs mogelijkheden zien om akkerkruidenranden of natuurakkers aan te leggen. Daar deze akkernatuurelementen deel uitmaken van de vruchtwisseling, liggen ze niet ieder jaar op dezelfde plaats. De overeenkomsten voor akkervogelbeheer worden jaarlijks afgesloten door Agrarische Natuurvereniging Hollands Noorden. De meeste akkernatuurelementen liggen in de Wieringermeerpolder en omgeving Anna Paulowna. Daar een aantal akkervogels ook van dekking en broedgelegenheid in struweel houden kunnen houtelementen de natuurwaarde van akkernatuurelementen versterken. Samengevat kan worden gesteld dat de Natura 2000- en NNN-gebieden, behalve de bossen in de noordpunt van de Wieringermeerpolder, een open karakter hebben waarin
18
Figuur 5.2 Beschermde natuurgebieden in de gemeente Hollands Kroon, inclusief weidevogelleefgebieden
houtelementen niet of hooguit een bescheiden rol vervullen. Er is dus weinig relatie met het netwerk van houtelementen dat in paragraaf 5.1 is geschetst. Dat betekent echter ook dat dit netwerk van houtelementen een belangrijke aanvullende, complementaire functie heeft die de beschermde natuurgebieden niet vervullen. Dit netwerk kan ook ondersteunend zijn voor de ontwikkeling van akkernatuur.
5.3
Lokaal netwerk van ecologische houtverbindingen
Een robuust lokaal netwerk van ecologische houtverbindingen bestaat uit bredere lijnvormige elementen waar ruimte is om zowel een goede boomlaag als een kruidlaag tot stand te brengen. Om grotere en kleinere bosjes te verbinden, en migratieroutes aan te bieden aan vleermuizen, is het wenselijk om twee tot drie verbindingen in noordzuidrichting en twee tot drie verbindingen in oost-westrichting door de gemeente te realiseren. Daarnaast is er ook aandacht voor de relatie van het lokale netwerk met ecologische structuren in de buurgemeenten. Belangrijke verbindingen zijn al aanwezig ter hoogte van: + de N99; verbindingen op gronden provincie langs deze weg, richting Den Helder, en + de Koggerandweg aan de zuidkant van de Wieringermeer. Veel structuren van houtverbindingen in de gemeente Medemblik sluiten hierop aan. Door het lokale netwerk in te richten langs de route Slootdorp - Wieringerwaard - Anna Paulowna - Molenvaart sluiten we goed aan op de bomenrijke oostzijde van Julianadorp. In de regio Niedorp leggen we via de Heereweg Bassingerhorn verbinding met de gemeente Schagen. Deze gemeente heeft een bomenversterkingsplan opgesteld waarbij wegen in het Westfriese landschap in principe worden beplant. Bij de Hartweg wordt verbinding gemaakt met de beplante dorpsrand van Zijdewind. Via Zijdewind worden tevens verbindingen gelegd met het Westfriese deel van de gemeente Schagen.
Figuur 5.3 Lokaal netwerk van ecologische houtverbindingen: oranjebruine lijnen betreffen gemeentelijk eigendom, blauwe lijnen eigendom van provincie of hoogheemraadschap, in groen de bestaande bomen op gemeentegrond.
19
vruchten, zaden. Zaag- en snoeihout blijft voor een deel in de houtelementen liggen omdat ook hierin en hierop veel vogels, insecten en schimmels/paddenstoelen leven. Door deze versterking kunnen typische bossoorten toenemen in het buitengebied, maar ook worden bosjes, parken en tuinen in de bebouwde kom beter bereikbaar voor houtgebonden soorten. De volgende soortengroepen profiteren hiervan:
Er is in kaart gebracht waar nu al lijnvormige houtelementen liggen, en waar overheden eigendom of beheer daarover hebben. In figuur 5.3 is aangegeven waar dit lokaal netwerk kan worden gerealiseerd. In oranjebruin zijn eigendommen van de gemeente aangegeven, hier heeft de gemeente zelf de regie om de houtelementen te versterken. In blauw zijn houtelementen van Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier en de Provincie Noord-Holland aangegeven. Dit zijn grotendeels nu al waardevolle robuuste houtelementen. Om dit netwerk goed te laten functioneren dienen enkele knelpunten te worden opgelost:
+ + +
+
Er zijn slecht ontwikkelde of ontbrekende stukken van de houtelementen, aangegeven met stippellijnen in figuur 5.3. Hier is versterking van houtelemen- ten eerste prioriteit. Er zijn enkele kruispunten van provinciale wegen waar de houtelementen zijn onderbroken, waarschijnlijk uit oogpunt van overzicht en verkeersveiligheid. De gemeente gaat in overleg met de provincie over mogelijkheden om hier de verbindingsfunctie te versterken, door bijv. verspreide bomen aan te planten, of portalen over de weg aan te brengen die vleermuizen kun- nen geleiden naar de overkant.
+
Wat levert de groenstructuur op?
Wat de realisering van de groenstructuur precies gaat opleveren is moeilijk vooraf te bepalen. Daarom is het waardevol de natuurontwikkeling te monitoren. De gemeente wil monitoring stimuleren en coördineren, door bijvoorbeeld.
+
5.4
Het ideaalbeeld is een grofmazigs robuust netwerk van houtelementen, dat vertakt in een fijnmaziger netwerk van wat smallere houtelementen. Dit netwerk kan alle bosjes bij woonkernen, bossen en erfbeplantingen in het buitengebied, en ook watergangen met oeverbegroeiing en akkernatuurelementen verbinden. De groenstructuur wordt een meer continu netwerk. Door een goede soortenkeuze en goede timing van de aanplant vallen er geen gaten meer door plotselinge massale kap vanwege optreden ziekten of plagen in de bomen, of vanwege veroudering van het bomenbestand. De houtelementen bieden een zo lang mogelijke periode met aanbod van bloemen,
20
+ + + + +
+ + +
vleermuizen; bosvogels zoals grote bonte specht, spotvogel, gekraagde roodstaart, grasmus; struweel –en akkervogels nabij akkerkruidenranden zoals kneu, geelgors en patrijs; vogels van iets meer besloten landschap zoals steenuil, gekraagde roodstart en ringmus; grondgebonden zoogdieren zoals egel, wezel, hermelijn en bunzing; vlinders zoals boomblauwtje, landkaartje, oranje zandoogje; ander bloembestuivende insecten zoals honingbij, wilde bijen en zweefvliegen; natuurlijke vijanden van insecten die als plaag in akker, in boomaanplant en in tuin kunnen optreden, zoals zweefvliegen, sluipwespen, loopkevers; amfibieën in houtelementen nabij water, bijvoorbeeld bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander
bundeling van informatie uit ecologische onderzoeken die plaatsvinden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen; burgers stimuleren zelf waarnemingen te doen en deze door te geven; scholen te stimuleren waarnemingen te doen en deze door te geven.
“Het ideaalbeeld is een grofmazigs robuust netwerk van houtelementen” Fig. 5.4 Geelgors
Fig. 5.5 Gewone grootoorvleermuis
Fig. 5.6 Wezel Fig 5.7 Grote bonte specht
21
Figuur 6.1 Groenstructuurkaart Regio Niedorp en Groetpolder
22
6. GROENSTRUCTUURPLAN 6.1
Aanpak
Om aan te geven waar we bomen willen planten is een groenstructuurplan gemaakt. Wij laten het groenstructuurplan in vier verschillende kaarten zien: + regio Niedorp en Groetpolder; + Anna Paulownapolder, Wieringerwaard en Waardpolder; + Wieringen en polder Waard-Nieuwland; + Wieringermeer.
De kaarten opgesteld aan de hand van de volgende schifting: + we keken waar mensen graag bomen wilden zien a.h.v. de enquête resultaten; + we keken waar belemmeringen waren door provinciaal beleid en of beleid van het hoogheemraadschap (weidevogelgebieden, dijken en openheid in bijzonder provinciaal landschap); + we keken of de gronden in eigendom waren bij de gemeente of bij een andere overheid; + we gingen na of er bomen konden worden geplant gezien de breedte van ber men en de eventuele aanwezigheid van leidingen; + we gingen na of er nog andere mogelijkheden waren dan die uit de enquête, die goed pasten in het landschap en gunstig waren voor de spreiding van boombeplantingen over de gemeente.
6.2
Regio Niedorp en Groetpolder
In de regio Niedorp zijn op een aantal plaatsen versterkingen mogelijk. Allereerst kunnen ontbrekende stukken in het lokale netwerk van houtelementen worden aangeplant. Dit is aan de orde ten zuiden van Kolhorn. Hier staan langs de Kolhornerkade voor een deel knotwilgen. Deze beplanting kan worden aangevuld en worden toegepast langs de gehele weg. Een ander ontbrekend deel in het hoofdnetwerk ligt langs de provinciale weg N239. Hiervoor is overleg nodig met de provincie. Dat geldt ook voor delen van de N242, waar door bewoners via de enquête om bomen is gevraagd. Er kunnen voorts op enkele verspreid gelegen locaties bomen worden aangeplant op gemeentegrond (donkergroene lijnen met stippen). Deze beplantingen liggen allemaal op plekken waar bewoners via de enquête lieten weten graag bomen te zien. Met lichtgroene stippen zijn de beplantingen aangegeven waar zo af en toe open stukken in zijn en boombeplanting kan worden aangevuld. Niet alle boomwensen konden in dit gebied worden ingewilligd. Belemmeringen lagen met name in de te handhaven openheid ten behoeve van weidevogels, de aanwezigheid van dijken en van leidingen in de ondergrond.
23
Figuur 6.2 Groenstructuurkaart Anna Paulownapolder, Wieringerwaard en Waardpolder
24
6.3
Anna Paulownapolder, Wieringerwaard en Waardpolder
In dit gedeelte van de gemeente kunnen maar weinig nieuwe bomenrijen worden gerealiseerd. Vooral in het westelijke deel van de Anna Paulownapolder zijn de wegen en bermen buitengewoon smal. Daarnaast liggen veel bermen vol met leidingen. Er zijn enige mogelijkheden bij het noordelijk deel van de Zandvaart, de Kleiweg en delen van de Wallerweg. In het oostelijke deel van de Anna Paulownapolder is meer mogelijk. Met name het terugplanten van bomen in de omgeving van de Veerweg en Kruisweg levert daar een behoorlijk aantal bomen op.
25
Figuur 6.3 Groenstructuurkaart Wieringen, Polder Waard-Nieuwland
26
6.4
Wieringen
Vrijwel het gehele grondgebied van Wieringen is Bijzonder Provinciaal landschap. Daarbinnen liggen verspreid weidevogelgebieden. En er zijn diverse gebieden waar van oorsprong sprake was van openheid; de kogen. In het gebied tussen Oosterland en Den Oever ligt bovendien een hoogwatervluchtplaats voor vogels van het wad. Ook kent Wieringen een aantal beschermde dijken. Door al deze beschermingsregimes is de aanplant van bomen slechts op een beperkt aantal plekken mogelijk. Dit kan bijvoorbeeld ten zuiden van Hippolytushoef, aan de Molenakker en ten noorden van de Rijksstraatweg. Voor die laatste locatie gaat het dan om het verzwaren van de bestaande beplanting. Dat kan alleen in overleg met de Rijksoverheid die daar eigenaar is. Tevens zijn er wat kleinschalige mogelijkheden bijvoorbeeld bij Stroe. En bij de Zuid-Gesterweg. Aan de Zuid-Geesterweg wordt in plaats van bomen struweelbeplanting voorgesteld. Op Wieringen is veel van dit soort beplanting aanwezig. En op deze locatie grenzend aan open gebied is dit en passend keuze. De algemene lijn op Wieringen is dat veel maatwerk nodig is. Als bestaande boombeplanting of struweelbeplanting om reden van ziekte of uitval verdwijnt is in het algemeen herplant mogelijk en wenselijk.
Alleen als er belangrijk natuurwaarden zijn die openheid vereisen, kan dat belemmerend werken en moet in overleg met de bewoners van Wieringen en natuurbeschermers naar een passende oplossing worden gezocht.
27
Figuur 6.4 Groenstructuurkaart Wieringermeer
28
6.5
Wieringermeer
In de Wieringermeer is vanaf de aanleg veel beplanting langs wegen en vaarten aangelegd. In het hoofdnetwerk van houtelementen zijn kleine ontbrekende stukken die kunnen worden aangevuld. Dit betreft met name de beplanting aan de Wieringerrandweg, Zuiderdijkweg en de Medemblikkersluisweg. Ook een gedeelte van de N240 kan nog worden beplant. Dit kan alleen in overleg met de provincie. In het fijnere netwerk van bomen zijn er mogelijkheden voor versterking langs de Ulkeweg, de Oosterterpweg, Zuidrak en de Oom Keesweg.
29
Ondertitel De Westfriese Vaart langs de Schagerweg in Wieringermeer
30
7. BOSKANSENKAART 7.1
Bos en de functie van bos
Om de biodiversiteit te versterken is ook gekeken naar de mogelijkheden om een of meer bosjes te realiseren in Hollands Kroon. In de enquête, die december 2020 is gehouden, is gevraagd naar plekken die mensen geschikt vonden om een bos of bosje te planten. Ook is gevraagd wat zij bij de aanplant van bos belangrijk vonden. Hierbij konden mensen twee van de genoemde motieven aankruisen. Veel mensen kruisten aan dat zij in het bos wilden wandelen (meest aangekruiste antwoord). Ook werd het belangrijk gevonden dat bos het landschap en de afwisseling in het landschap versterkt (antwoord dat daarna het meest is aangekruist). Als derde is vaak genoemd dat het bos een voedselbos is. Bijna even vaak werd genoemd dat het bos natuurwaarde heeft, de lucht schoner maakt en dat het bos mogelijkheid geeft om te sporten. Tot slot is ook door een aantal mensen aangegeven dat bos ervoor zorgt dat je even vrij bent van hinder. Enkele mensen noemden nog aanvullende redenen waarom bos belangrijk is. Dit was bijvoorbeeld als speelbos of als hondenuitlaatplek.
7.2
Mogelijke locaties voor bos
Mensen konden op een kaart aangeven waar ze graag bos zouden zien. Aangegeven werd dat we vooral zochten naar gebieden die in eigendom waren van de gemeente. Ook werd in de enquête aangegeven dat bos niet mogelijk was op weidevogelgebieden. Op de interactieve bijeenkomsten zijn de resultaten van de enquête besproken en konden nog aanvullende ideeën worden ingebracht. De algemene lijn in zowel de enquête als op de avonden was dat mensen bos waarderen. Vooral op plekken waar dit aansluit op dorpen of op bestaande waardevolle gebieden met opgaande beplanting
Als er een bos komt, dan vind ik het meest belangrijk: + Dat ik in het bos kan wandelen (donkerrood) + Dat ik in het bos kan sporten, zoals hardlopen, mountainbiken en paardrijden (lichtgroen) + Dat het een voedselbos is (paars) + Dat het bos vooral op de natuur is gericht en je er dingen over de natuur kunt leren (geel) + Dat het landschap en de afwisseling in het landschap wordt versterkt (licht blauw) + Dat het bos onze lucht schoner maakt (oranje) + Dat ik in het bos even vrij ben van hinder (bruin) + Ik wil geen bos in onze gemeente (niet aangekruist) + Anders namelijk…..(donkerblauw)
Fig. 7.1 Uitslag van de enquêtevraag over de functie van bos in beeld en tekst
31
Fig. 7.2 Boskansenkaart, 6 mogelijke locaties
32
Alle boswensen zijn op kaart gezet. Deze kaart is gecombineerd met kaarten waar bos niet mogelijk was; op weidevogelgebied en in Bijzonder Provinciaal Landschap als daarin waardevolle open gebieden zijn aangegeven. Vervolgens is gekeken naar de gebieden die in eigendom zijn van de gemeente of andere overheden of terreinbeheerders. Uit deze selectie is de boskansenkaart gemaakt. Op deze kaart staan verspreid over de gemeente 6 mogelijke locaties aangegeven. Het zijn plekken waarvan de feitelijke uitvoerbaarheid nader moet worden onderzocht. De locaties zijn aangegeven op de hierbij horende kaart en worden in het navolgende nader omschreven. In sommige gevallen bleek dat op het betrokken terrein al andere plannen speelden. Dit is bij de betrokken locatie aangegeven. 1.
2.
3.
Locatie ten oosten van het bedrijventerrein bij Winkel. De locatie is thans ingericht als sportvoorziening maar wordt naar alle waarschijnlijkheid ver- plaatst. De plek sluit aan op een bestaand bosje (bosje van Nobel). De locatie ligt aan het lokale netwerk van houtige beplantingen. Zowel uit het oogpunt van natuur als door aansluiting op het dorp Winkel is het een geschikte locatie. Het is wel zo dat ook over andere mogelijke invullingen van het gebied wordt gedacht. Bijvoorbeeld een invulling voor bedrijvigheid. Locatie ten westen van Kolhorn. Gronden zijn hier in eigendom van de gemeente en sluiten aan op een bestaand bosje van Staatsbosbeheer en op het dorp. De locatie ligt aan het lokale netwerk van houtige beplantingen. Zowel uit het oogpunt van natuur als recreatie (aansluiting op het dorp) is het een geschikte locatie. De locatie is echter niet beschikbaar. Het pachtcontract is onlangs verlengd. Voor het toekomstige gebruik van het gebied is daarmee de keuze gemaakt om het gebied vooralsnog agrarisch te benutten. Locatie ten noorden van Wieringerwaard. Er is hier al enige beplanting aanwe- zig. Gronden zijn van het hoogheemraadschap (HHNK). Het idee is om een langwerpig bos te realiseren langs de Boezem van Wieringerwaard naar
4.
5.
6.
Nieuwesluis. De locatie sluit aan op het lokale netwerk van houtige beplantingen, op het dorp en op de Pishoek. Zowel uit het oogpunt van natuur als recreatie is ook dit een geschikte locatie. Aan de westzijde moet rekening worden gehouden met de molenbiotoop van molen De Hoop. Locatie ten oosten en op enige afstand van Van Ewijcksluis op de voormalige vuilstort. Dit zijn gronden in eigendom van de gemeente. Er is hier al enige opgaande beplanting. De locatie ligt aan de dijk rond het Amstelmeer. Vooral uit het oogpunt van natuur een geschikte locatie. Ook dit gebied is echter voorals nog niet beschikbaar. De mogelijkheid voor het oprichten van een zonneveld op deze locatie is in onderzoek. Locatie ten noorden van Hippolytushoef. Gronden zijn eigendom van Staatsbosbeheer. Er is hier al enige beplanting. De locatie ligt mooi in aansluiting op de kern en in de omgeving van het zwembad. Zowel uit het oogpunt van natuur als uit het oogpunt van recreatie een geschikte locatie. Locatie ten westen van Kreileroord. Gronden zijn eigendom van de gemeente als mogelijke locatie voor woningbouw. Vanwege de aansluiting op het dorp niet alleen voor de natuur maar ook recreatief interessant.
33
COLOFON OPDRACHTGEVER Gemeente Hollands Kroon april 2021 GROENSTRUCTUURPLAN BügelHajema Adviseurs Leeuwarden Adviseurs voor de leefomgeving en omgevingsrecht BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden E info@bugelhajema.nl I www.bugelhajema.nl
34
BIJLAGE GROENSTRUCTUURPLAN (2021-2031) HOLLANDS KROON 23 APRIL 2021
Bomenrij met onregelmatige plantafstand aangevuld met nieuwe aanplant in de berm van de Noorderdijkweg
2
INHOUDSOPGAVE BIJLAGE BIJLAGE 1 VERSPREIDING VAN AAN HOUTELEMENTEN GEBONDEN DIERSOORTEN
4
BIJLAGE 2 BEGRIPPENLIJST BEPLANTING
6
BIJLAGE 3 ASSORTIMENTSLIJST
8
Boomsoorten per deelgebied Heesterbeplanting voor struweelvorming-bosplantsoen-onderbeplanting bomen
BIJLAGE 4 OVERZICHTSKAART NIEUW TE PLANTEN BOMEN
12
BIJLAGE 5 LEIDRAAD VOOR AANPLANT EN VERVANGING BOMEN IN HET BUITENGEBIED VAN HOLLANDS KROON
15
BIJLAGE 6 OVERZICHTSKAART BESTAANDE BOMEN
24
BIJLAGE 7 PIJNPUNTEN PER DEELGEBIED
26
COLOFON
28
Overzichtskaart Tabel met gegevens
Overzichtskaart
Tabel
3
BIJLAGE 1 Verspreiding van aan houtelementen gebonden diersoorten: vogels en zoogdieren in de gemeente Hollands Kroon (gegevens NDFF 2016-2020).
Soort
Aantal waarnemingen (afgelopen 5 jaar) Verspreiding over gemeente
Ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Baardvleermuis Gewone grootoorvleermuis Rosse vleermuis Watervleermuis Wezel Hermelijn Bunzing Buizerd Houtduif Spreeuw
385 128 115 16 14 5 6 39 4 4 2938 2791 1936
Grote bonte specht
1622
Sperwer
1125
Zanglijster
1029
Kneu Ringmus Boomkruiper Grasmus Patrijs Groene specht Ransuil Ondertitel Boomvalk
935 993 820 741 741 536 333 277
4
Veel langs Groetweg en Waardweg. Gecontreerd aan de zuidwest- en noordzijde. Veel langs Groetweg en Waardweg. Gecontreerd aan de zuidwest- en noordzijde. Veel langs Groetweg en Waardweg. Gecontreerd aan de zuidwest- en noordzijde. Veel langs Groetweg en Waardweg. Gecontreerd aan de zuidwest- en noordzijde. Verspreid over gemeente waargenomen. Voornamelijk oostzijde, niet per se langs bomenrijen. Zuidwestzijde niet per se langs bomenrijen. Op akkers, langs wegen, in bossen. Voornamelijk gecentreerd aan noordwestzijde. Voornamelijk op akkers en erven waargenomen. Gecentreerd aan noordwestzijde. Voornamelijk op en langs wegen. Noordzijde van gemeente. Verspreid over gemeente. Veel langs wegen en langs de kust. Verspreid over gemeente. Op erven en in bomen langs wegen. Noord-, oost- en zuidwestzijde. Op erven en in bomen langs wegen. Voornamelijk waargenomen in bos noordoostzijde gemeente. Ook in overige bosjes en in bomenrijen langs wegen. Verspreid over gemeente. Veel waarnemingen langs de gemeentegrenzen. Voornamelijk in dorpen en erven, in bomen langs wegen en bosjes. Veel in bos noordoostzijde gemeente. Veelal in bosjes. Voornamelijk waargenomen aan noordzijde. Verspreid over gemeente. Veel op/bij erven. Waargenomen in bosjes en bomenrijen. Veel is bos aan noordoostzijde gemeente. Verspreid over akkers en in bosjes. Voornamelijk langs de noordzijde waargenomen.
Veel op akkers en erven. Gecentreerd aan noord-, zuid- en oostzijden. Veel waargenomen in bosjes. Verspreid over gemeente. Voornamelijk waargenomen aan noordzijde. Voornamelijk aan noordoostzijde.
Soort
Aantal waarnemingen (afgelopen 5 jaar) Verspreiding over gemeente
Spotvogel Geelgors
218 82
Gekraagde roodstaart
76
Steenuil
28
Voornamelijk in de noordoostelijke punt. Zowel op erven als in bosjes. Voornamelijk aan noordzijde. Veel op akkers en aan de kust. Veel waargenomen in uiterste punt aan de noordoostzijde van de gemeente. Voornamelijk in bosjes of op erven. Vooral waargenomen aan de zuidwest- en noordzijde gemeente. Voornamelijk op akkers.
5
BIJLAGE 2 Begrippenlijst beplanting Akkerkruidenranden
Een rand ingezaaid met akkerkruiden langs een perceelgrens met natuurgericht beheer waarbij het bermmaaisel wordt afgevoerd.
Bomenlaan
Een bomenlaan is een pad of weg met aan weerszijden bomen. Een traditionele bomenlaan heeft vaste afstanden tussen de bomen en bestaat uit
één boomsoort. Voor een duurzame laan is het gewenst om een combinatie van meerdere soorten of cultivars toe te passen.
Bomenrij
Een bomenrij is een rij bomen, bijvoorbeeld langs een pad, weg of vaart. De plantafstanden kunnen hierbij regelmatig zijn of afwisselend.
Het sortiment kan hierbij beperkt blijven tot één soort of cultivar, maar kan ook meersoortig zijn.
Bomenweide
Een landschappelijke ruimte, bijvoorbeeld één perceel, waarbij diverse bomen in vast of los plantverband in gras staan.
Boomlaag
Dit betreft de bomen in een houtsingel. Een houtsingel is opgebouwd uit meerdere lagen beplanting. Laag bij de grond een kruidlaag, vervolgens een
struweellaag en daarna de boomlaag. De gelede opbouw is zeer waardevol voor de biodiversiteit en biedt beschutting.
Boomsingels
Dit is een strook beplanting waarin groepsgewijze boombeplanting in rijen of groepen wordt toegepast. Dit kan in vast of los plantverband, opgebouwd
uit meerdere boomsoorten die ook verschillen in vorm en omvang. Er ontstaat hierdoor een natuurlijk beeld. Er is geen onderbeplanting, de bomen
staan in het kruidenrijke gras.
Boomvormers
Dit zijn struiken of zaailingen van bomen die in potentie kunnen uitgroeien tot een volwaardige boom wanneer ze niet bewust teruggesnoeid worden.
Bos
Bij een bos overheersen de bomen en houtachtige struikvegetaties het oppervlak van het gebied. Er is een boseigen flora en fauna en een bos heeft
enige omvang. In de Boswet wordt hiervoor een minimale maat van 1000 m2 aangehouden.
Een zogenaamde Tiny Forest heeft slechts de omvang van een tennisbaan.
Cultivars
Een cultivar is een plant of een plantengroep die geselecteerd is op wenselijke eigenschappen waarvan het behoud mogelijk is door teelt of andere
vormen van vermeerdering. Alle denkbare eigenschappen komen in aanmerking. Het kan gaan om vorm, schoonheid, technische eigenschappen,
groeisnelheid, aanpassingsvermogen aan de groei-omstandigheden en om resistentie tegen ziekten.
Een bepaalde boomsoort heeft meerdere cultivars. Ze hebben elk hun eigen eigenschappen.
Hakhout
Hakhout is een bosbeheervorm waarbij de opstand wordt verjongd via vegetatieve regeneratie (zelf herstellend vermogen van het houtige element)
aan de stobbe (boomstronk) die na de kap achterblijft. Nadat het hout is gekapt, ontstaan aan de stobbe nieuwe stoofloten of telgen, die na enige tijd
6
weer gekapt kunnen worden.
Houtige elementen
Dit is een verzamelnaam voor alle bomen en struiken waarvan de takken, stammen en wortels voor een belangrijk deel uit hout bestaan.
Hout geeft planten stevigheid en dat maakt dat bomen en struiken lang kunnen leven en hoog kunnen opgroeien. Daardoor hebben houtelementen
een bijzondere waarde voor biodiversiteit. Houtige elementen kunnen geplant worden, maar er kan ook sprake zijn van spontane verjonging en op-
slag. In het groenstructuurplan wordt uitgebreid beschreven waarom houtige elementen waardevol zijn.
Houtsingel
Dit is een strook beplanting waarin groepsgewijze boombeplanting in rijen of groepen gecombineerd met een onderlaag van struiken wordt toegepast.
Dit kan in vast of los plantverband, opgebouwd uit meerdere boomsoorten en struiksoorten die ook verschillen in vorm en omvang. Er ontstaat hier
door een natuurlijk beeld en een dichte rand beplanting.
Inheemse beplanting
Inheemse beplanting zijn de planten en houtige elementen die van nature in Nederland voorkomen. Zij hebben zich goed aangepast aan ons
klimaat en bieden vaak veel voedsel en leefplekken voor diersoorten. Inheemse of beter nog de gebiedseigen beplanting (zie assortimentslijst
bijlage 3) toepassen is zeer belangrijk voor het vergroten van biodiversiteit.
Kruidenrijk gras
Kruidenrijk grasland is opgebouwd uit een mix van meerdere soorten kruiden, zoals bijvoorbeeld boterbloem, pinksterbloem, madeliefje, gewoon
reukgras, kamgras, koekoeksbloem, grote ratelaar, moeras-vergeet-mij-nietje, rode klaver, smalle weegbree. Het is kleurrijk en open van structuur
(veel bloeistengels en weinig blad). Dit zorgt ervoor dat er veel zonlicht op de bodem kan komen. Hierdoor kunnen er insecten in alle lagen van de
vegetatie leven. Het kruidenrijk gras wordt extensief beheerd, bij voorkeur gefaseerd. Het maaisel dient afgevoerd te worden.
Kruidlaag
De kruidlaag is de vegetatielaag van planten van 10 tot 135 cm hoog. Direct daarboven wordt van de struiklaag gesproken, onder de kruidlaag vinden
we nog de moslaag. Het zijn niet-houtige vaatplanten en grotere sporenplanten.
Mantel
Een mantel is een struik- of struweelachtige begroeiing langs de rand van een bos of houtsingel. De gelede opbouw van boomlaag, mantel, kruidlaag
is waardevol voor de biodiversiteit.
Struweel
Struweel is een vegetatievorm die wordt gedomineerd door struiken die minstens één meter maar meestal twee tot vijf meter hoog zijn. Wanneer stru-