Concept richtlijn duurzame vestigingsvoorwaarden datacenters versiejuni2023
Tekst van het document
Richtlijn duurzame vestigingsvoorwaarden datacenters NoordHolland Aanleiding Datacenters zijn cruciaal in een steeds verder digitaliserende economie. Maar datacenters hebben ook een grote impact op het landschap en watersysteem. En ze gebruiken veel elektrisch vermogen. De gezamenlijke ambitie van de provincie en gemeenten Amsterdam, Haarlemmermeer en Hollands Kroon is om te sturen op de vestiging en ontwikkeling van datacenters. Om datacenters zo duurzaam mogelijk in te passen en de impact op de omgeving te minimaliseren. Daartoe hebben de gemeente Amsterdam en gemeente Haarlemmermeer al een vestigingsbeleid opgesteld en de provincie de Datacenterstrategie 20222024. Daarnaast heeft de provincie artikel 6.1.5a in de OVNH2020 en artikel 6.2.2.6a in de OVNH2022 opgenomen voor datacenterontwikkelingen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 en een elektrisch aansluitvermogen van meer dan 5 MVA in de drie clustergemeenten. Voor deze datacenters geldt dat een omgevingsplan uitsluitend ter plaatse van het werkingsgebied ‘datacenterclustering toegestaan’ kan voorzien in vestiging van een nieuw of uitbreiding van een bestaand datacenter als daar vestigingsvoorwaarden aan verbonden worden die voldoen aan het provinciaal beleid en een van de onderwerpen betreft zoals genoemd in artikel 6.21b van de OVNH2020.
Dit zijn vestigingsvoorwaarden gericht op impact op de omgeving, multifunctioneel ruimtegebruik, water- en energieverbruik. Vigerende wetgeving Ook op Rijksniveau worden regels gesteld aan datacentra en dat leidt op dit moment tot een verbod om in gemeentelijke bestemmingsplannen datacentra toe te staan groter dan10 ha en 70 MVA. Dit richtsnoer doet (uiteraard) niets af aan deze rijksregels. Daarnaast is de verwachting dat er vanaf mei 2024 een EU-richtlijn in werking treedt die deels overlapt met deze vestigingsvoorwaarden. Deze richtlijn kent een jarenlange implementatie voordat het een verplichtende werking heeft maar waar mogelijk sluit deze richtlijn aan op de EU-systematiek qua rapportage. Vanzelfsprekend is de EML ook van toepassing op de datacentersector. Deze richtlijn duurzame vestigingsvoorwaarden is de uitwerking daarvan en is het resultaat van gesprekken tussen de provincie Noord-Holland, gemeente Amsterdam, Haarlemmermeer en Hollands Kroon en met input van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Leeswijzer Deze richtlijn bestaat uit verschillende onderdelen. Allereerst het kader waarin in de eerste twee pagina’s wordt omschreven waarom de richtlijn is gemaakt, de status van het document en de borging.
Vervolgens staat in bijlage 1 de dynamische lijst duurzame vestigingsvoorwaarden die we gezamenlijk als vier organisaties overeen zijn gekomen en welke het hart van dit document vormen en de basis waarop alle vier organisaties de gesprekken met datacenters over uitbreidingen of nieuwe initiatieven willen voeren. Tot slot is als tweede bijlage de zogenaamde Roadmap toegevoegd ter inspiratie als een breder kader voor het stimuleren van verdere verduurzaming van datacenters. Deze Roadmap wordt al toegepast in de Haarlemmermeer waarbij de SADC als ontwikkelingsmaatschappij afspraken maakt met een nieuw datacenter over de route naar verdere verduurzaming. Wij zien deze Roadmap als een goed voorbeeld dat navolging verdient in andere gebieden waar private partijen duurzaamheidsambities willen concretiseren. Status Bijgaande lijst van vestigingsvoorwaarden is een richtlijn voor provincie, gemeenten en Omgevingsdienst voor het aangaan van maatwerkgesprekken met datacenters over verdere verduurzaming. Met het toepassen van relevante voorwaarden voor de nieuwvestiging of uitbreiding van het betreffende datacenter geeft de gemeente invulling aan de verplichting in respectievelijk artikel 6.1.5a/6.2.2.6a van de OVNH2020/OVNH2022.
Deze richtlijn is bedoeld als concreet handvat voor overleg met initiatiefnemers voor nieuwe datacenters of uitbreidingen zodat alle vijf de organisaties hetzelfde vertrekpunt hebben en met dezelfde duurzaamheidsambities het gesprek aangaan met initiatiefnemers zodat uiteindelijk een gelijk speelveld ontstaat in Noord-Holland. De vestigingsvoorwaarden in deze richtlijn komen bovenop de wettelijke vereisten die voortkomen uit landelijk en Europese wetgeving waar de datacenters sowieso aan moeten voldoen. De vestigingsvoorwaarden uit deze richtlijn zijn bouwstenen voor nadere invulling van duurzaam datacenterbeleid voor de drie gemeenten en provincie. Tegelijkertijd levert het bij de datacenters ook een voorspelbare overheid op wat nodig is om de juiste stappen te zetten richting verdere verduurzaming én om de datacentersector ambitieus te houden in haar verduurzamingsambities en de innovaties op dit vlak te stimuleren. Het is daarbij goed om te realiseren dat de opgesomde maatregelen invloed op elkaar
kunnen hebben. Maatregelen gericht op het verminderen van het gebruik van koelwater kunnen bijvoorbeeld leiden tot een verhoogd elektriciteitsgebruik ten behoeve van de noodzakelijke koeling. Het hanteren van de vestigingsvoorwaarden en vertaling daarvan naar concrete duurzaamheidsmaatregelen zal dan ook altijd maatwerk betreffen waarbij onder meer het type datacenter en de lokale omstandigheden moeten worden betrokken. Het gaat hier om een procesvereiste, geen resultaatverplichting. Deze richtlijn geeft weer hoe de gezamenlijke ambitie op deze duurzame vestigingsvoorwaarden in het proces van een datacenterontwikkeling of uitbreiding wordt meegenomen. Dit betekent dat het proces zelf verbindend is maar de lijst met dynamische vestigingsvoorwaarden niet. Met andere woorden: de gemeente is verplicht het gesprek aan te gaan met de initiatiefnemer over deze duurzame vestigingsvoorwaarden en in de planbeschrijving voor het nieuwe initiatief/uitbreiding moet een motivering worden opgenomen hoe uitvoering is gegeven aan het procesvereiste. Er moet dus worden toegelicht waarom een datacenterontwikkeling wel of niet aan de vestigingsvoorwaarden kan voldoen.
Borging Het college van Gedeputeerde Staten legt, nadat er gezamenlijk met gemeenten gesprekken zijn geweest met stakeholders, deze richtlijn eerst aan de drie colleges van Burgemeester en Wethouders voor om wederzijdse instemming te krijgen alvorens het college van GS de richtlijn vaststelt. Dit betekent ook dat de dynamische lijst met vestigingsvoorwaarden in beheer van de provincie blijft en dat er ten minste jaarlijks wordt afgestemd of de dynamische lijst aanpassing behoeft. Bijvoorbeeld door veranderde wetgeving of innovaties in de sector.
Bijlage 1: dynamische lijst vestigingsvoorwaarden datacenters Deze vestigingsvoorwaarden zijn opgesteld door de provincie Noord-Holland en de gemeenten Amsterdam, Haarlemmermeer en Hollands Kroon gezamenlijk. De hieronder opgenomen vestigingsvoorwaarden zijn van toepassing op nieuwe datacenters en uitbreidingen van bestaande datacenters in de drie clustergemeenten Amsterdam, Haarlemmermeer en Hollands Kroon indien een datacenter tenminste een bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000m2 en een elektrisch aansluitvermogen van meer dan 5 MVA heeft. De bijgevoegde lijst met vestigingsvoorwaarden bevat niet de huidige wet- en regelgeving die al van kracht is en waar de Omgevingsdiensten namens het bevoegd gezag al op toetsen. Wel bevat het bovenwettelijke voorwaarden die een hogere ambitie hebben dan de huidige wet- en regelgeving en concreet maken hoe de verdere verduurzaming in de praktijk kan worden gebracht. In de motivering van het besluit is het gewenst dat het datacenter uitwerkt op welke wijze er vorm wordt gegeven aan het vestigingsbeleid. Daar waar het wet- en regelgeving betreft, wordt dit getoetst door OD NZKG namens het bevoegd gezag, de Omgevingsdiensten. Daar waar het beleid betreft, wordt dit beoordeeld door de gemeente of provincie.
Als er strijdigheid tussen de verschillende maatregelen zou ontstaan of er conflicten zouden zijn met andere milieuthema’s (bijvoorbeeld geluid), waardoor er keuzes tussen te realiseren maatregelen moeten worden gemaakt, kan dit worden onderbouwd in de motivering van het besluit. Bij de relatief jonge sector datacenters zijn de technische mogelijkheden om verder te verduurzamen ook nog volop in beweging. De te hanteren vestigingsvoorwaarden zullen dan ook bestaan uit een dynamische lijst die aangepast zal worden aan die technische innovaties (best beschikbare technieken) én voortschrijdende regelgeving. Het eerste ijkmoment zal zijn na invoering van de Omgevingswet (verwachting 1 jan. 2024) of eerder indien hier aanleiding voor is.
Vestigingsvoorwaarden (tenminste de volgende maatregelen) 1. Energiemaatregelen (hierbij moet vanzelfsprekend worden voldaan aan wet- en regelgeving energiebesparing) A Verklaring dat datacenter zich houdt aan het maturity model van de EN 50-600 B Er is een EBS (energie-registratie en bewakingssysteem -EBS- aanwezig dat minimaal 5 jaar wordt bewaarde en openbaar is ten behoeve van het bevoegd gezag; In het EBS worden de volgende kwartaalwaarden uitgedrukt in kWh geregistreerd; 1 verbruik totaal DC; 2 verbruik totaal facilitaire apparatuur; 3 verbruik totaal door ICT-apparatuur, 4 opbrengst zonnepanelen; 5 omvang levering restwarmte (indien aan de orde) Kwartaalwaarden 1 t/m 3 worden in de EML benoemd, maatregel 4 en 5 zien we als aanvullend en willen we graag bespreekbaar maken. C Alle gesloten geveldelen en het dak hebben een lichte kleur of zijn beplant met als doel dat het gebouw minder warmte absorbeert; D De berekening van de PUE dient te worden uitgevoerd conform EN 50600-4-2 E Streefwaarde voor de ontwerp PUE is maximaal 1,16 waarbij er bewust van zijn dat er sprake kan zijn van communicerende vaten (b.v. een hogere PUE door het leveren van restwarmte).
F Waar mogelijk dient het datacenter op de daken of het onbebouwd terrein zonnepanelen te plaatsen. Middels een legplan moet dit worden aangetoond; G Indien een datacenter zich bevindt voor het zoekgebied wind of wind+ zon, onderzoekt een datacenter de mogelijkheid om windenergie toe te passen. H In te kopen elektriciteit dient tenminste duurzaamheidsklasse C te hebben en datacenter dient inzicht te verschaffen hierin door aan te geven met wie over welke kwaliteit elektriciteit een contract is gesloten I Het datacenter stelt de restwarmte ter beschikking aan een (warmte)bedrijf indien deze partij daarom verzoekt. De hoogte van de temperatuur van de restwarmte die vrijkomt vanwege de koeling van een datacenter dient conform de wensen van het warmtebedrijf te worden bepaald; J Als er geen wens tot ophalen van warmte kenbaar wordt gemaakt tijdens de procedures, iig technisch voorsorteren (restwarmte benutting wordt meegenomen in schets en planvorming) op uitkoppeling van het volledige vermogen warmte zodat dit later alsnog kan worden benut; K Voor nieuwe ontwikkelingen van datacenters waarvan het totale aansluitvermogen elektriciteit meer bedraagt dan 80 MVA, is het verplicht om een aansluiting op een 150 kV-inkoopstation binnen een afstand van maximaal 1.500 meter te realiseren. Het 150 kV-inkoopstation mag daarbij niet in de openbare ruimte gerealiseerd worden.
L Een datacenter is bereid om haar overcapaciteit voor derden beschikbaar te stellen om zo duurzame opwek uit de buurt aan te sluiten op het onderstation (b.v. windmolens of zonneparken). 3. Watergebruik A Er is een verbod op gebruik van grondwater (m.u.v. open bodemenergiesysteem of opslag voor hemelwater); Zie AE (is geen water). B In geval er een natte techniek wordt gerealiseerd, wordt opslagcapaciteit in de vorm van een hemelwaterbuffer dan wel grondwater gerealiseerd voor de volledige capaciteit. Indien hemelwater onvoldoende is, kan gekeken worden naar gebruik van effluent (afvalwater van de industrie dan wel industriewater (niet gegarandeerd). De invulling van het soort koelwater dat gebruikt wordt, wordt onderbouwd middels een berekening ten behoeve van het bevoegd gezag; C De berekening van de directe WUE dient te worden uitgevoerd conform EN 50600-4-9 D Verklaart een logboek bij te houden over WUE en m3 watergebruik, gebruik m3 soort water per maand, minimaal 5 jaar te bewaren en openbaar voor het bevoegd gezag; 4.
Ruimtelijke inpassing (hierbij verwijzen we naar art.6.21 b 1uit de Omgevingsverordening NH2020 waarin een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan voor de locatie voorwaardelijk zijn voor nieuwe of uitbreiding van datacenters) A Tenminste 75% van het onbebouwde terrein is onverhard of halfverhard met een minimum van 250m2 en de onverharde gronden moeten landschappelijk worden ingepast; B Opstellen van een materialenpaspoort bij de bouw
Niveau duurzame opwek (1H)