Concept Participatieverordening gemeente Hollands Kroon 2022.pdf
Tekst van het document
Concept Participatieverordening gemeente Hollands Kroon 2022 De raad van de gemeente Hollands Kroon: •
heeft het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en eventueel nummer] gelezen;
•
heeft rekening gehouden met de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet.
Inwoners, bedrijven en instellingen hebben een steeds grotere behoefte om op de hoogte te zijn van wat er in hun ‘achtertuin’ gebeurt, en om invloed uit te oefenen op de democratische besluitvorming. Inwoners willen zich gezien en gehoord voelen. Participatie is een belangrijk middel om de relatie tussen inwoner en gemeente te verbeteren (draagvlak, vertrouwen en samenwerken). Participatie biedt ruimte voor nieuwe vormen van samenwerking tussen inwoners en gemeente en het verbetert de kwaliteit van beleid en initiatieven en geeft duidelijkheid aan inwoners en gemeente. Er verschillende niveaus van participatie zijn, met binnen ieder niveau veel mogelijkheden (vormen) van participatie die toegepast kunnen worden. Het begrip participatie omvat meer dan inspraak, en gaat in deze verordening over het betrekken van inwoners, bedrijven en instellingen bij het opstellen, de uitvoering en de evaluatie van gemeentelijk beleid en initiatieven. Met deze verordening geven de raad duidelijkheid over de te volgen participatieprocedure. En besluit vast te stellen de: Participatieverordening gemeente Hollands Kroon 2022 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: •
beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid;
•
participatie: het betrekken van inwoners, bedrijven en instellingen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid.
•
uitdaagrecht: het recht van inwoners, bedrijven en instellingen om een verzoek aan het college van burgemeester en wethouders te sturen om de uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken dit beter en goedkoper en/of met meer maatschappelijk draagvlak uit te kunnen voeren.
•
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon.
Paragraaf 2. Participatie gemeente-omgeving Artikel 2. Onderwerp van participatie 1. Elk bestuursorgaan besluit voor zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2. Participatie wordt altijd toegepast als de wet dat verplicht of als de gemeenteraad gevallen aanwijst. 3. Participatie is niet mogelijk: a. voor een kleine aanpassing van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
b. als participatie volgens de wet niet kan of mag; c.
als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij de gemeente geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
d. over de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. voor bepaalde taken van de openbare orde en veiligheid; f.
als de uitvoering van een beleidsvoornemen spoed heeft en participatie niet kan worden afgewacht;
g. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor (kwetsbare) groepen in de samenleving; Artikel 3. Procedure participatie 1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van elk beleid/gemeentelijke initiatief vast op welke manier participatie wordt toegepast. Het bestuursorgaan stelt dan vast: a. het doel van participatie; b. de beïnvloedingsruimte voor participatie; c.
de kaders voor participatie;
d. in welke fases van het proces inwoners, bedrijven en instellingen mogen participeren, en per fase de manier waarop; e. de manier waarop het bestuursorgaan hierover communiceert. 2. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op dit artikel, zoals staat in artikel 150 van de Gemeentewet.
Artikel 4. Eindverslag participatie 1. Voor de afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een overzicht van de reacties/ideeën/stemmen die mondeling of schriftelijk zijn gebracht; c.
een reactie op deze reacties/ideeën/stemmen, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven welke punten wel en niet zijn overgenomen in het beleid.
2. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag openbaar. Paragraaf 3. Participatie initiatiefnemer-gemeente-omgeving Artikel 5. Initiatiefnemer-gemeente-omgeving 1. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarbij participatie door de initiatiefnemer verplicht is. 2. De initiatiefnemer stelt bij de start van het initiatief vast op welke manier participatie wordt toegepast. De initiatiefnemer geeft dan het volgende aan: a. het doel van participatie; b. de beïnvloedingsruimte voor participatie;
c.
de kaders voor participatie;
b. in welke fases van het proces inwoners, bedrijven en instellingen mogen participeren, en per fase de manier waarop; c.
de manier waarop de initiatiefnemer hierover communiceert.
3. De initiatiefnemer stemt de participatieprocedure van tevoren met de gemeente af. 4. Voor de afronding van de participatie maakt de initiatiefnemer een eindverslag op. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een overzicht van de reacties/ideeën/stemmen die mondeling of schriftelijk zijn gebracht; c.
een reactie op deze reacties/ideeën/stemmen, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven welke punten wel en niet zijn overgenomen in het beleid.
Artikel 6. Samenleving aan zet 1. Het college geeft inwoners, bedrijven en instellingen de mogelijkheid om gebruik te maken van het uitdaagrecht. Dit noemen we vanaf hier: ‘Samenleving aan zet’. Dit kan de samenleving doen door een aanvraag in te sturen voor de overname van de uitvoering van gemeentelijke taken, voorzieningen of beleidsterreinen, zoals deze in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet zijn opgenomen. 2. Het college communiceert over deze mogelijkheid. Artikel 7. Procedure Samenleving aan zet 1. Als een aanvraag (initiatiefvoorstel) voor Samenleving aan zet is ingediend, neemt de gemeente binnen drie werkdagen contact op met de initiatiefnemer. Tijdens dit contact wordt het initiatiefvoorstel besproken, getoetst aan de vereisten en afspraken gemaakt over het eventueel verder (samen) uitwerken van het initiatiefvoorstel. 2. Elk initiatiefvoorstel bestaat uit de volgende punten: a. een omschrijving van de gemeentelijke taak die de initiatiefnemer wil overnemen; b. een uitleg waarom of hoe de initiatiefnemer deze taak beter, goedkoper en/of met meer maatschappelijk meerwaarde kan uitvoeren dan de gemeente; c.
een omschrijving van hoe de initiatiefnemer verwacht de kwaliteit van de gemeentelijke taken te kunnen leveren;
d. een planning; e. een begroting; f.
een beschrijving van hoe de initiatiefnemer de omgeving betrekt zoals opgenomen in artikel 5;
g. een omschrijving van de manier waarop de initiatiefnemer met de gemeente wil samenwerken wanneer een gemeentelijke taak wordt overgenomen. 3. Bij het in behandeling nemen van een voorstel gaan wij uit van het ‘ja, tenzij’ principe. Dit betekent dat we altijd positief tegenover nieuwe initiatieven staan en samen willen kijken hoe deze initiatieven gerealiseerd kunnen worden.
4. Binnen vier weken na het insturen van de aanvraag wordt een principebesluit genomen. Deze termijn kan verlengd worden met twee weken. Het besluit wordt gecommuniceerd aan de initiatiefnemer. 5. Als het bevoegd orgaan akkoord gaat met de aanvraag, voorziet de gemeente de initiatiefnemer van de gepaste ondersteuning. Artikel 8. Wanneer Samenleving aan zet niet mogelijk is 1. als participatie volgens de wet niet kan of mag; 2. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij de gemeente geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; 3. voor de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen zoals bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; 4. voor bepaalde taken van de openbare orde en veiligheid; 5. als de uitvoering van een beleidsvoornemen spoed heeft en participatie niet kan worden afgewacht; 6. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor (kwetsbare) groepen in de samenleving; 7. als het initiatief zich richt op een onderwerp dat vooral bijdraagt aan het privébelang van de initiatiefnemer. Artikel 9. Ideeënmarkt gemeenteraad 1. Inwoners, bedrijven en instellingen kunnen hun ideeën voor de gemeente kenbaar maken aan raadsleden tijdens een ideeënmarkt. 2. Een of meerdere raadsleden kunnen het idee agenderen in een raadsvergadering via een ‘motie vreemd’. 3.
Als de motie vreemd wordt aangenomen door een meerderheid van de raad, krijgt het college de opdracht de haalbaarheid hiervan te onderzoeken en dit terug te koppelen aan de raad. 4. De ideeënmarkt wordt maximaal 4 keer per jaar georganiseerd. 5. Een idee indienen is altijd mogelijk, tenzij: a. het een onderwerp is dat niet bij de bevoegdheid van de gemeenteraad hoor; b. het een klacht is in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur; c.
het een bezwaar is in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur;
d. een onderwerp is waartegen een rechtsgang is gestart; e. een onderwerp is waarover de raad minder dan een jaar geleden al een besluit heeft genomen; f.
een onderwerp is dat slechts betrekking heeft op privé en/of zakelijke belangen;
g. een onderwerp is over tarieven en belastingen. Paragraaf 4. Slotbepalingen Artikel 10. Evaluatie en monitoring
De uitvoering van deze verordening wordt 1 jaar na de invoering geëvalueerd. Het college zendt hierover een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk aan de gemeenteraad. Artikel 11. Intrekking oude regeling 1. De Inspraakverordening Hollands Kroon, vastgesteld op 22 november 2012 wordt ingetrokken. 2. De Verordening burgerinitiatief Hollands Kroon, vastgesteld op 28 maart 2019 wordt ingetrokken. Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt de dag na publicatie van de verordening in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Hollands Kroon 2022.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,