Bijlage 3 Verkennend onderzoek natuur
Tekst van het document
Notitie quickscan flora en fauna Ing. M. Volkers, 21 februari 2024
Projectnaam: Opdrachtgever: Contactpersoon:
Nieuwbouw Verlaat 24b Oude Niedorp AMB advies Mw. M. van den Berg
Datum veldbezoek: 24 juli 2023
Type werkzaamheden: Realisatie van een nieuwbouwwoning aan de Verlaat te Oude Niedorp Locatie: Verlaat 24b te Oude Niedorp
Figuur 1. Ligging van het plangebied aan de Verlaat 24b te Oude Niedorp.
De projectlocatie is (mogelijk) van belang voor de volgende soortgroepen:
Soortgroepen Flora- en fauna-activiteit
√ broedvogels (algemeen) √ broedvogels (jaarrond beschermd) √ flora
Overige soorten:
vissen
libellen
Bureau Aandacht Natuur
Lid Netwerk Groene Bureaus
Slingerweg 85, 1777 AG Hippolytushoef
06-24818383
info@aandachtnatuur.nl
aandachtnatuur.nl
Vervolgblad 1. Notitie flora en fauna-activiteit Verlaat 24b Oude Niedorp Bureau Aandacht Natuur, 21 februari 2024
√ amfibieën reptielen
√ kleine zoogdieren √ Marterachtigen (steenmarter) √ vleermuizen (verblijfplaatsen) √ vleermuizen (functioneel leefgebied)
vlinders kevers weekdieren andere ongewervelden:
overige zoogdieren Methode: Visuele beoordeling door middel van éénmalig veldbezoek.
Figuur 2. Huidige situatie plangebied, gelegen buiten de bebouwde kom aan de Verlaat te Oude Niedorp.
Resultaten Flora Binnen het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen of te verwachten. Het plangebied bestaat met uitzondering van de slootkant en bosschagestrook langs de Verlaat, uit een intensief agrarisch grasland. In de berm en langs de slootkant zijn soorten zoals kropaar, grote vossenstaart, timotheegras, smalle weegbree, grote weegbree, ridderzuring, witte klaver, rode klaver, gewone paardenbloem, paarse dovenetel, gewone berenklauw, scherpe boterbloem, kruipende boterbloem, blaartrekkende boterbloem, riet en gewone engelwortel aanwezig. In de singel staan bomen als gewone es, veldesdoorn, zomereik, beuk, zwarte els, éénstijlige meidoorn en vlier, met in de ondergroei braam, klimop, witte dovenetel, grote brandnetel en fluitenkruid. Aan de hand van huidige verspreidingsgegevens (FLORON/NDFF, 2024) zijn binnen het betreffende atlasblok (5x5km) geen waarnemingen bekend van de beschermde plantensoorten en worden gezien de aanwezige groeiplaatsomstandigheden (op basis van de aangetroffen plantengroei van voedselrijke grond) tevens niet verwacht op de projectlocatie.
Vervolgblad 2. Notitie flora en fauna-activiteit Verlaat 24b Oude Niedorp Bureau Aandacht Natuur, 21 februari 2024
Figuur 3. Het grasland met de weg (verlaat) en het naastgelegen erf op de achtergrond.
Broedvogels (jaarrond beschermd): Met betrekking tot vogels zijn er op en rond de projectlocatie een aantal algemene vogelsoorten aangetroffen en betreffen de soorten zanglijster, merel, roodborst, heggenmus, grote bonte specht, koolmees, pimpelmees, kauw, zwarte kraai, ekster, buizerd, torenvalk, kokmeeuw, stormmeeuw, houtduif, holenduif, tjiftjaf, kleine karekiet en zwartkop. Op en rond de projectlocatie zijn geen aanwijzingen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van broedvogels met een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats, zoals ransuil, sperwer of boomvalk. De waargenomen buizerd betrof een overvliegend dier. Van een eventuele nestlocatie in de bosschage, dan wel omliggende bomen is niet aan de orde. Aangezien bebouwing ontbreekt, is er tevens geen sprake van broedplaatsen van gebouw bewonende vogelsoorten zoals kerkuil, steenuil, huismus of gierzwaluw. Tevens wordt niet verwacht dat de het graslandperceel of de bosschagestrook langs de Verlaat een belangrijk onderdeel uitmaken van het leefgebied van vogelsoorten met een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats. Sporen zoals braakballen, uitwerpselen, prooiresten of (oud) nestmateriaal zijn niet aangetroffen in en rond het plangebied. •
Met de herinrichting van de projectlocatie worden geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten verstoord of verwijderd.
•
Voor alle beschermde inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de “specifieke zorgplicht” een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat storende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen1 uitgevoerd mogen worden.
Zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen zoogdieren of sporen daarvan waargenomen. Met uitzondering van vleermuizen worden uitsluitend algemeen voorkomende beschermde zoogdiersoorten verwacht binnen de planlocatie Verwacht wordt dat het plangebied het leefgebied vormt voor een aantal algemeen voorkomende zoogdieren zoals veldmuis, bosmuis en/of egel. Bij een flora en fauna1
In het kader van een flora en fauna-activiteit wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum.
Vervolgblad 3. Notitie flora en fauna-activiteit Verlaat 24b Oude Niedorp Bureau Aandacht Natuur, 21 februari 2024
activiteit geldt voor deze soorten een vrijstelling in het kader van de ruimtelijke ordening of bestendig beheer. Uiteraard blijft (ook) voor deze soorten de specifieke zorgplicht, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving van de Omgevingswet, te allen tijde van toepassing. Vleermuizen Van potentieel geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is geen sprake op en rond de projectlocatie. In de bomen langs de Verlaat zijn geen holtes geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen aangetroffen en ook bebouwing ontbreekt binnen het plangebied. De omliggende bebouwing valt niet binnen de invloedsferen van de beoogde herinrichting, waarmee er geen (mogelijke) verblijfplaatsen van vleermuizen worden verwijderd. De bomenrij langs de Verlaat vormt een doorlopende groenstructuur tussen ‘t Verlaat en Oude Niedorp en vormt naar verwachting een vliegroute / foerageergebied voor vleermuizen. Met de voorgenomen herinrichting zal een deel van de bosschage worden onderbroken, maar zullen (hoge) bomen aan weerszijde van de weg worden gehandhaafd, waardoor er geen onderbreking ontstaat van de groenstructuur. Verder zal ook het nieuwe erf worden voorzien van een erfbeplanting en zal de groenstructuur aan het dorpslint worden versterkt. •
Met de voorgenomen herinrichting worden geen verblijfplaatsen van vleermuizen verstoord of verwijderd.
•
Met de voorgenomen herinrichting is er geen sprake van het onderbreken of aantasten van een vliegroute dan wel foerageergebied voor vleermuizen.
Kleine marterachtigen Andere beschermde zoogdiersoorten die in de omgeving van Oude Niedorp voorkomen betreffen bunzing, hermelijn en wezel. Het graslandperceel is gezien het intensief agrarisch gebruik van beperkt belang voor genoemde soorten. Gezien de ligging, wordt tevens niet verwacht dat de bosschagestrook langs de doorgaande weg een belangrijk onderdeel zal zijn van het leefgebied van kleine marterachtigen. Genoemde marterachtigen hebben veelal een groot territorium van soms enkele hectares, waarbij groenstructuren zoals hagen, bosschages en slootkanten verbindingen vormen waarlangs dieren zich verplaatsen en jagen. Met de realisatie van een erf op de projectlocatie aan de Verlaat, worden de aanwezige groenstructuren in het gebied, met uitzondering van de beoogde inrit, niet aangetast. Daarbij zal het erf zal in de toekomst worden voorzien van een erfbeplanting, waardoor groenstructuren in het buitengebied verder worden versterkt. •
Indien wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van kleine marterachtigen in de omgeving van het projectgebied en de betreffende inrit buiten de gevoelige periode van voortplanting (april t/m augustus) wordt aangelegd, is er geen sprake van een negatief effect op kleine marterachtingen.
Andere zwaar beschermde zoogdiersoorten worden op basis van de huidige verspreidingsgegevens en de aanwezige terreinkenmerken niet verwacht. Amfibieën Met uitzondering van de sloot tussen het perceel en de Verlaat, zijn er geen waterelementen aanwezig. Gezien de aanwezigheid van de kavelsloot is het mogelijk dat enkele algemeen voorkomende amfibieën zoals gewone pad, bruine kikker en meerkikker het projectgebied gebruiken als landhabitat. Bij een flora en fauna-activiteit geldt voor deze soorten een vrijstelling in het kader van de ruimtelijke ordening of bestendig beheer. Uiteraard blijft (ook) voor deze soorten de specifieke zorgplicht, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving van de Omgevingswet, te allen tijde van toepassing. Strikt beschermde amfibieën komen, met uitzondering van rugstreeppad, niet voor in dit deel van Noord-Holland en worden niet verwacht binnen de projectlocatie. Met betrekking tot rugstreeppad ontbreekt geschikt leefgebied (zoals geschikte voortplantingswateren in combinatie met open, vergraafbare grond) binnen en in de omgeving van het plangebied. De kavelsloot langs de projectlocatie is relatief breed en diep, en heeft een vrij steile oever en vormt daarmee geen geschikt voortplantingswater voor rugstreeppad.
Vervolgblad 4. Notitie flora en fauna-activiteit Verlaat 24b Oude Niedorp Bureau Aandacht Natuur, 21 februari 2024
•
Indien wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van algemene amfibieën en het slootdeel ten behoeve van de herinrichting wordt gedempt buiten de gevoelige periode van voortplanting (maart t/m augustus) en voordat dieren in winterslaap gaan (november), wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht ten aanzien van amfibieën en wordt niet verwacht dat er een negatief effect optreed ten aanzien van genoemde soorten.
•
Met betrekking tot rugstreeppad wordt niet verwacht dat deze voorkomt op of in de directe omgeving van het projectgebied en zijn aanvullende maatregelen of een nader onderzoek niet aan de orde.
Overige soorten Andere beschermde soorten dan hierboven genoemd zijn niet aangetroffen op de projectlocatie. Overige beschermde soorten (vissen, reptielen, libellen, vlinders, kevers en andere ongewervelde) worden op grond van de huidige verspreidingsgegevens en habitatvoorkeuren eveneens niet verwacht. •
Bij een flora en fauna-activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet geldt voor algemene soorten de specifieke zorgplicht en zijn schadelijke handelingen ten aanzien van alle in het wild voorkomende (beschermde) plant- en diersoorten (ook waarvoor de vrijstelling geldt) niet toegestaan.
•
Tevens houdt de zorgplicht in dat beschermde soorten niet opzettelijk mogen worden verstoord of gedood.
Conclusie Voor alle beschermde inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de “specifieke zorgplicht” in de Omgevingswet een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat storende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. In het kader van de Wet Natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. Nestlocaties van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw worden gezien als een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats. Voor de verstoring van deze verblijfplaatsen en belangrijk leef- of foerageergebied is ook buiten het broedseizoen een ontheffing noodzakelijk. Mogelijke nestlocaties van vogelsoorten met een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats of sporen die wijzen op hun aanwezigheid, zijn niet waargenomen op of rond het projectgebied.
Met de voorgenomen herinrichting is er dan ook geen sprake van verstoring of verwijdering van nesten of leefgebied van vogelsoorten met een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats zoals ransuil, sperwer, buizerd of havik. Ook ten aanzien van bestaande bebouwing wordt niet verwacht dat de herinrichting een effect heeft op het voorkomen van soorten als kerkuil, steenuil, huismus of gierzwaluw. Geschikte nestgelegenheid en essentieel leefgebied voor genoemde soorten is niet aanwezig op of binnen de invloedsferen van de projectlocatie. Op basis van de uitgevoerde quickscan is een nader onderzoek naar jaarrond beschermde broedvogelsoorten of een vergunningsaanvraag voor een mogelijke flora- en fauna-activiteit ten aanzien van jaarrond vaste rusten verblijfplaatsen van vogels in het kader van de Omgevingswet niet noodzakelijk. Met uitzondering van vleermuizen en eventueel (kleine) marterachtigen worden uitsluitend algemeen voorkomende beschermde zoogdiersoorten verwacht binnen de planlocatie. Van potentieel geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen en kleine marterachtigen op de projectlocatie of in de directe omgeving is geen sprake. Binnen en rondom het plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van zwaar beschermde kleine marterachtigen of van eventueel steenmarter (welke bezig is aan een opmars in Noord-Holland).
Met de beoogde herinrichting worden, met uitzondering van de inrit, geen landschapselementen of -structuren verwijderd, waardoor essentieel leefgebied voor genoemde soorten niet zal verdwijnen. Voor de inrit zal een kleine onderbreking worden gemaakt in de bosschagestrook in de verlaat en enkele meters sloot worden
Vervolgblad 5. Notitie flora en fauna-activiteit Verlaat 24b Oude Niedorp Bureau Aandacht Natuur, 21 februari 2024
gedempt. Echter blijven bomenrijen gehandhaafd en is er geen sprake van een onderbreking van een eventuele vliegroute van vleermuizen of het verdwijnen van essentieel leefgebied van vleermuizen en/of kleine marterachtigen. Tevens zal door de nieuwe erfstructuur en aan te leggen erfbeplanting een uitbreiding van landschapselementen zoals hagen en/of singels worden gerealiseerd, waardoor er geen sprake is van een aantasting van het leefgebied van genoemde soorten door de realisatie van het erf aan de Verlaat 24b te Oude Niedorp. Met betrekking tot de beschermde soorten vleermuizen en (kleine) marterachtigen is een nader onderzoek of een vergunningsaanvraag voor een mogelijke flora- en fauna-activiteit in het kader van de Omgevingswet niet noodzakelijk. Andere beschermde soorten worden op basis van de uitgevoerde quickscan flora en fauna niet verwacht op of in de directe omgeving van de projectlocatie. Wel is te allen tijde de specifieke zorgplicht zoals omschreven bij een flora en fauna-activiteit in de Omgevingswet van toepassing. •
Nader onderzoek of de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming met betrekking tot overige beschermde soorten is niet noodzakelijk.
•
Veranderingen in de situatie binnen het plangebied of in de planvorming kunnen altijd leiden tot andere inzichten en daarmee tot wijziging van deze conclusies. Mogelijk kunnen gedurende het planproces of de werkzaamheden zich nieuwe soorten of broedvogels gaan vestigen. Bij constatering van een beschermde soort tijdens de voorgenomen herinrichting, kan het alsnog noodzaak zijn om ontheffing aan te vragen voor betreffende soort(en) of te wachten tot legsels (van broedvogels) zijn uitgebroed.
Tot slot Op basis van de uitgevoerde quickscan flora en fauna is, gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan, een volledig beeld van de natuurwaarden verkregen. De quickscan flora en fauna heeft zich hoofdzakelijk gericht op het onderdeel soortbescherming. De projectlocatie is gelegen in de Niedorper Polder en maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000 gebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN), een natuurverbinding of een Bijzonder Provinciaal Landschap. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft de Schoorlse Duinen en bevindt zich op ruim 11 kilometer van de projectlocatie. De projectlocatie en de directe omgeving bevatten geen elementen die de specifieke waarden van het Natura 2000 gebied of de NNN versterken. Een nadere toetsing in het kader van de gebiedsbescherming als onderdeel van de Omgevingswet is niet noodzakelijk. Ook van een beschermde houtopstand in het kader van de Omgevingswet is geen sprake op de projectlocatie. De aanwezige bosschagestrook langs de Verlaat ligt buiten de bebouwde kom, maar is kleiner dan 10 are. Verder worden er geen bomen verwijderd uit een rij met meer dan 20 bomen. Hiermee is een kapmelding of herplantplicht zoals bedoeld in de Omgevingswet dan ook niet noodzakelijk. Uiteraard blijft de gemeentelijke kapverordening wel van toepassing.
.
•
Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek naar beschermde flora en fauna of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet noodzakelijk is. Het planvoornemen heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning voor een flora en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet nodig.
•
Het plan is daarnaast op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening Op voorhand kan in redelijkheid worden gesteld dat natuurwet en regelgeving de uitvoerbaarheid van het ruimtelijke plan niet in de weg staat.