Bijlage 3. Reactie op gevraagd advies Re-integratieverordening 2024
Tekst van het document
Aan de cliëntenraad Participatiewet gemeente Hollands Kroon
Beste cliëntenraad, Op 13 oktober jl. heeft u op verzoek van de gemeente Hollands Kroon een advies uitgebracht op het concept Re-integratieverordening Participatiewet 2024. Aanleiding van de nieuwe Re-integratieverordening Participatiewet 2024: Het wetsvoorstel ‘Uitvoeren breed offensief’ is onderdeel van een breed offensief om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden. Het wetsvoorstel maakt het voor werkgevers eenvoudiger om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Het omvat onder andere een expliciet aanvraagrecht voor werknemers en werkgevers voor persoonlijke ondersteuning op maat, zoals een jobcoach. Daarnaast geeft het meer transparantie over de mogelijkheden voor werkgevers en werknemers om loonkostensubsidie aan te vragen bij gemeenten. Om hiertoe te komen zijn er aanpassingen gedaan in de Participatiewet en een aantal andere wetten. Dit brengt met zich mee dat de Re-integratieverordening Participatiewet 2017 van de gemeente Hollands Kroon moet worden aangepast met aanvullende voorzieningen om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. De nieuwe regels voor reintegratie zijn in de gehele arbeidsmarktregio (17 gemeenten) gelijk gemaakt, zodat werkgevers en inwoners van dezelfde re-integratie instrumenten gebruik kunnen maken. Om hiertoe te komen is door de gemeenten gebruik gemaakt van een model van de VNG.
Reactie op het advies van de cliëntenraad Participatiewet We zijn heel blij met uw feedback zowel schriftelijk als mondeling tijdens het overleg. Waarbij u vooral de ongelijkheid tussen gemeente en inwoner benoemde. Hieronder een reactie op de ingebrachte 5 punten waarbij met name uitgebreider wordt ingegaan op punt 1 van de door u voorgestelde aanpassingen. Punt 1. Om meer gelijkheid tussen cliënt en gemeente/consulent te realiseren adviseren wij om ook de rechten van de cliënt te benoemen in de verordening. Er staat nu veel te vaak “het college kan” en er wordt niet benoemd wat de cliënt kan. Een te eenzijdige opsomming van mogelijkheden, en daardoor geen balans. Nu is het 90% gemeente en 10% cliënt. Reactie gemeente: • We hebben begrip voor uw punt. Er ligt een nieuw conceptwetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’. Niet de regels, maar de mens centraal zetten is daarin het uitgangspunt. Het is de bedoeling dat er meer evenwicht komt tussen de 3 kernelementen van de Participatiewet: bestaanszekerheid, participatie en handhaving. Dat evenwicht moet worden bereikt door de menselijke maat centraal te zetten en uit te gaan van vertrouwen. Daarnaast is vereenvoudiging van de Participatiewet een belangrijk uitgangspunt. Deze Wet ligt nu ter internetconsultatie. Dit kan betekenen dat er aanpassingen komen in de opgestelde Re-integratieverordening.
• Deze verordening is een aanvulling op de Re-integratieverordening Participatiewet 2017 en bevat regels over voorzieningen die vaak worden ingezet. Waarbij in het woord ‘vooraf’ duidelijk staat dat indien er een andere voorziening nodig is voor de uitvoering van het plan naar werk, dit ook mogelijk is. Het is inderdaad een opsomming over mogelijke voorzieningen die door de gemeente ingezet kan worden. Aan de andere kant heeft betrokkene het aanvraagrecht. Het goede gesprek daarover is voor de gemeente Hollands Kroon een belangrijk uitgangspunt.
•
Bij het inzetten van voorzieningen wordt rekening gehouden met: - Verantwoordelijkheid gemeente De gemeente is op grond van de Participatiewet verantwoordelijk voor de re-integratie van mensen met een bijstandsuitkering, mensen met een uitkering op grond van Algemene nabestaandenwet en niet-uitkeringsgerechtigden (nug’ers). Hiervoor maakt zij gebruik van het beschikbaar gestelde participatiebudget voor re-integratie instrumenten. Uitgave op dit budget zal zij voorafgaand en achteraf moeten verantwoorden aan de gemeenteraad. - Recht om geholpen te worden Naast bovenstaande verantwoordelijkheid, heeft de gemeente ook een plicht om mensen die onder de doelgroepen van de Participatiewet vallen, ondersteuning te bieden bij het vinden van werk. De wetgever heeft met de huidige aanpassingen niet beoogd om personen die tot de (re-integratie) doelgroepen van de Participatiewet behoren een wettelijk afdwingbaar recht te geven op een specifieke voorziening, maar een recht om door het de gemeente geholpen te worden bij de re-integratie. Het is aan de gemeente om te beoordelen op welke wijze een re-integratieverzoek wordt gehonoreerd. Waarbij de gemeente bepaalt of een ondersteuning richting arbeidsinschakeling noodzakelijk is. Vervolgens moet de gemeente bepalen uit welke onderdelen deze ondersteuning bestaat.
Het uiteindelijke aanbod zal moeten passen binnen hierboven gestelde financiële kaders, de mogelijkheden vanuit de re-integratieverordening en wat de gemeente in haar beleid heeft opgenomen. Waarbij de kortste weg naar werk al enige tijd niet langere het uitgangspunt is maar duurzame arbeidsinschakeling. - Samen met de cliënt Het inspelen op de persoonlijk voorkeur van de mensen ziet de wetgever als een belangrijke succesfactor voor een geslaagde re-integratie. Dit omdat belanghebbenden die hun eigen traject mee kunnen samenstellen meestal gemotiveerder zijn. De ideeën en voorstellen van belanghebbenden worden door de consulent van de gemeente altijd meegenomen om te beoordelen of dit bijdraagt aan het realiseren van een (op termijn) duurzame plaatsing in een reguliere baan. Het opstellen van een het plan (dat in artikel 3 wordt genoemd), wordt altijd samen met de persoon gemaakt. Voor de duidelijkheid is dit toegevoegd in de verordening. Het plan is speciaal afgestemd op wat iemand kan en ook rekening houdt met hun beperkingen. De consulent, die kennis heeft van de arbeidsmarkt (of informatie inwint bij het Werkgeversservicepunt), beslist of er hulpmiddelen nodig zijn om aan het werk te kunnen en of de kosten daarvan redelijk zijn. Indien zij dat niet kunnen beoordelen zullen zij een specialist inschakelen.
Punt 2. Aanpassing van de leeftijdsgrens in artikel 8 – Participatieplaats, naar 25 of 23 jaar. Reactie gemeente: De voorgestelde wijziging van de cliëntenraad is meegenomen en aangepast in de nieuwe reintegratieverordening naar 18 jaar (voor jongeren van het praktijkonderwijs, speciaal voortgezet onderwijs en niveau 1- opleidingen aangepast naar 16 jaar). Punt 3. Aandacht voor het samenspel tussen cliënt en gemeente/consulent. Persoonlijke ondersteuning op maat moet normaal zijn.
Reactie gemeente: Zie punt 1. Punt 4. Een positieve stimulans om te re-integreren kan zijn het verstrekken van studiekosten onder bepaalde voorwaarden (bijvoorbeeld als lening). Reactie gemeente: Naar aanleiding van nieuwe wetgeving wordt de Re-integratieverordening op hoofdlijnen vastgesteld. In daaropvolgende beleidsregels kan de gemeente Hollands Kroon hier positief van afwijken. Op een aantal onderdelen uit de Re-integratieverordening zullen aanvullende beleidsregels worden vastgesteld. Voorafgaand kan er onderzocht worden of het zinvol is om specifieke voorwaarden voor studiekosten op te nemen en indien noodzakelijk daar extra beleidsregels voor te maken. Of dat de keuze moet worden gemaakt om maatwerk te leveren. Enkele overwegingen die daarbij worden meegenomen zijn: - Er wordt in het plan, dat samen met de persoon wordt gemaakt, al gekeken of opleiding de ontbrekende schakel is richting de arbeidsmarkt. - Vanuit de overheid worden er budgetten beschikbaar gesteld t.b.v. scholing o.a. het STAPbudget. - Door krapte op de arbeidsmarkt kijken steeds meer werkgevers naar kwaliteiten die een toegevoegde waarde kunnen zijn voor hun bedrijf i.p.v. opleiding. Punt 5. Organiseer een soort ombudsman/vrouw waar cliënt terecht kan met vragen wanneer hij/zij het niet eens is met het antwoord van de consulent, in gevallen waar wel mogelijkheden zijn tot reintegratie.
Antwoord gemeente: Gemeente Hollands Kroon heeft een proces voor bezwaar en beroep opgezet. Zodra er een bezwaarschrift komt, wordt de persoon die bezwaar heeft gemaakt gebeld om te vragen of ze openstaan voor een informeel gesprek. Tijdens dit gesprek wordt er geprobeerd om tot een oplossing te komen. Voor dit informele proces kunnen speciaal getrainde medewerkers van de gemeente, niet van betreffende afdeling, in gesprek gaan. Als er geen oplossing wordt gevonden, komt er een hoorzitting. Hiervoor ontvangt de inwoner een uitnodiging. Ik hoop u hiermee voldoende inzicht te hebben gegeven over de afwegingen die zijn meegenomen bij het al dan niet overnemen van uw adviezen. Met vriendelijke groet,
Carina Haakman en Herman de Ruiter Beleidsadviseurs Participatiewet Deze brief is digitaal vervaardigd en daarom niet ondertekend.