CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Toelichting Verordening voor de raad

Raad 20 november 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening voorzieningen maatschappelijke participatie1.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De Verordening voorzieningen voor maatschappelijke participatie in vogelvlucht In de verordening wordt een regeling getroffen voor drie soorten voorzieningen voor maatschappelijke participatie, namelijk het budget voor maatschappelijke participatie, de computervoorziening en leszwemmen voor het Nationale Zwemdiploma A. 1.

Budget voor maatschappelijke participatie

Er zijn twee doelgroepen te onderscheiden, namelijk: •

kinderen van 0 jaar tot 18 jaar;

•

volwassen vanaf 18 jaar.

Doelgroep kinderen Aanvrager komt in aanmerking voor bovengenoemd budget, als hij: •

op de aanvraagdatum een of meer kinderen heeft die jonger zijn dan 18 jaar en waarvoor hij

kinderbijslag ontvangt; •

op de datum van aanvraag woonachtig is in de gemeente Hollands Kroon

•

een inkomen heeft dat gedurende een periode van drie maanden voorafgaande aan de maand

waarop de aanvraag is ingediend gemiddeld lager is dan tot 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; •

beschikt over een vermogen dat op de peildatum niet hoger is dan de in artikel 34, tweede lid,

onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens. Doelgroep volwassenen Volwassen komen in aanmerking voor bovengenoemd budget als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: •

de volwassene moet op de aanvraagdatum woonachtig zijn in de gemeente Hollands Kroon.

•

de volwassene heeft gedurende een periode van drie maanden voorafgaande aan de maand

waarop de aanvraag is ingediend een inkomen dat gemiddeld lager is dan 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; •

de volwassene beschikt op de aanvraagdatum over een vermogen dat niet hoger is dan de in

artikel 34, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Participatiewet bedoelde vermogensgrens. Het budget voor maatschappelijke participatie wordt per kalenderjaar verstrekt. Het budget wordt verstrekt in de vorm van een digitaal tegoed, niet zijnde een geldbedrag, waarmee belanghebbende via de webwinkel Meedoen een keuze kan maken uit een ruim aanbod van sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten alsmede van sport- en schoolbenodigdheden. Het budget voor maatschappelijke participatie wordt per kalenderjaar verstrekt. Het budget bedraagt: a.

voor een kind van 0 tot 4 jaar € 250,- per kalenderjaar;

b.

voor een kind van 4 tot 18 jaar € 350,- per kalenderjaar;

c.

voor een volwassenen € 250,- per kalenderjaar.

2.

Computervoorziening schoolgaande kinderen uit minimagezinnen

Er worden twee soorten computervoorzieningen verstrekt vanuit de gemeente. Eén voor kinderen op de basisschool en één voor kinderen op het voortgezet onderwijs. De computervoorziening bestaat uit een laptop en een muis en wordt verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming, die € 450,- bedraagt, wordt eens per vijf jaar verstrekt. Voor basisschoolkinderen wordt één laptop voor het hele gezin gegeven. Voor kinderen in het voortgezet onderwijs krijgt elk kind een eigen laptop. De reden voor dit verschil is dat kinderen op de basisschool minder vaak en intensief een computer gebruiken dan kinderen op het op voortgezet onderwijs. Voor kinderen op de basisschool: -

Het gezin krijgt maximaal € 450,- elke vijf jaar.

-

Ze krijgen een laptop en muis als ze in de gemeente Hollands Kroon wonen, een laag inkomen

(lager dan 120% van de geldende bijstandsnorm) hebben, niet te veel vermogen hebben, en een kind hebben dat in groep 3 of hoger op de basisschool zit. -

Het schooljaar waarin het jongste kind van het gezin naar groep 8 van de basisschool gaat, is het

laatste jaar waarin een computervoorziening wordt verstrekt. Voor kinderen op het voortgezet onderwijs: -

Ook zij krijgen een laptop en muis.

-

Ze krijgen maximaal € 450,- elke vijf jaar.

-

Ze krijgen de laptop en muis als ze in de gemeente wonen, een laag inkomen (lager dan 120%

van de geldende bijstandsnorm) hebben, niet te veel vermogen hebben, en een kind hebben dat in het voortgezet onderwijs zit. -

Als het kind 18 jaar of ouder is, wordt er geen laptop meer verstrekt.

3.

Zwemlessen voor zwemdiploma A ten behoeve van kinderen uit minimagezinnen

Volgens deze regeling kunnen kinderen uit gezinnen met een laag inkomen gratis zwemles krijgen voor het behalen van het Nationale Zwemdiploma A. Het doel is dat meer kinderen leren zwemmen en veilig zijn in het water. Waarom? Omdat zwemmen belangrijk is om verdrinking te voorkomen. Veel scholen bieden geen zwemlessen meer aan door bezuinigingen. Veel minimagezinnen kunnen de kosten voor zwemlessen niet betalen. De regeling geldt voor kinderen van 5,5 jaar tot 18 jaar die nog geen zwemdiploma A hebben. De ouders moeten in de gemeente wonen, een laag inkomen hebben (lager dan 120% van de geldende bijstandsnorm) en niet te veel vermogen. De kinderen moeten de zwemlessen volgen in een van de vier gemeentelijke zwembaden. De gemeente betaalt gedurende een periode van maximaal 18 maanden de kosten van de zwemlessen, zodat deze voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht het inkomen. Een kind dat met vijfenhalf jaar start met de leszwemmen heeft gemiddeld, zo blijkt uit onderzoek, 18 maanden om nodig om het zwemdiploma A te behalen.

Indien het kind niet binnen die periode van 18 manden zijn zwemdiploma A behaalt, kan de ouder bij de gemeente een vervolgaanvraag indienen. Inkomensgrens voorzieningen voor maatschappelijke participatie In 2022 was de inflatie erg hoog (14,5% in september). Daardoor hadden ook mensen met een laag middeninkomen moeite om rond te komen. Ons college besloot daarom om in 2023 de inkomensgrens voor het budget Meedoen tijdelijk te verhogen van 110% naar 130% van de geldende bijstandsnorm. In januari 2024 besloot ons college deze hogere inkomensgrens ook te hanteren in 2024 en 2025. Redenen hiervoor waren: •

De inflatie blijft in 2024 en 2025 naar verwachting boven de 2%.

•

Het prijsplafond voor energie en de energietoeslag verdwijnen.

•

Er is onzekerheid door de oorlog in Oekraïne.

In 2025 zou opnieuw worden bekeken of de inkomensgrens aangepast moet worden. Ons college heeft voor die tijdelijke verhoging van de inkomensgrens de tijdelijke GALA-middelen ingezet. GALA-middelen zijn rijksmiddelen die via de Brede Specifieke Uitkering (SPUK) beschikbaar zijn gesteld aan gemeenten. Ze zijn bedoeld om lokaal en regionaal beleid te ondersteunen dat gericht is op gezondheid, preventie en het versterken van de sociale basis. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) loopt officieel tot en met 2026. Aan het voorstel om de inkomensgrens voor de voorzieningen voor maatschappelijke participatie voor het jaar 2026 en verder vast te stellen op 120% van het geldende bijstandsnorm liggen de volgende overwegingen ten grondslag: •

Gemeenten in de regio Noordkop willen hun regels voor hulp aan mensen met weinig geld beter

op elkaar afstemmen. Sinds 2015 mogen gemeenten zelf bepalen hoe ze hun minimabeleid regelen. Daardoor zijn er nu grote verschillen tussen gemeenten. Dat is verwarrend en oneerlijk voor inwoners die in dezelfde situatie zitten, maar in een andere gemeente wonen. Texel, Den Helder en Schagen gebruiken een inkomensgrens van 120% van de geldende bijstandsnorm. Hollands Kroon wil zich hierbij aansluiten. Dat betekent: 

De inkomensgrens voor het budget Meedoen en zwemlesregeling gaat omlaag van 130% naar

120%. 

De inkomensgrens voor de computervoorziening gaat omhoog van 110% naar 120%.

•

Bij een inkomensgrens van 120% richt je het beleid op de meest kwetsbare groepen: mensen die

het echt nodig hebben. Bij 130% wordt de doelgroep breder, wat kan leiden tot verspreiding van middelen over mensen die minder urgent hulp nodig hebben. •

Een definitieve verhoging naar 130% van de geldende bijstandsnorm betekent een aanzienlijke

toename van het aantal rechthebbenden. Zeker in tijden van economische neergang. Dit kan leiden tot hogere uitgaven voor de gemeente, zonder dat daar extra rijksmiddelen tegenover staan. Er is dus een risico op financiële onhoudbaarheid van het beleid op de lange termijn.

•

Bij een hogere inkomensgrens neemt ook de administratieve belasting van de gemeente toe. Een

hogere inkomensgrens betekent namelijk meer aanvragen, meer controles en meer uitvoeringsdruk. Dit draagt niet bij aan de efficiency van het beleid. •

Op basis van recente inzichten van onder andere het Nibud en de VNG is het hanteren van een

inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm door gemeenten een verstandige keuze in het kader van minimabeleid. Dit niveau biedt een goede balans tussen het voorkomen van armoede en het stimuleren van arbeidsinschakeling. Bij een te lage inkomensgrens (bijvoorbeeld 110%) vallen werkenden met een laag inkomen vaak buiten de regelingen, terwijl zij wel moeite hebben om rond te komen. Een grens van 120% voorkomt dat mensen die net boven de bijstandsnorm zitten, in armoede belanden. Een te hoge grens (zoals 130%) kan het verschil tussen werken en niet werken verkleinen, wat de prikkel om te gaan werken vermindert. 120% biedt nog steeds ondersteuning, maar houdt de prikkel tot werk behouden. •

120% is een heldere en herkenbare grens die in veel gemeenten al wordt gebruikt. Dit voorkomt

verwarring en maakt communicatie richting inwoners eenvoudiger. Een inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm is dus een realistische en sociaal rechtvaardige keuze die aansluit bij de huidige economische realiteit en bijdraagt aan het versterken van bestaanszekerheid. Een grens van 120% biedt bovendien een goede balans tussen solidariteit en doelmatigheid. Ten slotte is deze beleidskeuze in overstemming met het beleid van de andere regiogemeenten. Vermogenstoets Bij de vaststelling van de vermogensgrens wordt aansluiting gezocht bij de vermogensgrenzen van de Participatiewet. Het vermogen mag voor een alleenstaande niet meer zijn dan € 7.575 en voor gehuwden en alleenstaande ouders niet meer dan € 15.575 (vermogensgrenzen 2025). Een door een belanghebbende bewoonde eigen woning wordt niet als vermogensbestanddeel meegeteld. De gemeente Den Helder laat als enige gemeente in de regio Noordkop de eigen woning niet vrij en overweegt met het oog op de wens om het minimabeleid in de regio Noordkop te harmoniseren haar beleid op dit punt aan te passen. Studenten met studiefinanciering Studenten die studiefinanciering krijgen, hebben geen recht op het budget voor maatschappelijke participatie voor volwassenen, omdat:

•

Gemeenten mogen zelf bepalen wie recht heeft op deze regeling.

•

De regeling is bedoeld voor mensen die langdurig weinig geld hebben. Studenten hebben meestal tijdelijk minder geld en krijgen na hun studie vaak een hoger inkomen.

•

Studenten kunnen vaak korting krijgen via hun opleiding of studentenvereniging.

•

Het inkomen van studenten is lastig objectief vast te stellen, door bijbanen en ouderlijke steun.

•

Studenten kiezen zelf voor hun studie en de financiële situatie die daarbij hoort.

•

Door studenten uit te sluiten, blijft het beleid duidelijk en makkelijk uit te voeren.

•

De gemeente Hollands Kroon heeft maar een beperkt budget en wil dit vooral besteden aan mensen die langdurig weinig geld hebben.

•

Studenten verhuizen vaak, waardoor het risico op misbruik groter is.

•

Het Rijk regelt al een basisvoorziening voor studenten via DUO.

Scholieren met tegemoetkoming WTOS Scholieren die een tegemoetkoming krijgen via de WTOS (Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten) zijn uitgesloten van het budget voor maatschappelijke participatie voor volwassenen. Dit is om de volgende redenen:

•

Gemeenten hebben beleidsvrijheid om te bepalen wie recht heeft op minimaregelingen en mogen WTOS-ontvangers uitsluiten, zolang dit duidelijk in beleid of verordening staat.

•

Volgens de Participatiewet is er geen recht op extra gemeentelijke ondersteuning als er al een passende landelijke regeling is. De WTOS wordt gezien als zo’n passende voorziening.

•

Door WTOS-ontvangers uit te sluiten, wordt het beleid eenvoudiger en zijn de administratieve lasten lager.

•

De WTOS voorziet al in de kosten waarvoor de gemeentelijke regeling bedoeld is. Dubbele ondersteuning is dus niet nodig.

•

Het inkomen van scholieren is lastig objectief vast te stellen, door bijbanen en ouderlijke steun.

•

De gemeente Hollands Kroon heeft maar een beperkt budget en wil dit vooral besteden aan mensen die langdurig weinig geld hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=8d4ac772-44b8-42ff-afb8-ed776b867692