CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 Toelichting en Regels

Raad 18 april 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitendijks Parkeren Medemblik17.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toelichting (ontwerp)

27

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Het te realiseren parkeerterrein met een ontsluiting aan de Zuiderdijkweg leiden niet tot extra verkeersbewegingen in en rondom Medemblik. De te realiseren parkeerterreinen verminderen zoekverkeer en parkeeroverlast in het centrum. Het buitendijks parkeren houdt geluid buiten het centrumgebied waardoor het geluid op de aanwezige woningen afneemt. De aanwezige woningen liggen op een grote afstand van de te realiseren parkeerterreinen en daarnaast wordt er op parkeerterreinen met lage snelheid gereden. Uitbreiding van de parkeercapaciteit buitendijks levert een bijdrage aan het verbeteren van de geluidssituatie naar aanleiding van wegverkeerslawaai in en rondom de binnenstad van Medemblik. Geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.

5.7

Water

Op basis van beleid dat voortkomt uit de nota 'Waterbeleid 21e eeuw is een watertoets ingesteld bij de ruimtelijke planvorming. De watertoets heeft tot doel om elkaar (initiatiefnemer, gemeente, waterschap) vroegtijdig te informeren, adviseren en te oordelen over het belang van water en dit in ruimtelijke plannen gestalte te geven. Een watertoets leidt onder andere tot een waterparagraaf in het plan. De diepgang van de watertoets kan verschillen naar aard van de planvorming. De watertoets zorgt voor bewustwording van water bij de inrichting van Nederland. De waterbeheerder en initiatiefnemers nemen daarvoor samen de waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar en evenwichtig mee bij alle ruimtelijke plannen en ingrepen.

Sinds 1 november 2003 dient voor ruimtelijke projecten een watertoets uitgevoerd te worden. Bij een watertoets wordt in overleg met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) bekeken wat de gevolgen van de voorgenomen plannen zijn in relatie tot het water en welke maatregelen getroffen dienen te worden om ervoor te zorgen dat watersysteem door de voorgenomen ontwikkeling niet negatief beïnvloed wordt.

Het initiatief van dit bestemmingsplan is in het kader van de watertoets op 16-10-2023 via de digitale watertoets aangemeld. In Bijlage 5 Watertoets BP Buitendijks Parkeren is het resultaat van de watertoets opgenmen. Het resultaat is dat er een normale procedure doorlopen kan worden. In de watertoets staan enkele adviezen ten aanzien van het afkoppelen van hemelwater. Tevens staat vermeld dat het Hoogheemraadschap bij de planvorming betrokken wenst te worden. Bij de totstandkomeing van het ontwerp zoals opgenomen in Bijlage 2 Inrichtingsplan Ontwerp Buitendijks Parkeren is het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier intensief betrokken geweest. Bij de verdere uitwerking van het plan zal het Hoogheemraadschap betrokken blijven worden.

5.8

Hinder van bedrijven

Bedrijven of andere milieubelastende bedrijvigheid in de directe omgeving van woningen of andere milieugevoelige gebieden kunnen daar (milieu)hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen bedrijven en woningen noodzakelijk. Er dient te worden aangetoond dat het planvoornemen geen belemmering vormt voor nabijgelegen functies.

Om te bepalen of aan dat criterium kan worden voldaan heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) uitgegeven. Daarin zijn richtafstanden opgenomen per bedrijfscategorie. Wanneer de afstand tussen een bedrijf en een gevoelig object groter of gelijk is aan de richtafstand die bij de betreffende bedrijfscategorie hoort, is dat een goede aanwijzing dat er geen sprake is van onevenredige bedrijfshinder. De publicatie van de VNG is niet bindend maar is enkel een hulpmiddel. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een

28

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden.

In de genoemde VNG-publicatie worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype ‘rustige woonwijk of rustig buitengebied’ wordt functiescheiding nagestreefd. Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies inhoudt. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is sprake van functiemenging. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Hiertoe mogen de aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (milieucategorie 1 wordt 0, 2 wordt 1, 3.1 wordt 2, et cetera).

Onderzoek Voor een autoparkeerterrein moet volgens de genoemde VNG-publicatie een grootste afstand van 30 meter worden gehanteerd voor het aspect geluid. De afstand tussen het bestaande parkeerterrein en de dichtstbijzijnde woningen bedraagt circa 51 meter. De nieuw aan te leggen parkeerterreinen A en B (zie figuur 5) liggen op een minimale afstand van 60 tot de dichtsbijzijnde woningen.

Conclusie Gelet op het gegeven dat de afstand tussen de parkeerterreinen en de woningen dusdanig ruimer is dan de richtafstand in de VNG publicatie kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen niet door het aspect bedrijfshinder wordt belemmerd.

5.9

Luchtkwaliteit

Het plan dient te voldoen aan regels voor luchtkwaliteit. Aangetoond moet worden dat er geen normen worden overschreden. Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer.

Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De eerste verlenging liep tot en met 31 december 2016. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft het NSL voor een tweede maal verlengd, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het Besluit tweede verlenging NSL is per 1 januari 2017 in werking getreden.

Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. PM10 en PM2,5 hangen overigens sterk samen. De fractie PM2,5 is onderdeel van het PM10. Wanneer de luchtkwaliteit aan de PM10 normen voldoet wordt ook aan de PM2,5 normen voldaan.

Toelichting (ontwerp)

29

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor NO2 of PM10 bijdragen, wat overeenkomt met 1,2 ìg/m3 (Grenswaarde in 2017 is 1.241 auto's dan wel 109 vrachtwagens per weekdagetmaal). De te realiseren parkeerterreinen leiden niet tot extra verkeersbewegingen in en rondom Medemblik. De te realiseren parkeerterreinen hebben tot doel om de Medemblik binnenstad te ontlasten. Verkeer dat tot op heden zoekende is in en rondom het centrum naar een beschikbare parkeerplaats wordt nu naar deze nieuw te realiseren parkeerterreinen geleid. Per saldo kun je stellen dat het realiseren van deze parkeerterreinen tot gevolg hebben dat er een verbetering van de luchtkwaliteit op treedt aangezien er geen sprake meer is van zoekend verkeer in het centrum maar verkeer dat rechtstreeks naar de parkeerterreinen wordt geleid. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Dit bestemmingsplan wordt niet door wettelijk gestelde eisen wat betreft het aspect luchtkwaliteit belemmerd.

5.10

Verkeer en parkeren

Om de huidige parkeerdruk in de binnenstad van Medemblik te verlagen wordt er een buitendijks parkeerterrein gerealiseerd. De hoge parkeerdruk wordt veroorzaakt door de bewoners en het personeel en de bezoekers van de winkels en voorzieningen. Met de aanleg van het buitendijks parkeerterrein wordt er een parkeervoorziening buiten het centrum gerealiseerd. Hierdoor kunnen de huidige gebruikers van de parkeerplaatsen in het centrum nu buiten het centrum parkeren. Het verkeer op de Zuiderdijkweg zal daardoor toenemen, maar deze weg kan de extra bewegingen aan. De drukte in het centrum zal daarentegen afnemen, waardoor de verkeersveiligheid hier wordt verbeterd.

5.11

Duurzaamheid

Duurzaamheid is leidend en een verbindend principe! Duurzaamheid van een gebied of in relatie tot een ruimtelijke ontwikkeling kan tot uitdrukking komen in de thema's: kwaliteit van de leefomgeving, water, energie, mobiliteit, natuur/ecologie en milieu. Onder deze laatste kan onder meer het volgende worden verstaan: gezondheid, externe veiligheid, materiaalkeuze en hergebruik van materialen, duurzaam slopen, geluid, lucht en beheer/onderhoud van een gebied of gebouw. Er bestaat geen wettelijke verplichting om het thema duurzaamheid in bestemmingsplannen vast te leggen. Wel vormt het een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en daarmee een belangrijk aandachtspunt in het overheidsbeleid. Gemeenten streven in dat kader naar een duurzame (gebouwde) omgeving. Het plangebied ligt binnen de begrenzing van gebied voor kleinschalige oplossingen voor duurzame energie. De mogelijkheden voor het toepassen van duurzame energie voor dit planvoornemen worden onderzocht. Wat betreft duurzaamheid is een motie om het plaatsen van een zonnedak boven de parkeerplaatsen ingetrokken. Er is echter een toezegging gedaan om de plaatsing hiervan verder te onderzoeken.

30

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

5.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

De m.e.r.-beoordeling houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. De realisatie van parkeerterreinen valt onder onderdeel 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit mer (categorie D.11.2) betreft: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. Volgens de nota van toelichting op het Besluit m.e.r. en diverse jurisprudentie is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn.

De activiteiten die in het plangebied worden beoogd, overschrijden geen drempelwaarden in de D-lijst van het Besluit m.e.r.. Voor het bestemmingsplan geldt daarom de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In dit kader kan worden aangegeven dat de milieueffecten in de voorgaande paragrafen al voldoende zijn onderzocht. Op grond hiervan kan in alle redelijkheid worden aangenomen dat de toekomstige activiteiten in het plangebied geen onaanvaardbare gevolgen voor het milieu zullen hebben.

Toelichting (ontwerp)

31

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische toelichting

Toelichting op het juridische systeem

In de voorgaande hoofdstukken zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke en functionele situatie in het plangebied aangegeven. Deze uitgangspunten zijn getoetst aan de omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de bestemmingen (de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden) toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten hun juridische vertaling in het eigenlijke plan hebben gekregen. De bepalingen die betrekking hebben op de te onderscheiden bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Het bestemmingsplan geeft aan voor welke doeleinden de gronden zijn bestemd.

Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) toegepast.

De regels zijn zo opgesteld dat deze gebruikt kunnen worden in een analoog alsook in een digitaal raadpleegbaar bestemmingsplan. Het digitale plan verschaft de burger 'online' informatie over het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale plannen zijn per 01-01-2010 verplicht op grond van de Wro. Op basis van de Wro is het digitaal vastgestelde bestemmingsplan leidend. Als er een verschil bestaat tussen het analoge en digitale bestemmingsplan, is de digitale versie bepalend qua vormgeving en inhoud.

6.2

Bestemmingsplanprocedure

In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden:

Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 Bro haar voornemen (vaak als een concept- dan wel voorontwerpbestemmingsplan) beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Ingekomen reacties worden voor zover noodzakelijk verwerkt in de regels en verbeelding.

Daarnaast kan een voorontwerpplan in de inspraak worden gebracht om belangstellenden de mogelijkheid te bieden om op het plan te reageren. Hiervoor is in geval van voorliggend plan niet gekozen.

Terinzageleggingsfase Het ontwerpbestemmingsplan wordt na aankondiging in de Staatscourant, huis-aan-huis en de website www.officielebekendmakingen.nl voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend.

Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast.

Beroepsfase 32

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Dit gebeurd als volgt: Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Belanghebbenden zijn diegenen die tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze hebben ingediend en diegenen die hebben aangetoond in redelijkheid niet in de mogelijkheid zijn geweest om een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan in te dienen.

Indien geen beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk.

6.3

Regels

De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier hoofdstukken: 1. In de Inleidende regels zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. 2. In de Bestemmingsregels zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. In paragraaf 5.2.2 volgt in het kort een nadere toelichting op de bestemmingen. 3. In de Algemene regels staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende algemene bouw- en gebruiksregels. De afwijkingsmogelijkheden in de verschillende bestemmingen en de algemene afwijkingsregels zorgen voor enige flexibiliteit van het plan. De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht, zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. 4. Tenslotte bevat het bestemmingsplan nog Overgangs- en slotregels.

Dit betreft artikelen onder het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken en gebruik en de slotregel. Hoofdstuk 1: Inleidende regels BEGRIPPEN In dit artikel worden waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Een deel van deze begrippen is voorgeschreven in de SVBP2012.

WIJZE VAN METEN De wijze waarop maten, afstanden en dergelijke gemeten moeten worden, is voor een belangrijk deel voorgeschreven in de SVBP2012. Deze regels zijn overgenomen in artikel 2 van dit bestemmingsplan.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per

Toelichting (ontwerp)

33

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon bestemming bepaald welke gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitbepalingen opgenomen. De toekenning van bestemmingen tot een bepaald perceel is gebaseerd op het gewenste gebruik en een verantwoorde inpassing.

Bestemming 'Verkeer' Alle openbare wegen zijn als 'Verkeer' bestemd. Tevens zijn binnen deze bestemming parkeerterreinen toegestaan. Bijzondere functies binnen de verkeersbestemming zijn aangeduid. Dit geldt bijvoorbeeld voor een antennemast ten behoeve van telefonie.

Dubbelbestemmingen 'Leiding - Gas' Voor de aanwezige hoofdaardgastransportleidingen is de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' opgenomen. Deze dubbelbestemming waarborgt een ongestoorde ligging van de leidingen en daarmee tevens de externe veiligheid.

'Leiding - Hoogspanning' De ondergrondse hoogspanningsleiding in het plangebied is als dubbelbestemming in dit bestemmingsplan opgenomen.

'Waterstaat - Waterkering' De dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterkering' is gelegd op de beschermingszone langs de primaire waterkeringen. In dit geval geldt dat de bouwwerken binnen deze bestemming slechts mogen worden opgericht, indien het belang van de waterkering dit toelaat.

'Waarde - Archeologie 4' In het betreffende gebied zal een archeologische waarde van 4 worden toegepast. Dit waarborgt dat archeologische bevindingen worden behouden.

Hoofdstuk 3: Algemene regels Hoofdstuk 3 van de bestemmingsregels omvatten de algemene regels. De algemene regels gelden in het algemeen voor het gehele bestemmingsplan en staan min of meer los van de specifieke bestemmingsregels en worden om die reden altijd in een apart hoofdstuk opgenomen.

ARTIKEL 8 - ANTI-DUBBELTELREGEL De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan.

ARTIKEL 9 - ALGEMENE AANDUIDINGSREGELS In de algemene aanduidingsregels zijn de geldende aanduiding van dit bestemmingsplan uitgewerkt en opgenomen.

ARTIKEL 10 - ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren.

34

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

ARTIKEL 11 OVERIGE REGELS In de overige regels is de in dit plan geldende voorrangsregel opgenomen.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels ARTIKEL 12 EN 13: OVERGANGSRECHT EN SLOTREGELS Overeenkomstig de in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht en de SVBP2012 zijn de overgangs- en slotregels in de afsluitende artikelen van de regels opgenomen.

Toelichting (ontwerp)

35

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening maakt met het bepaalde in afdeling 6.4 het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten, wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan. De zogenaamde “aangewezen bouwplannen” waarbij een exploitatieplan verplicht is en welke zijn opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn: de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1000 m² of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1000 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van tenminste 1000 m². Het onderhavige bestemmingsplan betreft geen ontwikkelingen waarmee een aangewezen bouwplan mogelijk wordt gemaakt. Tevens is de gemeente eigenaar van de gronden en zijn er geen andere partijen betrokken waarop kosten verhaald zouden kunnen worden.

Concluderend kan gesteld worden dat binnen dit bestemmingsplan geen sprake is van aangewezen bouwplannen, waardoor de gemeente niet in de mogelijkheid en verplicht is om eventuele kosten te verhalen en er derhalve geen verplichting is om tegelijkertijd met het nieuwe bestemmingsplan een exploitatieplan op te stellen. Bovendien is het relevant om op te merken dat voor de realisatie van dit bestemmingsplan budget beschikbaar is gesteld in 2019. Deze middelen zijn specifiek toegewezen om de kosten van de realisatie te dekken. Hierdoor is de financiële uitvoerbaarheid van het plan gewaarborgd.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het ontwerp voor dit bestemmingsplan is in samenwerking met de provincie, de gemeenten Medemblik en Hollands Kroon, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en architectenbureau Smartland opgesteld. Het overleg heeft geresulteerd in het beeldkwaliteitplan Bijlage 2. In het kader van participatie heeft er op 12 april 2022 een informatiebijeenkomst voor omwonenden plaatsgevonden in de Bonifaciuskerk. In de voorbereidende planvorming is door de Gasunie gereageerd op het plan: De zakbakens bij de bestaande parkeerplaats mogen ingekort worden, vooraf willen wij de bakens meten en weer inmeten nadat er een stuk is verwijderd. Over het terrein loopt er ook een kabel welke in beheer is bij Gasunie maar niet meer wordt gebruikt. Deze kan misschien worden verwijderd tijdens de aanleg van de parkeerplaats. Alle werkzaamheden overleggen met de toezichthouder als het werk uitgevoerd gaat worden. Bij uitvoering van de werkzaamheden zal de Gasunie betrokken worden.

36

Toelichting (ontwerp)

Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 6

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Verkeer Leiding - Gas Leiding - Hoogspanning Waarde - archeologie 4 Waterstaat - Waterkering

7 7 9 11 13 15

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

17 17 18 19 20 21 22

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

23 23 24

2

Inhoudsopgave (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Regels

Regels (ontwerp)

3

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

het plan:

het bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik met identificatienummer BPBuitendpark-ON01 van de gemeente Hollands Kroon; 1.2

het bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

agrarisch medegebruik:

het gebruik als agrarische cultuurgrond ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf; 1.6

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7

belemmeringenstrook:

een strook grond of water waaraan beperkingen kunnen worden opgelegd in verband met de veiligheid van ondergrondse en/of bovengrondse leidingen; 1.8

bestaand:

ten aanzien van andere bouwwerken of gebruik: het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, krachtens een bouwvergunning/omgevingsvergunning voor het bouwen dan wel een vrijstelling op grond van de WRO, een ontheffing op basis van de Wro of een afwijkingsprocedure op basis van de Wabo; 1.9

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.10

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11

bijbehorend bouwwerk:

aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; 1.12

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.13

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

4

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

1.14

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.16

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.18

cultuurlandschappelijke waarden:

waarden ontstaan door het gebruik in de loop van de geschiedenis door de mens en die behouden dienen te worden; 1.19

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.20

hoofdgebouw:

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.21

kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico en/of een risico-afstand is bepaald die in acht moet worden genomen; 1.22

nutsvoorziening:

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.23

peil:

a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: 1. de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: 1. de bouwhoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij aanvang van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: 1. het Normaal Amsterdams Peil (of een plaatselijk aan te houden waterpeil). 1.24

seksinrichting:

de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomaenhal, sekstheater, een parenclub of prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

Regels (ontwerp)

5

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens:

tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd )gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2

bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4

goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van dakkapellen; daar waar aangekapt wordt aan het bestaande dakvlak wordt de goot niet als goothoogte gerekend. 2.5

inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6

oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

6

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor "Verkeer" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met een doorgaande functie voor zowel het verkeer met een doorgaand karakter als de ontsluiting van aanliggende gronden; b. voet- en fietspaden; c. bermen en beplanting; d. parkeervoorzieningen; e. agrarisch medegebruik, met de daarbijbehorende f. g. h. i.

groenvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; waterlopen en waterpartijen.

3.2

Bouwregels

Ten aanzien van de in lid 3.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: 3.2.1

Gebouwen en overkappingen

Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is uitsluitend toegestaan indien deze bouwwerken ten dienste staan van de bestemming en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 12 m.

3.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.1 ten behoeve van de bouw van een toiletgebouw van maximaal 50 m2 indien: a. er geen belemmeringen ontstaan ten aanzien van het van het gebruik van belendende percelen b. er sprake is van een hoogwaardige uitstraling conform het gestelde in Bijlage 2 bij de toelichting; c. het gestelde in artikel 9 en 10 blijft onverminder van toepassing. 3.4

Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; het uitzicht van woningen van derden; de verkeersveiligheid; de woonsituatie, nadere eisen stellen aan de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Regels (ontwerp)

7

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

3.5

Specifieke gebruiksregels

Als gebruik in strijd met de bestemmingsomschrijving wordt in ieder geval begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen.

8

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 4 4.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van een afsluitervoorziening ten behoeve van een aardgastransportleiding; b. stroken ten behoeve van ondergrondse en bovengrondse leidingen en het onderhoud en beheer daarvan, met de daarbij behorende: c. belemmeringstroken; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In geval van strijdigheid van regels gaan de regels van dit artikel vóór de regels die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

In afwijking van het bepaalde bij de andere ter plaatse aangewezen bestemmingen mogen op of in deze gronden, geen gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze dubbelbestemming. 4.2.2

Gebouwen en overkappingen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zal ten hoogste 6 m bedragen. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Mits de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.1 in die zin dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: a. met een vooraf ingewonnen advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder wordt aangetoond dat de bouw mogelijk is; b. een positief advies van de brandweer is verkregen. 4.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het permanent opslaan van goederen; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken als kwetsbaar object.

Regels (ontwerp)

9

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1

Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist: a. het egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; c. het in de grond brengen van voorwerpen; d. het aanleggen of verharden van andere oppervlakteverhardingen; e. het rooien of planten van bomen en het rooien of aanbrengen van andere beplantingen die diep wortelen of kunnen wortelen. 4.5.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 4.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan. 4.5.3

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder en er geen afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leidingen. 4.6

Wijzigingsbevoegdheid

4.6.1

Verwijderen dubbelbestemming

Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen in die zin dat de bestemming 'Leiding - Gas' wordt verwijderd, mits: a. deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast, indien er sprake is van het verwijderen dan wel verleggen van een bestaande leiding; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de bodemkundige, de cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

10

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 5 5.1

Leiding - Hoogspanning

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een ondergrondse hoogspanningsleiding, met de daarbij behorende: b. belemmeringenstrook; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de regels van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze dubbelbestemming. 5.2.2

Gebouwen en overkappingen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd. 5.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zal ten hoogste 6 m bedragen. 5.3

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2 overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1

Vergunningplicht

Het is verboden op of in de in lid 5.1, onder b bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: het aanbrengen van beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. het permanent opslaan van goederen. 5.4.2

Uitzonderingen vergunningplicht

Het verbod als bedoeld in lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: verband houden met de aanleg van de betreffende hoogspanningsleiding;

Regels (ontwerp)

11

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon reeds in uitvoering zijn of vergund zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; het normale onderhoud van de leiding en belemmeringenstrook of van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen. 5.4.3

Voorwaarden

Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig schaden. 5.4.4

Adviesprocedure

Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade.

12

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 6

6.1

Waarde - archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen basisbestemmingen, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden. 6.2

Bouwregels

Aanvullend op de bouwregels in de andere voor de betreffende gronden aangewezen bestemmingen gelden de volgende bouwregels: Voor bouwwerken moet alvorens een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, door de aanvrager: documentatie of archeologisch onderzoek worden overgelegd op grond waarvan kan worden aangetoond dat de archeologische waarden reeds verstoord zijn; archeologisch onderzoek worden overgelegd op grond waarvan kan worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre archeologische waarden worden verstoord. Indien uit het in lid 6.2 onder a genoemde archeologische onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, verbindt het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1, onder h, van de Monumentenwet 1988; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

De verplichting onder a geldt niet voor bouwplannen: die betrekking hebben op een oppervlakte van niet meer dan 2.500 m²; die betrekking hebben op een oppervlakte van meer dan 2.500 m² maar die niet dieper gaan dan 40 cm.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden A. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden; 2. het graven van watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 4. het verlagen van het waterpeil. B. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt slechts verleend indien: 1. op basis van documentatie of archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; 3. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, wanneer op basis van archeologisch

Regels (ontwerp)

13

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden kunnen worden verstoord: een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of een verplichting tot het doen van opgravingen; of een verplichting de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub b, onder 3 wordt een ter zake kundig bureau om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de vergunning niet verleend. C. Wanneer op grond van de hoofdbestemming eveneens een omgevingsvergunning vereist is voor activiteiten als bedoeld onder a gelden de volgende aanvullende regels: 1. voor de op grond van de bestemmingen omgevingsvergunningplichtige activiteiten wordt één omgevingsvergunning afgegeven; 2. bij de beoordeling van de omgevingsvergunningplichtige activiteiten krijgen archeologische belangen voorrang boven de belangen die het omgevingsvergunningstelsel van de hoofdbestemming beoogt te beschermen. D.

Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; 2. het normale onderhoud betreffen. Onder normaal onderhoud van drainage wordt in ieder geval verstaan het vervangen van drainage in inmiddels gedraineerde percelen; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 4. op archeologisch onderzoek gericht zijn; 5. die plaatsvinden op gronden waarvoor door de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van documentatie of archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door uitvoering van eerdere werken of werkzaamheden niet langer aanwezig zijn; 6. die een oppervlakte van niet meer dan 2.500 m² hebben; 7. die oppervlakte hebben van meer dan 2.500 m² maar die niet dieper gaan dan 40 cm. 6.4

Wijzigingsbevoegdheid

A. Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. B. Alvorens de sub a bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt een ter zake kundig bureau om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de wijziging niet toegepast.

14

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 7 7.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

werken ten behoeve van de primaire waterkering; het behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de dijken; het agrarisch en recreatief medegebruik; wegen en paden,

met daaraan ondergeschikt: e. kleinschalige duurzame energiewinning, met de daarbij behorende: f. water; g. cultuurgrond; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder dammen en/of duikers. In geval van strijdigheid van regels gaan de regels van dit artikel vóór de regels die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Gebouwen en overkappingen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 7.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. er zullen geen bouwwerken ten behoeve van de opwekking van windenergie worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 6 m bedragen. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1

Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het ophogen en afgraven van gronden; b. het planten van bomen en het aanbrengen van andere beplanting die dieper wortelt of kan wortelen dan 0,30 m; c. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.3.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 7.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan. 7.3.3

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien vooraf instemming van de dijkbeheerder is verkregen en er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functie als primaire waterkering, alsmede de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de waterkering.

Regels (ontwerp)

15

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

16

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Regels (ontwerp)

17

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 9 9.1

Algemene bouwregels

parkeervoorzieningen

Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode, welke door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld.

9.2

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.1 indien: c. het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of; d. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; e. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van de hardheidsclausule in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode.

9.3

Bestaande maten

a. Voor een bouwwerk dat krachtens een bouwvergunning of een omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan de in hoofdstuk 2 voorgeschreven maximummaten, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden: 2. bestaande maten, die minder bedragen dan de in hoofdstuk 2 voorgeschreven minimummaten, als ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden; b. ingeval van herbouw is sub a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing indien de herbouw op dezelfde plaats geschiedt; c. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld is het overgangsrecht bouwwerken, zoals opgenomen in dit plan, niet van toepassing.

18

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 10 10.1

Algemene gebruiksregels

Parkeervoorzieningen

Een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van de functie van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode, welke door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld.

10.2

Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1 indien: a. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; c. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van de hardheidsclausule in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode.

10.3

Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen: a. het gebruiken dan wel laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij de parkeergelegenheid die is vereist en aangelegd op grond van lid 9.1 of 10.1 niet in stand wordt gelaten;

Regels (ontwerp)

19

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 11 11.1

Algemene aanduidingsregels

luchtvaartverkeerzone - laagvlieggebied

Ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - laagvlieggebied' geldt een laagvliegroute voor straaljagers en helikopters.

11.2

vrijwaringszone - radar

Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' zijn de gronden tevens bestemd voor de functie van de radar.

11.3

vrijwaringszone - molenbiotoop

11.3.1 bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor vrijwaringszone - molenbiotoop aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de windvang van de molen. 11.3.2 Bouwregels a. In de zone tot 100 m, gemeten vanuit het middelpunt van de molen, mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen, tenzij het bestaande bouwwerken betreft. De molen staat op een belt (dijk) op +3,70 m NAP en de molen is voorzien van een stelling (verhoging) van 3,40 m hoogte. De toegestane hoogte wordt berekend aan de hand van de uitkomst van ‘7,10 m verminderd met de hoogte van het maaiveld op de plaats van het te bouwen bouwwerk ten opzichte van NAP in m’. b. In de zone van 100 m tot 400 m, gemeten vanuit het middelpunt van de molen, mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd hoger dan de uitkomst van ((x-100)/50)+(h),tenzij het bestaande bouwwerken betreft. Hierbij is [x] de afstand tot het te bouwen bouwwerk in m, gemeten vanuit het middelpunt van de molen; [h] 7,10 m verminderd met de hoogte van het maaiveld op de plaats van het te bouwen bouwwerk ten opzichte van NAP in m.

11.3.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en Wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.3.2 en toestaan dat, onverminderd het bepaalde in de bestemmingen, gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger worden gebouwd dan is toegestaan op grond van het bepaald in lid 11.3.2, mits: a. de windvang van de molen hierdoor niet of slechts in zeer beperkte mate wordt belemmerd. 11.3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de voorschriften bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: 1. het planten van bomen en hoogopgaande beplanting hoger dan de toegestane hoogte die volgt uit lid 11.3.2 van dit artikel. b. Het in lid 11.3.4 sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht wordenvan dit plan. c. De in lid 11.3.4 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend mits de windvang van de molen hierdoor niet of slechts in zeer beperkte mate wordt belemmerd.

20

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken: van de bij recht in de regels gegeven afmetingen en percentages, met uitzondering van de oppervlakte- en inhoudsmaten, tot ten hoogste 10% van die afmetingen en percentages.

Regels (ontwerp)

21

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 13 13.1

Overige regels

Voorrangsregel

Voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, geldt dat de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' voorrang krijgt op andere dubbelbestemmingen.

22

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met ten hoogste 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijn 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Regels (ontwerp)

23

bestemmingsplan Buitendijks parkeerterrein Medemblik - plandeel Hollands Kroon

Artikel 15

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Buitendijks parkeerterrein Medemblik"

24

Regels (ontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=785f761d-4868-4081-bac8-a0d319070898