CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Omgevingsvisie

Raad 19 februari 2026, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvisie Hollands Kroon32.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Kringlooplandbouw is een speerpunt. Hierbij gaat het om een manier van boeren waarbij niets wordt verspild en reststromen worden hergebruikt. Dat betekent dat alles dat door het landbouwsysteem wordt gebruikt, vanuit datzelfde systeem weer wordt aangevuld. Denk bijvoorbeeld aan plantenresten uit de akkerbouw of groenvoorziening die gebruikt worden als veevoer en mest van het vee dat weer gebruikt wordt op de akker. Door voldoende grond, goede bodemvruchtbaarheid, vruchtwisseling en optimale inzet van dierlijke mest te bevorderen, creëren we voordelen voor beide sectoren. Vooral op Wieringen en in Noordelijk Westfriesland is veeteelt te vinden. Hier zijn kansen voor extensieve veehouderij met kringlooplandbouw.

Daarnaast richten we ons op weidevogelbeheer, waarbij we speciale aandacht besteden aan het beschermen en bevorderen van het leefgebied van weidevogels. Denk hierbij aan het creëren 52

van geschikte broed- en voedselgebieden en het nemen van maatregelen om verstoring en predatie te minimaliseren. We streven ernaar om de weidevogelpopulaties te behouden en te verbeteren zodat deze iconische vogels een vertrouwd en onderdeel van ons landschap blijven.

We richten ons op de Wieringermeer voor de teelt van biobased gewassen, omdat de grote percelen hier geschikt zijn voor grootschalige landbouw. We realiseren ons echter dat in deze gebieden voornamelijk hoogrenderende gewassen, zoals pootaardappelen, worden verbouwd. Momenteel leveren biobased gewassen financieel aanzienlijk minder op dan traditionele gewassen. Daarom beschouwen we biobased teelt nu vooral als een wisselteelt. Dit is echter uitdagend, omdat veel biobased gewassen meerjarige teelten zijn, zoals Olifantsgras en Paulownia bomen, die moeilijk als wisselteelt kunnen worden gebruikt. We zien mogelijkheden voor deze gewassen op de minder vruchtbare landbouwgronden.

Agrariërs kunnen een belangrijke rol spelen in deze inspanningen en moeten worden beloond wanneer zij hieraan bijdragen. Dit kan door middel van verschillende subsidies die beschikbaar zijn vanuit het Rijk en de Provincie, maar ook de gemeente draagt actief bij aan verschillende projecten. Natuurbeheer en weidevogelbeheer zien we als mogelijkheid door de gehele gemeenten. De weidevogelleefgebieden liggen met name op Wieringen, maar ook in de Anna Paulownapolder en Noordelijk Westfriesland.

Als de vraag naar biobased materialen in de woningbouw toeneemt, wordt het verdienmodel waarschijnlijk aantrekkelijker. Als gemeente streven we ernaar om meer biobased materialen toe te passen in onze woningbouw. Onder ambitie 1. gaven we al aan dat we ons inspannen om in 2030 minimaal de helft van de woningen circulair te bouwen. We onderzoeken de mogelijkheid om een verplicht percentage biobased materialen op te nemen in nieuwe woningbouwontwikkelingen waar de gemeente initiatiefnemer is.

Onze agrariërs verbouwen biobased bouwmaterialen In het vorige hoofdstuk hebben we het al gehad over biobased bouwen. We zien voor de agrarische sector kansen om biobased materialen te verbouwen; deze sector kan bijvoorbeeld gewassen telen waar isolatiematerialen en andere bouwmaterialen van worden gemaakt. Het gaat dan met name om het verbouwen van biobased gewassen als wisselteelt. We onderzoeken of en waar we in Hollands Kroon hiervoor een pilot kunnen opzetten. Hierbij werken wij samen met de Omgevingsdienst Noord-Holland.

Verbreding van activiteiten: multifunctionele landbouw We brengen het verhaal van de agrarische sector in Hollands Kroon tot leven, zodat zowel onze inwoners als toeristen dit echt kunnen ervaren door de diverse agrarische activiteiten die worden aangeboden. Hiermee bedoelen we dat boeren, naast hun reguliere bedrijfsvoering, extra activiteiten aanbieden om mensen kennis te laten maken met het boerenleven. Denk hierbij aan gezellige theetuinen, kamperen bij de boer, boerderijexcursies en boerderijwinkels. Op deze manier verdienen boeren een extra inkomen en ontdekken de inwoners al het prachtigs dat in de gemeente wordt geproduceerd. Dit biedt ruimte voor diversiteit en nieuwe initiatieven die bijdragen aan de levendigheid van ons gebied.

Muntgroen = weidevogelleefgebied

We merken echter wel verschillen in hoe de verbreding van activiteiten per gebied wordt ingevuld. Wieringen, Anna Paulownapolder en Noordelijk Westfriesland lenen zich goed voor kleinschalige tot middelgrote activiteiten, gericht op zowel inwoners als toeristen. Hierbij kun je denken aan theetuinen, tulpenexcursies en kampeerplaatsen. Aan de andere kant is de Wieringermeer meer geschikt voor grootschaligere uitbreiding van activiteiten, zoals vergaderlocaties, die zich meer richten op de zakelijke markt en grotere agrarische evenementen.

53

Natuur, water en landbouw werken samen We streven naar een bloeiende agrarische sector die hand in hand gaat met de natuur. Natuurinclusief boeren is het speerpunt.

In de Anna Paulownapolder en langs het Amstelmeer streven we naar het verbeteren van de groenblauwe dooradering door historische kreken terug te brengen in het landschap. Dit willen we realiseren door middel van rietmoerassen en lage tot middel hoge houtachtige vegetatie. Daarnaast willen we opgaand groen toevoegen langs de akkerranden, zoals bloemrijke akkerranden, houtwallen en laagblijvend groen.

De groene ruimte is van onschatbare waarde Sinds 1990 is het aantal wilde dieren en planten dat typisch is voor het boerenlandschap gehalveerd (WWF, Living Planet Report, 2023). Dit komt onder andere doordat onze groene gebieden onvoldoende met elkaar verbonden zijn, veel eentonige gewassen, het land intensief wordt gebruikt en er veel bemest wordt. Het verbeteren van de bodem en de natuur is daarom erg belangrijk voor onze toekomst.

Om de biodiversiteit en het bodemleven in de Wieringermeer te versterken, is het cruciaal om extra in te zetten op groenblauwe dooradering. We willen de groenstructuren langs de A7 versterken, zodat verschillende natuurstapstenen met elkaar kunnen worden gecombineerd richting het Robbenoordbos. Langs de sloten in de Wieringermeer onderzoeken we, samen met HHNK, de mogelijkheid om natuurvriendelijke oevers te creëren met flauwe hellingen en kleine tot middelhoge houtachtige vegetatie. De waterlopen dienen wel voldoende diep te blijven om waterdoorstroming te waarborgen. Daarnaast willen we, net zoals in de Anna Paulowna Polder, de grootschalige agrarische percelen voorzien van een natuurinclusieve akkerrand met opgaand groen.

We streven naar ruimte voor natuur, biodiversiteit en water in de gemeente, en zetten daarbij in op het realiseren van natuurstapstenen, ecologische verbindingen en groenblauwe dooradering. Hierdoor kunnen insecten en dieren zich vrij door de hele gemeente en zelfs daarbuiten kunnen bewegen. We focussen op bestaande natuurstructuren en versterken deze. Om de biodiversiteit te vergroten, willen we agrarisch natuurbeheer aanmoedigen. Dit betekent dat agrarische activiteiten gecombineerd worden met het beheren van natuur. Denk hierbij aan het creëren van bloemrijke randen langs akkers, het behouden en herstellen van natuurlijke landschapselementen zoals houtwallen en poelen, en het aanmoedigen van biologische landbouwpraktijken. Deze maatregelen helpen om verschillende planten- en diersoorten te behouden en de ecologische veerkracht in het gebied te versterken.

Verder bekijken we de mogelijkheid om de ruimtes onder en rondom de energie-infrastructuur in te richten als natuurstapstenen. Op deze manier willen we optimaal gebruikmaken van de beschikbare ruimte om natuur te bevorderen en de biodiversiteit te vergroten.

Daarnaast richten we ons op weidevogelbeheer, waarbij we speciale aandacht besteden aan het beschermen en bevorderen van het leefgebied van weidevogels. Hierbij kan je denken aan het creëren van geschikte broed- en voedselgebieden en het nemen van maatregelen om verstoring en predatie te minimaliseren. Wat bedoelen we hiermee? Natuurstapstenen: kleine oppervlakten groen door het landschap, die diersoorten helpen te verplaatsen van het ene naar het andere natuurgebied. Ecologische verbindingen: de groene verbinding tussen het ene natuurgebied en het andere natuurgebied die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. Dieren gebruiken ze als trekroutes en als tijdelijk leef- en voortplantingsgebied. Groenblauwe dooradering: het netwerk van de natuurlijke elementen in het landschap. Dit netwerk bestaat zowel uit droge landschapselementen, zoals houtwallen, bomenrijen, kruidenrijke randen, als uit natte elementen, zoals sloten, beken met natuurlijke oevers en poelen.

Een andere aanpak per gebied In elk gebied van onze gemeente zien we mogelijkheden om de natuur en biodiversiteit te verbeteren. Echter, de aanpak en focus verschillen per gebied. Op Wieringen en in het Westfriese landschap leggen we de nadruk op weidevogels door het bevorderen van vochtig kruidenrijk grasland en het laten maaien van weilanden. Ook hebben we de ambitie om de landschapsstructuren op Wieringen terug te brengen in samenwerking met partners als Landschapszorg Wieringen en Landschap NH. 54

Hoofdlijnen uit de participatie

Faciliteer de boer als zoetwatermanager NNN netwerk Het voltooien van het NNN (Natuurnetwerk Nederland) vormt een doelstelling van de Provincie Noord-Holland. Onze gemeente heeft de verantwoordelijkheid om een robuust groen en waterrijk netwerk te creëren dat naadloos aansluit op het NNN. Hoewel de hoeveelheid NNN-gebied in gemeente Hollands Kroon niet buitensporig groot is in vergelijking met andere gemeenten, hebben recente ontwikkelingen wel bijgedragen aan het versterken van natuurwaarden. Een voorbeeld hiervan is de aankoop van gronden langs het Oude Veer (zowel het Lage als het Hoge Oude Veer) in Anna Paulowna door de Provincie, met de intentie om deze als natuur in te richten.

Waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit zijn belangrijke thema’s in de Kop door verzilting en klimaatverandering. Het zoete water in onze gemeente wordt aangevoerd vanuit het IJsselmeer. De belangrijkste zoetwaterbuffer van Nederland. De aanvoer van zoet water is erg belangrijk, niet alleen voor drinkwater maar ook voor natuur en landbouw. De landbouw gebruikt zoet water bijvoorbeeld voor het beregenen van hun gewassen en het uitspoelen van verzilting. De zoetwatervoorraad in het IJsselmeer wordt echter krapper door klimaatverandering en een toenemende watervraag. Het is niet meer vanzelfsprekend dat het IJsselmeer in de toekomst kan voorzien in al onze waterbehoefte. Daarom moeten we zorgvuldiger omgaan met het zoete water. Voor de verdeling van het zoete water gebruikt het Hoogheemraadschap een verdringingsreeks.

Bovendien streeft de Provincie ernaar om 1.478 hectare bos aan te planten, waarvan 1.398 hectare als ‘nieuw’ bos (buiten bestaande natuurgebieden). Momenteel wordt onderzocht hoe het Robbenoordbos en Dijkgatsbos kunnen worden uitgebreid. Vanuit de gemeente hechten wij belang aan het versterken van de groenblauwe dooradering in de Wieringermeer. Daarom kijken we niet alleen naar de bosuitbreiding, maar ook hoe deze kan aansluiten/bijdragen bij/aan andere opgaven. Hierbij gaan we uit van de volgende synergie: • Natuurontwikkeling en recreatie gaan hand in hand. Hier koppelen we de ambities op recreatie vanuit de Kustvisie. • De agrarische sector speelt een belangrijke rol en kan bijdragen met nieuwe (biobased) teelt aan de contouren van de bosuitbreiding. • Ontwikkeling van verblijfsaccommodatie/recreatiewoningen rondom de IJsselmeerkust.

We zien dat andere overheden zoals HHNK en Rijkswaterstaat steeds selectiever omgaan met de verdeling van het schaarse zoete water uit het IJsselmeer. Een wijziging in het beleid van andere overheden op de verdeling van zoet water kan grote gevolgen hebben voor de gebieden die hier afhankelijk van zijn. Met name de agrarische sector in onze gemeente. Wij zien het daarom als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om oplossingen te vinden voor deze uitdagingen. Het is niet wenselijk dat deze opgave uitsluitend bij gemeenten, inwoners en ondernemers komt te liggen; ook andere betrokken partijen dienen hierin een actieve rol te spelen en ook samen zorg te dragen voor de oplossing. Het is niet wenselijk om de watertoevoer te beperken en de gevolgen volledig bij anderen neer te leggen. Rijkswaterstaat en HHNK hebben een belangrijke rol in het gezamenlijk zoeken naar oplossingen en dragen mede verantwoordelijkheid voor de consequenties. Het Amstelmeer vormt, net zoals het IJsselmeer, een zeer belangrijke zoetwaterbuffer in de gemeente. Daarom heeft het behouden van de huidige omvang van het Amstelmeer onze voorkeur. We faciliteren geen verdere ontwikkelingen die landaanwinning mogelijk maken in het Amstelmeer of die ten koste gaan van de beschikbare watervoorraad. De zoetwatertoevoer is met name belangrijk voor de gebieden in de gemeente die te maken hebben met verzilting.

Dit zien we in delen van de Anna Paulownapolder en Wieringermeer. Hier wordt het zoete water gebruikt om zout uit te drukken. Wanneer er minder zoet water aangevoerd wordt zal het gebied eerder verzilten.

55

Chemische gewasbescherming als laatste mogelijkheid

‘De beschikbaarheid van zoet water wordt steeds crucialer. We hebben het dan over het belang van waterbesparing, het vergroten van waterbuffering en het ontwikkelen van robuuste watersystemen’ (Agrariër bij participatiebijeenkomst)

Gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast om gewassen te beschermen tegen ziekten en plagen. Tegelijkertijd is bekend dat het gebruik van deze middelen mogelijk gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, met name voor inwoners die wonen in de directe nabijheid van agrarische percelen waar deze middelen worden gebruikt. Als gemeente zijn wij ons bewust van deze risico’s en nemen wij onze verantwoordelijkheid om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen op de momenten dat wij hier ruimtelijk gezien invloed op hebben. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen houden wij daarom rekening met een ‘spuitzonering’. Dit betekent dat wij voldoende afstand creëren tussen agrarische percelen en gevoelige functies, zoals woningen, scholen en zorginstellingen. Dit verschilt per situatie en is maatwerk op basis van een locatie specifiek onderzoek. Boeren zonder chemische gewasbeschermingsmiddelen. Dat is ons doel. We zien dat steeds meer agrariërs hier al bewust mee bezig zijn. Zo zijn er al verschillende technologische innovaties in omloop zoals robots die onkruid verwijderen met lasers. Ook is o.a. in de bollenteelt de afgelopen jaren flinke reductie van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen gerealiseerd. Waar mogelijk worden steeds meer groene alternatieven gebruikt en worden de gewasbeschermingsmiddelen ook steeds effectiever en efficienter ingezet door precisielandbouw.

‘De bewustwording bij de agrariër is ongekend hoog’ ‘Verzilting is de sluipmoordenaar in de Kop’ (Agrariërs bij participatiebijeenkomst)

Dit heeft cruciale gevolgen voor de landbouw in het gebied. Daarom moeten we nu in actie komen. Op dit moment zijn we namelijk kampioen in het afvoeren van water richting de zee bij bijvoorbeeld hevige regenval. We moeten in de toekomst toewerken naar manieren om het zoete water juist vast te houden zodat we dit op een later moment kunnen gebruiken.

Daarnaastvoert de samenleving ook druk uit op de agrarische sector om deze verandering in te zetten. Hollands Kroon streeft naar een toekomstbestendige en duurzame landbouw, waarin het gebruik van chemische gewasbescherming wordt uitgefaseerd en de omgeving zo min mogelijk belast.

De verziltingssituatie heeft dan ook onze aandacht. We moeten wel in actie komen voor het te laat is, om ervoor te zorgen dat onze vruchtbare grond nog goed bruikbaar blijft, nu en in de toekomst. We zetten dan ook volop in op watermanagement op het agrarisch bedrijf. Het is belangrijk dat grondeigenaren het zoet water dat op hun perceel valt beter vasthouden en watergebruikers moeten kijken naar alternatieve bronnen. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik maken van ondergrondse wateropslag, druppelirrigatie voor gewassen, peilgestuurde drainage of innoveren op het gebied van precisielandbouw. Zodat er minder zoet water nodig is om de gewassen te beregenen. De gemeente vraagt actief aandacht bij andere overheden voor de watertoevoer richting ons gebied. Daarnaast stimuleren we de agrarische sector actief om zelfredzaam te worden op het gebied van waterbehoefte. Dit doen wij niet alleen. Het Hoogheemraadschap heeft hier een leidende rol in. Boeren vervullen in de toekomst meer en meer een rol als zoetwatermanager.

Toch is het nog niet zo gemakkelijk. Niet voor alle gewasbeschermingsmiddelen is op dit moment een goed alternatief beschikbaar. Als deze middelen niet meer gebruikt mogen worden dan kan de voedselvoorziening mogelijk in gevaar komen. We zijn ons ervan bewust dat de transitie naar biologische teelt dus niet zomaar is gerealiseerd. Hier is tijd voor nodig. Wel is het belangrijk om een stip aan de horizon te zetten waar we naartoe willen. We faseren chemische middelen dus langzamerhand uit, zetten in op technologische ontwikkelingen die mechanisch planten kunnen beschermen en biologische oplossingen.

56

Agriport versterken als hightech agri-techcluster

inpassing van deze ontwikkelingen, een visie op de A7 corridor en randvoorwaarden voor verdere ontwikkeling. De toekomst van Agriport geven we daarom vorm aan de hand van twee algemene ontwikkelprincipes.

Agriport ligt als hotspot in de agrarische hoofdstad. Agriport heeft een zeer goede infrastructuur, zowel voor auto, data als energie. Deze vestigingskwaliteiten maken Agriport een interessante vestigingslocatie voor de versterking en verbreding van de economie van de gemeente. Een plek waar innovatieve bedrijvigheid gerelateerd aan de agrarische sector bij elkaar komt en hierdoor bijdraagt aan de agrarische hoofdstad van de toekomst. Agriport is net als de Eemshaven ook een vestigingslocatie voor grootschalige datacenters. Op deze plek wordt agri, energie, dataverzameling en glastuinbouw met elkaar gecombineerd. Al deze onderdelen versterken elkaar. Voor smart farming is dataverzameling en uitwisseling van groot belang. De reeds gevestigde techbedrijven investeren bijvoorbeeld in de agrarische sector om te innoveren voor een toekomstbestendige sector. Als gemeente willen we de dynamiek van grootschalige ontwikkelingen en investeringen in onze regio benutten als vliegwiel voor een brede welvaart in Hollands Kroon.

Toegelicht: Verbetering landschappelijke inpassing en groen

De grootschalige ontwikkelingen op Agriport van de afgelopen jaren hebben ervoor gezorgd dat de beleving van het landschap langs de A7 bij Agriport is veranderd. Achteraf constateren we dat er tijdens deze ontwikkelingen te weinig aandacht is geweest voor landschappelijke inpassing. Ook kan er in brede zin veel meer gedaan worden aan natuurontwikkeling op bedrijventerreinen. Daarom werken we samen met bedrijven aan goede planvorming vooraf en behoud en herstel van landschappelijke waarden.

Principe 1: Ontwikkeling binnen de huidige contouren Voordat we overwegen om de contouren van Agriport beperkt uit te breiden, kijken we eerst naar de mogelijkheid om het gebied binnen de huidige contouren te optimaliseren en te ontwikkelen. Daarbij is veel aandacht voor het verbeteren van de groenstructuur en landschappelijke inpassing. Binnen de huidige contouren van Agriport is het voor bedrijven mogelijk om hun bedrijf in de toekomst te ontwikkelen. Dit kan door middel van revitalisering, herstructurering, transformatie of meervoudig grondgebruik. We streven naar meervoudig ruimtegebruik op Agriport, waarbij zowel de glastuinbouw, datacenters als andere bedrijvigheid

Agriport is als werklocatie cruciaal voor de ambitie ‘agrarische hoofdstad van de toekomst’. Daarom is het wenselijk dat bedrijven die zich hier vestigen op Agriport een link hebben met de agrarische sector of deze versterken. We streven naar een cluster van agrarische bedrijvigheid dat bijdraagt aan de groei en ontwikkeling van de gemeente en de regio. We koppelen hier verschillende sectoren die kennis met elkaar uitwisselen om elkaar te versterken. Agriport is tevens een broedplaats voor innovatieve startups en scale-ups in de agrarische sector.

Kaart met de huidige contouren van Agriport

Ontwikkelprincipes toekomst Agriport De kracht van Hollands Kroon en daarmee ook van Agriport ligt in de grote ruimte en in de grote structuren (snelweg, energienetwerken) die door het gebied lopen. Er is en blijft hoogstwaarschijnlijk veel vraag naar ruimte door verschillende ontwikkelingen in de gemeente en specifiek op en rondom Agriport. Denk hierbij aan uitbreiding van glastuinbouw, datacenters, logistiek, startups en scale-ups. Echter is er maar beperkte ruimte op Agriport. Dit roept de vraag op hoe we de groei een plek kunnen geven terwijl we geconfronteerd worden met schaarste op verschillende fronten. Daarnaast moeten we rekening houden met andere opgaven die zich in het gebied afspelen, zoals met name de energietransitie en het behoud van vruchtbare landbouwgrond. Hier is het van belang om te prioriteren in ruimtegebruik. Hoewel grootschalige ontwikkelingen de gemeente in de afgelopen jaren een economische impuls gegeven, hebben deze ook veel impact gehad op de omgeving. Daarom willen we ook niet zomaar verder groeien en werken we aan de landschappelijke 57

Grootschalige energievoorzieningen de regionale economie en de agrarische sector versterken. Kansen liggen met name in functies die passen bij de speerpuntsectoren; agri, tech of energie. Grootschalige distributiecentra (ook wel XL locaties genoemd) horen daar niet bij. Voor nu concentreren we ons eerst op het optimaal benutten van de ontwikkelmogelijkheden binnen de huidige contouren. Daarmee zijn we terughoudend met het zetten van een vervolgstap onder principe 2.

Het gebied Agriport is door de ligging en al aanwezige voorzieningen een logische plek voor grootschalige energieontwikkelingen. We hebben het dan over het aanleggen van de 380kV netuitbreiding Noord-Holland Noord, de aanlanding van wind op zee (VAWOZ) en mogelijk elektrolyse. Besluiten hierover worden genomen door het landelijke bestuur, omdat de gemeente niet de bevoegdheid heeft voor dergelijke omvangrijke projecten. Deze maatregelen zijn simpelweg noodzakelijk. De keuze is niet of maar wel hoe we hier het beste mee om kunnen gaan. Daarom zijn wij en de regiogemeenten betrokken bij de trajecten en spreken wij ons gezamenlijk uit over wat wij wel en niet wenselijk vinden.

Toegelicht: datacenters

Het gebruik van data wereldwijd blijft groeien, en daarmee ook de vraag naar geschikte locaties. Deze sector is sterk in ontwikkeling en technische innovaties hebben veel invloed op de fysieke ontwikkellocaties. Het is daarom belangrijk om in afstemming met de rijksoverheid en provincie de in Noord-Holland gevestigde infrastructuur voor datacenters te versterken c.q. optimaal benutten. De gemeente ziet hierin, mits passend in de datacenterstrategie en vestigingsvoorwaarden, kansen voor de regio en brede welvaart.

Het heeft onze voorkeur, ook van de regiogemeenten, om het 380 KV station te plaatsen op Agriport nabij het huidige hoogspanningsstation Middenmeer 150. Alles overwegend heeft deze locatie de minst negatieve impact voor de regio, zijn risico’s goed beheersbaar en zijn de synergievoordelen hier het grootst. Voorwaarde is dat het plan goed wordt ingepast en maatschappelijke ‘terugbetaling’ goed wordt uitgewerkt. Dit past in de regionale visie en het maakt het mogelijk om de ambitie voor de ontwikkeling van de A7-corridor, waarbij woningbouw en bedrijvigheid elkaar versterkt, verder uit te werken. Ook past dit in onze visie op Agriport als vliegwiel voor brede welvaart. Vooral de bovengrondse masten hebben visuele impact. Door de juiste mitigerende maatregelen kan onnodige industrialisatie in het landschap worden voorkomen. De verbinding brengt ook oplossingen voor het netcongestieprobleem. En er zijn koppelkansen met duurzame energieoplossingen zoals waterstof. Hierdoor kunnen nieuwe woningbouwprojecten en bedrijven weer een nieuwe of zwaardere aansluiting krijgen. Ook biedt het kansen voor nieuwe bedrijvigheid om zich te vestigen. De uitbreiding is ook noodzakelijk om de transitie van het aardgas af te kunnen realiseren. Naast ruimtelijke impact biedt het dus mogelijkheden voor groei in de gemeente maar ook voor de regio.

Principe 2. Toekomstperspectief Agriport De groeiende vraag naar economische ontwikkellocaties, zowel autonoom als regionaal, vereist dat we vooruitkijken. Deze omgevingsvisie kijkt ten slotte door naar 2040. Daarom willen we het idee van een beperkte uitbreiding van Agriport op termijn niet volledig terzijde schuiven. Dit wordt ondersteund door onze plannen voor woningbouw langs de A7-corridor, die we willen verbinden met de bedrijvigheid in de Wieringermeer. Bij een proces om tot keuzes te komen hoort dat we vooraf met alle partijen in gesprek gaan over de invulling van de A7 corridor en Agriport. De opties voor uitbreiding worden uitgewerkt en afgewogen in een toekomstperspectief voor Agriport dat als hoofdstuk wordt toegevoegd aan deze omgevingsvisie. Net als bij alle grootschalige ontwikkelingen in Hollands Kroon hanteren we uitgebreide participatie vooraf, maar ook tijdens het proces als dat noodzakelijk is. Ontwikkelingen moeten niet enkel bijdragen aan economische ‘groei’, maar ook aan sociale en maatschappelijke doelstellingen. Hiervoor is het ‘Inspiratiekader Brede Welvaart’ opgesteld voor nieuwe initiatieven van grootschalige- en bedrijfsontwikkelingen op basis van de economische, sociale, ruimtelijke en duurzame meerwaarde voor korte en lange termijn.

Hollands Kroon levert momenteel een aanzienlijke bijdrage aan nationale opgaven door de huisvesting van datacenters. Hierdoor is het voor de gemeente, op zichzelf beschouwd, zeer uitdagend om volledig CO₂- en energieneutraal te worden. Om die reden richt Hollands Kroon zich bij het realiseren van deze doelstellingen primair op de gebouwde omgeving, exclusief sectoren die vooral landelijke belangen dienen, zoals datacenters. Het is niet proportioneel om één gemeente volledig verantwoordelijk te maken voor het energieverbruik van bedrijven die diensten leveren voor heel Nederland. Datacenters vormen cruciale infrastructuur voor de digitale economie en bedienen zowel nationale als internationale gebruikers. Hun energieverbruik weerspiegelt daarom een landelijke behoefte, niet het lokale gebruik. Als Hollands Kroon dit verbruik volledig zou moeten 58

Landbouw als onderdeel van de energievoorziening compenseren, zou dat leiden tot een oneerlijke verdeling van verantwoordelijkheden en een vertekend beeld van de inspanningen van de gemeente. Door de focus te leggen op de gebouwde omgeving en lokale sectoren, kan Hollands Kroon op een realistische en rechtvaardige manier bijdragen aan de klimaatdoelstellingen, terwijl de nationale opgaven op landelijk niveau worden aangepakt.

De vraag naar energie is in onze regio de afgelopen jaren toegenomen. Hierbij speelt de industrialisatie van de agrarische sector, verduurzaming van de maatschappij (warmtepompen, elektrische auto’s) maar ook de komst van de glastuinbouw, datacenters en de groei van Agriport een rol. Tegelijkertijd staan we met elkaar voor een uitdaging waarbij we van fossiele energie af moeten stappen en meer duurzame energie moeten gaan opwekken. In het klimaatakkoord hebben we, Nederland, hier afspraken over gemaakt richting 2050.

De aanlanding van wind op zee (VAWOZ) kan in verschillende vormen plaatsvinden. Via elektrolyse op zee komt er waterstof aan land door het Waterstofnetwerk Nederland. Deze gaat gedeeltelijk bestaan uit bestaande buisleidingen, nu nog in gebruik voor aardgas. Dit heeft weinig tot geen ruimtelijk impact. De regio Kop van Noord-Holland heeft de uitdrukkelijke wens om gekozen te worden als aanlandlocatie voor waterstof omdat dit past in de ambitie om een landelijke waterstofhub te worden.

In onze gemeente wordt onder andere door de aanwezigheid van windpark Wieringermeer al veel duurzame energie opgewekt. Afgewogen tegen het energieverbruik in de gemeente is dit echter nog lang niet genoeg duurzame energie. Kleine stappen die genomen kunnen worden zijn het realiseren van zonnepanelen op elk dak en kleine windturbines voor agrariërs. Daarnaast is het nodig om minimaal in te zetten op de bestaande afspraken uit de RES, 3,6 TWh aan duurzame energie opwek voor NHN in 2030 maar ook daarna richting 2050. Binnen de gemeente zijn zonneweides op agrarische grond uitgesloten.

Aanlanding middels elektriciteit is een andere mogelijkheid. Hoewel de kabels hierbij ondergronds komen te liggen vraagt dit ruimte voor de plaatsing van een converterstation en mogelijk ook een elektrolyser en/of batterij. Ook hiervoor zijn meerdere hectares aan grond nodig. Mogelijk betekent een elektrische aanlanding dat er vanaf het 380kV station een dubbele mastenrij in plaats van een enkele mastenrij nodig is richting het zuiden. De meerwaarde van deze ontwikkeling kan zijn dat er veel energie beschikbaar komt voor economische activiteiten. Vooral op nationaal niveau is dit belangrijk vanwege de bijdrage aan landelijke klimaatdoelstellingen. Een elektrische aanlanding kan potentieel bijdragen aan brede welvaart, als dit aanbod van elektriciteit bijdraagt aan het faciliteren van hoogwaardige werkgelegenheid. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen. Om deze reden staan we enkel onder voorwaarde van het vergroten van de brede welvaart open voor een elektrische aanlanding. Dit zou geborgd kunnen worden door middel van een duurzaam investeringsfonds in de regio. Met dit duurzame investeringsfonds kan de Wieringermeerpolder zich verder door ontwikkelen tot hoogwaardig, innovatief, economisch gebied. Een innovatief data en agri-techcluster met nationale impact.

Geen zonnepanelen op agrarische grond, wel op daken We gaan zuinig om met onze agrarische grond en blijven dan ook bij het uitgangspunt dat we geen zonnepanelen/ zonneparken toestaan op agrarische grond. We zien nog voldoende mogelijkheden om de zonnepanelen te plaatsen op (agrarische) daken. Een belangrijk aandachtspunt bij de bouw van nieuwe gebouwen is dat het dak voldoende stevig is om de zonnepanelen constructie te kunnen dragen. In de toekomst zien we ook mogelijkheden voor de opslag van energie in lokale batterijen. De huidige beschikbare batterijen zijn echter vooral geschikt voor dagopslag van energie en zijn nog niet krachtig genoeg om de energie voor langere tijd op te slaan of voor seizoensopslag. Echter gaat deze technologie snel en is dit in de toekomst wellicht wel mogelijk.

Kleine windturbines bij bedrijven in het buitengebied Veel agrarische ondernemers zijn bezig met verduurzamen en hebben vaak zonnepanelen op de daken van hun agrarische bebouwing. De zonnepanelen leveren hoofdzakelijk stoom in de zomermaanden. In de winter, wanneer er minder zon is, leveren de zonnepanelen minder stroom en kan een kleine windturbine een goede aanvulling zijn om voldoende stroom op te wekken die benodigd is. We stimuleren agrarische ondernemers om hun bedrijf te verduurzamen en staan een kleine windmolen toe als aanvulling op de energieopwekking. Wel is de landschappelijke inpassing van deze kleine windturbines een belangrijk aandachtspunt. We hebben hier speciale beleidsregels voor opgesteld in het beleidskader kleine windturbines.

Grote windturbines In Hollands Kroon staan 99 windturbinesmolens die deel uitmaken van windpark Prinses Ariane (ook wel Wieringermeer). Eén van de afspraken bij de komst van dit windpark is dat de solitaire windturbines (32 stuks) moeten worden verwijderd. De uiterste datum hiervoor is februari 2026. De gemeente staat op dit moment geen nieuwe windturbines toe. Hierbij moeten we wel vermelden dat de provincie NH bevoegd gezag is voor windturbines vanaf 5 MW of groter of meer dan 2 stuks.

59

Ontwikkelprincipes voor grootschalige ontwikkelingen

Ontwikkelprincipes • Grootschalige ontwikkelingen en investeringen in de gemeente moeten bijdragen aan de brede welvaart en algemeen welzijn van de inwoners. • Uitgebreide inwonerparticipatie is een cruciaal onderdeel van grootschalige ontwikkelingen, zowel voorafgaand als gedurende het proces. • Ontwikkelingen moeten niet enkel bijdragen aan economische groei maar ook aan de sociaalmaatschappelijke doelen van de gemeente. • Agrarische hoofdstad van de toekomst is een belangrijk speerpunt van de gemeente. Vaak vinden grootschalige ontwikkelingen plaats op agrarische gronden. Daarom hechten wij veel waarde aan het zorgvuldig afwegen van ons ruimtegebruik. Ruimte is schaars en we wegen de belangen van de agrarische sector sterk mee in deze afweging. • Grootschalige ontwikkelingen dienen een hoogwaardige landschappelijke inpassing te krijgen. • Om de invloed van grootschalige ontwikkelingen op de brede welvaart van de gemeente te toetsen gebruiken we het Inspiratiekader Brede Welvaart. • Duurzaamheid speelt een essentiële rol in grootschalige ontwikkelingen. We streven naar projecten en investeringen die het milieu respecteren en de natuur beschermen. • Transparantie en open communicatie zijn cruciaal tijdens het hele proces van grootschalige ontwikkelingen. We willen de gemeenschap op de hoogte houden van de voortgang.

• Grootschalige ontwikkelingen kunnen tevens bijdragen aan versterking van de lokale economie, bijvoorbeeld door toerisme te stimuleren, investeerders aan te trekken en lokale ondernemers kansen bieden om zich te ontwikkelen. • Grootschalige ontwikkelingen bieden ook kansen om onze dorpskernen of gebiedsontwikkelingen te versterken. Denk bijvoorbeeld aan investeringen van bedrijven in de lokale gemeenschap zoals dorpscentra, onderwijs, non-profit organisaties etc. • Bedrijven die zich willen vestigen in de gemeente en een aanzienlijk waterverbruik verwachten, verwerken het verminderen van watergebruik als een essentieel onderdeel van hun ontwerpprincipes. Zij tonen aantoonbaar aan dat zij maximale inspanningen leveren om het gebruik van zoet water zoveel mogelijk te beperken. • We merken dat bedrijven die gebruik maken van arbeidsmigratie de huisvesting niet (altijd) op orde hebben. Grootschalige ontwikkelingen die gebruik maken van arbeidsmigratie dragen actief bij om het huisvestingsvraagstuk sluitend te krijgen.

Voorgaand zijn verschillende grootschalige ontwikkelingen besproken. Deze ontwikkelingen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor zowel de gemeente als onze inwoners. Daar waar we bevoegd gezag zijn, houden we controle over de besluitvorming. We willen de impact van deze grootschalige veranderingen benutten om het algemene welzijn binnen de gemeente te versterken. Desalniettemin, zijn er situaties waarin de Provincie of het Rijk het bevoegd gezag zijn voor ontwikkelingen. In deze gevallen zoeken we als gemeente samenwerking en streven naar een positieve bijdrage aan onze gemeenschap en leefomgeving. We hebben ontwikkelprincipes opgesteld die ons helpen bij het maken van een juiste afweging in toekomstige grootschalige ontwikkelingen.

60

Waterstof voor zware mobiliteit en industrie De gemeente kiest voor een terughoudende benadering van waterstof. Het wordt gezien als een mogelijke energiedrager voor specifieke toepassingen, maar brede inzet wordt niet nagestreefd. Veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en het zorgvuldig omgaan met schaarse middelen zoals zoetwater zijn leidend bij de beoordeling van initiatieven. Waterstof kan een beperkte rol spelen in de energiemix en bijdragen aan verduurzaming en netbalancering, maar inzet op volledige elektrificatie houdt de voorkeur. Toepassingen worden alleen overwogen wanneer elektrificatie niet volstaat, zoals bij zwaar transport of industrie. Personenvervoer en kleinschalige toepassingen vallen buiten de focus. Groene waterstof heeft de voorkeur, mits geproduceerd met hernieuwbare energie en zorgvuldig gebruik van zoetwater. Facilitering van energie-infrastructuur vindt uitsluitend plaats voor opwek die bijdraagt aan de publieke energievoorziening en aansluit op het nationale waterstofnetwerk; lokale opslag en distributie worden terughoudend beoordeeld. Voor mobiliteit zet de gemeente primair in op elektrificatie, waarbij waterstofinfrastructuur alleen op strategische locaties en bij aantoonbare behoefte wordt overwogen.

Grootschalige elektrolyse-installaties zijn slechts mogelijk binnen bestaande bedrijventerreinen (zoals Agriport A7) en na bovenregionale afstemming over watergebruik, veiligheid en ruimtelijke impact. Transportleidingen worden alleen toegestaan als zij aansluiten op de nationale backbone en maatschappelijke meerwaarde bieden. Innovatieve toepassingen zijn niet uitgesloten, maar alleen als elektrificatie niet volstaat en er een duidelijke meerwaarde aanwezig is; de gemeente neemt hierin geen actieve stimulerende rol. Waterstof is een relatief nieuwe technologie in de energiewereld. Om deze reden is er nog weinig regelgeving en beleid op dit gebied. We wachten de in ontwikkeling zijnde wet- en regelgeving hierover af.

61

We gaan zorgvuldig om met onze landbouwgrond Een groot deel van onze gemeente bestaat uit landbouwgrond. En deze behoort tot de vruchtbaarste van Nederland. Dit waardevolle landbouwgebied willen we koesteren en we zijn van mening dat de economische potentie ervan behouden moet blijven in de toekomst.

Wanneer agrarisch vastgoed vrijkomt, zijn er grofweg twee routes mogelijk: 1. Herbestemming van bestaande bebouwing: In dit geval krijgt het bestaande agrarische vastgoed een nieuwe functie, bijvoorbeeld een woonfunctie, zonder dat er nieuwbouw plaatsvindt. Dit biedt ruimte voor creatieve invullingen, zoals het hobbymatig houden van dieren, een kleinschalige paardenhouderij, een zorginitiatief, sleutelen aan voertuigen of het starten van een bedrijf aan huis (categorie 1 of 2). We willen hiervoor meer vrijheid bieden en de juiste randvoorwaarden scheppen. Zo brengen we vraag en aanbod bij elkaar en spelen we in op de behoefte van een specifieke doelgroep die op zoek is naar ruimte en vrijheid op het platteland.

Innovatieve en duurzame agrarische bedrijven krijgen voorrang Toch willen we benadrukken dat we het belangrijk vinden dat de landbouwgrond niet uitsluitend een economische rol speelt, maar ook een bijdrage levert aan de samenleving en omgeving. Ons streven is daarom gericht op kwalitatief gebruik van de beschikbare ruimte, eerder dan kwantitatief ruimtegebruik. Dit betekent dat we partner zijn voor agrarische bedrijven die zich inzetten voor de transitie van de landbouw naar een duurzame toekomst. Denk hierbij aan innovatieve landbouwtoepassingen, circulaire, natuurinclusieve, of biologische landbouw. We begrijpen dat deze toekomstbestendige benaderingen meer ruimte vereisen dan traditionele landbouw, en willen dat waar nodig steunen.

Wanneer voormalige agrarische gebouwen worden omgevormd tot woonfunctie, blijven er op het perceel vaak grote schuren achter die hun oorspronkelijke doel hebben verloren. Deze gebouwen kunnen aantrekkelijk zijn voor bijvoorbeeld hobbymatig gebruik, maar in sommige gevallen is de totale oppervlakte zo groot dat een aanzienlijk deel leeg blijft staan. Dat brengt ons in een dilemma.

We geven prioriteit aan woningbouw Er zijn andere ontwikkelingen in de gemeente die ook ruimte nodig hebben, zoals bijvoorbeeld woningbouw. Wanneer we nieuwe woonwijken ontwikkelen, gebeurt dit meestal aan de randen van dorpen, waarbij agrarische grond betrokken is. We vinden het belangrijk dat de agrarische sector in harmonie samen gaat met andere functies. Hoewel we de agrarische sector van belang vinden, geven we toch prioriteit aan gebiedsontwikkelingen ten behoeve van woningbouw (wonen en leven) met de daarbij behorende energie en infrastructuur om onze dorpen leefbaar te houden. Dit kan betekenen dat in de toekomst het landbouwareaal wat afneemt om huizen te bouwen. Wel zullen we actief zoeken naar mogelijkheden om verschillende functies te integreren. De dorpsranden rondom nieuwe woningbouwontwikkelingen richten we zoveel mogelijk groen in en die fungeren als buffer tussen wonen en agrarisch.

Om leegstand, ongewenst gebruik en ondermijning te voorkomen, kan het wenselijk zijn om een deel van deze schuren te slopen en terug te brengen tot de maximaal toegestane oppervlakte voor een woonfunctie. Tegelijkertijd is sloop van relatief nieuwe of goed onderhouden schuren ook een vorm van kapitaalvernietiging. Daarom is een zorgvuldige belangenafweging nodig, waarbij verschillende situaties mogelijk om een andere benadering vragen. We gaan daarom beleid opstellen voor vrijkomende agrarische bebouwing. De hoofdlijnen van dit beleid worden bij de eerste herijking toegevoegd aan de omgevingsvisie.

Een boerderij in Den Oever

Toekomst van agrarisch vastgoed De komende jaren verwachten we dat er relatief veel agrarisch vastgoed beschikbaar komt, vooral door agrariërs die met pensioen gaan en schaalvergroting in de landbouw. Dit biedt kansen voor kleinschalige woningbouw en creatieve invulling van het vastgoed, bijvoorbeeld voor hobbymatig gebruik of kleinschalige bedrijvigheid. We onderzoeken daarom nieuwe functies voor deze locaties, zodat het platteland vitaal blijft en leegstand wordt voorkomen.

62

2. Sloop en nieuwbouw van een woning: Hierbij wordt (een deel van) de agrarische bebouwing gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe woning. Als gemeente zijn we verplicht om hier de Provinciale regelgeving te volgen. Hoewel deze regels streng zijn, denken we graag mee over wat wél mogelijk is. Denk aan bijzondere woonvormen zoals woonen leefgemeenschappen, maatschappelijke of zorginitiatieven. Belangrijk is dat het kleinschalig blijft: het is niet de bedoeling om nieuwe woonwijken te realiseren op voormalige agrarische bouwpercelen.

dat er behoefte is aan aanvullende faciliteiten zoals een paddock of rijbak, die niet altijd binnen het bestaande bouwvlak of erf passen. We bieden daarom ruimte om dergelijke faciliteiten ook buiten het bouwvlak te realiseren op een aangrenzende agrarische bestemming, mits deze zorgvuldig worden ingepast en in de nabijheid van bestaande bebouwing worden geplaatst. Met deze mogelijkheid sluiten we beter aan bij de praktijk, zodat inwoners en bedrijven hun voorzieningen op een passende manier kunnen realiseren.

Terughoudend met nieuwe natuurgebieden op vruchtbare landbouwgrond

Hobbymatig houden van dieren in het buitengebied

De vruchtbare landbouwgrond in de gemeente willen we graag behouden. We zijn dan ook terughoudend met het aanleggen van nieuwe natuurgebieden op goede agrarische grond. Bij de aanleg van nieuwe natuurgebieden kijken we eerst naar gronden die minder geschikt zijn voor landbouw. Denk aan gronden die op termijn verzilt raken of gronden met een andere bestemming zoals waterberging, waar we verschillende functies kunnen combineren. In een groot deel van het gebied is er sprake van (interne) verzilting, daar liggen mogelijkheden om daar te kijken naar een passende invulling zoals bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe natuur. Op deze manier behouden we de economische potentie van onze landbouwgrond zo lang mogelijk. Echter vinden we natuur wel enorm belangrijk. Niet alleen voor onze inwoners maar ook voor de agrarische sector.

Het hobbymatig houden van dieren, zoals schapen, kippen, paarden, geiten en vergelijkbare soorten past goed bij het agrarische karakter van Hollands Kroon. De gemeente is een fijne plek om te wonen, waar inwoners volop genieten van de ruimte en het buitenleven. Het houden van dieren hoort daarbij en vormt een waardevolle en geliefde aanvulling op het landschap. Gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor agrarische bedrijfsvoering, maar ook het hobbymatig houden van dieren staan we toe op deze gronden, mits dit ondergeschikt is aan de woonfunctie. Dit betekent dat bewoners in het buitengebied een stuk agrarische grond aangrenzend aan hun woning kunnen gebruiken voor het hobbymatig houden van dieren. Hiermee komen we tegemoet aan een behoefte van onze inwoners die wonen in de agrarische gemeente Hollands Kroon en dit past bij ons landelijke karakter. We zoeken een balans tussen het beschermen van onze agrarische gronden tegen versnippering, maar tegelijkertijd willen we inwoners de mogelijkheid bieden om hobbymatig dieren te houden. De nabijheid van de woonfunctie is daarom een belangrijke voorwaarde om te voorkomen dat agrarische gronden versnipperen en voorkomt ook dat er hobbymatig dieren worden gehouden midden in het agrarisch gebied, los van een woonfunctie.

Zoals eerder in de tekst al aangegeven, streven we naar een agrarische sector die hand in hand gaat met de natuur. We stimuleren het verbeteren en versterken van de biodiversiteit in de bodem, langs akkerranden en in weidevogelgebieden. Zo kan de grond zowel agrarisch gebruikt worden als bijdragen aan de natuur. We versterken de bestaande groenblauwe dooradering in de gemeente. Dit betekent dat we zoveel mogelijk nieuwe natuur aansluiten op bestaande waterwegen en groenstructuren. Ook proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij het NNN netwerk. De agrarische sector vervult hier een grote rol in.

We bieden de juiste randvoorwaarden om dieren op een verantwoorde manier te houden. Denk aan voorzieningen zoals een (schuil)stal, rijbak en paddock. Wel stellen we hier voorwaarden aan om verrommeling van het landschap en hinder voor de omgeving te voorkomen. Vanuit dierenwelzijn vinden wij het belangrijk dat dieren altijd kunnen schuilen tegen wind en regen om gezondheidsproblemen te voorkomen. Vanaf 2015 is de ‘Wet Dieren’ van kracht. Hierin is onder meer vastgelegd dat elk dier recht heeft op bescherming tegen slechte weersomstandigheden wanneer zij buiten worden gehouden. Op basis van deze wet moet de gemeente de mogelijkheid bieden om een (schuil)stal te realiseren. We maken het daarom mogelijk om op percelen met een agrarische bestemming een (schuil)stal te realiseren. Daarnaast erkennen we

Groetpolder

63

AMBITIEKAART Agrarische hoofdstad van de toekomst

Anna Paulowna Polder

Waardpolder

Noordelijke West-Friesland

64

Wieringen

Polder WaardNieuwland

Wieringermeer

Agripoort Groetpolder

65

AMBITIE 3: Ruimte om te beleven

Hollands Kroon is een veelzijdige gemeente met een rijke geschiedenis; van weidse vergezichten in de polder tot historische dorpskernen. Elk stukje van ons gebied heeft zijn eigen verhaal te vertellen. Onze grote gemene deler is water. De Westfriese Omringdijk is bijvoorbeeld nog altijd een stille getuige in het landschap van de eeuwenlange strijd tegen het water maar ook de vele gemalen in de ingepolderde gebieden en de Zuiderzeewerken herinneren ons hieraan. De verbondenheid met het water en de zee, door de eeuwen heen, is met name zichtbaar in Den Oever en het voormalige vissersdorp Kolhorn. Maar ook de diverse kustlijn, die grenst aan zowel het IJsselmeer als de Waddenzee, laat vandaag de dag zien wat voor bijzondere kwaliteiten het water biedt. Zeker de Waddenzee, die behoort tot het Unesco Werelderfgoed, is een uniek landschap dat in Hollands Kroon op een bijzondere manier te beleven is op het voormalige eiland Wieringen. Andere thema’s die onderdeel zijn van het verhaal van Hollands Kroon zijn bijvoorbeeld het bollengebied, de innovatieve agrarische sector en de pioniersmentaliteit, maar ook de dorpsfeesten en kermisplezier.

We koesteren de gelaagdheid van onze identiteit en dit willen we delen en vieren met de inwoners en iedereen die onze gemeente bezoekt. Ons doel voor 2040 is dan ook dat alle onderdelen die samen de identiteit van Hollands Kroon vormen beter te beleven zijn in onze gemeente. Het landschap en de gebouwde omgeving zijn zichtbaar en leesbaar, waardoor bezoekers kunnen zich laten onderdompelen in het verhaal van ons verleden, heden en toekomst. Toeristen komen specifiek naar onze gemeente toe om dit te ervaren.

Kolhorn en Westfriesedijk

Ijsselmeer met op achtergrond afsluitdijk

Natuurlijk doen we dit niet alleen. We werken samen met onze buurgemeenten. Want identiteit stopt niet altijd bij de gemeentegrenzen. Zo zijn we samen met gemeente Schagen onderdeel van het grootste aaneengesloten bollengebied van Nederland, delen we met Den Helder onze connectie met het water, gaat de Westfriese omringdijk niet alleen door onze gemeente maar ook door andere Westfriese gemeenten en hebben Texel en Wieringen veel met elkaar gemeen als (voormalig) eiland. We werken samen met andere gemeenten om dit beleefbaar te maken.

66

Maak historie zichtbaar Gebouwd erfgoed is tastbaar en daardoor al zichtbaar, maar dat kan nog beter door men erop te wijzen. Dat doen we via een informatiebord, route of op een innovatieve manier. Archeologie, de cultuurhistorische waarde van het landschap en immaterieel erfgoed is lastiger om zichtbaar te maken. Dat geldt ook voor de lokale levensverhalen die veel kennis bevatten over het verleden en we willen niet dat deze informatie verdwijnt. Bovengenoemde thema’s zijn van wezenlijk belang voor de identiteit van onze gemeente. We zoeken naar manieren om ook deze thema’s onder de aandacht te brengen. Er zijn tal van mogelijkheden om onze rijke geschiedenis beleefbaar te maken voor jong en oud.

Alles wat door eerdere bewoners is gebouwd of gemaakt, behoort tot ons cultureel erfgoed. Karakteristieke gebouwen zoals molens, boerderijen en kerken maar ook landschapselementen zoals dijken en eendenkooien zijn tastbare herinneringen aan de manier waarop onze gemeente zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. De overgang van polderlandschappen naar historische dorpslinten op kreekruggen is te verklaren door de verschillende ontstaansgeschiedenis van de gebieden. In de beschermde dorpsgezichten van Barsingerhorn en Kolhorn is deze sfeer goed bewaard gebleven door het behoud van de karakteristieke bebouwing. Ook de uitzonderlijke Zuiderzeewerken, zoals de Amsteldiepdijk, Afsluitdijk, Wieringermeer en IJssel- en Amstelmeer, zijn onderdeel van deze ontstaansgeschiedenis.

De aanwezigheid van erfgoed heeft een toeristische aantrekkingskracht. We willen het verhaal van Hollands Kroon op verschillende manieren vertellen, zodat toeristen én bewoners zelf de geschiedenis kunnen ontdekken. Erfgoedorganisaties zoals musea en historische verenigingen spelen hierin een belangrijke rol. Ze dragen bij aan het behouden, delen en beleefbaar maken van onze geschiedenis.

We willen de kenmerkende identiteit en kernkwaliteiten per gebied en/of dorpskern behouden, versterken en gebruiken als inspiratie bij toekomstige ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door bij een herbestemming van een kerkgebouw of bij een verbouwing van een stolpboerderij rekening te houden met de karakteristieke elementen van het gebouw, en de omliggende omgeving zoals een passende erfinrichting. Het uitgangspunt hierbij is dat het behoud voor latere generaties alleen mogelijk is door ontwikkeling. Ook hechten we grote waarde aan het beschermen van archeologisch maritiem erfgoed, zoals de scheepswrakken in de Waddenzee, die door natuurlijke invloeden worden bedreigd.

Veel inwoners zijn als vrijwilliger betrokken bij deze organisaties en halen daar veel voldoening uit. Tegelijkertijd merken we dat het vrijwilligersbestand vergrijst. Daarom is er aandacht voor het behouden en versterken van het vrijwilligersnetwerk, zodat ook toekomstige generaties zich betrokken blijven voelen bij het lokale erfgoed.

Sociale activiteiten en tradities, zoals de bloemencorso en de visserijdagen, behoren tot het immaterieel erfgoed en dragen bij aan de identiteit van de gemeente. Soms zijn dit activiteiten die al decennialang bestaan en generaties met elkaar verbinden. Ook hiervoor geldt dat we deze tradities in ere willen houden. Daarvoor is het wenselijk om activiteiten een kwaliteitsimpuls te geven, zodat het aansluit bij wensen en behoeften van deze tijd.

We stimuleren erfgoedorganisaties om hun deuren vaker te openen en hun aanbod beter af te stemmen op bezoekers, zodat het erfgoed toegankelijker en aantrekkelijker wordt voor een breed publiek. Daarmee vergroten we de toeristische waarde van deze locaties. Dit vraagt om verdere professionalisering, waarmee deze organisaties kunnen meegroeien met de wensen van de tijd.te vergroten. Door professionalisering is een breder publiek te bereiken.

De kenmerkende uitstraling en identiteit per gebied behouden, versterken en gebruiken als inspiratie bij toekomstige ontwikkelingen.

We maken immaterieel erfgoed, archeologie, landschapsstructuren en lokale levensverhalen zichtbaar

67

We behouden de unieke identiteit in de gemeente Wij willen een aantrekkelijke en waardevolle leefomgeving creëren binnen onze gemeente. Een plek waar inwoners graag wonen, ondernemers zich willen vestigen en bezoekers kunnen genieten. Hollands Kroon bestaat uit verschillende gebieden, elk met een eigen karakter en identiteit. Denk aan het glooiende West-Friese landschap, de typische Wieringermeerboerderij of de rijke visserijhistorie van Kolhorn. In elk deel van de gemeente zijn kenmerkende gebouwen en landschappen die deze identiteit zichtbaar maken. Het is belangrijk om deze streekeigen kenmerken te behouden en te versterken. Zo blijft de historie en het karakter van elk gebied herkenbaar en behoudt onze gemeente haar unieke identiteit. Tegelijkertijd willen we ruimte bieden voor dynamiek en ontwikkeling van nieuwe waarden.

De afgelopen jaren was een groot deel van de gemeente ‘welstandsvrij of -luw’. Hierdoor werd minder gestuurd op ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ontwikkelingen, wat op sommige plekken heeft geleid tot een vervaging van de kenmerkende identiteit. Denk bijvoorbeeld aan woningen die niet passen bij de lokale architectuur of grootschalige projecten zonder goede landschappelijke inpassing. Ook bij nieuwe woonwijken willen we meer aandacht besteden aan architectuur en landschappelijke inpassing die aansluit bij de unieke identiteit van het dorp.

Daarom gaan we sterker sturen op omgevingskwaliteit. Dit betekent aandacht voor cultureel erfgoed, natuur en landschap, stedenbouwkundige kwaliteit, architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Belangrijk is dat deze aspecten in samenhang worden bekeken. Om dit goed te borgen, hebben we de Nota Omgevingskwaliteit opgesteld: een beleidsdocument waarin we vastleggen hoe wij als gemeente Hollands Kroon omgaan met de kwaliteit van de leefomgeving bij ruimtelijke initiatieven.

foto: Barsingerhorn

68

69

Koester bestaande trekpleisters

Hoofdlijnen uit de participatie

Opwaarderen recreatieve voorzieningen door samenwerking

Hollands Kroon is een veelzijdige gemeente met verschillende, bijzondere trekpleisters waar toeristen en bezoekers op af komen. Veel trekpleisters danken hun aantrekkingskracht aan het bijzondere landschap, zoals het Amstelmeer, de Waddenkust of het Robbenoordbos (zie ook ‘beleefbaar maken van unieke landschappen’), maar er is meer. Sinds 2008 is Dierenpark Hoenderdaell een populaire attractie in Anna Paulowna die veel bezoekers trekt. Het park biedt onderdak aan een grote verscheidenheid aan inheemse en exotische diersoorten en is een leuk dagje uit voor de hele familie. Het behouden en stimuleren van deze toeristische trekpleister is van belang voor het recreatieve profiel van Hollands Kroon. Verdere ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het versterken van de aantrekkingskracht van het gebied.

Veel bestaande (recreatieve) voorzieningen verdienen een kwaliteitsimpuls, omdat deze bijvoorbeeld sleets of verouderd zijn. De gemeente wil actief inzetten op nieuwe samenwerkingsverbanden tussen gemeente, bewoners en ondernemers om bestaande recreatieve (historische) locaties, evenementen of voorzieningenclusters op te schalen en/of op te waarderen. Zodanig dat het voorzieningenniveau hoogwaardig is en past bij de kwaliteitseisen van deze tijd. Dit kan bijvoorbeeld door de evenementen, optredens of kermis op te schalen met nieuwe attracties, die bijvoorbeeld thematisch aansluiten bij het (historische) karakter van het gebied. Maar ook door ruimte te bieden aan een uniek en hoogstaand horecaconcept aan de kust. Iets voor echte fijnproevers. Het is hierbij van belang dat voldoende aandacht wordt besteed aan de zichtbaarheid en vindbaarheid van dergelijke voorzieningen.

We geven prioriteit aan lokale recreatie voor bewoners Hollands Kroon is een uitgestrekte gemeente. Hierdoor zijn veel verschillende recreatieplekken, zoals het Amstelmeer of het Robbenoordbos, niet voor iedere inwoner even bereikbaar of toegankelijk. Recreatieve voorzieningen zijn echter van vitaal belang voor de leefbaarheid van een dorp en haar inwoners. Daarom geeft de gemeente prioriteit aan het versterken van kleinschalige en lokale recreatievoorzieningen in en rondom iedere dorpskern.

‘Drive-in bioscoop en evenementen.’ ‘Groot dorpsfeest’ (inwoner Anna Paulowna)

‘Grote tent met alle horeca’, ‘Plek voor muziekverenigingen’, ‘Alle grote kernen een plek voor cultuur.’ (inwoner Anna Paulowna)

70

Hoofdlijnen uit de participatie

Het recreatieve ommetje in en om het dorp

‘Belangrijk, uitnodigen om te bewegen anders blijft iemand thuis.’ (inwoner Anna Paulowna)

De gemeente zet in op recreatie dichtbij huis, bijvoorbeeld in de vorm van een ommetje. Dit kan een prettige wandel-, fiets- of vaarroute zijn, afhankelijk van de kansen en karakteristieken van het dorp. Bijzondere landschappelijke elementen, zoals een vaart, dijklichaam of (oorspronkelijke) boerenlandpaden kunnen hier deel van uitmaken. We stimuleren de ontwikkeling van zogenoemde klompenpaden: routes die dorpen verbinden met het omliggende agrarische buitengebied. Dit nodigt uit om eropuit te gaan, bevordert beweging en vergroot het woonplezier. Tevens zorgen deze routes ervoor dat dorpen beter verbonden zijn met het buitengebied. Kleinschalige ommetjes kunnen op regionale schaal worden verbonden met nieuwe fietsroutes. Zo leggen wij de basis voor een aantrekkelijk recreatief fietsnetwerk wat op regionaal schaalniveau dorpen en grootschalige recreatieplekken met elkaar verbindt.

‘Bestaande groenvoorzieningen hiervoor benutten, bijvoorbeeld oude kerkpaden en bijzondere plekken als kanaal, molen.’ (inwoner Winkel)

71

Hoofdlijnen uit de participatie

Creëer een netwerk van kleinschalige recreatieplekken In plaats van het ontwikkelen van grootschalige recreatieve clusters, wordt ingezet op het stimuleren van een netwerk van kleinschalige recreatieplekken. Deze plekken passen bij de schaal en het karakter van het landschap, versterken de spreiding van recreatie binnen de gemeente en sluiten aan bij de wensen van bewoners om de rust en ruimte te koesteren die zij zo waarderen aan hun woonomgeving. Denk hierbij aan nieuwe kleinschalige zwemplekken in buitenwater, een SUP-route of boerengolf bij een agrarisch bedrijf. Bestaande landschappelijke kwaliteiten, recreatiegebieden, fietsroutes en waterlopen worden beter benut door ze zichtbaarder en toegankelijker te maken. Ook hiervoor geldt dat verschillende plekken een kwaliteitsimpuls verdienen, zodat recreatie van een hoogwaardig niveau is en toegankelijk voor verschillende doelgroepen. Op strategische knooppunten binnen dit netwerk kunnen nieuwe voorzieningen worden toegevoegd, mits ze passen bij de plek en bijdragen aan de kwaliteit van het geheel.

‘Water dat niet toegankelijk is. Vaar- en fietsroutes die ergens naar toe gaan. Met kleine voorzieningen (picknicktafels, stalletjes met eten en drinken) langs de weg. En vertél ook dat die er zijn.’ (inwoner Anna Paulowna)

‘Voorzieningen moeten passen bij de karakteristieken van dorp en omgeving, en niet veel ingrijpen in natuur. Ook letten op de kwaliteit van bestaande voorzieningen.’ (inwoner Den Oever)

‘Meer kansen geven aan opzetten van kleine recreatiebedrijven, bijvoorbeeld kamperen bij de boer of een kleine winkel op het erf.’ (inwoner Winkel)

72

Hoofdlijnen uit de participatie

Laat ruimte voor het onbestemde Onbestemde plekken worden gekoesterd als waardevol onderdeel van het dorpse leven en de dagelijkse levendigheid. Het zijn juist deze plekken die ruimte bieden voor spontane initiatieven en informeel gebruik. Denk hierbij aan een spontane buurtbarbecue, visstek of speelplek. Nieuwe gebieds- of woningbouwontwikkelingen kunnen soms een bedreiging vormen voor deze plekken. Daarom is het wenselijk om restruimte waar dit informele gebruik zichtbaar is, langs bijvoorbeeld de vaart, in de wijk of in een weiland, bewust vrij te houden, zodat bewoners deze kunnen benutten als plekken om te spelen, sporten of elkaar te ontmoeten. Ook bij nieuwe ontwikkelingen wordt actief ruimte gereserveerd die bewoners zelf kunnen invullen. Daarbij is er speciale aandacht voor eigen plekken voor jongeren, waar zij op hun eigen manier invulling kunnen geven aan hun leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=1bf47380-d7c7-462d-9062-9eaea7719f52