CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Hollands-Kroon-Omgevingsvisie

Raad 16 oktober 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerp Omgevingsvisie30.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een geschikte woning voor elke doelgroep

De behoefte aan woningen in de gemeente is zo groot, dat we niet alleen kijken naar het bouwen van nieuwe huizen, maar ook hoe we bestaande huizen beter kunnen gebruiken. Dat kan zijn door oude boerderijen anders te gebruiken of huizen op te delen. Het splitsen van huizen is al toegestaan in Hollands Kroon, en we blijven dit aanmoedigen om meer woningen beschikbaar te maken zonder dat er nieuwe gebouwd hoeven te worden. Het splitsen van boerderijen of andere (karakteristieke) gebouwen tot losse woningen is mogelijk, maar per situatie wordt gekeken wat mogelijk is.

We vinden het belangrijk dat er voldoende huizen zijn voor alle doelgroepen. Denk aan senioren, starters, arbeidsmigranten of gezinnen. Nieuwe woningen bouwen we zoveel mogelijk levensloopbestendig. Dit houdt in dat de woning geschikt is voor iedere levensfase van de bewoner. Dit kan door middel van kleine aanpassingen. Denk aan een slaapkamer op de begane grond of een aangepaste douche. Zo kan er prima een jong gezin in de woning wonen, maar ook een ouder echtpaar.

Statushouders Jaarlijks heeft elke gemeente een taakstelling voor het huisvesten van statushouders. Wij huisvesten jaarlijks de verplichte gemeentelijke taakstelling samen met de woningcorporaties via de prestatieafspraken. Hierbij is uitgangspunt dat woningcorporaties zoveel mogelijk spreiden over buurten en wijken. Daarbij kijken wij ook naar de nabijheid van openbaar vervoer en andere voorzieningen.

Bij vrijkomende agrarische percelen die grenzen aan kernen of/ in dorpslinten, kijken we naar nieuwe mogelijkheden. We maken het mogelijk om hier meer woningen te realiseren. Deze percelen kunnen worden herontwikkeld voor wooninitiatieven. Denk bijvoorbeeld aan woningen voor senioren, starters of een gedeeld erf.Landschappelijke inpassing is hier een belangrijk aandachtspunt en de mogelijkheden hangen af van de woonbehoefte per kern. Bij ambitie 2. gaan we verder in op vrijkomende agrarische bebouwing (pagina 61).

‘Met bijbouwen letten op sociale cohesie. Belangrijk voor passende typologie zijn de buitenruimte, collectiviteit en menging van leeftijden.’ (inwoner Winkel)

35

Arbeidsmigranten

Voor mensen die kort in de gemeente verblijven, zijn kortverblijfaccommodaties geschikt. Hieraan is een groot tekort. Gebruik van woningen voor kortverblijfhuisvesting van arbeidsmigranten is geen goede oplossing gebleken, dit staan we niet meer toe. Het is wel mogelijk huisvesting te realiseren op het terrein van het agrarische bedrijf waar de arbeidsmigranten werken. Daarnaast zetten we in op grootschalige kortverblijfvoorzieningen (meer dan 80 bedden). Voor grootschalige kortverblijfaccommodaties kijken we vooral naar de ruimte die er nog is op Agriport en mogelijk vrijkomende agrarische bebouwing. De Provinciale omgevingsverordening beperkt huisvesting van arbeidsmigranten op bedrijventerreinen tot maximaal 10 jaar, vanwege schaarste aan ruimte. Daardoor is de kans dat accommodaties op bedrijventerreinen rendabel zijn te maken heel klein geworden.

We streven naar duurzame economische groei die bijdraagt aan Brede Welvaart. We willen bedrijven die afhankelijk zijn van de inzet van arbeidsmigranten niet faciliteren in hun groei of vestiging in onze gemeente als dat leidt tot meer inzet van arbeidsmigranten en meer vraag naar huisvesting. De toegevoegde waarde hiervan voor onze inwoners en de lokale economie is beperkt. We lopen aan tegen de beperkte ruimte en mogelijkheden om arbeidsmigranten fatsoenlijk te kunnen huisvesten. Dit neemt niet weg dat er nu en ook in de toekomst een substantieel aantal tijdelijke werknemers uit EU- landen werkt en woont en dat dat ook nodig is. Voldoende en goede huisvesting voor arbeidsmigranten is een belangrijk vraagstuk. Arbeidsmigranten kunnen op basis van de verwachte duur van hun verblijf in drie categorieën worden verdeeld: kort verblijf, midden-verblijf en lang verblijf. Kort verblijf zijn de mensen die maximaal een halfjaar in Nederland werken en wonen, midden-verblijf tot twee jaar. Iedereen die langer in Nederland blijft, behoort tot de langverblijfcategorie. We houden rekening met verblijfsduur bij het in kaart brengen van de behoefte aan huisvesting.

Voor midden- en lang verblijf wordt de woonbehoefte meegenomen in de reguliere woningbouwprognose. Deze groep wil langer of zelfs permanent in Nederland blijven en iets opbouwen. Vaak gaat het om gezinnen met kinderen die zich blijvend in de gemeente willen vestigen. Het is van belang dat deze groep onderdeel wordt van de lokale samenleving, een opleiding kan volgen en zich kan opleiden en kan meedoen aan het sociale verkeer.

Hoofdlijnen uit de participatie

Zet in op gemengd en betaalbaar wonen De beschikbaarheid en betaalbaarheid van nieuwe woningen is een prioritaire opgave binnen de gemeente. Als gemeente zetten we in op gemengde wijken, met betaalbare woningen en verschillende woonvormen. Zo ontstaat er ruimte voor verschillende leefstijlen en generaties en stimuleren we de gemeenschapszin die zo kenmerkend is voor veel dorpen. De woningbouw richt zich op alle doelgroepen en sluit aan bij de lokale behoefte. Daarbij ligt het accent op senioren- en starterswoningen. Seniorenwoningen om de doorstroom te stimuleren en ruimte vrij te maken in de bestaande woningvoorraad, die voor een groot deel bestaat uit eengezinswoningen. Starterswoningen omdat we zien dat het voor een starter lastig is om in te stappen in de woningmarkt. Hoe deze uitgangspunten in de praktijk vorm krijgen, wordt verder uitgewerkt in het programma Wonen.

‘Bouw niet specifiek voor senioren, maar meergeneratie wonen.’ (inwoner Anna Paulowna)

‘Verhuizen is vaak onbetaalbaar voor senioren. Voor ouderen is huren duurder dan een hypotheek, dus ze blijven liever in hun eigen huis wonen.’ (inwoner Wieringerwerf)

36

Verduurzaming van de gebouwde omgeving Passief bouwen is in de toekomst de norm

makkelijker aan te passen of uit elkaar te halen. Waarna het gebouw of de bouwdelen op een andere plek opnieuw gebruikt kunnen worden. Hollands Kroon wil inzetten op meer modulaire, biobased en circulaire bouw. Denk aan pilotprojecten met biobased modelwoningen binnen lopende woningbouwplannen, waarmee we onze ambitie tonen en de veranderende manier van bouwen zichtbaar maken.

Om klimaatverandering te beperken, moeten we voor 2050 vrijwel volledig overschakelen van fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar duurzame energie. De eerste stap is dat we het energiegebruik verminderen. We streven ernaar om alle nieuwe gebouwen in 2040 passief te bouwen. We stimuleren initiatiefnemers en projectontwikkelaars actief om een stap verder te zetten, richting een passief huis. Dit betekent dat de woning beter wordt geïsoleerd, en dus een extreem laag energieverbruik heeft. De wijze waarop we de doelen uit het klimaatakkoord willen behalen, werken we verder uit in een programma Duurzaamheid.

Ook kijken we naar kansen bij projecten voor tijdelijke woningbouw, zoals het bevorderen van modulaire (hout)bouw waardoor wooneenheden na gebruik ergens anders kunnen worden ingezet. We zien grote kansen voor biobased materialen in combinatie met een toekomstbestendige agrarische sector. Denk hierbij aan het telen van gewassen waar isolatiematerialen, plaatmateriaal en andere bouwmaterialen van worden gemaakt. Over dit onderwerp in het volgende hoofdstuk meer.

Bestaande gebouwen verduurzaamd: minimaal energielabel B In 2050 moeten volgens de afspraken uit het klimaatakkoord alle gebouwen energieneutraal zijn. Dit is niet in één keer gerealiseerd en hier werken we naartoe in stappen. Ons doel is dat alle woningen in Hollands Kroon in 2040 minimaal energielabel B hebben. We beginnen daar waar de grootste winst te behalen is en geven zelf het goede voorbeeld door ons eigen maatschappelijke vastgoed te verduurzamen.

Een natuurinclusieve en klimaatadaptieve buitenruimte We moeten zuinig zijn op het groen en water dat we in de gemeente hebben. In 120 jaar tijd is 85% van alle inheemse planten diersoorten in Nederland verdwenen (CLO, 2013). Dit ligt ver boven het Europese gemiddelde.

We verwachten tot 2030 vanuit het Nationaal Isolatieprogramma grote budgetten te krijgen. Zo kunnen we woningeigenaren helpen hun huis energiezuiniger te maken en uiteindelijk aardgasvrij te krijgen. Het accent ligt hierbij op de minst energiezuinige woningen (label D en slechter) en woningeigenaren met de laagste inkomens. Bij het verduurzamen van bestaande gebouwen wordt extra gelet op beschermde dieren zoals vleermuizen, huismussen en zwaluwen, die in die gebouwen kunnen leven. Deze populaties mogen niet afnemen door het isoleren van gebouwen.

Voldoende groen is het uitgangspunt Tussen nu en 2040 willen we ervoor zorgen dat er voldoende groen en water is, in en rondom onze dorpen. Dat betekent dat we nu goed moeten zorgen voor het groen en water dat we al hebben, maar ook dat we meer en beter groen en water nodig hebben in onze dorpen. We maken inzichtelijk welke plekken in de bestaande dorpen en wijken schaduwrijk en groen zijn zodat we deze kunnen behouden. Voor nieuwe plannen is voldoende groen een uitgangspunt.

We hergebruiken bouwmaterialen en bouwen biobased Hollands Kroon wil in 2050 volledig circulair zijn. De bouwsector gebruikt op dit moment vaak schaarse en milieuvervuilende materialen. Door circulair te bouwen dragen we bij aan een verminderde impact van de bouw. We spannen ons in de regio in om in 2030 minimaal de helft van de woningen circulair te bouwen. Zoals beschreven in de Woondeal NHN.

Biobased woningbouw ontwikkeling, Mária Telkeshof, Nijmegen, Bureau A

Door bouwmaterialen opnieuw te gebruiken en nieuwe bouwmaterialen van plantaardige oorsprong te gebruiken (biobased) gaat de CO2-uitstoot bij het bouwen omlaag. Ook de stikstofuitstoot die de bouw nu ‘op slot’ zet vermindert sterk als we inzetten op circulaire en biobased bouw. Ook modulair bouwen biedt kansen. Gebouwen die een andere functie krijgen, gerepareerd moeten worden of hun functie verliezen, zijn dan 37

Balans in beheer

We kijken actief naar mogelijkheden om samen te werken met verschillende sectoren, zoals de landbouw, bijvoorbeeld voor waterbeheer of het onderhoud van groene buffers. Ook vinden we groen langs wandel- en fietspaden belangrijk, omdat het de omgeving prettig maakt om in te bewegen.

Bij het beheer van de openbare ruimte is ons uitgangspunt om een balans te vinden tussen uitstraling, gebruiksgemak en biodiversiteit. Daarbij maken we onderscheid tussen (1) bijzondere gebieden en (2) gewone openbare ruimtes. 1. Bijzondere gebieden zijn plekken met een speciale functie of uitstraling die een hoger onderhoudsniveau verdienen vanwege hun maatschappelijke, historische of esthetische waarde. Voorbeelden van deze bijzondere gebieden zijn: • Begraafplaatsen: Rustige plekken van herdenking en bezinning, waar het groen en de omgeving tot in de puntjes verzorgd zijn. • Monumenten: Historische locaties die een uitstraling hebben die bijdraagt aan het erfgoed van de gemeente. • Winkelcentra: Drukke, centrale plekken waar een verzorgde en nette uitstraling belangrijk is voor bezoekers en ondernemers. • Plekken die belangrijk zijn voor verkeers- en sociale veiligheid.

We zetten in op een klimaatadaptieve leefomgeving Bij de inrichting van onze omgeving houden we rekening met klimaatverandering. Denk aan clusterbuien, meer en langere periodes van droogte en hitte. Daarom is bij nieuwe plannen klimaatadaptatie een uitgangspunt en we proberen de huidige openbare ruimte steeds klimaatadaptiever in te richten. Dit geldt ook voor de woningbouwsector. In de Woondeal NHN is afgesproken dat partijen zich inspannen voor klimaat adaptieve en natuur- inclusieve bouw. De raad heeft ook de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Hollands Kroon 2023-2026 aangenomen. Maar niet alleen onze openbare ruimte is van belang voor de biodiversiteit, ook de particuliere terreinen zoals voor- en achtertuinen. We stimuleren een groene inrichting van gebouwen en tuinen. Denk aan nestkastjes, groene daken en gevels en in bestaande tuinen tegels vervangen door groen. We onderzoeken of in de toekomst regulering in de vorm van een maximaal verhardingspercentage mogelijk is.

In deze gebieden voeren we onderhoud op een hoog niveau uit (zoals vermeldt in de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van Kennisplatform CROW), met gebruik van hoogwaardige materialen en frequentere onderhoudsbeurten. Het doel is om deze plekken in topconditie te houden en hun bijzondere karakter te behouden. De afgelopen jaren heeft de gemeente een faciliterende rol aangenomen in het beheer van onze openbare ruimte en op sommige plekken werd zelfbeheer vanuit inwoners aangemoedigd. Dit willen we richting de toekomst veranderen. We gaan een proactieve rol oppakken in het beheer op bijzondere plekken. Samen met inwoners zetten we de puntjes op de i. Maar in de basis ligt het beheer bij de gemeente.

Initiatiefnemers en projectontwikkelaars realiseren in alle woningbouwplannen leef en groeimogelijkheden voor inheemse flora en fauna. Dat is meer dan het ophangen van nestkasten. Het gehele ontwikkelde gebied moet zo worden ingericht worden dat zoveel mogelijk soorten inheemse planten en dieren er een thuis kunnen vinden.

2. Onze gewone openbare ruimtes willen we meer een rol geven bij opgaven zoals klimaatverandering en biodiversiteit. Het onderhoud passen we hier dan ook op aan. We noemen dit ‘ontwikkelend beheer’. We stemmen het beheer van het groen hier af zodat dit een bijdrage levert aan de eerdergenoemde opgaven.

Groen en natuur zijn niet alleen mooi, maar ook essentieel voor een gezonde leefomgeving. In de wijken van de toekomst zijn er ruime parken, natuurspeeltuinen en veel inheemse beplanting. Deze zorgen voor een rijke biodiversiteit en geven bewoners de kans om te ontspannen of actief te zijn in een groene omgeving. Regenwater wordt slim verwerkt in het ontwerp, bijvoorbeeld met wadi’s en waterdoorlatende bestrating, zodat de wijken beter bestand zijn tegen hevige regenval. Door groene inrichting wordt oververhitting in warme zomers voorkomen. Natuur en groenblauwe structuren worden nadrukkelijk ingezet als klimaatbuffer: voor wateropvang, koeling en ecologische verbindingen.

Buiten de bebouwde kom is het kansrijk om langs wegen minder te maaien en beheer af te stemmen op optimale ecologische omstandigheden die een veilig gebruik van wegen niet in de weg staat. Minder strak maaien en gericht groenbeheer dragen bij aan een grotere variatie aan planten en dieren. Dit kan betekenen dat: Voor biodiverse gebieden geldt een speciaal onderhoudsregime dat erop gericht is de natuur ruimte te geven om zich te ontwikkelen. Dit kan betekenen dat: • bloemrijke bermen slechts één of twee keer per jaar worden gemaaid om de flora en fauna te stimuleren; • onkruid selectief wordt verwijderd, zodat inheemse planten kunnen gedijen; • de groen-blauwe dooradering wordt versterkt.

38

‘Clusteren in grote kernen gaat ten koste van sociale cohesie en de ‘ziel’ van kleine kernen.’ (inwoner Wieringerwerf)

‘Goede supermarkten en winkelcentra clusteren in grote kernen is logisch, maar goede horeca is niet afhankelijk van een plek.’ (inwoner Winkel)

Alle basisvoorzieningen zijn bereikbaar Het voorzieningenniveau van sommige dorpskernen staat onder druk. Mede door demografische veranderingen is het niet altijd mogelijk om alle voorzieningen in stand te houden in iedere dorpskern en in sommige zijn ze verdwenen. Sommige voorzieningen zijn niet levensvatbaar door onvoldoende klanten, leerlingen of bijvoorbeeld patiënten. Echter, de aanwezigheid van voorzieningen is van vitaal belang om de leefbaarheid van een dorp te waarborgen. Hier staan we als gemeente voor de puzzel om zoveel mogelijk voorzieningen in stand te houden. Maar we kunnen dit helaas niet overal garanderen.

De vier grote hoofdkernen (Anna Paulowna, Wieringerwerf, Winkel/ Niedorp, Hippolytushoef) leveren hier een belangrijke bijdrage aan. Het betreft hier (boven)lokale voorzieningen zoals levensmiddelen (supermarkten), horeca, winkels, integrale kindcentra, welzijnszorg, gezondheidszorg en kleinschalige cultuurvoorzieningen. Middelgrote en kleine kernen bieden ruimte aan kleinere basisvoorzieningen en infopunten, mits er initiatiefnemers zijn. In de vier hoofdkernen garanderen we een adequaat en vitaal voorzieningenniveau. In middelgrote en kleine kernen wordt maatwerk toegepast en worden lokale initiatieven actief gestimuleerd. Om de levensvatbaarheid van voorzieningen hier te vergroten, wordt gestuurd op multifunctioneel ruimtegebruik, waarbij verschillende functies gecombineerd kunnen worden op één locatie.

Hoofdlijnen uit de participatie

Concentreren van voorzieningen in de hoofdkernen Om een vitaal voorzieningenniveau te waarborgen, worden voorzieningen zo veel mogelijk geconcentreerd, op centrale plekken die goed bereikbaar zijn. We streven ernaar dat alle basisvoorzieningen die nodig zijn voor het dagelijks leven op maximaal 15 minuten bereikbaar zijn. Onze ambitie is dat dit ook geldt voor inwoners die geen eigen auto tot hun beschikking hebben.

Regionale blik op voorzieningen Bij het bepalen van het gewenste voorzieningenniveau kijken we nadrukkelijk verder dan de gemeentegrenzen van Hollands Kroon. Veel inwoners maken gebruik van voorzieningen in de regio, Kop van Noord Holland. Belangrijke hubs daarbij zijn Schagen en Den Helder. Dit vraagt om een regionale blik: waarborgen van het voorzieningenniveau is een gezamenlijke opgave in de regio.

39

Winkelgebieden zijn voorzieningenhubs

Een servicepunt voor basisvoorzieningen in kleine kernen

De winkelgebieden zien we als voorzieningenhubs. Onderwijs, pick up-points, bibliotheken, kinderopvang (in integrale kindcentra) en centrale plekken voor zorg en ontmoeting in de vorm van bijvoorbeeld dorpshuizen zorgen voor levendigheid op verschillende momenten op de dag. De winkelgebieden moeten zo worden vormgegeven dat mensen meerdere redenen hebben om deze te bezoeken.

In de kleine kernen hebben we ten minste een onbemand servicepunt voor basisvoorzieningen. Denk aan een pick up-point voor pakketten, medicijnen en boodschappen. In de middelgrote kernen is dit mogelijk uitgebreid met aanvullende voorzieningen zoals lokale producten, spreekkamer voor de huisarts die wekelijks een spreekuur heeft, een werkruimte voor kernbeheer of maatschappelijk werk en een buurtcentrum functie waar ruimte is voor sociale ontmoeting met een kopje koffie.

We garanderen het voorzieningenniveau in de grote kernen omdat zij hier het meest levensvatbaar zijn en we de voorzieningen kunnen clusteren en ze zo elkaar kunnen versterken. Dat we focussen op de vier hoofdkernen betekent niet dat er geen winkels of horeca op andere plekken mogelijk is buiten de vier hoofdkernen. Daarnaast zien we mogelijkheden in het buitengebied voor beperkte verkoop van lokale producten, gecombineerd met kleinschalige horeca langs fiets- en wandelroutes.

Meer sfeer, beleving en daghoreca Naast de aanwezigheid van de belangrijkste voorzieningen, is de sfeer en beleving in een winkelgebied belangrijk voor een fijne winkelervaring. Twee van de vier winkelgebieden zijn al planmatig aangepakt. De winkelkern Anna Paulowna en Hippolytushoef hebben nog een kwaliteitsslag nodig. Denk aan vergroenen en verduurzamen, het aantrekkelijk inrichten van de openbare ruimte, ontmoetingsplekken creëren , meer groen en daghoreca. Op dit moment is er in de winkelgebieden maar een klein aanbod aan daghoreca. Dit aanbod willen we vergroten. Door de winkelgebieden aan te pakken en een gezellige ontmoetingsplaats te creëren, hopen we dat meer daghoreca ondernemers zich hier willen vestigen. Het vestigen van daghoreca staat of valt ook met actieve betrokkenheid van de dorpsraad, ondernemers en de lokale ondernemersvereniging. We moeten dit samen oppakken.

‘Groenere omgeving bevordert vitaal blijven bij ouderen. Enkelen willen nog de auto bij de voordeur of hebben dit nodig in verband met minder validiteit of invaliditeit.’ (inwoner Den Oever)

40

Uitnodigen tot beweging en ontspanning

Sportaccommodaties dienen niet alleen voor sportdoeleinden, maar moeten ook breed maatschappelijk ingezet kunnen worden. Dit betekent dat ze ruimte bieden voor diverse activiteiten, zoals naschoolse opvang, culturele evenementen en gezondheidsprogramma’s. Daarnaast moedigen we de verschuiving naar ‘open sportparken’ aan. Dit houdt in dat de accommodatie opengesteld is voor maatschappelijke functies en niet alleen open zijn voor leden, maar een open plek voor alle inwoners, zodat zij in hun directe omgeving kunnen sporten en spelen.

Hoofdlijnen uit de participatie

Stimuleer wandelen en fietsen in de woonomgeving De directe leefomgeving is zo ingericht dat deze uitnodigt om te bewegen, ontspannen, sporten en spelen. Dit betekent dat er voldoende groen en schaduw is in de omgeving, dat er meer ruimte is om te wandelen en te fietsen, dat er speeltuinen zijn en je veilig over straat kunt lopen. Daarbij gaan we uit van de benadering vanuit het concept ‘Positieve Gezondheid.’ Bij alle ontwikkelingen in de openbare ruimte letten we steeds meer op hoe dit kan bijdragen aan het welzijn van de inwoners.

We zetten in op het verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed, zodat het klaar is voor de uitdagingen van de toekomst en voldoen aan het Klimaatakkoord waarin staat dat alle gebouwen in 2050 energieneutraal zijn. Dit omvat onder andere het verlagen van de energieconsumptie, het stimuleren van hergebruik en circulaire bouwprincipes, en het aanpassen van gebouwen aan veranderende klimaatomstandigheden.

Dit betekent ook dat we bij de inrichting van onze openbare ruimte rekening houden met fiets- en wandelpaden die comfortabel en veilig zijn, zodat iedereen deze kan gebruiken. We zorgen voor parken, speeltuinen en groene plekken op nabije afstand waar mensen uit alle leeftijdscategorieën kunnen sporten, bewegen en elkaar kunnen ontmoeten. We stimuleren nieuwe plekken waar functies worden gecombineerd, zoals bijvoorbeeld een natuurspeeltuin.

De dorpsranden zijn groen De dorpsranden krijgen bijzondere aandacht bij nieuwe woningbouwontwikkelingen als groene rand en buffer waar verschillende opgaven gecombineerd kunnen worden. Zo wordt er gezocht naar geschikte woonlocaties, terwijl we ook zuinig om moeten gaan met het aanwezige groen en water in de kernen. Ook liggen er in het buitengebied opgaven waar de dorpsranden een rol kunnen vervullen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de opgave voor zoetwaterberging of als spuitvrije zone in het buitengebied. Daarnaast kan een groene dorpsrand ook zorgen voor een zachte overgang tussen bebouwing en het landelijk gebied en bevordering van de biodiversiteit.

In de woonwijken blijft uiteraard plek voor de auto, maar deze zijn hier te gast. We stimuleren ruimte-efficiënte parkeeroplossingen bij nieuwbouwlocaties, bijvoorbeeld collectieve parkeerclusters gecentreerd in de wijk of aan de rand van de wijk, om meer ruimte te creëren voor groen en sport- en speelplekken. We proberen scholen, huizen, winkels en andere voorzieningen dicht bij elkaar te clusteren zodat mensen gemakkelijk lopend of fietsend tussen de locaties kunnen bewegen.

Bij de dorpsranden ligt de sleutel om samen met inwoners, ontwikkelaars, de agrarische sector, het Waterschap, natuurorganisaties en de Provincie investeringen te bundelen en te werken aan een robuuste zone rond de kernen waar ruimte is voor groen, waterbuffering, recreatie, toerisme en woonprogramma. De landschappelijke zone rond de kernen vergroot de kwaliteit van leven en maakt het landschap toegankelijk. Daarnaast helpt de concentratie van opgaven in de dorpsranden om het productielandschap van de gemeente zoveel mogelijk aaneengesloten te houden voor een optimale opbrengst en zo min mogelijk verlies van agrarische gronden. Bij de voorzieningenkernen kijken wij ook naar uitbreiding van de kernen aan de randen. De focus op de dorpsranden is hierbij een belangrijk vertrekpunt.

Geclusterde sportverenigingen Voor de sportcomplexen (o.a. voetbalvelden ijsbanen, tennis, sporthallen etc.) in Hollands Kroon is het belangrijk dat wij inzetten op eigen kracht van de sportverenigingen. Wij hebben de overtuiging dat de sportverenigingen het beheer en onderhoud van het beste zelf kunnen doen, met waar nodig een financiële bijdrage vanuit de gemeente (accommodatiebeleid). Onze voorkeur gaat uit naar het clusteren van sportverenigingen. Op deze manier komen verschillende sportverenigingen op één locatie bij elkaar en geeft dit voordelen zoals het zorgen voor een goede bereikbaarheid, vrijwilligers aantrekken wordt gemakkelijker en het kan een vernieuwing tot stand brengen van de sportvereniging. 41

Ruimte voor sociale ontmoetingen en activiteiten

Onze openbare ruimte is toegankelijk voor iedereen Voor iedereen, maar zeker voor mensen die langer zelfstandig thuis wonen en/of mensen met beperkingen, is het van essentieel belang te kunnen deelnemen aan het sociale leven. Daarop moet de openbare ruimte zijn ingericht. We houden hier rekening mee door het onderhoud aan stoepen, lage drempels bij gebouwen, korte en veilige verbindingen voor wandelen en fietsen en een duidelijke bewegwijzering.Al onze openbare gebouwen moeten toegankelijk zijn voor iedereen. Ook voor mensen met een (on)zichtbare beperking. Al ons maatschappelijk vastgoed, in eigen beheer en in beheer van stichtingen, worden getoetst op toegankelijkheid. Zaken die de toegankelijkheid verbeteren en direct aangepast kunnen worden, worden meteen opgepakt. Grotere aanpassingen aan gebouwen worden meegenomen in de onderhoudsplannen. Daarnaast hebben wij een lokale inclusieagenda ontwikkeld die in samenspraak met ervaringsdeskundigen is opgesteld. Met de uitvoering van deze agenda zorgen we voor een inclusieve gemeente waar iedereen fijn kan wonen, werken en participeren.

Hoofdlijnen uit de participatie

Ieder dorp een sociale ontmoetingsplek Ons maatschappelijk vastgoed heeft een belangrijke rol als fysieke plekken waar mensen samenkomen, verbinden en activiteiten ontplooien. We streven ernaar dat elke dorpskern een aantrekkelijke sociale ontmoetingsplek heeft om de dorpse gemeenschapszin en saamhorigheid te versterken. Dit kan een goed toegankelijk buurthuis of dorpshuis zijn, waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten, activiteiten kunnen organiseren, elkaar kunnen helpen en waar ruimte is voor lokale initiatieven en verenigingen. Maar ook parken, pleinen of andere groene ruimtes kunnen hier een rol in spelen en uitnodigen tot sociale interactie en gemeenschapsvorming. We stimuleren het flexibel gebruik van maatschappelijk vastgoed door het faciliteren van multifunctionele ruimtes en het ondersteunen van initiatieven die verschillende doelgroepen bedienen. Hierdoor wordt efficiënter gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte en middelen. Denk bijvoorbeeld aan een sportkantine die op gezette momenten wordt ingezet als dorpshuis, of een bibliotheek die wordt ingezet voor lokale evenementen. De vorm is afhankelijk van de kansen, voorzieningen en behoeften die in iedere dorpskern aanwezig zijn.

Organiseer zorg in en dichtbij huis Zorg zoveel mogelijk bij de inwoners thuis Ons uitgangspunt is dat zorg zoveel mogelijk plaatsvindt bij de mensen thuis of in de woonplaats, omdat het ontvangen van zorg in je vertrouwde omgeving het meest comfortabel is. Inwoners kunnen dan langer zelfstandig thuis blijven wonen en overbodige

‘In elke kern is behoefte aan een ontmoetingsplek, hierbij plekken die belangrijk zijn voor lokale identiteit behouden.’ (inwoner Winkel) ‘Behoud van lokale plekken zoals horeca en andere kleine voorzieningen zijn belangrijk voor ontmoeting of identiteit.’ (inwoner Winkel)

42

Optimaliseren regionaal mobiliteitsnetwerk zorg wordt zoveel mogelijk voorkomen, wat de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg ten goede komt. De gemeente zet zich in om voor het verplaatsen van zorg naar de wijk, dienstverlening aan huis, voldoende vestigingslocaties voor zorginstellingen, het aantrekken van meer zorgpersoneel, goede bereikbaarheid en nabijheid van voorzieningen en een goede digitale infrastructuur. Zorginstellingen worden in nabijheid van elkaar gerealiseerd zodat ze makkelijker bereikbaar zijn voor zorgverleners. Dit zal worden opgenomen in het nog op te stellen woon-zorg programma en op basis daarvan prestatieafspraken met woningbouwcorporaties. Mocht zorg thuis om wat voor reden dan ook niet mogelijk zijn, vinden wij het belangrijk dat mensen intramuraal kunnen wonen met alle voorzieningen dichtbij. Ditzelfde geldt ook voor zorgboerderijen. Hier vinden we het belangrijk dat deze dichtbij voorzieningen liggen zodat cliënten deel kunnen nemen aan de maatschappij. Belangrijke kanttekening hierbij is dat zorgboerderijen baat hebben bij een prikkelarme omgeving. Zorgboerderijen zien we daarom het liefst in het buitengebied aan de rand van een dorpskern met adequate voorzieningen.

Hollands Kroon is een uitgestrekte gemeente met relatief grote afstanden tussen de dorpen. We vinden het daarom belangrijk dat onze inwoners zelfstandig van de ene naar de andere plek kunnen bewegen, lopend, met de fiets, met het OV of met de auto. Dit zorgt ervoor dat zij zelfredzaam zijn en dat onze dorpen voor voorzieningen onderling goed bereikbaar zijn. Hiermee willen we brede welvaart en sociale inclusie bevorderen en garanderen. We focussen we ons richting de toekomst op de volgende speerpunten: • We geven prioriteit aan verkeersveiligheid. • Onze gemeente beter bereikbaar maken middels publieke mobiliteit. • Een goede en robuuste verbinding met de auto van oost naar west en vice versa. • Opwaarderen van het regionale fietsnetwerk en routes naar scholen. • De C02-uitstoot moet naar beneden. • Verder uitrollen en ontwikkelen van Mobipunten, mobiliteitshubs. • Optimalisering van wandel- en fietsverbindingen tussen onze voorzieningenkernen en basiskernen en naar de ovknooppunten.

Geclusterd wonen voor senioren Om zorg in de wijk mogelijk te maken is het belangrijk om de zorg zoveel mogelijk te centreren. Dit doen we door het realiseren van geclusterde zorgwoningen. Dit zijn meerdere woningen voor mensen met een zorgvraag bij elkaar. Hierdoor kan de inwoner in zijn eigen woning blijven wonen, maar wel de nodige ondersteuning en zorg ontvangen in zijn vertrouwde omgeving. Doordat de woningen dicht bij elkaar staan is het mogelijk om efficiënt gebruik te maken van de beschikbare zorg. Hedendaagse moderne hofjes zijn populair (zoals het welbekende Knarrenhof), maar geclusterd wonen kan ook als gemeenschappelijk wonen, serviceflat of wonen met een plus-concept worden vormgegeven. In de praktijk is de verscheidenheid groot.

Verkeersveiligheid is topprioriteit Samen met het Rijk, de Provincie NH en gemeenten streven we naar een gezamenlijk doel: het aantal verkeersdoden in 2050 reduceren naar 0. Dit betekent dat we constant bezig zijn om de verkeersveiligheid van onze wegen te verbeteren. Vanuit het Verkeersveiligheidsplan en binnenkomende meldingen maken we jaarlijks een overzicht, zowel subjectief als objectief, van de wegen die de meeste aandacht nodig hebben. Dit overzicht wordt geanalyseerd met als vertrekpunt de kwetsbare verkeersdeelnemers. We pakken de bestaande verkeersknelpunten zo mogelijk versneld aan, of grootschalig bij herinrichting van de openbare ruimte. Prioriteit hebben hierbij de meest kwetsbare verkeersdeelnemers. Dit vereist soms direct actie, en soms kan dit meegenomen worden in het volgende onderhoud.

We gaan ook experimenteren met woon-initiatieven voor fitte en vitale ouderen. Dit zijn meerdere woningen bij elkaar waar de bewoners elkaar ondersteunen. Zij denken om elkaar en geven zorg aan elkaar. We zien de opzet van het Polderhofje in Anna Paulowna daarbij als voorbeeld waar we op willen voortbouwen. Ook proberen we in deze woonvormen ruimte te maken voor ontmoeting. Niet alleen voor bewoners van het hofje, maar juist ook omwonenden.

Voor Hollands Kroon hebben we specifiek aandacht voor verkeersveiligheid in relatie tot de buitenwegen in het landelijk gebied. Deze wegen worden op basis van het verkeersveiligheidsplan en/of het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) zoveel mogelijk ingericht volgens de CROW en Duurzaam Veilig (DV3) richtlijnen. Verkeerssituaties rondom scholen worden kritisch bekeken en autoluwer ingericht om de verkeersveiligheid van kinderen te vergroten. Scholierenroutes en landbouwverkeerroutes worden in kaart gebracht en knelpunten worden beoordeeld en aangepakt om veiligheid van kwetsbare verkeersdeelnemers te bevorderen en garanderen. 43

Hoogwaardig openbaar vervoer in (het oosten van) Hollands Kroon

Ook onze dorpen worden in de toekomst autoluwer ingericht. De auto is hier ‘te gast’ en de straten worden ingericht met het karakter van de fietsstraat. Dit betekent dat doorgaand verkeer zoveel mogelijk om de dorpen heen geleid wordt en er relatief weinig gemotoriseerd verkeer in de dorpen is, behalve bestemmingsverkeer. De nadruk binnen de bebouwde kom ligt op wandelen en fietsen. Dit is overigens niet hetzelfde als autovrij. Bij autoluw kan men met de auto nog prima in het dorp komen, maar de snelheid is beperkt en wandelen en fietsen krijgen een prominentere plek in de inrichting van de straat. Ook verlagen we de snelheid op plekken waar dit wenselijk is ter bevordering van verkeersveiligheid. We onderzoeken of we de snelheid binnen de bebouwdekomgrenzen willen verlagen naar 30km.

Zoals voorgaand al aangegeven, maken we ons hard om ons gebied zoveel mogelijk bereikbaar te houden. Het westelijke gedeelte van de gemeente is op dit moment goed ontsloten met een treinverbinding en station in Anna Paulowna. Echter zien we dat de bereikbaarheid in het Oostelijke gedeelte van de gemeente met het openbaar vervoer beter kan. Hier is geen treinverbinding en ook de busverbinding kan beter. Hoewel we zelf niet gaan over het aanleggen van een nieuw spoor, kunnen we ons wel uitspreken richting andere overheden over onze ambities. Hierin trekken we samen op met de andere kopgemeenten. We zetten ons in om het oostelijke gedeelte van de gemeente beter te ontsluiten en pleiten voor hoogwaardig openbaar vervoer in dit gebied. Het gaat dan om Hoogwaardige ov-verbinding vanuit Den Oever /Wieringerwerf / Middenmeer met een directe verbinding naar stad of station zoals Hoorn, Amsterdam of Anna Paulowna. Daarnaast willen we de dorpen beter met elkaar verbinden en beter aansluiten op de MRA. Dit kan op meerdere manieren. Bijvoorbeeld door het aanleggen of initiëren van een snelbus die de knooppunten langsgaat en een relatief korte reistijd kent (concurrerend met de auto).

Sterke openbaarvervoerverbindingen We gaan voor optimale openbaarvervoerverbindingen met een hoge frequentie. Dit betekent dat we zoveel mogelijk proberen te behouden wat we nu al hebben, mogelijk de frequentie verhogen en het voor- en na transport te verbeteren. Hiermee bedoelen we: de verbinding voor en na de bus of treinreis. Voorbeelden zijn: • De wandel- en fietsverbinding naar de haltes en het station toe. • Goed je fiets kunnen stallen en de beleving op het station en de bushaltes. • Het stimuleren van diverse soorten deelmobiliteit bij de Mobipunten (hubs). • Integrale tarieven voor trein en bus. • Ook proberen we het busvervoer beter te laten aansluiten op de treinverbindingen. Een sterk lijnennetwerk van de bussen met snelle lijnen met (waar mogelijk) een hogere frequentie. • Goede verbindingen voor leerlingen naar scholen.

Een goede verbinding met de auto van oost naar west We werken in Hollands Kroon aan het verbeteren van de oostwestverbindingen. Dit doen we door het opwaarderen van bestaande infrastructuur en herinrichtingen. Zo werken we bijvoorbeeld aan verschillende infrastructurele projecten richting de toekomst. Deze projecten zijn opgenomen in de Regionale Agenda Mobiliteit (RAM) Kop van Noord-Holland. Hierin staat onder

De gemeente gaat niet over de meeste ov-verbindingen. Het Rijk gaat over de treinverbindingen en de Provincie NH over de busverbindingen. De gemeente maakt zich hard voor de vervoersmiddelen waar zij wel op kan sturen, zoals deelvervoer en doelgroepenvervoer. Deze willen wij zoveel mogelijk laten integreren met de ov-trajecten van Provincie en Rijk. We gaan regelmatig in gesprek met andere overheden en vervoerders. Dit doen wij in regionale en provinciale overleggen om gezamenlijk met onze partners tot een integraal netwerk van mobiliteit te komen en het deur-tot-deur-traject zo veel mogelijk te optimaliseren. Wij maken ons hard bij andere overheden en de regio om ons gebied zo goed mogelijk bereikbaar te houden. Wij zetten hierbij in op de boodschap uit het rapport ‘Elke regio telt’. Met name de onevenwichtigheid in financiële investeringen tussen de regio’s en randstad, waardoor de gemeenten in de Kop van NH onvoldoende toegang hebben tot Rijksgelden om knelpunten in onder andere bereikbaarheid op te lossen.

‘Zorg voor een goede bereikbaarheid van voorzieningen.’ (inwoner Anna Paulowna)

‘30 km zones in dorpskernen inrichten voor fietsveiligheid naar de voorzieningen.’ (inwoner Winkel)

44

andere de N77 als stip op de horizon: een nieuwe verbinding tussen de N99 en de A7 onder het Amstelmeer door. Deze weg dient namelijk een regionaal en provinciaal belang om de lijn Den Helder – Lelystad beter bereikbaar te maken en daarmee onze regio beter te ontsluiten. Hiermee ontstaat tevens een robuuste verbinding met het maritiem cluster.

laadnetwerk voor elektrische auto’s te faciliteren. De verwachting is dat het aantal elektrische en hybride auto’s substantieel stijgt. Om in de laadbehoefte te voorzien en Hollands Kroon bereikbaar te houden, moet een toekomstbestendig laadnetwerk worden aangelegd. Het laadnetwerk moet het elektrisch rijden toegankelijk en aantrekkelijk maken, optimaal bijdragen aan de vermindering van de CO2-uitstoot en piekbelasting van het elektriciteitsnet voorkomen. Hollands Kroon werkt samen met haar partners aan een dekkend laadnetwerk.

Het is wenselijk dat het doorgaande verkeer zo veel mogelijk over gebieds-ontsluitingswegen rijdt en niet over erftoegangswegen. We maken de gebieds- ontsluitingswegen veilig en aantrekkelijk en zorgen ervoor dat de erftoegangswegen onaantrekkelijk zijn voor doorgaand verkeer. Het volledig weren van doorgaand verkeer op erftoegangswegen is niet mogelijk, daarom zorgen we voor een veilige inrichting waar voetgangers en fietsers centraal staan. Dit doen wij aan de hand van ons wegencategoriseringsplan en de richtlijnen van het CROW en Duurzaamveilig (DV3). Ook blijven we in gesprek met de andere wegbeheerders om samen de weggebruikers te stimuleren via de gewenste route door Hollands Kroon te rijden, dus niet door bijvoorbeeld Westerland. Ook het verkeer rondom Agriport wensen we zo op te lossen dat Middenmeer hier geen hinder van ondervindt.

Daarnaast wordt deelvervoer gestimuleerd. Wanneer voldoende deelvervoer beschikbaar is, is het voor inwoners makkelijker om bijvoorbeeld de tweede auto weg te doen en vaker gebruik te maken van deelvervoer. Ook moedigen we als werkgever duurzaam woon-werkvervoer van de medewerkers van Hollands Kroon aan door fietsen, openbaar vervoer en zero-emissievervoer te stimuleren. We zorgen, waar mogelijk, voor een zero-emissiewagenpark van Hollands Kroon. Daarnaast stimuleren we het gebruik van waterstof voor zware mobiliteit en vanuit de Green Deal zero-emissie wordt ingezet op waterstof voor bussen. We willen graag ook nieuwe vervoersconcepten met bijvoorbeeld zelfrijdende voertuigen, of slim gecombineerd vervoer voor bijvoorbeeld doelgroepen, alle ruimte geven.

De C02-uitstoot moet naar beneden De C02-uitstoot van de mobiliteit moet drastisch verminderd worden. Dit doen we door de juiste randvoorwaarden voor zeroemissievervoer en deelvervoer te creëren, zoals een dekkend

Hoofdlijnen uit de participatie

Opwaarderen regionaal fietsnetwerk Lopen en fietsen zijn actieve en gezonde manieren van vervoer die relatief weinig ruimte innemen. Het ontbreekt echter op veel plekken aan veilige en comfortabele wandel- en fietsverbindingen om dit ook te stimuleren. Daarom zet de gemeente in op het verbeteren van de wandel- en fietsverbindingen tussen de dorpskernen, naar verschillende voorzieningencentra en naar OV-knooppunten voor woon-werkverkeer en scholieren. Zo wordt het aantrekkelijker voor kinderen om naar school te fietsen of met de fiets boodschappen te doen. Bijvoorbeeld de fietsroute voor leerlingen van hun dorp naar RSG Wiringherlant speelt hierin een belangrijke rol. Ondertussen werken we ook aan het uitvoeren van de doorfietsroute die van Texel via Anna Paulowna, Schagen en Zijdewind naar Heerhugowaard loopt. Daarnaast kijken we ook naar het verbeteren van de fietsverbindingen in/richting het Oosten van onze gemeente om dit gedeelte van de gemeente beter bereikbaar te maken. Verder willen we onze recreatieve plekken gemakkelijker bereikbaar maken door middel van voldoende en goede recreatieve fietsverbindingen en (laad)voorzieningen. 45

Bedrijvigheid die iets doet voor de samenleving

Kansen om te groeien voor lokale bedrijvigheid De ruimte voor bedrijfontwikkellocaties in de gemeente is, net als voor veel andere ontwikkelingen, momenteel schaars. We gaan zuinig om met de beschikbare grond en kunnen niet alles ontwikkelen. Het is belangrijk om te prioriteren en een goede afweging te maken wat en waar we wel en niet gaan ontwikkelen. Ons uitgangspunt is dat er voldoende geschikte vestigingslocaties zijn voor de autonome behoefte en kansen voor de lokale bedrijvigheid om door te groeien. Met name in de speerpuntsectoren agrarisch, energie en tech. Daarnaast richten we ons op de ‘parels’ uit de bovengenoemde sectoren in de vorm van innovatieve bedrijven die qua brede welvaart onze gemeenschap versterken.

Voordat we verder ingaan op de bedrijvigheid in de gemeente, eerst wat cijfers, om de context te scheppen. In 2023 waren er in gemeente Hollands Kroon 18.800 banen. Het grootste deel van deze banen was met name in de sectoren landbouw en visserij, groot- en detailhandel, autoreparatie en bouwnijverheid. Per 1.000 inwoners tussen de 15 en de 64 jaar zijn er gemiddeld 601 banen beschikbaar. De netto arbeidsparticipatie is 74% in Hollands Kroon in 2024. Dit betekent dat van alle inwoners in de gemeente tussen de 15 en 75 jaar oud 74% deelneemt aan het arbeidsproces. In Hollands Kroon woonden begin 2024, 49.524 inwoners. Ongeveer 32.129 inwoners behoorden toen tot de beroepsbevolking.

Autonome behoefte De autonome behoefte van ondernemers aan bedrijfsruimte en ontwikkellocaties in de gemeente is recent gepeild en bedraagt 30 hectare tot 2040. De gemeente heeft de ambitie om in deze behoefte te voorzien. Dit willen we invullen door 2 à 3 huidige bedrijfslocaties uit te breiden, daar waar de marktvraag en de fysieke mogelijkheden zijn. Het gaat hier dan met name over lokaal gewortelde bedrijven. We onderzoeken welke locaties het meest geschikt zijn voor uitbreiding.

Hiervan waren begin 2024 ongeveer 3.000 personen arbeidsmigranten. Dit aantal ligt naar verwachting lager dan het daadwerkelijke aantal omdat niet alle arbeidsmigranten zich inschrijven bij de gemeente en dus niet zijn geregistreerd in de Basisregistratie Personen. Voor het daadwerkelijke aantal gaan we naar schatting uit van het dubbele. Een vlugge rekensom vertelt ons dat ongeveer 12% van de werkenden in Hollands Kroon arbeidsmigrant is. (Bron: beleidskader arbeidsmigranten Hollands Kroon)

Regiobehoefte De aanvullende behoefte aan areaal bedrijventerreinen vanuit de regio of daarbuiten is nog niet specifiek bekend. We werken samen met de andere gemeenten in de Kop van NH om het vestigingsklimaat zo optimaal mogelijk gezamenlijk in te vullen. Het vestigingsklimaat van bedrijven is namelijk veelal regio gebonden en gaat over de gemeentegrenzen heen.

We vinden het belangrijk dat de bedrijvigheid in onze gemeente zich hier niet alleen vestigt vanwege de fijne geschikte plek, maar dat zij ook actief meedoet met de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan werkgelegenheid/scholing voor onze inwoners, het sponsoren van sportclubs, bijdrage aan energietransitie of meedoen aan gezamenlijke innovatieprojecten. We geven daarom voorrang aan het vestigen van bedrijvigheid in de gemeente die iets kan/wil betekenen voor onze inwoners of samenleving.

We zijn in Hollands Kroon terughoudend wat betreft vestiging van grootschalige bedrijvigheid vanuit de regio. Tenzij dit een casus betreft uit de speerpuntsectoren agri, tech of energie en een positieve bijdrage levert aan de lokale samenleving. Om onze bedrijvigheid verder te ontwikkelen zoeken we dus de ba lans op tussen het faciliteren van voldoende geschikte locaties en bedrijvigheid die van toegevoegde waarde is voor de gemeente en de samenleving op basis van brede welvaart.

46

Bestaande locaties

Onderzoek leert dat intensivering van bestaande bedrijventerreinen ingewikkeld is. De bedrijfsvoering en financiële mogelijkheden van veel bestaande bedrijven zijn niet voorbereid op ruimteefficiënt verdichten het kavel. Intensivering zien wij dan ook als een stapsgewijs proces bij de herstructurering van bedrijventerreinen. Indien nieuwe bedrijfskavels beschikbaar komen (door nieuwbouw of verplaatsing) krijgen bedrijven voorrang die aantonen hoe zij multifunctioneel en efficiënt ruimtegebruik waarborgen. Nu en op de lange termijn. Denk bijvoorbeeld aan mogelijkheden voor optoppen, het organiseren van collectief parkeren of ruimte voor functiemenging.

Bestaande bedrijventerreinen worden door herstructurering en revitalisering toekomstbestendig gemaakt. Met deze kwaliteitsimpuls krijgt het bestaande terrein een moderne gebruiksvriendelijke invulling waarmee het voor jaren een actueel een prettige werklocatie is. Voor de gebruikers zal dit tot een prettige werkomgeving leiden.

Revitalisering en herstructurering Door middel van revitalisering of herstructurering kunnen we invulling geven aan de behoefteraming. Bij herstructurering kijken we naar welke ‘oudere inefficiënte’ locaties gemoderniseerd kunnen worden en waar we mogelijk via intensief ruimtegebruik ook m2 bedrijfsruimte toe kunnen voegen.

Transformatie Transformatie van bedrijventerreinen naar andere functies sluiten wij niet uit wanneer de behoefteramingen, toekomstige levensvatbaarheid van huidige terrein of feitelijke situatie daar aanleiding toe geven. Bedrijventerrein zijn gezien de ligging aan de rand van het dorp mogelijk ook een locatie waar vanuit de woningbouw of voorzieningen opgave een beroep kan worden gedaan. We kunnen de locatie dan herbestemmen. Voorwaardelijk is hierbij dat er ook voldoende alternatieve bedrijfslocaties elders beschikbaar zijn. De aanleiding voor transformatie zal vanuit een schaarste aan ruimte volgen.

Bij herstructureren zal in overleg met eigenaren gezocht worden naar draagvlak om panden en bedrijventerrein te moderniseren. Daaronder valt ook vernieuwing van de invulling van het straatbeeld. Hierbij wordt waar mogelijk de inzet van fondsen en subsidie toegepast. De medewerking en inzet van pandeigenaren is hier leidend. De bedrijventerreinen waar op het eerste oog mogelijkheden liggen voor herstructurering zijn: Havenkade in Middenmeer, Winkelerzand in Winkel, Sluisweg Kadeweg in Slootdorp, Waterpark Oude Zeug in Wieringermeer en Molenveld in Hippolytushoef. Bij revitalisering geven we het bedrijventerrein een kwaliteitsimpuls door te vergroenen en te verduurzamen. Hiermee geven we bestaande toekomstbestendige terreinen een boost en moderniseren we naar actuele maatstaf voor het gebruik van de komende decennia. Alle bedrijventerreinen in Hollands Kroon komen in aanmerking voor een revitalisering en verduurzamingsslag.

47

AMBITIEKAART De omgeving is de basis van het welzijn van onze inwoners

Den Helder

Anna Paulowna

Wieringerwaard

Schagen

Winkel-Niedorp ‘t Veld

48

Waddenzee

Den Oever

Hippolytushoef

IJsselmeer Amstelmeer

Wieringerwerf

Middenmeer

p

49

AMBITIE 2. Agrarische hoofdstad van de toekomst

Maar dat niet alleen; door de pioniersmentaliteit van onze ondernemers zijn wij echt voorlopers op het gebied van hoogtechnologische innovatie. De Agritech Campus is het centrum van agrarische kennis en innovatie. Proeftuinen in ons landschap laten zien hoe innovaties in de praktijk worden toegepast. Agriport is een hightech agri-data-energiecluster en broedplaats voor agrigerelateerde bedrijvigheid, start-ups en scale-ups. Agrarisch ondernemen is in Hollands Kroon nog steeds rendabel, en draagt ook bij aan de omgeving, de natuur en onze samenleving. Agrariërs zijn namelijk actief bezig met het behoud en beheer van de natuur en water in onze gemeente. Het is goed boeren in onze gemeente, maar wel in harmonie met de omgeving. Om dit alles mogelijk te maken gaan we zorgvuldig om met onze landbouwgrond en koesteren we de vruchtbare grond die we hebben.

In 2040 is Hollands Kroon het innovatie- en inspiratiecentrum op agrarisch gebied van Nederland en daarbuiten. Van nature hebben wij hier wind, een goede bodem en voldoende zoet water. De perfecte omstandigheden voor de agrarische sector om te floreren. De diversiteit in Hollands Kroon qua landschap (grootschalig en kleinschalig) en bodem (zand, klei, etc.) maakt dat we ook een zeer diverse agrarische sector hebben. Van veeteelt, tot akkerbouw, kassen en bollengebied. Dit maakt ook dat we in de volle breedte de agrarische hoofdstad van de toekomst kunnen zijn.

50

Hoofdlijnen uit de participatie

Hollands Kroon als inspiratiecentrum voor innovatie

Het landschap als fundament voor toekomstige agrarische activiteiten

De agrarische sector van Hollands Kroon is enorm innovatief. Onze ondernemers zijn echte pioniers. Dat zit in ons bloed. We lopen voor op het gebied van smart farming en precisielandbouw. Dit zijn slimme toepassingen in de agrarische sector waarbij gebruik wordt gemaakt van data technologie. De innovatieve technieken dragen bij aan een toekomstbestendige en duurzame agrarische sector.

Zoals eerder verteld, zijn in Hollands Kroon vrijwel alle agrarische sectoren vertegenwoordigd. Dit komt door de diverse landschappen en bodemstructuren die de gemeente rijk is. Zo zie je in het grootschalige landschap van de Wieringermeerpolders vooral akkerbouw. In de Anna Paulownapolder domineert de bloembollenteelt, terwijl op Wieringen en in Noordelijk Westfriesland de veeteelt centraal staat. Hierdoor hoeven we als agrarische hoofdstad van de toekomst niet slechts op één sector te focussen, maar kunnen we meerdere sectoren tegelijkertijd ontwikkelen, die elkaar bovendien versterken. Dit betekent ook dat er geen uniforme aanpak is voor de toekomst van de agrarische sector voor de gehele gemeente, maar dat er per sector een passende strategie wordt gevolgd. In deze omgevingsvisie zijn de hoofdlijnen van de strategie opgenomen, vervolgens wordt dit verder in detail uitgewerkt in het traject ‘Aanpak Landelijk Gebied’ dat de Kopgemeenten samen met de agrarische sector en andere stakeholders ontwikkelt.

De gemeente is een inspiratiecentrum op het gebied van landbouwinnovatie voor Nederland en daarbuiten. De nieuwste landbouwtechnieken komen hier samen en we zijn een locatie voor het in de praktijk brengen van deze initiatieven. We willen een Agritech Campus realiseren, een netwerk van innovatieve agrariërs, ondernemers en studenten waar kennis en innovatie worden gebundeld en gedeeld op verschillende locaties binnen de gemeente. Deze campus zal opleidingen, onderzoek, ondernemerschap en kennis samenbrengen in de vorm van ‘living labs’. Door deze samenwerking kunnen innovaties worden gebruikt als showcases om duurzame hightech land- en tuinbouw te demonstreren aan zowel de sector als de maatschappij, zowel nationaal als internationaal. Daarnaast hebben we de ambitie om agri(tech) onderwijs aan ons te binden en nodigen we HBO/ WO-instellingen uit om zich in onze gemeente te vestigen. Het zou bijvoorbeeld fantastisch zijn als een afdeling van de WUR zich hier zou vestigen, zodat kennis direct in de praktijk kan worden toegepast binnen onze gemeente.

Er zijn veel kansen voor de boeren in de toekomst in onze gemeente. Onze grond is vruchtbaar, het weer is goed (met veel wind en een prettige temperatuur), we hebben water dichtbij en er is hier minder stikstofgevoelige natuur als in andere gebieden. De agrarische sector kan dus floreren in Hollands Kroon. De toekomstperspectieven voor elke sector verschillen. We leggen de accenten per gebied (en agrarische sector) verschillend. De koers wordt hieronder verder toegelicht.

We willen volop inzetten op de innovatiekracht van ons gebied. Dit betekent dat we er alles aan doen om innovatie de ruimte te geven in onze gemeente. We stimuleren innovatieve startups en scale-ups. En we helpen, waar mogelijk, agrarische bedrijven met innovatieve ideeën bij het in de praktijk brengen hiervan. We stimuleren en geven de ruimte aan proefvelden en pilotprojecten. Agriport is een belangrijke plek voor bedrijvigheid die de agrarische sector versterkt. Hierbij zoeken we de synergie tussen Tech, energie en Agri. Zo kunnen de datacenters en de energievoorziening een belangrijke rol spelen bij innovatieve ontwikkelingen in de agrarische sector.

‘De toekomst van de landbouw hangt af van maatwerk per gebied, waarbij specifieke kenmerken en behoeften leidend zijn’ (Agrariër bij participatiebijeenkomst)

51

Hoogtechnologische agrarische sector Onze boeren maken gebruik van technologische innovaties op hun akkers en verzamelen data om dit zo goed mogelijk te coördineren. Dit wordt ook wel ‘smart farming’ genoemd. De techniek kan namelijk een oplossing zijn voor veel opgaves zoals zoetwatertekort, bodemvruchtbaarheid en terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen. Met precisielandbouw kunnen we specifiek de hoeveelheid voeding en water toedienen aan gewassen die zij nodig hebben. Robots helpen bij het verwijderen van onkruid of het detecteren van ziektes. Met sensoren meten we wat de bodem nodig heeft. De mogelijkheden voor technologische innovaties zijn groot. Door middel van de Agritech Campus wordt de kennis over nieuwe technieken met elkaar uitgewisseld.

‘Benut de kansen van agrarisch natuurbeheer; ook met oog op vrijkomende middelen van het Rijk.’ (Agrariër uit Hollands Kroon)

We zien met name kansen in de Wieringermeer, Groetpolder en Anna Paulownapolder voor het toepassen van hoogtechnologische toepassingen in de landbouw. Dit omdat de percelen hier grootschalig zijn opgezet en uitermate geschikt om innovatieve ontwikkelingen in de praktijk te brengen.

Hoofdlijnen uit de participatie

Extensieve veehouderij met kringlooplandbouw

Zet in op agrarisch natuur- en vogelbeheer

De stikstofcrisis heeft geleid tot strenge regelgeving en beperkingen voor de landbouwsector, waarbij de nadruk ligt op het verminderen van de uitstoot en het beschermen van kwetsbare natuurgebieden. Hollands Kroon heeft relatief minder stikstofgevoelige natuur dan andere gebieden in Nederland. Dit maakt dat er nog kansen in ons gebied liggen voor veehouderij. Wel moedigen we een verschuiving naar extensieve en biologisch dynamische veehouderij aan. Met extensief bedoelen we dat de boer kleinere groepen dieren houdt op grotere oppervlakten land. Met biologisch bedoelen we boeren die geen gebruik maken van gewasbeschermingsmiddelen of kunstmest en een stapje extra zetten om circulair te zijn en geen reststromen te hebben uit de boerderij (kringlooplandbouw). Duurzaamheid, dierenwelzijn en respect voor het landschap en natuur staat centraal.

Één van de lessen vanuit de participatie voor de toekomst van het landelijk gebied is: Verken manieren om landbouw te combineren met natuurontwikkeling en stem de aanpak voor vergroening en biodiversiteit af per gebied. Dit betekent bijvoorbeeld bij een voedselproductiegebied dat we natuur en productie naast elkaar laten bestaan door natuurvriendelijke oevers en groene akkerranden. Voor het voortbestaan van de agrarische sector is gezonde bodem en het in stand houden van de biodiversiteit essentieel. We zien een belangrijke rol voor de agrariër als natuurbeheerder en vogelbeschermer. Daarom stimuleren we het verbeteren en versterken van de biodiversiteit in de bodem, bovengronds, in het water, langs akkerranden en in weidevogelgebieden. Dit betekent dat agrarische activiteiten worden gecombineerd met het beheer van natuurlijke elementen. Hierbij kan je denken aan het creëren van bloemrijke akkerranden, natuurvriendelijke oevers en, het behoud van natuurlijke landschapselementen zoals houtwallen en (drink)poelen, en het stimuleren van biologische landbouwpraktijken. Deze maatregelen dragen bij aan het behoud van verschillende planten- en diersoorten en het versterken van de ecologische veerkracht in het gebied. Natuur inclusief boeren is dan ook ons speerpunt.

Kringlooplandbouw is een speerpunt. Hierbij gaat het om een manier van boeren waarbij niets wordt verspild en reststromen worden hergebruikt. Dat betekent dat alles dat door het landbouwsysteem wordt gebruikt, vanuit datzelfde systeem weer wordt aangevuld. Denk bijvoorbeeld aan plantenresten uit de akkerbouw of groenvoorziening die gebruikt worden als veevoer en mest van het vee dat weer gebruikt wordt op de akker. Door voldoende grond, goede bodemvruchtbaarheid, vruchtwisseling en optimale inzet van dierlijke mest te bevorderen, creëren we voordelen voor beide sectoren. Vooral op Wieringen en in Noordelijk Westfriesland is veeteelt te vinden. Hier zijn kansen voor extensieve veehouderij met kringlooplandbouw.

Daarnaast richten we ons op weidevogelbeheer, waarbij we speciale aandacht besteden aan het beschermen en bevorderen van het leefgebied van weidevogels. Denk hierbij aan het creëren van geschikte broed- en voedselgebieden en het nemen van 52

maatregelen om verstoring en predatie te minimaliseren. We streven ernaar om de weidevogelpopulaties te behouden en te verbeteren zodat deze iconische vogels een vertrouwd en onderdeel van ons landschap blijven.

We richten ons op de Wieringermeer voor de teelt van biobased gewassen, omdat de grote percelen hier geschikt zijn voor grootschalige landbouw. We realiseren ons echter dat in deze gebieden voornamelijk hoogrenderende gewassen, zoals pootaardappelen, worden verbouwd. Momenteel leveren biobased gewassen financieel aanzienlijk minder op dan traditionele gewassen. Daarom beschouwen we biobased teelt nu vooral als een wisselteelt. Dit is echter uitdagend, omdat veel biobased gewassen meerjarige teelten zijn, zoals Olifantsgras en Paulownia bomen, die moeilijk als wisselteelt kunnen worden gebruikt. We zien mogelijkheden voor deze gewassen op de minder vruchtbare landbouwgronden.

Agrariërs kunnen een belangrijke rol spelen in deze inspanningen en moeten worden beloond wanneer zij hieraan bijdragen. Dit kan door middel van verschillende subsidies die beschikbaar zijn vanuit het Rijk en de Provincie, maar ook de gemeente draagt actief bij aan verschillende projecten. Natuurbeheer en weidevogelbeheer zien we als mogelijkheid door de gehele gemeenten. De weidevogelleefgebieden liggen met name op Wieringen, maar ook in de Anna Paulownapolder en Noordelijk Westfriesland.

Als de vraag naar biobased materialen in de woningbouw toeneemt, wordt het verdienmodel waarschijnlijk aantrekkelijker. Als gemeente streven we ernaar om meer biobased materialen toe te passen in onze woningbouw. Onder ambitie 1. gaven we al aan dat we ons inspannen om in 2030 minimaal de helft van de woningen circulair te bouwen. We onderzoeken de mogelijkheid om een verplicht percentage biobased materialen op te nemen in nieuwe woningbouwontwikkelingen waar de gemeente initiatiefnemer is.

Onze agrariërs verbouwen biobased bouwmaterialen In het vorige hoofdstuk hebben we het al gehad over biobased bouwen. We zien voor de agrarische sector kansen om biobased materialen te verbouwen; deze sector kan bijvoorbeeld gewassen telen waar isolatiematerialen en andere bouwmaterialen van worden gemaakt. Het gaat dan met name om het verbouwen van biobased gewassen als wisselteelt. We onderzoeken of en waar we in Hollands Kroon hiervoor een pilot kunnen opzetten. Hierbij werken wij samen met de Omgevingsdienst Noord-Holland.

Verbreding van activiteiten: multifunctionele landbouw We brengen het verhaal van de agrarische sector in Hollands Kroon tot leven, zodat zowel onze inwoners als toeristen dit echt kunnen ervaren door de diverse agrarische activiteiten die worden aangeboden. Hiermee bedoelen we dat boeren, naast hun reguliere bedrijfsvoering, extra activiteiten aanbieden om mensen kennis te laten maken met het boerenleven. Denk hierbij aan gezellige theetuinen, kamperen bij de boer, boerderijexcursies en boerderijwinkels. Op deze manier verdienen boeren een extra inkomen en ontdekken de inwoners al het prachtigs dat in de gemeente wordt geproduceerd. Dit biedt ruimte voor diversiteit en nieuwe initiatieven die bijdragen aan de levendigheid van ons gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=446ef558-5736-4f56-800b-eda4e0fd0bd5