CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Verordening fysieke leefomgeving

Raad 23 november 2023, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Verordening fysieke leefomgeving [dit agendapunt is van de agenda gehaald]18.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

j.

Prostitutie: het zich beschikbaar stellen voor het doen van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

k.

Prostituee: degene die zich beschikbaar stelt voor het doen van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

l.

Sekswinkel: de voor het publiek bereikbare, besloten ruimte waarin vooral goederen met een erotischpornografische kenmerk aan particulieren worden verkocht of verhuurd.

m. Speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

25

Paragraaf 1 Bestrijding van ongeregeldheden Artikel 8.1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden de openbare orde te verstoren of deel te nemen aan een samenscholing, zich onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren. 2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of hij die een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een door het college of burgemeester aangewezen toezichthouder zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden om aanwezig te zijn op openbare plaatsen die door de burgemeester voor de openbare veiligheid zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen het in het derde lid bepaalde verbod. 5. Dit artikel geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten zoals bedoeld is in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 8.2 Verbod tot verblijf in een gebied 1. De burgemeester kan een persoon die de openbare orde of veiligheid heeft verstoord, verbieden om tijdens de periode die in dat verbod staat, op de in dat verbod aangewezen plaatsen te zijn. De burgemeester doet dit voor het beschermen van de openbare orde of veiligheid. Dit verbod geldt tijdens de in de bekendmaking van het verbod genoemde periode die maximaal 12 weken kan bedragen. 2. Voordat de burgemeester over gaat tot aanwijzing van gebieden waarvoor een verbod tot verblijf kan gelden, of tot omschrijving van overtredingen die tot verbod tot verblijf kunnen leiden, vind overleg plaats met de Officier van Justitie, zoals opgenomen in de Politiewet 2012.

Paragraaf 2 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 8.3 Exploitatie openbare inrichting 1. Voor het exploiteren van een openbare inrichting is een vergunning van de burgemeester nodig. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 3. Naast de weigering op basis van de algemene weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 3.6 houdt de burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of gelegen gaat komen; b. de soort en grootte van het horecabedrijf; c.

de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en het levensgedrag van die persoon.

d. Eventuele gebeurtenissen met geweld, overlast op straat of drugsgebruik in een periode van 6 maanden voor de aanvraag

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

26

4. Er is geen vergunning nodig voor een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel zoals bedoeld wordt in artikel 1 van de Winkeltijdenwet en de activiteiten van de openbare inrichting niet de hoofdactiviteiten zijn van de winkel; b. een zorginstelling; c. een museum; d. een bedrijfskantine of – restaurant. 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 3.6 of 8.3, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.

Artikel 8.4 Sluitingstijden 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten en er zijn geen bezoekers aanwezig op: a. maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 06.00 uur; b. op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur; c.

op 1 januari tussen 04.00 uur en 06.00 uur.

2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 3. Voor een openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 4. Het eerste en het tweede lid gelden niet in die situaties waarvoor in of volgens de Wet milieubeheer, de Omgevingswet of het besluit activiteiten leefomgeving bepalingen zijn opgenomen. 5. Na 01.00 uur mogen geen bezoekers meer worden toegelaten in een openbare inrichting. 6. De burgemeester kan voor het beschermen van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of voor bijzondere omstandigheden, voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 7. Lid 6 geldt niet voor die situaties waarover in artikel 13b van de Opiumwet bepalingen zijn opgenomen.

Artikel 8.5 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is, zoals omschreven in artikel 174 van de Gemeentewet, en welke bereikbaar is voor publiek dan treedt het college van burgemeester en wethouders, voor de toepassing van artikel 8.3 en 8.4, op als bevoegd bestuursorgaan.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

27

Paragraaf 3 Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet Artikel 8.6 Para-commerciële rechtspersonen 1. Een para-commerciële rechtspersonen mag alleen zwak alcoholhoudende drank schenken als zij daarvoor een vergunning als bedoeld in de Alcoholwet hebben. 2. Para-commerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend zwak alcoholhoudende drank van maandag tot en met zondag na 12.00 uur tot twee uur na de laatste activiteit, maar uiterlijk tot 00.00 uur. Artikel 1 van de Alcoholwet is van overeenkomstige toepassing. 3. De burgemeester kan 12 keer per jaar ontheffing verlenen van de schenktijden zoals opgenomen in lid 2. 4. Het schenken van zwak-alcoholhoudende dranken mag niet tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, bijeenkomsten die gericht zijn op mensen die normaal gesproken niet meedoen aan de activiteiten van de para-commerciële rechtspersonen en die tot oneerlijke concurrentie met reguliere horeca leiden. 5. De burgemeester kan een ontheffing verlenen van lid 4 als blijkt dat sprake is van een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard én het een maatschappelijke betekenis heeft én elk commercieel belang is uitgesloten. 6. Het schenken van sterke drank is ten alle tijden verboden.

Paragraaf 4 Toezicht op speelgelegenheden Artikel 8.7 Speelgelegenheden 1. Voor het exploiteren van een speelgelegenheid is een vergunning van de burgemeester nodig. 2. Er is geen vergunning nodig voor: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen, vergunning is verleend; b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel vergunning mag verlenen; c.

speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden •

om het kleine kansspel zoals wordt bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen, te beoefenen,;

•

om te spelen op speelautomaten zoals wordt bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen;

•

om de handeling zoals wordt bedoeld in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen uit te voeren.

Artikel 8.8 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

28

Paragraaf 5 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 8.9 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een, volgens artikel 174a van de Gemeentewet a. gesloten woning; b. een niet voor publiek bereikbaar lokaal; c.

een bij die woning of dat lokaal behorend erf,

te betreden. 2. Het is verboden een, volgens artikel 13b van de Opiumwet, a. gesloten woning; b. een niet voor het publiek toegankelijk lokaal; c.

een bij die woning of dat lokaal behorend erf;

d. een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf, te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen van wie de aanwezigheid in de woning of het lokaal om dringende reden nodig is.

Artikel 8.10 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor inbreken.

Artikel 8.11 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen en voor het publiek toegankelijke ruimtes 1. Het is verboden om op een openbare plaats of in een voor het publiek bereikbare ruimte zonder reden aanwezig te zijn, op een manier die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarvoor in de artikelen 424, 426b is of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 andere bepalingen zijn opgenomen.

Artikel 8.12 Verplichte route 1. Het is de, door de burgemeester aangewezen groepen van personen, verboden op de door hem aangewezen tijdstippen van een door hem aangewezen route af te wijken. 2. De burgemeester kan bepalen om af te wijken van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 8.13 Verboden drankgebruik 1. Op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het bevoegd gezag aangewezen gebied, mag geen alcoholhoudende drank worden gebruikt. Aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank mag een persoon ook niet bij zich hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

29

a. een terras dat hoort bij een horecabedrijf zoals wordt bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. de plaats, die niet een horecabedrijf is, zoals wordt bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt volgens artikel 35 van de Alcoholwet.

Artikel 8.14 Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Vervallen

Paragraaf 6 Honden Artikel 8.15 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het bevoegd gezag aangewezen plaats; c.

op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

2. Het bevoegd gezag kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt. 3. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.

Artikel 8.16 Verontreiniging door honden 1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: a. op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers; b. op een voor het publiek bereikbare en ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; c.

op een andere door het bevoegd gezag aangewezen plaats.

2. Het bevoegd gezag kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt. 3. Als de eigenaar of houder van de hond er voor zorgt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden opgeruimd dan vervalt de strafbaarheid van de overtreding op het gebod die in het eerste lid is bepaald. 4. In ieder geval moet ieder persoon, die met een hond in de onder lid 1 a t/m c genoemde gebieden is, verplicht een goed opruimmiddel bij zich hebben zodat eventuele hondenuitwerpselen onmiddellijk kunnen worden verwijderd.

Artikel 8.17 Gevaarlijke honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander:

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

30

a. niet anders dan kort aangelijnd nadat het bevoegd gezag aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk vindt en daarom een aanlijngebod om het gedrag van die hond nodig is; b. niet anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het bevoegd gezag aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk vindt en daarom een aanlijn- en muilkorfgebod om het gedrag van die hond nodig is. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 8.15, eerste lid onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.

Paragraaf 7 Vuurwerk en carbid Artikel 8.18 Verkoop consumentenvuurwerk Voor de verkoop van consumentenvuurwerk, zoals bedoeld in het vuurwerkbesluit is een vergunning nodig. De vergunning is gebonden aan de locatie.

Artikel 8.19 Carbid, acetyleengas afkomstig van carbid en gasmengsels of stoffen met vergelijkbare eigenschappen 1. Het is verboden: a. acetyleengas (C2H2) afkomstig van een reactie tussen carbid (calciumcarbid-chemische formule CAC2) water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen; b. al dan niet vernevelde, vloeistoffen of stoffen met vergelijkbare eigenschappen, in een wel of niet afgesloten vat, bus, fles of dergelijk voorwerp op explosieve wijze te verbranden op zo een manier dat daardoor gevaar, schade of hinder voor de omgeving kan worden veroorzaakt. 2. Het is verboden carbid op of aan de openbare weg of op een voor publiek bereikbare plaats bij zich te hebben of achter te laten zodat anderen per ongeluk met de stof in contact kunnen komen. 3. Het is verboden carbid af te leveren en voor aflevering bij zich te hebben als wordt vermoed of als bekend is dat daarvan gebruik wordt gemaakt zoals wordt omschreven in lid 1. 4. Het bepaalde in lid 2 en 3 geldt niet voor de persoon die kan aantonen dat het carbid niet bedoeld is voor het genoemde in lid 1. 5. Het verbod zoals opgenomen in lid 1 onder b en c geldt niet voor het normale gebruik van wettelijk toegestane verbrandingsmotoren. 6.

Het verbod zoals opgenomen in lid 1 onder a, geldt niet voor het gebruik van carbid voor het bereiken van een knaleffect of het verschieten van voorwerpen, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Het gebruik mag alleen plaatsvinden met een of meer melkbussen, of voorwerpen die daarop lijken, met elk een maximale inhoud van 50 liter. b. Het gebruik mag alleen plaatsvinden op 31 december van 10.00 uur tot uiterlijk 1 januari 02.00 uur. c.

Er een melding wordt gedaan welke voldoet aan de regels die zijn opgenomen in artikel 3.1.8.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

31

d. Bij het verschieten van voorwerpen moet de schootsrichting zijn aangegeven en de plaats vanwaar geschoten wordt. Deze plaats moet gelegen zijn: •

op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing, en

•

op een afstand van tenminste 300 meter van voorzieningen die worden gebruikt worden voor het houden van dieren.

7. Dit artikel is niet van toepassing als de Wet Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht geldt.

Paragraaf 8 Drugsoverlast Artikel 8.20 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet, is het verboden op of aan de weg te gaan staan of heen en weer te bewegen met als doel om middelen die worden bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, wel of niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Het is ook verboden om op of aan wegen te zijn, in of op een voertuig, daarmee heen en weer of rond te rijden, met hetzelfde doel zoals in de eerste zin staat beschreven.

Artikel 8.21 Drugsgebruik in het openbaar Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Artikel 8.22 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan volgens artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in •

artikel 8.1 samenscholingsverbod;

•

artikel 7.3 aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg;

•

artikel 8.13 verboden drankgebruik;

•

artikel 8.14 verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties;

•

artikel 8.21 drugsgebruik in het openbaar;

•

artikel 8.30 verbod om vuur te stoken,

groepsgewijs niet naleven.

Artikel 8.23 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan volgens artikel 151b van de Gemeentewet een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

32

veiligheidsrisicogebied. De burgemeester doet dat als de openbare orde wordt verstoord door de aanwezigheid van wapens of als er ernstige vrees is dat dit kan ontstaan.

Artikel 8.24 Cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester mag volgens artikel 151c van de Gemeentewet vaste camera’s plaatsen voor een bepaalde periode voor het toezicht op een openbare plaats.

Artikel 8.25 Woonoverlast zoals wordt bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Gedrag vanuit een woning of een bij die woning horend erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of erf, mag geen ernstige of herhaaldelijke hinder veroorzaken voor mensen die om deze woning of erf heen wonen. De persoon die de woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of dit, tegen betaling, in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, moet daarvoor zorgen.

Paragraaf 9 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Artikel 8.26 Geluidhinder 1. Het is verboden toestellen of geluidsapparaten te laten werken of een activiteit te doen op een manier zodat het voor iemand die in de buurt woont of voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Dit geldt niet voor apparaten die zorgen voor knallen om vogels of wilde dieren te verjagen of voor apparaten die worden gebruikt in een inrichting als bedoeld in de definitiebepaling van Hoofdstuk 7. 2. Een knalapparaat mag alleen in werking zijn als: a. er een melding voor is gedaan; b. het alleen wordt gebruikt voor de noodzakelijke verjaging van wild en/of gevogelte om schade aan gewassen te voorkomen dan wel te verminderen; c.

het alleen in werking is tussen 07.00 uur en 21.00 uur;

d. het op een geluidsgevoelig object van een derde een waarde van maximaal 75 dB(A) veroorzaakt; e. de afstand tussen een knalapparaat en een geluidsgevoelig object van een derde minimaal 250 meter bedraagt; f.

de afstand tussen een knalapparaat en de openbare weg minimaal 50 meter bedraagt;

g. de loop van een knalapparaat niet op een geluidsgevoelig object staat gericht; h. de knalfrequentie maximaal 6 knallen per uur bedraagt; i.

binnen 50 meter van een knalapparaat geen ander knalapparaat in werking is;

j.

dit apparaat iedere keer na 3 dagen, tenminste 25 meter wordt verplaatst;

k.

dit apparaat op hetzelfde perceel, tijdens een aangesloten periode van maximaal 4 weken in werking is.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

33

3. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1 voor wegwerkzaamheden, werkzaamheden aan het spoor of bouwwerkzaamheden of andere bijzondere aangelegenheden. Dan gelden de volgende voorwaarden: a. er moet een geluidsonderzoek worden aangeleverd. b. Er wordt bij bouw- of sloopwerkzaamheden gebruik gemaakt van de best beschikbare stille technieken. 4. Het verbod geldt niet als daarvoor regels zijn bepaald in het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale Omgevingsverordening Noord-Holland of als er in een besluit specifieke regels zijn gesteld over de maximaal toegestane geluidsbelasting en die regels worden nageleefd.

Artikel 8.27 Bescherming van Flora en Fauna 1. De eigenaar of gebruiker van gronden is verplicht de volgende plantensoorten te verwijderen indien deze planten overlast kunnen veroorzaken voor nabijgelegen gronden: a. Reuzenbereklauw (Heracleaum mantegazzianum) voordat de plant tot bloei komt; b. Japanse Duizendknoop (Fallopia japonica) voordat de plant tot bloei komt; c.

Jacobskruid (Senecio jacabaea) voordat de plant tot bloei komt;

d. Akkerdistel (Cirsium-soorten), Akkermelkdistel (Sonchus-soorten), Mariadistel (Silybium-soorten), wegdistel (Onopordon-soorten) en ridderzuring (Rumex obtusifolius), voordat deze tot knopvorming komen.

Paragraaf 9a Het bewaren van houtopstanden Artikel 8.27a begripsbepalingen 1. 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: 2. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; 3. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. 4. Iepziekte: e aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); 5. iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) 1. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. 2. Onder bomenlijst wordt verstaan de lijst met beschermwaardige houtopstanden in de gemeente Hollands Kroon, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

34

Artikel 8.27b Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de bomenlijst. 2. De vergunning kan worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c.

de waarde van de houtopstand voor dorpsschoon;

d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 3. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.

Artikel 8.27c bestrijding Iepziekte 1. Wanneer op een perceel één of meer iepen staan die naar het oordeel van burgemeester en wethouders

gevaar opleveren voor de verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers is de eigenaar en een ander rechthebbende van het perceel verplicht binnen een termijn van tien werkdagen na aanschrijving van burgemeester en wethouders de iepen: a. te vellen; b. te ontschorsen; en c.

de schors te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.

2. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Dit

verbod is niet van toepassing op:

a. geheel ontschorst iepenhout; b. iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm; of c.

vervoer van iepenhout door een erkend iepenaannemer.

3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder lid 2 gestelde verbod.

Artikel 8.27d afstand tot erfgrens 1. De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op nihil voor bomen, heesters en heggen op gemeentegrond.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

35

Paragraaf 10 Andere onderwerpen die te maken hebben met de huishouding van de gemeente Artikel 8.28 Inzameling van geld of goederen 1. Om een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daarvoor een intekenlijst aan te bieden is een vergunning nodig. 2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt ook verstaan: a. het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken; b. het aanbieden van diensten; c.

het aanvaarden van geld of goederen als daarbij wordt gezegd of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of voor een deel voor een liefdadig of ideëel doel bestemd is.

3. Er is geen vergunning nodig voor een inzameling die: a. alleen in besloten kring gehouden wordt; b. door een instelling met een CBF-keurmerk wordt uitgevoerd; c.

door een andere, door het college aangewezen instelling, wordt uitgevoerd

4. Het collecteren is toegestaan op maandag t/m zaterdag tussen 08:00 en 20:00 uur.

Artikel 8.29 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Paragraaf 11 Verbod vuur te stoken Artikel 8.30 Verbod om afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of op een andere manier vuur te stoken 1. Het is buiten een inrichting verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden of op een andere manier vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod geldt niet als het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, als geen afvalstoffen of geïmpregneerd hout worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, als dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3. Het bevoegd gezag kan in bepaalde gevallen ontheffing te verlenen. 4. Het verbod geldt niet als hiervoor iets is geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale Omgevingsverordening.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

36

Paragraaf 12 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke Artikel 8.31 Seksinrichtingen 1. Voor het leiden of wijzigen van een seksinrichting of escortbedrijf is een vergunning van de burgemeester nodig. 2. Voor het aanvragen van een vergunning gelden de regels die zijn opgenomen in artikel 3.1 lid 9. 3. De burgemeester kan voor niet meer dan twee seksinrichtingen vergunning verlenen.

Artikel 8.32 Gedragseisen exploitant en beheerder 1. De exploitant en de beheerder: a. staan niet onder curatele, zijn niet onder toezicht geplaatst en zijn niet uit de ouderlijke macht of de voogdij ontzet; b. is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c.

is minimaal 21 jaar.

2. Naast de gestelde eisen in lid 1, zijn de exploitant en de beheerder niet: a. met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis volgens artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; c.

binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf zoals wordt bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: •

bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;

•

de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;

•

de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

•

de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen;

•

de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;

•

de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld:

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

37

a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, behalve als de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de beslissing op de aanvraag van de vergunning; b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 5. De exploitant/ondernemer of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant/ondernemer of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor tenminste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 8.31, eerste lid, is ingetrokken, behalve als aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

Artikel 8.33 Sluitingstijden 1. Van maandag tot en met zondag tussen 04.00 en 06.00 uur is de seksinrichting gesloten en is het verboden om bezoekers binnen te laten of te laten verblijven. 2. Als er belangen zijn die niet bij elkaar passen of als het niet klopt met de bepalingen in dit hoofdstuk dan kan de burgemeester met een regel voor een aparte seksinrichting, tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of, tijdelijk of voor altijd, een gedeelte of de gehele inrichting sluiten. 3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet als hierover in de daarin geregelde onderwerpen al regels zijn bepaald in of door het Besluit activiteiten leefomgeving. 4. Net zoals is bepaald in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het tweede lid bedoelde besluit bekend zoals staat in artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8.34 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 1. Tijdens de openingstijden van de seksinrichting moet de exploitant of beheerder, die op de vergunning zijn genoemd, aanwezig zijn. 2. De exploitant en de beheerder zorgen er de hele tijd voor dat in de seksinrichting: a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen die dat niet mogen volgens de bepaalde regels in de Wet arbeid vreemdelingen en/of de Vreemdelingenwet. c.

geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen die jonger zijn dan 18 jaar;

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

38

d. bedrijfsafspraken worden gemaakt waarbij de toepassing van veilige sekstechnieken van de prostituées verbeterd wordt; e. bedrijfsafspraken worden gemaakt waardoor de prostituées ervan verzekerd zijn dat zij voor zichzelf mogen beslissen; f.

bedrijfsafspraken worden gemaakt waarbij wordt meegewerkt aan projecten die gezondheidsproblemen voorkomen.

Artikel 8.35 Straatprostitutie Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere manier, voorbijgangers tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken.

Artikel 8.36 Sekswinkels Het runnen van een sekswinkel is voor bescherming van de openbare orde of de woon- en leefomgeving, niet toegestaan.

Artikel 8.37 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende (de persoon die recht heeft op) een vast gevestigde zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische karakter openlijk te tonen, aan te bieden of aan te brengen: a. als het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de manier van tonen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt; b. op een andere manier dan volgens de door het bevoegd bestuursorgaan voor de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tonen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die bedoeld zijn voor het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Artikel 8.38 Aanvullende weigeringsgronden Naast de algemene weigeringsgronden zoals die staan in artikel 3.6 kan de vergunning ook worden geweigerd als: 1. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 8.32 gestelde eisen; 2. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn die dat niet mogen volgens artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of door bepalingen in of door de Wet arbeid vreemdelingen en/of de Vreemdelingenwet. 3. de veiligheid van personen of goederen in gevaar is;

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

39

4. de arbeidsomstandigheden van de prostituee in gevaar zijn.

Artikel 8.39 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 2:1 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 8.40 Wijziging beheer 1. Als een beheerder het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf echt heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de echte beëindiging van het beheer, schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. 2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder als het bevoegd bestuursorgaan, op aanvraag van de exploitant, heeft besloten de verleende vergunning, volgens de wijziging in het beheer, te wijzigen. Wat er bepaald is in artikel 8.38, eerste lid, aanhef en onder a, is op dezelfde manier van toepassing. 3. In afwachting van het bedoelde besluit in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant de aanvraag, zoals wordt bedoeld in het tweede lid, heeft ingediend. De nieuwe beheerder kan het beheer uitoefenen tot dat over de aanvraag is besloten.

Hoofdstuk 9 Winkeltijden a. Feestdagen: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, eerste en tweede Kerstdag. b. Werkdagen: maandag tot en met zaterdag.

Artikel 9.1. (Algemene) vrijstelling voor zon- en feestdagen gedurende bepaalde uren Voor de in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Winkeltijdenwet opgenomen verboden geldt van 10.00 uur tot 18.00 uur een algemene vrijstelling.

Artikel 9.2. Ramadan De, in artikel 2, tweede lid, van de Winkeltijdenwet, opgenomen verboden over de zondag en de feestdagen, gelden tijdens de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang, niet voor het te koop aanbieden en verkopen van brood en gebak dat speciaal bestemd is voor hen die zich aan de Ramadan houden.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

40

Artikel 9.3. Individuele ontheffingen (besluit over uitzondering) 1. Het bevoegd gezag kan een ontheffing verlenen op het in artikel 2, eerste lid, van de Winkeltijdenwet opgenomen verbod als het gaat over: a. werkdagen voor 06.00 uur en na 22.00 uur; b. op tijden die vallen buiten de algemene vrijstelling voor de zon- en feestdagen zoals opgenomen in artikel 9.1. 2. De ontheffing kan naast de algemene weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 3.6, worden geweigerd als de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel op basis van de ontheffing.

Artikel 9.4. Intrekken of wijzigen ontheffing Het bevoegd gezag kan, naast de algemene intrekkingsgronden zoals opgenomen in artikel 3.5, een ontheffing intrekken of wijzigen als het open zijn van de winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse.

Hoofdstuk 10 Regels over duurzaamheid - GERESERVEERD Hoofdstuk 11 Afvalstoffen - GERESERVEERD Hoofdstuk 12 Havens - GERESERVEERD Hoofdstuk 13 Toezicht en handhaving Artikel 13.1 Toezichthouders Toezichthouders zijn personen die door een besluit van het bevoegde bestuursorgaan zijn aangewezen om toezicht te houden op de naleving van de regels die bepaald zijn bij of krachtens deze verordening.

Artikel 13.2 Binnentreden woningen Toezichthouders zoals opgenomen in artikel 13.1 mogen een woning binnen treden zonder toestemming van de bewoner als dit nodig is om de openbare orde, veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen te beschermen.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

41

Hoofdstuk 14 Strafbepalingen Artikel 14.1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, met uitzondering van de op grond van artikel 3.4. lid 2 gegeven voorschriften en beperkingen, wordt bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover de Wet op de economische delicten voorziet in strafbaarstelling. 3. Bij oplegging van een straf zoals opgenomen in het eerste lid kan openbaarmaking van het vonnis worden gelast.

Hoofdstuk 15 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 15.1 Intrekking oude regelingen De volgende verordeningen en beleidsregels worden ingetrokken: •

Bouwverordening Hollands Kroon, vastgesteld op 24 mei 2012, gewijzigd op 19 december 2013;

•

Erfgoedverordening gemeente Hollands Kroon, vastgesteld op 1 oktober 2013, gewijzigd op 17 december 2020;

•

Verordening op de prostitutiebedrijven, vastgesteld op 23 april 2015;

•

Algemene plaatselijke verordening Hollands Kroon 2014, vastgesteld op 23 april 2015, gewijzigd op 19 december 2019, 28 januari 2021 en 13 oktober 2022;

•

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon 2014, vastgesteld op 28 november 2013;

•

De Verordening fysieke leefomgeving, vastgesteld op 16 december 2021.

•

Winkeltijdenverordening gemeente Hollands Kroon, vastgesteld op 1 oktober 2013.

Artikel 15.2 Overgangsbepalingen 1. Besluiten, genomen bij of krachtens de in artikel 15.1 genoemde regelingen, die golden op het moment van inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, worden aangemerkt als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Aanvragen voor vergunningen en ontheffingen op het gebied van de fysieke leefomgeving waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden afgehandeld volgens de regels van de verordeningen die golden op het moment van de aanvraag. Aanwijsbesluiten genomen op basis van de Erfgoedverordening worden ook aangemerkt als aanwijsbesluiten volgens deze verordening. 3. Handhavings- en gedoogbesluiten op basis van de in artikel 15.1 genoemde regelingen worden aangemerkt als handhavings- en gedoogbesluiten genomen volgens deze verordening. 4. Aanwijzingsbesluiten van toezichthouders bij of krachtens de in artikel 15.1 genoemde regelingen worden aangemerkt als aanwijsbesluiten van toezichthouders genomen krachtens deze verordening.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

42

5. Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen bij of krachtens de in artikel 15.1 genoemde regelingen wordt beslist met inachtneming van deze verordening. 6. Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig en in gebruik zijn genomen geldt de schriftelijke toestemming of vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning volgens deze verordening. 7. Als het bevoegd gezag van mening is dat een schriftelijke toestemming of een al verleende vergunning zoals bedoeld wordt in het zesde lid, niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening kan zij de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het bevoegd gezag meer informatie over de leiding moet verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet indienen. Doet hij dit niet dan vervalt de schriftelijke toestemming op een tijdstip die door het bevoegd gezag wordt bepaald. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fysieke leefomgeving gemeente Hollands Kroon

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 23 november 2023 De griffier,

De voorzitter,

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

43

Bijlage: Werkingsgebied Aardkundige waarden

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

44

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

45

TOELICHTING Verordening fysieke leefomgeving

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

46

Ter voorbereiding op de Omgevingswet is een Verordening fysieke leefomgeving (Vfl) opgesteld. In deze verordening komen de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving samen. Omdat niet alle regels opgenomen kunnen worden in een verordening zijn er ook beleidsregels horende bij de verordening fysieke leefomgeving opgesteld. De Vfl, inclusief beleidsregels vormt, samen met onze Omgevingsvisie, de instructieregels vanuit het Rijk en de provincie en de bruidsschat (de regels die vanuit het Rijk naar gemeenten komen), de basis voor het Omgevingsplan. Hollands Kroon is in 2012 ontstaan door een fusie tussen de voormalige gemeenten Anna Paulowna, Niedorp, Wieringen en Wieringermeer. Een deel van het beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving is in de loop van de jaren samengevoegd. Maar voor een groot deel van de bestemmingsplannen geldt dit niet. Door het opstellen van de Vfl en bijhorende beleidsregels maken wij voor bepaalde onderwerpen al een eerste slag in het samenvoegen en actualiseren van deze regels. Een groot deel van de regels in de Vfl en bijhorende beleidsregels gaat straks in één keer over naar het Omgevingsplan. Er blijft ook een deel achter. Bijvoorbeeld de regels die vallen onder de bevoegdheid van de burgemeester zoals de openbare orde. In de Omgevingswet is bepaald dat deze regels niet in het Omgevingsplan opgenomen mogen worden.

Wij kiezen er bewust wel voor om ook deze regels mee te nemen in de Vfl, zodat alle regels op het gebied van de fysieke leefomgeving op één plaats zijn gebundeld. Bepaalde hoofdstukken of delen daarvan zijn een verordening zoals in de landelijke wetgeving daarvoor is bepaald. Dit gaat bijvoorbeeld om het hoofdstuk Afvalstoffen en Erfgoed. Naast het samenvoegen van de regels is dit ook hét moment om kritisch te kijken naar de regel zelf. Past een regel nog bij Hollands Kroon? Is er een aanpassing nodig of kan de regel wellicht geschrapt worden? Voor onze inwoners zijn de huidige regels niet altijd begrijpelijk. Daarom wordt de nieuwe verordening zo veel als mogelijk in begrijpelijke taal (taalniveau B1) geschreven. De regelingen voor de bruidsschat zijn nog niet in deze verordening opgenomen. De gemeente kiest ervoor om deze regels die nu vanuit het Rijk zijn voorgeschreven nog niet aan te passen. De regels zijn bij ondernemers bekend en werken. Omdat er nu al zo veel veranderingen zijn lijkt het te veel om nu ook die ongeveer 600 regels ook nog eens aan te passen. Daarnaast willen wij kijken welke regels uit de bruidsschat regionaal afgestemd moeten worden om zo shoppen van bedrijven te voorkomen. Dit wordt met de Omgevingsdienst en de regiogemeenten opgepakt.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Dit hoofdstuk bevat de omschrijving van de begrippen die in de volgende hoofdstukken zijn opgenomen.

Hoofdstuk 2 Algemene regels ter instandhouding, bescherming, onderhoud en beheer fysieke leefomgeving Dit hoofdstuk is gebaseerd op artikel 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet. In de fysieke leefomgeving vindt een breed scala aan activiteiten plaats, die door veel verschillende mensen/bedrijven worden uitgevoerd en die verschillend van aard, omvang en duur zijn. Ook de gevolgen van die activiteiten voor de fysieke leefomgeving verschillen. De algemene zorgplicht houdt in dat iedereen bij zijn

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

47

activiteiten voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving in acht neemt. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de verontreinigingen bij werkzaamheden. In het kader van de algemene zorgplicht is de veroorzaker verplicht dit op een juiste en veilige manier op te ruimen. Het artikel uit de voorgaande APV hierover, komt dan ook niet als zodanig terug in deze verordening. De functies van de zorgplicht zijn: •

bewust maken van de eigen verantwoordelijkheid van burgers voor de behartiging of het ontzien van bepaalde belangen,

•

bieden van een leidraad voor gedrag, wanneer geen concrete gedragsbepalingen voorhanden zijn of deze niet toereikend blijken,

•

bieden van een maatstaf voor de beoordeling van gedrag, en – bieden van een rechtvaardigingsgrond voor bestuursrechtelijke handhaving in gevallen van onmiskenbare

strijd met de zorgplicht

(vangnetfunctie). In de verordening is het oplaten van ballonnen niet toegestaan. Ballonnen komen na het oplaten ongecontroleerd neer en veroorzaken op de bodem en in het waterschade aan het milieu. Dieren kunnen verstrikt raken in (de resten van) neergekomen ballonnen en zien deze aan voor voedsel. Ballonnen veroorzaken zo sterfte onder dieren. Daarnaast leveren ballonnen die opgelaten worden met hete lucht door middel van een brandertje door de constructie en het open vuur, ook een risico op schade en brand op. Het gaat hier dus zowel om met gas gevulde ballonnen als om ballonnen met een brandertje die onder allerlei namen in de handel zijn (herdenkingsballon, geluksballon, vuurballon, gelukslampions, Thaise wensballon enzovoorts). Om te voorkomen dat ook weerballonnen en heteluchtballonnen onder het verbod vallen is opgenomen dat het alleen ballonnen betreft die zonder sturing wegdrijven.

Hoofdstuk 3 Proces In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gaan over het proces voor het indienen van een aanvraag, ontheffing, melding of kennisgeving. Onder de Omgevingswet dient een aanvraag omgevingsvergunning via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ingediend te worden. Dit geldt niet als het DSO op dat moment hier nog niet in voorziet. Wanneer het DSO (nog) niet de mogelijkheid biedt om de aanvraag, ontheffing, melding of kennisgeving in te dienen, dient dit via de gemeentelijke website te gebeuren. In de voorgaande verordeningen zijn verschillende procedureregels en termijnen opgenomen. In deze verordening is één procedure opgenomen die voor alle aanvragen hetzelfde is. Het bevoegd orgaan beslist binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag behalve als in de verordening of in wetgeving een andere termijn is bepaald. In deze verordening zijn burgemeester en wethouders in beginsel het bevoegd gezag. Als er sprake is van een ander bevoegd gezag dan is dat in het artikel specifiek benoemd.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

48

Bij een vergunning of melding kunnen voorschriften worden opgenomen. Deze voorschriften zijn bijzondere verplichtingen die alleen voor deze vergunninghouder gelden. Dit kunnen ook beperkingen zijn voor bijvoorbeeld plaats en tijdsduur. Dit geldt bijvoorbeeld bij schaarse vergunningen zoals standplaatsen, prostitutiegerelateerde zaken en vanzelfsprekend is het verplicht de voorschriften na te komen. In de verordening zijn algemene weigeringsgronden opgenomen. Deze weigeringsgronden gelden voor alle benodigde vergunningen en ontheffingen. In sommige situaties zijn er specifieke weigeringsgronden. Deze zijn dan opgenomen in het betreffende artikel en niet in hoofdstuk 3. Een voorbeeld hiervan is artikel 7.12 Standplaatsvergunning. Hierin is opgenomen dat naast de algemene redenen om te weigeren (artikel 3.6) toestemming ook kan worden geweigerd als er door bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente te veel aanbod is uit één tak van handel. Als het aantal vergunningen of ontheffingen dat verleend kan worden beperkt is en er meer vergunningen of ontheffingen gevraagd worden dan kunnen worden verleend geldt een maximale termijn van 5 jaar. Het gaat hierbij in ieder geval om vergunningen en ontheffingen voor standplaatsen, kansspelen en sexinrichtingen.

Hoofdstuk 4 Erfgoed Het doel van de regels in dit hoofdstuk is het behouden en beschermen van onroerend cultureel erfgoed dat onvervangbaar is. Onroerend cultureel erfgoed is van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of van uitzonderlijke schoonheid. Door de aanwijzing als rijk, provinciaal of gemeentelijk monument, archeologisch monument of beschermd stads- of dorpsgezicht, krijgt het erfgoed waar het over gaat, een beschermde status. In dit hoofdstuk zijn de regels uit de ‘Erfgoedverordening Hollands Kroon’ overgenomen. De mogelijkheid tot het aanwijzen van bijzonder erfgoed is in deze verordening toegevoegd. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het aanwijzen van tuunwallen, zoals we die kennen op Wieringen . Daarnaast is een regeling toegevoegd met betrekking tot de molenbiotoop rondom onze historische molens. De regeling ziet toe op de bescherming van de molenbiotoop buiten de bebouwde kom. In de verordening is opgenomen dat de gemeente een erfgoedregister bijhoudt. In het erfgoedregister zijn de monumenten opgenomen. Het erfgoedregister kan iedereen inzien op de gemeentelijke website. Voor de aanwijzing of aanpassing van een gemeentelijk monument vraagt de gemeente advies aan de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit.

Voor het verbouwen, strijdig gebruiken of aanleggen bij een beschermd gemeentelijk, provinciaal of rijksmonument is een omgevingsvergunning nodig. Ook hierover adviseert de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit. De aanwijzing van de genoemde commissie is niet in deze verordening geregeld. Hollands Kroon wil haar bijzondere gebouwen behouden. Maar oude(re) panden vragen ook onderhoud en soms zijn de kosten zo hoog dat een andere functie nodig is. Om deze panden te behouden werkt de gemeente mee aan het splitsen van karakteristieke gebouwen in een of meerdere wooneenheden. Het gaat in dit artikel

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

49

om panden die al een woonbestemming hebben. Panden die een andere bestemming hebben doorlopen een andere procedure omdat daar de onderliggende bestemming aangepast moet worden. Bijvoorbeeld bij een agrarisch perceel dat naar wonen wordt veranderd. Ook gelden daar andere regels op grond van de provinciale verordening. Om inzichtelijk te maken wat er op het erf en met het gebouw gebeurt moet een erfinrichtingsplan worden toegevoegd aan de aanvraag. Dit is onderdeel van de vergunning zodat ook duidelijk is dat de situatie zo moet worden uitgevoerd en zo blijft. Hierin moeten onder andere de plek van de parkeerplaatsen worden aangegeven, de landschappelijke inpassing van eventuele bijgebouwen en de nieuwe erfindeling. De uitvoering van normaal onderhoud is toegestaan zolang de bijzonderheden, beschrijving, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument of de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigen. Hierbij geldt dat wanneer bepaalde materialen of technieken niet meer beschikbaar zijn of toegepast worden volstaan kan worden met een waardig alternatief. Nieuw in de verordening is een regeling ter bescherming van aardkundige waarden. Deze regeling lag eerder bij de provincie. Met de komst van de provinciale Omgevingsverordening is deze regeling komen te vervallen. Om de aardkundige waarden te kunnen beschermen is er een regeling opgenomen in deze verordening.

Hoofdstuk 5 Begraven Het hoofdstuk over begraven heeft een grote verandering ondergaan ten opzichte van de eerdere Verordening en het uitvoeringsbesluit. Een heel aantal bepalingen over de uitvoering en toezicht op begraafplaatsen waren opgenomen in de verordening, maar hoorden feitelijk thuis in het uitvoeringsbesluit. Ook de afmetingen van grafbedekking en maatregelen die het aanzicht van de begraafplaatsen regelden zijn verplaatst naar het uitvoeringsbesluit. Het college kan in een uitvoeringsbesluit meer regels stellen voor zaken die nodig zijn voor het verzorgen en het onderhoud van de begraafplaatsen. Inhoudelijk zijn er weinig wijzigingen aan de afmetingen van de grafbedekking of asbussen. Een melding is nodig voor het aanbrengen van grafbedekking en moet passen in de voorwaarden van het uitvoeringsbesluit. Die is verplicht zodat de beheerder weet wat er wordt geplaatst, de kosten daarvan in rekening kunnen worden gebracht en kan worden gekeken of het aanzicht van de begraafplaats niet wordt aangetast.

Hoofdstuk 6 Welstand – gereserveerd

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

50

Hoofdstuk 7 Openbare ruimte De regels in hoofdstuk 7 zijn opgenomen voor een goede inrichting en gebruik van de openbare ruimte. De regels komen grotendeels overeen met de regels die in de APV zijn opgenomen. Door gebruik van het begrip ‘openbare plaats’ kan het artikel ook worden toegepast bij de aanpak van illegaal in gebruik nemen van stukken gemeentegrond door inwoners, bedrijven of instellingen. Het artikel 7.2 geeft een rechtsgrond om op te treden tegen de ingebruikname. Met betrekking tot de regels voor parkeren is opgenomen dat als parkeernorm wordt uitgegaan van het gemiddelde van de minimale en maximale parkeerkencijfers van het CROW. Dit geldt ook voor fietsparkeren. Uitgangspunt voor parkeren en laden en lossen bij bedrijven dat dit op eigen terrein dient plaats te vinden. Als dit niet mogelijk is, kan hiervan worden afgeweken. De stedelijkheidsklasse (hoeveel adressen er zijn in een gebied van 1 vierkante kilometer) van Anna Paulowna, Hippolytushoef en Wieringerwerf is "weinig stedelijk". De andere kernen en het buitengebied vallen onder de stedelijkheidsklasse "niet stedelijk". De stedelijke zone is in alle kernen "rest bebouwde kom" en buiten de kernen "buitengebied". Het maken van een uitweg kan momenteel met een melding. In de verordening is een vergunningplicht opgenomen.

De vergunningplicht komt voort uit de regels die in het kader van de Omgevingswet vanuit het rijk naar gemeenten gaan, de zogenoemde Bruidsschat. De regels in de Bruidsschat krijgen wij op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Aanpassing van de regels is mogelijk middels het Omgevingsplan. De perceeleigenaar/gebruiker moet een parkeerplaats die hoort bij een woning in stand houden. Anders komt de parkeerdruk alsnog in de wijk te liggen. Hiervoor moet een contract worden opgesteld. Daar zit ook een boeteclausule in om te waarborgen dat de parkeerplaats ook echt blijft liggen. Het parkeren van grote voertuigen is recent weer opgenomen in de APV en daarom ook in de Vfl. Er wordt soms overlast ervaren van het parkeren van (bedrijfs-) busjes in straten. Met het opnemen van die regels ontstaat een handhavingstitel om dat te voorkomen. In de verordening zijn regels voor handelsreclame toegevoegd. Deze regels werden gemist in beoordeling van aanvragen voor het plaatsen van reclame. Reclame is alleen toegestaan op eigen terrein. Voor het plaatsen van reclame is een omgevingsvergunning nodig. In bepaalde situaties is dit, binnen de bebouwde kom niet noodzakelijk. Het plaatsen van tijdelijke reclame in de vorm van driehoeksborden rondom lantaarnpalen blijft verboden. Dit verbod is opgenomen met het oog op tegengaan van verrommeling en ontsiering van de openbare ruimte.

Dat geldt niet voor niet-commerciele activiteiten als overheidscampagnes, sport- en cultuurevenementen. Dit zijn geen commerciele activiteiten en beogen een algemeen belang. Deze zijn onder voorwaarden vrijgesteld van het verbod tot plaatsen van tweehoeks- of driehoeksborden of spandoeken.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

51

Hoofdstuk 8 Openbare orde en veiligheid De regels in hoofdstuk 8 zijn bedoeld voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid. De regels komen overeen met de regels uit de APV. Daarnaast zijn ook de regels uit de Verordening op de prostitutiebedrijven Hollands Kroon 2015 opgenomen in het hoofdstuk. Voor de bescherming van flora en fauna zijn eigenaren of gebruikers van gronden verplicht de Reuzenberenklauw en de Japanse Duizendknoop te verwijderen. Ook de diverse distelsoorten blijven onder de werking van de verordening vallen. Distel (Cardius-soorten), mariadistel (Silybium-soorten), wegdistel (Onopordon-soorten), ridderzuring (Rumex obtusifolius) en Jacobskruid (Senecio jacobaea) blijven opgenomen. Eerder is door de gemeenteraad besloten de vergunningsplicht voor bomen van inwoners te laten vervallen. Voor de gemeentelijke bomen geldt dat deze deel uitmaken van de openbare ruimte en in die zin publiek bezit zijn. Om die bomen te kappen is een zorgvuldige afweging gewenst, die getoetst kan worden door onze inwoners en eventueel zelfs door de rechter. De kapvergunning voor gemeentelijke bomen zoals benoemd in de bomenlijst blijft dan ook in stand. De criteria die in artikel 8.27b, lid 2 worden genoemd zijn bedoeld om deze afweging zo goed mogelijk te kunnen maken.

De weigeringsgronden zijn niet dwingend bepaald; als de houtopstand aan één of meer van de criteria voldoet betekent dat dus niet automatisch dat de vergunning moet worden geweigerd. In de onderstaande toelichting op de weigeringsgronden worden deze zoveel mogelijk meetbaar gemaakt. a. Natuurwaarde Elke boom heeft een bepaalde natuurwaarde. Alleen indien er sprake is van een verhoogde natuurwaarde kan de aanvraag op basis van deze weigeringsgrond geweigerd worden. Bomen staande in een natuurgebied of die deel uitmaken van een ecologische verbindingszone hebben altijd een verhoogde natuurwaarde, zij bieden vanwege hun standplaats meer en betere schuil- en foerageergelegenheid voor dieren. Daarnaast kan een boom een bijzondere natuurwaarde hebben als er bijvoorbeeld een vaste verblijfplaats van vogels of zoogdieren aanwezig zijn in de houtopstand. b. Landschappelijke waarde Het gaat hier vooral om houtopstanden in het landelijk gebied. Bomen kunnen een landschappelijk element vormen die zorgen dat het (historisch) landschap gelezen kan worden. Hieronder vallen bijvoorbeeld bepaalde weg- en laanbeplantingen en beplanting die de begrenzing aan van kavels of bijzondere plekken in het landschap accentueren, zoals een houtsingel of een rij knotwilgen. Een landschappelijk element bestaat veelal uit meerdere bomen.

Bij de beoordeling van de aanvraag wordt meegenomen of ondanks het kappen van één of een deel van de houtopstand het landschappelijk element duurzaam in stand gehouden wordt. Indien dit niet het geval is, kan dit leiden tot een weigering van de aanvraag.

Verordening fysieke leefomgeving, versie 2.0

52

c. Waarde voor dorpsschoon Deze waarde wordt bepaald door het feit dat de boom een onderdeel is van een boomgroep of laanbeplanting die de karakteristieke structuur van het dorp zichtbaar maakt. Deze weigeringsgrond is ook van toepassing op de bomen die onderdeel uitmaken van het beschermd dorpsgezicht, zoals is vastgesteld in het bestemmingsplan. d. Beeldbepalende waarde Deze weigeringsgrond is aan de orde indien de boom of bomen vanaf de openbare weg duidelijk zichtbaar zijn en een voor de soort karakteristieke kroonvorm heeft. Zijn er in de directe omgeving geen bomen aanwezig die de (beeldbepalende) functie van de boom (of bomen) over kan nemen en/of zou het als een gemis in het straatbeeld worden ervaren als deze boom of bomen zouden verdwijnen. Dan is deze weigeringsgrond aan de orde. Behoud van de houtopstand prevaleert indien deze een karakteristieke vorm heeft, van een zeldzame omvang of soort is, wanneer deze een bijzondere standplaats heeft of wanneer deze een karakteristieke structuur zichtbaar maakt. e.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=bbd2dea3-c5a7-403a-9290-17ae23ad68cc