Bijlage 1.Nota Omgevingskwaliteit
Tekst van het document
Erfbeplanting met boomgaarden, foto: Van Paridon x de Groot landschapsarchitecten
88
| Gebiedsgericht beleid
Kenmerkend voor de erven die bij deze chique linten horen is de stevige, rijkelijke beplantingsstructuur, met boomgaarden, erfbosjes, bossingels, bomenlanen en hagen. Een deel van de erven wordt rondom begrensd door sloten, vrijwel alle erven hebben zijsloten. Typerend is de lengtesloot die vaak de scheiding vormt tussen de boomgaard en het woonerf. Deze smalle sloot zorgt voor afwatering van de boomgaard en dienst als veekering voor kleinvee in de boomgaard. De erven hebben een verfijnde detaillering met sierhekken, grindpaden en siertuinen bij de voorhuizen.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Wieringerwaard (dorp) In de polder Wieringerwaard ligt één kern: het gelijknamige Wieringerwaard. Na de drooglegging van de polder in 1610 gingen de boeren zich hier vestigen. De eerste bebouwingsconcentratie is ontstaan nabij het kruispunt Molenweg/Zijperweg. Het betrof hier voornamelijk stolpboerderijen. Een verdere uitbreiding van het dorp vond plaats langs de Sluizerweg. Deze uitbreiding bestond voornamelijk uit kleine landarbeiderswoningen. Later zijn de gebieden tussen de boerderijen ook verder bebouwd met stedelijk aandoende panden als woonhuizen, notabelen woningen, enz. De structuur van het dorp is die van een lintdorp met aan weerszijden bebouwing. Ook aan de haaks op de Sluizerweg staande Molenweg bevindt zich aan twee zijden bebouwing. Het dorp Wieringerwaard heeft tot ver in de jaren ’50 Tweewegen geheten. De naam Wieringerwaard is dus van latere datum. Het dorp heeft in de periode 1850-1940 nauwelijks functieveranderingen ondergaan. Wieringerwaard is vanaf zijn ontstaan een agrarisch dorp geweest en is dat nog steeds. In de periode 1945-1975 krijgt het dorp een uitbreiding buiten het lint. Het is een typische wederopbouw structuur met de zogenaamde stempels, identieke doorzonwoningen en openbare ruimte inrichting. De huizen staan in rijtjes of per twee en bestaan uit één of twee bouwlagen met daarop een langskap.
De muren zijn gemaakt met gele of rode baksteen, en de dakpannen zijn antraciet. In de openbare ruimte neemt de auto veel plek in om te parkeren, ook op straat. Het groen bestaat uit een aantal grasveldjes, soms met bomen aan de randen, die vaak met speelmogelijkheden ingericht zijn. In de periode daarna, de Post-65 periode, wordt er aan de westkant van de eerste uitbreiding een rijtje huizen toegevoegd en aan de noordkant komt een kleine uitbreiding. De huizen zijn per rijtje identiek maar de rijtjes onderling zijn meer gevarieerd dan die van voorgaande bouwperiode. De huizen bestaan uit één of twee lagen met een langskap of soms een mank dak (asymmetrisch dak). In de gevels zijn soms details van ander materiaal verwerkt, zoals hout of HPL panelen (?), welke vaak van origine in pasteltinten geverfd zijn. De openbare ruimte is vergelijkbaar met de vorige bouwperiode
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
89
De periode 2005 tot nu brengt Wieringerwaard een grote uitbreiding, aan de noordkant. De bouwtypologieën variëren tussen vrijstaande huizen, twee-onder-eenkaphuizen en doorzonwoningen. Al deze huizen bestaan uit twee lagen met een kap. Dat is meestal een dwars- of langskap of schilddak. De bouwtypologieën staan gesorteerd bij elkaar per zijde van de straat. Materiaalkeuze wisselt ook per rij. Bij de grotere uitbreidingen uit deze periode spelen groen en water vaak een belangrijke rol. Ook bij Wieringerwaard is dat het geval: water is een bepalende en opvallende factor in de buurt. De aangelegde watergang in deze buurt is gebaseerd op een zichtlijn georiënteerd op de kenmerkende watertoren van Wieringerwaard.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Evenwijdig aan de uitbreiding van Wieringerwaard ligt een sportcomplex. Het gaat om een aantal sportvelden (o.a. voetbalvelden, Jeu de Boulesbaan, tennisvelden) en een zwembad. Om het complex heen staat een bijna volledig dichte rij met bomen en heesters die de velden afschermen. Ten oosten van dit sportcomplex ligt een klein, smal volkstuinencomplex. Dit terrein is ingedeeld in twee rijen met tuinen, met in het midden een strook voor kleine schuurtjes. Parallel aan de dijk aan de noordkant van de Molenweg ligt een recreatiepark met 85 recreatiechalets. Het zijn huisjes/stacaravans van allemaal één bouwlaag met een zeer plat zadeldak. Het uiterlijk van de huisjes verschilt onderling sterk (elke chalet is uniek), maar globaal gezien hebben veel van de chalets een witte muur en dak van een bitumenachtig materiaal.
90
| Gebiedsgericht beleid
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Wieringerwaard, foto: Lisette Tomassen
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
91
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Erven met grandeur, langs beplante polderwegen en vaarten. Kenmerkend voor de Wieringerwaard zijn de stolpboerderijen en herenboerderijen die verspreid langs de lange polderlijnen liggen.
92
Typische erfinrichting, beeld: Van Paridon x de Groot landschapsarchitecten | Gebiedsgericht beleid
Kernkarakteristieken Wieringerwaard
• • • • • •
Geometrische indeling, met rechte wegen, waterlopen en verkaveling. Regelmatige strokenverkaveling aan geknikte lanen en linten. Assen met vaart en laanbeplanting, met een landelijke of juist dorpse uitstraling. Restanten van voormalige buitenplaatsen, royale erven met watercarrés en boomgaarden, stevige erfbeplantingen en rijk versierde boerderijen. Hiërarchie en samenhang in bewoning tussen de restanten van voormalige buitenplaatsen, grote pachtboerderijen en arbeiderswoningen. Langgerekte open ruimten en lange zichtlijnen tussen de bewoningslinten/ assen. Verschillen in bewoning in de polder en langs de randen van de polder, zoals tussen de twee linten (binnen en buiten de Wieringerwaard) bij Nieuwesluis. Bebouwingslinten met originele bebouwing van voor 1900. Uitbreidingswijk met uitbreidingen uit verschillende perioden aan Wieringerwaard. Stolpboerderijen als onderdeel van stolpenstructuren.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
• • • •
Kwaliteitsdoelen Wieringerwaard • Beschermen en ontwikkelen van de polderassen als cultuurhistorisch en landschappelijk herkenbaar en beleefbaar raamwerk, met name met betrekking op de continuïteit van wegen, vaarten, beplanting en dijken, en het gevoel van ruimte, zichtlijnen en panorama’s. • Beschermen van de randen van de polder. Ontwikkelingen mogen het aangezicht van de grenzen (dijken) niet schaden, maar er ondergeschikt aan zijn. Dit geldt ook voor de andere polders. • Ontwerp weg en omgeving altijd in samenhang.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
93
Criteria Landschap/Ruimtelijke samenhang • Behoud in de Wieringerwaard de grote openheid en de lange zichtlijnen tussen de linten. • De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-)tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie. Zorg voor een ruime landschappelijke begrenzing van het terrein, die aansluit op het bestaande omringende landschap; vermijd hoge hekken in het landschap. Streef ernaar dat de opstelling kwaliteit toevoegt aan het bestaande landschap. • Houd het verschil tussen de karakteristieke assen met water en laanbeplantingen en het open landschap in stand.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Bebouwing in het buitengebied Erf en ligging • De bebouwing dient met de naar de weg gekeerde zijde in een duidelijke rooilijn gebouwd te worden. • De onderlinge afstand tussen bebouwing(sconcentraties) moet dusdanig zijn dat vrij zicht op het landschap gewaarborgd blijft. • De (agrarische) bijgebouwen liggen achter of naast het hoofdgebouw, waarbij de onderlinge afstand beperkt blijft. De bebouwing moet zoveel mogelijk gegroepeerd worden. • Bijzondere functies, zoals windmolens, gemalen, sluizen, bruggen, transformatorstations, etc kennen een zorgvuldige vormgeving en landschappelijk inpassing. • Pas nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig in. Plaats nieuwe stallen of schuren achter de stolpboerderijen. Behoud de doorzichten over het erf, naar achteren. • Richt de erven zorgvuldig in. Met fijne grindpaden, gras, hagen, verfijnde hekwerken en een siertuin voor de boerderij. • Pas de erven landschappelijk robuust in, met erfbosjes, royale boomgaarden, boomsingels en waterlopen. De erfplantingen kunnen een eigentijdse betekenis krijgen, bijvoorbeeld als voedselbos of theetuin. • Het erf is het visitekaartje. Investeer in mooie erven en een aantrekkelijk landschap. • Voor aanpassing en vernieuwing van erven wordt inspiratie gehaald uit historische kenmerken. De oorspronkelijke opzet, architectuur en uitstraling bieden houvast en inspiratie voor verdere ontwikkeling van het erf.
• De heldere scheiding tussen voor- en achtererf wordt aangehouden. • Op erven is een herkenbaar onderscheid tussen hoofd- en bijgebouwen, dit vormt een samenhangend ensemble. • Het erf draagt bij aan beleving en verbinding met de omgeving.
94
| Gebiedsgericht beleid
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Bebouwing • De bebouwing bestaat in principe uit één hoofdvorm bestaande uit één bouwlaag met kap. • De massaopbouw is enkelvoudig of kent een geleding in een representatief deel en een bedrijfsgedeelte, waarbij de onderlinge samenhang gewaarborgd blijft. • Agrarische bedrijfsgebouwen hebben: ○ een eenvoudige hoofdmassa met een rechthoekige plattegrond; ○ bij een grote bebouwingsoppervlakte, een duidelijke geleding van bouwmassa’s; ○ een hellende kapvorm (zadeldaken); ○ uit- en aanbouwen die ondergeschikt zijn. • Bijgebouwen zijn in massa en bouwhoogte ondergeschikt aan het hoofdgebouw; de architectuur is bij voorkeur afgeleid van het hoofdgebouw. • Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en in architectuur afgeleid van het hoofdgebouw. • Bijzondere functies kennen een eenvoudige opbouw. Detaillering, materiaal en kleur bebouwing • De hoofdgebouwen hebben tenminste één naar de weg gekeerde representatieve zijde. • De gevelindeling is overwegend traditioneel. • De detaillering van bestaande bebouwing is eenvoudig tot krachtig; de detaillering van nieuwbouw is eenvoudig en sober. • Kleinschalige en/of bijzondere functies kennen een overtuigende, krachtige detaillering. • Gevels uitvoeren in metselwerk in traditionele kleuren. • Daken met pannen en/of riet uitvoeren. • Bijgebouwen zijn verwant aan het hoofdgebouw. • Aan- en uitbouwen zijn afgeleiden van het hoofdgebouw.
• Overwegend traditioneel en terughoudend kleurgebruik. • Moderne materialen kunnen toegepast worden, wanneer de functie van de bebouwing hier om vraagt en mits ze de directe omgeving niet verstoren. Bijzondere linten Erf en ligging • De woningen/gebouwen zijn met de voorgevel en entree georiënteerd op de straat. • Het bebouwingsbeeld en de mate van verdichting is locatiespecifiek en moet per geval beoordeeld worden. • De hoofdgebouwen worden in de bestaande rooilijnen gebouwd (tenzij er sprake is van een verstorende situatie).
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
95
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
• De nokrichting van de bebouwing is overwegend haaks op de weg en incidenteel evenwijdig, waarbij de huidige situatie uitgangspunt is. • Bijgebouwen liggen bij voorkeur uit het zicht. • Bijgebouwen die in het zicht liggen, liggen terug ten opzichte van het hoofdgebouw en zijn ondergeschikt aan deze hoofdbebouwing. • Bijzondere functies/gebouwen kunnen hiervan afwijken en vormen een verbijzondering (zie kleine bouwwerken hfst. 6). • Pas nieuwe ontwikkelingen op het erf zorgvuldig in. Plaats nieuwe stallen of schuren achter de stolpboerderijen. Behoud de doorzichten over het erf, naar achteren. • Richt de erven zorgvuldig in. Met fijne grindpaden, gras, hagen, verfijnde hekwerken en een siertuin voor de boerderij. • Pas de erven landschappelijk robuust in, met erfbosjes, royale boomgaarden, boomsingels en waterlopen. De erfplantingen kunnen een eigentijdse betekenis krijgen, bijvoorbeeld als voedselbos of theetuin. • Het erf is het visitekaartje. Investeer in mooie erven en een aantrekkelijk landschap. Bebouwing • Woningen/gebouwen hebben een massa-opbouw die afgestemd is op de huidige of oorspronkelijke situatie (tenzij er sprake is van verstorende bebouwing). • Één dan wel meer bouwlagen, indien het bestemmingsplan dat toe laat, met een duidelijke kapvorm. • De woningen/gebouwen hebben een individuele uitstraling, maar vormen samen een familie.
• Erkers en dakkapellen zijn ondergeschikt. • Grotere aanbouwen en vrijstaande bijgebouwen blijven ondergeschikt. Detaillering, materiaal en kleur bebouwing • Bij verbouw is bestaande detaillering uitgangspunt. • De gevels hebben hun representatieve zijde naar de straat. • De compositie van de gevel is gerelateerd aan de overwegend traditioneel ambachtelijke stijl die in het gebied voorkomt. • De gevelopeningen zijn verticaal gericht en kennen een fijne detaillering; grootschalige gevelopeningen ten behoeve van winkels zijn mogelijk mits de hoeken van de voorgevel massa behouden en de (eventueel aanwezige) bovenverdieping en/of de kap verbinden met de grond. • Gootlijsten, daklijsten, belijningen e.d. kennen een fijne detaillering. • Stenige gevels met accenten in andere materialen; topgevels eventueel in hout. • Daken met pannen; boerderijen (stolpen) ook in riet (al of niet in combinatie met pannen). • Traditioneel materiaal- en kleurgebruik overheerst, waarbij inpassing in de directe omgeving maatgevend is.
96
| Gebiedsgericht beleid
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Decoratieve gevels aan de Zijperweg, foto: Marlies Buurman
Erf in Wieringerwaard, foto: Van Paridon x de Groot landschapsarchitecten
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
97
Uitbreidingswijken Erf en ligging • Zorg voor een representatieve zijde van het hoofdgebouw en groene tuin, beperk verharding • Parkeren gebeurt achter of naast het hoofdgebouw, niet ervoor. • Erfafscheidingen aan de representatieve zijde d.m.v. schuttingen, hekwerk of hoogopgaand groen wordt beperkt. Voor de voorgevellijn maximaal 1 meter hoog, achter de voorgevellijn maximaal 2 meter hoog, eenduidige vormgeving en terughoudend in kleur. • Overwegend per cluster samenhang qua positie van de voorgevel dan wel per cluster een vrijere ligging op de kavel. • Complexmatige bouw staat vrij in de ruimte.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Bebouwing • De bebouwing is met de voorgevel georiënteerd op de openbare weg, dan wel naar de groene openbare ruimte. • De bebouwing staat in de bestaande rooilijn. • Er is sprake van overwegend enkelvoudige bebouwingsmassa’s, variërend van één tot twee bouwlagen met een kap. Incidenteel komt een blok plat afgedekte woningen voor. Hoger is vooral uitzondering. • De massaopbouw is per cluster of rij in onderlinge samenhang. • Bijgebouwen zijn ondergeschikt en in een afgeleide architectuur. • Aan- en uitbouwen zijn in een afgeleide architectuur en bij voorkeur meeontworpen dan wel volgens het principe van een trendsetter. Detaillering, materiaal en kleurgebruik bebouwing • Per cluster/rij is er een duidelijke samenhang. Voor projectmatige bouw is dat in een sterk onderlinge verwantschap terwijl bij clusters van individuele bouwwerken er een grotere differentiatie mogelijk is. • Nieuwe invullingen kunnen modern, mits ze respect tonen voor de bestaande en omliggende kwaliteiten. • De detailleringen zijn overwegend eenvoudig maar verzorgd. De kozijnen, groten, dak- en gootlijsten e.d. in de jaren ’50 en ’60 zijn sober maar zorgvuldig gedetailleerd. Bij verbouw dient de bestaande detaillering aan de zichtzijde gerespecteerd te worden.
• Bij de projectmatige individuele bouw is de vormgeving van de gevels sterk individuele en sober getailleerd, en zijn gevelindelingen per cluster verwant met ruimte voor onderlinge verschillen in detaillering. • Gevels in baksteen en/of hout, dan wel toepassingen conform de bestaande bijzondere situatie.
98
| Gebiedsgericht beleid
• Dakbedekking met pannen, dan wel toepassingen conform de bestaande bijzondere situatie. In de jaren ’50 en ’60 en ’70 wijken is de dakbedekking met gebakken pannen en het kleurgebruik traditioneel. • Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn qua materiaal verwant aan het hoofdgebouw. • Per cluster/rij is samenhang in kleurgebruik. Voor individuele woningen is differentiatie mogelijk.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Sport & recreatieterreinen en -parken Ligging in omgeving • De overgang tussen bebouwing en het landschap is harmonieus, zodat beide elkaar versterken. • Indien de buitenruimte een presentatie naar het openbare gebied heeft, dient deze zorgvuldig te worden ingericht. Bebouwing • Gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm. • Gebouwen bestaan uit een onderbouw van één laag met bij voorkeur een plat dak of zadeldak. • Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt en maken deel uit van de totale compositie van het gebouw of complex. • Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt vormgegeven en afgestemd op het hoofdgebouw. • De recreatiewoningen staan vrij op het maaiveld. Detaillering, materiaal en kleurgebruik bebouwing • Materialen en kleuren aanpassen aan de belendingen. • Gevels zijn van baksteen of hout. • Grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen of houten betimmering. • Kleuren zijn terughoudend en aangepast aan de landschappelijke omgeving. • Detaillering is eenvoudig en verzorgd. • Aan- en uitbouwen zijn qua materiaal en kleurgebruik afgestemd op het hoofdgebouw.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
99
100
| Gebiedsgericht beleid
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon