Bijlage 1.Nota Omgevingskwaliteit
Tekst van het document
JANUARI 2026
NOTA OMGEVINGSKWALITEIT HOLLANDS KROON
JANUARI 2026
NOTA OMGEVINGSKWALITEIT HOLLANDS KROON
Deze nota is opgesteld door de gemeente Hollands Kroon In samenwerking met MOOI Noord-Holland. Versie: 12 januari 2026
(foto voorzijde: De Leijen, foto: Anna Groentjes)
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon 4
Wieringermeer, foto: Anna Groentjes | Voorwoord
Voorwoord
Onze leefomgeving verandert. Dat biedt kansen zolang we blijven inzetten op kwaliteit. In Hollands Kroon willen we ruimte geven aan nieuwe ideeën, maar wel met respect voor wat onze gemeente uniek maakt. We willen duidelijk maken waar we voor staan. Wat vinden we belangrijk? Hoe zorgen we dat nieuwe plannen passen bij de plek? En hoe houden we samen onze dorpen, landschappen en straten aantrekkelijk en leefbaar?
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
De oude Welstandsnota richtte zich vooral op individuele gebouwen en architectuur. Daarmee werd onvoldoende houvast geboden voor een bredere, integrale benadering van de leefomgeving. Met de komst van de Omgevingswet in 2024 is een bredere aanpak nodig: niet alleen architectuur, maar ook landschap, ecologie, stedenbouw, erfgoed en cultuurhistorie spelen mee. Alles hangt samen. De nieuwe Nota Omgevingskwaliteit sluit aan op onze Omgevingsvisie en vormt straks de basis voor het omgevingsplan. We zetten in op een aantal onderdelen die belangrijk zijn voor een goede ruimtelijke kwaliteit. • Behoud en versterking van waarde: We leggen nadruk op het behouden van gebouwen, dorpen en landschappen die ons gebied bijzonder maken. • Kwaliteit en samenhang: Nieuwe ontwikkelingen worden kwalitatief beter en sluiten meer aan bij hun omgeving. • Landschappelijke inpassing: Er is veel meer aandacht voor de relatie met het landschap en hoe gebouwen en functies daarin passen. • Verbeteren wat kan: Naast behouden wat waardevol is, proberen we datgene wat nu minder fraai is mooier en passender te maken. Deze nota helpt hierbij. Met heldere regels, inspiratie en ruimte voor gesprek. Want kwaliteit ontstaat niet alleen op papier, maar vooral door samen te kijken, te praten en te doen.
Of je nu bewoner bent, ondernemer of initiatiefnemer: denk mee, doe mee en bouw mee aan een Hollands Kroon waar we trots op zijn. Via participatieavonden en gesprekken hebben we waardevolle input gekregen van inwoners en ondernemers. Deze inbreng is verwerkt in de nota die voorligt. Laten we samen zorgen voor een fijne leefomgeving voor nu maar ook voor generaties na ons. Mark Versteeg wethouder
5
Inhoudsopgave
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Inhoudsopgave Samenvatting
. .
. .
. .
. .
. .
. .
6 8
1.
Inleiding . . . . 1.1. Waarom een Nota Omgevingskwaliteit 1.2. Wat is omgevingskwaliteit . 1.3. Wie gaat over omgevingskwaliteit 1.4. Welke ambities hebben we . 1.5. Leeswijzer . . .
. . . . . .
. . . . . .
. . . . . .
10 12 12 13 13 14
2.
Algemene principes
.
.
.
16
3.
Regieniveaus . . . . 3.1. Welke regieniveaus? . . 3.2. Hoe verloopt het adviesproces? . 3.3. Vereisten aan een beeldkwaliteitsplan 3.4. Beleidscyclus en juridische borging
. . . . .
. . . . .
. . . . .
22 24 27 32 33
4.
Gebiedsgericht beleid . . . . . 4.1. Wieringen . . . . . 4.2. Wieringermeer . . . . 4.3. Wieringerwaard . . . . 4.4. Anna Paulownapolder . . . . 4.5. Noordelijk West-Friesland . . . 4.6. Waard- en Groetpolder en Waard-Nieuwlandpolder 4.7. Amstelmeer, Oude Veer en zwinnen . . 4.8. IJsselmeer en Waddenzee . . .
. . . . . . . . .
34 40 60 84 100 124 152 160 168
5.
Thematische criteria . . . . 5.1. Beschermde monumenten . . 5.2. Stolpboerderijen en Wieringerboerderijen
. . .
. . .
174 176 178
6.
Kleine bouwwerken
.
.
.
.
.
.
182
7.
Excessenregeling
.
.
.
.
.
.
196
.
.
Bijlage 1: Relevante beleidsdocumenten Bijlage 2: Vereisten aan een beeldkwaliteitsplan Bijlage 3: Begrippenlijst
6
. .
| Inhoudsopgave
.
Amstelmeer, Oude Veer en zwinnen
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
IJsselmeer en Waddenzee
Wieringen Polder Waard-Nieuwland
Anna Paulowna polder
Wieringerwaard
Wieringermeer Waardpolder
Groetpolder Noordelijk West-Friesland
Klik op een gebied om direct naar het beleid voor dat gebied te gaan |
7
Samenvatting
De Nota Omgevingskwaliteit is het beleidsdocument waarin we vastleggen hoe wij als gemeente Hollands Kroon omgaan met de kwaliteit van de leefomgeving bij ruimtelijke initiatieven. Het vormt een uitwerking van de ambities uit de Omgevingsvisie en bouwt voort op bestaand kwaliteitsbeleid. Het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit is een belangrijk doel van de Omgevingswet en draagt bij aan een leefbare woonomgeving, recreatieve aantrekkelijkheid en een duurzaam vestigingsklimaat voor bedrijven.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
We willen de historie en het karakter van een gebied herkenbaar houden, zodat onze gemeente haar eigen identiteit houdt. Tegelijk willen we ook ruimte bieden voor dynamiek, voor benutten en ontwikkelen van nieuwe waarden. De nota ondersteunt dit op drie manieren: • als bron van informatie en inspiratie; • voor de begeleiding van een initiatief, om initiatiefnemers te stimuleren; • als beoordelingskader bij vergunningplichtige activiteiten en voor handhaving bij excessen. Om te kunnen sturen op omgevingskwaliteit zijn in deze nota Algemene Principes opgenomen. Dit zijn de basisregels waar we allemaal rekening mee houden bij een ruimtelijke ingreep: de initiatiefnemer, de bewoners, en ook de gemeente. Deze regels gelden in de hele gemeente. Voor grote of bijzondere ontwikkelingen of voor bepaalde thema’s kunnen deeluitwerkingen of beeldkwaliteitsplannen worden opgesteld als uitwerking van deze nota. De mate van gemeentelijke betrokkenheid hangt af van de impact en locatie van een initiatief. Als het gaat om een ontwikkeling in bijzondere gebieden, bij bijzondere gebouwen of bij monumenten is de rol van de gemeente actiever. Bij kleinschalige ontwikkelingen binnen een bestaand woongebied zal die rol minder groot zijn.
Daarnaast richt de nota zich op het belang van proceskwaliteit: kwaliteit ontstaat niet alleen door het stellen van doelen en regels, maar vooral door samen het gesprek aan te gaan. Vroegtijdig overleg helpt om plannen kwalitatief te verbeteren. Tot slot is er aandacht voor een gebiedsgerichte benadering, om recht te doen aan de landschappelijke diversiteit en de eigen identiteit van kernen en linten in onze gemeente. Elk gebied krijgt specifieke doelen mee die passen bij de lokale identiteit en landschappelijke kenmerken. Dit helpt om gericht te sturen op kwaliteit.
8
| Samenvatting
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon Participatiesessie met bewoners, foto: Marlies Buurman Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
9
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon 10
Een erf in Westfriesland, foto: Van Paridon x de Groot landschapsarchitecten | Inleiding
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
1.
Inleiding
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
11
1.
Inleiding
We willen een waardevolle en aantrekkelijke omgeving creëren waar mensen graag wonen, ondernemers zich willen vestigen en bezoekers kunnen genieten. Gemeente Hollands Kroon is een samenstelling van verschillende gebieden met een geheel eigen identiteit. Het is belangrijk om deze identiteiten en streekeigen kenmerken te behouden en te versterken. Wat van waarde is willen we behouden en nieuwe ontwikkelingen moeten passen in de kwaliteitsambities zoals gesteld in de Omgevingsvisie Hollands Kroon. Deze Nota Omgevingskwaliteit geeft uitwerking aan deze kwaliteitsambities en bouwt voort op bestaand kwaliteitsbeleid.
1.1
Waarom een Nota Omgevingskwaliteit
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit is één van de maatschappelijke doelstellingen van de nieuwe Omgevingswet. Met deze Nota Omgevingskwaliteit brengen we samenhang in ons kwaliteitsbeleid. De nota kan op verschillende manieren gebruikt worden: • als bron van informatie en inspiratie voor initiatiefnemers, belanghebbenden en de gemeente; • voor de begeleiding van een initiatief waarbij medewerkers en adviseurs van de gemeente de kwaliteitsdoelen als uitgangspunt nemen en zij initiatiefnemers stimuleren om de kwaliteitsdoelen na te streven; • als beoordelingskader bij vergunningplichtige activiteiten en voor handhaving bij bestaande situaties (excessen).
1.2
Wat is omgevingskwaliteit
Zorg voor een goede omgevingskwaliteit betekent aandacht voor cultureel erfgoed, de kwaliteit van natuur(schoon) en landschap, de stedenbouwkundige kwaliteit, de architectonische kwaliteit van bouwwerken en de inrichting van de openbare ruimte. Belangrijk daarbij is de samenhang tussen deze aspecten. Bij een plan voor een nieuwe woning speelt ook de samenhang met de openbarre ruimte mee. Of bij omvangrijke ontwikkelingen gaan de inpassing in het landschap, de stedenbouwkundige opzet, de inrichting van de openbare ruimte en bebouwing hand in hand. Daarbij is er rekening mee gehouden dat goede omgevingskwaliteit geen vaststaand (objectief) gegeven is. Omgevingskwaliteit gaat over de waardering die mensen hebben voor bepaalde kenmerken van hun leefomgeving. Die waardering is afhankelijk van de persoon, de plaats en de tijd. Mensen kunnen waardering hebben voor: 1. kenmerken die samenhangen met de herkomst, die de geschiedenis van een gebied herkenbaar houden. Het kan gaan om plekken met historische betekenis, zoals monumenten, maar het kan ook een persoonlijk verhaal zijn bij een bepaalde plek;
12
| Inleiding
2. kenmerken die samenhangen met de beleving, zoals het groen, het uiterlijk van de bebouwing, de geborgenheid, de afwisseling of juist de rust; 3. kenmerken die samenhangen met het gebruik van een gebied, zoals de verschillende functies (bijvoorbeeld wonen, werken of recreëren), de bereikbaarheid, de toegankelijkheid; 4. kenmerken die van belang zijn voor de omgevingskwaliteit in de toekomst, zoals duurzaamheid, robuustheid, waardevastheid en kansen voor ontwikkeling.
1.3
Wie gaat over omgevingskwaliteit
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Als gemeente zijn we niet alleen verplicht, maar nemen we ook graag de verantwoordelijkheid om waar nodig de regie te voeren over het publieke belang van omgevingskwaliteit. Dat betekent dat we zorgdragen voor een goed proces waarbij omgevingskwaliteit een evenredige rol krijgt bij de planvorming. Wij voeren daarbij de regie, die zwaarder zal zijn naarmate de ingreep groter is en de specifieke kwaliteiten van het gebied daarom vragen. In hoofdstuk 3 is uitgewerkt welke rol wij als gemeente hebben en welke processen daarbij horen.
1.4
Welke ambities hebben we
We willen de historie en het karakter van een gebied herkenbaar houden, zodat het gebied zich blijft onderscheiden van andere gebieden. Tegelijk willen we ook ruimte bieden voor dynamiek, voor benutten en ontwikkelen. Dit zal leiden tot veranderingen in een gebied, waarbij er nieuwe kwaliteiten kunnen ontstaan. In de (concept) omgevingsvisie zijn drie ambities omschreven 1. De omgeving is de basis voor het welzijn van onze inwoner 2. Agrarische hoofdstad van de toekomst 3. Hollands Kroon is écht te beleven De drie ambities verwoorden samen een breed en integraal beeld van goede omgevingskwaliteit. Samen vormen ze een visie waarin de fysieke leefomgeving gezond en leefbaar is voor mensen, ruimte biedt voor duurzame ontwikkeling en een plek is om te genieten, te ontdekken en trots op te zijn. Dit vraagt om goede ideeën, ontwerpen en samenwerking, mensen die de opgave en de omgeving met ‘ontwerpkracht’ benaderen en creativiteit en kennis combineren met een analyse van maatschappelijke vraagstukken én met ideeën en wensen van belanghebbenden.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
13
Publieke en private partijen hebben volgens de Omgevingswet een gedeelde zorgplicht voor goede omgevingskwaliteit. Want daarmee behouden en versterken we de aantrekkelijkheid van ons woon-, werk- en leefklimaat.
1.5
Leeswijzer
De nota bestaat uit zeven hoofdstukken: Hoofdstuk 1 heeft betrekking op de aanleiding en het doel van deze nota. Hoofdstuk 2 omvat het kader met basisregels voor nieuwe initiatieven en plannen. Het is een set met regels die als leidraad dienen voor elk initiatief.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Hoofdstuk 3 gaat over de sturing vanuit de gemeente en het procesverloop. De impact van een ingreep en de locatie bepalen welke kwaliteitsadvisering plaatsvindt. Hoofdstuk 4 vormt het gebiedsgerichte beleid met korte beschrijving, bijbehorende kernkarakteristieken, kwaliteitsdoelen en criteria per gebied. Dit hoofdstuk dient om te kunnen sturen op doelen, initiatieven te begeleiden en ter onderbouwing van adviezen. Hoofdstuk 5 gaat over de thematische criteria; per thema zoals monumenten, stolpen Wieringerboerderijen en kleine windturbines zijn criteria opgenomen. Hoofdstuk 6 betreft de kleine criteria, waarin we heel concreet voorschriften voor een aantal (veel voorkomende) kleine, eenvoudige bouwwerken omschrijven, zodat de plantoetser het plan ambtelijk kan afdoen. Hoofdstuk 7 bevat de excessenregeling, mocht een bestaand bouwwerk niet in ernstige mate in strijd zijn met de criteria. Ook wordt ingegaan op de mogelijkheden om af te wijken van de gestelde beleidsregels in deze nota.
14
| Inleiding
We zien kansen voor omgevingskwaliteit als er geïnvesteerd wordt in de omgeving. De omgevingskwaliteit neemt toe als:
• • • •
een ruimtelijke verandering aansluit bij de kenmerken van het gebied en de ruimtelijke samenhang vergroot; een verandering een bijdrage levert aan het gemeenschappelijke belang en de vastgestelde ambities voor dat gebied; de herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde invulling krijgen en een balans daartussen wordt bereikt; tijdig ontwerpers zijn ingeschakeld en het toevoegen van kwaliteit centraal staat in het ontwerpproces; bewoners en andere betrokkenen zo vroeg mogelijk worden geconsulteerd over wat zij in hun omgeving als kwaliteit ervaren.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
•
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
15
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon 16
Haven Den Oever, foto: Lisette Tomassen | Algemene principes
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
2.
Algemene principes
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
17
2.
Algemene principes
De gemeente erkent dat we allemaal – inwoners, bedrijven, overheid – verantwoordelijk zijn voor een goede omgevingskwaliteit. De basis voor deze zorgplicht ligt in de Algemene principes. Hiermee geven we aan op welke manier we omgaan met onze gedeelde fysieke leefomgeving. De Algemene principes gelden voor de gemeente, maar ook voor private partijen en ontwerpers. Ze gelden altijd: voor alle (grotere) initiatieven, projecten en beleidsuitwerkingen. Ze garanderen dat bestaande gebiedskwaliteiten worden gerespecteerd en bieden ruimte voor het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. De Algemene principes hebben betrekking op het ontwerp en ontwikkelproces, maar ook op gedragingen en rollen van de overheid, private partijen, inwoners en ondernemers. Ze gaan uit van draagvlak en respect voor de bestaande kwaliteiten en identiteit zonder vernieuwing te belemmeren. Zo dragen ze bij aan ‘een evenwichtige toedeling’ van functies aan locaties.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
1.
Kwaliteit is een gedeelde verantwoordelijkheid
We zien goede omgevingskwaliteit als een gedeelde verantwoordelijkheid van overheid, inwoners en ondernemers. Van initiatiefnemers vragen we goed opdrachtgeverschap en de inzet van ontwerpkracht. Van omwonenden vragen we betrokkenheid en inbreng van gebiedskennis. Als gemeente zetten we ons in voor samenhangend beleid, snelle processen en transparante besluitvorming.
2.
Er is samenhang tussen herkomst-, toekomst-, gebruiks- en belevingswaarde
De leefomgeving wordt op verschillende manieren gewaardeerd. We streven naar samenhang tussen de herkomstwaarde (identiteit en erfgoed), de toekomstwaarde (duurzaam en robuust), de gebruikswaarde (het functioneren, de toegankelijkheid en de sociale inclusiviteit) en de belevingswaarde (schoonheid en thuis voelen). Daarbij gaat het om zowel ruimtelijke inrichting, sociale veiligheid en goed beheer. In planen ontwerpprocessen moet worden gezocht naar synergie van deze waarden. In hoofdstuk 3 gaan we hier verder op in.
3.
Opvallen mag alleen in positieve zin
Ons uitgangspunt is dat ingrepen passen in hun omgeving of die verbeteren. Maar het betekent niet dat afwijken van de omgeving of toevoegen van nieuwe kwaliteiten niet mogelijk zijn. Een nieuwe kwaliteit mag opvallen en plekken accentueren. Uit de motivering moet blijken of het een positieve bijdrage levert aan de omgeving, structuur of identiteit/eigenheid van de plek. We hanteren daarbij de volgende stelregel:
18
| Algemene principes
Het is redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van de ingreep naarmate een ingreep zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. We stellen eisen aan participatie, het programma, het ontwerp, de beoordeling en de besluitvorming.
4.
Een verandering dient meerdere belangen
5.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
We streven naar meervoudig ruimtegebruik. Een ruimtelijke verandering in onze gemeente dient in beginsel altijd meerdere belangen. Zie hiervoor ook het inspiratiekader brede welvaart, zoals benoemd in de Omgevingsvisie. We vragen daarom van iedereen inzet om te zorgen voor meerwaarde van private en publieke initiatieven en investeringen. Wie bijvoorbeeld infrastructuur aanpakt, neemt daarbij direct waterberging of energiewinning mee indien mogelijk. Een goed ontwerp lost ogenschijnlijk conflicterende belangen of ruimteclaims op.
Kiezen voor toekomstbestendigheid
We streven naar een aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving. Kwaliteit die begint vanuit het creëren van eeuwigheidswaarde. Duurzaamheid in relatie tot omgevingskwaliteit gaat om het denken op de lange termijn én de koppeling en samenhang met andere belangen. Alle (grotere) ruimtelijke opgaven en ingrepen moeten daarom positief bijdragen aan de energietransitie, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit of biodiversiteit. Duurzaamheid moet altijd gezien worden als integraal onderdeel van het ontwerp en exploitatie.
6.
Een ruimtelijk ontwerp begrijpt en verrijkt de geschiedenis
De dorpen, buurtschappen en het landschap veranderen voortdurend. De gelaagdheid van het landschap en de dynamiek van de verschillende functies zijn onderdeel van de kwaliteit. Sommige veranderingen gaan geleidelijk, andere komen snel. Sommige veranderingen blijven, andere zijn vluchtig. Dat is vooraf niet altijd goed te doorzien. We willen dat veranderingen voortbouwen op onze kwaliteiten zoals de rechte lijnen van de polderstructuren. Vragen en opgaven moeten in hun onderlinge samenhang worden opgepakt op een manier waarbij de gebiedsidentiteit en gebiedskenmerken centraal staan. Dit zorgt voor een verbetering van de omgevingskwaliteit en maakt afwegingsprocessen en consequenties transparant. De ruimtelijke geschiedenis kan verrijkt worden met nieuwe ingrepen die logisch aansluiten.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
19
7.
Belangrijke lijnen en bijzondere plekken worden beschermd
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Belangrijke lijnen, zoals polderlinten, lintdorpen, stuwwallen, vaarten, dijken, zichtlijnen en verbindingslijnen, vormen de ruimtelijke ruggengraat van onze gemeente. Daarnaast zijn er bijzondere plekken, zoals pleinen, brinken, bruggen, monumentale buurten of gebouwen. De belangrijke lijnen en bijzondere plekken zijn belangrijk voor onze identiteit. Dit betekent dat zorgvuldig moet worden omgegaan met de bijzondere, beeldbepalende plekken, gebouwen en structuren. Er lopen lange lijnen door landschappen, maar ook kleine doorkijkjes kenmerken gebieden. Daarom willen we de belangrijke lijnen versterken door de continuïteit en samenhang in de inrichting te bewaken. Toevoegen van bijzondere gebouwen of ruimten op bepaalde, nauwkeurig te selecteren plekken kunnen de structuur en de opzet van de wijken nog beter herkenbaar maken.
8.
De openbare ruimte heeft prioriteit
De openbare ruimte wordt gevormd door groen en water, straten, tuinen, massa en volume van bouwwerken, gevels en daklandschap van gebouwen. Dit wordt ervaren als één geheel en in deze publiek toegankelijke ruimte ontmoeten mensen elkaar en is een gevoel van welkom van belang. Daarom geven we als gemeente prioriteit aan ontwerp en inrichting van de openbare ruimte. Van onszelf, initiatiefnemers en ontwerpers vragen we ontwerpkracht om de samenhang tussen openbare ruimte en privégebied en de relatie van een bouwplan met het dorpse- of landschappelijke ensemble vorm te geven.
9.
De mensen in de omgeving hebben een rol
Omgevingskwaliteit heeft niet alleen een fysieke betekenis maar ook een sociale: het krijgt gestalte in dialoog met de mensen die de omgeving gebruiken. Door hun verhalen en kijk op een plek krijgt deze waarde en betekenis. Ons uitgangspunt is dat eigenaren, initiatiefnemers en ontwerpers in ieder geval de directe omwonenden betrekken bij ontwikkelingen en planvorming. De intensiteit van deze betrokkenheid hangt samen met de schaal, de uitstraling en ruimtelijke impact van de opgave. Nog mooier is het als de omgeving actief meedenkt/meedoet met nieuwe projecten. In dat geval kan gestreefd worden naar een aanpak van onderop: de ideeën komen van onderop en worden via een duidelijke regie gebundeld en tot realisatie gebracht.
20
| Algemene principes
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon Participatiesessie met bewoners, foto: Marlies Buurman Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
21
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon 22
Dijkmagazijn, foto: Anna Groentjes | Regieniveaus
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
3.
Regieniveaus
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
23
3.
Regieniveaus
Kwaliteit ontstaat niet door ambities en regels alleen. Het is geen kwestie van het afvinken van de criteria. Kwaliteitsbeleid heeft vaak een ‘open’ karakter, bijvoorbeeld dat een ontwikkeling in de omgeving moet passen. Dat is iets anders dan te zeggen dat er over smaak niet valt te twisten of dat kwaliteit nu eenmaal subjectief is. Kwaliteit moet besproken worden en daar passen kwaliteitsdoelen en criteria bij. Dat maakt het mogelijk om samen met betrokkenen te zoeken naar de beste invulling. En om te zorgen dat men zich bij concrete initiatieven aan de afspraken houdt. Daarom maken we in de bestaande gemeentelijke processen, zoals het aanvragen van een vergunning, ruimte voor het ‘kwaliteitsgesprek’. Deskundige adviseurs spelen hierbij een belangrijke rol.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe intensief de gemeente kan en wil zijn bij de zorg voor goede omgevingskwaliteit, hoe adviesprocessen zijn ingericht en de juridische borging.
3.1
Welke regieniveaus
Het regieniveau beschrijft hoe intensief de gemeente betrokken kan en wil zijn bij de zorg voor goede omgevingskwaliteit. In deze nota onderscheiden we drie regieniveaus: Niveau 1: Basis regieniveau Voor de gebieden met een basis regieniveau is het beleid gericht op het behouden of herstellen van omgevingskwaliteit en het bewaren van de kernkarakteristieken. Bij veranderingen of ontwikkelingen is de regie erop gericht dat een ingreep moet ‘passen’ in de omgeving om verrommeling te voorkomen. De rol van de gemeente is vooral faciliterend en controlerend. Dit betekent dat de houding van de gemeente meewerkend is, minder proactief sturend, maar controlerend. De verantwoordelijkheid ligt meer bij de initiatiefnemer zelf om voldoende kwaliteit en draagvlak voor het initiatief te creëren. Niveau 2: Bijzonder regieniveau In het bijzonder regieniveau geldt aanvullende aandacht voor het verbeteren van de aanwezige omgevingskwaliteit. Hier staat maatwerk centraal met extra aandacht voor omgevingskwaliteit. In dit gebied moet de ruimtelijke samenhang worden behouden, hersteld of zelfs worden versterkt. Eigentijdse invullingen zijn mogelijk binnen de aangegeven gebiedskwaliteiten en kaders. De rol van de gemeente is gericht op het sturen en begeleiden van initiatieven.
Het publieke belang is groter, waardoor de gemeente een proactieve houding aanneemt en meedenkt welke kwaliteit passend is.
24
| Regieniveaus
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Niveau 3: Beschermd regieniveau Het beschermd regieniveau geldt voor monumenten en het rijksbeschermd dorpsgezicht Kolhorn en het provinciaal beschermd dorpsgezicht Barsingerhorn. Het regieniveau is specifieker gericht op het behouden van de cultuurhistorische waarden. Het beschermd regieniveau betekent niet dat er niks mag, maar wel dat zorgvuldig wordt gekeken naar de aanwezige en gewenste kwaliteit. Daarvoor hebben we specifieke regels opgesteld om aan te geven hoe je met de bestaande cultuurhistorische en erfgoedwaarden moet omgaan.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
25
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Legenda Regiekaart Basis regie Bijzonder regie Beschermd regie
26
| Regieniveaus
3.2
Hoe verloopt het adviesproces
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Wanneer een beoordeling van een initiatief plaatsvindt, is weergeven in onderstaand schema:
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
27
Adviesrollen De gemeente kent verschillende adviesprocessen voor omgevingskwaliteit, waarbij verschillende adviseurs betrokken zijn. Adviseurs De gemeente kent ambtelijke adviseurs en onafhankelijke adviseurs. Ambtelijke adviseurs zijn onder andere de plantoetsers, specialisten (bijvoorbeeld op het gebied van cultuurhistorie) en de specialisten binnen de omgevingstafel of het bouwberaad. De omgevingstafel en het bouwberaad betreffen elk een overleg van verschillende ambtelijke specialisten. In bepaalde gevallen zal ook een advies nodig zijn van onafhankelijke adviseurs. Onafhankelijke adviseurs zijn de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en eventuele supervisoren en kwaliteitsteams.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit is verplicht onder de Omgevingswet. Het is de opvolger van de welstandscommissie en de monumentencommissie. Deze commissie is door de raad ingesteld als overkoepelende onafhankelijke adviescommissie en bestaat uit drie deskundigen. Van oudsher vraagt de gemeente de ARK om advies over de stedenbouwkundige invulling en de uiterlijke verschijningsvorm van gebouwen. Onder de Omgevingswet is de samenhang tussen de aspecten van omgevingskwaliteit van belang en met het oog hierop zal dit zich uitbreiden. In het algemeen zal het gaan om de samenhang tussen de openbare ruimte en plannen die worden ingediend. In de adviescommissie zitten experts die hierover kunnen adviseren. De commissieleden zijn deskundig op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur en duurzaam bouwen. De commissie kan zo nodig andere specialisten raadplegen. De commissie adviseert op verzoek over projecten (in alle stadia) en kan gevraagd en ongevraagd adviseren over beleid. De commissie kan op verzoek vooroverleg voeren met initiatiefnemers over een in te dienen vergunningaanvraag. De commissie kan leden of subcommissies mandateren om namens de commissie te adviseren.
Supervisor en/of kwaliteitsteam Voor (projecten in) transformatiegebieden of gebieden met bijzonder regie of beschermd regie kan een beeldkwaliteitsplan worden opgesteld en een supervisor en/of kwaliteitsteam worden aangesteld. Een supervisor of kwaliteitsteam is intensief betrokken bij de landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische ontwikkeling van het betreffende gebied. Een supervisor of kwaliteitsteam adviseert initiatiefnemers en hun ontwerpers, de ambtelijke afdelingen en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
28
| Regieniveaus
Adviesprocessen De gemeente ontwikkelt adviesprocessen voor omgevingskwaliteit. Hieronder beschrijven we de adviesprocessen bij vier routes. Deze routes zijn afhankelijk van of een initiatief past binnen de (planologische) regels van het bestemmingsplan of omgevingsplan of niet. Hoe het initiatief beoordeeld wordt is afhankelijk van het regieniveau.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Route 1: vergunningvrij Als voor een omgevingsplanactiviteit geen vergunning nodig is, vindt er vooraf geen beoordeling en advisering plaats op omgevingskwaliteit zoals omschreven in deze nota. De gemeente kan bij een exces wel achteraf ingrijpen bij bestaande situaties die een groot negatief effect hebben op de omgevingskwaliteit. Daarvoor is een excessenregeling van toepassing, zie hoofdstuk 7. Als de gemeente opdrachtgever is voor de inrichting van de openbare ruimte, vergt dat geen vergunning, maar wel een gesprek met adviseurs. Route 2: passend in omgevingsplan of binnenplanse afwijking Deze initiatieven zijn vergunningplichtig, maar passen binnen de (planologische) beoordelingsregels van het omgevingsplan of vormen daarop slechts een ondergeschikte afwijking. Wat betreft omgevingskwaliteit kan het in deze route gaan om basis regie, bijzonder regie of beschermd regie. Het regieniveau volgt uit de Nota Omgevingskwaliteit. Bij basis regie geldt beoordelingsgericht advies (toetsing aan de kaders) door een ambtelijk specialist. Bij bijzonder regie of beschermd regie geldt een (vooroverleg over) beoordelingsgericht advies door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Route 3: buitenplanse omgevingsplanactiviteit Het gaat uitsluitend om initiatieven met een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan (BOPA), waarvoor de kaders van het plan nog uitgewerkt moeten worden en met veel impact op de omgeving. Wat betreft omgevingskwaliteit kan het in deze route gaan om basisregie, bijzonder of beschermd regie. Het regieniveau volgt uit de Nota Omgevingskwaliteit. De advisering wordt aangepast aan het regieniveau. Daarnaast gelden de regels voor het uiterlijk van bouwwerken. Bij basisregie geldt een beoordelingsgericht advies door ambtelijke specialist. Bij bijzonder regie of beschermd regie worden de gewenste adviseurs zo vroeg mogelijk betrokken. Op basis van het procesadvies van de coördinator kwaliteitsadvisering wordt in overleg met de proces- of projectmanager advies gevraagd over de doelen en het ontwerp aan de ambtelijk adviseurs en/of Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
29
Als de vergunningaanvraag uiteindelijk wordt ingediend, geeft de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit het beoordelingsgerichte advies op basis van de Nota Omgevingskwaliteit en het adviesdossier. Dit is meestal niet anders dan het eerdere advies en is te zien als eindcontrole.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Route 4: gebiedsontwikkelingen en woningbouwprojecten Deze route wordt gebruikt voor gebiedsontwikkelingen en grotere woningbouwprojecten, waarvoor de kaders nog niet duidelijk zijn. De gemeente wil de wensen en eisen voor deze gebieden het liefst zo vroeg mogelijk vaststellen, nog voordat ze met ontwikkelaars om de tafel gaat. Hierbij moet de gemeente vaststellen welke omgevingskwaliteit ze wil en moeten beoordelingskaders ontwikkeld worden.
Preadvies Er wordt een mogelijkheid tot een preadvies gecreëerd en dit wordt opgenomen in de legesnota. Het is dan mogelijk voor initiatiefnemers om, voordat zij een aanvraag indienen, al een eerste beoordeling te ontvangen op het aspect omgevingskwaliteit. Bij basisregie geldt beoordelingsgericht advies (toetsing aan de kaders) door de ambtelijk specialist. Bij bijzonder regie of beschermd regie geldt (vooroverleg over) beoordelingsgericht advies door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Vertegenwoordiger van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) aan Omgevingstafel Bij gebiedsontwikkelingen sluit een vertegenwoordiger van de ARK aan bij de Omgevingstafel. Deze vertegenwoordiging vindt plaats via een gemandateerd commissielid dat namens de commissie mag adviseren. In een mandaatbesluit wordt vastgelegd waarover het commissielid mag adviseren en hoe verantwoording aan de commissie plaatsvindt. Indien het commissielid twijfelt over de interpretatie van de commissie, moet hij of zij de commissie raadplegen. De commissie kan niet terugkomen op eerder door het commissielid gegeven adviezen. Het commissielid houdt het adviesdossier bij en zorgt dat dit toegankelijk is voor de commissie.
30
| Regieniveaus
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
31
3.3
Vereisten aan een beeldkwaliteitsplan
De Nota Omgevingskwaliteit zal in de toekomst worden aangevuld met gebiedsgerichte of themagerichte uitwerkingen. Deze worden door de raad vastgesteld als aanvulling op deze nota. •
•
Gebiedsgerichte uitwerkingen zijn bijvoorbeeld deelvisies of beeldkwaliteitsplannen gericht op een grote ruimtelijke verandering of op het beschermen en ontwikkelen van de bestaande ruimtelijke identiteit van een gebied. Themagerichte uitwerkingen zijn bijvoorbeeld beleidsregels voor reclame-uitingen, de omgang met monumenten of met zonneakkers of verdichtingsopgaven.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Door alle uitwerkingen vast te stellen als aanvulling op de Nota Omgevingskwaliteit, blijft de nota het centrale punt van het kwaliteitsbeleid en houden we overzicht. Bovendien krijgen de uitwerkingen hiermee een duidelijke (juridische) status. Wanneer een beeldkwaliteitsplan? Soms zal de gemeente zelf een uitwerking (laten) opstellen. Dit geldt vooral voor de themagerichte uitwerkingen. Gebiedsgerichte uitwerkingen zullen vaak worden opgesteld door de initiatiefnemers van projecten. Bij grotere ingrepen met veel betekenis, vraagt de gemeente aan initiatiefnemers om duidelijk te maken welke bijdrage het initiatief levert aan de omgevingskwaliteit. Daarom is een visie op omgevingskwaliteit een indieningsvereiste voor initiatieven en projecten met bijzonder of beschermd regie. In gevallen van grote impact moet de visie op omgevingskwaliteit uitgewerkt worden tot een beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan wordt gebruikt ter onderbouwing van de besluitvorming. De motiveringsplicht neemt toe naarmate de ingreep meer impact heeft. Daarom geldt in alle gevallen: de omvang en diepgang van het beeldkwaliteitsplan is afhankelijk van de aard en de impact van de ingreep. De gemeente bepaalt of er een beeldkwaliteitsplan nodig is en zo ja, van welke omvang.
Een ingediend beeldkwaliteitsplan wordt beoordeeld op kwaliteit en aansluiting bij de Nota Omgevingskwaliteit door de Omgevingstafel en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De inhoud van een beeldkwaliteitsplan Een beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld als uitwerking van de Nota Omgevingskwaliteit en moet aansluiten en voortborduren op de inhoud van deze nota. Daarom hanteren we het volgende format voor de inhoud van een beeldkwaliteitsplan:
32
| Regieniveaus
Samenvatting Leeswijzer 1. Inleiding 2. Beleidskaders 3. Analyse huidige situatie 4. Visie op de nieuwe situatie 5. Principes en regels voor de uitvoering 6. Aandachtspunten en vervolgstappen 7. Bijlagen Zie voor de uitwerking van dit format bijlage 2.
3.4
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Als er een regel uit een beeldkwaliteitsplan conflicteert met de criteria uit hoofdstuk 4, 5 en 6 van deze nota, dan geldt in beginsel de regel uit het beeldkwaliteitsplan.
Beleidscyclus en juridische borging
Zoals past in de Omgevingswet zal de Nota Omgevingskwaliteit iedere vier jaar worden geëvalueerd en waar nodig herzien. De eerste periode na vaststelling zal korter zijn, twee jaar, omdat er dan veel ervaring in het werken met de nota wordt opgedaan. Voor vragen en het ‘dagelijks beheer’ van de Nota Omgevingskwaliteit wordt een ambtelijk coördinator aangewezen. Aan het eind van een beleidscyclus evalueert het college de nota, na advies van de ambtelijk coördinator. Deze raadpleegt hierover in ieder geval de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De evaluatie wordt aangeboden aan de gemeenteraad, die het beleid desgewenst aan kan laten passen. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit rapporteert aan de gemeenteraad elk jaar in haar jaarverslag hoe ze bij de advisering uitvoering heeft gegeven aan het beleid. De gemeente is continu in ontwikkeling. De gemeenteraad kan daarom ook tussentijds aanvullingen of aanpassingen voorstellen en vaststellen. Dit kan bijvoorbeeld zijn als er een nieuw beeldkwaliteitsplan is opgesteld, maar ook als kwaliteitsdoelen van de gebieden zijn veranderd. Bijvoorbeeld als er een nieuwe woonwijk is gerealiseerd in een gebied wat voorheen geen woongebied was. Bij de vaststelling van een ruimtelijke ontwikkeling zal dus in het besluit opgenomen worden dat automatisch ook de kaarten in de Nota Omgevingskwaliteit aangepast moeten worden waar nodig.
Bij de vaststelling van beleidsstukken over omgevingskwaliteit moet in het besluit opgenomen worden dat deze onderdeel worden van de Nota Omgevingskwaliteit.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
33
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon 34
Relief op Wieringern, foto: Lisette Tomassen | Gebiedsgericht beleid
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
4.
Gebiedsgericht beleid
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
35
4. Gebiedsgericht beleid
Typisch voor Hollands Kroon is grote verscheidenheid aan gebieden. Elk gebied heeft zijn eigen geschiedenis, gebruikers, functies, uitstraling en opgaven en daarmee ook een eigen omgevingskwaliteit. Daarom zijn de kwaliteiten van de afzonderlijke gebieden het uitgangspunt van de Nota. Voor alle gebieden zijn de kwaliteiten uitgewerkt en zijn daaraan kwaliteitsdoelen en vervolgens criteria gekoppeld. In dit hoofdstuk komen per gebied de kwaliteiten, kwaliteitsdoelen en criteria aan bod. De opbouw van dit hoofdstuk volgt een vaste en herkenbare structuur die per gebied wordt toegepast. Deze structuur wordt hieronder uitgelegd, en is ook weergegeven in het schema hieronder. Het gaat in Hollands Kroon om 8 gebieden:
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Wieringen Wieringermeer Wieringerwaard Anna Paulownapolder Noordelijk West-Friesland Waard- en Groetpolder en Waard-Nieuwlandpolder Amstelmeer, Oude Veer en zwinnen IJsselmeer en Waddenzee
Van elk gebied is een algemene beschrijving opgesteld over de ontstaansgeschiedenis van het landschap en het huidige uiterlijk van het gebied. Daarna wordt de bebouwing in het buitengebied beschreven. Hierbij ligt de nadruk op de structuur en vormgeving van lintbebouwing en buurtschappen, maar het gaat ook over de relatie met het landschap. Aansluitend wordt per afzonderlijke kern een nadere toelichting gegeven. In deze kernbeschrijvingen komen de specifieke kenmerken en opbouw van de dorpen of woonkernen aan bod. Voor ieder gebied worden de kernkarakteristieken benoemd. De kernkarakteristieken komen voort uit de beschrijving van het gebied. Daarna worden de kwaliteitsdoelen beschreven. Deze doelen geven richting aan toekomstige ontwikkelingen en aan de beoordeling van plannen. De kernkarakteristieken en de kwaliteitsdoelen vormen samen de basis voor het formuleren van de criteria.
36
| Gebiedsgericht beleid
De criteria zijn hiërarchisch onderverdeeld in gebiedstypen (van groot naar klein). De volgende volgorde wordt bij elk gebied aangehouden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Landschap/Ruimtelijke samenhang Bebouwing in het buitengebied Beschermde linten (linten met het beschermd regieniveau) Bijzondere kernen en linten (linten/kernen met het bijzonder regieniveau) Uitbreidingswijken Bedrijventerreinen Specifieke bedrijventerreinen of gebieden, waaronder ook havens Sport- en recreatieterreinen en -parken
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Niet bij elk gebied is elk gebiedstype van toepassing. In het schema op de volgende pagina is aangegeven welke gebiedstypen van toepassing zijn per gebied. Bij elk gebiedstype, met uitzondering van het gebiedstype Landschap/Ruimtelijke samenhang, worden de criteria gestructureerd aangeboden op drie ruimtelijke schaalniveaus. De schaalniveaus zijn: 1. Het niveau van erf en ligging (de grootste schaal); 2. Het niveau van de bebouwing zelf (de middelste schaal); 3. Het niveau van de detaillering, de materiaalkeuze en het kleurgebruik van de bebouwing (de kleinste schaal). In één uitzonderingsgeval is een afwijkende structuur gehanteerd. Dit betreft het gebied Amstelmeer, Oude Veer en zwinnen. Voor dit gebied worden de criteria rechtstreeks per onderdeel benoemd, en dus niet eerst met gebiedstypen.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
37
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon 38
Schema van de opbouw per gebied | Gebiedsgericht beleid
Amstelmeer, Oude Veer en zwinnen
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
IJsselmeer en Waddenzee
Wieringen Polder Waard-Nieuwland
Anna Paulowna polder
Wieringerwaard
Wieringermeer Waardpolder
Groetpolder Noordelijk West-Friesland
Klik hier op een gebied om direct naar het beleid voor dat gebied te gaan Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
39
40
| Gebiedsgericht beleid
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Visualisatie karakteristieken Wieringen, beeld: Lisette Tomassen
4.1
Wieringen
Wieringen bestaat uit een keileemlandschap. In de voorlaatste ijstijd heeft het ijs de bodem samengeperst tot keileem en hoogtes en laagtes gevormd. De hoog gelegen delen van Wieringen leenden zich van oudsher goed voor bewoning en de lager gelegen vlakten die soms nog wel eens overstroomden voor (gemeenschappelijke) weidegronden. Op de hoge delen en op de overgang naar de lage delen werden tuunwallen aangelegd, lage wallen van opgestapelde plaggen die als perceelsgrens functioneerden. Op Wieringen bestond een bijzonder watersysteem, bestaande uit walsloten en sjanen. Rond de hoge delen lagen walsloten om het regenwater te bergen, terwijl de sjanen het water radiaal van de hogere delen naar de walsloten voerden. Inmiddels zijn veel walsloten rechtgetrokken en veel sjanen gedempt. Eind jaren ’40 heeft het eiland een sterke groenstructuur gekregen met hagen, singels en laanbeplanting. Op Wieringen is veel struweelbeplanting aanwezig, vaak aan de rand van open gebieden. Dit vormt samen met enkele bomenrijen in de berm, tuunwallen en groene erven een gebiedseigen beplantingsbeeld. De basis van de beplanting bestaat uit inheemse bomen en struiken zoals iep, es en meidoorn. De hoger gelegen delen kennen een besloten karakter met (stevige) beplanting. De lage vlakten zijn open.
Klik hier om terug te gaan naar de gebiedenkaart Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
41
Op de grens tussen de lagen vlakten en de zee werden de eerste dijken gebouwd, de bedijking tussen de zee en de hoge delen en hun kliffen volgden later. Waar de noordelijke dijk van Wieringen een hoge, strakke, rechte scheidslijn tussen land en zee vormt, heeft de – niet langer meer primair waterkerende – Wierdijk ten zuiden van het eiland een relatief laag en minder rechtlijnig profiel. Het eiland wordt grotendeels in de lengterichting doormidden gesneden door een afgegraven tracé voor een spoorlijn. Een deel van het oorspronkelijke spoortracé is nu de basis voor de autoweg N99.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Op Wieringen zijn Hippolytushoef en Den Oever de grootste dorpen. Het voormalige eiland omvat verder de kleine dorpen Oosterland en Westerland en zestien buurtschappen waaronder De Haukes, Vatrop en Stroe. De dorpen zijn allen herkenbaar aan de lintbebouwing. Kenmerkend van de lintbebouwing is dat deze zich naar de dorpskernen toe verdicht. Bebouwing in het buitengebied Het merendeel van de bebouwing in het buitengebied behoort tot een van de zestien buurtschappen die Wieringen rijk is. Daarnaast komt op kleine schaal wat verspreid liggende bebouwing voor. De buurtschappen zijn alle gesitueerd langs een weg of rondom een kruispunt van wegen. Het merendeel van de buurtschappen bestaat niet meer dan enkele bij elkaar gegroepeerde agrarische bebouwing. Ook wel een stolpenzwerm genoemd. Stroe en De Haukes zijn wat omvangrijker. Het buurtschap Stroe bestaat uit lintbebouwing langs de Stroeërweg. Ten noorden van het dorp ligt een recreatiepark. De Haukes is ontstaan als klein wegdorp langs de Westerlanderdijk. In het buitengebied zijn de meest voorkomende vormen van agrarische bebouwing de Wieringer boerderij, Noord-Hollandse normaalstolpen enWest-Friese stolpboerderijen en mengvormen daarvan. De Wieringer boerderij is een boerderijtype dat alleen op Wieringen voorkomt.
De boerderij heeft een L-vormige opzet waarbij de schuur haaks op het woonhuis staat en de achtergevel zwart geteerd is. In het boerderijtype zijn invloeden uit verschillende regio’s waar te nemen. De kenmerkende gele stenen en ongeglazuurde rode golfpannen van het woonhuis komen uit Friesland, de opzet van het woongedeelte komt voort uit het Noord-Hollandse woonstalhuis en de opstelling van het vee komt overeen met de situatie op de andere Waddeneilanden. De Wieringerboerderijen komen alleen voor op de hogere delen van het eiland. Kenmerkend is dat de boerderijen niet georiënteerd zijn op de wegen; ten opzichte van de weg lagen de boerderijen schots en scheef. Belangrijker voor de locatiekeuze waren de verkaveling, de wens om de langgevel op het zuidwesten te zetten en de helling van het terrein.
42
| Gebiedsgericht beleid
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Wieringen, foto Anna Groentjes
Wieringen, foto: Van Paridon x de Groot landschapsarchitecten
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
43
Hippolytushoef De Hippolytuskerk heeft een centrale hoger gelegen positie in de dorpskern. De kern van Hippolytushoef ligt aan het lint (Hoofdstraat-Nieuwstraat) rondom deze kerk. De agrarische oorsprong is hier nog afleesbaar, net zoals bij de historische molen De Onderneming, die aan de rand van het dorp ligt. Elders aan de hoofdstraat ligt nog een andere kerk: de Katholieke Kerk Hippolytushoef. Deze kerk is opgenomen in het lint. De linten zijn in de kern dichtbebouwd, met woningen, winkels en bedrijven. Doorzichten zijn beperkt. De bebouwing is overwegend individueel en afwisselend. De buurtschappen Belt en Elft zijn in de loop van de tijd opgenomen in Hippolytushoef.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Vanaf de jaren ’60 breidde Hippolytushoef zich projectmatig uit met meerdere woonwijken. Ten noorden van de Beltstraat en Nieuwstraat ontstond een wijk met een haaks stratenpatroon, uniforme bebouwing van twee lagen met kap en een traditioneel materiaalgebruik, verrijkt met twee grote groenstroken. In het centrale deel van het dorp bevindt zich een wijk tussen de Nieuwstraat, Koningstraat en Slingerweg, met een deels rechtlijnig patroon en bebouwing uit de jaren ’50 tot ’70. Oostelijk van de Slingerweg ligt een wijk met uitbreidingen uit de jaren ’80 en ’90. De noordelijke delen hebben kronkelende straten, hofjes en royaal openbaar groen, terwijl het zuidelijke deel strakker van opzet is met minder groen. De bebouwing bestaat overwegend uit rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen met een kleinschalig karakter. Daarnaast zijn er verspreid over het dorp diverse kleine, recentere invullocaties gerealiseerd, waaronder een nieuwe wijk uit de jaren ’00. Hippolytushoef heeft een groot bedrijventerrein aan de westzijde van het dorp, genaamd Molenveld. Het bedrijventerrein kent enkele woningen die verspreid op het terrein staan en is aan de Rijksstraatwegzijde (N99) als zichtlocatie te benoemen. Den Oever Den Oever ligt aan het einde van het lint die in de lengterichting over het eiland loopt.
Pas vanaf 1920 kwam Den oever als gevolg van de aanleg van de Zuiderzeewerken tot ontwikkeling. Tegelijk met de aanleg van de Afsluitdijk ontstond een omvangrijk complex van haven, sluizen en verdedigingswerken. De historische molen De Hoop, die prominent op de kruising van de Hofstraat en de Zwinstraat staat, is een van de overblijfselen van de periode van voor de Zuiderzeewerken. De dorpskern heeft zich rondom de dijk en de haven gevormd. De lintbebouwing is in de kern nog duidelijk herkenbaar. Buurtschap De Gest is in de loop van de tijd de westelijke grens van Den Oever geworden. De nieuwbouw van Den Oever dateert vooral uit de jaren ’60 met rijtjes woningen van twee lagen met een kap. De wijk tussen de Molgerdijk, Marterkrogt en de Noord Gesterweg komt uit de jaren ’80 en er is nog een wijk uit de jaren 2000.
44
| Gebiedsgericht beleid
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
De haven van Den Oever is een bijzonder gebied vanwege de grote schaal en ruime variatie in functies. Het havengebied is onder te verdelen in een productiehaven en de kop van de Afsluitdijk. De kop van de Afsluitdijk bestaat uit een grote sluis en enkele gebouwen en woningen van Rijkswaterstaat die direct met deze sluisfunctie verbonden zijn. De verdedigingswerken, die gebouwd zijn tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog zijn rijksmonumenten. De bebouwing van de productiehaven is zeer divers van karakter en varieert van industriële laagbouw tot kantorenbouw van meerdere verdiepingen. Naast het havengebied liggen enkele bedrijventerreinen, waarvan een aantal door hun ligging langs de A7 en N99 een zichtlocatie betreffen.
Boerderij Gesterweg, Den Oever, foto: Lisette Tomassen
Oosterland Oosterland is ontstaan rondom een natuurlijke hoogte en kent voornamelijk landelijke bebouwing. Bijzonder is de rond 1925 ontwikkelde bebouwing van het MUZ-park (Maatschappelijk ter Uitvoering van de Zuiderzeewerken). Ten zuiden van Oosterland ligt een recreatiepark bestaande uit recreatiewoningen met verdieping.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
45
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Westerland Westerland is een oud lintdorp op de zuidelijke rand van een natuurlijke hoogte. De bebouwing heeft een overwegend agrarisch karakter en enkele voormalige visserswoningen. De bebouwing is traditioneel en bestaat overwegend uit één laag met een zadelkap, gevels van rood metselwerk, verticale vensters en daken met matte rode of antracietkleurige keramische dakpannen. Woningen hebben een venster in de zij-/kopgevel. Sommige woningen hebben een houten topgevel. De architectonische detaillering is zorgvuldig. Her en der zijn uitzonderingen die afwijken qua kappen (mansardekap of wolfseind) en kleuren (wit gekeimde gevels). In de hoek van de Westerlanderweg en de Poelweg ligt een kleine uitbreiding uit de jaren ’80 bestaand uit rijenwoningen, met kleine verspringingen tussen de blokken. Rond Westerland liggen diverse recreatieparken met een camping en recreatiewoningen. Tekst
46
| Gebiedsgericht beleid
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon Typische erfinrichting, beeld: Van Paridon x de Groot landschapsarchitecten Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
47
Kernkarakteristieken
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
• Glooiend landschap met als aardkundige waarden het bodemprofiel en reliëf. • Afwisseling in openheid (in de lage onbeplante delen, de kogen) en beslotenheid (op de hoge beplante delen) met zichtlijnen en panorama’s vanaf de hoogten. • Kenmerkend watersysteem van sjanen en walsloten. • Tuunwallen (tuinwallen of woalkes) als perceelsscheidingen op de hoge delen en op de overgang naar de lage delen. • Voormalige kliffen en zeedijken (waaronder de oude Wierdijk) die toegankelijk zijn voor fietsers en wandelaars. • Een sterke groenstructuur van hagen, singels en laanbeplanting die geborgenheid en openheid biedt op basis van de bodem en bewoning, en de landschappelijke diversiteit op het voormalig eiland beleefbaar maakt. • Smalle wegen met een groenstructuur met gesloten kroonprojectie. • Afleesbare relatie tussen reliëf, haaks daarop georiënteerde (onregelmatige) verkaveling, kronkelende historische wegen en bewoningslinten. • Tracé voor de spoorlijn dat het voormalig eiland doorsnijdt, onder en naast de N99. • Herkenbaarheid van de van oudsher agrarische bewoning in zwermen of langs linten. • De dichtbebouwde kernen in de dorpen waar de agrarische oorsprong nog afleesbaar is. • Samenhangede stedenbouwkundige en architectonische opzet in de uitbreidingswijken. • De recreatie is kleinschalig van karakter en ingepast in het landschap.
• Streekeigen Wieringer boerderijtype en mengvormen, met kenmerkend kleurgebruik en typische erven, vaak onderdeel van een stolpenzwerm.
48
| Gebiedsgericht beleid
Kwaliteitsdoelen
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
• Optimaliseren van ruimtelijke samenhang, landschappelijke herkenbaarheid en cultuurhistorische betekenis. • Benutten en waar mogelijk versterken van het toeristisch en recreatief potentieel van de Waddenkust. • Instandhouden van aardkundige waarden (bodemprofiel en reliëf). • Het reliëf is kwetsbaar voor ophogingen en afvlakkingen. • Het verkavelingspatroon is karakteristiek vanwege de onregelmatigheid die samenhangt met het reliëf. Instandhouden van de stevige groenstructuren en het open houden van de gebieden die nu al een open karakter hebben (de kogen met weidevogelgebieden). • Respecteren van de identiteit van de verschillende dorpen, door de verschillende kenmerkende karakteristieken per dorp in stand te houden en waar mogelijk te versterken. • Beschermen en ontwikkelen van de ruimtelijke kwaliteit van en rondom historische boerderijen, schuren en monumenten ten aanzien van bebouwing en erfinrichting. • Bij entreelocaties van kernen, linten en buurtschappen is de ruimtelijke kwaliteit hoog. • Behoud van de doorzichten in de bewoningslinten. • Op zichtlocaties vanaf de N99 enA7 hebben bedrijventerreinen een hoge kwaliteit en levert de bebouwing een positieve bijdrage aan het bebouwingsbeeld. • Aanleggen van nieuw bos in het uitloopgebied van Hippolytushoef buiten weidevogelleefgebied. • Het in stand houden van de kooibossen als cultureel en groen erfgoed.
49
Criteria
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Landschap/Ruimtelijke samenhang • Ruimtelijke samenhang tussen reliëf, verkaveling, bebouwing, grondgebruik en beplanting. • Met de kenmerkende openheid van gebieden op het voormalige eiland wordt rekening gehouden. Voorkom aantasting van deze openheid. • In de linten zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk mits die niet leiden tot een te hoge mate van verdichting en zichtlijnen of vergezichten blijven behouden. • Ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan, mits het reliëf niet zichtbaar wordt opgehoogd of afgevlakt, en de zichtbaarheid van het reliëf niet vermindert. • De aardkundige waarde van het bodemprofiel wordt in stand gehouden en de bodem mag tot een diepte van maximaal een diepte van 1m onder maaiveld worden beroerd. • Bij ruimtelijke ontwikkelingen blijft de onregelmatigheid die samenhangt met het reliëf behouden (voorkom nivellering van deze kavelstructuur. • De continuïteit van de groenstructuren, zoals bomenrijen en singels blijven behouden continuïteit. • De kronkelende wegen houden hun loop. • De onderlinge samenhang tussen de boerderijen, het erf en het landschap, wordt geborgd en waar mogelijk versterkt. • De dijken blijven duidelijke groene structuren die als een herkenbaar en samenhangend geheel door het landschap lopen. De Wierdijk is provinciaal monument en heeft eigen beschermingsregels.
• De structuur en doorlopende groene oevers van bestaande sloten worden gekoesterd. Natuurlijke oevers zijn uitgangspunt; anders beschoeiingen maximaal 15 cm boven de waterlijn. • Kleinschalige ontwikkelingen worden zorgvuldig in het landschap ingepast. • Het gebiedseigen beplantingsbeeld, bestaande uit struweelbeplanting, enkele bomenrijen in de berm, tuunwallen en groene erven, wordt gekoesterd en versterkt. • De basis van de beplanting bestaat uit inheemse bomen en struiken zoals iep, es en meidoorn, een aanvulling met andere soorten is wenselijk vanwege de ziektegevoeligheid van deze soorten.
Relief Wieringen, foto Lisette Tomassen
50
| Gebiedsgericht beleid
Tuunwal, foto Lisette Tomassen
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Bebouwing in het buitengebied Erf en ligging • Het bouwwerk levert een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de dorpse of landschappelijke ruimte. • Het bouwwerk past in de karakteristiek van de bestaande omgeving. • Gebouwen staan vrij met behoud van doorzichten op het landschap. • Bijzondere functies zoals windmolens, transformatoren e.d. worden binnen het erfensemble geplaatst en kennen een zorgvuldige landschappelijke inpassing. • De erfbeplanting in een singel rondom het erf wordt waar mogelijk versterkt, waarbij de aan de weg gelegen zijde van het perceel vrij dient te blijven van een dergelijke singel. • Voor aanpassing en vernieuwing van erven wordt inspiratie gehaald uit historische kenmerken. De oorspronkelijke opzet, architectuur en uitstraling bieden houvast en inspiratie voor verdere ontwikkeling van het erf. • Er is een heldere scheiding tussen voor- en achtererf. • Herkenbaar onderscheid tussen hoofd- en bijgebouwen, dit vormt een samenhangend ensemble. • De erfinpassing is robuust. De omvangrijke ontwikkelingen op het erf vragen om een evenredig grote erfinpassing die aansluit op de schaal en omvang van het bedrijf. • Het erf draagt bij aan beleving van en verbinding met de omgeving. • Het erf geeft ruimtelijk en functioneel invulling aan toekomstige maatschappelijke opgaven, zoals waterberging en biodiversiteit.
• Het wordt aangemoedigd om natuurwaarden te versterken door bijvoorbeeld de aanplant van een fruitboom, bomensingel of aanleg van een takkenril of het realiseren van een tuunwal als afbakening van het erf of naastgelegen perceel. Deze erfafscheiding is kenmerkend voor Wieringen. Bebouwing • In stolpenzwermen zijn de boerderijen niet altijd op de weg gericht, maar hangt de oriëntatie van het gebouw samen met het reliëf en de verkaveling. • Gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm van één laag met zadeldak, mansardekap of piramidedak. • In stolpenzwermen is de hoofdmassa van boerderijen niet altijd met de voorgevel op de straat georiënteerd, maar hangt de oriëntatie van het gebouw samen met het reliëf en de verkaveling. • De massaopbouw is enkelvoudig (woning en bedrijfsgedeelte als geheel onder één dak) of kent een duidelijk onderscheid tussen representaties deel (woonhuis) en een bedrijfsgedeelte. • Bijgebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm.
Klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave |
51
• Geen aan- of uitbouwen aan aan- of uitbouwen. • Schaalvergroting door bijvoorbeeld samenvoeging of grote aanbouwen wordt voorkomen. • Bijzondere functies, zoals windmolens, transformatoren, e.d., hebben een eenvoudige hoofdvorm.
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
Detaillering, materiaal en kleurgebruik • De detaillering is eenvoudig en verzorgd. • Gevels zijn (bij voorkeur) in aardkleurige, gele, baksteen en/of hout (topgevels). • Het dak van de boerderij is gelegd met gebakken (bij voorkeur geglazuurde zwarte antraciete) pannen en/of riet, en het dak van het voorhuis met gebakken (bij voorkeur matte rode) pannen. • Het kleurgebruik is overwegend traditioneel. • Agrarische gebouwen kunnen in moderne materialen, maar dienen in gedekte kleuren te worden gerealiseerd. • Bijgebouwen zijn afgestemd op het hoofdgebouw in materiaal- en kleurgebruik. • Kleinschalige en/of verspreid liggende bijzondere functies kunnen in moderne materialen en kennen een terughoudende detaillering. • Zwart geteerde gepotdekselde gevels zijn kenmerkend voor het gebied. Hetzelfde geldt voor zwart geteerde weilandhekken. Deze kwaliteiten moeten worden gekoesterd.
Bebouwing in het buitengebied, foto: Van Paridon x de Groot landschapsarchitecten
Zwart geteerde gevels en weilandhek, foto: Van Paridon x de Groot landschapsarchitecten
Bijzondere kernen en linten Erf en ligging • Groene erfafscheidingen verdienen de voorkeur boven gebouwde. • Het erf is zo beperkt mogelijk verhard, in ieder geval aan de representatieve zijde. Bebouwing • Gebouwen richten zich op de belangrijkste weg. • Hoofdmassa’s liggen in de rooilijnen.
52
| Gebiedsgericht beleid
Nota Omgevingskwaliteit | Hollands Kroon
• Bijgebouwen liggen zoveel mogelijk geclusterd achter of naast het hoofdgebouw. • De hoofdmassa’s zijn met de voorgevel georiënteerd op de straat en worden in de bestaande rooilijn gebouwd. • Voor zover binnen het lint nieuwbouw mogelijk is, wordt daarbij aangesloten op het aanliggende bebouwingsbeeld. • De nokrichting is overwegend evenwijdig aan de weg en incidenteel haaks op de weg. • De hoofdmassa bestaat uit één of twee bouwlagen met een dak, aansluitend bij de bebouwing uit directe omgeving. • De bijgebouwen liggen bij voorkeur uit het zicht en zijn qua bouwhoogte ondergeschikt aan het hoofdgebouw. • Aan- en uitbouwen zoals erkers en dakkapellen zijn ondergeschikt en bij voorkeur in een afgeleide architectuur. • Winkel of horecapuien blijven beperkt tot de eerste bouwlaag, waarbij het gebouw verbonden blijft met de grond door middel van penanten. • Woningen of gebouwen hebben een massa-opbouw die afgestemd is op de huidige of oorspronkelijke situatie (tenzij sprake is van verstorende bebouwing). • Gevels hebben een traditionele indeling waarbij de gevelopeningen vooral een verticale gerichtheid hebben. Aanvullend of vervangend voor de bebouwing in centrum Hippolytushoef en centrum Den Oever • Panden zijn afzonderlijk herkenbaar, er is sprake van smalle parcellering. • Maximaal twee bouwlagen met kap, voorkeur één bouwlaag met kap.