Bijlage 1.9. Actualisatie verkennend onderzoek natuur
Tekst van het document
Opdrachtgever
:
Contactpersoon
:
Datum
:
30-6-2023
Rapportnummer
:
E23048-RAP-01
Status
:
Definitief
Adviesbureau
:
Kwinfra B.V.
Postadres
:
Smaragdweg 3
Postcode+plaats
:
1812 RJ Alkmaar
Telefoon
:
072 505 7500
Website
:
www.kwinfra.nl
:
info@kwinfra.nl
E-mail ecologie
:
ecologie@kwinfra.nl
Opgesteld door:
Gecontroleerd door:
Stone Tulips
RAPPORT ACTUALISATIE QUICKSCAN ECOLOGISCHE WAARDEN, LEIJERDIJK 5 TE NIEUWE NIEDORP
SAMENVATTING Algemeen Onderzoeklocatie Gebruik locatie Aanleiding Doel Onderzoek Soort onderzoek Onderzoeksopzet
Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp Bloemteelt Bouwen van schuur Effect beoordelen van de bouwwerkzaamheden en schuur op beschermde natuurwaarden
Actualisatie Quickscan ecologische waarden Bureaustudie: Gebruik van verspreidingsgegevens om een inschatting te maken van de beschermde soorten in en rondom het plangebied. Daarnaast het effect op de omgeving inschatten lettend op beschermde (natuur)gebieden. Veldinspectie: Bezoek ter plaatse naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en hun leefgebieden. Rapportage: Het vastleggen van de aanleiding, methodiek en resultaten met de daaruit volgende adviezen.
Resultaten, conclusie en advies Bevindingen
Conclusies en advies
-
Geschikt broedbiotoop voor grondbroedende vogels. Nesten niet gevonden. Andere wettelijk beschermde soorten niet te verwachten op planlocaties Verstoring, doding en vernieling nesten moet worden voorkomen. Dat is mogelijk op verschillende wijzen.
-
Resultaten zijn niet in tegenstrijd met reeds uitgevoerde Quickscan (2019.3318 Mertens BV, Wageningen, april 2019). Bouwactiviteiten moeten plaatsvinden buiten broedseizoen vogels (15mrt - 15 aug.) of er moet worden voorkomen dat vogels zich kunnen vestigen op de planlocatie tijdens het broedseizoen.
-
-
Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
Nader soortgericht onderzoek niet benodigd.
2
INHOUDSOPGAVE 1.
AANLEIDING
4
2.
SITUATIE PLANGEBIED
5
3.
METHODE
6
3.1. 3.2.
Vooronderzoek Veldwerk
6 6
4.
RESULTATEN
7
4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7.
Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Vaatplanten Amfibieën & reptielen Overige soorten Gebiedsbescherming
7 7 7 7 8 8 8
5.
CONCLUSIE & ADVIES
9
6.
REFERENTIES
10
7.
BIJLAGE 1: VRIJGESTELDE SOORTEN
11
8.
BIJLAGE 2: WET NATUURBESCHERMING
12
Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
3
1.
AANLEIDING
In opdracht van Stone Tulips heeft Kwinfra BV een Actualisatie Quickscan ecologische waarden uitgevoerd. De aanleiding voor dit onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever een schuur te plaatsen binnen de planlocatie (momenteel in gebruik als weiland). De reeds uitgevoerde quickscan (2019.3318 - Mertens BV, Wageningen, april 2019) is verlopen. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, heeft gevraagd om een actualisatie van deze quickscan. In het kader van de werkzaamheden is het noodzakelijk de ingrepen te toetsen aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (2017), om daarmee eventuele effecten te onderzoeken die optreden ten aanzien van beschermde natuurwaarden (planten en dieren). Op basis hiervan is inzichtelijk gemaakt of er noodzaak bestaat voor het uitvoeren van nader soortgericht onderzoek naar het voorkomen van specifieke soorten/soortgroepen. Voor de Wet natuurbescherming is de provincie het bevoegd gezag wat betreft handhaving en het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen. De beschermde soorten zijn opgenomen in de vogelrichtlijn (artikel 3.1), de habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5) en de Lijst nationaal beschermde dier- en plantensoorten (artikel 3.10). Op de laatstgenoemde lijst worden per provincie uitzonderingen gemaakt.
Hiernaast geldt de Algemene Zorgplicht (artikel 1.11) voor alle in het wild levende planten en dieren. Het doel van dit onderzoek is het beoordelen van de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en rust- en voortplantingsplaatsen. Hierbij worden de verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming in acht genomen. Op basis van de verkregen resultaten geven wij vervolgens advies over mogelijke vervolgstappen.
Figuur 1. De onderzoekslocatie Leijerdijk 5, Nieuwe Niedorp (rode omlijning) met planlocatie (groene vlak). Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden
Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
4
2.
SITUATIE PLANGEBIED
De planlocatie ligt recht tegenover het adres Leijerdijk 5. Deze planlocatie ligt in de meest noordelijke hoek van het perceel is landelijk gelegen en ligt te midden van andere landbouwgronden. Een sloot omringt het perceel. Momenteel wordt het land gebruikt voor tulpenteelt.
Figuur 2. Planlocatie Leijerdijk 5. Aanzicht vanaf de weg.
Figuur 3a & 3b. Perceel wordt omgeven door licht geëutrofieerde sloot. Perceel heeft redelijk hoge bedekking van bloeiende kruiden,
Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
5
3.
METHODE
3.1. Vooronderzoek De quickscan actualisatie begint met een bureaustudie waarbij er aan de hand van verspreidingsgegevens bekeken wordt welke beschermde dier- of plantensoorten waargenomen zijn binnen dan wel direct nabij het plangebied. Hierbij wordt de database van geverifieerde waarnemingen op waarnemening.nl en diverse atlassen geraadpleegd. Enkel waarnemingen van de afgelopen 5 jaar tot 1 kilometer rondom het plangebied zijn meegenomen in het onderzoek. Gelet op de mogelijke effecten van de werkzaamheden van het project is gekeken welke beschermde soorten het meeste risico lopen. Om soortinformatie te vinden hebben wij gebruik gemaakt van de websites van RAVON, Vogelbescherming, De Vlinderstichting en de Zoogdierenvereniging. Ook zijn kennisdocumenten van Bij12 voor enkele beschermde diersoorten geraadpleegd. Er is tevens gekeken of het plangebied deel uit maakt van of direct grenst aan een beschermd natuurgebied (Natura-2000, Natuurnetwerk Nederland of bijzonder provinciaal landschap). Hiervoor hebben we de website van Natura2000 gebruikt, de atlastleefomgeving.nl en de website van de provincie. Op basis hiervan is beoordeeld of er negatieve effecten op deze gebieden te verwachten zijn.
3.2. Veldwerk Het plangebied is op 14 juni 2023 bezocht door de heer M. Verweij. De weersomstandigheden waren gunstig. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar het voorkomen en de potentie van het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten, hierbij onder andere de resultaten van het vooronderzoek en habitat vereisten in acht nemend. Daarnaast is er gekeken naar de aanwezigheid van broedende vogels en nesten. Er zijn foto’s gemaakt van eventueel relevante terreinelementen en de vegetatie. Na dit veldbezoek is beoordeeld of de voorziene ruimtelijke ontwikkelingen significant negatieve effecten kunnen hebben op eventueel aanwezige beschermde soorten of belangrijke natuurwaarden.
Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
6
4.
RESULTATEN
4.1. Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) De planlocatie lijkt geschikt te zijn als broedgelegenheid voor grondbroedende vogelsoorten zoals veldleeuwerik en kievit. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen op het perceel. Op basis van de Wet natuurbescherming (Art. 3.1 Wnb.) geldt voor alle inheemse vogelsoorten dat het verboden is om in gebruik zijnde nesten te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. Het is mogelijk dat er in het broedseizoen (15 mrt. – 15 aug.) broedactiviteit op de planlocatie zal plaatsvinden. Er zijn geen nesten aangetroffen of te verwachten van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. Effect van de voorgenomen ontwikkeling op vogels Indien er nesten van broedende vogels op de planlocatie aanwezig zijn, zullen de bouwwerkzaamheden als gevolg hebben dat de nesten worden verstoord, vernield of dat jonge vogels worden gedood. Dit is in strijdt met de verbodsbepalingen van art. 3.1. Wnb. Dit conflict kan worden voorkomen door de werkzaamheden te plannen buiten het broedseizoen van vogels, of door direct voorafgaand aan de start van de bouwactiviteiten een eenmalige inspectie te laten uitvoeren door een deskundig ecoloog. Daarbij zal moeten blijken dat broedende vogels worden uitgesloten. Een andere methode is voorkomen dat vogels op de desbetreffende locatie zullen gaan broeden.
Er zijn verschillende technieken om dit op een diervriendelijke manier te bewerkstelligen.
4.2.
Vleermuizen
Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen in het gebied en de plannen zullen geen externe effecten hebben op vliegroutes of foerageergebieden. Er zijn geen landschapselementen aanwezig die functies bieden als vliegroutes of migratieroutes. Het perceel is minimaal geschikt als foerageergebied en zijn voldoende alternatieve foerageerplaatsen in de omgeving. Effecten op de foerageermogelijkheden worden uitgesloten. Effecten van voorgenomen ontwikkelingen op vleermuizen Negatieven effecten op vleermuizen zijn uitgesloten.
4.3.
Grondgebonden zoogdieren
Het perceel is geschikt voor een aantal algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren. Vooral muissoorten veldmuis en huisspitmuis zouden hier nesten kunnen hebben of foerageren. De ruimtelijke ingreep zal geen invloed hebben op de gunstige staat van instandhouding van de desbetreffende soorten omdat er voldoende alternatief onverstoord leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemeen voorkomende soorten betreft. Het perceel is te arm aan landschapselementen die dekking bieden aan wettelijk beschermde habitatrichtlijnsoorten. Er zijn geen indicaties gevonden van verblijfplaatsen van hermelijn, wezel of andere marterachtigen. Effecten van voorgenomen ontwikkelingen op grondgeboden zoogdieren Negatieven effecten op grondgeboden zoogdieren zijn uitgesloten.
4.4.
Vaatplanten
Binnen het plangebied zijn er geen plantsoorten aangetroffen die bescherming genieten van de Wet natuurbescherming (artikel 3.5). Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
7
4.5.
Amfibieën & reptielen
Tijdens het veldonderzoek zijn geen amfibieën of reptielen gevonden. Het perceel is slechts matig geschikt voor algemene soorten zoals gewone pad en bruine kikker. Habitatrichtlijnsoorten zijn uitgesloten op basis van hun verspreidingsgegevens en habitatvereisten.
Effect van de voorgenomen ontwikkeling op amfibieën en reptielen Er zal geen significant effect optreden tegenover veelvoorkomende soorten zoals de bruine kikker of gewone pad. De staat van instandhouding zal niet in gevaar komen dankzij de grote omvang van het habitat in de directe omgeving. Wel moet er rekening worden gehouden met de Algemene Zorgplicht (art. 1.11 Wnb).
4.6. Overige soorten De aanwezigheid van overige wettelijk beschermde soorten is uit te sluiten op basis van hun verspreidingsgegevens.
4.7. Gebiedsbescherming Bijzondere natuur- en landschapswaarden worden beschermd door middel van gebiedsbescherming. Voor ieder plangebied moet worden vastgesteld of bij de voorgenomen herontwikkelingen effect kan optreden op beschermde (natuur)gebieden. Alle beschermde natuur samen vormt het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Binnen dit netwerk vallen ook de Natura 2000 gebieden die deel uitmaken van Europees netwerk waarvoor strengere beschermingseisen gelden. De afstand tot Natura 2000 gebieden (N2000) en Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebieden is bepaald met de kaartlagen op Arcgis.com. De planlocatie zelf maakt geen deel uit van beschermd natuurgebied (N2000 of NNN) en ligt ook niet in de buurt van N2000. Het dichtstbijzijnde N2000gebied is dat van de Schoorlse Duinen op 13 km afstand. Het Natuur Netwerk Nederland (NNN) ligt op ca. 110 m ten noorden van de planlocatie. Dit zijn de Oeverlanden Kanaal Alkmaar Omval-Kolhorn. NNN-gebieden zijn niet wettelijk beschermd tegen stikstofdepositie. Naar verwachting zal eventuele depositie van stikstof als gevolg van de bouwactiviteiten geen effecten hebben op N2000 gebieden. Dit vanwege de relatief grote afstand, korte duur van de werkzaamheden en kleinschalige impact. Ondanks dat er geen significante depositie op N2000 gebieden wordt verwacht, kan er toch een AERIUS berekening worden vereist door het bevoegd gezag.
Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
8
5.
CONCLUSIE & ADVIES •
De Quickscan actualisatie heeft niet geleidt tot resultaten die tegenstrijdig zijn met de eerder uitgevoerde Quickscan van Mertens (2019.3318 - Mertens BV, Wageningen, april 2019). De conclusies komen daarom ook overeen.
•
Om te voorkomen dat eventueel aanwezige grondbroedende vogels worden verstoord, gedood of nesten worden vernield, dient er buiten het broedseizoen gewerkt te worden of dient er voorkomen te worden dat vogels zich kunnen vestigen op de planlocatie.
•
Nader soortgericht onderzoek is niet aan de orde.
Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
9
6.
REFERENTIES
Literatuur: [1] Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis [2]
Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (red.) 2014. Atlas van de Noord Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noordhollandse Zoogdier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar Floron.nl
[3]
Van de Riet, B., Van der Goes, H., Baas, T. (2014) Atlas van de Noord-Hollandse Flora. Springeruit Drukwerk. Landschap Noord-Holland
[4]
Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. www.netwerkgroenebureaus.nl
Websites: [5] Waarneming.nl [6]
Ravon.nl
[7]
Verspreidingsatlas.nl
[8]
Vogelbescherming.nl
[9]
Vlinderstichting.nl
Kennisdocumenten: [10] BIJ12 (2017). Kennisdocument Zandhagedis, versie 1.0 [11]
BIJ12 (2017). Kennisdocument Rugstreeppad, versie 1.0
[12]
BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis versie 1.0
Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
10
7.
BIJLAGE 1: VRIJGESTELDE SOORTEN
Tabel B1. Soorten waarvoor een vrijstelling geldt in de provincie Noord-Holland
Soort Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Bunzing, hermelijn, molmuis, steenmarter, wezel, wildzwijn, hazelworm, levendbarende hagedis en eekhoorn zijn niet vrijgesteld.
Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
11
8.
BIJLAGE 2: WET NATUURBESCHERMING
Hoofdstuk 1 van de Wet natuurbescherming “Algemene bepalingen”
§ 1.3 Beschermingsmaatregelen algemeen Artikel 1.11: Zorgplicht 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming “Soorten” § 3.1 Beschermingsregime Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4.
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2 Beschermingsregime Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3 Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.
in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Rapport: E23048-RAP-01 Actualisatie Quickscan ecologische waarden Leijerdijk 5 te Nieuwe Niedorp
12