Bijlage 1.5. Beeldkwaliteitsplan
Tekst van het document
BEELDKWALITEITSPLAN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING UITBREIDING BLOEMBOLLENBEDRIJF LEIJERDIJK 5, NIEUWE NIEDORP augustus 2022 definitief
COLOFON
PROJECT Beeldkwaliteitsplan landschappelijke inpassing bloembollenbedrijf De heer v
, Leijerdijk 5, Nieuwe Niedorp
RHO ADVISEURS VOOR LEEFRUIMTE Druifstreek 72-c 8911 LH Leeuwarden t: 058-2562525 w: www.rho.nl Projectleiding: Chris Tasma
DATUM 10 augustus 2022
INHOUD
1. INLEIDING 2. ANALYSE 3. LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN 4. BEELDKWALITEITSKADER BEBOUWING BIJLAGE
1. INLEIDING BESTAANDE SITUATIE
verplaatsen wordt deze gevaarlijke situatie opgelost.
Aan de Leijerdijk 5 in Nieuwe Niedorp is een bloembollenbe-
Om extra opslagruimte en voldoende veilige manouvreerruimte
drijf gevestigd. De planlocatie ligt in de Niedorper Polder ten
te verkrijgen wil de ondernemer een nieuwe opslagloods direct
zuidwesten van van het lintdorp Nieuwe Niedorp. Het huidige
aan de overzijde van de Leijerdijk realiseren. De loods heeft
bedrijf bestaat uit enkele aan elkaar gebouwde volumes en ligt
een grootte van circa 2200 m2. De gronden zijn in eigendom
aan de noordzijde van de Leijerdijk, ingeklemd tussen de weg
van de ondernemer. De gewenste uitbreiding van het bouwvlak
en het water van de Rijd/ het kanaal Alkmaar - Kolhorn. Er zijn
is klein vergeleken bij de bouwvlakken die andere bollenbedrij-
op deze kavel zeer weinig uitbreidingsmogelijkheden. Naast het
ven in de buurt hebben.
bedrijfsperceel staat de bedrijfswoning op een eigen kavel. De ontwikkeling past niet binnen het bestemmingsplan ‘Bui-
HET INITATIEF Het huidige bedrijf kampt met ruimtegebrek. De opslag van kisten, leeg fust, tractoren, haspel en grondbewerkingsmachines passen niet in het bedrijfspand. Deze opslag gaat ten koste van de bedrijfsruimte. Dit terwijl het bedrijf wil doorgroeien. Opslag in de buitenlucht is niet aan de orde in verband met milieuregelgeving. De kisten en andere materialen dienen om die reden verplicht binnen te staan. Daarnaast wordt verrommeling van het landschap voorkomen. Daarnaast is de huidige laad- en losplaats aan de voorzijde van de bestaande loods niet optimaal. Door de beperkte ruimte tot de Leijerdijk komt het in de praktijk voor dat vrachtwagens tijdens het laden en lossen deels op de weg of op het naastgelegen fietspad staan. Dit levert regelmatig gevaarlijke situaties op. Door het laden- en lossen naar de overzijde van de weg te
tengebied voormalige gemeente Niedorp’. Er is ter plaatse geen bouwvlak opgenomen. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon heeft in principe ingestemd met de gevraagde uitbreiding. Een van de voorwaarden om eventueel medewerking te kunnen verlenen aan dit initiatief is dat er een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld. Uit dit plan moet blijken dat de beoogde locatie geschikt is voor uitbreiding van het bedrijf en dat sprake is van een goede inpassing op de locatie. De Raad van State heeft recentelijk uitspraak gedaan over deze uitbreiding (8 december 2021 ECLI:NL:RVS:2021:2757). Eén van de opmerkingen van de Raad van State was dat er te weinig aandacht besteed was aan de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. In dit beeldkwaliteitsplan is dit nader onderbouwd.
BESTAAND BEDRIJF
PLANLOCATIE
opslag van kisten met bloembollen
ligging planlocatie tegenover bestaand bedrijf, aan overzijde weg
onveilige verkeerssituatie door blokkeren van fietspad door laden en lossen vrachtwagens
Winkel
Nieuwe Niedorp
BESTAAND BEDRIJF ‘t Veld
N242
De Rijd
PLANLOCATIE Terdiek
PERCEEL 1080
Oude Niedorp
A.C.
De G
raaf
weg
Lang
NIEDORPER POLDER
ereis
jk
rdi
je Lei
2. ANALYSE
BELEID; BEELDKWALITEIT NOORD-HOLLAND
LEIDRAAD LANDSCHAP EN CULTUURHISTORIE
In de omgevingsvisie 2050 van de provincie Noord-Holland is
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (provincie
speciale aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en beeldkwaliteit.
Noord-Holland, 2018) is een provinciale handreiking voor
Het maken van een ‘beeldkwaliteitsplan’ voor nieuwe structu-
het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het
rele ontwikkelingen wordt daarin verplicht gesteld. De intentie
landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infra-
van de provincie daarbij is samengevat in het credo: “behoud
structuur of vormen van energieopwekking. Het is dus een
door ontwikkeling”, waarbij een sterke nadruk wordt gelegd op
belangrijk document bij de toetsing van ontwikkelingen
‘regionale identiteit’ en ‘ruimtelijke kwaliteit’.
als die aan de Leijerdijk 5. De Leidraad geeft gebiedsge-
In gevallen waarbij sprake is van uitbreiding van een bestaand
richte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo
bedrijf, dient een beknopte beschouwing inzicht te geven in de
toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke
gevolgen van de ingreep voor de bestaande (beeld)kwaliteit.
ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de
Hierbij zijn de volgende vijf elementen van belang:
leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad te
•
aandacht voor de ontwikkelingsgeschiedenis;
werken aan het behouden en versterken van de ruimtelijke
•
aansluiting bij de ordeningsprincipes van het landschap en
kwaliteit van landschap en cultuurhistorie.
de omgeving;
In de Bijlage wordt nader ingegaan op de Leidraad.
aansluiting bij de bebouwingskarakteristiek (architectuur,
Hierna volgt de samenvatting en conclusie uit de
stedenbouw, openbare ruimte);
Leidraad. De uitgangspunten uit de Leidraad zijn rand-
•
inpassing van het plangebied in de wijdere omgeving;
voorwaardelijk meegenomen in het landschappelijk inpas-
•
aandacht voor de bestaande kwaliteiten van het gebied en
sings- en beeldkwaliteitsplan. Hierdoor voldoet het land-
voor de maatregelen om negatieve effecten op deze kwalitei-
schappelijk inpassings- en beeldkwaliteiteitsplan aan de
ten op te heffen.
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.
•
De provincie geeft aan gebruik te maken van onder andere de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018.
Van belang is dat er 32 gebieden zijn aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ (BPL). De planlocatie valt buiten deze gebieden. In beginsel gelden hier dus de ‘normale’ regels. Voor de BPL-gebieden geldt een beschermingsregime dat uit de Omgevingsverordening 2020 komt.
De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: •
bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek;
•
bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid;
•
helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.
Leijerdijk 5 ligt in West Friesland west, in het middengebied. Voor Leijerdijk 5 betekent dit/ zijn de volgende aanknopings- / uitgangspunten van belang: •
projectlocatie ligt niet in ‘Bijzonder Provinciaal Landschap‘
•
ligging in mozaïeklandschap;
•
ligging aan een lint;
•
gematigd open gebied, alzijdig begrensd door lintbebouwing;
•
rekening houden met en benadrukken verkavelingsstructuren; vóór de ruilverkaveling kleine, smalle kavels, ná de ruilverkaveling slagen/blokverkaveling,
•
rekening houden met de structuurlijn van het kanaal Alkmaar – Kolhorn. Deze zo mogelijk benadrukken;
•
dynamiek; groei agrarische sector respecteren;
•
nieuwe ontwikkelingen combineren met natuurontwikkeling.
ONTWIKKELINGSGESCHIEDENIS
Het oude zeekleilandschap bestaat uit een combinatie van half-
In het pleistoceen bestonden grote delen van Noord-Holland
open tot vooral matig open gebieden en open tot zeer open ge-
uit wadvlakten, doorsneden door kreken. Vanaf 5000 tot 3000
bieden. Doordat het gebied is ontgonnen als veengebied, kent
jaar geleden heeft in dit voormalig getijdengebied opslibbing
het ook de ruimtelijke karakteristieken van een veengebied,
van zand en klei uit zee plaatsgevonden. Door de lange perio-
met langgerekte lintdorpen, een regelmatige, opstrekkende
den van opslibbing ligt dit landschapstype vergeleken met het
verkaveling en veel sloten, vaarten en tochten om het water af
omliggend kleigebied hoog. De zandige geulafzettingen van
te voeren/op te slaan. Met name voormalige kreeklopen, waren
de voormalige kreekbeddingen en kreekoeverwallen zijn nu als
aantrekkelijke woonplaatsen in het gebied.
verhogingen in het landschap zichtbaar. Op de kleibodem ontwikkelde zich een omvangrijk veenpakket. Door toedoen van
Door herverkaveling in met name de jaren 80 is de oorspronke-
ontginning en zee-inbraken verdween het veen in de loop van de
lijke structuur van het landschap plaatselijk ingrijpend veran-
Middeleeuwen weer. Om het zeewater buiten te sluiten werd het
derd en is een veel grootschaliger structuur ontstaan. Daarnaast
gebied in de 11e en 12e eeuw omdijkt. Aan het begin van de
doorsnijden grotere infrastructuurlijnen het landschap, zoals de
13e eeuw is de dijkring gesloten.
N242. De N242 is de drukste provinciale weg van de provincie Noord-Holland (gecategoriseerd als stroomweg met een maxi-
Nog altijd vormt de Westfriese Omringdijk de markante begrenzing van het oude zeekleigebied. Nadien is het veen, door klink en oxidatie, weer verdwenen waardoor het onderliggende landschap weer aan de oppervlakte kwam. De voormalige kreken laten zich nu herkennen als relatief hoog gelegen stroomruggen. De voormalige wadvlakten vormen nu de laag gelegen en overwegend open kommen. Met het inklinken, of zelfs verdwijnen, van het veen kwamen ook de oude huisterpen weer aan de oppervlakte.
mumsnelheid van 100 km per uur).
CA. 1850 ORDENINGSPRINCIPES VAN HET LANDSCHAP LINTDORPEN, OPEN LINTEN EN AGRARISCHE LINTEN In de omgeving van de planlocatie zijn nog veel van de oude structuren in het landschap te herkennen. Één van deze structuren zijn de oude dorpslinten. Er zijn verschillende dorpslinten te herkennen: Nieuwe Niedorp, Terdiek, Winkel en ‘t Veld. Allen hebben een variërende bebouwingsdichtheid. De woningen staan meestal niet direct aan de weg of dijk, maar worden gescheiden door een voortuin. De weg is in deze linten de ruimtelijke structuurdrager. De dorpsranden zijn rafelig en hebben een zachte overgang op het landschap. De projectlocatie ligt aan de rand van het lintdorp Nieuwe Niedorp. De dorpsbebouwing reikt tot aan de huidige locatie van het bedrijf. Even verderop liggen bebouwingsclusters aan één zijde van de weg in de vorm van groen omrande agrarischen bebouwingsclusters in het landschap met daartussen ruimte en doorzichten. Langs deze landelijke, agrarische linten liggen ‘stolpboerderijen’, met soms een vaart tussen boerderij en lint. De locatie ligt op de overgang van deze twee structuren en vormt daarmee de schakel tussen het lintdorp en het agrarische lint met de losse bouwclusters aan de zuidzijde van de weg.
CA. 1950
CA. 1985
ZICHT VANAF LEIJERDIJK 5 OVER DE RIJD NAAR BEBOUWING BUREN
PROFIEL LEIJERDIJK THV PLANLOCATIE
BEGIN VAN HET LINTDORP
PROFIEL LEIJERDIJK EN ZICHT OP PLANLOCATIE LINKS
Winkel
DE DIVERSE LINTDORPEN
Nieuwe Niedorp ‘t Veld LIGGING PLANGEBIED OP GRENS LINTDORP EN AGRARISCH LINT De Rijd
N242
Lang
NIEDORPER POLDER
HALF OPEN LANDSCHAP Terdiek
Oude Niedorp
A.C.
ereis
jk
rdi
je Lei
De G
raaf
weg
MATIG OPEN LANDSCHAP
beëindiging van een zichtkamer* (met name vanaf de N242).
Het plangebied ligt in het landschapstype ‘Oud zeekleiland-
Zie schetsen hiernaast. Hierbij is de beoogde loods met
schap’. Het ligt aan een lint aan de rand van de Niedorper
beplanting reeds ingevuld.
polder. Qua maat en schaal dient de nieuwe bebouwing aan te sluiten bij de bestaande bebouwing.
LINTEN EN LANDSCHAP Het plangebied ligt aan de rand van het lint, op de overgang
Het landschap tussen het lint aan de Leijerdijk, de Terdieker-
naar het matig open komgebied.
weg en de Dorpsstraat kan getypeerd worden als ‘matig open’. De linten zijn met hun bebouwing, erfbeplanting en soms
De nieuwe loods met groene omlijsting wordt zodanig gesitueerd
laanstructuren vrij dicht terwijl de ruimte tussen de linten voor
dat het nieuwe erf onderdeel wordt van het dorpslint.
een groot deel vrij zijn van opgaand groen en bebouwing. Dit
Door de ritmiek van agrarische bedrijven op afstand van elkaar
maakt het landschap afwisselend. De (meestal) langgerekte
doet het tevens mee in het beeld van de groene, agrarische ei-
kavels steken vanaf de linten het landschap in, dit zorgt voor
landen.
doorzichten.
Door een stevige groene inpassing wordt de rand van de zichtka-
Aan de Leijerdijk is de structuur relatief open met zicht
mer op grotere schaal versterkt.
richting de N242. Langs de weg bevinden zich aan de
Er blijft ruim voldoende doorzicht rond de nieuwe ontwikkeling
zuidwestzijde verschillende bouwplekken met daartussen
over, zodat vanaf de Leijerdijk de openheid goed kan worden
doorzichten over de polder. Ter plaatse van de planlocatie is er
beleefd.
vanaf de Leijerdijk een lang zicht in zuidelijke richting.
De nieuwbouw vormt dus geen structurele aantasting van de
Langs de dijk staat hier en daar laanbeplanting. Dit is ook
zichtbaarheid van de openheid en het ongebouwde karakter van
het geval direct ten westen van de planlocatie. In combinatie
de landschapskamer.
met de uitloper van het lint onstaat hierdoor een duidelijke
De bebouwing en de beplanting op de voorgrond zorgen zelfs voor een betere dieptewerking; aan beide zijden van de beoogde
*een zichtkamer (ook wel landschapskamer) is een open ruimte die omsloten wordt door groen en/of bebouwing die het zicht verder het landschap in ontneemt.
locatie wordt vanaf de Leijerdijk het contrast met de achterliggende ruimte vergroot.
Voortzetten van groene eilanden richting lintdorp Nieuwe Niedorp
Zicht vanaf de N242 op groene eilanden
Aan de leijerdijk is sprake van een afwisselde structuur met
Vanaf de N242 is zicht op de rand van de polder, met haar
bebouwing op losstaande erven en open doorzichten. Aan de
boerderijen, die ritmisch als groene eilanden aan de Leijerdijk.
westzijde van de Leijerdijk bevinden zich enkele bouwplekken met daartussen doorzichten over de polder en de achterliggende
Langs de weg bevinden zich aan de zuidwestzijde verschillende
provinciale weg N242. Ter plaatse van de planlocatie is sprake
bouwplekken met daartussen doorzichten over de polder.
van een zeer ruime doorzicht naar de polder. Met het toevoegen van een bouwperceel op de beoogde locatie wordt het ritme aan bebouwing aan de Leijerdijk doorgezet. Het toevoegen van bebouwing heeft uiteraard invloed op het doorzicht op de polder. Gezien het open karakter op dit deel van de Leijerdijk is de impact op het open gebied echter beperkt. Ook met het toevoegen van de beoogde bebouwing blijft nog steeds een grote open ruimte over. De sterkere dieptewerking vergroot zelfs de beleving van de openheid.
Afwisselende doorzichten richting het landschap
Rand van de landschappelijke kamer
Het lint langs de Leijerdijk is met haar bebouwing, erfbeplan-
Samen met de laanbeplanting aan de Leijerdijk vormen de
ting en soms laanstructuren relatief open. Langs de weg bevin-
boerderijen aan deze weg de rand van de landschappelijke/
den zich aan de zuidzijde verschillende bouwplekken met boer-
zichtkamer. De open ruimte wordt omsloten door groen en
derijen. Tussen de boerderijen door zijn er doorzichten over de
bebouwing, die het zicht verder het landschap in ontneemt. Dit
polder, richting de N242.
beeld is met name vanaf de N242 goed zichtbaar.
3. LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN ALGEMEEN Initiatiefnemer heeft de wenst om zijn bedrijf uit te breiden door de bouw van een opslagloods van circa 2200 m². Nut en noodzaak voor uitbreiding is onderbouwd in een separaat bedrijfsplan. Het uitbreiden van het bedrijf aan de noordzijde van de Leijerdijk zou voor de hand liggen, maar hier is geen ruimte
- liggen in matig open landschap
voor in het lint.
Er is hier geen sprake van een enorme openheid en weidsheid,
Vanuit bedrijfseconomische redenen, maar ook vanuit de
zoals bij de diverse Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL)
omgeving en het beleid (met name de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie) worden eisen gesteld aan de inrichting van het terrein en de gebouwen en de landschappelijke inpassing hiervan. De uitgangspunten en hoe hiermee is omgegaan zijn hieronder weergegeven.
wel het geval is. de open ruimte wordt alzijdig begrensd door lintbebouwing. De projectlocatie ligt aan de rand van het matig open gebied, begrensd door lintbebouwing. Door deze ligging aan de rand van de polder is de impact op de openheid minder groot dan als er sprake zou zijn van situering midden in de
- benadrukken beleving openheid landschap
polder.
Het toevoegen van beplanting en bebouwing draagt in beginsel
- ligging aan /in lint
niet bij aan ‘openheid‘. Evenwel kan deze wel zorgen voor
De beoogde bebouwing sluit aan op zowel de dorpse
een betere dieptewerking. Hier is op beoogde locatie, vanaf
lintbebouwing als aan het open agrarische lint (zie analyse).
de Leijerdijk zeker sprake: Door het plaatsen van bomen
Het lint wordt versterkt met de nieuwe ontwikkeling omdat de
en bebouwing op de voorgrond, wordt het contrast met de
huidige en de toekomstige bebouwing beter op elkaar zullen
achterliggende ruimte vergroot. Hierbij is het van belang dat er
aansluiten. Daarbij zal er geen cluster van bebouwing ontstaan
voldoende zichtlijnen vanaf de Leijerdijk aanwezig zijn. Deze
omdat er slechts één pand wordt bijgebouwd. De structuur van
zijn er.
een lint wordt daarmee niet aangetast.
- versterken verkavelingsstructuur De verkavelingsstructuur wordt versterkt door de situering van de loods, de vorm van de loods, de daken en de beplanting die in richting van de kavels wordt aangelegd. Het ruilverkavelingspatroon wordt niet doorbroken en de sloten blijven in stand.
TERREIN •
Minimale verharding aan de voorzijde van het gebouw ten behoeve van manouvreerruimte voor vrachtwagens en enkele parkeerplaatsen voor personenwagens.
•
Entree direct tegenover de entree van het bestaande bedrijfsgebouw.
•
Overig deel van het terrein zo min mogelijk verharding, maar juist groen.
•
Geen buitenopslag op het terrein.
GROENE RANDEN •
De twee randen van de kavel krijgen een stevige groene
blijft aan beide zijden voldoende ruimte tot de erfgrens. Ten
versterkt. Er is onderscheid gemaakt tussen de zuidwest-
noordoosten van de planlocatie blijft hierdoor voor de buren
en de noordoostzijde, vanwege de al dan niet aanwezige
aan de oostzijde het uitzicht behouden. •
Aan de noordoostzijde en zuidwestzijde wordt een strook
van ca. 10 meter breed i ngeplant met elzen, essen of esdoorns en met struweel van sleedoorn, meidoorn, kardinaalsmuts, hazelaar, kornoelje, hondsroos en liguster. •
De rest van de kavel blijft behouden als landbouwgrond. Er
invulling, waardoor de verkavelingsstructuur wordt
laanbeplanting langs de Leijerdijk. •
•
Aan de zuidwestzijde wordt het zicht op de bebouwing ook al gefilterd door de beplanting langs de weg.
Aan de voorzijde staal al een fraaie laanboom. Daarnaast is nabij de poel plek voor een fraaie treurwilg.
•
Aan de achterzijde is ruimte voor 3 a 4 extra bomen.
Le
jk rdi ije
N 23
24 1
22
2 3
21
19
7
18
m
5.
1.
Dubbele bomenrij ter versterking kavelstructuur
2.
Dichte beplantingsstrook ter versterking verkavelingsstructuur en zicht via oosten
3.
Poel i.v.m. watercompensatie
4.
Verbreden sloot i.v.m. watercompensatie
5.
Openhouden i.v.m. zicht buren oostzijde
30 m
30 m
es of esdoorn aanzicht links
es of esdoorn
50
jk rdi ije
m
50 m
Le
1.
2. h=
ur
7m
hu sc
meidoorn & sleedoorn
h=
meidoorn & sleedoorn
12 m
hoge zwarte els
es of esdoorn
4
m
4.
aanzicht rechts
4
m
40
m
3 11
m
aanzicht achter
12
m Perceel 4,3 ha schuur bebouwingsvlak 2000m2 hal/overslagruimte bebouwingsvlak 200m2
situatie schaal: 1 : 1000
16 15
9 14 13 12 11
10
Z
3.
lente / herfst
8 winter
17
96
zomer 4 5 6
20
Sectie: D Perceel: 1080 K.gemeente: Niedorp Schaal: 1:500
Aanzicht oprit
aanzicht links groenstrook
zwarte els
aanzicht achter groenstrook
aanzicht rechts groenstrook
es of esdoorn
meidoorn & sleedoorn
WATERCOMPENSATIE
NATUURONTWIKKELING
•
Door de toenemende verharding, zal het water nauwelijks
Door het maken van de poel met riet aan de voorzijde, en de
in de bodem dringen. Het regenwater zal afstromen naar
verbrede sloot aan de zuidwest zijde, zal de biodiversiteit van
het omliggende slotenstelsel. Om te voorkomen dat er
het gebied sterk toenemen.
wateroverlast ontstaat, is het belangrijk extra waterberging
Ook door het toevoegen van de dichte beplantingsstrook en de
te realiseren.
dubbele bomenrij zal de biodiversiteit toenemen.
Deze watercompensatie is 10% van het totale toegenomen
Daarnaast is eigenaar van plan om een deel van het dak een
oppervlakte verharding.
groen dak te maken met sedum en kruiden (zie hoofdstuk 4).
Deze waterberging kan aan de voorzijde leiden tot een fraaie
In de Leidraad wordt aangegeven dat rekening dient te worden
poel/ vijverpartij met riet. Deze vorm van natuurontwikkeling
gehouden met de structuurlijn van het kanaal Alkmaar –
verwijst naar de ligging nabij de Rijd.
Kolhorn, en deze zo mogelijk benadrukken (zie pagina 8).
De sloot aan de westzijde wordt verbreed. Dit versterkt de
Stonetulips wil de rietkraag (achter het huidig bedrijf) van het
verkavelingsstructuur.
kanaal Alkmaar-Kolhorn in haar oude glorie te herstellen. Dit
Er vindt meer compensatie plaats dan noodzakelijk.
zal resulteren in extra broedgelegenheid voor vogels en ook het
• •
• •
creëren van een geschikte habitat voor insecten.
TWEE VARIANTEN Op de vorige pagina’s zijn twee varianten te zien. De landschappelijke inpassing is bij beide varianten gelijk . De
bebouwing varieert, zie hoofdstuk 4 beeldkwaliteit. De eerste variant, met een kleiner bouwwerk aan de voorzijde, -zoals ook in de referentie hieronder te zien is heeft de voorkeur van initiatiefnemer.
rietoever van de Rijd
Op de volgende pagina’s volgen een aantal fotomontages. De bebouwing is hierop indicatief weergegeven. Qua grootte en volume is de bebouwing zoals in de handschetsen aangegeven uitgangspunt. referentie Gouwe Hoogwoud; stal met kleiner volume ervoor
Toe te passen beplantingssoorten:
Wilde liguster (Bron: Ebben boomkwekerij, 2018)
Meidoorn
(Bron: Ebben boomkwekerij, 2018)
Es
Zwarte els
Sleedoorn
(Bron: Ebben boomkwekerij, 2018)
Huidige situatie PLANLOCATIE
Huidige erf is groen ingepakt
Nieuwe situatie
Door de aanwezigheid van de laanbeplanting aan de Leijerdijk zal vanaf de westzijde het nieuwe erf nauwelijks zichtbaar zijn
Huidige situatie PLANLOCATIE
Nieuwe situatie 3D isometrie rechts-boven
Huidige situatie PLANLOCATIE
Nieuwe situatie
Huidige schuur niet meer zichtbaar door nieuwe beplanting
Afstand N242 tot Leijerdijk is 450 meter
4. BEELDKWALITEITSKADER BEBOUWING ALGEMEEN
•
Het gebouw krijgt een gedekte kleurstelling passend in
In het vorige hoofdstuk is de landschappelijke inpassing
het landschap zoals bijvoorbeeld donkergroen, antraciet of
van het terrein en de bebouwing opgenomen. Ook aan de
bruintint.
bebouwing zelf worden eisen gesteld. Hieronder zijn de
•
voorzien. Eigenaar denkt hierbij aan een sedumdak op het
beeldkwaliteitseisen voor de bebouwing opgenomen.
voorste, lagere deel van de loods. Dit gedeelte is wat lager,
Beide varianten op pagina’s 19 en 20 zijn landschappelijk inpasbaar.
BEBOUWING •
Het nieuwe bedijfsgebouw krijgt een eenvoudige hoofdvorm met één of meerdere kappen (landelijke uitstraling).
•
Het gebouw wordt compact opgezet.
•
Het gebouw wordt in de richting van het landschap geplaatst.
•
De loods wordt circa 2200 m2 groot, met een maximale goothoogte van 7 m en een nok van maximaal 12 m.
•
De goot wordt visueel verlaagd door het doortrekken van het dakmateriaal en/of -kleur.
•
De bebouwing wordt duidelijk op de Leijerdijk georiënteerd, met een entree aan de voorgevel en bij voorkeur extra gevelopeningen.
•
Mogelijk wordt een deel van het gebouw van een groen dak
waardoor het groen zichtbaar zal zijn vanaf de omgeving. •
Het overslaggedeelte heeft een open karakter met veel glas.
•
De twee varianten wijken van elkaar af in de dakopbouw:
•
variant 1 heeft een breed en flauwer dak, aan de voorzijde een apart, lager overslaggedeelte en aan de achterzijde twee dakdelen.
•
variant 2 heeft over de gehele lengte twee dakdelen. Hierdoor lijkt het alsof er twee kleinere loodsen staan. Deze loodsen hebben beiden een steiler dak dan bij variant 1.
Hierna volgen de verschillende opties voor de vooraanzichten en referentiebeelden. Ook is het mogelijk om het dak te laten verspringen. De aanvrager heeft de voorkeur voor variant 1, met aan
Het gebouw wordt in ieder geval aan de voor- en bij voorkeur
de wegzijde een kleiner volume dat het front breekt (zie
ook aan de achterzijde onderbroken, waardoor een minder
referentiebeeld Gouwe te Hoogwoud (pagina 21 en 28).
aanwezig front ontstaat.
verschillende opties om het aangezicht / het front van een loods te verzachten door er kleinere volumes voor te plaatsen. Bij variant 1.
referentie Gouwe Hoogwoud; stal met kleiner volume ervoor
referentie met glazen front
referentie met twee daken
verschillende opties om het aangezicht / het front van een loods te verzachten door er kleinere volumes voor te plaatsen.
BIJLAGE
Grootschalige ruilverkavelingen en schaalvergroting in het midden van
Leidraad Landschap en Cultuurhistorie
Het landschap maakte hiermee een ware transformatie door en veran-
De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (provincie Noord-Holland, 2018) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. Het is dus een belangrijk document bij de toetsing van ontwikkelingen als die aan de Leijerdijk 5. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad te werken aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van landschap en cultuurhistorie. Het plangebied ligt volgens de Leidraad in het deelgebied WestFriesland west. West-Friesland west is een oud zeekleilandschap dat in hoge mate verstedelijkt is, met Alkmaar-Noord, Schagen, Heer-
de 20e eeuw waren onderdeel van een groot landinrichtingsproces. derde ingrijpend. Waterlopen werden rechtgetrokken of verdwenen, kleinere kavels werden samengevoegd en herverdeeld en landschapselementen (als randbeplanting) verdwenen. De kernwaarden van het ensemble West-Friesland-West worden aan de hand van volgende 3 provinciale kernwaarden omschreven: 1. de landschappelijke karakteristiek (de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen), 2. openheid en ruimtebeleving (de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten) 3. de ruimtelijke dragers (de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen, zoals bijvoorbeeld bebouwingslinten, bomenlanen en dijken).
hugowaard en Langedijk als grotere, snel gegroeide kernen. Door de ontstaansgeschiedenis, de strijd tegen het water, de ligging en vooral de groei van de steden, de mate van ruilverkaveling en de huidige dynamiek zijn lokale landschappelijke verschillen ontstaan. Het gebied heeft de ruimtelijke karakteristieken van een veenontginningsgebied, vooral herkenbaar aan de lange veenlinten en opstrekkende verkaveling haaks op de linten. In dit gebied is het veenpakket op de klei door oxidatie inmiddels verdwenen. Het gebied kende lange tijd vooral een agrarisch gebruik. deelgebied West-Friesland west
1.
de landschappelijke karakteristiek (de landschapstypen en de
belangrijkste kenmerken van deze landschappen)
De kleinere droogmakerijen (zoals de omgeving van Waarland) hebben geen hoge ringdijk en doen mee in het halfopen landschap. Deze droogmakerijen liggen op afstand van het plangebied.
Het plangebied valt onder deelgebied 2, het middendeel van West-Friesland West. Het middendeel is een mozaïeklandschap met
Verder zijn hier geen specifieke kenmerken benoemd voor de planlo-
zeekleigronden en kleinere droogmakerijen, waarin zowel historische
catie. Dit, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het in het noordelijk deel
structuren overeind zijn gebleven, maar waar ook ingrijpend vernieuwd
van West-Friesland west (rond Schagen) (deelgebied 1) gelegen gave
is ten tijde van het landinrichtingsproces. Het is een ruilverkaveld
open weidelandschap, met historische, onregelmatige verkaveling. Dit
gebied met relatief grote blokverkavelingen en rechtgetrokken slo-
wordt in de Leidraad aangemerkt als Bijzonder Landschap. Hier zijn
ten. Het oude zeekleilandschap wordt gekenmerkt door hoger gele-
de zichtlijnen heel lang. Dit is dus een zeer waardevol, te behouden
gen kreekruggen en (overwegend open) laaggelegen kommen. Op de
landschap.
kreekruggen zijn bebouwingslinten gesitueerd, met beplanting en veel sloten. De historische lintstructuren liggen vaak op oude dijken. Bij de grootschaliger blokverkaveling van de kommen in het middendeel is de openheid vaak aan meerdere zijden begrensd door de bebouwingslinten.
2.
Openheid en ruimtebeleving (de beleving van de vrije open
ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten) De projectlocatie ligt in het zogenaamde ‘alzijdig begrensde ruimten in het mozaïekachtige landschap’, weergegeven als rode cirkels Het gebied kan gezien worden als een matig open gebied. Hier zijn de zichtlijnen minder lang dan in het noorden en westen van WestFriesland west (met rode lange pijlen).
3.
de ruimtelijke dragers (de driedimensionale structuren en lijnen
die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen). ‘In het Westfriese landschap zijn de ontginningsstructuren, vaarten en dijkwegen de belangrijkste lokale structuurlijnen. De lint(dorp)en met de vele stolpen zijn beeldbepalend en zijn van oudsher de ruimtelijke dragers van verstedelijking. De linten zijn vaak gebaseerd op de kreekruggen (Niedorp, Winkel en ’t Veld), op oude dijken (Langedijk, Oterleek en Veenhuizen) en op de strandwallen (Oudorp en Sint Pancras).’ Het profiel van de weg met bebouwing en de mate van bebouwingsdichtheid is per lint verschillend. Het groene beeld wordt bepaald door erfbeplanting en tuinen. Langs de linten staan vaak (reeksen) stolpboerderijen. Naast de linten vormt hier het kanaal Alkmaar- Kolhorn een belangrijke ruimtelijke drager. Deze loopt direct achter het bestaande bouwvlak van Leijerdijk 5. Verspreid door West-Friesland West staan verschillende molens (soms in serie) als markante objecten in het landschap. Ze herinneren aan het proces van land maken en droog houden. Deze molens staan niet in de directe omgeving van Leijerdijk 5.
dynamiek De agrarische sector zorgt voor dynamiek in het landschap. Het gebied rond Warmenhuizen/Tuitjenhorn is aangewezen als een van de twee zaadveredelingsconcentratiegebieden in Noord-Holland. Daarnaast vindt schaalvergroting en verbreding op de agrarische erven plaats en is er glastuinbouw die deels geherstructureerd wordt.
Ambities en ontwikkelprincipes De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: •
bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek
•
bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid
•
helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.
Het Westfriese landschap is aantrekkelijk en gevarieerd. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: •
het behouden van het open en kleinschalige terpen- en lintenlandschap.
Versterk waar mogelijk de landschappelijke structuren in dit gebied door natuurontwikkeling en het toevoegen van recreatieve (vaar)routes en recreatieve functies hieraan. Het gaat bijvoorbeeld om ‘Het rijk der duizend eilanden’ rond Oosterdel en waterstructuren zoals de ringvaart /Boomervaart rond Waarland, de Saskevaart, de Molendel, de Molentogt en het kanaal van Alkmaar – Kolhorn (kans). Het behouden/ versterken van de herkenbaarheid van de droogmakerijen. Houd in de droogmakerijen bij grotere, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen afstand tot de polderlinten, zodat deze herkenbaar blijven en sluit wat betreft maat en schaal aan bij de bestaande bebouwing. > hier niet van toepassing.
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden zorgvuldig ingepast en voegen zich in het bestaande landschap, zowel in de linten als in het
Overige ontwikkelprincipes
landelijk gebied. Houd rekening met de maat en schaal van de hui-
De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij:
dige bebouwing in de linten, met de fijnmazigheid en kwetsbaarheid
Het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige
van het landschap en de cultuurhistorische waarden. Onderzoek of er
verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-)tijdelijke functies
alternatieve locaties voor grootschalige of verkeersaantrekkende func-
en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie. Zorg voor
ties zijn, bij voorbeeld op bedrijfsterreinen. Aan de agrarische linten
een ruime landschappelijke begrenzing van het terrein, die aansluit
moet de functie gerelateerd zijn aan het agrarische gebruik van het
op het bestaande omringende landschap; vermijd hoge hekken in het
landschap.
landschap. Streef ernaar dat de opstelling kwaliteit toevoegt aan het bestaande landschap.
>
Zorg voor een hechte (zicht)relatie tussen dorp(slint) en land-
schap, behoud doorzichten vanaf het lint naar het landschap.