CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

beantwoording TV Verordening Ambtelijke bijstand

Raad 18 september 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Hollands Kroon 20252.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN OVER EEN AGENDAPUNT VAN DE RAADSVERGADERING

Naam fractie Datum raadsvergadering Volgnummer Agendapunt Onderwerp

VVD Hollands Kroon 18-09-2025 TV 2518 C5 Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Hollands Kroon 2025

Geachte leden van de raad, De heer Boersen heeft namens de fractie van de VVD technische vragen gesteld omtrent het voorstel de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gewijzigd vast te stellen. Het voorstel hiertoe is afkomstig van het presidium. De vragen zijn zodanig geformuleerd dat de mening van de griffier wordt gevraagd. Het voorstel is weliswaar voorbereid door de griffier, maar hij is gelet op zijn positie als adviseur niet de persoon om politieke vragen (er wordt tenslotte een mening gevraagd) te beantwoorden. Omtrent de vragen is gelet daarop overleg geweest tussen de indiener, de fractievoorzitter van de VVD, de plaatsvervangend raadsvoorzitter (fractievoorzitter OHK), de griffier en de raadsadviseur. Afgesproken is dat de griffier namens het presidium de vragen feitelijk zal beantwoorden. Ook is afgesproken dat het raadsvoorstel besproken wordt in de werkgroep bestuurlijke vernieuwing op 17 september a.s. De beantwoording treft u cursief onder de betreffende vragen aan. De beantwoording wordt voorafgegaan door een korte inleiding naar aanleiding van het hiervoor bedoelde overleg. Er blijkt onduidelijkheid te bestaan over de bevoegdheid van het presidium om voorstellen aan de raad te doen en dit leidt tot de vraag wie dan in de raad op het voorstel kan worden aangesproken (wie verdedigt het voorstel?).

Op grond van artikel 2, lid 2 onder c van het Reglement van Orde voor de gemeenteraad van Hollands Kroon 2025 heeft het presidium onder andere als taak het doen van voorstellen aan de raad over de organisatie van de werkzaamheden van de raad. Het betreffende raadsvoorstel valt binnen deze taak van het presidium. Omdat het presidium het voorstel doet, zijn de leden van het presidium in een raadsvergadering ook aanspreekbaar op de inhoud van het voorstel. Voorstellen aan de raad kunnen in Hollands Kroon afkomstig zijn van het college (op grond van 160 Gemeentewet), een raadslid (recht van initiatief, artikel 147a Gemeentewet, het presidium en de werkgeverscommissie (op grond van de delegatie, opgenomen in de verordening op de werkgeverscommissie). In alle gevallen geldt dat de indiener aanspreekbaar is op de inhoud van het voorstel. Zie voor wat betreft de regeling van de bevoegdheden van presidium en werkgeverscommissie ook de artikelen 82 tot en 84 Gemeentewet.

Geachte leden van het college, Onderwerp: Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Inleiding Artikel 33 van de Gemeentewet bepaalt dat de raad en elk van zijn leden recht hebben op ambtelijke bijstand. Dit recht is destijds, bij de dualisering van het gemeentebestuur, juist ingevoerd om de onafhankelijke positie van raadsleden te versterken. Daarbij is de griffier in het leven geroepen om het loyaliteitsconflict bij de gemeentesecretaris te voorkomen: de griffier ondersteunt de raad, de secretaris ondersteunt het college. In de nu voorgestelde nieuwe verordening krijgt de gemeentesecretaris een weigeringsgrond (“onevenredig beslag op capaciteit”) en de rol van de burgemeester wordt teruggebracht tot louter bemiddeling. In de toelichting wordt als aanleiding genoemd dat de huidige verordening te ruim zou zijn en geen weigeringsgronden zou kennen. Daarmee lijkt het individuele recht van raadsleden materieel te worden beperkt. Opmerking griffier: Het recht op ambtelijke bijstand is in de wet gekomen vanwege de invoering van het dualisme.Dit heeft gevolgen voor de rol van de gemeentesecretaris (gaat over de ambtelijke organisatie) en voor de raad is de eigen ondersteuning in de wet gekomen: de griffier.

Bij de invoering van het dualisme realiseerde de wetgever zich dat de griffies qua omvang beperkt zijn en dus niet alle deskundigheid in huis kan hebben om de raadsleden te ondersteunen. Om daarin te voorzien is het recht op ambtelijke bijstand wettelijk geregeld. De griffier gaat niet over de ambtelijke organisatie. Bij een verzoek om ambtelijke bijstand, waaraan de griffier geen gevolg kan geven kan hij de gemeentesecretaris benaderen. De gemeentesecretaris bepaalt of de bijstand kan worden verleend. In de huidige verordening had hij die bevoegdheid ook al, maar het bewaken van de werkdruk van de organisatie stond daar niet bij (staat wel in het model van de VNG). Hij is hoofd van de ambtelijke organisatie en daarom degene die hierover beslist. Indien er discussie bestaat omtrent de ambtelijke bijstand kan de burgemeester (als voorzitter van de raad) bemiddelen. In de huidige verordening staat dat de burgemeester in de kwestie voorziet. Wat hieronder moet worden verstaan is niet duidelijk. Duidelijk is wel dat de burgemeester bemiddelt als voorzitter van de raad (dit wordt ook zo gesteld in dememorie van toelichting (MvT) Gemeentewet, zie antwoord bij vraag 3). En de rol van burgemeester kan ook niet verder gaan dan bemiddelen. De burgemeester kan namelijk niet beslissen in plaats van de gemeentesecretaris.

Tenslotte is de burgemeester niet de werkgever van de gemeentesecretaris; dat is het college. Bij discussie zal de burgemeester en/of de secretaris de kwestie ook zeker met het college bespreken (gelet op de rol van werkgever van het college voor de gehele organisatie). De VVD Hollands Kroon heeft hierover de volgende vragen: 1. Model a. Is de griffier het met de VVD eens dat modellen niet leidend zijn, maar als voorbeeld kunnen dienen? De VNG is een overkoepelend orgaan ten dienste van de gemeenten, onder andere gericht op collectieve belangenbehartiging. De VNG produceert vele modelverordeningen en handleidingen, zodat gemeenten niet het wiel hoeven uit te vinden. Modelverordeningen kunnen, indien gewenst,

worden aangepast aan de lokale situatie. 2. Rechtsbron a. Is de griffier het met de VVD eens dat de wetgever in formele zin, dan wel de daarbij aansluitende wetsgeschiedenis een rechtsbron is? Zowel de wet in formele zin (afkomstig van parlement en regering) als overige wetgeving in materiële zin, zijn rechtsbronnen voor de gemeentelijke praktijk. Wetsgeschiedenis en toelichting worden gebruikt om de bedoeling van de wetgever te duiden, indien dit nodig is om de wettekst te interpreteren. b. Is de griffier het met de VVD eens dat de wetgever in formele zin, dan wel de wetsgeschiedenis als rechtsbron belangrijk is bij de interpretatie van wet- en regelgeving? Zie het antwoord op de vorige vraag. c.

Is de griffier het met de VVD eens dat de VNG geen (formele) rechtsbron is? Zo nee, kan de griffier dit (juridisch) onderbouwen met verwijzing naar specifieke wetsartikelen of passages uit de wetsgeschiedenis? Zie het antwoord op vraag 1a. De VNG is een overkoepelend orgaan ten dienste van de gemeenten.

3.

Aanleiding In de aanleiding staat geschreven dat: “Daar waar in de stukken van de VNG duidelijk de ambtelijke bijstand is begrensd tot ondersteuning bij het opstellen van initiatiefvoorstellen, amendementen en moties”. Echter, in de VNG-handreiking leest de VVD het volgende: “Het recht op ambtelijke bijstand is volgens de wet onbegrensd”. Ook in de (voorgestelde) verordening staat “bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning”. Ook in de wetsgeschiedenis (Tweede Kamer, vergaderjaar 2000–2001, 27 751, nr. 3 MvT) wordt het onbegrensde karakter van dit recht benadrukt. a. Gezien het voorgaande, kan de griffier de discrepantie tussen de aanleiding enerzijds en de stukken van de VNG, de voorgestelde verordening en de wetsgeschiedenis anderzijds duiden? En, indien de griffier uitgaat van een (interpretatie van) het VNG-model, kan hij duiden hoe dit zich verhoudt tot de wetsgeschiedenis als rechtsbron? Artikel 33 Gemeentewet Op grond van artikel 33 van de Gemeentewet hebben de raad en de raadsleden recht op ambtelijke bijstand. Op grond van lid 3 van dat artikel stelt de raad met betrekking tot de ambtelijke bijstand en de ondersteuning een verordening vast. Het stellen van regels is dus dwingend voorgeschreven. Uit de memorie van toelichting blijkt waar de wetgever aan heeft gedacht bij vormen van ambtelijke bijstand.

Daaruit blijkt dat (ook) de wetgever van mening is dat in de nadere regels, te stellen door de raad de vormen van ambtelijke bijstand nauwer kunnen worden omschreven. Memorie van Toelichting m.b.t. artikel 33 Dit artikel legt vast dat individuele leden van de raad recht hebben op ambtelijke bijstand. Om hun vertegenwoordigende, controlerende en kaderstellende rol goed te kunnen spelen, zullen raadsleden een beroep op ambtelijke ondersteuning moeten kunnen doen. Op grond van het derdelid dient de raad dit recht nader te regelen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan regels inzake ambtelijke ondersteuning bij de redactie van initiatiefvoorstellen, amendementen en moties, de verstrekking van feitelijke informatie en de wijze waarop een verzoek om ambtelijke bijstand moet worden gedaan. Ook kan de rol van de burgemeester bij het verlenen van ambtelijke bijstand in deze verordening worden gepreciseerd. Een dergelijke rol van de burgemeester werd ook door de Staatscommissie bepleit en sluit goed aan bij zijn voorzitterschap van de raad. Zowel de Handreiking als de modelverordening van de VNG (en dus ook het voorliggende voorstel) sluiten aan bij deze uitleg van de wetgeving van doel en strekking van artikel 33 Gemeentewet.

En onder andere ondersteuning, zoals verwoord in de verordening kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ondersteuning bij het stellen van schriftelijke, of technische vragen, of het ondersteunen bij het inzetten van overige raadsinstrumenten, zoals een interpellatie. Handreiking VNG Bladzijde 6 Initiatiefvoorstellen, amendementen en moties Ambtelijke bijstand is bedoeld om raadsleden te ondersteunen bij het opstellen van initiatiefvoorstellen, amendementen en moties Deze ondersteuning reikt verder dan een overzichtelijk verzoek om informatie. De gedachtegang is dat het opstellen van initiatiefvoorstellen, amendementen en moties om specialistische kennis vraagt, waarmee raadsleden hun plannen of ideeën verder kunnen uitwerken. Bladzijde 9 Belasting van de organisatie

Het recht op ambtelijke bijstand is volgens de wet onbegrensd. In de praktijk wordt de uitoefening ook bepaald door de beschikbare tijd en capaciteit van ambtenaren. Verzoeken om ambtelijke bijstand kunnen als een onverwachte extra belasting op de ambtelijke organisatie worden ervaren. Het draagt zo bij aan de vaak al als hoog ervaren werkdruk.

4.

Wettelijke rechten raadsleden

a.

Is de griffier het met de VVD eens dat het schriftelijk recht op vragen stellen (art. 155 lid 1 gemeentewet) een recht is dat ieder raadslid individueel toekomt? En dat dit individuele recht niet door de raad ingeperkt kan worden? Zo nee, kan de griffier dit onderbouwen met verwijzing naar specifieke wetsartikelen of passages uit de wetsgeschiedenis? Het recht op ambtelijke bijstand is geregeld in artikel 33 Gemeentewet. In dat artikel is expliciet opgenomen dat de raad nadere regels stelt. Het recht schriftelijke vragen te stellen is geregeld in artikel 155, lid 1 Gemeentewet. Dit artikel kent niet de mogelijkheid dat de raad nadere regels stelt. Wel zijn in het Reglement van Orde procedurele afspraken vastgelegd, maar dit beperkt het recht om schriftelijk vragen te stellen niet.

b.

Is de griffier het met de VVD eens dat het recht op ambtelijke bijstand (art. 33 gemeentewet) een recht is dat ieder raadslid individueel toekomt? Kan de griffie onderbouwen (met verwijzing naar specifieke wetsartikelen of passages uit de wetsgeschiedenis) waarom dit recht ingeperkt zou kunnen worden door de raad? Indien de griffier verwijst naar lid 3 van artikel 33 gemeentewet: Is de griffier het met de VVD eens dat lid 3 van artikel 33 Gemeentewet alleen ziet op procedurele regels (‘hoe’), en niet op het beperken van het recht zelf (‘wat’ of ‘of’)? Zo nee, kan de griffier dat uiteenzetten met specifieke wetsartikelen of passages uit de wetsgeschiedenis?

Kan hij dan ook uitleggen waarom zo’n belangrijk recht door een raadsmeerderheid beperkt kan worden, terwijl de wetgever dit recht juist heeft bedoeld als bescherming van ieder individueel raadslid, ook van minderheden in de raad? Hiervoor is al uitgebreid ingegaan op het recht op ambtelijke bijstand op grond van artikel 33 Gemeentewet. En ook dat de raad hierover nadere regels moet stellen. En ook hetgeen de wetgever heeft beoogd, gelet op de Memorie van Toelichting op het betreffende artikel. Verwezen wordt dan ook naar de beantwoording van vraag 3a. Overigens geeft artikel 33 Gemeentewet aan dat de raad nadere regels stelt. In de wettekst valt niet te lezen dat dit alleen procedurele regels kunnen/mogen zijn. Sterker nog, uit de MvT blijkt het tegendeel. Artikel 33, lid 3 stelt wel dat ten aanzien van de ondersteuning regels over de besteding en verantwoording moeten worden opgenomen. Maar dan gaat het om de ondersteuning van de fracties (fractievergoeding e.d.). Voor de wijze waarop met ambtelijke bijstand wordt omgegaan, is daarnaast de Handreiking van de VNG “Omgaan met ambtelijke bijstand” van belang. De handreiking van de VNG heeft naast het ‘revitaliseren’ van het instrument vooral de inzet om eraan bij te dragen dat alle betrokkenen zich bewust zijn van de juiste werking van het instrument.

Een belangrijke onderliggende boodschap bij de handreiking is dat alle betrokkenen – ambtelijke organisatie, college van B&W, raadsleden en griffie – alleen in goede onderlinge samenwerking de meerwaarde van het

instrument kunnen realiseren. Vorenstaande alinea is op uitdrukkelijk verzoek van de fractievoorzitter van de VVD in de toelichting van de verordening opgenomen. Uitgangspunt is een goede onderlinge samenwerking. 5.

Rol van de griffie, secretaris en burgemeester Is de griffier het met de VVD eens dat de functie van griffier ooit is opgericht om het loyaliteitsconflict dat de gemeentesecretaris heeft (die in eerste instantie werkt voor het college) op te lossen? Gelet op de wetsgeschiedenis is de functie van griffier niet met dat oogmerk in het leven geroepen. Bij de invoering van het dualisme is besloten dat de raad zijn eigen ondersteuning kreeg in de vorm van de griffie. Door de dualisering kwam de gemeentelijke organisatie onder leiding van de gemeentesecretaris te werken voor alleen het college (en de burgemeester.) Het college is ook de werkgever van die medewerkers. De raad is de werkgever van de medewerkers op de griffie. Omdat de griffie qua omvang beperkt is, is de mogelijkheid van ambtelijke bijstand in de wet opgenomen.

b. Kan de griffier bevestigen dat in de oude verordening de burgermeester nog een beslissingsrol had, en nu slechts een bemiddelingsrol? Kan de griffier (ook) bevestigen dat dit een materiële verzwakking betekent van de positie van raadsleden bij conflicten over ambtelijke bijstand? Kan de griffier in eigen woorden uiteenzetten waarom dit noodzakelijk is dan wel welke meerwaarde hiermee gehaald wordt? In de huidige verordening staat dat de burgemeester in de kwestie voorziet. Wat hieronder moet worden verstaan is niet duidelijk. Duidelijk is wel dat de burgemeester bemiddelt als voorzitter van de raad (zie ook de MvT). En de rol van burgemeester kan ook niet verder gaan dan bemiddelen. De burgemeester kan namelijk niet beslissen in plaats van de gemeentesecretaris. Tenslotte is de burgemeester niet de werkgever van de gemeentesecretaris; dat is het college. Bij discussie zal de burgemeester en/of de secretaris de kwestie ook zeker met het college bespreken (gelet op de rol van werkgever van het college voor de gehele organisatie).

c. Kan de griffier daarom uitleggen waarom juist diezelfde gemeentesecretaris in de nieuwe verordening eigenhandig mag beslissen om ambtelijke bijstand te weigeren? Indien de griffier hier verwijst naar het VNG-model dan wel de teksten van het VNG: kan de griffier ook uitleggen hoe dit verhoudt tot de wetsgeschiedenis van zowel het recht op ambtelijke bijstand, alsmede die van het ontstaan van de griffie? Zie de beantwoording hiervoor. De gemeentesecretaris is hoofd van de ambtelijke organisatie en daarom degene die beslist op verzoeken om ambtelijke bijstand.

d. Hoe wordt voorkomen dat de ambtelijke bijstand in de praktijk afhankelijk wordt van de agenda en prioriteiten van het college?

Binnen de verordening is vastgelegd op welke wijze ambtelijke bijstand kan/zal worden verleend. Uitgaande van een goede samenwerking wordt de ambtelijke bijstand verleend, tenzij.... Overleg en afstemming hierover zal uitsluitsel moeten bieden. Overigens voert het college uit, hetgeen de raad als hoogste bestuursorgaan aan het college opdraagt. Namens het presidium, de griffier. Met vriendelijke groet, Fractie VVD Namens deze, Rick Boersen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=bab00f11-f99d-4628-ad61-3977aef87f0a