Beantwoording technische vragen SHK beleidskader landschappelijke inpassing bedrijventerreinen
Tekst van het document
Verzenddatum
De fractie van Senioren Hollands Kroon
Ons kenmerk Uw kenmerk
TV-2447 Uw brief van
12 december 2024 onderwerp
Contact
Beleidskader landschappelijke inpassing bedrijventerreinen
Menno De Geus
Pagina
1/2
T 088-321 5000
Beste fractie, Op 12 december 2024 heeft u technische vragen (nummer TV-2447) gesteld over Beleidskader landschappelijke inpassing bedrijventerreinen. In deze brief beantwoorden wij de door u gestelde vragen. U vindt de antwoorden direct onder de vragen. Reactie 1.
Bent u echt van mening dat het criterium “rechte rooilijnen en gebouwen die bij elkaar passen” een landschappelijke kwaliteitsimpuls met zich meebrengt (richtlijn 5)? Het uitgangspunt voor het hanteren van een rechte rooilijn zit in eenheid, rust en herkenbaarheid en zal bijdragen aan landschappelijk aangezicht welke beter aansluit op de omgeving en het polderlandschap. De rooilijn sluit hierbij aan bij de gebiedseigenschappen en lijnen van boerensloten en wegen van de verkavelde polder. De rechte rooilijn sluit aan bij het beeldkwaliteitsplan Agriport A7 en ‘landschappelijk raamwerk’ uit streefbeeld Agriport A7 2022. Gezamenlijk met hoofdregel 4 ‘neem de richting en oriëntatie van het landschap over’ blijft voor architectonische kwaliteit voldoende ruimte over. De rooilijn als grens tussen openbare ruimte en private eigendom en is niet alles bepalend voor de vorm of uitstraling van de gevel of gebouw.
2.
Vindt u niet dat uw keuze voor eenvormigheid en rust (zie hoofdstuk 3 – richtlijnen) het gevaar in zich heeft van een monotoon bebouwingsbeeld?
Contact www.hollandskroon.nl T 088 – 321 50 00
Social Media facebook.com/hollandskroon
Overige gegevens BNG Algemeen NL82 BNGH 028.51.52.785 BIC: BNGHNL2G
Een gehanteerde rechte rooilijn houdt niet per definitie in een saai en monotoon bebouwingbeeld. Binnen een rechte rooilijn is ruimte om met het gebouwontwerp en openingen in en de bebouwing te spelen waardoor er geen sprake zal zijn van ‘dozen’ in het landschap maar aansluiting wordt gezocht bij de omgeving. Het beleidskader ziet een rechte rooilijn niet als saai of monotoon maar juist een bijdrage leveren aan de gewenste rust in het landschappelijk beeld waarbij het niet uit de toon valt met de omgeving. Het beleidskader zal van toepassing zijn op ontwikkeling van nieuwe locaties als onderdeel de inrichting van het plangebied. Bedrijventerreinen zullen niet worden ‘verstopt’ of ‘weggepoetst’ van de landkaart. Dit komt ook terug in de de gehanteerde visie voor landschappelijke inpassing is (pag 4 1.2 Visie): “Bedrijventerreinen zijn zichtbaar in het landschap aanwezig en nemen veel ruimte in. Bovendien wordt per bedrijf een eigen gebouw op het terrein neergezet. Dat vraagt om een zorgvuldige inpassing, waarbij het bedrijventerrein als onderdeel van het landschap wordt gezien, goed aansluit bij de omgeving, herkenbaar is en eenheid uitstraalt".
3.
Hoe verhoudt het voorgestelde beleidskader zich tot onze welstandsnota? In eerste instantie wordt het beleidskader voorgelegd aan de raad ter vaststelling. Dit beleidskader is niet direct gekoppeld aan de welstandsnota. Het beleidskader geldt voor nieuw te realiseren bedrijventerreinen. De ontwikkelingen van nieuwe bedrijventerreinen is in principe enkel mogelijk met een afwijking van het omgevingsplan. Bij een verzoek tot afwijking toetsen wij aan beleidsstukken die zijn vastgesteld, en deze moet dan ook in de uitwerking van nieuwe plannen worden meegenomen.
Met vriendelijke groet,
R.N. Leever wethouder Economie en Brede Welvaart Deze brief is digitaal gemaakt en daarom niet ondertekend.
Pagina
2/2