Beantwoording technische vragen (nr 2431) Concept beleidskader kleine windturbines (CDA)
Tekst van het document
Verzenddatum
De fractie van CDA
Ons kenmerk Uw kenmerk
TV-2431 Uw brief van
16 september 2024 onderwerp
Contact
Concept beleidskader kleine windturbines
Anna Vet
Pagina
1/2
T 088-321 5000
Beste fractie, Op 16 september 2024 heeft u technische vragen (nummer TV-2431) gesteld over Concept beleidskader kleine windturbines. In deze brief beantwoorden wij de door u gestelde vragen. U vindt de antwoorden direct onder de vragen. Reactie 1.
In welke bijeenkomst en/of welk document is gebleken dat de raad aan het college gevraagd om een beleidskader specifiek voor agrarische bedrijven op te stellen? In de programmabegroting van 2024-2027 is in het programma Leefbaarheid onder paragraaf 3.2 Milieu als beleidsvoornemen opgenomen dat de focusgroep vanuit de gemeenteraad onderzoekt of kleine windturbines toegestaan kunnen worden op agrarische erven.
2.
In het raadsvoorstel is bij ‘alternatieve’ punt 2 het volgende aangegeven: “Ook is hierbij het risico dat er bij een te ruime openstelling functies zullen zijn waarbij de opgewekte energie niet specifiek voor het eigen bedrijf worden gebruikt en die dan een soort van ‘energiecentrale’ vormen”. Wat is het nadeel als er een ‘energiecentrale wordt gevormd? Het nadeel van het vormen van een 'energiecentrale' is dat het gebruik van kleine windturbines dan niet meer specifiek gericht is op het voorzien in de eigen energiebehoefte van het agrarische bedrijf, maar mogelijk ook voor commerciële doeleinden kan worden ingezet.
Contact www.hollandskroon.nl T 088 – 321 50 00
Social Media facebook.com/hollandskroon
Overige gegevens BNG Algemeen NL82 BNGH 028.51.52.785 BIC: BNGHNL2G
3.
Waarom zou dit risico niet voor agrarische bedrijven gelden? Het risico van het vormen van een energiecentrale is minder van toepassing voor agrarische bedrijven omdat deze bedrijven doorgaans grote energieverbruikers zijn en de opgewekte energie hoogstwaarschijnlijk binnen het eigen bedrijf zal worden gebruikt.
4.
In het raadsvoorstel is bij ‘alternatieven’ punt 2 het volgende aangegeven: “Daarnaast is het advies eerst te kijken wat de kleine windturbines op agrarische grond voor invloed hebben op het landschap. Door het beleid niet op voorhand voor andere functies open te stellen beperken we mogelijke nadelige effecten op het landschap. Als de effecten meevallen kan het beleid in de toekomst altijd verruimd worden”. Het ruimtelijk afwegingskader is verwoord in drie beleidsstukken te weten Ruimtelijke Handreiking ‘Wind op Land’, Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie NoordHolland en de Handreiking Microturbines van de Energieregio Noord-Holland Bieden deze handreikingen onvoldoende borging om negatieve effecten uit te sluiten? De drie genoemde beleidsstukken bieden een ruimtelijk afwegingskader, maar ze sluiten negatieve effecten op het landschap niet volledig uit. Deze handreikingen geven richtlijnen en aanbevelingen voor het plaatsen van windturbines, maar laten ruimte voor interpretatie en lokale aanpassing. Daarnaast houden ze rekening met de ruimtelijke inpassing, maar de daadwerkelijke effecten kunnen pas goed worden beoordeeld wanneer er specifieke situaties (zoals lokale landschapskenmerken) in ogenschouw worden genomen.
Daarom wordt in het raadsvoorstel geadviseerd om eerst de effecten van kleine windturbines op agrarische grond te evalueren voordat het beleid wordt verruimd naar andere functies, om ongewenste effecten op het landschap te minimaliseren.
Met vriendelijke groet,
M. Versluis wethouder Financiën Deze brief is digitaal gemaakt en daarom niet ondertekend.
Pagina
2/2